CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Voortgangsrapportage Sprong over het IJ juli2019-juni2020.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voortgangsrapportage Sprong over het IJ juli 2019 t/m juni 2020 (ZD2021-000380)12.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sprong over het IJ Koerswijziging in zicht Voortgangsrapportage juli 2019 – juni 2020

Inhoud 1 Inleiding

5

2 Snel, gemakkelijk en veilig naar de overkant  2.1 Sprong over het IJ  2.1.1 Voorkeursbesluit 2.1.2 Adaptieve aanpak 2.1.3 Crisis- en herstelwet 2.1.4 Huidige programmaorganisatie en samenwerking met Rijk en partners 2.2 Meetresultaten drukte rond het IJ 2.3 Effect van corona 2.4 Prognose reizigersontwikkeling IJ-veren 2.5 Koerswijziging in zicht

6 6 6 6 7 7 9 13 15 16

3 Voortgang  3.1 Maatregel 1: Intensiveren van de veerverbindingen en verleggen IJpleinveer 3.1.1 Meer en grotere veren 3.1.2 Fietsbrug Noordhollandsch Kanaal 3.1.3 Verplaatsing pontplein IJpleinveer zuidzijde 3.1.4 Oplossing ligplekken drie riviercruiseschepen De Ruijterkade Oost 3.2 Maatregel 2: metrostation Sixhaven 3.3 Maatregelen 3, 4 en 5 3.4 Advies Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam 3.5 Raakvlakprojecten

17 17 17 19 21 23 23 25 26 30

4 Financiële voortgang 4.1 Programma 4.2 Maatregelen

33 33 34

5 Risicomanagement 5.1 Programma 5.2 Maatregelen 5.2.1 Maatregel 1a: Meer en grotere veren 5.2.2 Maatregel 1b: Fietsbrug Noordhollandsch Kanaal 5.2.3 Maatregel 1c: Verplaatsing pontplein IJpleinveer zuidzijde 5.2.4 Maatregel 2: Metrostation Sixhaven 5.3 Tegenspraak 

36 36 37 37 37 38 38 40

6 Conclusie

41

Colofon Wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ordening) Sharon Dijksma (Water en Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit) Ambtelijk opdrachtgever Sprong over het IJ Esseline Schieven (directeur Verkeer en Openbare Ruimte) Programmamanager Sprong over het IJ Frodo Bosman Projectmanagement Wouter Haver, Lian Kosse, Frank Ebbink (in opdracht van V&OR), Cliff Krijnen (in opdracht van MET), Meret Muntinga, Dimitri Frenken (in opdracht van R&D) Advies Johannes Beuckens (V&OR), Martijn van Vliet (EZ), Arjan Klok , Marit van Waarde (R&D), Riske Akkerman (Communicatie), Leendert Kwak (PMB), Maurice Stuifbergen (IB) www.amsterdam.nl/sprongoverhetij

4 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

1. Inleiding Voor u ligt de derde voortgangsrapportage van het programma Sprong over het IJ. Deze rapportage gaat over de periode juli 2019 tot en met juni 2020. De subtitel van deze rapportage is anders dan die van de voorgaande jaren. Er is zicht op een koerswijziging. De onafhankelijke adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam heeft haar eindadvies opgeleverd en dat wijkt af van het voorkeursbesluit Sprong over het IJ. Zowel Rijk als gemeente gaan het advies bestuderen en hebben als doel om hierover bestuurlijke afspraken te maken in het najaar van 2020. Deze jaarlijkse rapportage beschrijft de voortgang van de activiteiten die gericht zijn op de verbetering van de oversteek over het IJ. Kort wordt eerst het voorkeursbesluit Sprong over het IJ uit 2017 beschreven, het bestuurlijke kader. Middels het jaarlijkse dashboard wordt een actueel beeld gegeven van de drukte op en rond het IJ. Vervolgens worden de effecten van corona op de oversteek over het IJ beschreven, waarbij de tijdelijke maatregelen worden toegelicht. Dan wordt de voortgang van de eerste twee maatregelen van de Sprong over het IJ geschetst. De activiteiten en het proces rond de adviescommissie worden toegelicht. Ten slotte wordt de stand van zaken van de financiën en de ontwikkeling van de risico’s geschetst.

De rapportage voldoet hiermee aan de vereisten van de regeling risicovolle projecten, waar Sprong over het IJ binnen valt. Deze rapportage wordt afgesloten met een conclusie.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 5

2. Snel, gemakkelijk en veilig naar de overkant In dit hoofdstuk wordt context gegeven. Het voorkeursbesluit Sprong over het IJ uit juli 2017 wordt samengevat. Er wordt geschetst hoe de drukte op en rond het IJ zich ontwikkelt. De gevolgen van corona komen in beeld. En er wordt een doorkijk gegeven naar een koerswijziging.

2.1

Sprong over het IJ

Vanuit het programma Sprong over het IJ wordt gestuurd op het doel: snel, gemakkelijk en veilig naar de overkant. Het gemeentelijk werk van de instelling en facilitering van de onafhankelijke adviescommissie werd ook aangestuurd vanuit het programmamanagement Sprong over het IJ. 2.1.1 Voorkeursbesluit In juli 2017 heeft de gemeenteraad het definitief voorkeursbesluit Sprong over het IJ genomen. Dit besluit bestaat uit een pakket van vijf maatregelen, met als doel om snel, gemakkelijk en veilig over het IJ te kunnen blijven gaan. Maatregel 1: Intensiveren van de veerverbindingen en verleggen van het IJpleinveer Maatregel 2: Metrostation Sixhaven Maatregel 3: Javabrug Maatregel 4: Stenen Hoofdverbinding Maatregel 5: Voetgangerspassage CS Om de groei van het fietsverkeer op te vangen, moeten fietsers meer gespreid de oversteek maken. Daarom is ervoor gekozen om twee vaste oeververbindingen in respectievelijk Oost en West te maken: als eerste bij de kop van het Java-eiland en later bij het Stenen Hoofd. Besloten is om direct na het definitief voorkeursbesluit voorbereidingen te treffen voor de eerste drie maatregelen: verbeteren van de veerverbindingen in het centrale deel van het IJ, metrostation Sixhaven en de Javabrug.

2.1.2 Adaptieve aanpak De gemeenteraad heeft een voorkeur uitgesproken voor de uit te voeren maatregelen binnen het pakket Sprong over het IJ, maar als ontwikkelingen in de stad daar aanleiding toe geven kan er worden bijgestuurd. Hierbij wordt voortdurend gestuurd op het doel van het programma: snel, gemakkelijk en veilig naar de overkant. Om uit de impasse over de Javabrug te komen, is een onafhankelijke commissie onder leiding van Alexander D’Hooghe in het leven geroepen en is gevraagd een advies uit te brengen over vaste oeververbindingen over of onder de Rijkswateren van Amsterdam.

6 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

De vijf maatregelen uit het definitief voorkeursbesluit Sprong over het IJ (2017)

Dit najaar worden afspraken gemaakt over het advies tussen Rijk en gemeente. Onderdeel hiervan zijn procesafspraken over het vervolg. Op basis van die afspraken kunnen planningen voor projecten worden vastgesteld. 2.1.3 Crisis- en herstelwet Op 13 februari 2020 is het Besluit tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (negentiende tranche) in werking getreden. Hiermee is de Sprong over het IJ opgenomen in bijlage II van de Crisis- en herstelwet. De Crisis- en herstelwet zorgt ervoor, dat een mogelijk beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan bij de Raad van State een half jaar minder lang hoeft te duren en daarmee eerder duidelijkheid wordt verkregen over de onherroepelijkheid van het bestemmingsplan. 2.1.4 Huidige programmaorganisatie en samenwerking met Rijk en partners Programmaorganisatie gemeente Binnen de programmaorganisatie van Sprong over het IJ wordt gestuurd op de samenhang van de projecten. Er zijn verschillende projecten verdeeld over vier directies. Deze opdrachtgevers komen samen in het Afstemmingsoverleg IJ. De directeur van de Vervoerregio Amsterdam neemt hier aan deel. In dit Afstemmingsoverleg IJ wordt ook gestuurd op de relatie met andere relevante ontwikkelingen, zoals het mobiliteitsplan Oost, het initiatief voor een kabelbaan over het IJ en de ontwikkeling van Haven-Stad.

