CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Startnotitie Burgerberaad Groene Stad.pdf

RAAD 22 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uitvoeren, verder onderzoeken of niet overnemen van de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad (VN2025-016515)7.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Burgerberaad Groene Stad

Inhoudsopgave 1. Waarom een Burgerberaad Groene Stad? 3 1.1 Waarom een burgerberaad? 3 1.2 Wat is de achtergrond? 5 1.3 Onze uitdaging 7 1.4 Samen met Amsterdammers en Weespers8

2

2. Wat is een burgerberaad? 2.1 Uitgangspunten 2.2 Het burgerberaad is van de deelnemers 2.3 Vertrouwen geven is vertrouwen krijgen

9 9 10 11

3. Plan van aanpak 3.1 Wat spreken we af? 3.2 Wat is de opdracht? 3.3 De aanbevelingen 3.4 Gewogen loting 3.5 Drempels voor deelname wegnemen 3.6 Het programma 3.7 Informatie en expertise 3.8 Communicatie met deelnemers en met de stad  3.9 De planning 3.10 Evaluatie

13 13 15 16 17 19 20 21 22 23 24

Bijlage 1 Bronnen

25

Bijlage 2 Rollen

26

Bijlage 3 Hoe werkt Amsterdam aan het groen?

27

1. Waarom een Burgerberaad Groene Stad? 1.1 Waarom een burgerberaad? Amsterdam groeit, er komen steeds meer woningen, scholen, bedrijven, inwoners, ondernemers, werkers, expats, dagjesmensen en andere bezoekers bij. In het beleid van de gemeente is vastgelegd dat bestaande groen­ structuren goed beschermd worden en dat er bij nieuwe ontwikkelingen voldoende ruimte moet zijn voor toevoeging of verbetering van groen. Maar veel Amsterdammers en Weespers maken zich zorgen. De uitkomst van het referendum over het voorgestelde Beleidskader Hoofdgroenstructuur (6 juni 2024) maakt duidelijk dat veel bewoners niet overtuigd zijn dat het groen in de stad voldoende wordt beschermd. Een meerderheid (59,1%) van de deelnemers aan het referendum (opkomst 38,2 %) stemde tegen het nieuwe beleid voor de Hoofdgroenstructuur.

3

De initiatiefnemers van het referendum gaven aan dat de gemeente meer moet doen om de keuze voor ‘rigoureus vergroenen’ uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 ook daadwerkelijk na te komen. Daarom heeft de raad (26 juni 2024) een motie aangenomen waarin verzocht wordt om een burgerberaad te organiseren over ‘rigoureus

vergroenen in een groeiende stad’ en daarmee een vervolg te geven aan de uitslag van het referendum. In de motie wordt beschreven dat een burgerberaad een bewezen methodiek is om bewoners actief te betrekken bij beleidsvorming; dat door middel van een burgerberaad representatieve groepen burgers zich kunnen buigen over complexe vraagstukken en met onderbouwde aanbevelingen kunnen komen. En dat participatie van burgers bijdraagt aan democratische legitimiteit en sociale cohesie. Daarom wordt in de motie gevraagd om: • een burgerberaad te organiseren dat zich richt op de opgave om rigoureus te vergroenen in een groeiende stad, waarin ook voldoende woningen worden gebouwd, maatschappelijke voorzieningen worden gerealiseerd, enzovoorts, en daarbij het burgerberaad de ruimte te geven om ook buiten de vastgestelde kaders te adviseren;

4

• dit burgerberaad zorgvuldig samen te stellen uit een representatieve afspiegeling van de Amsterdamse bevolking, met aandacht voor diversiteit in leeftijd, geslacht, afkomst, en sociaal-economische achtergrond; • het burgerberaad te voorzien van voldoende informatie, faciliteiten en ondersteuning van onder andere experts zoals de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur (TAC) om tot goed geïnformeerde en doordachte adviezen te komen; • de aanbevelingen van het burgerberaad aan de gemeenteraad voor te leggen. Hoewel het burgerberaad dus over rigoureus vergroenen in een groeiende stad gaat, spreken we in het vervolg van deze startnotitie over het ‘Burgerberaad Groene Stad’. En als we over ‘groen’ spreken hebben we het uiteraard niet over de kleur groen, maar over alle ruimte in de stad waar planten en bomen kunnen groeien, dieren kunnen leven en mensen kunnen in- en ontspannen. Van geveltuintje tot groene berm tot natuurgebied, van plantsoen tot park tot sportveld.

1.2 Wat is de achtergrond? Iedereen wil graag wonen, werken en ontspannen in een groene stad. Waarom vergroenen? Groen in de stad levert een essentiële bijdrage aan de fysieke en mentale gezondheid en het sociale welzijn van Amsterdammers en Weespers. Voldoende aanbod van groen op de juiste plekken is dés te belangrijker, omdat de verschillen tussen Amsterdammers en Weespers als het gaat om gezondheid, bewegen en sport, groot zijn. Groen draagt ook bij aan de opgave om hitte te dempen en om het toenemende regenwater als gevolg van de verandering van het klimaat op te vangen en goed te gebruiken. En het draagt bij aan een grotere biodiversiteit. Dit betekent dat groen de stad beter maakt: een prettiger plek om te leven, gezonder, socialer, ecologisch sterker en duurzamer. In de Amsterdamse Groenvisie staan vier hoofd­redenen om de stad te vergroenen: gezondheid, sociaal welzijn, klimaatadaptatie en natuur (figuur 1).

