CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Verkeersonderzoek SohIJ-Veerverbindingen.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 15 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uitkomst onderzoeken naar effecten uitstel vaste oeververbinding op bereikbaarheid Amsterdam-Noord en beantwoording motie 433accent betreffende scenario's Sprong over het IJ en motie 114.33 betreffende zorgvuldige participatie aanlandplekken bruggen (VN207.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkeersonderzoek Sprong over het IJ Veerverbindingen Eindrapport

Januari 2023

Team Onderzoek & Kennis Verkeersonderzoek@amsterdam.nl Rapportnummer O-220244

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.0

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING ...................................................................................................................... 5 1.1 AANLEIDING ........................................................................................................................................... 5 1.2 METHODE.............................................................................................................................................. 5 1.3 ONZEKERHEDEN ...................................................................................................................................... 5 1.4 LEESWIJZER ............................................................................................................................................ 5 HOOFDSTUK 2 UITGANGSPUNTEN VMA ................................................................................................ 6 2.1 UITGANGSPUNTEN ECONOMISCHE SCENARIO’S .............................................................................................. 6 HOOFDSTUK 3 RESULTATEN................................................................................................................... 7 3.1 VEREN...................................................................................................................................................

7 3.1.1 Dummy-dienstregeling 1 ............................................................................................................. 8 3.1.2 Resultaten ronde 1 werkdagen ................................................................................................... 9 3.1.3 Conclusies bij dummy-dienstregeling 1 .................................................................................... 11 3.1.4 Dummy-dienstregeling 4 ........................................................................................................... 11 3.1.5 Resultaten dummy-dienstregeling 4 werkdagen ...................................................................... 12 3.1.6 Conclusies bij dummy-dienstregeling 4 .................................................................................... 14 3.2 AANLANDPLEKKEN ................................................................................................................................. 14 3.3 OVERZICHT FIETSERS EN OV OP DE OOSTBRUG EN WESTBRUG VOOR VERSCHILLENDE DUMMY-DIENSTREGELINGEN .. 17 3.4 PROGNOSE VERENVLOOT MET EN ZONDER BRUGGEN OVER HET IJ.................................................................... 19 HOOFDSTUK 4 SAMENVATTING RESULTATEN ...................................................................................... 23

3

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.0

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Met het programma Spong over het IJ wil Amsterdam de oversteek van het IJ structureel verbeteren door twee bruggen over het IJ en een voetgangerspassage aan te leggen. In het kader van de actualisatie van de Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ is onderzoek gedaan naar het verwachte toekomstige gebruik van de vaste oeververbindingen. Maar je kunt ook anders redeneren. Is er een moment waarop de bruggen noodzakelijk zijn en veren alleen niet voldoende zijn om de veiligheid op zowel het water als de kant te kunnen waarborgen? In dit onderzoek wordt de volgende onderzoeksvraag beantwoordt: wat is de benodigde dienstregeling van de veren tussen 2030-2040 bij het uitstellen van vaste oeververbindingen tot na 2040? De analyse of de benodigde dienstregeling wenselijk is, is geen onderdeel van dit onderzoek. De aanleiding van dit onderzoek is de heroverweging van Sprong over het IJ door het college.

1.2 Methode Vier verschillende toekomstscenario’s en een dummy-dienstregeling dienen als input voor het Verkeersmodel Amsterdam (VMA). De uitkomsten uit VMA worden omgezet naar passagiersequivalenten (pev) per uur op werkdagen over een geheel jaar. Bij pev wordt rekening gehouden de ruimte die een passagier inneemt. Zo telt een voetganger als 1 pev en een fietser als 2 pev. Dit wordt visueel weergegeven in een grafiek samen met de maximale capaciteit volgens de dummy-dienstregeling. Hierdoor is af te lezen in hoeverre de dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag kan verwerken. Ook is af te lezen wanneer de dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag niet kan verwerken. Op deze manier wordt inzicht verkregen in de benodigde dienstregeling om aan de toekomstige vraag te voldoen. Voor zowel de huidige dienstregeling als de dummy-dienstregelingen wordt bepaald hoeveel passagiers er maximaal tegelijkertijd op aanlandplaatsen aankomen en vertrekken. Dit geeft inzicht in de ‘worst-case’ ontwikkeling op de kant en in wat deze aanlandplaatsen in de toekomst minimaal zouden moeten kunnen verwerken. De beoordeling van deze aantallen (bijvoorbeeld in termen van veiligheid en wenselijkheid) valt niet binnen de scope dit onderzoek.

1.3 Onzekerheden Modelberekeningen, data-analyse en de toekomst kennen veel onzekerheden zoals rekenfactoren voor telcamera-kalibratie en de nog onbekende groei van het aantal licht elektrisch voertuigen op de veren. De modelberekeningen en analyse geven dan ook een indicatie van het verwachte toekomstig gebruik van de veerverbindingen.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten toegelicht. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en deze worden in hoofdstuk 4 samengevat. 5

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten VMA Ten behoeve van het onderzoek naar de intensivering van de veerdienstregeling wordt een verkeersonderzoek met het Verkeersmodel Amsterdam versie 4.5 (VMA) uitgevoerd. Hierbij wordt onderzocht met welke dummy-dienstregelingen de veren moeten varen om alle vervoersvraag zonder Westbrug, Oostbrug en Voetgangerspassage te kunnen verwerken. In Figuur 1 wordt het onderzoeksproces schematisch weergegeven. De verkeersmodelberekeningen zeggen niets over andere relevante aspecten, zoals ruimtelijke inpasbaarheid, nautische veiligheid, draagvlak of financiële consequenties. Meer informatie over de uitgangspunten is te vinden in het Uitgangspuntendocument voor het onderzoek Sprong over het IJ Veerverbindingen. Dit document is op verzoek beschikbaar. Figuur 1: Onderzoeksproces schematisch

2.1 Uitgangspunten economische scenario’s Er is altijd enige mate van onzekerheid in het tempo en de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen, maar deze zijn wel mede bepalend voor het aantal verplaatsingen. Om een zo consistent mogelijk onderzoek uit te voeren dat verenigbaar is met recente en/of nog lopende studies in de omgeving, is gekozen om – naast het standaard Amsterdams Realistisch scenario (AR) – ook het scenario door te rekenen van het Mobiliteitsplan Noord (MPN). In dit MPN scenario wordt er met het eindbeeld van Haven-Stad in 2055 gerekend. Ook wordt het scenario 2040AR Haven-Stad doorgerekend, waarbij de sociaal-economische gegevens van 2040AR zijn aangevuld met de meest recente cijfers over de ontwikkeling van Haven-Stad tot en met 2040. Deze verschillende scenario’s samen geven een bandbreedte voor de gepresenteerde vervoerwaarden. Tabel 1. Sociaal-economische gegevens per stadsdeel per scenario naar inwoners en arbeidsplaatsen (arb), afgerond op 100-tallen. Voor VMA 4.5 zijn de SEGs van 2040AR opnieuw verdeeld t.o.v. VMA 4.0. Stadsdeel Centrum