De ambtelijk directeuren stemmen af met belangrijke stakeholders in het Directeurenoverleg IJ, waaraan deelnemen: de Provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, het ministerie van IenW, Port of Amsterdam, het Centraal Nautisch Beheer en de Vervoerregio Amsterdam. Bestuurlijk opdrachtgever voor het programma is de wethouder Ruimtelijke Ordening. Wethouder Verkeer en Vervoer is bestuurlijk opdrachtgever van verschillende projecten binnen het programma. Wethouder Economische Zaken en Haven is agenda-lid van de bestuurlijke afstemming.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 7

College en Raad Bestuurlijk OG

Ambtelijk OG

Bestuurlijke afstemming RO

Ambtelijke afstemming opdrachtgever

R&D

Diverse thematische overleggen en teams*

Rapportage

Tempo

Team Sprong

Afstemmingsoverleg R&D EZ V&OR MeT G&O VRA

Directeurenoverleg Port of Amsterdam Rijkswaterstaat Provincie Noord-Holland Centraal Nautisch Beheer Ministerie van I&W

Projecten Maatregel 1, vier projecten (V&OR) Maatregel 2 (MeT)

Raakvlakken Gebiedsontwikkeling Sixhaven (G&O) Beleid Zeecruise (Noordzeekanaal) Beleid Riviercruise (R&D)

Samenhang en raakvlakken

Opgave Sprong Snel, gemakkelijk en veilig naar de overkant

Ontzorgen

Portefeuilles (agendalid) Economische zaken Haven

Besluiten

Programma manager

Programma staf

Portefeuilles Ruimtelijke Ordening Verkeer en vervoer

Strategische communicatie

Effect monitoring

Advies oeververbindingen**

* Ruimtelijk Advies Team Juridisch Advies Team Werkgroep Control Werkgroep Planning Werkgroep Communicatie **Apart organogram beschikbaar

Organogram programma Sprong over het IJ

Samenwerking tussen Rijk, gemeente en partners Het adviestraject kent een andere organisatiestructuur dan Sprong over het IJ. Voor het opdrachtgeverschap aan de onafhankelijke adviescommissie werken Rijk (ministerie van IenW/RWS) en gemeente intensief samen. Rijkswaterstaat is het uitvoerende orgaan van het ministerie en voert de beleidsdoelen van IenW uit. Hierbij worden de partners ook weer nauw betrokken (provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam, Port of Amsterdam, Centraal Nautisch Beheer).

8 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Bestuurlijk

Rijk

Adviestraject

Stad

Tweede Kamer

Gemeenteraad

Minister

Bestuurlijk Overleg Stad-Rijk

B&W Driedubbele staf Sprong

DG RWS

DGLM

DGMo

Adviescommissie Opdrachtgevers Overleg Stad-Rijk

Ambtelijk

Bestuursstaf RWS

Proces MIRT DG = Directoraat-Generaal LM = Luchtvaart en Maritiem Mo = Mobiliteit BO = Bestuurlijk Overleg MIRT = Meerjaren Investeringsprogramma Ruimte en Transport NZKG = Noorzeekanaalgebied RWS = Rijkswaterstaat BZK = Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties EZK = Econom. Zaken en Klimaat PNH = Provincie Noord-Holland VRA = Vervoersregio Amsterdam CNB = Centraal Nautisch Beheer HBA = Havenbedrijf Amsterdam

Afstemmingsoverleg IJ

Gerelateerde projecten/ programma’s

Afstemming

Projectbureau NZKG

Overige stakeholders

Directeuren Overleg Stad, Rijk en partners* Gebiedsteam MIRT NW (incl. BZK en EZK)

Werkgroep Stad, Rijk en partners*

Kernteam Stad-Rijk

Werkgroep Communicatie, Stad, Rijk en partners*

* Partners zijn: PNH, VRA, CNB en HBA

Organogram Advies Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam

2.2

Meetresultaten drukte rond het IJ

Het is het belangrijk om te benadrukken dat de huidige situatie met COVID-19 geen effect heeft gehad op de cijfers die zijn opgenomen in onderstaande analyse en het grafische dashboard. Deze cijfers hebben namelijk betrekking op de jaren 2018/2019 en voor de veren nog wat meer actuele gegevens (elk jaar worden de meest actuele beschikbare cijfers gebruikt voor deze voortgangsrapportage). Over het effect van corona op de oversteek is een korte paragraaf opgenomen. Voor de toekomstige jaren zullen de cijfers er anders uit zien, en zal een uitgebreide analyse de impact van corona inzichtelijk moeten maken. In het kader van de besluitvorming Sprong over het IJ is besloten om de ontwikkelingen in drukte en mogelijke oorzaken te monitoren en te analyseren of deze afwijken van verwachtingen en uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het voorkeursbesluit uit 2017. Voor dat voorkeursbesluit was een laag en een hoog groeiscenario gehanteerd. Er is een dashboard ontwikkeld wat de ontwikkelingen weergeeft voor enkele kernthema’s en gebieden. In 2018 is het eerste dashboard opgeleverd met gegevens over de jaren 2016/2017. Vorig jaar is dit dashboard geactualiseerd met cijfers van 2018 ten opzichte van 2017. We presenteren nu weer een update met dezelfde indicatoren. De statistieken zijn verzameld uit verschillende bronnen (o.a. OIS, CBS, Primavera, cijfers Veren en Vervoerregio Amsterdam).

Hieronder geven we een algemene interpretatie per juni 2020, daarna benoemen we meer in detail de ontwikkelingen voor een aantal kernthema’s die in het dashboard zijn opgenomen.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 9

De uitgevoerde actualisatie is interessant omdat voor het eerst cijfers beschikbaar zijn van een heel jaar Noord/Zuidlijn. Het lijkt erop dat in het eerste jaar van de Noord/ Zuidlijn (en verandering van het busnetwerk) meer mensen met deze metrolijn zijn gegaan (groei van 11% t.o.v. 2018) en dat dit ten koste is gegaan van het gebruik van de veren waar een daling zichtbaar is ten opzichte van 2018 (in voorgaande jaren altijd groei). Voor de andere indicatoren is sprake van groei ten opzichte van 2018, maar niet altijd harder dan de voorgaande jaren. Het is dus moeilijk te zeggen of het echt drukker is geworden op en rond het IJ. Hieronder volgt per indicator meer detail en interpretatie.

Dashboard Sprong over het IJ, juni 2018- juli 2019

10 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Ontwikkelingen veren Voorgaande jaren is het gebruik van de veren gedurende ongeveer 2 weken in september gemeten. In september 2018 was een groei van 8% vastgesteld, ten opzichte van september 2017. Recentelijk zijn data uit camera’s van continue metingen beschikbaar gekomen. Er is nu meer informatie dan in voorgaande voortgangsrapportages. Voor de veren Buiksloterweg en IJplein1 zijn de weken 25 t/m 52 van 2018 vergeleken met diezelfde weken in 2019. Hierin was een afname van 9% te zien. Er is een grotere afname in de weekdagen dan in de weekenddagen. Verklaringen voor deze afname kunnen zijn de ingebruikname van de Noord/Zuidlijn per 22 juli 2018 (=week 25) en het daarmee veranderde GVB-netwerk. Er zullen pontreizigers zijn overgestapt op de metro. Echter het weer was ook minder goed in de tweede helft van 2019 dan in de tweede helft van 2018. Van juli 2019 tot en met juni 2020 hebben in totaal ruim 20 miljoen reizigers meegevaren op de IJ-veren. Dit is exclusief de extra inzet van evenementenveren, bijvoorbeeld tijdens ADE 2019. Het komt neer op 26,4 miljoen personenequivalenten. Dit is een maat waarmee drukte op de veren kan worden ingeschat, waarbij een voetganger 1x meetelt, een fietser 2x en een brommobiel 4x. Ten opzichte van dezelfde periode in 2018/2019 is er een daling van 27% van het aantal reizigers, zoals te zien is in onderstaande grafiek.

