CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties

RAAD 10 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties (VN2026-004038)40.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

4 alinea's met “debat”: 698 705 706 1130

5.

Indien de aanvraag betrekking heeft op de wijziging van een bestaand horecaterras, wordt de aanvaardbaarheid van het gehele horecaterras beoordeeld.

6.

Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras wordt geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op een locatie op of aan een weg, bedoeld in artikel 3.20 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

Artikel 3.78 Vergunningvoorschriften 1.

25

Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van een onaanvaardbare aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van de gronden zelf en van de aangrenzende gronden en bouwwerken; en b. het woon- en leefklimaat.

2.

Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras worden in elk geval voorschriften verbonden over: a. positionering en maatvoering van het terras; b. openingstijden van het terras, met inachtneming van de in artikel 3.74 bedoelde maxima, die niet mogen worden overschreden, maar die met het oog op een aanvaardbaar woonen leefklimaat, rekening houdend met het karakter van de omgeving, kunnen worden beperkt; c. het aantal zitplaatsen dat maximaal op het terras aanwezig mag zijn; d. terrasschotten en parasols.

3.

Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een horecazaak waarbij het aanbieden en gebruiken van een waterpijp is toegestaan, wordt met een voorschrift bepaald of het aanbieden en gebruiken van een waterpijp op het horecaterras is toegestaan.

Artikel 3.79 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens over de locatie, aard en omvang van de horecazaak, waarvan het horecaterras onderdeel moet gaan uitmaken; b. tekeningen op schaal van de locatie van het beoogde horecaterras en van de omvang en inrichting ervan; c. inzicht in het aantal zitplaatsen op het beoogde horecaterras; d. inzicht in de aard en omvang van objecten die op het beoogde terras geplaatst zullen worden; e. een onderzoek naar de mate van stemgeluid vanwege het horecaterras op omliggende woningen en inzicht in maatregelen die genomen kunnen worden om overlast vanwege stemgeluid zo veel mogelijk te voorkomen, voor zover dat naar het oordeel van het college nodig is; f. de beoogde openingstijden van het horecaterras.

Artikel 3.80 Gereserveerd [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.13.5 Openingstijden horecazaak Subsubparagraaf 3.2.13.5.1 Algemeen Artikel 3.81 Toepassingsbereik 1.

Deze subparagraaf heeft betrekking op de openingstijden van een horecazaak, tenzij sprake is van additionele horeca, bedoeld in subparagraaf 3.2.13.2. In dat geval zijn de daar opgenomen regels over openingstijden van toepassing.

2.

Deze subparagraaf heeft geen betrekking op de openingstijden bij het verrichten van een omgevingsplanactiviteit culturele horeca. Daarop zijn de in subparagraaf 3.2.13.3 opgenomen regels over openingstijden van toepassing.

3.

Deze subparagraaf heeft geen betrekking op de openingstijden van een horecaterras. Daarop zijn de in subparagraaf 3.2.13.4 opgenomen regels over openingstijden van toepassing.

Subsubparagraaf 3.2.13.5.2 Algemene openingstijden Artikel 3.82 Openingstijden horeca, afwijkmogelijkheden

26

1.

Voor een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: lichte horeca' is het verboden voor bezoekers geopend te zijn of bezoekers toe te laten op een ander tijdstip dan van 06.00 tot 22.00 uur.

2.

Voor een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: reguliere horeca' geldt dat het verboden is voor bezoekers geopend te zijn of bezoekers toe te laten op een ander tijdstip dan: a. op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 01.00 uur de dag erna; en b. op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 02.00 uur de dag erna;

3.

Voor een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: middelzware horeca' geldt dat het verboden is voor bezoekers geopend te zijn of bezoekers toe te laten op een ander tijdstip dan: a. op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 01.00 uur de dag erna; en b. op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 03.00 uur de dag erna.

4.

Voor een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zware horeca' is het verboden voor bezoekers geopend te zijn of bezoekers toe te laten op een ander tijdstip dan: a. op zondag tot en met donderdag van 09.00 tot 04.00 uur de dag erna; en b. op vrijdag en zaterdag van 09.00 tot 05.00 uur de dag erna.

5.

Voor zover ter plaatse van een locaties, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, sprake is van lichte horeca, kan, als dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, met een maatwerkvoorschrift worden bepaald dat de horecazaak geopend mag zijn vanaf 06.00 uur.

6.

Voor zover ter plaatse van een locatie, bedoeld in het vierde lid, sprake is van lichte, reguliere of middelzware horeca, kan, als dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woonen leefklimaat, met een maatwerkvoorschrift worden bepaald dat de horecazaak geopend mag zijn vanaf 07.00 uur.

7.

Ter plaatse van de aanduidingen 'gebruiksdoel: lichte horeca' en 'gebruiksdoel: reguliere horeca' mogen de in het eerste en tweede lid bedoelde openingstijden maximaal vijf keer per kalenderjaar worden overschreden.

8.