Hoe staat het met het groen in Amsterdam?1 • Groen in de stad kan veel vormen aannemen, van grote stadsparken tot tuinen, groene daken en geveltuinen in de buurt, volkstuin- en sportparken. Naast gras, kruiden en struiken, zijn ook bomen een belangrijk onderdeel van het Amsterdamse groen. • Groen biedt ruimte voor sport en ontspanning, zorgt voor schaduw tijdens warme zomerdagen, is belangrijk voor dieren en zorgt voor een fijnere en mooiere woonomgeving. • Amsterdam bestaat met een oppervlakte van 8.240 hectare voor 61 procent uit groen. Het publieke groen bestaat voor het grootste deel uit agrarisch groen (35%), voor een kwart uit natuurlijk groen (26%), iets minder dan een kwart uit buurtgroen (23%) en 16 procent uit recreatief groen (Monitor Groen 2023).

1 Bronnen: Monitor Groen (2023), Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021), RMA: Vragenlijst groen in Amsterdam (2020), Grote Groenonderzoek (2018)

Figuur 1 Vier redenen om de stad te vergroenen (bron: Groenvisie 2020-2050) Gezondheid Een groene omgeving is essentieel voor de mentale en fysieke gezondheid en draagt bij aan een gezonde leefstijl.

5

Sociaal welzijn Een prettige, groene leefomgeving is van en voor iedereen en nodigt uit tot ontmoeting en initiatief.

Klimaatadaptatie Amsterdam wil goed voorbereid zijn op het veranderende klimaat.

Natuur Natuur en biodiversiteit vormen de basis van al het leven, dus ook het leven in de stad.

Figuur 2 Verdeling landoppervlak van de gemeente Amsterdam (Monitor Groen 2023)

Publieke ruimte

Private ruimte

publiek groen agrarisch (2.896 Ha)

buurtgroen (1.866 Ha)

6

natuurlijk (2.183 Ha)

recreatief (1.295 Ha)

weg (3.751 Ha)

water (6.020 Ha)

bebouwd (2.545 Ha)

erf verhard (1.627 Ha) terrein (1.430 Ha)

• Op luchtfoto’s kun je in het juiste jaargetijde zien dat vijftien procent van de publieke ruimte in Amsterdam is bedekt door boomkronen. • Bewoners waarderen het groen in de stad met een 7,0. In Nieuw-West en Zuidoost is men iets positiever (7,2) en in stadsdeel Centrum is men iets minder positief over het groen in de stad (6,8) Negen op de tien Amsterdammers en Weespers (86 procent) woont binnen tien minuten loopafstand van een park (gegevens uit 2018). • Door de groei van de stad met woningen neemt het oppervlakte groen af. Tussen 2018 en 2023 zien we een kleine afname van 1,9 procent. In Zuid, Weesp en Westpoort nam de hoeveelheid openbaar groen het sterkst af (-3%, -6% en -8%). In stadsdeel Centrum, West en Oost nam de hoeveelheid groen toe (+10%, +4%, +4%). Amsterdam kiest er op dit moment voor om de teruglopende budgetten voor groen met name te besteden aan het behouden en

erf groen (753 Ha) privaat groen

beheren van bestaand groen. Zo wordt achterstallig onderhoud voorkomen. • Er is ook geld voor nieuw en/of beter groen, maar hoeveel dat is verschilt per jaar. Tussen 2023 en 2028 is € 60 miljoen gereserveerd voor de aanleg of het verbeteren van groen in de bestaande openbare ruimte. Daarnaast is de aanleg van nieuw publiek groen ook onderdeel van de bouw van nieuwe en complete woonbuurten (gebiedsontwikkeling). • Het groenbeleid van Amsterdam staat onder andere beschreven in de Groenvisie 2020-2050 (vastgesteld in 2020), in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (vastgesteld in 2021) en de Hoofdgroenstructuur (vastgesteld 2011). In de Omgevingsvisie staat dat de stad weliswaar flink gaat groeien, maar wel onder de voorwaarde dat Amsterdam ook rigoureus gaat ‘vergroenen’. Zie ook bijlage 3.

• Amsterdam is zo groen omdat vele bewoners en organisaties zich daar in het verleden en nog steeds voor inzetten. Om de stad groener te maken en groen te houden moeten we als gemeente, bewoners, organisaties, stichtingen, andere overheden en bedrijven blijven samenwerken. • Groen is een onderwerp waar inwoners van Amsterdam zich vaak over laten horen: groen leeft!