2030AR

2035AR

2040 AR

2040 AR Haven-Stad

2040MpN

inwoners

arb

inwoners

arb

inwoners

arb

inwoners

arb

inwoners

arb

88.000

138.000

88.400

139.100

88.400

141.200

88.400

141.200

95.700

129.200

0

36.000

8.200

40.700

16.000

27.100

15.800

26.000

48.000

44.500

West

161.000

68.000

168.100

69.100

175.100

71.100

175.500

71.100

182.100

71.400

Nieuw-West

190.000

117.000

194.600

126.500

199.500

131.200

204.200

129.500

171.900

102.300

Zuid

159.000

158.000

161.400

165.500

163.700

187.100

163.700

187.100

159.500

162.300

Oost

172.000

89.000

178.400

92.200

184.600

102.300

184.600

102.300

183.100

92.700

Noord

132.000

49.000

143.500

50.600

156.000

60.800

156.000

60.800

213.200

62.000

Zuidoost

112.000

114.000

125.000

122.100

137.800

116.500

137.800

116.500

101.500

100.100

Totaal Haven-Stad

11.000

43.900

35.800

56.000

60.600

60.300

65.500

58.600

108.600

60.900

Totaal Amsterdam

1.014.000

769.000

1.067.600

805.800

1.121.000

843.000

1.125.500

843.000

1.155.000

764.500

Westpoort

6

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Hoofdstuk 3 Resultaten 3.1 Veren Om dit eindrapport overzichtelijk en compact te houden worden alleen de volgende dummydienstregelingen gepresenteerd in dit rapport: -

Dummy-dienstregeling 1, gebaseerd op de prognoses uit de Update Nota Veren (2021). Dummy-dienstregeling 4, de benodigde intensivering van de dienstregeling bij het uitstellen van vaste oeververbindingen tot na 2040. Dummy-dienstregeling 5, is afgeleid van dummy-dienstregeling 4, maar dan met een Oostbrug. Daarnaast is er bij dummy-dienstregeling 5 voor gekozen om een andere dienstregeling voor 2035 en 2040 door te rekenen. De resultaten van deze dienstregeling komen terug in paragraaf 3.3 Overzicht fietsers en OV op Oostbrug en Westbrug bij verschillende dienstregelingen.

Alle drie de dummy-dienstregelingen zijn doorgerekend voor alle vier de sociaal-economische scenario’s: 2035AR, 2040AR, 2040HS en 2040MpN. Meer informatie over de andere onderzochte dummy-dienstregelingen zijn te vinden in de bijlage C. Het nabij elkaar gelegen Buiksloterwegveer en het IJpleinveer hebben in het VMA een sterke wisselwerking met elkaar. Om schommelingen in de resultaten te ondervangen wordt de som van deze twee veerverbindingen samen gepresenteerd in plaats van de individuele waarden. Alle figuren zijn voor de periode 2030-2040 gebaseerd op een groeifactor afkomstig uit het VMA. Deze wordt vervolgens toegepast op het huidige werkdagpatroon. Hierbij worden verschillende percentielwaarden onderscheiden. Wij maken voor alle resultaten die worden weergegeven in passagiersequivalenten (pev) gebruik van de 95% percentiel. Dit zegt zoveel als dat in 95% van de gevallen dat aantal pev of lager voorkomt. Op die manier is het mogelijk om feestdagen die op werkdagen vallen, zoals Koningsdag, uit de data te filteren. Daarnaast wordt daardoor automatisch de 3% prestatienorm meegenomen. Dit betekent dat in maximaal 3% van de afvaarten mensen één veer moeten wachten. De verwachting is dat het loslaten van de 3% norm ervoor zal zorgen dat passagiers vaker een veer moeten wachten. Wat de exacte effecten van het loslaten van de 3% norm zijn is een onderwerp voor verder onderzoek.

De rode lijn laat de maximale capaciteit in de spits zien, deze is afhankelijk van de dienstregeling en kan per jaar verschillen. Zoals eerder genoemd bevat het 2040MpN scenario het eindbeeld van Havenstad 2055. Hierdoor is de MpN-lijn in de figuren geen realistische representatie van de vraag in dat jaar. Deze lijn geeft een indicatie van de verwachte groei richting het eindbeeld van Havenstad. Een kanttekening hierbij is dat voor de rest van Amsterdam gebruik is gemaakt van het 2040AR scenario uit VMA3.5. Ook is aan de figuren een 10% buffercapaciteitslijn toegevoegd. Deze gewenste buffercapaciteit is opgesteld door het Programma Veren in samenspraak met het GVB. Een buffer van 10% van de passagierscapaciteit wordt wenselijk geacht om piekvragen binnen de spitsuren goed op te kunnen vangen. 7

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Voor de periode 2019-2030 zijn de figuren gebaseerd op een lineaire interpolatie van de gegevens uit de Update Nota Veren (2021) van 2019 en nieuwe doorgerekende aantallen voor 2030 op basis van dummy-dienstregeling 1 (Update Nota Veren). Er is gekozen om in de figuren de gehele periode 2019-2040 in beeld te brengen omdat dit het gehele beeld van de benodigde verenvloot voor de komende 20 jaar geeft. Was alleen de periode 2030-2040 in beeld gebracht, dan zou dit een vertekend beeld over de benodigde verenvloot tussen 2019 en 2030 gegeven kunnen hebben.

3.1.1 Dummy-dienstregeling 1 De eerste dummy-dienstregeling die is doorgerekend met VMA4.5 is gebaseerd op de prognoses voor 2030 uit de Update Nota Veren (2021). Deze dummy-dienstregeling wordt ook gebruikt als referentievariant. Als het staande beleid vastgesteld in 2021 wordt uitgevoerd varen er in 2030 14 veren in de spits over het IJ tegenover 10 in 2022. Tabel 2: Dummy-dienstregeling 1, op basis van de Nota Update Veren 2021

Veerverbinding Buiksloterwegveer IJpleinveer NDSMveer Distelwegveer Houthavenveer Oostveer Totaal (in de spitsen)

freq/uur per richting 2022 15 10

Veren 2022 3 2 2 1 1 1 10

4 4 3

3 39

freq/uur per richting 15 15 6 6 6 3 51

Veren 3 3 3 2 2 1 14

Het Zeeburgereilandveer is in deze dummy-dienstregeling nog niet meegenomen. Als deze verbinding ook in 2030 nog vaart, is becijferd dat er twee ponten nodig zouden in de spitsuren. In dat geval gaat het om totaal 16 schepen in de spits (exclusief reserveschepen). Figuur 2: Aantal veren bij de huidige dienstregeling (2022) en dummy-dienstregeling 1 per veerverbinding.