Ter plaatse van de aanduidingen 'gebruiksdoel: middelzware horeca' en 'gebruiksdoel: zware horeca' mogen de in het derde en vierde lid bedoelde openingstijden maximaal twaalf keer per kalenderjaar worden overschreden.

9.

Tussen de in het zevende en achtste lid bedoelde overschrijdingen dienen ten minste zes dagen te zitten.

Artikel 3.83 Openingstijden ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen', afwijkmogelijkheden

27

1.

Voor een horecazaak ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' is het verboden voor bezoekers geopend te zijn of bezoekers toe te laten op een ander tijdstip dan: a. voor een locatie waar een lunchroom, ijssalon, koffiehuis, theehuis, broodjeszaak of daarmee vergelijkbare vormen van horeca is toegestaan: van 06.00 tot 22.00 uur; b. voor een locatie waar een bistro, restaurant, grillroom, snackbar, fastfood, kebab, cafetaria, shoarmatent of daarmee vergelijkbare vormen van horeca is toegestaan: 1. op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 01.00 uur de dag erna; 2. op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 02.00 uur de dag erna; c. voor een locatie waar een café, bar, eetcafé, cocktailbar, shishalounge of daarmee vergelijkbare vormen van horeca is toegestaan: 1. op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 01.00 uur de dag erna; 2. op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 03.00 uur de dag erna; d. voor een locatie waar een nachtzaak, discotheek, club, zaalverhuur, partycentrum en daarmee vergelijkbare vormen van horeca: 1. op zondag tot en met donderdag van 09.00 tot 04.00 uur de dag erna; 2. op vrijdag en zaterdag van 09.00 tot 05.00 uur de dag erna.

2.

De in het eerste lid, onder a en b, bedoelde openingstijden mogen maximaal vijf keer per kalenderjaar worden overschreden.

3.

De in het eerste lid, onder c en d bedoelde openingstijden mogen maximaal twaalf keer per kalenderjaar worden overschreden.

4.

Tussen de in het tweede en derde lid bedoelde overschrijdingen dienen ten minste zes dagen te zitten.

5.

Artikel 3.82, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

6.

Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een locatie waar met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of een verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een van de in het eerste lid bedoelde vormen van een horecazaak is toegestaan.

Artikel 3.84 Openingstijden ter plaatse van locaties waar een TAM-omgevingsplan in werking is getreden, afwijkmogelijkheden 1.

Waar een TAM-omgevingsplan in werking is getreden, is artikel 3.82 van overeenkomstige toepassing, voor zover in dat TAM-omgevingsplan een locatie is aangeduid met een van de in dat artikel bedoelde aanduidingen.

2.

In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid gelden de openingstijden, zoals opgenomen in het TAM-omgevingsplan.

3.

Artikel 3.82, zesde lid tot en met negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.85 Afwijkende openingstijden op in bijlage X aangegeven locaties 1.

In afwijking van artikel 3.82 tot en met artikel 3.84 geldt voor de in bijlage X aangegeven locaties dat het verboden is voor bezoekers geopend te zijn of bezoekers toe te laten op een ander tijdstip dan: a. op zondag tot en met donderdag van 09.00 tot 03.00 uur de dag erna; en b. op vrijdag en zaterdag van 09.00 tot 04.00 uur de dag erna.

2.

Artikel 3.82, zesde lid tot en met negende lid, en artikel 3.83, tweede tot en met vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing

Artikel 3.86 Overgangsregels openingstijden bij inwerkingtreding van deze subsubparagraaf 3.2.13.5.2

28

1.

Voor een horecazaak die op het moment van inwerkingtreding van subsubparagraaf 3.2.13.5.2 een exploitatievergunning horecabedrijf heeft, en de daarin opgenomen openingstijden zijn ruimer dan die welke gelden op grond van artikel 3.82, artikel 3.83, artikel 3.84 of artikel 3.86, gelden tot de dag drie jaar na inwerkingtreding van deze subsubparagraaf de openingstijden zoals vastgelegd in de exploitatievergunning horecabedrijf, zoals die gold op het moment van inwerkingtreding van deze subsubparagraaf.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien een nog geldend ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan, een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of een verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, beperktere openingstijden bevat. In dat geval gelden die openingstijden tot de dag drie jaar na inwerkingtreding van deze subsubparagraaf.

3.

Voor een horecazaak die op het moment van inwerkingtreding van subsubparagraaf 3.2.13.5.2 een exploitatievergunning horecabedrijf heeft, en de daarin opgenomen openingstijden zijn ruimer dan die welke gelden op grond van artikel 3.82, artikel 3.83, artikel 3.84 of artikel 3.86, kan met een maatwerkvoorschrift worden afgeweken van de openingstijden, bedoeld in artikel 3.82, artikel 3.83, artikel 3.84 of artikel 3.86.

4.

