1. Voortgangsmonitor 2022 Top600 en Top400
Tekst van het document
- Het AcVZ heeft meegewerkt aan een onderzoek door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) naar het recidiverende gedrag van personen die in deTop600 zitten of hebben gezeten. Publicatie wordt op 16 november 2023 verwacht.
4.1.4. Verbeteren Client Volgsysteem De Top600/Top400 werkt al sinds de start met het Client Volgsysteem VEHAA dat is ontwikkeld door de GGD. Dit systeem werd als verouderd ervaren door de regisseurs. Mede daarom is in 2022 een verkenning gestart naar de inkoop van een nieuw systeem. Daartoe zijn eerst de processen van de Top400 en Top600 en vervolgens de eisen voor een nieuw systeem beschreven. Er worden hoge eisen gesteld aan de veiligheid van het systeem. In 2023 wordt toegewerkt naar een aanbesteding. De ingebruikname van een nieuw systeem zal naar verwachting plaatsvinden in 2024. Dit punt is ook in de recente gesprekken met partners terug gekomen als aandachtspunt, onder andere de gebruiksvriendelijkheid, de wens om meer flexibiliteit in het toevoegen van interventies of het actualiseren van de toelichting bij interventies.
4.2. Ervaringen van personen in de aanpakken en van ouders 4.2.1. Ervaringen van personen in de aanpakken In de periode augustus 2022 – mei 2023 heeft DSP-groep in opdracht van het AcVZ gesprekken gevoerd met 14 personen die of nog in de Top600- of Top400- aanpak zaten of die recent waren uitgestroomd, over hun ervaringen met de aanpak (hierna ‘respondenten’)38. Doel van het onderzoek was om succesfactoren en aandachtspunten ter verdere verbetering van de aanpak op
37 Achbab, S., Bosselaar, H., & van Steden, R. (2022). Regievoeren op het snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal
domein. Vrije Universiteit. 38 In gesprek met, een onderzoek naar de ervaringen van personen in de integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/jongvolwassenen (DSP-groep, 2023).
41
te halen en om zicht te geven op hoe de ervaringen van personen in de aanpakken een meer structurele plek kunnen krijgen in de monitoring en evaluatie van de aanpakken. Al deze respondenten benoemen dat motivatie om mee te werken aan de aanpak cruciaal is om verandering te bereiken en dat hier continue aandacht voor moet zijn in de regie omdat die motivatie kan wisselen tijdens de regieperiode. “Vaak zeggen ze: hij wil niet. Maar geef het een kans. En probeer het de week erop weer. En week erop weer, en dan weer. Dan de week erop ga je zien; hey het is gelukt. Ze moeten je kunnen vertrouwen en dat duurt soms even.” - Respondent
Hulp op leefgebieden is daarvoor van belang, zoals bij schulden, bij het aanvragen van een VOG, door inzet van projectgeld en bij huisvesting. De respondenten zien tegelijkertijd ook de beperkte mogelijkheden om huisvesting te regelen binnen de aanpak, terwijl een woning volgens hen wel de basis om te willen en kunnen veranderen. “Top600 kan je helpen met opleiding en zo. Dan zijn er potjes. Maar aan huisvesting doet Top600 niet veel. Dat is best lastig want je helpt zo bijvoorbeeld geen mensen die uit detentie komen. Als je geen woning kan geven, dan breekt zo’n jongen. Dit soort jongens moeten een stukje rust krijgen.” - Respondent
Het overgrote deel van de respondenten benoemt daarnaast het belang van de band die zij tijdens de aanpak opbouwen met de regisseur of een andere betrokken hulpverlener. Die band geeft deze respondenten het gevoel er niet alleen voor te staan. “Ik had een klik met mijn regisseur. Het moment dat ze binnenkwam was er gelijk een plan van aanpak en hielp ze direct. Ze ging niet wachten tot de volgende afspraak. De regisseur was er voor me.” -Respondent
Zaken die volgens de respondenten verder bijdragen aan de motivering om mee te werken in de aanpak zijn een goed eerste contactmoment en een actiegerichte, eerlijke en duidelijke regisseur die rust creëert door als eerste aanspreekpunt te fungeren voor alle betrokken organisaties. Ook vinden de respondenten het belangrijk dat een regisseur de tijd neemt om geleidelijk uit te leggen welke hulp er mogelijk is. “Het allerbelangrijkste is duidelijkheid. Want heel vaak is het van ja we gaan het voor je uitzoeken, terwijl je weet dat het niet te bewerkstelligen is. Kan gewoon niet. Liep ik ook vaak tegenaan. Het was vaak zo onduidelijk. Dat iemand liegt tegen me. Wees gewoon eerlijk tegen me. Ja duidelijkheid. Dat was voor mij het belangrijkste. Als het onduidelijk was dan snapte ik er niks van. Weet je zo’n flipperkast van vroeger, als ‘ie dan op tilt ging, zo ging het in m’n hoofd dan. Echt tilt. Ik kwam dan niet meer bij.” - Respondent