8

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

3.1.2 Resultaten dummy-dienstregeling 1 werkdagen In hoeverre de basisdienstregeling voor 2030 zoals voorgesteld in de Update Nota Veren (2021) de geprognosticeerde vraag in de verschillende sociaal-economische groeiscenario’s op werkdagen nog kan verwerken, wordt per veerverbinding samengevat in onderstaande figuren. Figuur 3: Dummy-dienstregeling 1 voor het BSWveer + IJpleinveer groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040.

Figuur 4: Dummy-dienstregeling 1 voor het NDSMveer, groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040.

BSW+IJpleinveer groei PEV

NDSMveer groei PEV

12,000 10,000 8,000 6,000 4,000 2,000 0

5,000 4,000 3,000 2,000 1,000

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV MpN

Aantal PEV MpN

90%-100% capaciteit

Maximale capaciteit

Maximale capaciteit

90%-100% capaciteit

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

2019

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

2019

0

In figuur 3 is de geprognosticeerde vraag in pev te zien voor het AR/HS- en MpN-scenario. Te zien is dat de geprognosticeerde vraag in het AR/HS-scenario onder de maximale capaciteitslijn (onderbroken rood) valt. Oftewel bij dummy-dienstregeling 1 kan het BSWveer + IJpleinveer de geprognotiseerde vervoersvraag verwerken in het AR/HS-scenario. De 90%-100% capaciteitslijn is toegevoegd om te iets te kunnen zeggen over de robuustheid van een verbinding. Te zien is dat het BSWveer + IJpleinveer vanaf ongeveer 2037 minder dan 10% speling heeft ten opzichte van de maximale bezetting. Hiermee is er minder dan de 10% gewenste buffercapaciteit. In het MpNscenario kan deze dummy-dienstregeling al in 2030 de geprognosticeerde vraag niet verwerken. Figuur 4 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 1 zien voor het NDSMveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling circa 2031 niet meer voldoende is om de geprognosticeerde vraag bij het AR/HS-scenario te verwerken. In het MpN-scenario kan deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag al voor 2030 niet verwerken. Figuur 5 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 1 zien voor het Houthavenveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag voor het AR/HS-scenario kan verwerken. In het MpN-scenario kan deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag in 2038 niet verwerken.

Figuur 5 laat ook zien dat de dienstregeling voor het Houthavenveer mogelijk ook al voor 2030 verhoogd moet worden.

9

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

Figuur 5: Dummy-dienstregeling 1 voor het Houthavenveer, groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040

18 januari 2023 versie 1.1

Figuur 6: Dummy-dienstregeling 1 voor het Distelwegveer, groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040.

Houthavenveer groei PEV

Distelwegveer groei PEV

2,500

2,000

2,000

1,500

1,500

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV MpN

Aantal PEV MpN

Maximale capaciteit

Maximale capaciteit

90%-100% capaciteit

90%-100% capaciteit

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2019

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

0

2023

0

2021

500

2019

500

2021

1,000

1,000

Figuur 6 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 1 zien voor het Distelwegveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag voor alle scenario’s kan verwerken. In het AR/HS-scenario is er sprake van 100% meer capaciteit dan vraag. Figuur 7: : Dummy-dienstregeling 1 voor het Oostveer, groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040.

Oostveer groei PEV 1,000 800 600 400 200

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV MpN

Maximale capaciteit

90%-100% capaciteit

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

0

Figuur 7 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 1 zien voor het Oostveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag voor alle scenario’s kan verwerken.

10

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

3.1.3 Conclusies bij dummy-dienstregeling 1 De analyses tonen aan dat 1) de vervoersvraag op de ponten ook na 2030 verder toeneemt en dat 2) de verenvloot zoals voorzien voor 2030 (en zoals verwerkt in ‘dummy-dienstregeling 1’) niet volstaat om deze verder toenemende vraag op te vangen. Om de vraag op te kunnen vangen, zal de capaciteit verder uitgebreid moeten worden. Meer specifiek geldt: Voor het BSW+IJpleinveer, het NDSMveer en het Houthavenveer kan met dummy-dienstregeling 1 niet of nauwelijks aan de toekomstige vervoersvraag worden voldaan. Het NDSMveer is voor reizigers een extra aantrekking veer doordat het een relatief lange route vaart. Het is hierdoor comfortabele gratis verbinding tussen de binnenstad, het station en het NDSM terrein. Deze aantrekkelijkheid is terug te zien in de resultaten; vanaf circa 2030 kan het NDSMveer de vervoersvraag niet meer verwerken. Deze Voor het Oostveer en het Distelwegveer kan met dummy-dienstregeling 1 wel aan de geprognosticeerde vraag worden voldaan.

3.1.4 Dummy-dienstregeling 4 Bij dummy-dienstregeling 4 worden de meeste veerverbindingen geïntensiveerd in de verwachting dat ze zodoende robuust aan de vraag kunnen voldoen. Er is hiervoor gekeken naar welke veerverbindingen bij dummy-dienstregeling 1 niet of niet robuust aan de geprognosticeerde vraag kunnen voldoen. In totaal varen er bij deze dienstregeling 23 veren op het IJ in de spits, in plaats van de 10 veren in de spits anno 2022 en voorziene 16 veren in de spits de inclusief Zeeburgereilandveer uit de Update Nota Veren/dummy dienstregeling 1. Het Zeeburgereilandveer (ook wel Sluisbuurtveer genoemd) is momenteel een tijdelijke veerverbinding die zal varen van 2023 tot eind 2029. Het is echter niet uit te sluiten dat deze verbinding in de toekomst permanent wordt. Om een zo compleet mogelijk beeld te geven, is deze verbinding als permanente verbinding in dummy-dienstregeling 4 toegevoegd aan de berekeningen. Tabel 2: Dummy-dienstregeling 4

Veerverbinding Buiksloterwegveer IJpleinveer NDSMveer Distelwegveer Houthavenveer Oostveer Zeeburgereilandveer Totalen (in spitsen)

freq/uur per richting

Veren

18 15 16 8

4 3 8 2 3 1 2 23

9

3 6 75

11

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Figuur 8: Aantal veren bij dummy-dienstregeling 1 t.o.v. dummy-dienstregeling 4 per veerverbinding.