Het COVID-19-virus is de belangrijkste oorzaak van de daling. Ook voorafgaand aan het coronavirus was er een krimp te zien in het aantal reizigers ten opzichte van een jaar eerder. In het najaar van 2019 is er een sterkere daling dan verwacht geweest van het aantal reizigers op de centrale veren. Omdat er dit jaar meer informatie beschikbaar is dan vorig jaar, wordt hieronder een meer gedetailleerd beeld geschetst. 2019 - 2020

2018 - 2019 3.000.000

2.500.000

2.000.000

1.500.000

1.000.000

500.000 0

jul

aug

sep

okt

nov

dec

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

Vergelijking drie veerverbindingen juli 2018 t/m juni 2019 t.o.v. juli 2019 t/m juni 2020 1 Hier is ervoor gekozen om zowel het Buiksloterwegveer als het IJpleinveer (de veerverbinding met het IJplein) te rapporteren, in tegenstelling tot voorgaande jaren waarin alleen naar het Buiksloterwegveer werd gekeken. Deze veren liggen zo dicht bij elkaar dat ze als een gelijksoortige verbinding kunnen worden gezien.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 11

Ontwikkelingen inwoners OIS verzamelt het aantal inwoners op stadsdeelniveau. Dit is vergeleken met de groeiverwachtingen voor Centrum, Oost, West en Noord die als input zijn gebruikt voor het verkeersmodel (en dus de MKBA). In het lage groeiscenario wordt verwacht dat de bevolking in deze gebieden met gemiddeld 0,7% groeit per jaar, in het hoge groeiscenario is dit gemiddeld 1,6% per jaar. In 2017 was het aantal inwoners gegroeid met 1,1%, in 2018 was dit 0,9% en in 2019 was dit 1,2%. Over de jaren heen is dit een redelijk stabiel groeitempo binnen de bandbreedte van de groeiscenario’s van het voorkeursbesluit. Ontwikkelingen woningen Het aantal woningen in Amsterdam neemt toe, ook in de stadsdelen rondom het IJ. Bij de scenario’s van het voorkeursbesluit is tot 2030 uitgegaan van een jaarlijkse toename van 0,9% (laag) en 2,2% (hoog). De werkelijke toename van het aantal woningen in 2017 was ongeveer 1,0%, in 2018 ongeveer 0,9%, en in 2019 ongeveer 2,1%. Alle cijfers liggen (net) binnen de verwachtingen. Vorig jaar is er ook naar het woningbouwprogramma gekeken; de oplevering van nieuwe woningen in de nabije toekomst. Cijfers uit Primavera schetsten de verwachting dat er veel woningen opgeleverd zouden worden in het Sprong over het IJ gebied. Eén van de prognoses is dat Amsterdam Noord er naar verwachting ca 43.000 woningen bij krijgt tot 2058 (april 2019).

Deze verwachting voor 2058 is ongeveer gelijk gebleven. Want er werd minder gebouwd dan verwacht in 2019 (Primavera, oktober 2019). De piek van het planaanbod van de woningen in Noord is uitgesteld naar 2024. Drukte vervoer over water Voor de beroepsvaart was voorgaande jaren data beschikbaar van RWS (via Port of Amsterdam). Het betrof cijfers over binnenvaartschepen met herkomst/ bestemming uit/ in het Noordzeekanaalgebied. In 2017 werd een groei geregistreerd van 1% en voor 2018 een groei van 4,6%. RWS heeft in 2019 een nieuw monitoringssysteem in gebruik genomen. Dit systeem werkt helaas nog niet naar behoren, daarom worden deze gegevens niet gerapporteerd. Om toch een indicatie van de drukte van vervoer over het water te geven, is een andere bron geraadpleegd. Het CBS heeft informatie over de vervoerprestatie van de Nederlandse binnenvaart in miljoen ton kilometers (totaal Nederland). Hier is een groei te zien van 0,7% in 2019 t.o.v. 2018 . Drukte toerisme De drukte op en rond het IJ wordt ook beïnvloed door het aantal toeristen en bezoekers dat Amsterdam aandoet. Tenslotte bevinden enkele grote publiekstrekkers zich in dit gebied en komen er nog hotels en andere attracties bij die ook tot meer bewegingen leiden. OIS houdt cijfers bij over het aantal hotels, het aantal overnachtingen en het aantal gasten.

Specifiek over het aantal evenementen in bijvoorbeeld Amsterdam Noord is geen data beschikbaar. Het aantal hotelgasten in Amsterdam nam in 2017 met 14% toe en in 2018 met 5,3 % toe. Voor 2019 is dat een toename van 7%.

12 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Ontwikkelingen aantal werkzame personen OIS houdt ook cijfers bij over het aantal werkzame personen per stadsdeel. In 2017 was het aantal werkzame personen flink toegenomen in de gebieden rond het IJ (3,2% ten opzichte van 2016). In 2018 nam het aantal werkzame personen in de gebieden rond het IJ met 1,7% toe (2017/2018), en in 2019 is het aantal werkzame personen in de gebieden rond het IJ toegenomen met 1,5% (2018/2019). Er is een dalende trend zichtbaar. Desalniettemin zijn deze ontwikkelingen hoger dan aanvankelijk verondersteld bij het voorkeursbesluit in 2017. Toen is rekening gehouden met een groei van gemiddeld 0,3% per jaar in een laag scenario tot 1% in het hoge scenario. Mobiliteit algemeen Mobiliteit is een resultante van de eerder genoemde ontwikkelingen. Naast de ontwikkelingen van de veren en vervoer over het IJ is het relevant om de ontwikkelingen van het autoverkeer, fietsverkeer en gebruik van het openbaar vervoer te volgen. Er zijn algemene kengetallen voor Amsterdam beschikbaar (denk aan cijfers over modal split en fietstellingen op locaties). De trend tot 2017 is dat het aantal fietsers en OV-reizigers in Amsterdam toeneemt, terwijl het aantal autoverplaatsingen afneemt. Van recentere jaren zijn nog geen bruikbare cijfers. Wat wel specifiek relevant is, zijn de ontwikkelingen van de Noord/Zuid-verbindingen van het openbaar vervoer, over of onder het IJ.

De Noord/Zuidlijn is vanaf 22 juli 2018 gaan rijden. Cijfers van de Vervoerregio Amsterdam na de opening van de Noord/ Zuidlijn (vergelijking september 2017-september 2018) lieten zien dat het aantal OVreizigers dat het IJ passeert (IJ-tunnel bus en Noord/Zuidlijn) met 17% is gestegen. Omdat dit cijfer niet meer beschikbaar is voor 2018/2019, presenteren we nu een groeicijfer van alleen de Noord/Zuidlijn. Het GVB meldt dat het aantal reizigers tussen station Noorderpark en Centraal Station op een gemiddelde werkdag is gestegen met 11% (september 2018 versus september 2019). Conclusie De ontwikkeling van de drukte rond het IJ, ligt binnen of boven de bandbreedte van de verwachtingen op grond waarvan het voorkeursbesluit Sprong over het IJ is genomen. Een belangrijke uitzondering hierop is de ontwikkeling van de drukte op de veren, hier is in de periode voorafgaand aan corona een afname van de groei waarneembaar. Dat is waarschijnlijk het gevolg van de opening van de Noord/Zuidlijn.

2.3

Effect van corona

In maart 2020 werden we allen getroffen door de wereldwijde coronapandemie. De oversteek over het IJ heeft door corona gevolgen gekend. Tijdens en als gevolg van de coronacrisis kunnen de veren minder mensen over het IJ vervoeren. De beschikbare capaciteit op de veren was als gevolg van de nationale coronamaatregelen kleiner dan normaal, omdat iedereen 1,5 afstand moet kunnen houden van elkaar. De beschikbare capaciteit was eerst 20% en later 40%. Vanaf juni, met het versoepelen van de landelijke coronamaatregelen, is de maximaal toegestane vervoerscapaciteit vastgesteld op 60%.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 13

De 60% is geen wettelijke eis, maar het resultaat van besprekingen tussen gemeente en GVB Veren. Deze maximumcapaciteit garandeert dat passagiers op de ponten voldoende afstand van elkaar kunnen bewaren. Het aantal reizigers nam af ten tijde van de intelligente lockdown. In maart 2020 was er een daling tot 74% te zien van het aantal reizigers. Sindsdien stijgt het aantal reizigers op de IJveren gestaag en neemt de drukte op de veren toe. Onderstaand een overzicht van de genomen maatregelen op de veren om deze drukte het hoofd te bieden, en een vooruitblik. Genomen maatregelen Gedurende de intelligente lockdown zaten de veren regelmatig aan hun maximum reizigersaantal als gevolg van de beperkte capaciteit. Daarom zijn sinds april 2020 grotere veren ingezet op het Oostveer en het Houthavenveer. Ook zijn de kleinste veren gaan varen op het Distelwegveer, de daardoor vrijgemaakte grotere veren zijn ingezet op andere, drukkere verbindingen. Andere veren varen frequenter heen en weer. Bij alle aanlandingen langs het IJ (en Noordzeekanaal) staan twee tot drie instapbegeleiders en zijn markeringen aangebracht op de aanlandingen, die stimuleren dat wachtenden onderling 1,5 meter afstand houden. Ook staan er waarschuwingsborden en wordt er gecommuniceerd over de veiligheidsmaatregelen op matrixborden. Vanaf 1 juni is er mondkapjesplicht in het OV, en dus ook op de veren.

