1. Voortgangsmonitor 2022 Top600 en Top400
Tekst van het document
Voortgangsmonitor Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/jongvolwassenen Top600 en Top400 in 2022 en vooruitblik 2023
Een samenwerking van de kernpartners: Openbare Orde en Veiligheid (OOV) Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD) Werk, Participatie en Inkomen (WPI) De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) De stadsdelen De Amstellandgemeenten Het Openbaar Ministerie (OM) De politie Reclassering Nederland (RN) Reclassering Inforsa Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LDH) De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSS) Dienst Justitiële Inrichtingen
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................ 3 Kerncijfers Top600 en Top400 .....................................................................................8 Inleiding…. ................................................................................................................9 1. 1.1. 1.2.
Straf en begrenzing................................................................................... 13 Optimale samenwerking binnen de strafrechtketen ....................................................13 Benutten gemeentelijke instrumenten ....................................................................... 19
2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
Bieden van zorg en hulp ............................................................................ 20 Beter voorbereiden op leven na detentie .................................................................... 20 Dak boven het hoofd .................................................................................................. 23 Begeleiding naar werk, scholing, dagbesteding en hulp bij schulden .......................... 24 Zicht op zorgbehoefte en toeleiding naar passende hulp............................................ 28 Vergroten intrinsieke motivatie .................................................................................. 32
3. 3.1. 3.2.
Voorkomen afglijden broertjes, zusjes en minderjarige kinderen................... 34 In kaart brengen van en toeleiden naar benodigde hulp ............................................. 34 Versterking van samenwerking met ouders ................................................................ 36
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
Verbeteren samenwerking......................................................................... 38 Doorlopend leren en verbeteren ................................................................................. 38 Ervaringen van personen in de aanpakken en van ouders ........................................... 41 Inspelen op actueel veiligheidsbeeld .......................................................................... 44 Waarborging rechten betrokkene............................................................................... 47
Bijlage 1: Toelichting interviews ................................................................................ 49 Bijlage 2: Aanhoudingen 2022 ................................................................................... 51
2
Samenvatting
Doel van deze Voortgangsmonitor is inzage geven in relevante ontwikkelingen en de inzet binnen de Top400 en Top600 aanpakken in 2022, met waar relevant ook een weergave van de inzet in de eerste helft van 2023. Het is de eerste gecombineerde monitor voor de Top600 en Top400 aanpakken, waarbij gebruik gemaakt is van kwantitatieve (inzet)informatie, verrijkt met input van netwerkpartners, professionals, personen in regie en ouders. Op deze manier geven we een breed beeld van wat goed gaat en welke dingen beter kunnen. We schetsen de punten om op te reflecteren en de aanpakken verder mee te verbeteren en we brengen de meerwaarde van onze gezamenlijke inzet nog beter in beeld.
Kerncijfers Top600: eind 2022 zaten 443 personen in de Top600-aanpak. De gemiddelde leeftijd was 27 jaar (range: 14 tot 72 jaar). In totaal zijn er in 2022 73 personen ingestroomd, waarvan 24 doorstromers vanuit de Top400, en er zijn 112 personen de aanpak uitgestroomd. Kijkend naar de afgelopen vijf jaar valt op dat er minder personen aan de Top600-criteria voldoen en instromen. Verschillende omstandigheden liggen hieraan ten grondslag, waaronder de coronapandemie (toen minder personen zijn aangehouden en veroordeeld voor HIC-delicten), algemene daling van HIC-delicten en vermoedelijk een gedeeltelijke verplaatsing naar digitale criminaliteit. Top400: eind 2022 zaten 230 personen in de Top400-aanpak. De gemiddelde leeftijd was 19 (range: 13 tot 26 jaar). De gemiddelde leeftijd van een persoon in de Top400 aanpak lijkt de laatste jaren iets toe te nemen: met 18 jaar in 2021, 19 jaar in 2022 en in 2023 lijkt dat gemiddelde op 20 jaar uit te komen. In totaal zijn er in 2022 93 personen ingestroomd en 51 personen de aanpak uitgestroomd. Een deel van de Top400 (en Top600) regiecapaciteit en – expertise wordt al een aantal jaar ingezet voor het gebieds- en contextgericht werken (o.a. bij schoolveiligheidsproblematiek).
Algemeen beeld en belangrijkste ontwikkelingen 2022 Begin 2022 wordt gekenmerkt door een harde lockdown vanwege de coronapandemie. De laatste maatregelen vervielen in maart 2022. De maatregelen hebben effect gehad op het criminaliteitsbeeld, op het contact tussen partners en met de personen in de aanpakken, maar ook op de groepsgerichte interventies die konden worden ingezet vanuit de aanpakken. Na het vervallen van alle maatregelen werden interventies weer hervat, soms in een (blijvend) veranderde realiteit. Ten behoeve van deze voortgangsmonitor zijn o.a. interviews gehouden met een groot deel van de partners.1 Partners benoemen als een belangrijke ontwikkeling die zij zien in de casuïstiek dat door jonge plegers zwaardere (veelal wapen en drugs) delicten worden gepleegd, met name onder de personen in de Top400. Partners beschouwen dit als een verharding. Uit de politiecijfers volgt ook dat personen in de Top400 in 2022 (afgezet tegen het totaal aantal personen in de aanpak) procentueel ongeveer even vaak zijn aangehouden als personen in de Top600, in de tweede helft van 2022 zelfs vaker. Ook blijkt dat personen in de Top400 relatief vaker dan personen in de Top600 worden aangehouden voor HIC/DG delicten.
1
Zie bijlage 1 voor een toelichting op interviews met de partners.
3
In de casuïstiek zien partners daarnaast een toename van digitale criminaliteit2 en een grotere mobiliteit van plegers, waarbij een deel van de criminaliteit zich lijkt te verplaatsen naar andere gemeenten, provincies en het buitenland. In 2022 had de beperkte politiecapaciteit invloed op de aanpak, bijvoorbeeld omdat daardoor minder IPGA interventieplegers beschikbaar waren. In 2023 zijn hierover nieuwe afspraken gemaakt. Daarnaast heeft de politie besloten in 2022 formeel te starten met 22 nieuwe regisseurs Zorg &Veiligheid. Eind 2023 wordt hier een evaluatie van verwacht. Een andere belangrijke ontwikkeling in 2022 is de reorganisatie van de Top600 afdeling in JC Zaanstad, mede om meer rust en veiligheid te creëren. Daarnaast zijn de regisseurs ook in 2022 tegen knelpunten aangelopen rond wachtlijsten in de zorg en het tekort aan verblijfplekken. Ouders en personen in de aanpakken benoemen dit ook als belangrijke zorgpunten.
Belangrijkste inzetcijfers 2022 Het aantal Top600/Top400 gedagvaarde zaken waarin een eindvonnis is gewezen, is de afgelopen periode gedaald. Uit de gesprekken met de politie en het Openbaar Ministerie blijkt dat er vooralsnog geen duidelijke verklaring is te geven voor deze daling. Mogelijk zijn het naweeën van de coronapandemie, waardoor onder andere achterstanden zijn opgelopen bij OM en rechtbank. Hier wordt nader naar gekeken. In 2022 is bij 32% van de Top600 en 45% van de Top400 personen een eindvonnis met bijzondere voorwaarden opgelegd. Het percentage bijzondere voorwaarden ligt hoger bij Top600/Top400 zaken dan bij niet Top600/Top400-zaken (13%). Dit sluit aan bij het doel van de aanpakken, aangezien bijzondere voorwaarden een belangrijke stok achter de deur zijn voor de uitvoering van het plan van aanpak. 44% van de Top600-personen had eind 2022 reclasseringstoezicht bij één van de drie reclasseringsorganisaties en 11% was in begeleiding bij een Gecertificeerde Instelling.3 Ongeveer een derde van de Top400-personen (35%) had reclasseringstoezicht en 35% was in begeleiding bij een Gecertificeerde Instelling. De detentie-cijfers zijn in 2021 en 2022 vrij stabiel. In 2022 zat gemiddeld 36% van de personen in de Top600 in detentie en 18% van de personen in de Top400. In 2022 was ongeveer de helft van alle personen in de aanpakken in begeleiding bij WPI.