1.3 Onze uitdaging In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 staat dat we groei van de stad door het bouwen van nieuwe buurten willen combineren met rigoureus vergroenen. De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier versterken we de kwaliteit van bestaande buurten en houden we de kwetsbare landschappen rondom de stad open. In de Omgevingsvisie staat ook beschreven dat we de verdichting willen combineren met vergroening van de stad. Daarbij is voldoende en vooral beter groen het doel. Dat is essentieel om de leefbaarheid te kunnen garanderen in een stad die groeit en verdicht. Het is daarmee ook een uitdaging vanuit sociale rechtvaardigheid. Inwoners moeten overal toegang hebben tot voldoende en kwalitatief groen om in te kunnen ontspannen, bewegen en elkaar te ontmoeten.

7

Er is sprake van een spanningsveld tussen deze ambities. Hoewel we de groei van de stad vaak op een slimme manier kunnen combineren met meer of beter groen zijn er ook keuzes nodig. We kunnen daken en gevels vergroenen, parkeerplekken opheffen, ‘tegels

wippen’ en deze vervangen door plantvakken en bomen. Ook kunnen we bestaande groengebieden beter inrichten, zodat deze meer waarde krijgen voor mens en dier. Dat kan bijvoorbeeld door meer groen ecologisch te beheren, ander groen aan te planten of groen zo in te richten dat het optimaal bijdraagt aan een klimaatbestendige stad. Maar we kunnen niet altijd alles combineren. De hoeveelheid ruimte binnen de stadsgrenzen neemt niet in omvang toe en er zijn meer functies die een noodzakelijke claim doen op de schaarse ruimte. Het vraagt om het maken van ongemakkelijke keuzes, die verdergaan dan het oordeel dat het groen meer of minder belangrijk is dan de rest. Als we meer of grotere parken willen, dan gaat dat onvermijdelijk ten koste van ruimte voor andere functies, zoals woningen of sportvelden. En andersom, als we meer woningen willen voor onze kinderen om in te wonen, nieuwe energievoorzieningen en extra spoor- en wegverbindingen om de stad bereikbaar te houden, dan zal dat ten koste kunnen gaan van ruimte voor groen. We moeten dus op zoek naar de juiste balans. Hoeveel groen willen we, wat voor soort groen willen we, voor wie en op welke plek? Ten koste van wat? En wanneer zijn we tevreden?

8

De hoge ambities van de stad om de groeiende stad rigoureus te vergroenen staan bovendien op gespannen voet met de beschikbare middelen. De begroting van de gemeente Amsterdam staat onder druk, waardoor de gemeente keuzes moet maken ten aanzien van de besteding van de schaarse middelen. Zo heeft het stadsbestuur om budgettaire redenen gekozen voor het op sober niveau beheren van het groen in de stad.

1.4 Samen met Amsterdammers en Weespers We vragen Amsterdammers en Weespers om hun advies en organiseren een burgerberaad over groen in de verdichtende stad. Dit sluit aan bij de wens van het college en de gemeenteraad om de betrokkenheid van en samenwerking met Amsterdammers en Weespers door middel van burgerberaden te vergroten. In het Burgerberaad Groene Stad komen Amsterdammers en Weespers samen op basis van een gewogen loting, waarbij gestreefd wordt naar een goede afspiegeling van de stad. Zo zorgen we ervoor dat verschillende perspectieven op de opgave aan bod komen. Deze startnotitie beschrijft wat een burger­ beraad is, hoe we het Burgerberaad Groene Stad vormgeven en wat hierbij onze uitgangspunten zijn.

2. Wat is een burgerberaad? 2.1 Uitgangspunten Een burgerberaad is een diepgaande dialoog tussen een groep gelote inwoners, die samen tot aanbevelingen komen over een urgent thema of probleem en hiermee de besluitvorming beïnvloeden. Over het algemeen nemen 100 tot 150 mensen deel aan zo’n burger­ beraad. In Amsterdam vond in 2019 al eens een mini-burgerberaad plaats over duurzaamheid. Het eerste volwaardige burgerberaad in Amsterdam met de titel ‘Schone Stad’ werd gehouden in 2024. Van beide burger­ beraden heeft de gemeente veel geleerd. In het voorjaar van 2023 heeft de gemeenteraad het Beleidskader Burgerberaden aangenomen, zodat er meerdere burgerberaden georganiseerd kunnen worden, waarbij steeds weer geleerd zal worden van de voorgaande.

9

Belangrijke uitgangspunten die het Beleidskader Burgerberaden (2023) voorschrijft zijn: 1. Het burgerberaad is van de deelnemers 2. Geef een duidelijke opdracht 3. Zorg voor voldoende steun en commitment 4. Werk met een gewogen loting 5. Neem drempels voor deelname weg 6. Zorg voor een gelijkwaardig overleg 7. Zorg voor goede informatie en wees transparant 8. Vertrouw inwoners 9. Betrek ook de rest van de samenleving 10. Neem de tijd 11. Doe het vaker

10

2.2 Het burgerberaad is van de deelnemers Eén van de belangrijkste voorwaarden voor een goed verlopend burgerberaad is de mate van onafhankelijkheid. Deelnemers zijn eigenaren van hun burgerberaad en stellen met elkaar spelregels vast. Elke betrokkene heeft een verantwoordelijkheid in het garanderen van deze onafhankelijkheid. Hieronder staat de rol van het burgerberaad, college en gemeenteraad en de onafhankelijke procesbegeleider beschreven. Zie ook bijlage II.