Het in het derde lid bedoelde maatwerkvoorschrift: a. dient door de exploitant te worden aangevraagd binnen de termijn van drie jaar, bedoeld in het eerste lid; b. bevat geen ruimere openingstijden dan zijn opgenomen in de exploitatievergunning horecabedrijf, bedoeld in het eerste lid; c. wordt alleen verleend indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag niet leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor het woon- en leefklimaat, waarbij het college betrekt de maatregelen die de aanvrager neemt om overlast in de omgeving te voorkomen, en, indien die er zijn, de ervaringen uit het verleden; d. bevat voor zover nodig aanvullende voorschriften om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen; e. is op naam gesteld van de exploitant, persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

5.

Voor zover binnen de termijn van drie jaar, bedoeld in het eerste lid, een volledige aanvraag is ingediend voor een maatwerkvoorschrift, bedoeld in het derde lid, dan blijven de openingstijden, bedoeld in het eerste lid, van toepassing tot het moment waarop op die aanvraag is beslist.

Subsubparagraaf 3.2.13.5.3 Uitzonderingen op de algemene openingstijden Artikel 3.87 Uitzondering openingstijden op bijzondere dagen 1.

In afwijking van subsubparagraaf 3.2.13.5.2 gelden de daarin opgenomen weekendopeningstijden ook: a. voor de nacht die volgt op eerste kerstdag, oudejaarsdag, eerste paasdag en eerste pinksterdag; b. voor de nacht voorafgaand aan Koningsdag.

2.

Voor zover met toepassing van artikel 3.91 ruimere openingstijden zijn toegestaan voor de vrijdag en zaterdag, zijn die afwijkende openingstijden in dat geval niet van toepassing

Artikel 3.88 Uitzondering openingstijden bij overgang naar zomertijd In de nacht dat de zomertijd ingaat mag een horecazaak die op het uur dat de zomertijd ingaat open mag zijn, één uur langer open blijven.

Artikel 3.89 Locatiegerichte beperking openingstijden [gereserveerd] [Gereserveerd]

Artikel 3.90 Beperking openingstijden middels maatwerkvoorschrift 1.

Met een maatwerkvoorschrift, bedoel in artikel 3.55, kunnen aan de in subsubparagraaf 3.2.13.5.2 bedoelde openingstijden beperkingen worden gesteld.

2.

Een in het eerste lid bedoelde beperking kan inhouden dat het uiterlijk tijdstip waarop de horecazaak: a. voor bezoekers gesloten moet zijn wordt vervroegd; of b. bezoekers mag binnenlaten wordt vervroegd.

Artikel 3.91 Maatwerkontheffing openingstijden middels maatwerkvoorschrift

29

1.

Ter plaatse van de aanduidingen 'gebruiksdoel: zware horeca' en 'fastfoodhoreca toegestaan' kan met een maatwerkvoorschrift voor zware horeca of fastfoodhoreca een verruiming van de in subsubparagraaf 3.2.13.5.2 bedoelde openingstijden worden toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' kan met een maatwerkvoorschrift een verruiming van de in subsubparagraaf 3.2.13.5.2 bedoelde openingstijden worden toegestaan voor: a. een nachtzaak, discotheek, club, zaalverhuur, partycentrum, en daarmee vergelijkbare vormen van horeca; b. een grillroom, snackbar, fastfood, kebab, cafetaria, shoarmatent of daarmee vergelijkbare vormen van horeca.

3.

Waar een TAM-omgevingsplan in werking is getreden, kan met een maatwerkvoorschrift een verruiming van de in subsubparagraaf 3.2.13.5.2 bedoelde openingstijden worden toegestaan op locaties waaraan in het TAM-omgevingsplan een aanduidingen 'gebruiksdoel: zware horeca' of 'fastfoodhoreca toegestaan' is gegeven.

4.

De in het eerste lid bedoelde ontheffing geldt voor de duur van maximaal vijf jaar, en kan telkens voor maximaal vijf jaar worden verlengd.

5.

Van de in eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt uitsluitend gebruik gemaakt als het verruimen van de openingstijden naar het oordeel van het bevoegd gezag niet leidt tot onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Bij die beoordeling betrekt het bevoegd gezag de maatregelen die de aanvrager neemt om overlast in de omgeving te voorkomen, en, indien die er zijn, de ervaringen uit het verleden.

6.

Het bevoegd gezag stelt bij toepassing van het eerste lid die voorschriften die nodig zijn om onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen.

7.

Bij toepassing van het eerste lid wordt bepaald wat de duur van de ontheffing is, voor welke dag of dagen van de week de ontheffing geldt en wat de dan van toepassing zijnde openingstijden zijn.

8.

Bij een verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. inzicht in de publiekaantrekkende werking en drukte bij openstelling in de bestaande situatie; b. inzicht in de hoeveelheid bezoekers rond sluitingstijd in de bestaande situatie; c. inzicht in de wijze van toegang; d. een bedrijfsplan, met daarin inzicht in: 1. de maatregelen die worden genomen om een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen; 2. de mate van bereikbaarheid, met daarbij ook inzicht in de aanwezigheid dan parkeergelegenheid, beschikbaarheid van openbaar vervoer gedurende de beoogde openingstijden en aanwezigheid van taxistandplaatsen; e. een onderbouwing van het verzoek, waarbij in elk geval wordt aangegeven waarom de afwijkmogelijkheden die artikel 3.82, 3.83 en 3.84 bieden, niet volstaan.