Het betrof gemiddeld 217 Top600-personen en 99 Top400 personen. Dit aandeel is stabiel sinds 2021. Er zijn in 2022 in totaal 74 personen aan het werk geholpen. Daarnaast zijn er kortdurend 15 personen uit de aanpakken naar werk begeleid. Het aantal afgeronde GGD screeningen en pogingen tot screening is sinds 2021 bij Top600 personen fors afgenomen van in totaal 145 in 2021 tot 70 in 2022, waarbij in de tweede helft van 2022 (na de coronaperiode) weer een lichte stijging te zien is. Bij de Top400-personen is het aantal afgeronde GGD screeningen en pogingen tot screening in 2022 in totaal vrijwel gelijk aan 2021 met in totaal 43 screeningen en pogingen in 2021 en 44 screeningen en pogingen in 2022. Omdat al langere tijd gesignaleerd werd dat het aantal screeningen terugliep, is deze mogelijkheid in 2022 opnieuw onder de aandacht gebracht bij regisseurs. Met de partners wordt een nieuwe visie bepaald op de 2
Onder digitale criminaliteit verstaan we zowel gedigitaliseerde criminaliteit (traditionele delicten, waarbij nu gebruik
wordt gemaakt van ICT, zoals illegale handel van wapens of drugs via social media) als cybercriminaliteit (delicten die niet zouden bestaan zonder ICT of internet en zich richten tegen een geautomatiseerd werk, zoals bijvoorbeeld het hacken van een systeem en de data daarvan stelen). 3 De Gecertificeerde Instellingen zijn Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA), William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &Jeugdreclassering (WSS) en het Leger des Heils (LdH).
4
screeningen, hiertoe is in 2022 een uitvraag gedaan bij de regisseurs en de uitkomsten worden vertaald in nieuwe afspraken. Als onderdeel van de screening door de GGD wordt de Zelfredzaamheid-Matrix4 ingevuld. In vergelijking met de periode 2018-2021 valt op dat in 2022 er minder zelfredzaamheid blijkt op de domeinen huisvesting en huiselijke relaties. Daarnaast wordt er in 2022 minder vaak dan in de jaren daarvoor acute problematiek of onvoldoende zelfredzaamheid gesignaleerd op het domein geestelijke gezondheid. Een mogelijke verklaring voor deze verschuiving is volgens de GGD dat regisseurs bij huisvestingsproblemen vaker verwijzen naar de GGD en regiepersonen wellicht eerder geneigd zijn zich te laten screenen door de GGD bij huisvestingsproblemen (in de hoop op een woonindicatie) dan bij (vermoedelijke) gezondheidsproblemen. Ook regisseurs vullen de Zelfredzaamheids-Matrix in. Personen in de Top600 aanpak zijn volgens regisseurs op basis van de door hen ingevulde Zelfredzaamheid-Matrix in 20225 het meest zelfredzaam op de leefgebieden Basale-ADL, Instrumentele ADL en lichamelijke gezondheid. Het minst zelfredzaam zijn ze – zoals ook te verwachten valt - op de leefgebieden justitie, werk & opleiding en financiën. De resultaten van de Top400 sluiten hierbij aan.
Bij het PIT (voor kinderen 5-18 jaar) zijn eind 2022 171 gezinnen en 349 kinderen bekend die verbonden zijn aan een Top600-persoon die op dat moment in regie was. Hiervan was het merendeel al via een andere route (zoals de basisschool) in beeld bij het PIT en was de begeleiding bij 111 gezinnen en 216 kinderen al afgesloten voordat de regiepersoon in de Top600 aanpak kwam. Daarnaast zijn er in 2022 98 gezinnen en 220 kinderen bij PIT bekend die verbonden zijn aan een Top400-persoon.
Meerwaarde van de aanpak In de interviews die zijn gehouden met partners, constateren de partners dat veel goed gaat in de aanpakken. Zij zien nog steeds veel meerwaarde in de samenwerking. De structuur en organisatie binnen de aanpakken worden hierin als belangrijke toegevoegde waarden ervaren. De coördinatie en ondersteuning vanuit het AcVZ helpt daarbij en houdt het netwerk stabiel. Door het grote netwerk is het gemakkelijker informatie uit te wisselen en een beroep te doen op elkaars expertise. Binnen de casuïstiek zorgt de samenwerking voor een vollediger gezamenlijk informatiebeeld en kan er sneller geschakeld en gehandeld worden, met beter passende interventies. Om meer zicht te krijgen op en om te kunnen leren van de ervaringen van personen in de aanpakken zelf heeft DSP-groep in de periode augustus 2022 – mei 2023 gesprekken gevoerd met 14 personen die in de aanpak zitten of hebben gezeten.6 Het AcVZ heeft daarnaast een aantal ouders om feedback gevraagd ten behoeve van deze monitor. Het contact met en de rol van een duidelijke en eerlijke regisseur die naast de persoon in de aanpak gaat staan, wordt zowel door personen in de aanpakken7 als door ouders benoemd als meerwaarde van de
4
Versie 2017. Het instrument bestaat uit 13 leefgebieden: financiën, werk & opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke
relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, basale Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL), instrumentele ADL, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie. Elk leefgebied kan gescoord worden van 1 (acute problematiek) tot en met 5 (volledig zelfredzaam). Iemand is zelfredzaam op een leefgebied indien de persoon voldoende of volledig zelfredzaam is. 5 Gekeken is naar de in 2022 meest recent door de regisseur ingevulde ZRM van personen op 1 januari 2023 in de aanpak. 6 In gesprek met, een onderzoek naar de ervaringen van personen in de integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/jongvolwassenen (DSP-groep, 2023) en zie paragraaf 4.2. voor een korte weergave van de bevindingen. 7 Ten aanzien van de door de personen in de aanpakken genoemde succesfactoren geldt dat dit aspecten zijn die zij als positief aan de aanpakken benoemden en waar volgens hen continue aandacht voor moet blijven. Dit betekent niet dat alle respondenten vonden dat deze punten in de praktijk altijd goed werden ingevuld.
5
aanpakken. Zij zien dat de regisseur ervoor kan zorgen dat de betrokken partners beter samenwerken, waarbij de regisseur kan fungeren als één duidelijk aanspreekpunt. Ook waarderen ze de inzet vanuit de aanpakken om de leefgebieden van de betrokken personen te verbeteren, zoals het aanpakken van schulden en het vinden van een opleiding, werk of andere dagbesteding, in samenwerking met het interventieteam van WPI. Het projectgeld, waarbij kleine noodzakelijke aanvragen financieel worden vergoed (studieboeken, reiskosten naar dagbesteding etc) wordt eveneens als meerwaarde gezien. Deze inzet op de leefgebieden draagt volgens de personen in de aanpakken bij aan rust en aan de motivering om mee te werken. Ten slotte hebben enkele personen benoemd dat doordat ze een regisseur hadden vanuit de politie, hun kijk op de politie veranderde en ze meer respect kregen voor de politie. Dat kwam doordat deze regisseurs betrokkenheid toonden, de regiepersoon probeerden te motiveren en ook meer inzicht gaven in waarom ze als politie soms doen wat ze doen.
Aandachtspunten In deze monitor komen verschillende aandachtspunten, ontwikkelingen en uitdagingen naar voren, zoals de door partners gesignaleerde verharding, de toename van digitale criminaliteit en maatschappelijke uitdagingen zoals wachtlijsten in de zorg. Het merendeel daarvan is niet nieuw en is bijvoorbeeld eerder genoemd in het Meerjarenplan Top600 en Top400 (2023-2026)8. Een van de genoemde aandachtspunten is het risico op het verloren gaan van kennis en ervaring door personeelswisselingen, arbeidskrapte en ziekteverzuim (mede ten gevolge van de coronapandemie). Met onder meer de training van en communicatie naar regisseurs en de verkenning van een nieuw, gebruiksvriendelijker en flexibeler, cliënt volgsysteem wordt gewerkt aan borging van goede informatieuitwisseling en consistente kwaliteit. Ook vraagt dit om doorlopende aandacht van partners in de interne communicatie. Een paar partners hebben als aandachtspunt genoemd dat de in- en uitstroomcriteria blijven aansluiten bij de ontwikkelingen in de maatschappij. Daarbij komt de vraag op hoe om te gaan met een aantal subgroepen binnen de aanpakken waarvoor het mede door juridische beperkingen lastig is om perspectiefverbetering is te realiseren. Daarnaast is de fast lane hoger beroep (snellere behandeling van strafzaken) als belangrijk aandachtspunt benoemd.
