CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties

RAAD 11 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties (VN2026-004038)40.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Zware horeca

Grillroom, snackbar, fastfood, kebab, cafetaria, shoarmatent en daarmee vergelijkbare vormen van horeca

Reguliere horeca, in combinatie met een aanduiding fastfood. Als ook andere vormen van horeca zijn toegestaan, zoals een café of nachtzaak, kan ook middelzware of zware horeca in combinatie met een aanduiding fastfood worden toegekend.

Deze tabel wijkt enigszins af van de in het Horecabeleid 2025 op pagina 16 opgenomen tabel. De reden is dat fastfoodhoreca niet als apart gebruiksdoel wordt gezien, en dat fastfoodhoreca ook kan zijn toegestaan op een locatie waar middelzware of zware horeca mag plaatsvinden. In uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken van het uitgangspunt dat gekeken wordt naar wat het nog geldende bestemmingsplan toestaat op een locatie. Als daartoe aanleiding bestaat, kan er beperkt worden. Bijvoorbeeld door alleen het feitelijk aanwezige lichtere gebruik te bestendigen in het omgevingsplan. Dit vraag een lokale afweging, die per te vervangen bestemmingsplan zal worden gemaakt. Toelichting op de regeling

91

Een toelichting op de regeling zoals die wordt opgenomen in paragraaf 2.3.20 van de regels, wordt gegeven in paragraaf 11.2.5.20 van deze toelichting.

10.19.4 Additionele horeca Ook op locaties die niet met een gebruiksdoel voor horeca zijn aangewezen, kan horeca van toegevoegde waarde zijn. Gedacht kan worden aan een museum waar ook geluncht kan worden, een buurthuis waar koffie of thee wordt geserveerd, of een voetbalkantine waar het nodige is te krijgen. De hoofdfunctie is dan een andere dan horeca. De horeca-activiteiten die dan plaatsvinden worden additionele horeca genoemd. De exploitant van een additioneel horecabedrijf kan een ‘commerciële’ ondernemer zijn, zoals een BV. Het kenmerkende van additionele horeca zit dus in de omvang (ondergeschikt aan een andere hoofdfunctie), niet in de aard van de ondernemer die de horeca ontplooit. Hierbij geldt dat er horeca mogelijk is, maar nooit de boventoon mag voeren. Dan is het namelijk zelfstandig, en niet meer ondergeschikt, wat andere effecten op de omgeving heeft. Voorkomen moet worden dat de horeca zelfstandige bezoekersstromen trekt. Als de horeca-activiteiten een zelfstandige bezoekersstroom trekken is er geen sprake meer van additionele maar van zelfstandige horeca. Dit komt tot uitdrukking in de begripsbepaling die in bijlage I van het omgevingsplan is opgenomen.

Daarin is bepaald dat onder additionele horeca wordt verstaan 'al dan niet zelfstandig geëxploiteerde horeca-activiteit, die ondergeschikt en ondersteunend is aan een andere hoofdactiviteit dan horeca, en die geen zelfstandige bezoekersstromen trekt.' Daarbij is het schenken van alcohol ter plaatse toegestaan, mits dit past binnen de kaders van de Alcoholwet. Het horeca-deel mag niet langer open zijn dan een uur voor tot een uur na de sluitingstijd van de hoofdfunctie. En het horeca-deel is niet zelfstandig, zonder een bezoek aan de hoofdfunctie, toegankelijk. Het ondergeschikte karakter komt ook tot uitdrukking in de maximale oppervlakte-eis (20% van de publiek toegankelijke ruimte). Dit ondergeschikte karakter betekent ook dat een terras of gevelbank niet is toegestaan. Overigens is het goed denkbaar dat hiervan in voorkomende gevallen locatiegericht van wordt afgeweken. Dat kan door, mocht dat nodig zijn, op enig moment aanvullende regels toe te voegen. Voor additionele horeca binnen winkels (met uitzondering van warenhuizen en grootschalige detailhandelsvestigingen) gelden aanvullende beperkingen. Uit onderzoek blijkt dat de grenzen tussen winkels en horeca-activiteiten vervagen om in te spelen op de wensen van consumenten en ondernemers. Dit zorgt in de praktijk voor onduidelijkheden.

Om dit op te lossen worden de regels verduidelijkt ten opzichte van de regels zoals die golden voor zogenoemde mengformules. Daarvan wordt afscheid genomen. Voortaan wordt gesproken van: ‘additionele horeca bij winkels’. Dit om te benadrukken dat de winkel altijd de hoofdactiviteit is, en het niet kan gaan om een volledige vermenging van horeca en winkel. Omdat er nu eenmaal veel winkels in het straatbeeld zijn, gaat er van de horeca op deze locaties meer effect uit op de omgeving. Daarom gelden voor additionele horeca in winkels meer beperkingen dan voor andere hoofdfuncties. Het hoofddoel is dat we willen voorkomen dat de horeca een zelfstandige bezoekersstroom aantrekt. Aanvullende regels zijn: a. het verstrekken van alcohol voor gebruik ter plaatse is niet toegestaan; b. naast een maximum percentage van 20% van het winkelvloeroppervlak geldt ook een absoluut maximum van 20 m2 voor het horecadeel in winkels; en c. voor additionele horeca bij winkels geldt een meldplicht. Met de meldplicht komt beter zicht op de ontwikkeling van het aantal winkels met additionele horeca, en waar ze zich bevinden. Dit biedt ook de kans om ondernemers te informeren over de voorwaarden of direct te checken of zij voldoen aan de voorwaarden.