Op de veren zelf blijven de schuifdeuren openstaan om de lucht in het overdekte deel continu te verversen, aangezien binnen de grootste kans op besmetting is. Bij alle aanlandingen langs het IJ wordt met telcamera’s intensief gemonitord, om in nauw contact met GVB Veren, te kijken of meer inzet nodig is. Vooruitblik De maatregelen hebben de ‘coronacapaciteit’ van de veren ten opzichte van het 1,5 meterbeleid stapsgewijs doen toenemen van eerst 20% naar 60% sinds 1 juni. Uit monitoring blijkt dat de vervoersvraag sinds de zomer toeneemt. Om ervoor te zorgen dat de verencapaciteit groot genoeg is om de toenemende vraag op te vangen, is gewerkt aan een brede set van maatregelen die deze vraag in goede banen zal leiden. Een kansrijke, breed gedragen, oplossing voor het uitbreiden van de capaciteit van de veren is het waar mogelijk verder intensiveren van de vlootinzet. In dit kader onderzoekt de gemeente samen met GVB Veren onder meer in de maanden augustus-oktober het inzetten van de technische reserve, het verschuiven van onderhoudswerk naar het najaar en het nog efficiënter inzetten van de beschikbare schepen. De verwachting is dat deze tijdelijke intensievere dienstregeling, samen met de reeds genomen maatregelen, voldoende is. Ook gelet op de verwachtte afname van reizigers, die jaarlijks intreedt in de wintermaanden oktober – maart.

Een aantal aanvullende maatregelen wordt nog verder uitgewerkt en achter de hand gehouden en kan ingezet worden indien de vervoersvraag sneller oploopt en/of langer op een hoog niveau blijft.

14 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

2.4

Prognose reizigersontwikkeling IJ-veren

Vanwege de sterk veranderde vervoersbehoefte sinds de uitbraak van het COVID19-virus is er nog geen nieuwe een prognose IJveren opgesteld. Toch is er gezien de gemeten ontwikkeling van het aantal reizigers geen reden om aan te nemen dat de prognoses uit 2019 onbetrouwbaar zijn. De trend blijft een groei die hoger is dan de relatieve groei van het aantal inwoners en bezoekers tot 2030. Zie onderstaand de weekdagtotalen per maand tot september 2019. Er is bewust voor gekozen om juni 2020 niet mee te nemen in de trendlijn.

BSW

Trendlijn

600.000 550.000 500.000 450.000 400.000 350.000 300.000

sep.’15

jun.’16

sep.’16

jun.’17

sep.’17

jun.’18

sep.’18

jun.’19

sep.’19

Grafiek ontwikkeling Buiksloterwegveer van september 2015 t/m september 2019

Net als in 2019 is de inschatting dat, na realisatie van maatregelen 1 en 2 van Sprong over het IJ, de twee centrale veerverbindingen (het Buiksloterwegveer en het IJpleinveer) de groei nog circa tot 2030 aankunnen. Bij een hoog groeiscenario zijn vanaf ongeveer 2027 aanvullende maatregelen nodig, zoals een vaste oeververbinding of nieuwe veerverbindingen. Bij een laag groeiscenario is er voldoende capaciteit tot maximaal 2038. Voor de komende jaren wordt een nieuwe prognose gemaakt waarbij het nieuwe verkeersmodel van de gemeente (‘VMA3’) de basis is. De actuele gegevens van de (woning)bouw worden meegenomen en er wordt meer dan in voorgaande jaren gekeken naar de locaties van de vervoersvraag over het IJ. Ook de effecten van corona worden geschat op basis van de eerste inzichten over de veranderde mobiliteit in de stad. In de Verenstrategie 2021, die eind 2020 gereed zal zijn, wordt ingegaan op deze prognoses voor de middellange termijn.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 15

2.5

Koerswijziging in zicht

Het Rijk en de gemeente hebben tot doel om bestuurlijke afspraken te maken over het advies van commissie D’Hooghe in het najaar van 2020. Voor ogen staat de ondertekening van een ‘afsprakenbrief’ tussen minister Cora van Nieuwenhuizen en het college van Burgemeester en Wethouders. De inhoud van deze afsprakenbrief zal met name gericht zijn op procesafspraken in het kader van de samenwerking in het vervolg, en in hoeverre Rijk en gemeente het advies kunnen overnemen.

Een uitgewerkte procesplanning van het vervolg, is op dit moment nog niet bekend. De stappen zijn de volgende. Na ondertekening zal een nieuw planproces gestart moeten worden, waarin onderzoek, voorbereiding, participatie, planvorming en stapsgewijze besluitvorming een plek krijgen. Vervolgens wordt een voorstel voorbereid voor de gemeenteraad, om goedkeuring te vragen voor het afwijken van het raadsbesluit Sprong over het IJ uit 2017. Voor projecten wordt binnen de gemeente het PBI proces gevolgd (Plan- en Besluitvormingsproces Infrastructuur) terwijl tegelijk intensief wordt samengewerkt met het Rijk en de partners. Voor de komende periode zal een aanvraag worden gedaan voor financiële middelen voor het proces. Pas later in de tijd is een aanvraag nodig voor financiële middelen voor realisatie. Met het voorleggen van de afspraken aan het college najaar 2020, zal het college ook gevraagd worden in te stemmen met het starten van een vervolg op het advies, in een gepaste samenwerking met het Rijk en partners.

16 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

3. Voortgang In dit hoofdstuk wordt weergegeven welke stappen zijn gezet en welke resultaten zijn behaald in de projecten. Het ‘Advies Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam’ krijgt hierin een eigen plek.

3.1 Maatregel 1: Intensiveren van de veerverbindingen en verleggen IJpleinveer 3.1.1 Meer en grotere veren Er worden verschillende stappen gezet om de IJveren verder te verbeteren. Deze plannen worden uitgevoerd door de programma’s Veren en Sprong over het IJ, in samenwerking met GVB Veren. Onderstaand een overzicht van de uitgevoerde maatregelen in 2019/ 2020, de ontwikkelingen in de rapportageperiode en een vooruitblik. Ingebruikname nieuwe veerponten Op 19 mei 2020 is het nieuwe IJ-veer 64 gedoopt. Dit schip is het vijfde schip van het type 60, hybride veren met een maximumcapaciteit van 310 personen. Na de doop is de inzet in de reguliere dienst direct gestart, na de inregelperiode zal het schip in de zomer van 2020 maximaal inzetbaar zijn. Bij het nieuwe IJ-veer 64 is het gebruik van de accu’s geoptimaliseerd en zijn andere regelaars toegepast waardoor langer elektrisch gevaren kan worden. Verdere uitbreiding vloot Met de Voorjaarsnota 2019 is besloten over de dekking voor nieuwe IJ-veren. Het gaat om de drie nieuwe IJ-veren nummers 64, 65 en 66. IJ-veer 65 en 66 zijn in aanbouw: de 65 komt in oktober 2020 op het IJ en de 66 in Q1 van 2021. De frequentie van het IJpleinveer wordt verhoogd met de nieuwe schepen. Daarnaast wordt de vaartijd korter, zodra de nieuwe zuidelijke aanlanding gereed is in 2022.

