1. Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit.pdf
Tekst van het document
Voornemen Het beleidskader wordt opgesteld in samenwerking met de GGD. In 2023 wordt het beleidskader houtstook verwacht.
Uitstoot Uitstoot houtkachel op totale uitstoot in Amsterdam is: Verbranding van hout wordt beschouwd als een CO2neutrale vorm van energieopwekking, vanwege het kort-cyclische karakter. Afhankelijk van de herkomst van energiebron als alternatief van houtstook (zoals bijvoorbeeld aardgas) kan er een negatief effect ontstaan op de CO2-reductie. Landelijk is de bijdrage van houtstook aan PM2,5 23% ten opzichte van alle uitstootbronnen. GGD Amsterdam heeft berekend wat de bijdrage van houtstook is in Amsterdam aan PM2,5. In Amsterdam is er veel wegverkeer, waardoor het aandeel houtstook in Amsterdam aan PM2,5 7% is.
PM2,5
7%
Bron: GGD Amsterdam
8. MOBIELE WERKTUIGEN Het voornemen Amsterdam werkt aan het verschonen van mobiele werktuigen. Het doel is om in 2025 al zoveel mogelijk uitstootvrij te werken en in 2030 volledig uitstootvrij. In 2023 wordt de ‘Amsterdamse Aanpak’ gepresenteerd, in samenspraak met de branche.
Oorspronkelijke ambitie Actieplan Schone Lucht (2019) was: Het streven is uitstootvrij in 2025, voor zover de stand van de techniek en de handhaafbaarheid dat toelaten.
Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit
30
MOBIELE WERKTUIGEN
Voornemen
Amsterdam werkt sinds 2022 aan de Amsterdamse Aanpak. Samen met een groep marktpartijen worden er ambitieuze en realistische doelen gesteld voor mobiele werktuigen (inclusief stationair, zoals bijvoorbeeld aggregaten).
Mobiele werktuigen en aggregaten vallen onder Europese emissienormen. De richtlijn kent verschillende emissielimieten voor verschillende vermogensklassen. De Europese emissiestandaard (ook wel ‘EU Fase V’ genoemd) is in 2019 de meest recente aanscherping geweest van de toegestane waarden voor stikstofoxide en fijnstof van diesel-aangedreven materieel.
Ook op landelijk niveau wordt er gewerkt aan een routekaart. De landelijke routekaart en het convenant worden in 2023 afgerond. De ambities van Amsterdam en de andere G4-gemeenten gaan verder. We streven naar een versnelling ten opzichte van de landelijke routekaart.
Vanaf 2023 wordt de gemeentelijk inkoopeis uitstootvrij op het kleine(<19kW) materieel. Bij koplopersprojecten wordt zoveel mogelijk uitstootvrij uitgevraagd. Er is nog een beperkte beschikbaarheid van (midden) grote (>56 kW) uitstootvrije mobiele werktuigen. De verwachting is dat in 2025 tot middenzwaar (<56 kW) materieel uitstootvrij beschikbaar is en in 2030 volledig uitstootvrij.
Op dit moment zijn er restricties voor aggregaten bij evenementen. De gemeente heeft de afgelopen jaren stroompunten aangelegd op veelgebruikte evenementenlocaties, waardoor minder aggregaten en transportbewegingen nodig zijn. Dit in het kader van de Richtlijn Duurzame Evenementen voor Amsterdam.
De uitstootcijfers van mobiele werktuigen en het wegverkeer laten zich niet goed vergelijken. De uitstoot van mobiele werktuigen wordt berekend op basis van gestandaardiseerde uitstootwaarden, vermenigvuldigt met het inwonersaantal van een gemeente. Dat is een andere methode dan de methode waarmee de uitstoot van het wegverkeer wordt vastgesteld. Wel neemt TNO aan dat in het algemeen de uitstoot van mobiele werktuigen wordt onderschat, vanwege de relatieve ouderdom van een deel van de werktuigen. In samenwerking met de gemeente Amsterdam werkt TNO aan beter inzicht in de vloot die in gebruik is, en een nieuwe methode voor de berekening van de bijdrage aan luchtverontreiniging van deze werktuigen.