Specifiek winkels met additionele horeca die ook etenswaren verkopen kunnen voor onduidelijkheid zorgen: is het een horecazaak of een winkel? Overeenkomstig het horecabeleid kan gebiedsgericht een tweedeling worden gemaakt voor additionele horeca in winkels: • Non-food winkels: er worden hoofdzakelijk producten verkocht die niet eetbaar of drinkbaar zijn. Bijvoorbeeld kleding, boeken of cosmetica. • Food winkels: er worden hoofdzakelijk eetbare en/of drinkbare producten verkocht. Bijvoorbeeld salades, brood en vis.

92

Er kunnen gebieden worden aangewezen waar additionele horeca niet is toegestaan binnen de uitoefening van detailhandel met een voedselwarenassortiment. Voor legaal bestaande gevallen wordt daarbij voorzien in overgangsrecht. Voor alle vormen van additionele horeca geldt dat het bevoegd gezag een maatwerkvoorschrift kan stellen over de uitoefening van additionele horeca om onaanvaardbare overlast voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Overgangsrecht De regels over additionele horeca zijn opgenomen in subparagraaf 3.2.13.2 van de regeling. Deze regels gelden na vaststelling en inwerkingtreding direct voor heel Amsterdam. Deze regels gaan ook gelden voor legaal bestaande situaties van additionele horeca. Voor legaal bestaande situaties wordt voorzien in een overgangstermijn van zes maanden. Voor zover er met betrekking tot de additionele horeca een exploitatievergunning op grond van de APV is afgegeven, blijven de daarin opgenomen openingstijden van toepassing tot het moment dat die vergunning is verlopen. Daarna gelden de nieuwe openingstijden. Toelichting op de regeling Een toelichting op de regeling zoals die wordt opgenomen in subparagraaf 3.2.13.2 van de regels, wordt gegeven in paragraaf 11.3.3.14.2van deze algemene toelichting.

10.19.5 Culturele horeca In Amsterdam moet ruimte zijn voor horeca-activiteiten binnen culturele instellingen. Dat wordt ook mogelijk gemaakt. Allereerst worden binnen culturele instellingen al allerlei horeca-activiteiten mogelijk gemaakt onder de noemer van additionele horeca. In verreweg de meeste gevallen vallen de horeca-activiteiten die plaatsvinden binnen culturele instellingen onder additionele horeca, en dat is binnen de regels, gesteld in subparagraaf 3.2.13.2 van de regels, mogelijk. Aanvullend daarop kan op bepaalde locaties ook culturele horeca worden toegestaan. Het gaat daarbij om een niet zelfstandige horeca-activiteit die plaatsvindt binnen een culturele instelling en daarvan onderdeel is, niet zijnde horeca-activiteiten die als additionele horeca zijn toegestaan op grond van subparagraaf 3.2.13.2. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat additionele horeca óók binnen een culturele instelling is toegestaan, en dat dan geen sprake is van culturele horeca. In aanvulling op de mogelijkheden van additionele horeca, voorziet subparagraaf 3.2.13.3 in de mogelijkheid van culturele horeca. Het gaat daarbij om vormen van niet zelfstandige horeca-activiteiten die plaatsvinden binnen een culturele instelling die niet passen binnen de regels over additionele horeca. Gedacht kan worden aan een exploitatie waarbij af en toe ook een dance-event plaatsvindt.

Dan is immers sprake van het aanbieden van een dansvloer, en dat is binnen additionele horeca niet toegestaan. Een ander voorbeeld is het aanbieden van een diner in een museum op een tijdstip ruim nadat het museum normaliter zou zijn gesloten. Ook dat past niet binnen de regels voor additionele horeca, en is dus in beginsel niet toegestaan. Bij deze activiteiten kan de horeca, anders dan bij additionele horeca, een zelfstandige bezoekersstroom trekken. Afhankelijk van het soort instelling en de locatie, kunnen voorwaarden verbonden zijn aan de (frequentie van) horeca-activiteiten in combinatie met de openingstijden (per week, maand of jaar). De regeling voor culturele horeca voorziet erin dat dat op aangewezen locaties en onder voorwaarden wel kan worden toegestaan. Uitgangspunt is een getrapte toestemming voor culturele horeca. Eerst worden met de regels in het omgevingsplan locaties aangewezen waar culturele horeca kan worden toegelaten. Het kan gaan om een specifieke locatie of een groter gebied. Bij het aanwijzen van een locatie moet wel worden aangetoond dat die locatie in beginsel geschikt is voor culturele horeca. Dat kan met een ruimtelijke toets op hoofdlijnen. Voor een concreet initiatief is vervolgens een omgevingsvergunning nodig. Daarbij wordt gekeken naar de specifieke gevolgen van het concrete initiatief en de aanvaardbaarheid daarvan.

De vergunningplicht zorgt voor een finale toets van de aanvaardbaarheid van het concrete initiatief. De reden daarvoor is dat juist het concrete initiatief bepalend is voor de mate van overlast. Culturele horeca moet aan een aantal volgende vereisten voldoen: a. het gebouw wordt geëxploiteerd door een instelling met een culturele doelstelling;

93

b. c.

culturele horeca draagt bij aan een mix van verschillende activiteiten binnen het gebouw, waarbij de horeca-activiteit ondergeschikt is -en blijft- aan de culturele activiteiten; culturele horeca leidt niet tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de activiteit.