9.

Het tweede tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een locatie waar met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of een verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een van de in het tweede lid bedoelde vormen van een horecazaak is toegestaan.

Artikel 3.92 Afkoeluurtje In afwijking van subsubparagraaf 3.2.13.5.2 mag een horecazaak langer open blijven voor reeds aanwezige bezoekers, voor zover de burgemeester heeft besloten dat dit met het oog op de openbare orde en veiligheid nodig is, en onder de voorwaarden die daarbij zijn gesteld. CC Paragraaf 3.2.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 3.2.13 Ondergeschikte horeca-activiteiten [gereserveerd] [Gereserveerd] [Vervallen] DD Het opschrift van artikel 3.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.52 3.93 Hospitaverhuur en inwoning EE Het opschrift van artikel 3.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.53 3.94 Toepassingsbereik FF

30

Artikel 4.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.12 Uitzondering op de vergunningplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken, ruimtelijke regels over bouwwerken onverkort van toepassing

31

1.

Het verbod, bedoeld in artikel 4.7, geldt niet voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken als die activiteit betrekking heeft op: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. gelegen in achtererfgebied; 3. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4. niet hoger dan 5 m; 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. regels over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken als bedoeld in artikel 4.24 zijn, gelet op artikel 4.26, niet van toepassing; 2. voorzien van een plat dak; 3. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 4. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 5. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; d.

een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; e. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; f. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m; 2. op een erf of perceel waarop al een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die langs de voorkant van dat hoofdgebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied; g. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: 1. een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; h. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of i. een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2. geen uitbreiding van het bouwvolume; 3. geen toename van de bouwhoogte; en 4.

geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen; j. een tuinhuis, kas of berging ter plaatse van de aanduiding ‘gebruiksdoel: volkstuinpark’.

2.

Het eerste lid laat onverlet dat bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken die betrekking heeft op een bouwwerk, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan aan artikel 5.6.

3.

Onder de lijn, bedoeld in het eerste lid, onder f, onder 3, wordt verstaan de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend

openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen. 3 4. Onder de lijn, bedoeld in het eerste lid, onder f, onder 3o, wordt verstaan de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen. GG Het opschrift van subparagraaf 4.2.4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 4.2.4.7 Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebiedenter plaatse van de aanduiding 'nadere afweging geluid bij bouwplan noodzakelijk' HH Het opschrift van subparagraaf 4.2.4.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 4.2.4.13 4.2.4.14 Toets aan overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken II Het opschrift van artikel 4.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.86 4.89 Toets aan overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken JJ Subparagraaf 4.2.4.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 4.2.4.14 4.2.4.15 Overige vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten Artikel 4.87 4.90 Vergunningvoorschriften met betrekking tot de situering van vluchtwegen Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kunnen tevens voorschriften worden verbonden met betrekking tot de situering van vluchtwegen, voor zover uitvoering ervan redelijkerwijze mogelijk is en dit blijkens een advies van de Veiligheidsregio nodig is ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken.

Artikel 4.88 4.91 Aanvraagvereisten in verband met beoordeling hemelwaterberging

32

1.

Als de aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op een bouwwerk waarop paragraaf 4.4.2 van toepassing is, dan wordt een rapport verstrekt met informatie waaruit blijkt dat aan dat onderdeel wordt voldaan.

2.

Het rapport bevat in ieder geval de volgende informatie: a. een overzichtstekening en een profieltekening met maatvoering en hoogtes op schaal, welke aangeeft wat de verschillende dakoppervlakken en locatie van de te treffen maatregelen zijn; b. een systeembeschrijving, in de vorm van tekst of een schematische weergave, welke aangeeft hoe de verschillende dakoppervlakken worden verbonden met de maatregelen voor hemelwaterverwerking; en c. een totaalberekening welke aantoont hoe de hemelwaterbergingseis wordt behaald door op te geven welke oplossing wordt toegepast.

Artikel 4.89 4.92 Overgangsbepaling: vergunningvoorschriften over archeologische monumentenzorg 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat als dat in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is bepaald, aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften kunnen worden verbonden.

2.

Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.