Rol burgerberaad

Rol onafhankelijke procesbegeleider

Het burgerberaad heeft de vrijheid om eigenstandig een probleemanalyse op te stellen en op basis daarvan de vraag te herformuleren, experts uit te nodigen en informatie en advies te vragen. Uiteraard gaan deelnemers ook zelf over de inhoud van hun adviezen. Zij kunnen ook een monitorgroep en/of regiegroep samenstellen om het proces en de omgang met de uitkomsten te volgen.

Het burgerberaad zal worden uitgevoerd door een onafhankelijke partij op basis van het Beleidskader Burgerberaden zoals vastgesteld door de gemeenteraad in juni 2023. Er heeft een aanbesteding plaatsgevonden en de opdracht is gegund aan Team Burgerberaad. Dit bureau verzorgt onder meer de communicatie met de deelnemers, organiseert de bijeenkomsten, verzorgt het dagvoorzitterschap en regelt dat gespreks­ begeleiders goed worden voorbereid. College en gemeenteraad garanderen de onafhankelijke rol van deze partij.

Rol stadsbestuur College en gemeenteraad zijn samen opdrachtgever. Ze mogen bij de eerste en laatste bijeenkomst van het beraad aanwezig zijn om de opdracht te overhandigen en vervolgens de uitkomsten in ontvangst te nemen. College en gemeenteraad houden zich tijdens het burgerberaad afzijdig en hebben alleen contact met het beraad als de deelnemers in het beraad hier om vragen. College en gemeenteraad beïnvloeden de uitkomsten van het burgerberaad niet. College en raad worden wel op de hoogte gehouden van het verloop van het burgerberaad. Zo kunnen raadsleden onder andere deelnemen aan een klankbordgroep. Het advies van het beraad wordt door college en raad in ontvangst genomen en zoveel mogelijk uitgevoerd. Ook stadsdelen spelen hierin een belangrijke rol. Stadsdelen staan dicht bij bewoners en ondernemers en vervullen diverse taken bij de inrichting en het beheer van groen.

11

Rol klankbordgroepen Voor de begeleiding van het proces zijn klankbordgroepen opgericht. Deze groepen zijn gebruikt om voorafgaand aan de selectie van de deelnemers aan het burgerberaad tot een goede vraagstelling te komen en hebben geadviseerd over de inrichting van het proces en het opstellen van deze startnotitie. De klankbordgroepen blijven actief tijdens de fase van het burgerberaad als klankbord voor de projectleiding en/of de deelnemers van het burgerberaad. De klankbordgroepen worden door het burgerberaad geraadpleegd na akkoord van de projectleiding.

2.3 Vertrouwen geven is vertrouwen krijgen Een goed burgerberaad kent een duidelijk commitment vooraf van de gemeenteraad en het college. ‘Commitment in die zin dat duidelijk is wat de status is van de toekomstige aanbevelingen en onder welke voorwaarden de aanbevelingen van het burgerberaad een vervolg krijgen. Het uitgangspunt is dat de aanbevelingen van het burgerberaad overgenomen worden door college en raad.’ (Beleidskader Burgerberaden – juni 2023). Een burgerberaad is een vorm van participatieve democratie die de vertegenwoordigende democratie kan verrijken. Dit betekent dat de uitkomsten in de vorm van aanbevelingen van het burgerberaad worden teruggelegd bij de gemeenteraad. De aanbevelingen van het burgerberaad hebben het karakter van een zwaarwegend advies (vergelijkbaar met de Rekenkameradviezen). De gemeenteraad geeft het college de opdracht om de aanbevelingen om te zetten in beleid en uitvoering. Het uitgangspunt is dat de gemeenteraad de aanbevelingen overneemt en alleen met zwaarwegende redenen en beargumenteert afwijkt van de aanbevelingen.

12

Hoe meer vertrouwen het college, de gemeenteraad en de gemeentelijke organisatie geven aan het burgerberaad, hoe meer vertrouwen we terug kunnen verwachten. Om deze reden staat in deze

startnotitie een opdracht aan het burgerberaad die ruimte laat aan de deelnemers om zelf de agenda te bepalen. Verschillende juridische, financiële of beleidsmatige kaders zullen in de loop van het proces aan bod komen via de gespreksleiders, de experts en door het bieden van de mogelijkheid aan het burgerberaad om tussentijdse feedback te ontvangen op de (voorlopige) adviezen. Deze kaders staan niet centraal aan het begin van het beraad, zodat de wijsheid van de groep zoveel mogelijk benut wordt. Op basis van deze uitgangspunten hebben we een aanpak gemaakt voor het Burgerberaad Groene Stad.