3.1.5 Resultaten dummy-dienstregeling 4 werkdagen In hoeverre dummy-dienstregeling 4 de geprognosticeerde vraag op werkdagen kan verwerken, wordt samengevat in onderstaande figuren. Figuur 9 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 4 zien voor het BSWveer + IJpleinveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag voor het AR/ HS-scenario’s kan verwerken. Voor het MpN-scenario kan de geprognosticeerde vervoersvraag tussen circa 2027 en 2031 niet verwerkt worden. Figuur 9: Dummy-dienstregeling 4 voor het BSWveer + Figuur 10: Dummy-dienstregeling 4 voor het IJpleinveer groei pev (drukste uur, drukste richting) NDSMveer groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040 tussen 2019 en 2040.

BSW+IJpleinveer groei PEV

NDSMveer groei PEV

12,000 10,000 8,000 6,000 4,000 2,000 0

8,000 6,000 4,000 2,000

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV MpN

Aantal PEV MpN

Maximale capaciteit

Maximale capaciteit

90%-100% capaciteit

90%-100% capaciteit

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

2019

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

2019

0

Figuur 10 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 4 zien voor het NDSMveer. Tot 2030 is uitgegaan van een capaciteit van 6 afvaarten per uur (3 veren). In het AR/HS-scenario kan de geprognosticeerde vervoersvraag tot circa 2037 verwerkt worden. In het MpN-scenario kan het NDSMveer tussen circa 2027 en 2030 en na circa 2035 de geprognosticeerde vervoersvraag niet verwerken. 12

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

Figuur 11: Dummy-dienstregeling 4 voor het Houthavenveer groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040.

18 januari 2023 versie 1.1

Figuur 12: Dummy-dienstregeling 4 voor het Distelwegveer groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 en 2040.

Houthavenveer groei PEV

Distelwegveer groei PEV

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV MpN

Aantal PEV MpN

Maximale capaciteit

Maximale capaciteit

90%-100% capaciteit

90%-100% capaciteit

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

2019

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

3,000 2,500 2,000 1,500 1,000 500 0

2019

3,000 2,500 2,000 1,500 1,000 500 0

Figuur 11 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 4 zien voor het Houthavenveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag in alle scenario’s kan verwerken. Figuur 11 laat ook zien dat de dienstregeling voor het Houthavenveer mogelijk ook al voor 2030 verhoogd moet worden. Figuur 12 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 4 zien voor het Distelwegveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag in alle scenario’s kan verwerken. In het AR/HS-scenario is er sprake van een ruime 100% marge tussen vervoersvraag en maximale capaciteit. Figuur 13: Dummy-dienstregeling 4 voor het Oostveer Figuur 14: Dummy-dienstregeling 4 voor het groei pev (drukste uur, drukste richting) tussen 2019 Zeeburgereilandveer groei pev (drukste uur, drukste en 2040. richting) tussen 2019 en 2040.

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV AR/HS

Aantal PEV MpN

Aantal PEV MpN

Maximale capaciteit

Maximale capaciteit

90%-100% capaciteit

90%-100% capaciteit

13

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2019

2039

2037

2035

0

2033

0

2031

500

2029

200

2027

1,000

2025

400

2023

1,500

2021

2,000

600

2019

800

2023

1,000

2021

Zeeburgereilandveer groei PEV

Oostveer groei PEV

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Figuur 13 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 4 zien voor het Oostveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag in alle scenario’s kan verwerken. In het AR/ HS-scenario is er sprake van een 100% marge tussen vervoersvraag en maximale capaciteit. Aangezien het Oostveer bij deze dienstregeling met 1 veer vaart is verdere afschaling niet mogelijk en wenselijk voor een betrouwbare dienstregeling. Figuur 14 laat de geprognosticeerde vraag bij dummy-dienstregeling 4 zien voor het Zeeburgereilandveer. Te zien is dat deze dummy-dienstregeling de geprognosticeerde vraag in alle scenario’s kan verwerken tussen 2030 en 2040. De lijn tussen in 2023 en 2030 is in dit geval niet betrouwbaar omdat het Zeeburgereilandveer nog niet in gebruik in genomen (in gebruik name vanaf januari 2023) hierdoor ontbreken betrouwbare gegevens voor een lineaire interpolatie tussen 2023 en 2030.

3.1.6 Conclusies bij dummy-dienstregeling 4 Op basis van dummy-dienstregeling 4 kan geconcludeerd worden dat de intensivering van de dummy-dienstregeling naar 23 veren in de spits zorgt voor de gewenste extra ruimte tussen vervoersvraag en maximale capaciteit voor 6 van de 7 veerverbindingen. Het NDSMveer kan echter, ook met een verdrievoudiging van de dienstregeling de geprognosticeerde vraag niet verwerken vanaf circa 2037. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het verhogen van de dienstregeling ook zorgt voor bijna eenzelfde verhoging van de vervoersvraag. Kortom, hoe meer veren worden ingezet op deze verbinding, hoe aantrekkelijker de verbinding wordt en daarmee hoe hoger de vervoersvraag. Een nog verdere intensivering van de dienstregeling van het NDSMveer zal dezelfde dynamiek vertonen en daarmee ook niet aan de geprognosticeerde vraag kunnen voldoen. Er zal dus gezocht moeten worden naar andere oplossingen om de vervoersvraag tussen NDSM en het Centraal Station op te vangen. Daarmee kan worden geconcludeerd dat dummy-dienstregeling 4, met 23 veren in de spits, het dichtst in de buurt komt van de theoretisch benodigde dienstregeling om in de periode 2030- 2040 aan de voorspelde vraag te kunnen voldoen – in het geval dat vaste oeververbindingen worden uitgesteld tot na 2040. De beoordeling of deze intensivering wenselijk is geen onderdeel van dit onderzoek.