Artikel 4.93 Verplaatst naar artikel 1.6 [Gereserveerd] KK Het opschrift van artikel 4.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.91 4.94 Toepassingsbereik en oogmerk LL Het opschrift van artikel 4.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.92 4.95 Uitgestelde toepassing MM Het opschrift van artikel 4.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.93 4.96 Vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit slopen binnen een beschermd gezicht NN Het opschrift van artikel 4.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.94 4.97 Uitzonderingen op de vergunningplicht OO Het opschrift van artikel 4.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.95 4.98 Beoordelingsregels

33

PP Het opschrift van artikel 4.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.96 4.99 Advies gemeentelijke Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam QQ Het opschrift van artikel 4.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.97 4.100 Aanvraagvereisten RR Het opschrift van artikel 4.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.98 4.101 Vergunningvoorschriften SS Paragraaf 4.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 4.3.2 4.3.3 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit slopen geluidwerende eerstelijnsbebouwing [gereserveerd] Artikel 4.99 4.109 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 4.100 4.110 Gereserveerd [Gereserveerd] TT Het opschrift van artikel 4.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.108 4.111 Repressief toezicht op het uiterlijk van bouwwerken met het oog op een goede omgevingskwaliteit UU Het opschrift van artikel 4.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.109 4.112 Maatwerkvoorschriften VV Het opschrift van artikel 4.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.110 4.113 Toepassingsbereik

34

WW Het opschrift van artikel 4.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.111 4.114 Begripsbepaling XX Het opschrift van artikel 4.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.112 4.115 Verbod op lozen zonder waterberging YY Het opschrift van artikel 4.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.113 4.116 Vereisten hemelwaterberging ZZ Het opschrift van artikel 4.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.114 4.117 Aanwijzing brandvoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste en tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. AAA Het opschrift van artikel 4.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.115 4.118 Aanwijzing explosievoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving BBB Het opschrift van artikel 4.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.116 4.119 Aanwijzing waarde gezamenlijk geluid CCC Artikel 4.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 4.117 4.120 Aanwijzing niet-geluidgevoelige gevel als bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving

35

1.

Een gebouw ter plaatse van de aanduiding 'geluidgevoelig gebouw met niet-geluidgevoelige gevel' is een geluidgevoelig gebouw met niet-geluidgevoelige gevel.

2.

De gevel ter plaatse van de aanduiding 'niet-geluidgevoelige gevel’ is een niet-geluidgevoelige gevel, bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag met niet-geluidgevoelige gevel' geldt dat het eerste lid alleen van toepassing is op de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

4.

Voor zover met artikel 4.1184.121 een gevel is aangewezen als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, geldt de gevel als een niet-geluidgevoelige gevel, bedoeld in artikel 4.103b, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

DDD Artikel 5.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.76 4.121 Aanwijzing niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen 1.

De gevel ter plaatse van de aanduiding 'niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen' is een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, bedoeld in artikel 4.103b, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

2.

Voor zover subparagraaf 4.2.4.7 van toepassing is, is als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving tevens aangewezen een gevel waarover met toepassing van artikel 4.51, tweede lid, in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken het voorschrift is verbonden dat het een nietgeluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is.

4 3. Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag met niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen' geldt dat het eerste lid alleen van toepassing is op de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen. EEE Artikel 5.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 5.10 Beperkingen vanwege cultureel erfgoed 1.

Artikel 5.8 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of b. op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de aanduiding 'rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht' of de aanduiding 'gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht' is gegeven, tenzij het betreft een erfafscheiding, bedoelt in artikel 5.8, onder b, op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, mits dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd.

2.

Artikel 5.8, onder b, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de aanduiding 'rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht' of de aanduiding 'gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht' is gegeven, tenzij het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

2 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. 3 4. Het derde lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

36

b.

als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

FFF Het opschrift van afdeling 6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Afdeling 6.4 VERGUNNINGPLICHTIGE AANLEGACTIVITEITEN TER PLAATSE VAN DE AANDUIDING 'BESCHERMINGSZONE ONDERGRONDSE HOOGSPANNINGSVERBINDINGENHOOGSPANNINGSVERBINDING' GGG Artikel 9.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.27 Gegevens en bescheiden op industrieterrein met geluidproductieplafonds 1.

Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 9.28, of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

4 3. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

5 4. Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college. HHH Artikel 9.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.28 Onderzoek en toezenden rapport 1.

37

In ieder geval in de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht: a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken aan motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen; b. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; c. bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; d. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken;

e. f. g.

bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; en als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat: 1. in enige ruimte op de locatie waar de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: I. 70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of II. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder I; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.

2.

Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.

3.

Er wordt ook een geluidonderzoek verricht als de volgende activiteiten worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld: a. het gelijktijdig in gebruik hebben van een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren met een gezamenlijk geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer, waarbij bij het bepalen van het gezamenlijk vermogen buiten beschouwing blijven: 1. elektromotoren en verbrandingsmotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; 2. elektromotoren en verbrandingsmotoren die tijdelijk aanwezig zijn; 3. elektromotoren die in een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een woonfunctie voor dat gebouw worden gebruikt; en 4. elektromotoren van bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen; en b. het gebruiken van niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer.