3. Plan van aanpak 3.1 Wat spreken we af? Gebaseerd op de uitgangspunten zoals beschreven in het vorige hoofdstuk maken we de volgende afspraken over het Burgerberaad Groene Stad. 1. Het Burgerberaad Groene Stad is vrij om over elk onderwerp omtrent groen in de stad advies te formuleren. De deelnemers zijn van tevoren op de hoogte gesteld van de gemeentelijke kaders en bevoegdheden, om te waarborgen dat de verwachtingen over de uitvoerbaarheid van de uitgebrachte adviezen realistisch zijn. Hoe realistischer de aanbevelingen, des te groter de kans dat college en gemeenteraad die overnemen. 2. Het College heeft een open houding ten aanzien van de adviezen en moet ook rekening houden met vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie 2050 (2021), de Groenvisie 2050 (2020) en de Hoofdgroenstructuur (2011). Zie ook bijlage 3. 3. Adviezen moeten door een meerderheid van het burgerberaad worden gedragen. Het burgerberaad streeft naar besluiten op basis van algemene instemming. Een belangrijk kenmerk van een burgerberaad, is dat deelnemers zelf beslissen over de stemprocedure. Echter, hierin wordt vanuit de gemeente meegeven dat de adviezen door een meerderheid van het burgerberaad gedragen moeten worden.

13

4. Het burgerberaad kan feedback vragen aan een commissie met experts die de (voorlopige) adviezen van het burgerberaad zal toetsen op juridische haalbaarheid, financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid. 5. Het college zal altijd een onderbouwde terugkoppeling geven op ingediende adviezen, ook over adviezen die niet worden overgenomen. 6. De ambtelijke organisatie is op de hoogte van de laatste stand van zaken omtrent het Burgerberaad Groene Stad, de voorgelegde adviezen en de uitkomsten. 7. De relevante directies hebben voldoende capaciteit beschikbaar voor informatie­ voorziening en opvolging van adviezen. 8. Ambtenaren, zowel beleidsambtenaren als uitvoerende ambtenaren, die door het burgerberaad worden uitgenodigd om informatie te delen, krijgen de ruimte om zonder last of ruggenspraak het burgerberaad van informatie te voorzien, ook wanneer hen wordt gevraagd naar hun persoonlijke ervaringen en meningen.

14

9. De aanbevelingen van het beraad kunnen als uitgangspunt dienen voor onder andere (niet uitputtend): - actualisatie(s) van de Omgevingsvisie Amsterdam, de Groenvisie, het Beleidskader Hoofdgroenstructuur (of een vergelijkbaar kaderstellend document);

- de uitvoering van de Groenvisie; - actualisatie van de groen- en sportnormen (of iets vergelijkbaars); - woningbouwplannen; - de Monitor Groen (wat willen we meten & weten); - strategische Huisvestingsplannen en bijbehorende meerjaren investerings programma’s (MIP’s); - beheer- en instandhoudingsplannen; - uitvoeringsstandaarden voor groen en openbare ruimte (oa USTOR); - vervolg op Amsterdam Maakt Ruimte op het gebied van vergroening van de openbare ruimte. 10. Ná het beraad wordt er een vertegenwoordiging van deelnemers uitgenodigd om de voortgang van het proces van besluitvorming te volgen door plaats te nemen in een klankbordgroep. Deze groep wordt door de gemeente ten minste één jaar na afloop gefaciliteerd. 11. Het burgerberaad vormt input voor het in een later stadium te actualiseren Beleidskader Hoofdgroen­structuur, maar vormt geen vervanging van de participatie die gewenst is bij het actualiseren van het beleid. Dit is ook vastgelegd in motie 265 van het lid Broersen inzake ‘participatie nieuw beleidskader Hoofdgroenstructuur’ die op 27 juni 2024 door de gemeenteraad is aangenomen.

3.2 Wat is de opdracht? De opdracht aan het burger­beraad is om met haalbare en onderbouwde aanbevelingen te komen voor de stad. De hoofdvraag die de gemeente voorlegt aan het burgerberaad is:

Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener? Toelichting bij de vraag: We geven ter inspiratie een aantal onderwerpen mee, die in het burgerberaad aan de orde kunnen komen. Het Burgerberaad Groene Stad bepaalt zelf of en zo ja, welke van deze deelonderwerpen worden betrokken bij het beantwoorden van de hoofdvraag.

15

Groen in een groeiende stad 1. Wat is ‘rigoureus vergroenen’ in een groeiende stad? Hebben we het over meer vierkante meters groen. Zo ja, waar vinden we daar de ruimte voor als we ook voldoende woningen, scholen, sportvelden en andere voorzieningen in de stad willen realiseren? Of gaat rigoureus vergroenen vooral over een kwaliteitsverbetering van het bestaande groen? Wanneer zijn we tevreden? 2. Het is een bewuste keuze van het stadsbestuur om de groei van de stad op te vangen binnen de huidige grenzen van de stad. Dat is een duurzame keuze en de landschappen rondom de stad blijven behouden. Maar zit er een grens aan die verdichting als dit betekent dat er in nieuwe buurten onvoldoende groen bij komt? Kiezen we dan toch liever voor het bouwen van nieuwe