Om deze beoordeling te kunnen maken, is in het omgevingsplan een vergunningplicht voor culturele horeca in het leven geroepen. In het kader van die vergunning kan worden getoetst aan de drie genoemde vereisten. Om de vergunning te verkrijgen, moet uit een bedrijfsplan blijken dat er sprake is van een culturele programmering. Aan de vergunning kunnen de voorschriften worden verbonden ter voorkoming van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving, en om het specifieke karakter van culturele horeca te borgen. De openingstijden van culturele horeca sluiten aan bij de hoofdfunctie van het gebouw, en worden opgenomen in de omgevingsvergunning voor culturele horeca. Gebiedsgewijze uitrol De regels over culturele horeca zijn opgenomen in subparagraaf 3.2.13.3. Bij het vervangen van bestemmingsplannen kan per gebied worden beoordeeld in welke gevallen eventueel sprake zou kunnen zijn van culturele horeca. Dat betekent dat de vergunningplicht voor culturele horeca alleen daar geldt waar het bestemmingsplan al is vervangen. Voor vergunningen ten behoeve van culturele horeca die voor die tijd zijn verleend, wordt voorzien in overgangsrecht. Artikel 3.69 Omgevingsplan voorziet erin dat in dat geval de betreffende vergunning geldt als een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit culturele horeca.

Toelichting op de regeling Een toelichting op de regeling zoals die wordt opgenomen in subparagraaf 3.2.13.3 van de regels, wordt gegeven in paragraaf 11.3.3.14.3 van deze algemene toelichting.

10.19.6 Overige combinaties van horeca met een ander gebruik Behalve additionele horeca en culturele horeca zijn er op locaties ook nog anders combinaties van horeca met een andere vorm van gebruik mogelijk, waarbij een juridische koppeling wenselijk is. Het gaat dan om al dan niet zelfstandige horeca in combinatie met een andere vorm van gebruik dan horeca, waarbij het mogen uitoefenen van horeca weliswaar is verbonden aan de aanwezigheid van de andere vorm van gebruik, maar sprake kan zijn van bijvoorbeeld een eigen toegankelijkheid. Of waarbij de openingstijden van de horeca zijn verbonden aan die van de andere vorm van gebruik. Dergelijke combinaties hebben veel weg van culturele horeca, alleen is er, anders dan bij culturele horeca, sprake van zelfstandige horeca. Bovendien hoeft de horeca niet altijd plaats te vinden in combinatie met een culturele instelling. Deze combinaties hebben ook veel weg van additionele horeca, alleen mogen ze zelfstandige bezoekersstromen aantrekken, en zijn ze niet per definitie ondergeschikt aan dat andere gebruik. Het gaat om gebruikscombinaties waarbij de te stellen regels die de combinatie moeten borgen per geval sterk kunnen verschillen.

Omdat het in essentie om zelfstandige horecazaken gaat, waarvoor in beginsel dezelfde regels gelden als voor andere horecazaken, is uitgangspunt dat deze gebruikscombinaties voor wat betreft het horecadeel worden gefaciliteerd met de regels, opgenomen in subparagraaf 2.3.20.2. Ze krijgen dus een bepaald gebruiksdoel horeca, net als andere locaties waar horecazaken zijn toegestaan. Ook de algemene regels, zoals opgenomen in subparagraaf 2.3.20.1, zijn van toepassing. In aanvulling daarop kunnen in subparagraaf 2.3.20.3 per geval aanvullende regels worden gesteld die nodig zijn om de onderlinge relatie te borgen.

10.19.7 Horecaterrassen Op terrassen kunnen Amsterdammers en bezoekers elkaar buiten ontmoeten. Terrassen zorgen voor een levendig straatbeeld en kunnen bijdragen aan de sociale controle. Horecabedrijven vallen op door hun terras en ondernemers maken extra omzet. Terrassen zijn dus belangrijk voor de stad, haar bewoners, ondernemers en bezoekers. Maar deze positieve effecten van terrassen hebben ook een keerzijde. Een terras beïnvloedt de omgeving meer dan een horecabedrijf binnen. Zo nemen terrassen schaarse openbare ruimte in. Op stoepen en pleinen moet ook ruimte zijn voor voetgangers en ander verkeer, winkeluitstallingen, groen, nutsvoorzieningen, openbare bankjes en speeltoestellen. Het geluid en de geur afkomstig van het terras en het komen en gaan van de terrasbezoekers, is voor omwonenden meestal goed merkbaar. Daarom worden er regels gesteld voor terrassen.

94

Het horecabeleid voorziet in een getrapte toestemming voor horecaterrassen. Eerst worden met de regels in het omgevingsplan locaties aangewezen waar een horecaterras kan worden toegelaten. Het kan gaan om een specifieke locatie of een groter gebied. Bij het aanwijzen van een locatie moet wel worden aangetoond dat die locatie in beginsel geschikt is voor het toelaten van een terras. Dat kan met een ruimtelijke toets op hoofdlijnen. Voor een concreet initiatief is vervolgens een omgevingsvergunning nodig. Daarbij wordt gekeken naar de specifieke gevolgen van het concrete initiatief en de aanvaardbaarheid daarvan. Daarnaast geldt er een aantal algemene regels die op het exploiteren van een horecaterras van toepassing zijn. Al deze regels zijn opgenomen in paragraaf 3.2.13.4. Van een regeling per bestemmingsplan naar een geharmoniseerde regeling voor alle horecaterrassen Er is voor een horecaterras altijd een juridisch-planologische toestemming nodig. Maar die toestemming kan op verschillende manieren worden vormgegeven. Dat hoeft niet perse in de vorm van een vergunningplicht te zijn. Binnen het ruimtelijk ordenings- en bouwrecht zoals dat tot 1 januari 2024 gold, kon dat via: a. algemene regels in het bestemmingsplan, waarmee een terras ergens bij recht werd toegestaan; b.