Zo ontstaat een volwaardig alternatief voor het drukke Buiksloterwegveer. Uitbreiding permanente monitoring voor alle IJ-veren In 2020 is, eerder dan gepland, het permanente monitoringssysteem uitgebreid naar alle zes de veerverbindingen (+nachtveer) over het IJ. Sinds juni 2020 zijn daarmee ook het aantal reizigers op het Houthavenveer, Distelwegveer en Oostveer in beeld. Dit systeem meet het aantal pontreizigers 24 uur per dag, 7 dagen per week en maakt modelmatig onderscheid naar type reiziger (voetganger, fietser etc.). De nieuwe data worden gebruikt om de inzet van de veerponten en de dienstregeling beter af te stemmen op het daadwerkelijk gebruik van de veren. De uitbreiding is versneld uitgevoerd om na de uitbraak van het coronavirus sneller te kunnen bijsturen.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 17

Doop van IJveer 64 door wethouder Sharon Dijksma

De verdeling over de verbindingen zag er tot juli 2020 als volgt uit. Het Houthavenveer, Oostveer en Distelwegveer kennen een sterke onderschatting in onderstaande grafiek, omdat er alleen cijfers van juli 2020 beschikbaar zijn.

3%

2%

5% 11%

16%

Buiksloterweg*

NDSM*

62%

IJplein* Houthaven** Oostveer** Distelweg** * Meting juni 2018 juli 2020 ** Meting juni-juli 2020

Bezetting IJ-veren (let op: corona-effect voor Houthavenveer, Oostveer, Distelwegveer)

Vooruitblik Naast de inzet van nieuwe schepen op het IJpleinveer, wordt waarschijnlijk ook op de westflank richting NDSM verder geïntensiveerd. Dit gebeurt op basis van de monitoringscijfers, zoals hierboven beschreven. De keuzes zijn in ieder geval in 2020 en mogelijk langer afhankelijk van de ontwikkeling van het COVID-19-virus en eventueel

18 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

blijvende gedragsverandering wat betreft mobiliteit. Voor de IJ-veren daalt mogelijk het aantal overstappers vanuit het reguliere OV, maar een stijging ten opzichte van voorgaande jaren kan veroorzaakt worden doordat relatief meer mensen zich te voet en fietsend verplaatsen, als gevolg van COVID-19. De tijdlijn voor de komende twee jaar is als volgt:  Oktober 2020: ingebruikname IJ-veer 65  Najaar 2020: besluit over financiering nieuwe IJ-veren en verduurzaming vanaf 2022  Voorjaar 2021: ingebruikname IJ-veer 66  Zomer 2021: ingebruikname tweede tijdelijke aanlanding IJpleinveer CS-zijde 3.1.2 Fietsbrug Noordhollandsch Kanaal Plan De gemeenteraad heeft op 10 juli 2019 het uitvoerings- en kredietbesluit genomen voor de realisatie van een nieuwe beweegbare fiets-/voetgangersbrug over het Noordhollandsch Kanaal ten noorden van de Willemsluizen. Doel van deze brug is een betere verbinding van de fietsroute ten westen van het kanaal en het IJpleinveer. Met een goede verbinding naar het IJplein wordt het IJpleinveer beter gebruikt en daardoor het Buiksloterwegveer meer ontlast.

Ligging brug Noordhollandsch Kanaal

Omgeving, communicatie en participatie Regelmatig wordt met de betrokkenen in de buurt gecommuniceerd over de volgende stappen in het proces naar realisatie, zoals de aankondiging van de benodigde kapvergunning en vooruitlopend op de bouw het verbeteren van de kruising Buiksloterweg-Ranonkelkade. Een bewonersbrief hierover is verstuurd. Ook was het project onderdeel van de gezamenlijke informatiemarkt Overhoeks. De betrokkenheid van de burgers blijft onverminderd hoog.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 19

Projectplanning  Uitgebreide externe contractreview  Publicatie contract en selectie gegadigden  Startbijeenkomst geselecteerde gegadigden  Inlichtingenfase gereed  Opdrachtverlening en start voorbereiding aannemer

september/oktober 2019 (gereed) december 2019 (gereed) 11 februari 2020 (gereed) 11 mei 2020 (gereed) 18 september 2020

Het project is volgens planning in 2022 gereed. Inkoopstrategie en contractmanagement In de selectiefase voor een hoofdaannemer bleken veertien partijen geïnteresseerd. Er is op basis van referenties gekozen voor vijf partijen. In juni dienden partijen hun inschrijvingen in. Deze worden gedurende de zomermaanden nader beoordeeld en gescoord. Het contract wordt vervolgens gegund aan de economisch meest voordelige inschrijving. Naast dit contract zijn nevencontracten noodzakelijk zoals met de raamcontractant groenwerk van de gemeente en Waternet. Bestemmingsplan De voorgenomen bouw van de brug paste niet in het geldende bestemmingsplan. Om de verplaatsing mogelijk te maken was een nieuw planologisch-juridisch kader nodig. Met het bestemmingsplan ’Brug Noordhollandsch Kanaal’ is hierin voorzien. Er zijn twee zienswijzen binnengekomen van TenneT en Liander inzake dubbelbestemming. Dat is verwerkt. Vervolgens heeft de raad op 6 november 2019 het bestemmingsplan vastgesteld. Er is geen beroep ingesteld. Het bestemmingsplan is onherroepelijk.

Ontwerpbeeld brug Noordhollandsch Kanaal, zicht vanuit Noord richting Centraal Station

20 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Vergunningen De opdrachtgever vraagt zelf de kapvergunningen aan, zodat het risico van lange bezwaarprocedures bij de aannemer wordt weggehouden. De vergunningen zijn begin juni verleend door het bevoegd gezag. De bezwaartermijn loopt. De aannemer dient de omgevingsvergunning te verzorgen. Vanwege werken boven de tunnel van de Noord/Zuidlijn zal de aannemer ook een WLS-vergunning (Wet lokaal spoor) moeten regelen. De WIOR-vergunning (Werken in de openbare ruimte) wordt aangevraagd na gunning en goedkeuring BLVC-plan (Bereikbaarheid, Veiligheid, Leefbaarheid, Communicatie). 3.1.3 Verplaatsing pontplein IJpleinveer zuidzijde Plan Op 23 januari 2019 heeft de gemeenteraad het uitvoerings- en kredietbesluit voor de volledige inrichting van een nieuw zuidelijk pontplein ten noorden van de kruising Oostertoegang/ De Ruijterkade Oost vastgesteld. Vervolgens is het plan in bouwteamverband uitgewerkt tot een definitief ontwerp en geraamd.

De Telegraaf: het HIV/AIDSmonument wordt tijdelijk verwijderd en opgeslagen

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 21

De aanpassingen aan de drukke en belangrijke fietsroute vanaf de nieuwe pontaanlanding IJpleinveer naar Nieuwmarkt en vervolgens naar Mr. Visserplein zijn verder uitgewerkt conform het raadsbesluit in januari 2020 (uit de Agenda Amsterdam Autoluw). De startnotitie voor de gehele fietsroute IJpleinveer – Mr. Visserplein is in juni 2020 voorgelegd bij wethouder Water en Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit (principebesluit). Een ingreep betreft het invoeren van eenrichtingverkeer vanaf Prins Hendrikkade naar De Ruijterkade. Het definitieve besluit hierover wordt genomen met de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten herprofilering Oostertoegang, Prins Hendrikkade Oost en Kattenburgerstraat, gepland voorjaar 2021. Voor de fietsroute van de Gelderskade tot het Mr. Visserplein wordt een separate Nota van Uitgangspunten opgesteld, begin 2021 openbaar. Omgeving, communicatie en participatie Regelmatig vindt overleg plaats met betrokken stakeholders om de planvorming af te stemmen. De extra (tijdelijke) fietsoversteek ter hoogte van de Oosterdoksstraat wordt in juni 2020 gerealiseerd. Het verkeersontwerp voor de fietsoversteek is afgestemd met bewoners en bedrijven in de omgeving via het gebruikersoverleg Oosterdokseiland. Een bewonersbrief over de omleidingsroutes is verstuurd tijdens de uitvoeringsfase.