Het OM neemt het initiatief om hier hernieuwde afspraken over te maken met rechtbank en gerechtshof. Het programma Detentie & Terugkeer signaleert verder een stijgende zorgbehoefte van personen in de aanpakken die in detentie zitten (psychiatrische en verslavingsproblematiek). In 2023 e.v. wordt o.a. bekeken of de huidige interventies nog voldoende passend zijn voor personen in de aanpakken. Ouders en regiepersonen merken op dat het belangrijk is om aandacht te houden voor de effecten van stigmatisering. Ook benadrukken zij het belang van passende huisvesting. Daarnaast vinden regiepersonen het belangrijk dat hulpverleners directer vragen naar persoonlijke talenten en noemen regiepersonen het belang van een positief rolmodel. In 2023 wordt het merendeel van deze aandachtspunten (verder) opgepakt.
8
Meerjarenplan integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/jongvolwassenen 2023-2026
6
Belangrijke projecten in 2022 en 2023 Om in te spelen op de gesignaleerde ontwikkelingen is in 2022 o.a. gestart met de voorbereidingen van een onderzoek naar wapenproblematiek en met die van een pilot waarbij, met ingang van mei 2023, de instroomcriteria van de Top400 tijdelijk zijn uitgebreid met ‘bezit en handel in wapens’ om meer jongeren met wapenproblematiek te kunnen ondersteunen. Ook is in samenwerking met de aanpak Doorgroeiers de Richtingwijzer Lik-op-stuk ontwikkeld als hulpmiddel voor regisseurs om hun handelingsperspectief bij personen die zich bezighouden met drugscriminaliteit te vergroten. In 2022 e.v. is bovendien veel aandacht geweest voor veiligheidsrisico’s voor professionals, met trainingen voor regisseurs en met nieuwe samenwerkingsafspraken met o.a. politie en Openbaar Ministerie om informatie-uitwisseling bij levensdreiging te verbeteren. Om de samenwerking en rolverdeling bij ZSM9, voorgeleidingen, reclasseringstoezicht, zittingen en de Fast Lane bij hoger beroep te verduidelijken, zijn in 2022 en de eerste helft van 2023 de werkafspraken tussen de strafrechtpartners en het AcVZ geactualiseerd.10 Verder wordt sinds eind 2021 onder meer samengewerkt met Credible Messengers om personen in de aanpakken te motiveren tot gedragsverandering; een samenwerking die in 2023 verder vormgegeven zal worden.
Ook wordt de samenwerking met de straatcoaches van SAOA in 2023 e.v. gecontinueerd. In 2022 is daarnaast veel gedaan om de informatievoorziening aan ouders verder te verbeteren en het perspectief van ouders actiever te betrekken bij de aanpakken. Ook in 2023 e.v. wordt op verschillende manieren gewerkt aan de verdere versteviging van deze samenwerking. Zo wordt gewerkt aan een naamswijziging van de Top400 o.a. omdat deze naam door sommige ouders als stigmatiserend wordt ervaren. Het bevragen van ouders wordt eind 2023 meer structureel vormgegeven door het oprichten van een klankbordgroep van ouders. Tevens wordt onderzocht hoe tot een Commissie van Toezicht te komen die de rechtswaarborgen in de Top400 aanpak objectief kan toetsen, om deze waar nodig te verbeteren. Daarnaast hebben het AcVZ, PIT en GGD in 2022 e.v. hun samenwerkingsafspraken ten aanzien van de inzet op broertjes en zusjes en minderjarige kinderen van personen in de aanpakken opnieuw onder de loep genomen en deze zijn in 2023 geactualiseerd. Verder wordt in 2023 gewerkt aan een onderzoeksvoorstel naar de aard en omvang van digitale criminaliteit, om te kunnen bepalen of en hoe hier binnen de aanpakken beter op in te kunnen spelen. Ten slotte zullen we in 2023 e.v.
vanuit de Top600/Top400 aanpak het context- en gebiedsgericht werken verder ontwikkelen (mede op scholen en in de stadsdelen), zowel ter preventie van afglijden van risicojeugd als bij bestaande criminele groepen.
Afsluitend Met de ‘rijkere’ manier van monitoren waarmee in deze monitor is gestart wordt een breed beeld gegeven van de meerwaarde van de aanpakken. De netwerkpartners van het AcVZ blijven voortdurend gericht op leren en ontwikkelen, waarbij inzichten uit de relevante wetenschappelijke literatuur worden betrokken. De komende tijd wordt opnieuw bekeken of de aanpakken nog voldoende aansluiten bij de actuele maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij onder meer wordt onderzocht of de aanpakken zich nog op de juiste doelgroep richten. 9 ZSM staat voor Zorgvuldig, Snel en op Maat. De ZSM aanpak is voor veelvoorkomende criminaliteit zoals
(winkel)diefstal, vernieling en licht uitgaansgeweld, waarover een officier van justitie snel kan beslissen. 10 Werkafspraken rondom informatie op zitting: rol van het OM, de reclassering, IPGA en de Top600/Top400 regisseur.
7
Kerncijfers Top600 en Top400
Inleiding
Deze voortgangsmonitor rapporteert over de ontwikkelingen in 2022 in de integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen, hierna de ‘Top600’ en de ‘Top400’ of ‘de aanpakken’. Nu deze monitor in de loop van 2023 uitkomt geeft deze, waar relevant, ook vast een beeld van de inzet in de eerste helft van 2023 en soms een vooruitblik. In de Top600 voeren we intensief regie op veelplegers: personen die veroordeeld zijn voor HIC-, drugs- en/of wapendelicten11. Complexe problemen op meerdere leefgebieden liggen (deels) ten grondslag aan hun criminele gedrag. De Top400 biedt integrale en persoonsgerichte regie aan jongeren van 12 tot en met 23 jaar die al meermaals door de politie zijn aangehouden als verdachte van een misdrijf, en bij wie bovendien meerdere zorgelijke signalen zichtbaar zijn. Zoals een justitiële maatregel, deel zijn van een geprioriteerde jeugdgroep, dealen van nepdope en verzuim van school. Over deze jongeren bestaat de vrees dat zij zonder ingrijpen afglijden in de criminaliteit. In beide aanpakken is aandacht voor de broertjes en zusjes (of minderjarige kinderen) van personen in de aanpak.
De aanpakken hebben dezelfde drie doelstellingen: 1) het terugdringen van recidive, 2) het verbeteren van het toekomstperspectief van de betreffende persoon en 3) het voorkomen van afglijden van minderjarige broertjes en zusjes (en kinderen van de personen in regie zelf) in de criminaliteit. In de Top600 en Top400 voert een regisseur integraal (dat wil zeggen vanuit de perspectieven veiligheid, zorg en sociaal) en persoonsgericht (dus op maat) regie op de situatie rond een persoon met complexe problemen op zowel het veiligheidsvlak als het zorg- en sociale vlak. Het plan van aanpak is - behalve op straf en begrenzing (lik op stuk) - gericht op het verbeteren van iemands leven qua inkomen en positieve dagbesteding, opleiding of woonsituatie, maar ook met therapie of begeleiding. De aanpakken worden gecoördineerd door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), waarin de gemeente Amsterdam en de vijf Amstellandgemeenten samenwerken met circa veertig partners uit de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein. Er zijn op dit moment circa 100 regisseurs actief voor de aanpakken, afkomstig van de veertien kernpartners12.