een verbod op terrassen in het bestemmingsplan, waarbij tevens een binnenplanse afwijkmogelijkheid werd opgenomen; met een binnenplanse afwijkvergunning kon dan een terras ergens worden toegestaan; c. een verbod op terrassen in het bestemmingsplan; met een buitenplanse afwijkvergunning kon dan een terras ergens wordt toegestaan. Die keuze kon per bestemmingsplan worden gemaakt. Het gevolg is dat er binnen de vele bestemmingsplannen die voor Amsterdam zijn vastgesteld, allerlei verschillende keuzes zijn gemaakt. Anders dan afzonderlijke bestemmingsplannen geldt het omgevingsplan voor heel Amsterdam. Een van de grote opgaven daarbij is regelharmonisatie: gelijke regels en regelsystematiek waar mogelijk, maatwerk waar nodig. Regelharmonisatie is geen doel op zich, maar maakt de regels kenbaarder en het recht voorspelbaarder. Dat is in het belang van zowel horecaondernemers als omwonenden. Voor het omgevingsplan moet een keuze worden gemaakt in de toe te passen systematiek. Globaal kent de Omgevingswet dezelfde mogelijkheden als onder oud recht: a. algemene regels in het omgevingsplan, waarbinnen een terras ergens bij recht, zonder nadere vergunningplicht, wordt toegestaan; b. een in het omgevingsplan opgenomen vergunningplicht; met een omgevingsvergunning kan dan een terras ergens worden toegestaan; c.

een verbod op terrassen in het omgevingsplan; met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) kan dan een terras ergens wordt toegestaan. Deze bopa moet (tenzij tijdelijk van aard) wel binnen vijf jaar in het omgevingsplan worden ingepast, wat weer om de onder a bedoelde algemene regels vraagt. Uitgangspunt is een getrapte toestemming voor horecaterrassen. Eerst worden met de regels in het omgevingsplan locaties aangewezen waar een horecaterras kan worden toegelaten. Het kan gaan om een specifieke locatie of een groter gebied. Bij het aanwijzen van een locatie moet wel worden aangetoond dat die locatie in beginsel geschikt is voor een horecaterras. Dat kan met een ruimtelijke toets op hoofdlijnen. Voor een concreet initiatief is vervolgens een omgevingsvergunning nodig. Daarbij wordt gekeken naar de specifieke gevolgen van het concrete initiatief en de aanvaardbaarheid daarvan. De vergunningplicht zorgt voor een finale toets van de aanvaardbaarheid van het concrete initiatief. De reden daarvoor is dat juist het concrete initiatief bepalend is voor de mate van overlast. Waarom een vergunningplicht Bij het toestaan van een bepaalde functie op een bepaalde locatie, moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van effecten van de betreffende functie op de omgeving, maar ook naar de effecten vanuit de omgeving op de betreffende functie.

Daarbij kunnen, waar nodig, regels worden gesteld ter voorkoming van onaanvaardbare gevolgen. Dat geldt ook voor het toestaan van een horecaterras. Een van de aspecten die daarbij in elk geval moeten worden betrokken, betreft stemgeluid. Stemgeluid vanwege een horecaterras kan voor omwonenden een bron van overlast zijn. Artikel 5.59, eerste lid, Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat in een omgevingsplan wordt rekening gehouden

95

met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Het tweede lid bepaalt dat een omgevingsplan erin voorziet dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Dit betekent dat de aanvaardbaarheid van ook het stemgeluid op een horecaterras beoordeeld moet worden. En dat, als dat nodig is, voorwaarden moeten worden gesteld om de aanvaardbaarheid te borgen. Er is echter geen wettelijke norm voor stemgeluid, en die mag op grond van artikel 5.73 Bkl ook niet worden opgenomen in het omgevingsplan. De reden is dat een getalsmatige normering van stemgeluid in de praktijk slecht toepasbaar en handhaafbaar is gebleken (Staatsblad 2018 292, p. 724). Er mag dus geen algemene regel met een geluidsnorm waaraan voldaan moet worden in het omgevingsplan worden opgenomen. Tegelijk moet dus wel de aanvaardbaarheid van ook het stemgeluid op een terras vooraf beoordeeld worden. En als dat nodig is, moeten voorwaarden worden gesteld om de aanvaardbaarheid te borgen. Daarbij kan worden gedacht aan het stellen van tijdvakken waarin bepaalde activiteiten mogen plaatsvinden of door afstanden vast te stellen tussen de activiteit en de geluidgevoelige gebouwen (Staatsblad 2018 292, 714).