Bij wisseling van regisseur hechten de respondenten aan een gezamenlijke overdracht. Hier wordt wel naar gestreefd maar dit gebeurt volgens de respondenten in de praktijk niet altijd. Verder vragen de respondenten aandacht voor de effecten van stigmatisering. Vooral als de respondent het gevoel heeft de goede kant op te gaan, ervaart de respondent het als demotiverend “Kreeg wel vaak te horen van mensen die me helpen: je zit in de Top400. Dat zeggen ze dan. Je zit in de Top400, Top400, Top400… maar ik weet al dat ik er in zit. Je kan me ook uitleggen hoe ik eruit kom. Is belangrijk voor jongeren dat ze ook weten hoe ze eruit komen zodat ze beter of sneller gemotiveerd zijn om toch die kans te grijpen”. - Respondent
42
als de respondent regelmatig staande wordt gehouden of als continue benoemd wordt dat de respondent in de aanpak zit. Enkele respondenten benoemen dat door hun regisseur vanuit de politie, hun kijk op de politie veranderde en ze meer respect kregen voor de politie doordat deze regisseurs betrokkenheid toonden, de betrokken persoon probeerden te motiveren en ook meer inzicht gaven in waarom ze als politie soms doen wat ze doen. “Als straatjongen had ik een heel ander beeld van de politie en ik zag de politie eerst een beetje als de vijand. Maar ze waren allemaal tof. Ik merkte dat ze normaal tegen mij deden en ze er waren om me te helpen, dus toen kreeg ik meer vertrouwen. Doordat ze betrokkenheid toonde, mij probeerde te motiveren en ook meer inzicht gaven in waarom ze als politie soms doen wat doen, heb ik meer respect gekregen voor de politie." – Respondent
Een aantal respondenten geeft aan dat zij vinden dat directer en structureler gevraagd zou moeten worden naar wat zij zelf willen en wat hun sterke kanten zijn. Bij een groot deel van deze respondenten werd hier wel indirect aandacht aan besteed (bijvoorbeeld via dagbesteding of werk), maar hier zou volgens hen meer aandacht naar uit kunnen gaan. De 10 respondenten die op een Top600-afdeling in detentie zitten of ooit zaten, zien niet de meerwaarde van de Top600-afdeling en spreken over een onrustige sfeer, onveilige omgeving en ontbreken van specifiek aanbod of begeleiding. 39 Sommige respondenten vragen aandacht voor de gemengde gevoelens die zij hadden bij uitstroom uit de aanpak. Enerzijds zien ze het als een bevestiging dat ze op de goede weg waren. Anderzijds merken sommige respondenten dat ze in het reguliere aanbod niet goed genoeg en minder snel geholpen worden. “Ja ga ik je eerlijk zeggen, als je uit de Top600 gaat, vervallen je kansen. Tof als je eruit bent, maar de voordelen vallen weg. Als je problemen met geld hebt bijvoorbeeld. Als je Top600 bent dan is er veel sneller contact met schuldhulp, en alles gaat gewoon sneller. Ook als een opleiding mis gaat, dan heb je direct weer WPI om iets te kijken naar iets nieuws. Sommige jongens vragen van ‘ey hoe kan jij zo snel dingen geregeld hebben? Hoe kom je zo snel aan dat huis?’ Dan zeg ik ja top600 hé.
Ik zeg dan ook tegen die jongens geef de Top600 een kans. Laat zien dat je het wil. Het is jouw keuze: of je doet crime of je doet het niet.” - Respondent
Meerdere respondenten merken op in positieve zin beïnvloed te zijn geweest door iemand anders op straat die in de Top600 of Top400 zat en waarbij iets, zoals een woning, geregeld was of die aanraadde de aanpak een kans te geven. Volgens de respondenten kan dit meer benut worden in de aanpak. “Vroeger had ik er echt moeite mee, maar op een gegeven moment word je ouder. Ik ken een jongen waarmee ik jaren had vastgezeten. Hij had een woning gekregen via de Top600. Hij zei je moet niet naar iedereen luisteren. En ja toen gaf ik het een kans.” - Respondent
39
Niet alle regiepersonen hebben ervaringen met de huidige Top600-afdeling in JC Zaanstad. Het merendeel zat
gedetineerd in Penitentiaire Inrichtingen voor opening van JC Zaanstad in 2016. De ervaringen van respondenten die op de Top600 afdeling in JC Zaanstad zaten, hebben voornamelijk betrekking op de situatie voor reorganisatie van deze afdeling in 2022.