3.2 Aanlandplekken Naast de capaciteitsvraag van de veren zelf is ook het gebruik van de aanlandplekken van belang voor de inschatting van de haalbaarheid van de intensivering van de verendienstregeling. Hiervoor wordt gekeken naar het totaal aantal passagiers, opgedeeld in fietsers en voetgangers. Deze verdeling tussen fietsers en voetgangers wisselt per veerverbinding en is gebaseerd op een fietsers-voetgangersfactor die is berekend op basis van data uit telcamera’s. Tabel 4 geeft het totaal aantal passagiers (opgedeeld in fietsers en voetgangers) voor 4 aanlandplekken: -

-

Waterplein West, gelegen achter het treinstation Amsterdam Centraal aan westelijke zijde. Zowel het Buiksloterwegveer als het NDSMveer maken gebruik van deze aanlandplek. Waterplein Oost, gelegen achter het treinstation Amsterdam Centraal aan oostelijke zijde. Het IJpleinveer maakt gebruikt van deze aanlandplek. 14

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen -

18 januari 2023 versie 1.1

Pontsteiger, gelegen in de Houthavens. Zowel het Houthavenveer als het Distelwegveer maken gebruik van deze aanlandplek. NDSM, gelegen op het NDSM-terrein aan de noordzijde van het IJ. Zowel het NDSMveer als het Houthavenveer maken gebruik van deze aanlandplek.

Figuur 15: Aanlandplekken

Om de hoeveelheid passagiers te schatten die in de toekomst gebruik zouden kunnen gaan maken van de veerverbindingen en daarmee van de aanlandplekken is uitgegaan van een worst-case scenario. Hierbij wordt uitgegaan van een volledige bezetting van de veren in de spits. Bij de dummy-dienstregelingen gaat dit om 310 pev (passagiersequivalenten) per veer. Op basis van de doorgerekende dummy-dienstregelingen weten we dat alleen bij het NDSMveer sprake is van een 100% bezetting in de spits vanaf circa 2037. Voor alle andere veerverbindingen geldt dat voor zowel 2035 als 2040 er geen sprake van 100% bezetting in de spits. In het grootste deel van dit verkeersonderzoek is de dummy-dienstregeling voor 2035 gelijk aan die van 2040. Logischerwijs kan echter worden aangenomen dat de voorspelde groei niet al in 2035 bereikt gaat worden. In de praktijk is uitgaan van een standaard 100% bezettingsgraad in de spits geen wenselijke situatie. Het is echter wel nuttig voor het bepalen van de minimale hoeveelheden die de aanlandplekken zouden moeten kunnen verwerken. De huidige dienstregeling (2022), dummy-dienstregeling 1 (inclusief het Zeeburgereilandveer) en dummy-dienstregeling 4 zijn samengevat in tabel 3.

15

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Tabel 3: Huidige dienstregeling (2022), dummy-dienstregeling 1 en dummy-dienstregeling 4.

Dienstregeling

Huidig (2022)

Veerverbinding

freq/uur

Veren

freq/uur

Veren

freq/uur

Veren

15 10 4 4 3 3 0 39

3 2 2 1 1 1 0 10

15 15 6 6 6 3 6 51

3 3 3 2 2 1 2 14

18 15 16 8 9 3 6 75

4 3 8 2 3 1 2 23

Buiksloterwegveer IJpleinveer NDSMveer Distelwegveer Houthavenveer Oostveer Zeeburgereilandveer Totalen (in spitsen)

Dummy-dienstregeling 1 Dummy-dienstregeling 4

Tabel 4 laat het totaal aantal passagiers (aankomend + vertrekkend) per (spits)uur per aanlandplek zien, afgerond op 100-tallen. Daarnaast is ook de percentuele toename van het aantal passagiers op de aanlandplekken ten opzichte van de huidige dienstregeling (2022) weergegeven. Met name de drukte-ontwikkeling volgens dummy-dienstregeling 4 is van belang. Dit is de theoretisch benodigde dienstregeling mochten vaste oeververbindingen worden uitgesteld tot na 2040. Te zien is dat het op alle aanlandingen drukker wordt. Op het Waterplein West sprake is van een toename van het aantal veerpassagiers van 81% ten opzichte van 2022. Op het Waterplein Oost is er sprake van een toename van 60%. De grootste toenames zijn te zien bij Pontsteiger, met 167% en NDSM met 251%. Tabel 4: Aantal aankomende en vertrekkende passagiers op aanlandplekken voor verschillende dummydienstregelingen per (spits)uur, bij 100% bezetting veren. Afgerond op 100-tallen.

Dienstregeling Passagiers Huidig Fietsers

Waterplein Waterplein west oost Pontsteiger NDSM 2.900

1.900

1.700

600

Voetgangers

5.900

2.200

400

3.100

Totaal DummyFietsers dienstregeling Voetgangers 1 Totaal DummyFietsers dienstregeling Voetgangers 4 Totaal

8.900

4.000

2.100

3.700

Percentuele groei t.o.v. huidige dienstregeling Waterplein Waterplein West Oost Pontsteiger NDSM

3.100

2.900

3.300

1.100

7%

53%

94%

83%

6.800

3.400

700

5.300

15%

55%

75%

71%

9.900

6.400

4.100

6.400

11%

60%

95%

73%

4.400

2.900

4.600

2.200

52%

53%

171%

267%

11.700

3.400

1.000

10.800

98%

55%

150%

248%

16.100

6.400

5.600

13.000

81%

60%

167%

251%

Tabel 5 laat het totaal aantal passagiers (aankomend + vertrekkend) per 3 minuten in een (spits)uur per aanlandplek zien, afgerond op 100-tallen. Het gaat hier om het maximale aantal passagiers dat in 3 minuten in een (spits)uur tegelijkertijd aankomt en vertrekt. Dus niet het gehele uur is er elke 3 minuten sprake van de aantallen zoals de zien in tabel 5. Daarnaast is ook de percentuele toename van het aantal passagiers op de aanlandplekken ten opzichte van de huidige dienstregeling weergegeven.

16

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Te zien is dat in meerdere dummy-dienstregelingen dezelfde schatting van het maximaal aantal passagiers per 3 minuten wordt gemaakt. Het kan echter per dummy-dienstregeling verschillen hoe vaak dit aantal passagiers per 3 minuten, voortkomt per (spits)uur. Tabel 5: Aantal aankomende en vertrekkende passagiers op aanlandplekken voor verschillende dummydienstregelingen per 3 minuten in spitsuur, maximaal aantal veren dat aankomt in een periode van 3 minuten.

Dienstregeling Passagiers Huidig Fietsers Voetgangers Totaal DummyFietsers dienstregeling Voetgangers 1 Totaal DummyFietsers dienstregeling Voetgangers 4 Totaal

Waterplein Waterplein West Oost

Pontsteiger NDSM

200

100

250

200

500

100

50

250

Groei t.o.v. huidige dienstregeling Waterplein Waterplein West Oost Pontsteiger NDSM

700

200

300

450

200

200

300

200

0%

100%

20%

0%

500

250

50

250

0%

150%

0%

0%

700

450

350

450

0%

125%

17%

0%

250

200

400

350

25%

100%

60%

75%

700

250

100

500

40%

150%

100%

100%

950

450

500

850

36%

125%

67%

89%

De groei van het aantal passagiers op de aanlandplekken bij dummy-dienstregeling 4 ten opzichte van de huidige dienstregeling is op het Waterplein West 36%. Terwijl op het Waterplein Oost sprake is van een toename van 0%- 125. Voor Pontsteiger ligt de toename, afhankelijk van de dummy-dienstregeling tussen de 17%-67% en voor NDSM tussen de 0%-89%.