In verband met de kade uitbreiding wordt het HIV/AIDSmonument in juni tijdelijk verwijderd en opgeslagen. Er wordt onderzocht of een tijdelijke herdenkingsplek mogelijk en haalbaar is. Hierover heeft het projectteam contact met de organisatie van het monument en de kunstenaar. De huidige fiets/voetgangersbrug is niet in de nieuwe situatie in te passen, daarvoor biedt deze brug niet voldoende ruimte om de grote stroom fietsers en voetgangers te verwerken. Aangezien deze brug relatief nieuw is, is gezocht naar mogelijkheden voor hergebruik op een andere plek in de stad. Deze plek is gevonden, in de gebiedsontwikkeling van de Buiksloterham, waar hergebruik ook goed past in de duurzame ambities. Projectplanning  Opdrachtverlening en start bouwteamfase  Vaststellen bestemmingsplan in de raad  Opdrachtverlening aanneemovereenkomst

september 2019 (gereed) oktober 2019 (gereed) september 2020

Op grond van de inzichten in 2020 is de verwachting dat de oplevering voor de zomer 2022 zal zijn. Inkoopstrategie en contractmanagement In september 2019 is de bouwteamovereenkomst gesloten met de aannemer. De aannemer heeft in goede samenwerking met het projectteam het definitief ontwerp opgesteld en volgens planning wordt in augustus 2020 het uitvoeringsontwerp opgeleverd. Op basis van het uitvoeringsontwerp wordt een prijs overeengekomen met deze aannemer en wordt een aanneemovereenkomst voor de uitvoering gesloten. GVB Veren heeft in mei 2020 de inschrijving voor de aanbesteding van het ponton en remmingwerken op TenderNed gepubliceerd.

22 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Bestemmingsplan Om de verplaatsing van het IJpleinveer mogelijk te maken was een nieuw planologischjuridisch kader nodig. Met het bestemmingsplan ‘Zuidelijke pontaanlanding’ is hierin voorzien. De raad heeft in oktober 2019 het bestemmingsplan vastgesteld. Er is geen beroep ingesteld. Het bestemmingsplan is onherroepelijk. Vergunningen Het BLVC-plan is in mei 2020 in het WIOR-vooroverleg (Werken in de openbare ruimte) van stadsdeel Centrum besproken. Op grote lijnen is hierover overeenstemming. De aanvraag omgevingsvergunning en watervergunning zijn eind mei 2020 ingediend door de opdrachtnemer. Vanwege werken nabij het tramspoor is ook een WLS-vergunning (Wet lokaal spoor) noodzakelijk. De WIOR-vergunning wordt aangevraagd na gunning en na goedkeuring van het BLVC-plan. 3.1.4 Oplossing ligplekken drie riviercruiseschepen De Ruijterkade Oost De nieuwe pontaanlanding van het IJpleinveer ligt naast de steiger aan de De Ruijterkade Oost, waar 10 riviercruisevaartuigen (met een maximale lengte van 135 meter) kunnen afmeren. Vanwege nautische eisen is het noodzakelijk dat er vanaf de uitvarende ponten vrije zichtlijnen zijn. Hierdoor kunnen niet meer alle ligplaatsen worden gebruikt en komen in ieder geval drie van de tien ligplaatsen te vervallen. In 2019 is het overleg, tussen de gemeente en Port of Amsterdam, over de compensatie van de te vervallen ligplaatsen afgerond.

Dit heeft geresulteerd in een afsprakenbrief. Kort samengevat komen de afspraken erop neer dat de drie te vervallen ligplaatsen, tijdelijk, worden gecompenseerd in de Coenhaven, en dat twee (aan de zijde van de pontaanlanding) van de zeven overgebleven ligplaatsen worden gemaximeerd tot een lengte van 110 meter. In het kader van het nieuw beleid voor riviercruises wordt gezocht naar een definitieve locatie voor de tijdelijke ligplaatsen in de Coenhaven. Nu de afspraken zijn vastgelegd is het aan het Port of Amsterdam de aanpassing aan de steiger op de De Ruijterkade Oost uit te voeren. Intussen is het nieuw beleid op de riviercruise in concept gereed. Gepland is dat dit tweede helft 2020, nadat het ter visie heeft gelegen, ter bestuurlijke vaststelling kan worden aangeboden. Gezien de gevolgen van de corona-pandemie op het toerisme vindt een herijking plaats van het Stad in Balans-beleid. Dit kan tot gevolg hebben dat het concept riviercruise beleid moet worden aangepast en dat de planning niet wordt gehaald.

3.2

Maatregel 2: metrostation Sixhaven

Plan Bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn is al rekening gehouden met de aanleg van metrostation Sixhaven. Het metrostation is een alternatief voor metroreizigers die anders op het Centraal Station uitstappen om de pont naar Noord te nemen (en vice versa). Ook het gaat om reizigers die van verder uit de stad komen. Het merendeel van de gebruikers van het metrostation heeft Overhoeks als bestemming, waar grote publiekstrekkers zijn en worden gehuisvest, bijvoorbeeld EYE, het toekomstige congreshotel Maritiem Amsterdam en de Tolhuistuin met Paradiso. De verwachting is dat het tussen de 7.000 en 11.000 reizigers per dag betreft. Het metrostation zal de drukte op het Buiksloterwegveer met ongeveer 8% verminderen.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 23

Ten behoeve van het projectbesluit, dat komend najaar ter besluitvorming wordt voorgelegd, wordt het voorlopig ontwerp van het metrostation afgerond. Voor een realistisch bouwfaseringsplan zal op onderdelen het ontwerp in meer detail worden uitgewerkt. Bij het projectbesluit wordt ook een voorstel gedaan voor een extra verbinding over het Noordhollandsch Kanaal, ten zuiden van de Willemsluis. Omgeving, communicatie en participatie Communicatie en participatie was in de afgelopen periode beperkt omdat dit ook niet nodig was in deze fase. Met direct belanghebbenden is afgestemd, zoals Watersportvereniging Dok- en Scheepsbouw (WVDS). De vereniging vreest voor het voortbestaan van de Jachthaven vanwege het verloren gaan van een aanzienlijk aantal ligplaatsen. Op de informatiemarkt Overhoeks (3 maart 2020) zijn vragen gesteld die zich vooral richten op de vraag wanneer het metrostation in gebruik wordt genomen.

Impressie optie stationstoegang. Bron: Benthem Crouwel Architecten

Projectbeheersing en planning Gedurende de uitwerking van het metrostation is geconstateerd dat de investeringskosten van het metrostation substantieel hoger zijn dan was aangenomen in het voorkeursbesluit Sprong over het IJ in 2017. Het projectbesluit (‘definitiebesluit’) van het metrostation is gepland voor eind 2020. Voor de besluitvorming zijn verschillende ‘bouwstenen’ onderzocht die nodig zijn om een verantwoorde afweging te kunnen maken over een vervolg. Onderdeel hiervan zijn onder andere een actualisatie van de maatschappelijke kostenbaten analyse, een analyse van het effect van het metrostation op het doel van de Sprong over het IJ (snel, gemakkelijk en veilig naar de overkant), de investeringskosten en de relatie tot de te maken keuzen voor de toekomst van het gebied Sixhaven en omgeving. Ten slotte is ook het advies van commissie D’Hooghe een bouwsteen voor het maken van de juiste afweging voor het vervolg.

24 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Impressie stations-inrichting. Bron: Benthem Crouwel Architecten

Hieronder is de planning weergegeven die geldt bij een positief projectbesluit eind 2020 indien besloten wordt voor doorgaan met de voorbereiding tot uitvoeringsbesluit.  Uitvoeringsbesluit juni 2022  Aanbesteden/gunnen juni 2023  Start aannemer januari 2024 Oplevering kan worden gepland in 2028. Inkoopstrategie en contractmanagement Het inkoopplan voor het project is opgesteld, hierop heeft het Tenderboard Fysiek van de gemeente positief advies gegeven. Naast het hoofdcontract (voornamelijk de ruwbouw), worden specifieke contracten gesloten met leveranciers van bijvoorbeeld ICT-voorzieningen.

3.3

Maatregelen 3, 4 en 5

Indien positief wordt besloten heeft het advies van de adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam gevolgen voor de maatregelen 3, 4 en 5 van de Sprong over het IJ. De commissie adviseert o.a. de fietsers te spreiden over de flanken en zet in op het OV. Er is ingestemd door de raad, tweede helft 2019, om te wachten met de voorbereidingen van de maatregelen 4 en 5 omdat deze afhankelijk zijn van het advies Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam. Nu het advies bekend is, kunnen de volgende conclusies per maatregel worden getrokken.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 25

Het advies wordt goed bestudeerd. Vervolgens wordt met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzocht welke vervolgstappen kunnen worden genomen. In het najaar wordt verwacht dat op basis van dit advies met het Rijk bestuurlijke afspraken over een definitief inrichtingsplan voor het IJ kunnen worden gemaakt. Die afspraken worden voorgelegd aan het college van B en W, en vervolgens aan de gemeenteraad, voor wensen en bedenkingen. Maatregel 3: Javabrug Op de plek van de voormalige Javabrug stelt de commissie een pontverbinding voor. Daarnaast een Oostbrug van Johan van Hasseltweg - Azartplein – Rietlandpark, deze ligt oostelijker dan de voormalige Javabrug. Maatregel 4: Stenen Hoofdverbinding De commissie stelt een Westbrug voor maar dan westelijker dan het Stenen Hoofd, op het tracé Haparandadam – NDSM. Maatregel 5: Voetgangerspassage achter CS Deze voetgangerstunnel onder het IJ komt ook terug in het advies van commissie D’Hooghe, als uitgang Noord van het CS.

Adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam levert eindadvies op v.l.n.r.: Maarten Schmitt, Alexander D’Hooghe en Larissa van der Lugt

3.4

Advies Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam

Opdracht In juni 2019 verleenden Rijk en gemeente (B&W, 18 juni) opdracht aan de onafhankelijke adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam, ook wel genoemd naar de voorzitter: ‘commissie D’Hooghe’. Naast Alexander D’Hooghe nemen deel: Larissa van der Lugt (haveneconomie) en Maarten Schmitt (stedenbouw).

26 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Het doel van de opdracht is een onafhankelijk advies over het geheel aan langzaam verkeer oeververbindingen van de Rijkswateren binnen de ring A10, bezien vanuit de regionale context van de Metropoolregio Amsterdam. In de periode waar deze voortgangsrapportage op ziet, heeft de adviescommissie haar werk uitgevoerd. Eindadvies commissie D’Hooghe De onafhankelijke adviescommissie stelt voor om twee nieuwe bruggen aan te leggen, en de al bestaande Amsterdamse brug over het Amsterdam-Rijnkanaal te vernieuwen of uit te breiden. De commissie heeft gekeken hoe deze nieuwe verbindingen in te passen zijn op een manier dat ook de veiligheid voor de scheepvaart en de doorvaart op het IJ gegarandeerd zijn. De twee nieuwe bruggen moeten komen op de locaties waar de in te richten fietsbinnenring het IJ kruist (Westbrug: NDSM–Haparandadam en Oostbrug: Johan van Hasseltweg–Azartplein-Rietlandpark). De gewenste hoogte van de bruggen is 12,50 meter, met een minimum van 11,35 meter. De bruggen zijn ook toegankelijk voor trams en/ of bussen. Voor de oostzijde van de stad adviseert de commissie om de Amsterdamse brug over het Amsterdam-Rijnkanaal te vernieuwen of uit te breiden en hem aan te sluiten op de fietsbinnenring. Het voorstel is om de doorvaart onder de brug te verbreden tot 100 meter en het brugdek te verbreden voor openbaar vervoer.

De adviescommissie adviseert ook twee nieuwe pontverbindingen: van de Kop Javaeiland naar Hamerkwartier en van Sporenburg naar de Sluisbuurt. Én de commissie stelt een nieuwe voetgangerstunnel bij het Centraal Station voor. Deze tunnel moet een nieuwe in- en uitgang worden van het Centraal Station op de noordoever van het IJ. De twee huidige pontverbindingen van Pontsteiger naar NDSM en van Azartplein naar Zamenhofstraat zouden dan niet meer nodig zijn. Het advies van de commissie is om, buiten de twee voorgestelde bruggen, in de toekomst geen andere bruggen meer te bouwen over de Rijkswateren in Amsterdam. Verder vindt de commissie het geen goed idee om de IJ-tunnel open te stellen voor fietsverkeer. Een kabelbaan is mogelijk als extra secundaire verbinding op een locatie nabij de Coenhaven. Facilitering Het werk werd door een kernteam van Rijk/ RWS en gemeente gefaciliteerd, bestaande uit twee projectmedewerkers van beide organisaties. Er was een werkgroep samengesteld met experts van Rijk, gemeente en partners. De partners in dit proces zijn: Provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam, Port of Amsterdam, Centraal Nautisch Beheer.

In deze werkgroep is de opdracht aan de adviescommissie geformuleerd, het achtergronddossier samengesteld, gesproken over de te kiezen deelnemers aan de adviescommissie, en leden van de werkgroep verzorgden beantwoording van vragen van de adviescommissie. Naast projectmanagement ondersteuning en inhoudelijke expertise is er een communicatiewerkgroep ter beschikking gesteld aan de adviescommissie. Deze werkgroep bestond uit een communicatieadviseur van de gemeente en een van RWS, aangevuld met ondersteuning vanuit de partners als Port of Amsterdam en de Vervoerregio.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 27

De werkgroep ondersteunde de adviescommissie op het gebied communicatie door het adviseren over de boodschap en het betrekken van belanghebbenden en bewoners. Ook kon de adviescommissie gebruik maken van de communicatiemiddelen van de gemeente en partners, zoals social media kanalen en de website. Om de interne organisaties te informeren en mee te nemen werden op intranet berichten geplaatst en presentaties gehouden. Proces  Zomer 2019: adviescommissie ontvangt opdracht en achtergronddossier. In het achtergronddossier omvat al het materiaal dat tot nu toe is onderzocht en geproduceerd voor het programma Sprong over het IJ, inclusief alle resultaten van participatie, zodat de adviescommissie hierop verder kan bouwen. Het dossier is aangevuld met informatie van het Rijk en de partners. De gemeenteraad, de Tweede Kamer en belanghebbenden en bewoners zijn geïnformeerd over het proces.  September 2019: driedaagse startconferentie ‘IJ-dagen’. De adviescommissie zag presentaties van Rijk, gemeente en partners, voer vanaf de zeesluis door het Noordzeekanaalgebied via het IJ naar het Amsterdam Rijnkanaal, fietste door de stad en om het IJ en sprak uitgebreid met belanghebbenden en bewoners. Belangrijk bijkomend effect is dat Rijk, gemeente en partners zich verdiepten in elkaars opgaven en belangen.

 December 2019: oplevering visienota ‘Genereus verbonden, naar een grootstedelijke samenhang’. Dit is een tussenstap in het proces. In de visienota beschrijft de adviescommissie doelen en ambities, analyseert de betekenis van het IJ, de rol van de haven en een groeiend Amsterdam, legt hypothesen neer voor verbindingslocaties en stelt eisen aan bruggen en tunnels.  Januari 2020: presentaties en gesprekken. In deze maand verzorgde de adviescommissie een openbare presentatie aan ruim 200 belanghebbenden en bewoners. Ook was er voor een kleinere groep van circa 50 mensen gelegenheid om in gesprek te gaan met de adviescommissie. Daarnaast werd een presentatie verzorgd aan bestuur en volksvertegenwoordiging van Rijk, provincie, gemeente en stadsdelen.  Januari – juni 2020: ontwerpend onderzoek. De adviescommissie werkte de visienota nader uit.

Hierbij stuurde de commissie de onafhankelijke experts aan, die in opdracht van de commissie onderzoek en analyses uitvoerden (Christiaan Kwantes voor verkeer over land, Arne van der Hout voor verkeer over water, Daan Boddeke voor civiele techniek, Henri de Groot voor stedelijke economie), stuurde een aantal ontwerpateliers aan waar experts van beide opdrachtgevers en partners deel aan namen zodat lokale kennis werd meegenomen (over de westelijke knoop, de oostelijke knoop, de noordelijke IJ-oeverroute en de IJ-tunnel), voerde daarnaast nog verschillende gesprekken met sleutelfiguren over specifieke thema’s en voerde veel eigen ontwerpend onderzoek uit.

28 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Online publiekspresentatie op 1 sep jl. met gespreksleider Hadassah de Boer en de adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam

 25 juni 2020: oplevering eindadvies ‘Een concept inrichtingsplan voor het IJ in Amsterdam als robuust en toekomstvast waterkruispunt’. B&W (23 juni) en minister hebben kennis genomen van het eindadvies en er zijn brieven gestuurd aan Tweede Kamer en gemeenteraad. Beide opdrachtgevers gaan het advies goed bestuderen en daarna gezamenlijk onderzoeken welke vervolgstappen er genomen kunnen worden.