43
Ondanks dat dit geen representatief onderzoek is, geven deze ervaringen wel nuttige handvatten ter verbetering van de aanpak. De genoemde verbetermogelijkheden worden besproken met de partners, onder de aandacht gebracht bij de regisseurs en waar mogelijk meegenomen in de doorlopende verbetering van de aanpak. Deze ervaringen bevestigen de ingeslagen weg om de samenwerking met de Credible Messengers (waar ook ervaringsdeskundigen deel van uitmaken) verder vorm te geven. Verkend wordt hoe het ophalen van input bij regiepersonen meer structureel kan worden vormgegeven, bijvoorbeeld door regisseurs periodiek via persoonlijke gesprekken ervaringen op te laten halen.
4.2.2. Ervaringen van ouders Vanuit de aanpakken worden ouders om input gevraagd over de aanpak, in de ouderbijeenkomsten, in de casus, maar ook in specifieke gesprekken bijvoorbeeld voor input over de nieuwe naam van de Top400 of het recent afgeronde voorlichtingsfilmpje. Recent is een aantal ouders (door medewerkers van het AcVZ) gevraagd naar hun ervaringen met de aanpak en de samenwerking met de regisseur van hun kind. In de interviews met de ouders spreken de ouders zich positief uit over de regisseur. De regisseur is betrokken, heeft ervaring, is ondersteunend en benadert de regiepersoon als individu. Ook beschrijven ouders dat de regisseur hen uitleg heeft gegeven over de aanpak, hen heeft betrokken bij het plan van aanpak van hun kind en ook voor ouders zelf een screening heeft georganiseerd. Door ouders is ook genoemd dat naast de informatiebrief en uitleg op internet ook de ouderbijeenkomst een prettige extra mogelijkheid is om uitleg over de aanpak te krijgen. De regisseur kan er voor zorgen dat de betrokken partners beter samenwerken, een passende werkgever betrekken en net dat extra zetje geven aan de regiepersoon zodat die naar zijn of haar werk gaat, aldus geïnterviewde ouders.
Als aandachtpunt geven ouders aan dat er meer aandacht zou moeten zijn voor bijvoorbeeld huisvesting, het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag en de samenwerking met politie, omdat zij hier de meeste problemen mee ervaren. Ook werk is van groot belang gelet op de structuur, houvast en de voldoening die het kan geven. Daarnaast gaven de ouders aan dat de informatiedeling een knelpunt wordt op het moment dat een persoon in de aanpak meerderjarig wordt en er vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in principe geen informatie meer gedeeld mag worden met de ouders zonder toestemming van de persoon zelf. Ook brachten zij naar voren dat eerdere hulp voor hun kind goed was geweest. Dit onder meer gericht op het organiseren van faciliteiten voor jongeren en jongvolwassenen ter voorkoming van bijvoorbeeld het rondhangen op straat. Ten aanzien van regie wordt duidelijke, open en eerlijke communicatie waarin ook verwachtingen worden uitgesproken belangrijk gevonden. De input van ouders via verschillende wegen levert een waardevolle bijdrage aan de doorlopende verbetering van de aanpak. Het merendeel van de genoemde punten worden al opgepakt. Het bevragen van ouders wordt eind 2023 meer structureel vormgegeven door het oprichten van een klankbordgroep van ouders.
4.3. Inspelen op actueel veiligheidsbeeld Zoals in de inleiding beschreven zijn verharding van de doelgroep, wapenbezit en wapenincidenten grote uitdagingen binnen de Top60o en Top400. Dit brengt grote risico’s met zich mee en hier is binnen de aanpakken het afgelopen jaar dan ook veel aandacht aan besteed. 44
4.3.1. Extra inzet wapenproblematiek & Pilot Top400 Eind 2022 is in nauwe samenwerking met het programma Weerbaar Amsterdam een start gemaakt met een onderzoeksvoorstel voor het analyseren van casuïstiek met wapenproblematiek om daarmee nog beter in beeld te brengen welke interventies hierin wel en niet werken. De verwachting is in het najaar van 2023 het eerste deel van dit onderzoek af te ronden. Ook is in 2022 besloten tot de start van een pilot van een jaar met tijdelijke uitbreiding van de instroomcriteria van de Top400 met ‘bezit en handel wapens’. Door de dossiers van de jongeren die op basis van dit criterium instromen nader te analyseren, krijgen we een beter beeld van de groep (kenmerken, risicofactoren etc.). Door de pilotdossiers te volgen, krijgen we daarnaast beter zicht op de benodigde interventies om wapenproblematiek tegen te gaan. In 2023 zijn 11 personen met dit criterium ingestroomd in de Top400, voor 8 personen was het criterium doorslaggevend, dus de overige 3 personen waren ook ingestroomd zonder dit extra criterium.