11 Onder High Impact Crime (HIC) wordt verstaan: overval, woninginbraak, moord/doodslag, straatroof, zware
mishandeling en openlijke geweldpleging tegen personen. Onder Drugs en Geweldsdelicten (DG) wordt verstaan: drugshandel, wapenbezit en geweldsdelicten. Zie bijlage 2 voor meer details. 12 De kernpartners van het AcVZ zijn naast de gemeente Amsterdam (de directies Openbare Orde en Veiligheid
(OOV), Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD), Werk, Participatie en Inkomen (WPI), de GGD en de stadsdelen) en de Amstellandgemeenten: het Openbaar Ministerie, de politie, Reclassering Nederland, Reclassering Inforsa, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. Ook de Dienst Justitiële Inrichtingen, de woningcorporaties en de GGZ-aanbieders worden tot de kernpartners gerekend. Zij leveren geen regisseurs maar zijn wel vertegenwoordigd in de Stuurgroep Veiligheid en Zorg
9
Leeswijzer In voorgaande jaren werd voor de Top400 en de Top600 een aparte voortgangsmonitor gemaakt omdat het aparte aanpakken betreffen. Dit jaar is ervoor gekozen om de monitors van beide aanpakken samen te voegen omdat bij beide aanpakken dezelfde thema’s spelen. In geval van twee monitors zouden deze tekstueel dan ook veel overlap vertonen. Bovendien biedt een samengevoegde monitor meer overzicht in de verschillen tussen de aanpakken. Deze voortgangsmonitor is de eerste monitor voor de Top600 en Top400 die geïnspireerd is op de methodiek ‘Rijker Verantwoorden’13. Doel van deze monitor is gezamenlijk als kernpartners te reflecteren op de vragen: Wat is het afgelopen jaar opgevallen? Wat ging er goed, wat kan er beter? De resultaten bieden aanknopingspunten voor gezamenlijk leren, beleidsontwikkeling en verdere versterking van de aanpakken. Naast kwantitatieve (inzet)informatie is de monitor verrijkt met kwalitatieve informatie. Dit zijn a) beschrijvingen van projecten en nieuwe samenwerkingsprocessen, b) input afkomstig van interviews met de partners, te herkennen aan de grijze tekstblokken (zie bijlage 1 voor topiclijst en meer informatie), c) input van ouders (zie paragraaf 4.2.2) en d) input van personen in de aanpakken (zie paragraaf 4.2.1). Ook zijn er op verschillende plekken in de monitor citaten opgenomen om meer beeld te geven van de dagelijkse praktijk.
Deze zijn te herkennen aan blauwe tekstballonnen.
Algemene terugblik 2022 Begin 2022 wordt gekenmerkt door een harde lockdown vanwege de coronapandemie. In het eerste kwartaal van 2022 werden de coronamaatregelen langzaam versoepeld. Uiteindelijk vervielen de laatste maatregelen in maart 2022. Deze maatregelen hebben effect gehad op het criminaliteitsbeeld en op de inzet die mogelijk was vanuit de aanpakken. Zo konden de groepsgerichte interventies geen doorgang vinden of slechts in aangepaste vorm. Na het vervallen van alle coronamaatregelen in maart 2022 zijn alle interventies weer hervat. Hoe we in 2023- 2026 willen blijven inspelen op de maatschappelijke ontwikkelingen en de ambities en uitdagingen waar de aanpakken voor staan, staat omschreven in het begin 2023 uitgebrachte meerjarenplan integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren / jongvolwassenen 20232026 (hierna: meerjarenplan). Ook de kritische reflecties die eind 2022 zijn gegeven op de Top400 in o.a. de mediaberichtgeving en in de Amsterdamse gemeenteraad zijn in het meerjarenplan benut.
Een korte schets van criminaliteitsontwikkelingen 2022 In 2020 en 2021 werd het criminaliteitsbeeld sterk beïnvloed door de coronapandemie en de door de overheid getroffen coronamaatregelen. De meer traditionele offline criminaliteit nam af, terwijl de digitale criminaliteit14 leek te groeien. In het voorjaar van 2022 ging de samenleving open en nam de offline criminaliteit weer toe15. Dit geldt echter niet voor alle vormen van criminaliteit. Zo ligt het 13 Zie ook www.rijkerverantwoorden.nl 14 Onder digitale criminaliteit verstaan we zowel gedigitaliseerde criminaliteit (waarbij gebruik wordt gemaakt van
ICT, zoals illegale handel van wapens of drugs via social media) als cybercriminaliteit (delicten die niet zouden bestaan zonder ICT of internet en zich richten tegen een geautomatiseerd werk, zoals bijvoorbeeld het hacken van een systeem en de data daarvan stelen). 15 OM Jaarbericht, 2022
10
aantal HIC-delicten in Amsterdam in 2022 nog steeds lager dan voor de coronacrisis in 2019 en is het de vraag hoe dit zich verder ontwikkelt. Een mogelijke ontwikkeling is dat criminaliteit zich tijdens de pandemie verder naar de drugs- en/of digitale criminaliteit heeft verplaatst en personen op dit pad verder zullen gaan.16 Het is belangrijk om dit in de gaten te blijven houden en bij (deze mogelijk blijvende verandering) aan te sluiten. Aanhoudingen Binnen de Top600 en Top400 zien we dat personen in 2022 ongeveer even vaak zijn aangehouden door de politie als in 2021. De Top600-personen zijn in 2022 473 keer aanhouden en de Top400personen 210 keer (in 2021 respectievelijk 471 keer en 222 keer). Door het jaar heen fluctueert het aantal licht. Afgezet tegen het aantal personen in de aanpak lijkt het aandeel aanhoudingen voor de Top600 in 2021 en 2022 stabiel (rond de 50 aanhoudingen per 100 personen per half jaar). Bij de Top400 valt op dat zij (afgezet tegen het totaal aantal personen in de aanpak) procentueel ongeveer even vaak zijn aangehouden als de Top600, in de tweede helft van 2022 zelfs iets vaker (63 aanhoudingen per 100 regiepersonen). Het valt op dat het percentage aanhoudingen voor een HIC/DG-delict t.o.v. het totaal aantal aanhoudingen binnen de Top400 hoger is dan bij de Top600.
Afgezet tegen het aantal personen in de aanpak wordt de Top400 gemiddeld ook iets vaker aangehouden voor een HIC/DG-delict dan de Top600 (zie bijlage 2 voor details per delict soort). Het gaat om kleine aantallen, dus het is lastig om hier conclusies aan te verbinden. Figuur 1: Politie aanhoudingen Top600 244
Top400 236
237
227
100% 80%
100% 130
118 99
60%
60%
92
40%
40%
20%
20%
0% 2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
80%
0% 2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
aantal aanhoudingen % aanhoudingen t.o.v. totale doelgroep % HIC % DG Bron: Politie Eenheid Amsterdam/bewerking AcVZ
Registraties Personen in de aanpakken kunnen ook in aanraking komen met de politie (bijv. in de rol van verdachte, betrokkene of omstander), zonder dat sprake is van een aanhouding. In eerdere monitors is onderzocht dat dit met name is voor delicten die te maken hebben met (drugs- en drank) overlast, mishandeling, overige vermogensdelicten (waaronder heling) en straatroof (geldt met name voor Top400). In de periode juli 2021 tot juli 2022 viel de meerderheid van de registraties in de rol van verdachte (Top600: 65%, Top400: 67%) onder een van de hoofdcategorieën diefstal, diefstal
16 Veiligheidsmonitor OOV, 2022
11
met geweld, verkeersdelicten en misdrijven tegen de persoonlijke integriteit (zoals bedreiging en mishandeling).17 Belangrijke trends en signalen met betrekking tot criminaliteit Een aantal ontwikkelingen in de criminaliteit gepleegd door personen in de aanpakken is in vrijwel alle gesprekken met partners teruggekomen. Hieronder de belangrijkste thema’s: 1: Zwaardere delicten door jongere plegers De kernpartners geven aan dat ze de indruk hebben dat met name de personen in de Top400 zwaardere delicten plegen en vaker betrokken bij delicten zoals moord/ doodslag en bijvoorbeeld het plaatsen van explosieven in de stad. Ook zien de partners in de casuïstiek dat personen steeds jonger betrokken raken bij het plegen van heftige delicten al dan niet met gebruik van wapens. Zo geeft een partner aan dat zij ervaren dat de gemiddelde leeftijd waarop personen starten met het plegen van delicten van 14-15 jaar is verlaagd tot gemiddeld 11-12 jaar. Een aantal partners benoemt ook dat het steeds vaker om jongeren gaat die eerder nog niet in beeld waren bij de politie (‘first offenders’) maar áls ze dan in beeld komen het meestal meteen gaat om vrij heftige delicten. 2: Invloed online wereld Een aantal partners benoemt de invloed van de online wereld op personen in de Top600/ Top400. Hun netwerk bevindt zich niet alleen meer op straat maar in steeds grotere mate online.