3 4. Uit het rapport van het geluidonderzoek blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen wat de geluidbelasting is en of daarmee aan de waarden, bedoeld in dit Omgevingsplan of de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift wordt voldaan. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen en/of maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden worden overschreden en wanneer deze worden getroffen. 4 5. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit als bedoeld in lid 1 en 3 wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in dit artikel, verstrekt aan het bevoegd gezag. 5 6. Dit artikel is niet van toepassing als artikel 9.8 van toepassing is. III Het opschrift van artikel 9.367 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.367 9.371 Toepassingsbereik JJJ Het opschrift van artikel 9.368 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.368 9.372 Nazorg na afloop van saneren van de bodem en bij toevalvondst KKK Het opschrift van artikel 9.369 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.369 9.373 Toepassingsbereik

38

LLL Het opschrift van artikel 9.370 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.370 9.374 Bodem: omgaan met ernstige bodemverontreiniging bij uitvoeren activiteit MMM Het opschrift van artikel 22.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.7 Repressief welstand [vervangen door artikel 4.1084.111] NNN Het opschrift van artikel 22.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [vervangen door artikel 4.894.92]

39

OOO Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Begripsbepalingen aanbieden van een dansvloer

bedrijfsmatig inrichten of gebruiken van (een deel van) de ruimte als dansvloer, wat zich uit door bijvoorbeeld het structureel of regelmatig (deels) ontbreken van de aanwezigheid van tafels en stoelen, de aanwezigheid van een podium, dj, reclame/adverteren, kaartverkoop of entreeheffing en/of programmering.

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarnaar in de regels wordt verwezen, en waarmee in samenhang met die regeltekst regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

aanlegactiviteit

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ongeacht of die werkzaamheden plaatsvinden in het kader van het realiseren van een bouwwerk.

aanlegactiviteit archeologische beschermingszone

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van dit omgevingsplan.

aanlegactiviteit belemmeringengebied buisleiding met gevaarlijke stoffen

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.22, eerste lid, van dit omgevingsplan.

aanlegactiviteit beschermd stads- of dorpsgezicht

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.29, eerste lid, van dit omgevingsplan.

aanlegactiviteit beschermingszone aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, van dit bovengrondse hoogspanningsverbinding omgevingsplan. aanlegactiviteit beschermingszone aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, van dit ondergrondse hoogspanningsverbinding omgevingsplan.

40

aanlegactiviteit hoofdgroenstructuur

aanlegactiviteit, bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, van dit omgevingsplan.

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

een cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet, als bedrijventerrein bestemd gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein

additionele horeca

al dan niet zelfstandig geëxploiteerde horeca-activiteit, die ondergeschikt en ondersteunend is aan een andere hoofdactiviteit dan een horecazaak, en die geen zelfstandige bezoekersstromen trekt.

agrarisch bedrijf

een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij, houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen.

ambachtelijk bedrijf

bedrijf dat goederen geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigt, bewerkt of herstelt naar ander gebruik.

ambulante handel

straathandel, uitgeoefend op een markt of op een staanof ligplaats ambulante handel buiten de markt, niet zijnde venten.

AS SIKB 2000

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018.

bebouwingsgebied

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.

Bed and Breakfast

het tegen betaling in gebruik geven van: a. een ruimte binnen een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte; b. bij zelfstandige woonruimte behorende opstallen voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte.

bedrijfswoning

een woning die gezien ligging en functie bedoeld is voor de huisvesting van personen wier aanwezigheid gelet op het gebruiksdoel van een gebouw of terrein noodzakelijk is.

Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam Amsterdam zoals die is vastgesteld en bekendgemaakt door het college, en geldt op het moment waarop een vergunningaanvraag wordt gedaan.

41

Besluit activiteiten leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

Besluit bouwwerken leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

Besluit kwaliteit leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

bestaande bouwhoogte

de bestaande bouwhoogte van elk afzonderlijk punt van het legaal gebouwd bestaand gebouw.

bevoegd gezag

het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen.

bijgebouw

een op het bij een hoofdgebouw behorend erf gerealiseerd gebouw dat niet zoals een aanbouw of uitbouw in directe verbinding staat met het hoofdgebouw door bijvoorbeeld een opening of deur.

bijna-geluidluwe gevel

een gevel waarop het berekende geluid niet hoger is dan de standaardwaarde plus daarbij opgeteld 3dB.

bijzondere bouwlagen

kelder, souterrain, kap of dakopbouw.

bouwlaag

doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond, en met uitsluiting van bijzondere bouwlagen.

bovengronds gebouw

gebouw of gedeelte van een gebouw, gelegen boven maaiveld.

BRL SIKB 2000

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013.

BRL SIKB 7000

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015

buisleiding met gevaarlijke stoffen

buisleiding als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

buisleiding voor warm water of stoom

buisleiding als bedoeld in artikel 2.29, onder p, onder 4o, onder ii, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

buurtcentrum

voor publiek toegankelijk gebouw waar sociaal-culturele activiteiten worden gefaciliteerd en georganiseerd voor met name buurtbewoners.

casino

speelcasino als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen.

college

college van burgemeester en wethouders

consumentgerichte dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten met rechtstreeks contact aan consumenten, zoals bankfilialen met hoofdzakelijk een baliefunctie, reisbureaus, kappers, nagelstudio’s en naar de aard daarmee te vergelijken vormen van dienstverlening.

culturele voorziening a. b. c. d.