buurten in het landschap rondom de stad als we willen blijven groeien? Hoe kunnen we vergroenen 3. Hoe kunnen we de kwaliteit of waarde van het groen in de stad verbeteren? En hebben we het dan over betere mogelijkheden voor Amsterdammers en Weespers om het groen te gebruiken voor sporten, spelen, ontspanning, etc? Of willen we juist meer kwaliteit voor dieren en planten (ecologie)? Of gaat het vooral om groen voor een prettiger leefklimaat, zoals bomen voor meer schaduw in hete zomers. 4. Hoe zorgen we ervoor dat als er nieuwe woningen worden gebouwd of straten opnieuw worden ingericht er ook voldoende groen met veel waarde voor de stad wordt gerealiseerd? 5. Hoe en waar kunnen we de stad op een slimme manier groener maken door ‘grijze ruimte’ (straten, gevels, daken) om te vormen naar groene ruimte, terwijl er ook andere claims op die grijze ruimte ligt? Op daken willen we ook graag zonnepanelen en onze straten zijn ook hard nodig voor openbaar vervoer, voetgangers, fietsers en logistieke functies. 6. Hoe kunnen we het bestaande groen in en rondom Amsterdam dat nu niet of beperkt toegankelijk is voor veel meer bewoners toegankelijk(er) maken? Denk bijvoorbeeld aan de volkstuinparken of de weilanden rondom de stad. Bescherming van groen 7. Met de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur beschermen en versterken we de belangrijke groengebieden in de stad.

Aanvullend zijn er allerlei wetten en regels waarmee het groen in de

stad wordt beschermd. Maar is dat voldoende? Hebben we als stad meer of strengere regels nodig om het bestaande groen te beschermen? Samenwerken aan groen Hoe kunnen we als stad gezamenlijk aan deze opgave werken? Wat moet de gemeente doen en wat kunnen bewoners of ondernemers doen? Wat is hiervoor nodig? Nu, straks, later Vanwege beperkte middelen, capaciteit en ruimte kan niet alles op korte termijn. Wat kunnen we wel al op korte termijn doen en waar is meer tijd voor nodig om stap voor stap naar een groenere stad toe te werken?

3.3 De aanbevelingen Het burgerberaad eindigt met het opleveren van een rapportage met een serie aanbevelingen, waarbij staat vermeld welke aanbevelingen zijn aangenomen door een meerderheid van het beraad en welke niet. Het integrale rapport met aanbevelingen van het burgerberaad, voorzien van een duiding van het college over de financiële, juridische en praktische uitvoerbaarheid, wordt besproken in de gemeenteraad. Het proces van het burgerberaad is zo ingericht dat ideeën en (voorlopige) aanbevelingen op meerdere momenten ‘getoetst’ kunnen worden bij ambtelijke en externe experts. Zo kunnen er op verzoek van het burgerberaad organisaties, professionals en ervaringsdeskundigen worden uitgenodigd om kennis en inzichten te delen. Ook zullen er gedurende het schrijven van de aanbevelingen ambtenaren aanwezig zijn om vragen van deelnemers te beantwoorden. Op welke wijze het burgerberaad feedback kan ontvangen ten aanzien van de haalbaarheid van adviezen zal samen met de externe procesbegeleider worden bepaald.

16

Zodra het burgerberaad een set conceptadviezen heeft geformuleerd, wordt het burgerberaad de kans gegeven om deze adviezen voor te leggen aan een ‘feedback commissie’. In de feedback kan onder meer worden ingegaan op de vraag in hoeverre de aanbevelingen bijdragen aan: • gemak van de uitvoering; voor zowel Amsterdammers en Weespers als de betrokken diensten van de gemeente; • de benodigde menskracht; • financiële kosten en de verdeling daarvan; • de mate waarin adviezen passen in de huidige wet- en regelgeving; • de mate waarin adviezen passen bij andere grote opgaven in de stad. Aangezien tijdens het proces van het burgerberaad voorgenomen aanbevelingen zullen worden voorgelegd aan experts, verwachten we niet dat de aanbevelingen onrealistisch of onhaalbaar zijn vanwege financiële, juridische of praktische beperkingen. Het beraad kan ervoor kiezen om aanbevelingen die niet binnen de kaders passen, toch op te nemen.

3.4 Gewogen loting We organiseren een gewogen loting in twee rondes zoals beschreven in het Handboek uitvoeren burgerberaden en zoals te zien in de animatie op amsterdam.nl/burgerberaad, om te komen tot een zo goed mogelijke afspiegeling van de Amsterdamse samenleving. We streven naar een uiteindelijke groep van 100 deelnemers. Bij Burgerberaad Schone Stad fluctueerde het aantal deelnemers tussen de 125 en de 80. Het is normaal dat een deel van de mensen, vaak zo’n 20 tot 30% van de groep, gedurende het proces afvalt vanwege andere verplichtingen, ziekte of afgenomen interesse. Daarom stellen we voor om net als bij schone stad 150 mensen in te loten. We loten dus 150 Amsterdammers en Weespers uit het burgerregister. Gezien de omvang van het beraad dient het aantal lotingscriteria voor Amsterdammers en Weespers beperkt te blijven tot maximaal vijf. Daarbij denken we aan een goede spreiding in leeftijd (vanaf 16 jaar), en genderidentiteit (vrouw/ man/non-binair), een goede verhouding huurders en kopers en verdeeld over alle gebieden en stadsdelen en met verschillende opleidingen.