De zorg wordt geuit dat jongeren online makkelijker, en mogelijk ook op jongere leeftijd, kunnen worden blootgesteld aan de criminele wereld en via die weg eenvoudiger kunnen worden geronseld voor klussen. Ook merkt een deel van de partners op dat personen in de Top600 en Top4oo zich meer bezig lijken te houden met digitale criminaliteit dan voorheen. Het is echter lastig een goed beeld te krijgen van aard en omvang van de digitale delicten gepleegd door personen in de aanpakken. Daarnaast vraagt het dat regisseurs en partners goed op de hoogte zijn van de online wereld waarin de regiepersonen zich begeven. 3: Toegenomen mobiliteit bij het plegen Partners hebben de indruk dat de personen in de aanpakken mobieler zijn geworden en in toenemende mate in andere gebieden worden gezien. Dit kan zijn in andere stadsdelen (mede door de komst van de Noord-Zuid metrolijn), maar ook vaker in de regiogemeenten of elders in het land. Ook in toenemende mate in het buitenland, met name België en Duitsland (bijvoorbeeld in de haven van Antwerpen. Dit kan leiden tot knelpunten in de aanpak omdat informatie-uitwisseling met instanties die niet zijn aangesloten bij het convenant van het AcVZ niet vanzelfsprekend is.
4: Betrokkenheid drugscriminaliteit De partners zien in de casuïstiek dat personen in de aanpakken zich steeds vaker en op jongere leeftijd bezighouden met drugscriminaliteit en zware geweldsdelicten. Aangezien er in de drugs veel geld wordt verdiend, is het steeds moeilijker om deze personen te motiveren om te kiezen voor een leven buiten de criminaliteit.
17 o.a. Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen (2023),
Top600 in beeld (2020) Top400 in beeld (2020), Top600 in beeld (2019) en Topo400 in beeld (2019).
12
1. Straf en begrenzing
De partners spannen zich afzonderlijk én gezamenlijk in om recidive door personen in de aanpakken te verminderen. Dit ter voorkoming van nieuwe delicten die een grote impact hebben op de slachtoffers en maatschappij. Hiertoe zetten we ook straf en begrenzing (ook wel ‘Lik op stuk’ genoemd) in.
1.1.Optimale samenwerking binnen de strafrechtketen Binnen de aanpakken werken we met de partners uit de strafrechtketen samen om ervoor te zorgen dat we beter zicht krijgen op de (strafbare) activiteiten van de personen in de aanpakken en om (waar mogelijk) tot een strafrechtelijk kader te komen. Dit met het doel dat de personen in de aanpak de consequenties ervaren van het strafbare gedrag en er een ingang kan worden gecreëerd om te werken aan het vergroten van de motivatie van de persoon. Voor de Top600 en Top400 zijn er daarom afspraken gemaakt over extra capaciteit en inzet in de strafrechtketen. Zo wordt er o.a. met een gezamenlijk informatiebeeld, specifieke procesafspraken en korte lijnen gestreefd naar de meest effectieve samenwerking voor de vaak complexe casuïstiek.
1.1.1. Inzet politiecapaciteit (regisseurs Zorg &Veiligheid en IPGA interventieplegers) De politie voert in het kader van de Top600 en Top400 aanpakken specifieke taken uit waarvoor capaciteit is vrijgemaakt. Allereerst is er de algemene regietaak binnen de Top600 en Top400. De politie heeft 22 regisseurs Zorg & Veiligheid geselecteerd die, na een opleiding van 3 maanden, in maart 2022 formeel van start zijn gegaan. Deze regisseurs zijn volledig vrijgemaakt voor Zorg & Veiligheid en houden zich naast regie op Top600/Top400 ook bezig met andere, bredere zorg en veiligheidsthema’s, zoals bijvoorbeeld huiselijk geweld en kindermishandeling. De politie ziet de komst van de Zorg & Veiligheidsregisseurs als een zeer positieve ontwikkeling. Deze regisseur heeft de beschikking over interventieplegers om de aanpak goed vorm te geven en zorgt voor meer aandacht voor zorg- en veiligheidsthematiek in de basisteams van de politie. Momenteel wordt onderzoek uitgevoerd door de politie in samenwerking met de VU naar de meerwaarde van de Zorg & Veiligheidsregisseurs. De resultaten van dit onderzoek worden eind 2023 verwacht. Binnen de Top600/Top400 aanpakken ziet de politie met name meerwaarde in de sterke informatiepositie ‘aan de voorkant’, gebaseerd op informatie van alle partners, die helpt bij de afweging om bepaalde interventies wel of juist niet uit te voeren.
Dit draagt bij aan een passende aanpak van een persoon. Een tweede manier waarop politiecapaciteit wordt ingezet in de aanpakken is door middel van de inzet van IPGA interventieplegers18 die diverse politie-interventies kunnen inzetten in de Top600/ Top400 casuïstiek. Voorbeelden van interventies zijn reguliere controles, huisbezoeken, inactieve 18 Professionals van de politie die als interventiepleger werken voor de Integrale Persoonsgerichte Aanpakken
(IPGA) waaronder de Top600/ Top400.
13
dynamische controles (nummerplaat herkenning), in kaart brengen dagbesteding en sociale omgeving, kort cyclisch onderzoek etc. Een derde belangrijke taak is de inzet van het Dienst Regionale Informatie Organisatie (DRIO)-team. Dit team houdt zich onder andere bezig met het opmaken van basisdossiers voor personen die instromen in de Top600 of Top400 aanpak zodat de regisseur de benodigde en actuele informatie van de betrokken kernpartners tot diens beschikking heeft. In 2022 zijn er 74 Top600 basisdossiers en 113 Top400 basisdossiers opgemaakt (totaal 187). Ten slotte vindt opsporingsonderzoek plaats op Top600-/Top400-personen. De inzet van de politie is essentieel voor de aanpakken. Door de beperkte capaciteit kan echter minder consequent worden gereageerd op strafbare feiten. Om het tekort aan capaciteit in beeld te krijgen, is in 2022 samen met de politie het aantal beschikbare fte opnieuw in kaart gebracht. Naar aanleiding hiervan zijn concrete afspraken gemaakt om aan de minimale capaciteitsafspraken (vastgesteld in het Regionaal Bestuurlijk Overleg) te kunnen voldoen. Bovendien zijn in 2022 afspraken gemaakt over een verdere professionalisering van betrokken politieprofessionals binnen de Top600 en Top400, bijvoorbeeld door middel van trainingen binnen de vak ontwikkeling.
De beperkingen in capaciteit maken het volgens de politie en een aantal andere partners lastiger om een volledig beeld te krijgen van de criminele activiteiten van personen in de aanpak. Daarnaast heeft de beperkte capaciteit er voor gezorgd dat er minder IPGA interventieplegers beschikbaar waren dan bestuurlijk afgesproken. Als het aantal nieuwe instroom bij de politie toeneemt, zal het aantal interventieplegers toenemen. De tendens is in 2023 ingezet.