Juist het vaststellen van welke openingstijden of afstanden ten opzichte van woningen nodig zijn om de aanvaardbaarheid te beoordelen, is sterk afhankelijk van de specifieke situatie. Dat onderkent ook de wetgever, die aangeeft dat bij de overweging of, en zo ja, welke regels in het omgevingsplan vastgesteld moeten worden, de volgende aspecten logischerwijs een rol spelen: de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geluidbeleid, het geluid ter plaatse op geluidgevoelige gebouwen, de aard, omvang en de waardering van het geluid dat vrijkomt bij de betreffende activiteit, de historie van de betreffende activiteit en het klachtenpatroon met betrekking geluidhinder, de bestaande en verwachte geluidhinder van de betreffende activiteit en de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels (Staatsblad 2018 292, p. 714). Dat de impact op het woon- en leefklimaat van omwonenden mede afhankelijk is van de locatie en omvang van de horecagelegenheid, volgt ook uit reeds bestaande, op oud recht van toepassing zijnde jurisprudentie (o.a. ECLI:NL:RVS:2015:3869, ECLI:NL:RVS:2013:1740 en ECLI:NL:RVS:2019:2652). Om te bepalen welke regels met betrekking tot stemgeluid nodig zijn, ligt daarom een beoordeling per geval voor de hand. Het stellen van beperkingen via uitsluitend algemene regels doet geen recht aan de specifieke situaties.

Een dergelijke beoordeling is alleen goed te maken op het niveau van een concreet initiatief. Het instrument om een beoordeling op basis van het concrete initiatief te maken is een vergunningplicht. Aan een omgevingsvergunning voor een horecaterras kunnen dan die voorschriften worden verbonden die nodig zijn om de ruimtelijke impact van het specifieke aangevraagde terras te beperken. Om bovenstaande redenen is in het omgevingsplan gekozen voor een vergunningplicht voor horecaterrassen. Die vergunningplicht vormt het sluitstuk van een getrapte toestemming. Met algemene regels wordt eerst bepaald waar een horecaterras kan worden toegestaan. Overgangsrecht De regels met betrekking tot horecaterrassen, waaronder de vergunningplicht, gelden na vaststelling en inwerkingtreding direct voor heel Amsterdam. Voor legaal bestaande situaties wordt voorzien in overgangsrecht. Dat overgangsrecht voorziet erin dat voor bestaande terrassen met een exploitatievergunning een omgevingsvergunning van rechtswege ontstaat. De beoordeling op aanvaardbaarheid is in die gevallen in het verleden al gedaan. Dit hoeft niet opnieuw gedaan te worden. Voor nieuwe terrassen, maar ook bij wijziging van een bestaand legaal terras, geldt wel de vergunningplicht.

Toelichting op de regeling Een toelichting op de regeling zoals die wordt opgenomen in paragraaf 3.2.13.4 van de regels, wordt gegeven in paragraaf 11.3.3.14.4 van deze algemene toelichting. Relatie met de Algemene Plaatselijke Verordening Horecaterrassen worden ook geregeld op grond van de APV. Dat was zo, en dat blijft zo. Dat betekent dat het exploiteren van een terras alleen is toegestaan, wanneer daarvoor ook een exploitatievergunning is afgegeven. Het kan zijn dat aanvullende beperkingen nodig zijn vanwege openbare orde en veiligheidsaspecten. Als dat het geval is, dan kan de burgemeester dat doen. De APV blijft dat mogelijk maken.

96

10.19.8 Openingstijden Het horecabeleid bevat een kader voor opname van regels over openingstijden in het omgevingsplan. Het reguleren van openingstijden voor horeca in het omgevingsplan is een wijziging ten opzichte van de wijze waarop openingstijden van horeca voorheen werden gereguleerd. Openingstijden werden niet in bestemmingsplannen, maar in de APV en op grond daarvan te verlenen exploitatievergunningen geregeld. Daarmee werden openingstijden ook niet betrokken bij het bepalen welke horeca op een locatie mogelijk is. Terwijl openingstijden van horeca wel van invloed kunnen zijn op de mate van overlast die door omwonenden kan worden ervaren. Want hoe langer horeca open is, hoe langer er reuring is in de omgeving. Daarom is er voor gekozen in het omgevingsplan te sturen op openingstijden voor horeca. Regels over openingstijden worden gekoppeld aan de zwaartecategorieën die op een locatie zijn toegestaan. Speciaal in horeca-concentratiegebieden is het wenselijk dat niet alle bezoekers van verschillende zaken op hetzelfde moment naar buiten gaan. De nieuwe standaard sluitingstijden van horeca in Amsterdam lopen daarom uiteen van 22:00 uur voor de lichtste horeca, tot 05:00 uur in het weekend voor de zwaarste horeca-categorie. Door de week is laatste sluitingstijd 04:00 uur. Door verschillende eindtijden per zwaartecategorie vertrekken de bezoekers gespreid.

Ook ontheffingsmogelijkheden dragen bij aan het gespreid vertrek van bezoekers. Zwaartecategorie horeca Lichte horeca

Maximale standaard openingstijden 06:00-22:00

Reguliere horeca / reguliere horeca fastfood

Zo/do 07:00-01:00 Vr/za 07:00-02:00

Middelzware horeca

Zo/do 07:00-01:00 Vr/za 07:00-03:00

Zware horeca (uitgaan)