Dit jaar wordt de ‘Amsterdamse Aanpak’ gepresenteerd in samenspraak met de branche. Het doel is om in 2025 al zoveel mogelijk uitstootvrij te werken en in 2030 volledig uitstootvrij.
DEELMOBILITEIT
EIGEN WAGENPARK
MOTOREN
Het stimuleren van deelmobiliteit is een belangrijke pijler voor uitstootvrije mobiliteit. Het zorgt voor minder privé-voertuigen en minder gereden kilometers. De bijna 3.000 deelauto’s zijn goed op weg om in 2025 volledig uitstootvrij te zijn. De meer dan 700 elektrische deelscooters en de deelauto’s bieden Amsterdammers de kans om kennis te laten maken met het gemak van elektrisch rijden.
In 2019 heeft het college het Transitieplan Verduurzamen Gemeentelijk Wagenpark vastgesteld. Eind 2022 zijn alle scooters en 90 procent van de personenauto’s elektrisch. Daarnaast rijdt 82 procent van de heftrucks, 23 procent van de kleine veegmachines en vaart 30 procent van de boten inmiddels uitstootvrij en zijn er drie elektrisch aangedreven vuilniswagens operationeel.
In maart 2023 heeft het college de ‘Nota Deelvervoer 2023’ gepresenteerd en ter inspraak voorgelegd. De komende jaren wordt ingezet op de verdere groei van het aantal deelvoertuigen waardoor Amsterdammers steeds makkelijker toegang hebben tot uitstootvrije mobiliteit. Dit geldt voor de elektrische deelscooters, deelauto’s en deelbakfietsen.
Dit jaar (2023) komt er een herijking van het Transitieplan Verduurzamen Gemeentelijk Wagenpark waarin de aanpak voor de komende jaren wordt voorgesteld. Het gemeentelijk wagenpark zal aan de milieuzone-eisen (inclusief uitstootvrije zones) voldoen.
De gemeente heeft nog geen (zelfstandig) beleid op motoren. Er zijn relatief weinig motoren en die rijden relatief weinig kilometers. Het aantal gereden kilometers wordt geschat tussen de 1.200 en 3.500 per jaar per motor. De markt voor elektrische motoren is in opkomst, maar nog relatief klein. In 2022 zijn er slechts enkele honderden nieuwe elektrische motorfietsen verkocht. Amsterdam volgt de ontwikkelingen nauwlettend. De ambitie uitstootvrij vanaf 2030 uit het Actieplan Schone Lucht geldt ook voor motoren.
Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit
32
Vooruitblik naar ambities 2030 Personenauto’s In het Actieplan Schone Lucht (2019) stellen we de invoering van een uitstootvrije zone personenauto’s binnen de bebouwde kom voor. Daar is op dit moment nog geen uitzicht op, omdat er geen landelijke regelgeving is. Amsterdam moet daarom rekening houden met een uitstootvrije zone met overgangsregeling en/of een latere invoeringsdatum. Amsterdam faciliteert de transitie van fossiel aangedreven voertuigen naar uitstootvrij door het uitgebreide netwerk van openbare laadinfrastructuur. In het Strategisch Plan Laadinfrastructuur 2020-2030 schetsen we de voorwaarden voor een uitstootvrij Amsterdam in 2030. We onderzoeken hoe we via het parkeerbeleid, een werkgeversaanpak en een communicatiecampagne de overstap naar elektrische auto’s kunnen stimuleren. Voor het aandeel elektrische auto’s is Amsterdam grotendeels afhankelijk van landelijk en Europees beleid: • Op landelijk niveau is het streven 100 procent nieuwverkoop in 2030. Op dit moment is het mogelijk om een aankoopsubsidie te ontvangen en fiscaal wordt het elektrisch rijden gestimuleerd door een lagere motorrijtuigenbelasting en bijtellingstarieven. Het landelijke stimuleringspakket loopt tot en met 2025 en nieuwe voorstellen worden voorbereid. • De Europese Unie heeft het einde van de verbrandingsmotor aangekondigd.