1.1.2. Verbeteren informatiepositie rechter en OvJ Officieren van justitie en rechters moeten kunnen beschikken over actuele informatie over Top600/Top400-personen om een passende straf of maatregel respectievelijk te kunnen eisen of op leggen. Hiervoor zijn werkafspraken gemaakt tussen het Openbaar Ministerie, de reclassering, de politie en regisseurs. In 2022 en de eerste helft van 2023 zijn deze werkafspraken geactualiseerd en opnieuw vastgesteld19. Daarbij zijn onder andere hernieuwde afspraken gemaakt over de samenwerking en rolverdeling bij ZSM20, voorgeleidingen en zittingen. Op verzoek van de rechter, Openbaar Ministerie of het gevangeniswezen brengt de reclassering of de Raad voor de Kinderbescherming (ten aanzien van minderjarigen) een advies uit over de achtergrond en actuele omstandigheden van de verdachte dan wel veroordeelde. Op basis van dit advies kunnen zij een betere afweging maken over de passende strafeis (Openbaar Ministerie) of straf (rechter) of vrijheden toekennen (gevangeniswezen). Input vanuit verschillende partners is hiervoor nodig. Het streven is om vanuit het gezamenlijke plan van aanpak één lijn te trekken en een gezamenlijk standpunt in te nemen. De Top600/Top400 regisseur wordt als referent geraadpleegd en diens bevindingen worden als zodanig expliciet opgenomen in het advies.
19 Bron: werkafspraken rond informatie op zitting: rol van het OM, de reclassering, IPGA & de Top600/Top400
regisseur. 20 ZSM staat voor Zorgvuldig, Snel en op Maat. De ZSM aanpak is voor veelvoorkomende criminaliteit zoals
(winkel)diefstal, vernieling en licht uitgaansgeweld. Op een ZSM-locatie kan de officier van justitie dan snel beslissen wat er met de strafzaak gebeurt.
14
Sinds de beginperiode van de Top600 zijn afspraken gemaakt tussen het Openbaar Ministerie, de rechtbank en het gerechtshof over een snellere behandeling van Top600-strafzaken (‘Fast lane hoger beroep’). Dit zodat zaken van personen in de Top600 die in hoger beroep gaan binnen 6-7 weken al van de rechtbank naar het Gerechtshof worden doorgestuurd. De precieze doorlooptijden kunnen niet worden achterhaald aangezien het te complex is om de benodigde data uit de verschillende datasystemen van rechtbank, gerechtshof en Openbaar Ministerie te ontsluiten. In gesprek met de partners zijn verschillende aspecten aan bod gekomen: Goed onderling contact Het Openbaar Ministerie benoemt dat het contact tussen regisseurs en het Openbaar Ministerie goed loopt. De lijnen zijn kort en betrokkenen weten elkaar goed te vinden. Inbreng regisseurs Informatie van de regisseurs wordt meegenomen in de adviezen van de reclassering en Raad voor de Kinderbescherming aan het Openbaar Ministerie en rechtbank. Partners benoemen als voordeel dat organisaties vanuit het strafrecht en sociaal domein bij elkaar zitten waardoor een completer en integraal beeld van de persoon ontstaat. Dit completere beeld zorgt ervoor dat er een betere inschatting kan worden gemaakt van de interventies die passend zijn. Een tweede pluspunt dat benoemd is, is het feit dat een regisseur langer bij een casus betrokken blijft.
In het geval van de reclassering of de RvdK houdt de bemoeienis in beginsel op na het uitbrengen van een advies of aflopen van toezicht, terwijl een regisseur bij de casus betrokken blijft. Zeker als een persoon recidiveert is het van meerwaarde dat er een regisseur is die al die tijd betrokken is gebleven bij de persoon en ook de meest recente informatie heeft over de persoon. Fast lane Hoger Beroep De fast lane wordt als aandachtspunt benoemd door de partners. Onder andere vanuit regisseurs zijn signalen gekomen dat deze niet altijd goed lijkt te lopen. Dit komt mede door de achterstanden bij het Openbaar Ministerie en de rechtbank (o.a. veroorzaakt door de corona pandemie). Het Openbaar Ministerie pakt dit belangrijke aandachtspunt op in 2023 en gaat opnieuw in gesprek met de rechtbank en het resortsparket om tot actuele en heldere afspraken te komen. Strafzaken van Top600-/Top400-personen worden vervolgd door het PGA team van het Openbaar Ministerie. In 2022 is de Top600 243 keer met een gedagvaarde zaak21 voorgekomen bij de rechtbank. De Top400 113 keer. Het aantal Top600/Top400 gedagvaarde zaken is de afgelopen periode gedaald. Bij 32% van de Top600 en 45% van de Top400 is in 2022 een eindvonnis met bijzondere voorwaarden opgelegd. Het percentage bijzondere voorwaarden ligt hoger bij Top600/Top400 zaken dan bij niet Top600/Top400-zaken (13%).
Bijzondere voorwaarden zijn een belangrijke stok achter de deur voor de uitvoering van het plan van aanpak op de persoon.
21 Het betreft hier eindvonnissen.
15
Figuur 2: Gedagvaarde zaken en aandeel met bijzondere voorwaarden Top600
Top400 100%
100% 250 80%
84
183
84
80% 77
60%
60%
144 99
40%
40% 36
20%
20% 0% 2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
0% 2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
aantal zaken % zaken t.o.v. totale doelgroep % bijzondere voorwaarden Bron: OM arrondissementsparket Amsterdam/bewerking AcVZ
Uit de gesprekken met de politie en het Openbaar Ministerie blijkt dat er geen duidelijke verklaring is te geven voor de daling in het aantal gedagvaarde zaken. De wijze van registreren en prioritering van zaken is bij hen ongewijzigd. Mogelijk zijn het naweeën van de coronapandemie, waardoor achterstanden zijn opgelopen bij OM en rechtbank. Ook kan het zijn dat er meer zaken zijn afgedaan door het Openbaar Ministerie (bijvoorbeeld met een strafbeschikking) waardoor dagvaarding niet nodig was.
1.1.3. Samenwerking bij toezicht en begeleiding De drie reclasseringsorganisaties (3RO) zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden. Bij toepassing van het jeugdstrafrecht is het uitgangspunt dat toezicht en begeleiding wordt opgedragen aan een van de drie Gecertificeerde Instellingen (GI’s).22 In de eerder genoemde geactualiseerde werkafspraken is de rolverdeling tussen regisseur en toezichthouder verduidelijkt. Waar de toezichthouder zich primair richt op de uitvoering van het toezicht, zorgt de regisseur vooral voor een goede afstemming met de betrokken interventieplegers (waaronder de toezichthouder). De toezichthouder zorgt voor een goede afstemming met de regisseur, waarbij het streven is om vanuit het gezamenlijke plan van aanpak één lijn te trekken. Ook is afgesproken hoe samengewerkt wordt als een Top600/Top400- persoon onder toezicht zich niet aan de gestelde voorwaarden houdt. Eind 2022 had 44% van de Top600 reclasseringstoezicht en was 11% in begeleiding bij een Gecertificeerde Instelling. Ongeveer een derde van de Top400-personen (35%) had reclasseringstoezicht en 35% was in begeleiding bij een Gecertificeerde Instelling. Het valt op dat percentages over tijd wat schommelen.
Binnen de Top400 lijkt het aandeel met reclasseringstoezicht in 2022 wat gestegen ten opzichte van 2021, terwijl het aandeel in begeleiding bij een Gecertificeerde Instelling iets is gedaald.
22
De Gecertificeerde Instellingen zijn Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA), William Schrikker Stichting
Jeugdbescherming &Jeugdreclassering (WSS) en het Leger des Heils (LdH).
16
Figuur 3: Toezicht en begeleiding Top600
Top400 57%
54% 44%
39%
42%
38%
33%
12%
19%
9%
2021-2
35% 35%
31%
20%
2021-1
51%
2022-1
11% 2022-2
2021-1
2021-2
2022-1
2022-2
Reclasseringstoezicht In begeleiding GI (mn jeugdreclassering)
In gesprek met de betrokken organisaties blijkt lastig te duiden waarom in 2022 binnen de Top400 het aandeel reclasseringstoezicht wat stijgt en het aandeel in begeleiding bij een Gecertificeerde instelling wat daalt. De volgende mogelijke verklaringen zijn genoemd: het zou kunnen dat de personen in de Top400 zwaardere delicten zijn gaan plegen en/of dat rechters bij zwaardere delicten eerder volwassenenreclassering opleggen. Andere mogelijke verklaring is dat de gemiddelde leeftijd van de personen in de Top400 is gestegen en er meer 18-plussers in de aanpak zitten die eerder volwassenenreclassering dan jeugdreclassering opgelegd krijgen.