3.3 Overzicht fietsers en OV op de Oostbrug en Westbrug voor verschillende dummy-dienstregelingen In tabel 6 is het aantal fietsers te zien op de veren en op de Oostbrug en Westbrug bij dummydienstregelingen 1,4 en 5. Dummy-dienstregeling 1 (Update Nota Veren, totaal 14 veren in de spits) is zowel met als zonder Oostbrug en Westbrug doorgerekend. Dummy-dienstregeling 5 is de afgeleide van dummy-dienstregeling 4, maar dan met een Oostbrug. Bij dummy-dienstregeling 5 is ervoor gekozen om een andere dienstregeling voor 2035 en 2040 door te rekenen. Hierdoor de resultaten van dummy-dienstregeling 4 en 5 niet goed met elkaar te vergelijken. Bij het in gebruik nemen van de Oostbrug wordt het Oostveer uit de vaart genomen. Bij het ook in gebruik nemen van een Westbrug wordt waarschijnlijk het Houthavenveer uit de vaart genomen. Dit veer is echter wel meegenomen in de doorrekening. In tabel 6 is te zien dat het in gebruik nemen van de Oostbrug in 2032 leidt tot een afname van 1415% van het aantal fietsers op de veren. Het in gebruik nemen van de Oostbrug als fiets- en OVbrug leidt tot een daling van 15%, dit is 1% verschil ten opzichte van als de Oostbrug enkel als fietsbrug wordt gemodelleerd. Het extra dempend effect van de Oostbrug als gecombineerde OV/fietsbrug op de druk op de veren is dus 1%.

Het in gebruik nemen van zowel een Oostbrug als een Westbrug leidt tot een afname van 35-38% van het aantal fietsers op de veren.

17

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Tabel 6: Aantal fietsers op de veren en Oostbrug en Westbrug, afgerond op 500-tallen. Jaar

Dummy-

Brug

Fietsers

Fietsers

Fietsers op

Percentuele afname

dienstregeling

(OB =

op de

op de

de veren

fietsers op veren

Oostburg, WB

Oostbrug

Westbrug

0

0

68.000

met OB (en WB) per

= Westbrug) 2035AR

2040AR

2040HS

2040MpN

zichtjaar

1

geen brug

1

OB

16.500

0

58.500

1

OB met OV

16.500

0

58.000

-15%

1

OB+WB

16.500

22.500

44.000

-35%

4

geen brug

0

0

82.500

5

OB

18.500

0

70.000

1

geen brug

0

0

74.000

1

OB

17.500

0

63.500

1

OB+WB

17.500

28.000

46.000

4

geen brug

0

0

89.000

5

OB

18.500

0

81.000

1

geen brug

0

0

74.000

1

OB

17.500

0

63.000

1

OB met OV

17.500

0

62.500

-15%

1

OB+WB

17.500

28.000

46.000

-38%

4

geen brug

0

0

89.000

5

OB

18.500

0

81.000

1

geen brug

0

0

98.500

1

OB

22.500

0

84.500

1

OB+WB

22.500

38.500

61.000

4

geen brug

0

0

116.000

5

OB

23.500

0

105.500

-14%

-14%

-14%

-9%

-15%

-9%

-14%

-38%

-9%

In tabel 7 is de afname van het aantal fietsers op de veren met het in gebruik nemen van de Oostbrug te zien per veerverbinding. De Oostbrug leidt tot zo’n 13% minder fietsers op het BSW+IJpleinveer en zo’n 9% afname van het aantal fietsers op het NDSMveer. De afname op het NDSMveer zorgt er echter niet voor dat het NDSMveer met Oostbrug wel aan de geprognosticeerde vraag kan voldoen.

18

-38%

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Tabel 7: Percentuele afname fietsers op de veren dummy-dienstregeling met Oostbrug t.o.v. dummydienstregeling 1 zonder Oostbrug.

Veerverbinding BSW+IJpleinveer NDSMveer Houthavenveer Distelwegveer

2035AR 2040AR 2040HS 2040MpN -13% -13% -13% -13% -9% -9% -9% -10% -1% -1% -1% -1% -1% -1% -1% -1%

In tabel 8 is de afname van het aantal fietsers op de veren met het in gebruik nemen van de Oostbrug in 2032 en de Westbrug in 2040 te zien per veerverbinding. De bruggen samen leiden tot zo’n 18% minder fietsers op het BSW+IJpleinveer en zo’n 50% minder fietsers op het Distelwegveer in de 2040-scenario;s. De sterkste daling is bij het NDSMveer, zo’n -66% en het Houthavenveer zo’n 80% in de 2040-scenario’s. Tabel 8: Percentuele afname fietsers op de veren bij dummy-dienstregeling 1 met Oostbrug en Westbrug in 2040 t.o.v. dummy-dienstregeling 1 zonder Oostbrug en Westbrug.

Veerverbinding BSW+IJpleinveer NDSMveer Houthavenveer Distelwegveer

2035AR 2040AR 2040HS 2040MpN -13% -18% -18% -17% -9% -66% -66% -68% -1% -80% -80% -82% -1% -50% -49% -52%

Om inzicht te krijgen in of de kabelbaan een deel van de vervoersvraag van de veren over zou kunnen nemen is de kabelbaan onderzocht in combinatie met dummy-dienstregeling 3. Dit is een extra geïntensiveerde dienstregeling waarbij met 26 veren in de spits wordt gevaren. De kabelbaan heeft enkel effect op het NDSMveer en het Houthavenveer. Bij het NDSMveer is er sprake van een daling van 3% in de 2040-scenario’s. Bij het Houthavenveer is er sprake van een daling van 1% in het MpN-scenario. Met andere woorden: het deel van de vervoersvraag die de kabelbaan zou kunnen overnemen van de veren (en dan specifiek het NDSMveer en het Houthavenveer), is tussen de 1% en de 3% afhankelijk van het gekozen groeiscenario.