Zo/do 09:00-04:00 Vr/za 09:00-05:00

Hoewel openingstijden worden gekoppeld aan zwaartecategorieën, worden de regels over openingstijden niet opgenomen in paragraaf 2.3.20, maar in subparagraaf 3.2.13.5. De reden is dat de openingstijden direct voor alle horeca in heel Amsterdam moeten gaan gelden. Omdat de regels in paragraaf 2.3.20 pas ergens gaan gelden wanneer die bij het vervangen van een bestemmingsplan van toepassing worden gemaakt, is opname van de regels in dat onderdeel vooralsnog niet mogelijk. Afwijk- en ontheffingsmogelijkheden per zwaartecategorie Het horecabeleid voorziet erin dat er afwijk- en ontheffingsmogelijkheden komen. De afwijkmogelijkheden hebben betrekking op een bepaald aantal keer per jaar dat uiterste sluitingstijden mogen worden overschreden. Voor locaties met een gebruiksdoel lichte of reguliere horeca is dat vijf keer per jaar, voor locaties met een gebruiksdoel middelzware of zware horeca is dat twaalf keer per jaar. Daarnaast komt er een mogelijkheid voor een maatwerkontheffing openingstijden. Deze mogelijkheid geldt alleen voor fastfoodhoreca en zware horeca. Het biedt horecabedrijven de mogelijkheid om gedurende meerdere dagen per week, structureel langer open te zijn. Voor fastfoodhoreca komt dit tegemoet aan de behoefte om op sommige plekken in de stad nog steeds te eten of snacken na het uitgaan.

Er blijven dus mogelijkheden om langer open te zijn op locaties waar hier vraag naar is en waar dit passend is. Deze nieuwe maatwerkontheffing is er ook voor zware horeca. Doordat niet alle horecazaken in één keer sluiten en publiek op straat komt te staan, kan de overlast beperkt worden. Door ruimere openingstijden is er een gespreid vertrek van bezoekers mogelijk (vanuit één zaak of vanuit meerdere zaken in een gebied). Een verruiming van de openingstijden vermindert zo mogelijk de druk op de leefomgeving. Door de verruiming beschikbaar te stellen voor alle locaties van zware horeca én voor alle dagen per week, kan er ook een spreiding ontstaan van bezoekersstromen over de stad en over de dagen van de week. Ondernemers wordt hiermee ruimte geboden om ‘s nachts flexibeler te exploiteren. Het gaat om bedrijven die zijn ingericht op exploitatie in de late nacht en waarbij het bijvoorbeeld mogelijk kan zijn om in plaats van om 05:00 uur standaard om 07:00 uur te sluiten in het weekend. De stadsdelen mogen gebieden uitsluiten waar dit niet wenselijk is.

97

Het is mogelijk dat een ruimere sluitingstijd voor een horecabedrijf weliswaar ruimtelijk aanvaardbaar is, maar niet op grond van openbare orde, veiligheid en/of levensgedrag. Deze ontvlechting tussen openbare orde en veiligheid en ruimtelijke ordening is ook terug te zien bij de manier waarop de maatwerkontheffing wordt verleend. Met het oog op de fysieke leefomgeving (omgevingsplan) wordt allereerst beoordeeld of ruimere sluitingstijden ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Daarna wordt beoordeeld of dit ook op gronden van openbare orde, veiligheid en levensgedrag van de exploitant aanvaardbaar is (APV). De looptijd van de ontheffing wordt gekoppeld aan de (resterende) looptijd van de exploitatievergunning en is maximaal vijf jaar. Na afloop van die looptijd kan er steeds opnieuw een aanvraag worden ingediend voor een verlenging. De maatwerkontheffing is alleen bedoeld voor bedrijven waarvoor de incidentele ontheffingsmogelijkheid van twaalf keer per jaar onvoldoende is. Bij de aanvraag moet worden aangetoond wat de ondernemer doet om overlast in de omgeving te voorkomen. Indien die er zijn, zullen de ervaringen uit het verleden worden betrokken in de afweging. Behoud van de openingstijden die vergund zijn als ‘avondzaak’ Er zijn in Amsterdam medio 2024 150 locaties die doordeweeks om 03:00 uur en in het weekend om 04:00 uur sluiten.

Dit zijn alcoholverstrekkende horecabedrijven die als ‘avondzaak’ zijn vergund op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening. Het gaat met name om cafés, een groot deel gelegen in stadsdeel Centrum rondom de uitgaansgebieden Rembrandtplein en Leidsebuurt. Maar ook diverse (eet) cafés in Oost, West en Zuid en enkele in Noord en Nieuw-West. Het laatste decennium zijn er vrijwel geen nieuwe horecabedrijven vergund met de openingstijden van avondzaken. Tegelijk zijn er op deze huidige locaties in het algemeen geen problemen door deze sluitingstijd. Daarom zal op deze locaties worden voorzien in verruimde openingstijden. Het beperken van openingstijden In het omgevingsplan worden de maximale openingstijden opgenomen. Het is mogelijk dat op een locatie bepaalde horeca-activiteiten kunnen worden toegestaan, maar alleen wanneer de openingstijden beperkt worden. Als het nodig is om onaanvaardbare overlast voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan, kan de openingstijd van een horecazaak met een maatwerkvoorschrift beperkt worden. Daarnaast is het altijd mogelijk dat voor een bepaald gebied in het omgevingsplan andere openingstijden worden vastgesteld. Overgangssituatie De regels in subparagraaf 3.2.13.5 gelden ineens voor heel Amsterdam. Voor zover het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan nog niet is vervangen, wordt daarvoor een overgangsregeling opgenomen.