Professionals van de drie reclasseringsorganisaties en de Gecertificeerde Instellingen zijn bij personen uit de aanpakken betrokken als toezichthouder of regisseur. In gesprek met hen komen de volgende thema’s naar voren: Inbreng expertise vanuit meerdere organisaties De partners vinden het van meerwaarde dat betrokken organisaties ieder hun eigen expertise meebrengen in de samenwerking. Door deze kennis en ervaring uit te wisselen in de casus kan tot een beter gezamenlijk plan van aanpak worden gekomen. Rol afbakening In de gesprekken is de afbakening tussen de rol van de regisseur en de rol van de toezichthouder als aandachtspunt genoemd, omdat dit in de uitvoering soms tot vragen leidt. De inmiddels vastgestelde werkafspraken beogen hierin meer duidelijkheid te geven. Een regisseur handelt zonder macht omdat de aanpak geen justitieel kader met zich meebrengt, terwijl een toezichthouder wel vanuit een justitieel kader handelt en daardoor soms meer mogelijkheden lijkt te hebben om begeleiding af te dwingen. Al met al wordt de nauwe samenwerking tussen toezichthouder en regisseur door de partners absoluut als meerwaarde gezien. Ten aanzien van de regisseur wordt opgemerkt dat deze een groter netwerk en kortere lijnen heeft binnen bijvoorbeeld de gemeente of de politie en daardoor sneller zaken zoals een GGD-screening, een opvangplek of een politie-interventie kan regelen.
Ook blijft een regisseur (in tegenstelling tot een toezichthouder) betrokken bij die persoon als hij/ zij verhuist naar een andere gemeente of als het toezicht stopt.
17
1.1.4. Lik op stuk inzet op doorgroeiers in drugscriminaliteit Sinds de invoering van de DG-criteria in 2019 als instroomcriteria bij de Top600 heeft de aanpak bijzondere aandacht voor jongeren/jongvolwassenen in de drugscriminaliteit. De Top600 werkt sinds de start van de persoonsgerichte Aanpak Doorgroeiers in 2020 (onderdeel van het Programma Weerbaar Amsterdam) nauw samen met deze aanpak vanwege de raakvlakken tussen de doelgroepen. Immers zitten in de Top600 (en in mindere mate ook in de Top400) ook jongeren en jongvolwassenen die zich meermaals schuldig hebben gemaakt aan ernstige (gewelds)misdrijven en drugsgerelateerde criminaliteit. De inzichten die in 2022 zijn opgedaan binnen de Aanpak Doorgroeiers laten zien dat doorgroeiers vaak kunnen worden beschouwd als ‘opportunistische’ multiplegers die diverse delicten plegen, zolang het maar geld en status oplevert23. Deze doorgroeiers voelen zich vaak ongrijpbaar en onaantastbaar. Op basis van de ervaringen die met deze personen is opgedaan, hebben de Aanpak Doorgroeiers en de Top600 in 2022, in samenwerking met onder andere de politie, Dienst Justitiële Interventies, de reclasseringsorganisaties en het RIEC, de Richtingwijzer Lik-op-stuk interventies ontwikkeld.
De Richtingwijzer is een hulpmiddel voor regisseurs om hun handelingsperspectief te vergroten met als doel het onwelwillende en onaantastbare gedrag van de regiepersoon te doorbreken. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de vindbaarheid van de regiepersoon te vergroten door met behulp van bestuurlijk straffen inschrijving in het GBA af te dwingen of verbeurdverklaring van geld of goederen die in bezit zijn van een veroordeelde. Met regisseurs en partners zijn in 2022 gesprekken gevoerd om de Likop-stuk mogelijkheden die er zijn (en wanneer het aangewezen is deze in te zetten) extra onder de aandacht te brengen. De ontwikkeling van de Richtingwijzer is doorgegaan in 2023, waarbij de ervaringen van regisseurs in de omgang met de personen in de aanpakken nieuwe inzichten verschaffen en helpen de inzet van interventies verder aan te scherpen. We werken bovendien aan een (ook organisatorische) nauwere verbinding tussen de Aanpak Doorgroeiers en de Top600/Top400, met als doel expertise en ervaringen te kunnen delen, maar ook de organisatie van de drie aanpakken zo optimaal mogelijk in te richten.
1.1.5. Samenwerking met DT&V en AVIM bij personen zonder legale verblijfstatus Eind 202224 zaten er 30 personen zonder legale verblijfstatus in de Top600 (en geen in de Top400). Personen zonder legale verblijfsstatus beschikken niet over een verblijfsvergunning in Nederland (die is niet toegekend of ingetrokken). Deze personen zijn uitgeprocedeerd, zij mogen definitief niet in Nederland blijven. Sommige van hen stromen in de aanpak met een legale verblijfsstatus en verliezen deze tijdens de regie, bijvoorbeeld door de strafbare feiten die zij gepleegd hebben. Er staan echter ook personen op de lijst die zonder legale verblijfstatus de aanpak zijn ingestroomd. De problematiek van deze groep is complex en schrijnend, ze hebben vaak geen huisvesting en er is vaak sprake van verslaving en/of psychiatrische problematiek. Werken met deze subgroep binnen de aanpak vereist specialistische kennis over hun problematiek, over de beperkte mogelijkheden om hulp in te zetten in verband met hun niet-legale status en over de juridische procedures waar deze personen mee te maken hebben, bijvoorbeeld in verband met uitzetting. Daarom wordt deze casuïstiek besproken in een overleg met politie, de Vreemdelingenpolitie (AVIM), de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V), de Integratie en Naturalisatie Dienst (IND), de 23 Bron: evaluatie beoordelingskader Doorgroeiers, AcVZ 24 Peildatum oktober 2022
18
GGD, het Openbaar Ministerie en het AcVZ. Gezamenlijk adviseren zij de regisseur en proberen oplossingen aan te dragen. De komende tijd willen de partners met elkaar nadere afspraken maken over hoe om te gaan met deze subgroep met weinig uitzicht op perspectiefverbetering.
1.2.Benutten gemeentelijke instrumenten Ook gemeentelijke instrumenten worden ingezet om ervoor te zorgen dat we beter zicht krijgen op de activiteiten van de personen in de aanpakken en om (waar mogelijk en nodig) het plan van aanpak op de persoon te ondersteunen. Dit ook met het doel om de personen in de aanpakken de consequenties te laten ervaren van het strafbare gedrag, om een ingang te creëren om te werken aan het vergroten van de motivatie van de persoon, maar ook om eventuele risico’s voor de openbare orde tegen te gaan. Zo wordt er onder andere naar gestreefd om personen aangemerkt als ‘Vertrokken Onbekend Waarheen’ (VOW’ers) boven de radar te krijgen en in het GBA in te schrijven. Ook wordt samengewerkt met de Directie Openbare Orde en Veiligheid bij de inzet van bestuurlijke maatregelen, zoals een gebiedsverbod. Verder kunnen personen in de aanpak op de briefing worden gezet van Toezicht & Handhaving, bijvoorbeeld in de binnenstad, zodat de regisseur ook de informatie van Toezicht & Handhaving kan betrekken bij het plan van aanpak op de persoon. Hierna wordt specifiek ingegaan op de inzet van SAOA (ingekocht door de gemeente) als ogen en oren.