17

Gewenste samenstelling De ervaring leert dat sommige groepen minder vaak op een uitnodiging voor dergelijke beraden of stadsdeelpanels ingaan. Daarom verdubbelen we jongeren (tot 27 jaar) in stadsdelen Zuidoost, Noord en Nieuw-West in de steekproef. Hetzelfde geldt voor Amsterdammers die woonachtig zijn in sociale huurwoningen. Indien het aantal aanmeldingen groter is dan het beoogd aantal deelnemers (150), zal O&S een tweede loting organiseren. Hierbij wordt een selectie gemaakt die past bij de doelstelling van representativiteit. Zie figuur 3 voor de gewenste samenstelling van het Burgerberaad Groene Stad.

We zijn ons bewust van de waarschijnlijkheid dat inwoners die een hoge mate van vertrouwen hebben in de overheid wellicht oververtegenwoordigd zijn in de reacties op de eerste uitnodiging. Om inwoners te motiveren die zich ‘ongehoord’ voelen, of een laag maatschappelijk vertrouwen hebben, benadrukken we in de communicatie zoveel mogelijk het open speelveld van een burgerberaad.

Figuur 3 Gewenste samenstelling Burgerberaad Groene Stad Leeftijd

Genderidentiteit

Woonvorm

Stadsdelen en stadsgebied

Opleiding

16% 16 t/m 25-jarigen

49% Vrouw

40% sociale huurders

10% Centrum

38% Basisonderwijs, VMBO, HAVO, VWO, MBO1, MO2, MBO3, MBO4

42% 26 t/m 45-jarigen

49% man

31% private huurders

11% Noord

62% HBO/WO

27% 46 t/m 65-jarigen

2% non-binair

29% woningeigenaren

17% Nieuw-West

15% 66 +-ers

16% West 16% Zuid 16% Oost 11% Zuidoost

18

3% Weesp

3.5 Drempels voor deelname wegnemen Uit ervaringen in andere steden blijkt dat tijdens het proces vaak nog deelnemers afvallen. Om dit te voorkomen is het belangrijk om het burgerberaad zo inclusief mogelijk te organiseren. Dit bereiken we door zoveel mogelijk drempels tot deelname te verlagen. De volgende vergoedingen en hulpmiddelen kunnen helpen om het burgerberaad zo inclusief en toegankelijk mogelijk te maken. De geldende regels voor een toegankelijk Amsterdam zijn op de organisatie van het burgerberaad van toepassing.

Vergoeding Deelnemers krijgen een vrijwilligersvergoeding voor hun deelname aan het burgerberaad. De Belasting­ dienst is akkoord gegaan met een vergoeding van €75 per bijeenkomst voor deelnemers van 21 jaar en ouder. Voor jongeren onder de 21 jaar is eveneens akkoord gegaan met een vergoeding van €50 per bijeenkomst, met de mogelijkheid om te kiezen voor €75 per bijeenkomst, indien zij dit wenselijk achten. Jongeren kunnen hiermee zelf bepalen wat voor hen financieel het meest gunstig is, bijvoorbeeld met het oog op het behoud van toeslagen of andere inkomens­ afhankelijke regelingen.

Taal

19

Een van de belangrijkste pijlers van een burgerberaad is toegankelijkheid. De voertaal van het burgerberaad

is Nederlands. Alle communicatiemiddelen worden op B1-niveau geschreven en waar mogelijk onder­ steund door visuele elementen, zoals plaatjes en illustraties. Daarnaast moeten de bijeenkomsten ook toegankelijk zijn voor mensen die de Nederlandse taal niet (goed) machtig zijn. In het geval hier behoefte aan is, bieden we een (fluister)tolk aan om te vertalen tijdens de bijeenkomsten.

Locatie en catering De kwaliteit, toegankelijkheid en uitstraling van de locatie en catering is zeer belangrijk voor het creëren van een positieve en constructieve sfeer onder de deelnemers. Uiteraard wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met dieetwensen.

Overige hulpmiddelen Deelnemers wordt daarnaast bij aanmelding gevraagd wat ze nodig hebben om deel te nemen. Daarbij wordt in ieder geval de optie van kinder­ opvang genoemd. Zodra de definitieve groep deelnemers is geloot wordt uitgevraagd of er behoefte is aan andere hulpmiddelen om deel te kunnen nemen. Denk hierbij aan fysieke en mentale hulpmiddelen.