ZAAN

IJBURG

Symbool: advies Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam (schematische weergave advies)

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 29

Doorkijk  31 augustus en 1 september 2020: presentaties door de adviescommissie aan publiek en aan bestuur/ politiek. Belanghebbenden en bewoners zijn geïnformeerd over het eindadvies via verschillende kanalen.  Na verschijning van het eindadvies is een online tool geopend, waarin iedereen zijn reactie kan geven. Deze reacties worden meegenomen in de bestuurlijke besluitvorming en kan een effect hebben op de wijze waarop het advies wordt uitgevoerd.  Najaar 2020: doel is dat op basis van het onafhankelijke advies bestuurlijke afspraken worden gemaakt tussen Rijk en gemeente over een definitief inrichtingsplan voor het IJ.

3.5

Raakvlakprojecten

Voor de Sprong over het IJ wordt samengewerkt met verschillende projecten, zoals de nieuwe Omgevingsvisie, mobiliteitsplannen voor stadsdelen, gebiedsontwikkeling langs het IJ, de Passengers Terminal Amsterdam (PTA) en, het particuliere initiatief voor een kabelbaan; de IJbaan. Het effect van het advies van commissie D’Hooghe op projecten en processen in de stad wordt in kaart gebracht ten behoeve van de geplande besluitvorming in het najaar van 2020. Vanwege de ligging aan Rijkswateren is de verbinding met Zeeburgereiland ondergebracht in het proces ‘Advies Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam’. Hieronder worden de processen beschreven die direct verbonden zijn aan de projecten van de Sprong over het IJ. Gebiedsontwikkeling Sixhaven en omgeving De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het voorkeursbesluit van Sprong over het IJ in 2017 extra aandacht gevraagd voor een zorgvuldige inpassing van de eerste twee maatregelen in dit gebied. Daarom wordt voortdurend afgestemd tussen de ontwerpteams van de verschillende projecten van Sprong over het IJ en van de gebiedsontwikkeling Sixhaven.

Concreet heeft dit geleid tot: samenwerking in alle participatiebijeenkomsten, een goede ligging van de noordelijke brug over het Noordhollandsch Kanaal en bijbehorend fietspad, het voorstel voor een ondergrondse verdeelhal van het metrostation en een gezamenlijke studie naar de zuidelijke verbinding over het Noordhollandsch Kanaal. Nadat in de eerste helft van 2019 varianten voor de gebiedsontwikkeling zijn gemaakt en besproken met bewoners en ondernemers, is besloten om de besluitvorming over de varianten op te schuiven. Gewenst is om een goede afweging te kunnen maken over het gebied, mede in relatie tot het metrostation Sixhaven en het advies van commissie D’Hooghe. Naar verwachting kan de planvorming in het najaar van 2020 weer worden opgepakt, waarna een projectbesluit medio 2021 volgt.

30 | Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020

Regionale beleidsvisie zeecruise Voortvloeiend uit het coalitieakkoord waarin is opgenomen dat Amsterdam de PTA niet naar de Coenhaven wil verplaatsen maar in overleg met regionale partners een oplossing buiten Amsterdam zoekt, is in november 2018 door het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied (NZKG) opdracht gegeven om een regionale beleidsnota voor de zeecruise op te stellen. In 2019 en 2020 is onderzoek verricht naar de aspecten economie, milieu- en duurzaamheid, toerisme en locaties. De uitkomsten van de verschillende onderzoeken zijn aan het Bestuursplatform gepresenteerd maar nog niet opgetekend in een integrale beleidsvisie. Reden daarvoor is dat gewacht is op de uitkomst van het werk van de commissie D'Hooghe. Dit omdat het uit te brengen advies waarschijnlijk gevolgen kan hebben voor het voortbestaan van de PTA aan de Veemkade en daarmee van grote invloed zou zijn op het perspectief voor de zeecruise in het NZKG. Dit te meer omdat uit het regionaal locatieonderzoek is gebleken dat de Coenhaven het enig alternatief voor de PTA is en die optie strijdig is met het Amsterdams coalitieakkoord. Het advies D'Hooghe ligt er inmiddels en impliceert dat de huidige PTA op termijn inderdaad onbruikbaar wordt voor zeecruise door de voorgestelde aanleg van vaste oeververbindingen ten westen van de PTA. De commissie adviseert verplaatsing van de PTA naar de Coenhaven.

In het kader van de regionale bestuursopdracht is door een werkgroep van gemeente en Port of Amsterdam, verkennend onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van verplaatsing PTA naar de Coenhaven. Verder onderzoek is nodig en wordt uitgevoerd om de haalbaarheid van een eventuele verplaatsing zeker te stellen en een beter beeld te krijgen van de hiermee gepaard gaande kosten. Oostertoegang en Kattenburgerstaat In het kader van het programma Hoogfrequent Spoor (PHS, een nationaal programma waarin het spoornetwerk wordt veranderd, om op drukke trajecten op een vast ritme treinen te laten rijden zonder treinrooster) vernieuwt Prorail op verschillende plekken rond Amsterdam het spoor. De gemeente heeft ingezet op twee Amsterdamse bijbestellingen: Doel hiervan is om extra ruimte in de spoortunnels te creëren voor fietsers en voetgangers; één bij de Oostertoegang en één bij de Kattenburgerstraat. De Oostertoegang is voor de Sprong over het IJ van belang vanwege de doorstroming van fietsers die gebruik maken van het verbeterde IJpleinveer. Bij de Oostertoegang gaat de Amsterdamse bijbestelling om de vervanging van het vijfde viaduct (ProRail vervangt de overige vier). Het spoorviaduct van de Kattenburgerstraat sluit aan op een verbinding naar de voormalige Javabrug (maatregel 3 van de Sprong over het IJ).

Hier plaatst de gemeente een bijbestelling voor een nieuwe 8 meter brede fiets/ voetgangerstunnel ten oosten van het huidige viaduct. Ook zonder Javabrug is deze verbeterde fietsverbinding wenselijk. In het advies van commissie D’Hooghe is een nieuwe pontverbinding opgenomen op de locatie van de voormalige Javabrug. Komend jaar wordt toegewerkt naar een bestuurlijk besluit, inclusief financiële dekking. De huidige planning van de Kattenburgerstraat gaat uit van realisatie van de tunnel in de periode 2022 - 2026. De Oostertoegang is tussen 2028 en 2030 gereed.

Voortgangsrapportage juli 2019 - juni 2020 | 31

IJbaan De IJbaan is een particulier initiatief met als doel het realiseren van een kabelbaan op de westflank van de stad. De initiatiefnemers hebben een voorkeur voor het tracé: van de NDSM naar de Minervahaven (fase 1) en in een later stadium tot aan de Hemknoop (fase 2). Het plan van de initiatiefnemers is dat deze kabelbaan vooral wordt gebruikt als openbaar vervoer en daarnaast door toeristen. Op 10 juli 2019 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen, waarin de raad het college heeft verzocht zich in te spannen om te komen tot afspraken met de initiatiefnemers van de kabelbaan, over haalbaarheid, taak- en kostenverdeling en planning. Zodat op basis daarvan een afgewogen besluit kan worden genomen over het al dan niet sluiten van een realisatieovereenkomst. In de eerste helft van 2019 bleek dat er geen éénduidig positief advies lag over de haalbaarheid en de wenselijkheid van de IJbaan. Daarom is besloten om de keuze al dan niet een intentieovereenkomst (intentie tot realisatie van de kabelbaan) af te sluiten uit te stellen tot de zomer 2020. Enerzijds om de initiatiefnemers de kans te bieden om nader onderzoek te doen op basis van de zorgpunten die zijn geuit door de gemeente. Anderzijds in afwachting van het advies van de adviescommissie Oeververbindingen.

Parallel hieraan is afgelopen jaar door de gemeente de vervoerwaarde van de IJbaan onderzocht en is een extern bureau gevraagd een MKBA (maatschappelijke kosten-baten analyse) op te stellen voor de IJbaan. De MKBA wordt na de zomer 2020 afgerond. Inmiddels is duidelijk dat het advies van commissie D’Hooghe anders is dan het huidige plan van de IJbaan: de adviescommissie stelt een andere plek voor, maar ziet wel kansen. Gepland is dat in de tweede helft van 2020 besloten wordt over het initiatief van de IJbaan, als uitvoering van de raadsmotie, in samenhang met het advies van commissie D’Hooghe en in goed overleg met het Rijk en de andere partners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9876793/1