1.2.1
Inzet SAOA als ogen en oren
Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA) is een belangrijke partner voor de Top600 en Top400. SAOA grijpt in als er sprake is van overlast en ze zijn de oren en ogen op straat. De SAOAinterventie wordt veelvuldig ingezet door regisseurs van de Top600 en Top400. Deze interventie houdt in dat regisseurs hun regiepersonen kunnen aanmelden bij SAOA, waarna de waarnemingen en adviezen van de straatcoaches beschikbaar worden voor de regisseurs in het cliëntsysteem VEHAA. Zo krijgt de regisseur een beeld van (overlastgevend) gedrag op straat, en kunnen zij dat beeld meenemen in het plan van aanpak. Voorbeelden van waarnemingen die relevant kunnen zijn voor het plan van aanpak: laat op straat hangen, dure kleding aan, overdag op straat in plaats van op school en intimiderend gedrag. Indien relevant kijkt de SAOA ook naar het netwerk (vrienden/kennissenkring) waartoe de persoon in de aanpak behoort. In 2022 is deze interventie gemiddeld voor 125 regiepersonen ingezet. Voor deze voortgangsmonitor is uitgebreid gesproken met SAOA over hun inzet voor de Top600 en Top400. Veel onderwerpen uit de inleiding (zoals verharding en meer drugscriminaliteit) het volgende besproken: Regisseur als kartrekker SAOA benoemt dat regisseurs in de casuïstiek als ‘kartrekker’ fungeren en zo bewerkstelligen dat de organisaties beter samenwerken en gezamenlijk doelen opstellen voor de persoon in de aanpak.
Aandachtspunt: de informatievoorziening naar SAOA Een aantal professionals van SAOA benadrukt het belang van een goede informatievoorziening tussen SAOA en de regisseurs. Zij worden niet altijd goed op de hoogte gehouden door de regisseurs over recente ontwikkelingen rondom een persoon in de aanpak. Ook worden ze niet altijd geïnformeerd bij de wisseling van een regisseur of indien een storing zich voordoet in het cliëntsysteem VEHAA waardoor de regisseur de informatie van SAOA tijdelijk niet doorkrijgt. 19
2. Bieden van zorg en hulp
Binnen de aanpakken is er veel aandacht voor de hulp en zorg die nodig is om een regiepersoon te motiveren tot gedragsverandering en diens toekomstperspectief en maatschappelijke kansen te vergroten. Daartoe wordt ingezet op verschillende leefgebieden zoals dagbesteding, werk, onderwijs, schuldenproblematiek, geestelijke gezondheid, sociaal netwerk en wonen. Naast de genoemde inzet in dit hoofdstuk bieden de Gecertificeerde Instellingen en andere hulporganisaties sommige personen in de aanpakken ook vrijwillige ambulante en andere hulp. Ook hier kan de regisseur een rol spelen in de (snellere) toeleiding naar deze hulp.
2.1. Beter voorbereiden op leven na detentie Detentie is een impactmoment. De inzet van de aanpakken is om deze periode, naast het uitzitten van een straf, ook te benutten om iemand te ondersteunen bij het maken van andere, positievere, keuzes. Het uitgangspunt is om tijdig en tijdens detentie te werken aan een plan van aanpak voor terugkeer. Het gaat dan om praktische interventies zoals het verkrijgen van een geldig ID-bewijs, dagbesteding, werk en inkomen, huisvesting, (toeleiden naar) zorg, de aanpak van schulden én tegelijkertijd om interventies om te werken aan motivatie tot gedragsverandering. Dit om de kans op een succesvolle terugkeer zo groot mogelijk te maken en criminele carrières te doorbreken. In 2022 zat gemiddeld 36% van de personen in de Top600 in detentie en 18% van de personen in de Top400. Deze cijfers zijn de afgelopen periode vrij stabiel. Figuur 4: Top600 en Top400 in detentie 36%
16%
2021-1 Top400
36%
35%
37%
19%
18%
17%
2021-2
2022-1
2022-2
Top600
Bron: JUSTID/ bewerking AcVZ
Uitgangspunt is dat personen in de aanpakken zo veel mogelijk in JC Zaanstad en anders binnen de regio worden geplaatst, tenzij er contra-indicaties zijn. Tijdens detentie wordt een persoon begeleid door een casemanager van JC Zaanstad en een regisseur. De intensiteit van de begeleiding is maatwerk op basis van wat iemand kan en nodig heeft. Het zo veel mogelijk concentreren van de Top600-gedetineerden in één inrichting vergemakkelijkt de samenwerking. Dit maakt het mogelijk om te werken met vaste contactpersonen en om het plan 20
van aanpak van de regisseur af te stemmen op het detentie- en re integratieplan van de casemanager tijdens detentie en vice versa. Partners kunnen de Top600-personen makkelijker bezoeken voor screeningen en intakes. Ook maakt één locatie het makkelijker om aan personen tijdens de detentieperiode gericht verschillende interventies aan te bieden. Zoals hierboven aangegeven gaat het dan zowel om praktische interventies, als om interventies gericht op motivatie en gedragsverandering. Op deze afdeling is het personeel van de gevangenis aanvullend getraind op het gebied van groepsdynamiek, verstandelijke beperking (LVB) en psychiatrische en persoonlijkheidsproblematiek en motiverende gespreksvoering. De aanvullende trainingen zijn van belang omdat de ervaring is dat de personen in de Top600 vragen om meer toezicht, sturing, begrenzing, uitleg en hulp dan andere gedetineerden. Bijna dertig procent van de gedetineerde Top600-personen werd in 2022 in JC Zaanstad geplaatst, iets meer dan 20% in een PI buiten de regio en iets minder dan 20 % in een PI binnen de regio. Voor de Top400 geldt dat meer dan een derde (35%) in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) gedetineerd zat, bijna een dertig procent in JC Zaanstad en een vijfde van de gedetineerde Top400 personen zat in Detentiecentrum Schiphol. Figuur 5: Top600 en Top400 naar detentielocatie, gemiddelde 2022 Top600
27%
Top400
28% 0%
19% 13% 20%
21% 12%
12%
13%
35%
40%
20%
60%
80%
100%
JC Zaanstad overige PI binnen de regio PI buiten de regio JJI Forensisch/psychiatrische instellingen Detentiecentrum Schiphol overige
Bron: JUSTID/ bewerking AcVZ
Het percentage gedetineerde Top600-personen in JC Zaanstad is een aandachtspunt. Om die reden zijn in maart 2023 de afspraken met de plaatsingsorganisatie van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) verder aangescherpt en D&T blijft dit continu monitoren. De meeste personen zijn ingesloten onder de detentie status voorlopig gehecht. TBS en ISD komen vaker voor bij de Top600, de PIJ-maatregel meer bij de Top400. Dit is verklaarbaar gezien de verschillende aard van de doelgroepen en het verschil in leeftijd. Figuur 6: Detentiestatus, gemiddelde 2022 Top600
36%
Top400
29%
45% 0%
20%
13%
11%
20% 40%
60%
Voorlopig gehecht Onherroepelijk veroordeeld (OH) ISD (OH) TBS (OH) PIJ (OH) overig
30% 80%
100%
Bron: JUSTID/ bewerking AcVZ
2.1.1. Ondersteuning voor gedetineerden (programma D&T) Het programma Detentie &Terugkeer (D&T) van het AcVZ richt zich op het verbeteren van het perspectief en de motivatie tot gedragsverandering, het naadloos organiseren van de aansluiting 21
tussen de detentieperiode en de periode daarna en de integrale coördinatie op activiteiten rondom terugkeer. Er worden interventies ingezet, zoals workshops, coachingstrajecten en trainingen om de deskundigheid van personeel die in detentie werken met personen in de aanpakken te vergroten. Ook wordt er voorlichting verzorgd voor gedetineerden en professionals, is er ondersteuning voor gedetineerden op de leefgebieden en is er continue aandacht voor de samenwerking tussen partners. Voorbeelden van interventies zijn het project ‘Hangen of Leven in de Bajes’. Dit project is in 2022 twee keer in JC Zaanstad georganiseerd. Per keer namen circa 16 personen25 deel. In 2022 is tijdens detentie tweemaal een meerdaagse training georganiseerd rondom het thema ‘Vrouw en Respect ’, waar in totaal 24 Top600-personen aan deelnamen. Daarnaast vonden 15 persoonlijke ontwikkeltrajecten plaats.