4.3.2. Inzet regie-expertise op schoolveiligheidsproblematiek Het Operationeel Team Schoolveiligheid (OTSV) adviseert v(s)o en mbo-scholen die te maken hebben met ernstige veiligheidsproblematiek over het schoolveiligheidsplan, de samenwerking met lokale netwerkpartners, de aanpak van complexe casuïstiek en over inhoudelijke thema’s zoals wapens en drugscriminaliteit. Het team bestaat uit ervaren Top400-regisseurs met kennis van forensische jeugdproblematiek en integraal werken, die opgeleid zijn tot schoolveiligheidsspecialist. In 2022 heeft het OTSV, in samenwerking met de projectleiders jeugd en veiligheid van de stadsdelen, 11 v(s)o-scholen en mbo-instellingen geadviseerd over de aanpak van veiligheidsproblematiek. Ook is ondersteuning geboden bij de uitvoering van de adviezen. De werkwijze van het OTSV is eind 2022 positief geëvalueerd door een extern onderzoeksbureau. De evaluatie laat zien dat het OTSV een aantoonbare bijdrage levert aan: versterkte bewustwording op scholen over schoolveiligheidsproblematiek, de positionering van scholen in het lokale netwerk en het vergroten van het handelingsperspectief van scholen bij veiligheidsproblematiek. Een belangrijk aandachtspunt is de borging van de adviezen binnen de scholen, die momenteel te maken hebben met verschillende uitdagingen waaronder de flinke personeelstekorten.
Dit leidt op sommige plekken tot onvoldoende continuïteit in de schoolteams om duurzaam te kunnen investeren in sociale veiligheid. In 2023 start het OTSV een pilot om te onderzoeken hoe naast V(S)O en mbo scholen ook PO scholen ondersteund kunnen worden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de teams jeugd en veiligheid in de stadsdelen.
4.3.3. Context- en gebiedsgericht werken in nauwe verbinding met stadsdelen De ambitie van het college is om “jeugdoverlast en -criminaliteit in de stad gerichter en effectiever te voorkomen.” De Top600 en Top400 aanpak leveren hieraan een bijdrage door, naast intensieve regie op personen die voldoen aan de harde criteria, regie-expertise meer preventief en gebiedsgericht in te zetten. Dit met als doel om vroegsignalering en de integrale aanpak van complexe problematiek, op het snijvlak van veiligheid en zorg, in het lokale veld te versterken. Sinds 2020 worden Top400-regisseurs flexibel ingezet ter ondersteuning van een lokaal netwerk
45
rondom risicojongeren, bij twee overlastgevende groepen en bij criminele groepen waar Top600/Top600 personen deel van uitmaken. Top600/Top400 regisseurs sluiten aan bij o.a. (casuïstiek) overleggen in de stadsdelen over overlastgevende groepen en delen hier hun (forensische) expertise, ervaring met opgave gericht werken en hun netwerk. De regisseurs kijken integraal (vanuit zorg, veiligheid en sociaal domein) en stadsdeel overstijgend naar de casuïstiek, leggen verbindingen met andere programma’s en escaleren waar nodig. Daarnaast maakt de regisseur de verbinding naar de Top600 en Top400 aanpak en het AcVZ. Op basis van de huidige inzet van regisseurs zien we dat de meerwaarde o.a. bestaat uit:
Betrekken van de juiste zorg- en veiligheidspartners; Verbinding met het AcVZ en het eigen netwerk (bijvoorbeeld voor expertise m.b.t. drillrap); Signaleren en duiden van criminogene factoren; Sturen op de gezamenlijke opgave en een integrale aanpak.
Een grote uitdaging in deze samenwerking is de informatiedeling. In 2023 zullen we vanuit de Top600/Top400 aanpak het context- en gebiedsgericht werken verder ontwikkelen én uitbreiden, zowel ter preventie van afglijden van risicojeugd als bij de bestaande criminele groepen. Hiermee sluiten we aan bij de ontwikkelingen rond de Masterplannen Nieuw-West en Zuidoost en aanpak Noord en bij de te formuleren Bestuursopdracht Jeugd en Veiligheid.