3.4 Prognose verenvloot met en zonder bruggen over het IJ In de tabellen 10, 11, 12, 13 en in figuur 16 is de prognose van het benodigd aantal veren inclusief reserveveren te zien per jaar. Voor iedere vijf veren die in de spits nodig zijn, is er één operationeel reserveveer nodig. Dit is gebaseerd op de inschatting van Programma Veren en het GVB op basis van de resultaten van dummy-dienstregeling 4, dienstregeling 5 met Oostbrug en dummydienstregeling 1 met Oostbrug en Westbrug. Er worden in de tabellen en het figuur drie scenario’s onderscheiden: - Scenario 1: prognose verenvloot zonder vaste oeververbindingen . - Scenario 2: prognose verenvloot met de Oostbrug per 1 januari 2032. - Scenario 3: prognose verenvloot met de Oostbrug per 1 januari 2032 en de Westbrug per 1 januari 2040 (huidige planning). Een aantal opmerkingen vooraf: - Het aantal reizigers in de jaartallen 2030, 2035 en 2040 is gebaseerd op doorrekeningen met VMA4.5. 19

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen -

-

18 januari 2023 versie 1.1

Het aantal reizigers in de jaren tussen 2030 en 2035 en 2035 en 2040 is berekend op basis van de uitkomsten van de verkeersberekeningen en ramingen van programma Veren. Voor het NDSMveer geldt dat extra aanbod (meer afvaarten) zorgt voor extra vraag. Onderzocht moet worden of er alternatieve verbindingen/ maatregelen zijn die de druk op het NDSMveer kunnen verlichten. Bij de toekomstige evaluatie van het tijdelijke Zeeburgereilandveer zal onderzocht worden of het veer permanent kan worden en zo ja, of deze al vanaf 2030 met 2 veren moet varen of dat 1 veer volstaat.

Figuur 16: Prognose aantal benodigde veren inclusief reserveveren voor 3 scenario’s.

In figuur 16 is te zien dat de verenvloot uitbreiding nodig heeft, ook na 2030. In het scenario zonder vaste oeververbindingen zal de verenvloot op basis van de prognoses van 19 veren in 2030 moeten groeien naar 28 veren in 2040. In het scenario met een Oostbrug in 2032 zal de verenvloot volgens de prognose in 2032 met een veer minder kunnen, om daarna door te groeien naar 25 benodigde veren in 2040. In het scenario met de Oostbrug in 2032 en de Westbrug in 2040 zal de verenvloot tussen 2033 en 2039 moeten groeien naar 25 veren, gelijk aan het vorige beschreven scenario. Het in gebruik nemen van de Westbrug leidt, zoals in paragraaf 3.3 te zien is, tot een verwachte daling van de vervoersvraag. Hierdoor kan de verenvloot vanaf 2040 terug naar 14 veren. Dit is minder dan het aantal benodigde veren in 2030. In tabel 9 wordt de groei van de dienstregeling tussen 2022-2040 samengevat. In 2022 werd gevaren met een spitsdienstregeling van 10 en incidenteel 11 veren. Om aan de – na de covid-19 pandemie – weer aangetrokken reizigersvraag te voldoen, zal de dienstregeling in 2023 uitgebreid moeten worden tot 13 veren. Dit is inclusief één veer voor de nieuwe tijdelijke veerverbinding Sporenburg – Sluisbuurt (start januari 2023). De prognoses uit de Update Nota Veren (2021) voorzien dat er in 2030 16 veren in de spits nodig zijn.

Op basis van de prognoses uit dit onderzoek zal de nodigde dienstregeling vanaf circa 2036 23 veren in de spits zijn. Dit is een verdubbeling ten opzichte van de huidige dienstregeling.

20

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Tabel 9: Samenvatting groei dienstregeling 2022-2040

Benodigde dienstregeling zonder vaste oeververbindingen vanaf circa 2036

2030 – Update Nota Veren

Dienstregeling

Huidig (2022)

Veerverbinding

freq/uur

Veren

freq/uur

Veren

freq/uur

Veren

15 10 4 4 3 3 0 39

3 2 2 1 1 1 0 10

15 15 6 6 6 3 6 51

3 3 3 2 2 1 2 16

18 15 16 8 9 3 6 75

4 3 8 2 3 1 2 23

Buiksloterwegveer IJpleinveer NDSMveer Distelwegveer Houthavenveer Oostveer Zeeburgereilandveer Totalen (in spitsen)

Tabellen 10, 11 en 12 tonen de dienstregeling en het aantal reserveveren per veerverbinding tussen 2030-2040 voor de drie hierboven toegelichte scenario’s. De dienstregeling per veerverbinding voor de periode 2019-2030 is om praktische redenen – zeer grote en onoverzichtelijke tabellen – niet weergegeven. De dienstregeling per veerverbinding 2019-2030 is terug te vinden in de Update Nota Veren (2021). Tabel 10 laat zien dat de verenvloot bij geen vaste oeververbindingen tot 2040 volgens de prognose moet doorgroeien naar 28 veren: 23 veren in de spits en 5 reserveveren. Tabel 10: Prognose verenvloot scenario 1: geen vaste oeververbindingen.

Veerverbinding Distelwegveer Houthavenveer BSW+IJpleinveer NDSMveer Oostveer Zeeburgereilandveer

2030 1 2 6 4 1 2

2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 2 3 4 4 4 6 7 7 7 7 7 7 7 4 5 6 7 8 8 8 8 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2

2039 1 4 7 8 1 2

2040 1 4 7 8 1 2

Totaal in spitsuren

16

16

18

19

20

22

23

23

23

23

23

Reserveveren Totaal incl. reserveveren

3

3

4

4

4

4

5

5

5

5

5

19

19

22

23

24

26

28

28

28

28

28

Tabel 11 laat zien dat de verenvloot bij het in gebruik nemen van de Oostbrug in 2032, in dat jaar met een veer minder kan varen om daarna door te groeien naar 25 veren, 21 veren in de spits en 4 reserveveren in 2040. Dit zijn er afhankelijk van het jaar 3 tot 4 minder dan in het scenario zonder vaste oeververbindingen tot 2040.

21

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Tabel 11: Prognose verenvloot scenario 2: Oostbrug in 2032.