42

theater of concertzaal; museum of expositieruimte; bioscoop of filmhuis; en debatcentrum.

dagmarkt

markt die ten minste vier dagen per week wordt gehouden.

dakopbouw

een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak of een toevoeging aan een plat dak.

darkstore

vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een (opslag)ruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. De bezorging van op locatie bereide maaltijden valt niet onder deze vorm van bedrijfsvoering.

debatcentrum

voor publiek toegankelijke instelling die in hoofdzaak is gericht op het organiseren van debatten.

detailhandel

het bedrijfsmatig ter plekke te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van goederen aan consumenten. Onder detailhandel wordt niet verstaan een onderneming die in hoofdzaak is gericht op het ter plekke te koop aanbiedenbedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide, etenswaren en gereedgemaakte dranken voor directe consumptie bedoelde fastfoodproductenin de directe omgeving van de zaak.

Erfgoedverordening Amsterdam

Erfgoedverordening van Amsterdam, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2015, gemeenteblad 2015, nr. 301/1388.

evenement

een evenement, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de Gemeente Amsterdam.

evenementenlocatie

een locatie in de openbare ruimte bedoeld voor het met enige regelmaat houden van evenementen.

exploitatievergunning horecabedrijf

vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf, bedoeld i artikel 3.8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008.

faciliteit gericht op spel en vermaak

bowlingbaan, minigolf, speelparadijs, gamehal, arcadehal, gelegenheid voor laser-gamen, escaperoom, biljart- en snookerzaal, speel- en spelvoorziening, activiteit gericht op belevingen, en naar de aard daarmee te vergelijken faciliteiten en voorzieningen, niet zijnde een elders in deze paragraaf of elders in deze afdeling specifiek genoemde voorziening of faciliteit.

faciliteit op het gebied van ontspanning faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak, uiten vermaak sluitend zijnde een: a. faciliteit gericht op spel en vermaak; b. kartbaan; c. dierentuin; d. speelautomatenhal; e. casino; of f. wellness.

43

fastfoodhoreca

een horecazaak gericht op: a. het bedrijfsmatig verstrekken van vooral eenvoudige en snel bereide etenswaren, voor directe consumptie in de horecazaak, en die zich kenmerkt door: 1. snelle service, vaak aan de toonbank, zelfbediening is gebruikelijk, net als gebruik van wegwerpservies en wegwerpbestek, of helemaal geen servies en bestek; 2. veel in- en uitgaande beweging, minder nadruk op langdurig zitten; of b. het bedrijfsmatig verstrekken van vooral eenvoudige en snel bereide etenswaren en dranken voor directe consumptie in de directe omgeving van de horecazaak.

garagebox

gebouw, in hoofdzaak bedoeld voor het stallen van vervoersmiddelen.

gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG)

gemiddeld hoogste grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.61, eerste lid.

gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG)

gemiddeld hoogste grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.61, tweede lid.

geurgevoelig gebouw

een gebouw als bedoeld in artikel 9.84 van dit omgevingsplan.

grootschalige detailhandelsvestiging

een detailhandelsvestiging met een winkelvloeroppervlak van minimaal 1.500 m2 per bedrijfsvestiging in één branche.

horeca-activiteit

een activiteit waarbij bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse dranken worden geschonken of etenswaren worden bereid of verstrekt, met uitzondering van het bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse verstrekken van dranken of bereiden en verstrekken van etenswaren aan diegenen die in een hotel of bed & breakfast overnachten.

horecaterras

buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecazaak dat als zodanig herkenbaar is als een gelegenheid waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras.

horecazaak

bedrijf, in hoofdzaak gericht op het uitoefenen van een horeca-activiteit.

hotel

onderneming gericht op het bedrijfsmatig aanbieden van faciliteiten ten behoeve van overnachten voor recreatief of zakelijk verblijf in een gebouw, voor de duur van 1 dag tot en met 12 maanden, anders dan op een kampeerterrein of vakantiepark, met inbegrip van bijbehorende faciliteiten voor hotelgasten en congresfaciliteiten. Onder, waarbij onder een hotel wordt niet verstaan het gebruik van woonruimte of de daarbij behorende opstallen voor bed & breakfast, short stay of vakantieverhuur.wordt verstaan: a.

b.

44

het bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse verstrekken van dranken of bereiden en verstrekken van etenswaren aan anderen dan diegenen die in het hotel overnachten; het gebruik van woonruimte of de daarbij behorende opstallen voor bed & breakfast, short stay of vakantieverhuur.

Huisvestingsverordening

Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

intensieve veehouderij

een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat slacht-, fok, leg-, pels- of melkdieren houdt, zonder of nagenoeg zonder weidegang of vrije uitloop, met uitzondering van veehouderij waarin producten worden vervaardigd die gecertificeerd zijn volgens in Nederland geldende regelgeving van de Europese Unie voor biologische producten en met uitzondering van viskwekerij.