4.3.4. Vergroten herkenning criminele uitbuiting en handelingsperspectief regisseurs In de casuïstiek lijkt steeds vaker criminele uitbuiting van kwetsbare jongeren terug te komen. Bijvoorbeeld jongeren die gedwongen worden drugs te dealen of explosieven te plaatsen omdat ze een schuld hebben uitstaan. Het is moeilijk om hier goed zicht op te krijgen o.a. doordat slachtoffers om verschillende redenen niet eenvoudig aangifte doen. Bovendien zijn bij criminele uitbuiting slachtofferschap en daderschap vaak vermengd. Vermoedelijk blijven hierdoor veel slachtoffers buiten beeld, ook binnen onze aanpakken. De komende jaren is dit onderwerp een belangrijk thema binnen de aanpakken.40 Eind 2022 is een project gestart om dit vraagstuk nog beter in beeld te krijgen. Met als doel om regisseurs beter te ondersteunen in het herkennen van signalen van criminele uitbuiting en leren waar zij vervolgens terecht kunnen om dit te melden, advies te vragen en hulp in te schakelen.
“Voorheen ging de casuïstiek vaak om geld verdienen. Nu hoor ik meer dat mensen geen keuze hadden, er wordt meer gechanteerd en gedreigd.” - AM-gemeenten
“In België wordt er met borgtochten gewerkt en deze worden met regelmaat door criminele organisaties voor jongeren afbetaald, daarmee worden de jongeren verder de criminaliteit ingewerkt. Het heeft een ondermijnend en aanzuigend effect.” - WSS
40 Meerjarenplan Top600.
46
4.3.5. Vergroten zicht op online leefwereld en digitale criminaliteit De straat lijkt de afgelopen jaren voor een deel te zijn verplaatst naar online (zie ook de inleiding). Het is moeilijk om zicht te krijgen op wat personen in de aanpakken precies meemaken en doen in deze online leefwereld terwijl dit voor een effectieve aanpak wel van belang is. Op dit moment hebben gemeenten zeer beperkte bevoegdheden in het online verzamelen van informatie. We volgen de ontwikkelingen naar gemeentelijke online bevoegdheden op de voet. Dit bijvoorbeeld bij de voorgenomen experimenten met online gebiedsverboden. In 2023 hopen we dat de ‘handreiking sociale media monitoring door gemeenten’ van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie & Veiligheid meer duidelijkheid gaat brengen op dit gebied. Ook is er aandacht voor het vergroten van kennis over de online leefwereld, online fenomenen en populaire online trends onder jongeren. Het AcVZ biedt professionals die betrokken zijn bij de aanpakken trainingen op dit gebied aan. Daarnaast zien we in algemene zin dat een deel van de criminaliteit zich steeds meer online afspeelt. Het gaat dan zowel om offline criminaliteit die nu online plaatsvindt (gedigitaliseerde criminaliteit) zoals handel in drugs en wapens via social media, als over cybercrime zoals phishing of Whatsapp fraude.
In 2023 wordt daarom gewerkt aan het opzetten van een onderzoek naar de aard en omvang van digitale vormen van criminaliteit en hoe dit in relatie staat tot traditionele ‘offline’ criminaliteit. Hierin wordt nauw samengewerkt met het Openbaar Ministerie en de politie. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek wordt bekeken wat dit vraagt aan eventuele andere of extra maatregelen binnen de aanpakken.
4.3.6. Maatregelen in het kader van de veiligheid van betrokken professionals Zoals in de inleiding is benoemd heeft de verharding van de doelgroep ook in 2022 invloed gehad op de manier waarop Top600- en Top400-regisseurs hun werk kunnen doen. Heftige (wapen)incidenten en de algehele verharding van de criminaliteit leidden bij veel van onze professionals tot een toename van gevoelens van onveiligheid en werkdruk. Onder andere op het gebied van bewustwording, training, registratie van incidenten en nazorg zijn in 2022 maatregelen getroffen om de regisseurs hierin te ondersteunen. Zo is in collectieve bijeenkomsten en door individuele gesprekken met regisseurs het bewustzijn over dit onderwerp binnen het AcVZ verder vergroot. Ook zijn in 2022 binnen de vakontwikkeling aan regisseurs trainingen aangeboden over een veilig gebruik van social media. Daarnaast zijn met o.a. politie en OM samenwerkings-afspraken gemaakt om de informatie-uitwisseling te verbeteren wanneer sprake is van een dreiging op het leven van personen in de aanpak, iets wat vaker lijkt voor te komen in de casuïstiek. De politie heeft hiertoe met versteviging van de inzet van de politieregisseurs Veiligheid en Zorg in 2022 en 2023 verder geïnvesteerd in een goede informatie-uitwisseling intern en binnen de aanpak.