Daarbij worden de openingstijden gekoppeld aan de benamingen voor vormen van horeca, zoals die in bestemmingsplannen veelal worden gebruikt om de horecatypen te definiëren: café, restaurant, etc. Toegestaan op grond van het bestemmingsplan

Maximale standaard openingstijden

een lunchroom, ijssalon, koffiehuis, theehuis, broodjeszaak en daarmee vergelijkbare vormen van een horecazaak

06:00-22:00

een bistro, restaurant, grillroom, snackbar, fastfood, kebab, cafetaria, shoarmatent en daarmee vergelijkbare vormen van een horecazaak

Zo/do 07:00-01:00 Vr/za 07:00-02:00

een café, bar, eetcafé, cocktailbar, shishalounge en daarmee vergelijkbare vormen van een horecazaak

Zo/do 07:00-01:00 Vr/za 07:00-03:00

een nachtzaak, discotheek, club, zaalverhuur, partycentrum en daarmee vergelijkbare vormen van een horecazaak

Zo/do 09:00-04:00 Vr/za 09:00-05:00

Deze aanpak voorkomt ook dat horecabedrijven in een gebied waar het bestemmingsplan is vervangen in een nadeliger positie komen ten opzichte van horecabedrijven waar dat nog niet het geval is. Deze aanpak creëert een gelijk speelveld. Voor bestaande horecabedrijven zal wel een overgangstermijn gaan gelden, zodat de bedrijfsvoering kan worden aangepast. Gedurende die termijn hoeft een legaal bestaande horecazaak nog niet de voldoen aan de nieuwe openingstijden. In het horecabeleid is uitgegaan van een overgangstermijn

98

van twee jaar. Dit wordt verruimd naar drie jaar. Daarmee wordt aangesloten op andere onderdelen dan horeca in het omgevingsplan, waarin eveneens wordt gewerkt met overgangstermijnen. Dat komt de kenbaarheid van de regels ten goede. Bovendien wordt daarmee aangesloten op de geldingsduur van verreweg de meeste exploitatievergunningen. Dat voorkomt dat in een exploitatievergunning bijvoorbeeld ruimere openingstijden staan dan dat in het omgevingsplan is bepaald. Voor nieuwe bedrijven wordt afgezien van een overgangstermijn, omdat voor de bedrijfsvoering vanaf het begin af aan rekening kan worden gehouden met de nieuw geldende openingstijden. Voor bestaande horecabedrijven die na drie jaar een beperking van openingstijden gaan krijgen, wordt voorzien in een mogelijkheid om een persoonsgebonden ontheffing te krijgen. Of die ontheffing kan worden verleend, is mede afhankelijk van de wijze waarop de exploitatie plaatsvindt, en de mate waarin de exploitant zelf ook zorg draagt voor het voorkomen van overlast. Bovendien moet de ontheffingsmogelijkheid alleen gelden voor bestaande horecaexploitaties. Een locatiegerichte ontheffingsmogelijkheid ligt dan minder voor de hand. Bij een wijziging van de exploitatie of exploitant zou de ontheffing dan immers blijven bestaan.

Meer voor de hand ligt daarom om een ontheffingsmogelijkheid bij maatwerkvoorschrift te bieden, die persoonsgebonden en niet overdraagbaar is. Aan dit maatwerkvoorschrift kunnen die voorschriften worden verbonden die nodig zijn om onaanvaardbare overlast te voorkomen. Bij gebleken onaanvaardbare overlast kan dit maatwerkvoorschrift ook worden ingetrokken. Naast deze overgangsrechtelijke ontheffingsmogelijkheid zijn er ook nog algemene mogelijkheden om af te wijken van de openingstijden, en is er voor zware horeca en fastfoodhoreca ook nog de mogelijkheid van een maatwerkontheffing. Toelichting op de regeling Een toelichting op de regeling zoals die wordt opgenomen in subparagraaf 3.2.13.5 van de regels, wordt gegeven in paragraaf 11.3.3.14.5 van deze algemene toelichting. Relatie met de Algemene Plaatselijke Verordening Voorheen werden openingstijden uitsluitend geregeld op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening. Op grond van het beleid wordt nu primair gestuurd op openingstijden om overlast op het woon- en leefklimaat aanvaardbaar te houden. Het kan echter zo zijn dat een beperking van openingstijden nodig is vanwege openbare orde en veiligheidsaspecten. De op grond van het omgevingsplan toegelaten openingstijden zullen ook in de exploitatievergunning worden vastgelegd.

Als beperking van openingstijden nodig is, vanwege openbare orde en veiligheid óf de bestaande druk op de woon- en leefomgeving, dan kan de burgemeester dat doen. Een hierop gebaseerde bepaling blijft in de Algemene Plaatselijke Verordening staan.

10.19.9 Overgangstermijn Zoals hiervoor al een aantal keer aangegeven, wordt waar nodig voorzien in overgangsrecht voor bestaande legale situaties. In een aantal gevallen wordt voorzien in een overgangstermijn. Gedurende die termijn hoeft een legaal bestaande horecazaak nog niet de voldoen aan gestelde algemene regels. Dat geldt bijvoorbeeld voor de nieuwe regels over additionele horeca en openingstijden. De daarbij te stellen termijn moet de ondernemer in de gelegenheid stellen de bedrijfsvoering aan te passen. In het horecabeleid is uitgegaan van een overgangstermijn van twee jaar. Voorgesteld wordt dit te verruimen naar drie jaar. Daarmee wordt aangesloten op andere onderdelen dan horeca in het omgevingsplan, waarin eveneens wordt gewerkt met overgangstermijnen. Dat komt de kenbaarheid van de regels ten goede. Bovendien wordt daarmee aangesloten op de geldingsduur van verreweg de meeste exploitatievergunningen. Dat voorkomt dat in een exploitatievergunning bijvoorbeeld ruimere openingstijden staan dan dat in het omgevingsplan is bepaald. BBBB Na sectie 10.19 worden drie secties ingevoegd, luidende:

99

10.20 Hotels Op 27 juli 2024 is het door de gemeenteraad vastgestelde Hotelbeleid 2024 in werking getreden. Het hotelbeleid van 2024 geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Amsterdam en borduurt voort op het al in 2016 met het ‘Overnachtingsbeleid’ ingezette restrictieve beleid ten aanzien van hotelontwikkeling. Dit Overnachtingsbeleid is met vaststelling van het Hotelbeleid 2024 ingetrokken. Nieuw-voor-oud De mogelijkheden om nieuwe hotels te ontwikkelen of bestaande hotels uit te breiden is zeer beperkt. Medewerking aan nieuwe hotelinitiatieven of uitbreiding wordt in de gemeente Amsterdam in de basis niet gegeven. Het beheersen van de overnachtingscapaciteit ten behoeve van het woon- en leefklimaat ligt aan deze keuze ten grondslag. Waar onder het Overnachtingsbeleid nog sprake was van enkele zogenoemde 'nee, tenzij - gebied', waarin onder strenge voorwaarden nog ontwikkeling mogelijk was, is onder het Hotelbeleid 2024 enkel nog sprake van ‘nee-gebied’. Hotelontwikkeling kan sinds invoering van het Hotelbeleid 2024 uitsluitend worden gehonoreerd in het kader van de regeling ‘nieuw-voor-oud’. De regeling houdt in dat hotelontwikkeling alleen nog planologisch mogelijk kan worden gemaakt als er elders slaapplaatsen blijvend worden weggenomen.

Een dergelijke uitruil heeft als doel een kwaliteitsverbetering binnen het Amsterdamse hotelaanbod, zonder dat het aantal slaapplaatsen toeneemt. Toepassing van de nieuw-voor-oud regeling mag er niet toe leiden dat matige hotels uit de periferie vervangen worden door nieuwe hotels in gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. De voorkeur gaat uit naar een uitruil die plaatsvindt vanuit Centrum naar een ontwikkelingsgebied, zoals Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Een uitruil wordt echter niet beperkt tot bepaalde gebieden en is ook mogelijk binnen stadsdeel Centrum. Aan het nieuwe hotel zijn voorwaarden verbonden die betrekking hebben op het hotelconcept, de impact op de omgeving en de duurzame exploitatie van het toekomstige hotel. Aanpassingen zonder toename overnachtingscapaciteit In het hotelbeleid is ook bepaald dat hotelaanpassingen die afwijken van het omgevingsplan maar die niet voorzien in een uitbreiding van het aantal slaapplaatsen, niet in strijd zijn met dit beleid. Hierbij kan worden gedacht aan het aanbrengen van een lift, een uitbreiding van het restaurantgedeelte of installaties voor duurzaamheidsmaatregelen. Als dergelijke uitbreidingen in overeenstemming zijn met alle andere wet- en regelgeving, waaronder ook de maatstaf van ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, is er geen goede reden om daar niet aan mee te werken.

In de meeste gevallen zal een ondernemer willen investeren om kwaliteit toe te voegen. Daarmee is sprake van een positieve ontwikkeling. De ondernemer kan blijven investeren in verbeteringen, bijvoorbeeld voor het verduurzamen van hun pand. Hotelaanpassingen die afwijken van het omgevingsplan maar die niet voorzien in een uitbreiding van het aantal slaapplaatsen, passen daarmee binnen het hotelbeleid. Het doel van het overnachtingsbeleid is immers dat er, ter bescherming van de woon- en leefomgeving geen overnachtingscapaciteit bij komt. Ter zekerstelling hiervan zal aan de omgevingsvergunning ter zake het voorschrift worden verbonden dat gebruikmaking van de omgevingsvergunning -ook in de toekomst- niet mag leiden tot uitbreiding van het aantal slaapplaatsen. Voorbereidingsbesluit slaapplaatsen hotels Op 28 november 2024 is in aanvulling op en in het verlengde van het Hotelbeleid 2024 het voorbereidingsbesluit slaapplaatsen hotels in werking getreden. Hierin is een verbod opgenomen om zonder omgevingsvergunning het aantal slaapplaatsen in bestaande hotels te vergroten. Ook is in het voorbereidingsbesluit de bevoegdheid voor het college opgenomen om (maatwerk)voorschriften op te leggen in geval van bestaande planologische rechten om nieuwe hotels te ontwikkelen of bestaande hotels uit te breiden. Het voorbereidingsbesluit geldt in de hele gemeente Amsterdam.

Vertaling naar regels Paragraaf 2.3.8 regelt het gebruiksdoel 'hotel'. Geregeld wordt dat daar waar een gebruiksdoel hotel geldt, het exploiteren van een hotel als activiteit is toegestaan. Onder een hotel wordt verstaan een onderneming gericht op het bedrijfsmatig aanbieden van faciliteiten ten behoeve van overnachten voor recreatief of zakelijk verblijf in een gebouw, voor de duur van 1 dag tot en met 12 maanden, anders dan op een kampeerterrein of vakantiepark, met inbegrip van bijbehorende faciliteiten voor hotelgasten en congresfaciliteiten. Onder een hotel wordt niet verstaan het gebruik van woonruimte of de daarbij behorende opstallen voor bed & breakfast, short stay of vakantieverhuur. In de paragraaf zijn aanvullende regels opgenomen waarmee het gebruik als hotel nader kan worden gereguleerd.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17064656/1