ISO 11423-1

ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997

kantoorvloer

een ruimte, die hoofdzakelijk is ingericht voor bureauwerkzaamheden

kap

bouwlaag waarvan de dakconstructie bestaat uit ten minste één hellend dakvlak.

kas

bouwwerk van hoofdzakelijk glas of ander lichtdoorlatend materiaal, bedoeld voor de teelt van assimilerende organismen.

kelder

bouwlaag, waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,50 meter boven het gemiddeld aangrenzende straatpeil is gelegen.

kinderopvang

het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, zoals dat plaatsvindt in een kindercentrum, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, en naar de aard daarmee vergelijkbare activiteiten, niet zijnde opvang aan huis.

kunstijsbaan

een al dan niet overdekte voorziening voor het beoefenen van sport op kunstijs.

Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie

De kwaliteitsnorm zoals opgenomen in de landelijke richtlijn voor archeologisch onderzoek, bedoeld in artikel 5.5, onder b, van de Erfgoedwet.

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1. rundvee tot 24 maanden; 2. kalkoenen; 3. eenden; of 4. parelhoenders;

45

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

Landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren

lichte horeca

een horecazaak, niet zijnde fastfoodhoreca, gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren en/of niet-alcoholhoudende dranken voor directe consumptie in de horecazaak.

lokale spoorweg

spoorweg die krachtens artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor als zodanig is aangewezen.

loketverkoop

het verkopen van goederen of eetwaren vanuit de gevel van een gebouw gelegen aan de openbare weg.

Luchthavenindelingbesluit Schiphol

Besluit van 26 november 2002 tot vaststelling van een luchthavenindelingbesluit voor de luchthaven Schiphol.

maatschappelijke dienstverlening

Het verlenen van publieksgerichte diensten of het bieden van voorzieningen op het gebied van educatie, onderwijs, welzijn, gezondheidszorg, levensbeschouwing en bijzondere overheidsvoorzieningen. Onder maatschappelijke dienstverlening vallen in elk geval: a. instellingen gericht op het geven van basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger beroeps en universitair onderwijs, en instellingen gericht op het geven van avondonderwijs; b. ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare medische centra; c. overige voorzieningen voor medische zorgverlening zoals huisartsenposten, GGZ-instellingen, revalidatiecentra, tandartsen- of fysiotherapiepraktijken, dierenartspraktijken; d. overige dienstverlening op het gebied van zorg en welzijn zoals een verpleeghuis, een verzorgingshuisconsultatiebureaus, apotheken, afkickklinieken, jeugdzorginstelling, dak- en thuislozenopvang, drugsopvang, asielzoekerscentra; e. bijzondere overheidsvoorzieningen zoals een justitiële inrichting, kazerne, en uitrukpost; f. overige voorzieningen op het gebied van maatschappelijke dienstverlening zoals een buurtcentrum, bibliotheek, kinderopvang, muziek- en dansschool, oefenstudio, religieuze instelling en school(werk)tuin.

manege

bedrijf gericht op het lesgeven in paardrijden aan derden en daarvoor paarden houdt.

mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaalmedisch adviseur kan worden aangetoond.

markt

markt, zoals bedoeld in de Marktverordening.

marktplaats

marktplaats, zoals bedoeld in de Marktverordening.

middelzware horeca

een horecazaak gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren en/of al dan niet alcoholhoudende dranken voor directe consumptie in de horecazaak, waarbij muziek ten gehore wordt gebracht met een geluidsniveau hoger dan 77 dB(A).

46

mini-supermarkt

een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht, met een maximum winkelvloeroppervlak van 300 m2.

museum of expositieruimte

voor het publiek toegankelijke instelling waar materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving op het gebied van kunst, cultuur, historie en techniek worden verzameld, bewaard, onderzocht en/of tentoongesteld, en waarbij informatie wordt verstrekt voor studie, educatie en/of recreatie.

muziek- en dansschool

instelling gericht op het bieden van onderwijs, niet zijnde onderwijs als bedoeld in subparagraaf 2.3.2.1, in hoofdzaak gericht op muziek, dans en kleinkunst, en daarmee vergelijkbare instellingen.

muziekevenement

evenement dat als primair doel heeft het ten gehore brengen van muziek, waarbij sprake is van een geluidbelasting vanwege het evenement op één of meer geluidgevoelige gevels van meer dan 75dB(C).

NEN 5725

NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.

NEN 5740

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.

NEN 6090

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.

NEN 6589

NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019

NEN 6965

NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006

NEN-EN 858-1/A1

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.

NEN-EN 858-2

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005.

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006.

47

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016.

NEN-EN 12673

NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999

NEN-EN 16693

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015.

NEN-EN-ISO 2813

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000

NEN-EN-ISO 9562

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997

NEN-EN-ISO 10523

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.

NEN-EN-ISO 14403-1

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012

NEN-EN-ISO 14403-2

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012.

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003.

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003

NEN-EN-ISO 17294-2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17025787/1