Nieuwe auto’s en bestelbusjes moeten vanaf 2035 uitstootvrij zijn.
Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit
Er zijn andere ontwikkelingen die invloed hebben zoals: • De landelijke invoering van het ‘Betalen naar Gebruik’ (rekeningrijden) in 2030. Dit kan mogelijk tot circa 15 procent minder autokilometers leiden en daarmee tot een reductie van CO2- uitstoot en andere luchtverontreinigende stoffen. • De gemeentelijke inzet op minder automobiliteit in de stad gebeurt door bijvoorbeeld minder parkeervergunningen uit te geven, autoluwe gebieden te creëren of meer ruimte voor andere vormen van vervoer te bieden zoals de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer. • Het pleiten voor 80 km per uur op snelwegen in en rondom Amsterdam. Dit ligt niet binnen de invloedssfeer van de gemeente en is een bevoegdheid van het Rijk.
Uitbreiding uitstootvrije zones voor alle vormen van vervoer van de Ring A10 naar de bebouwde kom. De komende jaren werken we voorstellen uit om de uitstootvrije zones naar de gehele bebouwde kom uit te breiden. We verwachten de voorstellen rond 2025 te presenteren.
33
3
Uitvoering, participatie, monitoring, financiën en handhaving De uitvoering van de maatregelen en de daarbij behorende regierol van de totale opgave ligt bij het Team Uitstootvrije Mobiliteit van de afdeling Ruimte en Duurzaamheid. Uitvoering De uitvoering van de maatregelen gebeurt in nauwe samenwerking met andere gemeentelijke directies zoals Verkeer en Openbare Ruimte, Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte en andere teams binnen de directie Ruimte en Duurzaamheid. We kunnen het verkeer en vervoer in de stad alleen verduurzamen door actief te blijven samenwerken met alle betrokken partijen in de stad: de branche, voer- en vaartuigeigenaren, Amsterdammers, omliggende gemeenten en haar bezoekers.
Participatie Rond het Actieplan Schone Lucht (2019) is in de zomer van 2019 een participatietraject geweest met een online community platform en een kennismarkt. De input van dat traject is toen al zoveel mogelijk verwerkt
Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit
in het Actieplan waar de Uitvoeringsagenda op voortborduurt. De maatregelen zijn de afgelopen jaren zoveel mogelijk in samenspraak met de branche ontwikkeld. De nieuwe gemaakte afspraken zijn waar mogelijk opgenomen in een convenant, zoals bij taxi. Of er ligt een landelijk afsprakenkader met maatregelen en randvoorwaarden waar vertegenwoordigende organisaties aan hebben meegewerkt, zoals bij stadslogistiek en personenauto. Voor de uitstootvrije zones wordt, na vaststelling van de Uitvoeringsagenda, gestart met de voorbereiding op de zienswijzenprocedure van het verkeersbesluit. Dit biedt belanghebbenden de gelegenheid om te reageren op het concept-verkeersbesluit. Rond die periode starten we ook met een bewustwordingscampagne en informatiebijeenkomsten. De inzet van participatie en voorlichting verschilt per onderwerp vanwege de uiteenlopende doelgroepen en tijdsplanning.
34
Monitoring De gemeenteraad wordt jaarlijks op de hoogte gehouden over de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van het Actieplan Schone Lucht (2019). Dit gebeurt in de vorm van de Monitor Actieplan Schone Lucht. De uitvoering en effect van de maatregelen uit deze Uitvoeringsagenda worden daarin meegenomen.