Hierdoor worden de regisseurs en andere “Ik ben zelf gewend outreachend te betrokken professionals sneller geïnformeerd over signalen van werken, maar ik werd in een bepaalde levensdreiging en kunnen passende maatregelen genomen casus door de politie geadviseerd meer op worden. afstand te werken. Meer gericht op het proces en wijkveiligheid, minder op de
4.4. Waarborging rechten betrokkene
jongere.” - Regisseur
4.4.1 Waarborging rechten betrokkene De Top600 en Top400 zijn in 2022 een project gestart om de aanbevelingen die een onafhankelijke commissie van toezicht gedaan heeft ten aanzien van de Aanpak Radicalisering over de rechten van 47
betrokken personen, ook toe te passen in de werkprocessen van de Top600 en Top400. Het afgelopen jaar is ingezet op verschillende onderdelen van dit werkproces. Zo is in 2022 gekeken naar een betere beschrijving van de rechtsbescherming van individuen in de notificatiebrieven, op websites en in de privacyverklaring. Ook is gewerkt aan het nog beter stroomlijnen van de werkprocessen rondom klachten en inzageverzoeken. Deze ontwikkeling is voortgezet in 2023 en zal naar verwachting in het laatste kwartaal een nieuw en geactualiseerd werkproces opleveren.
4.4.2 Zorgvuldige afhandeling AVG-verzoeken en klachten Binnen de aanpakken wordt zeer gehecht aan een zorgvuldige afhandeling van AVG-verzoeken en klachten. De personen die instromen in de Top600 of Top400 ontvangen een notificatiebrief (“instroombrief”) van de burgemeester. In deze brief worden de personen ook geïnformeerd over uitwisseling van gegevens met organisaties binnen de aanpak conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). In de bijlage bij de notificatiebrief staat meer informatie over de gegevensverwerking en de rechten die de persoon heeft op grond van de AVG, zoals het recht om te verzoeken om inzage, correctie of verwijdering van persoonsgegevens. In 2022 zijn in totaal vier AVG-verzoeken ingediend. Voor de Top600 betrof dat een verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens. Dit verzoek is bij besluit van de burgemeester afgewezen en het daartegen ingediende bezwaar is ongegrond verklaard. Voor de Top400 is in één zaak een verzoek tot inzage van persoonsgegevens binnengekomen en tevens een verzoek tot verwijdering van de persoonsgegevens. Inzage in de persoonsgegevens is verstrekt en het verzoek tot verwijdering van de persoonsgegevens is afgewezen. Het ingediende bezwaar tegen de afwijzing is ongegrond verklaard. Daarnaast is voor één andere Top400-zaak een verzoek tot verwijdering ingediend en ook dit verzoek is afgewezen.
Tegen deze afwijzing is geen bezwaar ingediend. Als een in de aanpak opgenomen persoon een klacht heeft over de verwerking van zijn/haar persoonsgegevens, kan de persoon een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Uitleg over deze procedure staat in de bijlage bij de notificatiebrief. Klachten met betrekking tot de aanpak Top600 of aanpak Top400 (anders dan klachten over de verwerking van persoonsgegevens), kunnen op meerdere wijzen worden ingediend, bijvoorbeeld bij het AcVZ, de gemeente of bij een regisseur of netwerkpartner. In 2022 zijn bij het AcVZ twee klachten met betrekking tot de Top600 binnengekomen. Beide klachten zijn behandeld. In 2022 zijn geen klachten ontvangen van personen die in de aanpak Top400 zijn opgenomen.
4.4.3 Instelling Commissie van Toezicht Top400 Eind 2022 is toegezegd aan de gemeenteraad van Amsterdam om de mogelijkheid te verkennen van een onafhankelijk onderzoek naar de rechtswaarborgen bij de Top400 aanpak door een Commissie van Toezicht. Een onafhankelijke Commissie van Toezicht draagt bij aan de controle van overheidsoptreden en kan bijdragen aan het vertrouwen in de Top400 aanpak. Daarnaast kan het onderzoek tot inzichten leiden die we kunnen benutten om de aanpak verder te verbeteren. Op dit moment wordt onderzocht hoe tot een Commissie van Toezicht te komen die de rechtswaarborgen in de Top400 aanpak objectief kan toetsen.