Veerverbinding Distelwegveer Houthavenveer BSW+IJpleinveer NDSMveer Oostveer Zeeburgereilandveer

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

2

2

2

2

2

3

4

4

4

4

4

6

6

5

5

5

5

6

6

6

6

6

4

4

5

6

7

8

8

8

8

8

8

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

Totaal in spitsuren

16

16

15

16

17

19

21

21

21

21

21

Reserveveren Totaal incl. reserveveren

3

3

3

3

3

4

4

4

4

4

4

19

19

18

19

20

23

25

25

25

25

25

0

0

-4

-4

-4

-3

-3

-3

-3

-3

-3

2039

2040

Verschil met scenario 1

Tabel 12 laat zien dat de verenvloot bij het in gebruik nemen van de Oostbrug in 2032, in dat jaar met een veer minder kan varen om daarna door te groeien naar 25 veren, 21 veren in de spits en 4 reserveveren in 2039. Het in gebruik nemen van de Westbrug in 2040 leidt tot het opheffen van de Houthavenveerverbinding. Daarnaast kan ook het NDSMveer afschalen. Dit zorgt ervoor dat er in 2040, volgens de prognose, nog 14 veren nodig zijn. Dit zijn er 14 minder in 2040 dan in het scenario zonder vaste oeververbindingen. Tabel 12: Prognose verenvloot scenario 3: Oostbrug in 2032 en Westbrug in 2040

Veerverbinding Distelwegveer Houthavenveer BSW+IJpleinveer NDSMveer Oostveer Zeeburgereilandveer

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

2

2

2

2

2

3

4

4

4

4

0

6

6

5

5

5

5

6

6

6

6

6

4

4

5

6

7

8

8

8

8

8

3

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

2

Totaal in spitsuren

16

16

15

16

17

19

21

21

21

21

12

Reserveveren Totaal incl. reserveveren

3

3

3

3

3

4

4

4

4

4

2

19

19

18

19

20

23

25

25

25

25

14

0

0

-4

-4

-4

-3

-3

-3

-3

-3

-14

Verschil met scenario 1

22

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Hoofdstuk 4 Samenvatting resultaten Wat is de benodigde dienstregeling van de veren tussen 2030-2040 bij het uitstellen van vaste oeververbindingen tot na 2040? Bij het beantwoorden van deze onderzoeksvraag is aangenomen dat de kwaliteit van de dienstregeling gelijk moet blijven aan de huidige situatie. Amsterdam groeit. Vooral de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in Haven-Stad en stadsdeel Noord veroorzaken een toenemende vraag naar capaciteit van de veren. De groei van de vraag is niet gelijk verdeeld over de verschillende veerverbindingen: 

Voor het Oostveer, het Distelwegveer en het Zeeburgereilandveer worden geen capaciteitsproblemen verwacht in de onderzochte prognosejaren. Bij deze veren hoeft de dienstregeling niet verder te worden geïntensiveerd ten opzichte van de dienstregeling van 2030 (Update Nota Veren 2021). Het Buiksloterwegveer + IJpleinveer en het Houthavenveer hebben een intensivering van de dienstregeling nodig om ook na 2030 met een robuuste dienstregeling te kunnen varen. Het NDSMveer heeft ook bij een verdrievoudiging van de afvaarten capaciteitsproblemen. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het verhogen van de capaciteit van de NDSMveer dienstregeling ook tot een grotere vraag leidt. De verbinding wordt steeds aantrekkelijker en trekt steeds meer reizigers naarmate het aantal ponten dat wordt ingezet wordt verhoogd. Om ook bij het NDSMveer in de toekomst aan de prestatie-eis te kunnen voldoen moet mogelijk aan andere maatregelen worden gedacht om de vervoersvraag minder te laten toenemen.

Daarmee kan worden geconcludeerd dat dummy-dienstregeling 4, met 23 veren in de spits vanaf 2036, het dichtst in de buurt komt van de theoretisch benodigde dienstregeling om in de periode 2030-2040 aan de voorspelde vraag te kunnen voldoen – in het geval dat vaste oeververbindingen worden uitgesteld tot na 2040. Deze dienstregeling ziet er als volgt uit: Tabel 13: Benodigde dienstregeling tussen 2030-2040 zonder vaste oeververbindingen in die periode.

Veerverbinding Distelwegveer Houthavenveer BSW+IJpleinveer NDSMveer* Oostveer Zeeburgereilandveer** Totaal in spitsuren

2030 1 2 6 4 1 2 16

2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 2 3 4 4 4 6 7 7 7 7 7 7 7 4 5 6 7 8 8 8 8 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 16

18

19

20

23

22

23

23

23

2039 1 4 7 8 1 2

2040 1 4 7 8 1 2

23

23

Gemeente Amsterdam Eindrapport Sprong over het IJ - Veerverbindingen

18 januari 2023 versie 1.1

Ter vergelijking: in 2022 voeren er in de spits nog 10 veren en in 2030 zijn er 16 spitsponten (inclusief het Zeeburgereilandveer) geprognosticeerd. Het in gebruik nemen van de Oostbrug in 2032 zorgt voor een vermindering van de vraag naar capaciteit op de veren. In dat jaar kan met één veer minder worden gevaren in de spits om daarna door te groeien naar 25 veren, 21 veren in de spits en 4 reserveveren in 2040. Dit zijn afhankelijk van het jaar 3 tot 4 veren minder dan in het scenario zonder vaste oeververbindingen tot 2040. Het tevens in gebruik nemen van een Westbrug in 2040 zorgt voor een verdere vermindering van de vervoersvraag naar de veren. Hierdoor zou er vanaf 2040 met zo’n 14 veren minder (12 veren totaal) aan de reizigersvraag voldaan kunnen worden ten opzichte van het scenario zonder vaste oeververbindingen. Dit aantal ligt onder het aantal veren dat nu voorzien is voor 2030 (Update Nota Veren). Tussen 2032 en 2040 zal, zonder vervroegde aanleg van de Westbrug, een tijdelijke intensivering van de verenvloot nodig zijn om aan de vervoersvraag te kunnen blijven voldoen, of zullen er mitigerende maatregelen moeten worden genomen of aan alternatieve verbindingen moeten worden gedacht. Aanvullend is gekeken naar de drukte-ontwikkeling bij de aanlandingen.

Op basis van een worstcase scenario – waarbij er sprake is van een 100% bezetting in een spitsuur – is er met de theoretisch benodigde 23 veren op het Waterplein West (achter Centraal Station) in de spits een toename van het aantal veerpassagiers van 81%. Op het Waterplein Oost is er sprake van een toename van 60%. De grootste toenames zijn te zien bij de aanlandingen Pontsteiger, 186% en NDSM 251%. Daarentegen weten we op basis van de doorgerekende dummy-dienstregelingen dat er geen sprake is van 100% bezetting in de spits tot en met 2040. Alleen bij het NDSMveer is er vanaf circa 2037 sprake is van een 100% bezetting in de spits. De uitkomsten van dit verkeersonderzoek zeggen niets over andere relevante aspecten, zoals ruimtelijke inpasbaarheid, nautische veiligheid, draagvlak of financiële consequenties.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12823337/1