Cijfermatige analyse door TNO In opdracht van de gemeente Amsterdam heeft TNO de voorgestelde maatregelen doorgerekend op effecten luchtkwaliteit en klimaat. De effecten zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda. Het volledige rapport staat op www.amsterdam.nl/schonelucht
Financiën De voorbereiding en uitvoering van deze Uitvoeringsagenda vindt plaats onder leiding van Team Uitstootvrije Mobiliteit. De voorgestelde activiteiten en maatregelen kunnen in 2023, 2024 en 2025 gedekt worden uit incidentele middelen uit het voormalig Stedelijk Mobiliteitsfonds voor Luchtkwaliteit, uit coalitiemiddelen voor intensivering Luchtkwaliteit en uit aanvullende Rijksmiddelen voor de uitvoering van de taken vanuit het Klimaatakkoord Mobiliteit, zoals het vormgeven en handhaven van uitstootvrije zones. Vooralsnog is er na 2025 een jaarlijks tekort van € 5,3 miljoen. De meest aangewezen oplossing hiervoor is het betrekken van dit tekort bij het fonds stadsverbetering bij de eerstvolgende begrotingsronde. Dekking is daarmee afhankelijk van de prioriteitstelling bij de inzet van de middelen uit dit fonds.
Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit
Uitleg luchtverontreinigende stoffen en CO2 Stikstof (NOx) Stikstofoxiden (NOx) komen vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals bijvoorbeeld door verkeer. In de lucht wordt de uitgestoten fractie stikstofmonoxide (NO) relatief snel omgezet in stikstofdioxide (NO2). De WHO-advieswaarde wordt daarom uitgedrukt in NO2. De WHO jaargemiddelde advieswaarde 2005 was 40 μg/m3 en is recent bijgesteld naar 10 μg/m3.
Fijnstof (PM10 en PM2,5) PM10 is fijnstof tot een doorsnede tot 10 micrometer, PM2.5 is fijnstof met een doorsnede tot 2.5 micrometer per deeltje. Langdurige blootstelling aan fijnstof kan leiden tot een verhoogd risico op ziektes en tot een verkorte levensduur. De WHO jaargemiddelde advieswaarde 2005 voor PM10 was 20 μg/m3 en is recent bijgesteld naar 15 μg/m3. Voor PM2.5 is dit 10 μg/m3 respectievelijk 5 μg/m3.
Handhaving Handhaving van de milieuzone is een verantwoordelijkheid van de gemeente. De milieuzones en toekomstige uitstootvrije zones worden gehandhaafd door middel van ANPRcamera’s en aanvullend op straat door buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s). De camera’s controleren of de voertuigen voldoen aan het geldende
Koolwaterstoffen (HC) Koolwaterstoffen zijn veelal brandbaar en worden gebruikt als brandstof. Zowel benzine als diesel bestaan uit diverse koolwaterstoffen zoals benzeen. Benzeen is een vluchtige vloeistof die kankerverwekkend is. Hierom is het gebruik van benzeen wettelijk beperkt. De jaargemiddelde grenswaarde van benzeen is 5 μg/m3.
Elementair koolstof (EC) EC (roet) is onderdeel van fijnstof. Ten opzichte van PM10 is EC een betere indicator voor de bijdrage van wegverkeer aan luchtkwaliteit.
Koolstofdioxide (CO2)
Koolstofdioxide is een anorganische verbinding van koolstof en zuurstof en komt van nature in de atmosfeer voor. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt CO2 vrij.
milieuzone-regime. De camera’s kunnen automatisch nummerplaten herkennen door een foto van een kenteken te koppelen aan het kentekenregister van de RDW. Er volgt een boete als een voertuig niet aan de gestelde eisen voldoet. De handhaving op het water wordt gedaan door BOA’s. Er wordt een specifieke handhavingsstrategie voor de zomer van 2023 opgesteld.
35
Colofon Uitgave Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid, Team Uitstootvrije Mobiliteit, 2023
Ontwerp Ontwerpwerk
ONT2023025
Contact luchtkwaliteit@amsterdam.nl