48
Bijlage 1: Toelichting interviews
Om input op te halen voor de voortgangsmonitor zijn in de periode mei tot en met juli 2023 dertien gesprekken gevoerd met de partners die zich inzetten voor de Top600-aanpak en Top400-aanpak. De meeste gesprekken waren met twee personen van de organisatie; vaak het programmateamlid en een regisseur. Met SAOA is gesproken met straatcoaches uit alle stadsdelen. De volgende partners zijn gesproken: De Amstellandgemeenten De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LDH) Het Openbaar Ministerie (OM) De politie Het Preventief Interventie Team (PIT) Programma Detentie en Terugkeer AcVZ (D&T) De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) Reclassering Nederland (RN) Reclassering Inforsa Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA) Werk, Participatie en Inkomen (WPI) William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSS) Gebruikte gespreksleidraad Introductie Doelstelling: interview is input voor de voortgangsmonitor. Het is een open gesprek en gesprekspartners zijn leidend in wat ze willen meegeven. Duur: ongeveer 1 uur Gespreksonderwerpen: In het interview willen we globaal 4 onderdelen behandelen. A) een beschrijving van de inzet in 2022. B) indien van toepassing, bespreken inzetcijfers.
C) Reflecteren op 2022: wat ging goed wat kan beter? En tot slot: D) wat overige punten. Verwerking: De verwerking van het gesprek voor de monitor wordt met geïnterviewden en het betrokken Programma Team-lid afgestemd voordat deze in de voortgangsmonitor wordt opgenomen. Bespreekpunten A. Kan je globaal de inzet vanuit jullie organisatie voor de Top6oo en Top400 in 2022 beschrijven? Met welk doel plegen jullie deze inzet? Is de inzet verschillend voor de Top600 en Top400? Zo ja, hoe?
49
B. Indien van toepassing: we hebben cijfers m.b.t. de inzet vanuit jullie organisatie die we je graag willen voorleggen. In hoeverre vind je deze cijfers illustratief voor jullie inzet? Waar(om) wel/ waar(om) niet (evt. beperkingen van de cijfers)? Kan je de duiding geven aan deze cijfers? Welk verhaal vertellen zij volgens jou? C. Reflecterend op de inzet in 2022: Wat ging er goed? Wat kan beter? Waren er in 2022 opvallende nieuwe zaken/trends die speelden? Heeft de inzet in 2022 volgens jou meerwaarde gehad? Kan je dat toelichten? Waar liggen er volgens jou kansen voor verbetering m.b.t. de inzet? En waar de uitdagen? D. Overige: Naast de drie bekende doelstellingen van de Top600/Top400 wordt met de aanpakken beoogt om de samenwerking tussen de netwerkpartners te verbeteren (zoektocht naar systeemfouten). Wil je hierover vanuit jullie organisatie iets meegeven? Zijn er successen uit 2022 die wil je delen? Of juist beperkingen waar je tegen aan bent gelopen? Heb je verbetersuggesties? Is er aanvullende informatie die je wil meegeven voor de voortgangsmonitor? Te denken valt aan: (wetenschappelijk)onderzoek uit eigen werkveld, een casusbeschrijving, eigen aanvullende analyses of nog iets anders. Is er tot slot nog iets wat je de aanpakken en het AcVZ wil meegeven? Zo ja wat?
50
Bijlage 2: Aanhoudingen 2022
Aantallen in deze bijlage zijn afgerond op vijftallen. Aantallen lager dan vijf zijn met * weergegeven. Tabel B2.1: ingeboekte aanhoudingen afgelopen vijf jaar 2018
2019
2020
2021
2022
gemiddelde 2018-2022
Top600: Gemiddeld aantal personen in de aanpak Aantal aanhoudingen Top600 Gemiddeld aanhoudingen per Top600-persoon
495 840 1,7
455 690 1,5
490 600 1,2
495 470 0,9
465 470 1,0
480 614 1,3
Top400: Gemiddeld aantal personen in de aanpak Aantal aanhoudingen Top400 Gemiddeld aanhoudingen per Top400-persoon
265 330 1,2
245 360 1,5
245 260 1,1
210 230 1,1
190 205 1,1
230 275 1,2
Operationalisering HIC en DG In tabellen B2.2 en B2.3 is het aantal aanhoudingen uiteengezet voor delicten die onder High Impact Crime (HIC) en Drugs & Geweld (DG) worden verstaan. Dit is o.b.v. van Maatschappelijke Klassen van de politie (MK-codes) die gebruikt worden bij de Top600 en Top400 politie-criteria. High Impact Crime (HIC): Overval: B72 overval in woning; B73 overval op overige objecten; B74 overal op geld-en waardetransport; Woninginbraak: A20 gekwalificeerde diefstal in/uit woning; A30 diefstal in/uit woning (niet gekwalificeerd); B20 gekwalificeerde diefstal met geweld in/uit woning; B30 diefstal met geweld in/uit woning (niet gekwalificeerd) Moord/doodslag: F540 doodslag/moord; F542 overige misdrijven tegen het leven; Staatroof: B70 straatroof Zware mishandeling: F551 zware mishandeling Openlijke geweldpleging tegen personen: F12 openlijke geweldpleging tegen personen Drugs en Geweld (DG) Drugs: F42 handel in harddrugs Wapenbezit: F70 bezit vuurwapens; F72 bezit overige wapens Geweld: F12 openlijke geweldpleging tegen personen; F530 bedreiging; F540 doodslag/moord; F551 zware mishandeling; en alle maatschappelijke klassen beginnend met een B (vermogensdelicten met geweld)
51
Tabel B2.2: aandeel aanhoudingen HIC/DG-delicten afgelopen twee jaar gemiddelde gemiddelde 2021-1 & 2022-1 & 2021-2 2022-2
2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
Top600: Gemiddeld aantal personen in aanpak Aantal aanhoudingen Unieke aantal aangehouden personen Gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon Aanhoudingen m.b.t. HIC-delicten % HIC van totaal aanhoudingen Aanhoudingen m.b.t. DG-delicten % DG van totaal aanhoudingen
500 245 210 0,49 35 14% 60 24%
490 225 195 0,46 30 13% 50 22%
475 235 200 0,49 50 21% 60 26%
455 235 205 0,52 35 15% 60 26%
495 235 200 0,47 35 14% 55 23%
465 235 200 0,51 40 18% 60 26%
Top400: Gemiddeld aantal personen in aanpak Aantal aanhoudingen Unieke aantal aangehouden personen Gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon Aanhoudingen m.b.t. HIC-delicten % HIC van totaal aanhoudingen Aanhoudingen m.b.t. DG-delicten % DG van totaal aanhoudingen
225 130 110 0,58 25 19% 35 27%
195 100 85 0,51 25 25% 40 40%
190 90 80 0,47 20 22% 30 33%
185 115 105 0,62 25 22% 40 35%
210 115 98 0,55 25 22% 38 33%
187,5 102,5 93 0,55 23 22% 35 34%
Tabel B2.3: Type aanhoudingen HIC/DG-delicten afgelopen twee jaar (Top600)
HIC Moord/doodslag Openlijk geweld (persoon) Overval Straatroof Woninginbraak Zware mishandeling Totaal HIC Totaal HIC gedeeld door aantal pers. in aanpak DG Handel harddrugs Geweld Bedreiging Diefstal met geweld Moord/doodslag Openlijk geweld (persoon) Overval Straatroof Zware mishandeling Wapenbezit Bezit vuurwapens Bezit wapens (overig) Totaal DG Totaal DG gedeeld door aantal pers. in aanpak
2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
gemiddelde 2021-1 & 2021-2
gemiddelde 2022-1 & 2022-2
5 5 5 5 5 5 35 0,07
5 * 5 10 5 * 30 0,06
5 * 10 15 15 * 50 0,11
5 * * 10 10 5 35 0,08
5 * 5 7,5 5 * 32,5 0,07
5 * 10 12,5 12,5 * 42,5 0,09
5
10
5
15
7,5
10
15 * 5 5 5 10 *
10 5 5 * 5 10 *
10 5 5 * 10 15 *
10 5 * * * 10 5
12,5 * 5 * 5 10 *
10 5 5 * 10 12,5 *
* 10 60 0,12
5 * 50 0,10
5 * 60 0,13
* * 60 0,13
* 10 55 0,11
* * 60 0,13
52
Tabel B2.4: Type aanhoudingen HIC/DG-delicten afgelopen twee jaar (Top400)
HIC Moord/doodslag Openlijk geweld (persoon) Overval Straatroof Woninginbraak Zware mishandeling Totaal HIC Totaal HIC gedeeld door aantal pers. in aanpak DG Handel harddrugs Geweld Bedreiging Diefstal met geweld Moord/doodslag Openlijk geweld (persoon) Overval Straatroof Zware mishandeling Wapenbezit Bezit vuurwapens Bezit wapens (overig) Totaal DG Totaal DG gedeeld door aantal pers. in aanpak
2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
gemiddelde 2021-1 & 2021-2
gemiddelde 2022-1 & 2022-2
10 5 * 5 *
* * 15 * *
* * * 10 * -
5 5 * 5 * *
10 * * 10 * *
* * * 7,5 * *
25
25
20
25
25
22,5
0,11
0,13
0,11
0,14
0,12
0,12
*
*
*
*
*
*
* 10 * * 5 *
* 5 5 5 * 5 *
* * * * * 10 -
* 5 5 5 * 5 *
* * 7,5 * * 5 *
* * * * * 7,5 *
* 5 35 0,16
5 * 40 0,21
* * 30 0,16
5 * 40 0,22
* * 37,5 0,18
* * 35 0,19
53