3.6 Het programma Het programma van de bijeenkomsten zal in grote lijnen dezelfde opzet hebben als dat van Burgerberaad Schone Stad. We gaan uit van minimaal vijf bijeenkomsten van maximaal 7 uur. Bij Burgerberaad Schone Stad was er sprake van een mix van avonden en weekenddagen. Graag bepalen we samen met de externe proces­ begeleider wat een goede opzet kan zijn. Er is hoe dan ook ruimte om de opzet aan te passen op verzoek van de deelnemers. De eerste bijeenkomsten staan in het teken van kennismaken, het onderwerp eigen maken en het kiezen van thema’s en experts. Het opdoen van kennis over groen in relatie tot andere belangrijke functies in de stad zal een belangrijk onderdeel zijn. Dit kan onder andere door expertsessies en werkbezoeken. Het burgerberaad zal gedurende het proces toegang hebben tot ambtelijke en externe kennis en er zal voldoende ruimte worden geboden aan de expertise van groengroepen en andere bewonersgroepen. In de laatste fase van het burgerberaad zal de nadruk liggen op het schrijven van de adviezen, met als kers op de taart het stemmen. Naast de extra inzet om deelname aan het beraad zo toegankelijk mogelijk te maken, zal er aandacht zijn voor de gelijkwaardigheid van het overleg tijdens de bijeenkomsten.

20

Werkvormen Om te komen tot breed gedragen adviezen maken we gebruik van de principes en methodieken van Deep Democracy. Kernelementen hiervan zijn: • inchecken op inhoud, relatie en proces; • impliciete aannames expliciet maken; • de zorg of behoefte achter een uitspraak/ standpunt zoeken; • de groep kan samen besluiten maken over samenwerking; • de wijsheid van de minderheid voegen we toe aan de wijsheid van de meerderheid, door te vragen ‘wat heb je nodig om mee te gaan?’; • afwijkende meningen worden gewaardeerd en mensen komen niet alleen te staan (‘wie herkent dit punt? Wie vindt iets soortgelijks?’); • uitchecken: regelmatig kort evalueren, wat gaat goed? Wat kan beter? We houden deelnemers geboeid door diversiteit aan te brengen in de werkvormen die we aanbieden. Dit doen we door kennis niet alleen over te dragen in plenaire presentaties, maar door variatie aan te brengen in de methodes voor kennisoverdracht. Bijvoorbeeld door een dag met de deelnemers de stad in te trekken en door uitvoerende professionals een belangrijke rol te geven in de aanpak. Zo kunnen deelnemers zelf de urgentie van het vraagstuk en de consequenties van verschillende keuzes ervaren.

3.7 Informatie en expertise In de op 27 juni 2024 aangenomen motie van het lid Broersen (266_24) wordt het college opgedragen om in het proces van het burgerberaad, op een zinvolle en gezaghebbende manier ruimte te creëren voor de expertise van verschillende bewonersgroepen, zowel rondom groen als andere ruimtelijke vraagstukken.

21

Deelnemers krijgen toegang tot de informatie die ze nodig hebben om aanbevelingen te formuleren. Of het nu gaat om ervaringsdeskundigen, academisch experts of ambtelijke expertise; het beraad krijgt de tijd om te spreken met experts naar keuze. Zoals eerder genoemd krijgen groengroepen en andere bewonersgroepen de ruimte om hun kennis en expertise in te brengen in het burgerberaad. De manier waarop zal in samenwerking met de externe procesbegeleider worden vastgesteld. Gedacht kan worden aan: • het organiseren van een stakeholderbijeenkomst; • bewonersgroepen kunnen op een lijst van experts worden geplaatst. Dit geeft het burgerberaad de mogelijkheid om hen uit te nodigen tijdens bijeenkomsten; • het organiseren van een informatiemarkt met experts en bewonersgroepen; • het betrekken van jongeren/ kinderen, bijvoorbeeld door het voorleggen van een vraag aan de Amsterdamse Kinderraad; • een methode om de stem van de toekomst een plek te geven in het burgerberaad.

3.8 Communicatie met deelnemers en met de stad Communicatie rond het burgerberaad speelt vooraf, tijdens en na het beraad een belangrijke rol. Het doel van communicatie is om: • voorafgaand aan het burgerberaad zo veel mogelijk (diverse) Amsterdammers en Weespers te interesseren voor deelname aan het burgerberaad; • Amsterdammers en Weespers die niet deelnemen aan het beraad te betrekken bij het burgerberaad (voor, tijdens, na).

22

Er wordt een aanpak voor de communicatie uitgewerkt met aandacht voor de verschillende fases. De stad zal via diverse kanalen op de hoogte worden gehouden van het proces in het burgerberaad, bijvoorbeeld via een website en een nieuwsbrief. Op die manier kunnen de inwoners die zich aanmelden, maar niet worden ingeloot voor het burgerberaad en ook de leden van de klankbordgroepen (raadsleden, experts, bewoners- en belangengroepen) op de hoogte blijven van wat er speelt bij het burgerberaad. Deze groepen kunnen eraan bijdragen dat de aanbevelingen van het burgerberaad na afloop goed landen in de stad. De evaluatie van Burgerberaad Schone Stad laat zien dat een goede verbinding tussen het mini- en het maxipubliek bijdraagt aan de legitimiteit van de adviezen. Daarom willen we bij dit burgerberaad, in afstemming met de externe procesbegeleider,

inzetten op een bredere betrokkenheid vanuit de stad. Dit geeft inwoners, waaronder ook groen- en andere belangengroepen, de kans om mee te denken met het burgerberaad. Zo heeft het Rotterdams burgerberaad over klimaat in de zomer tussen de bijeenkomsten straatgesprekken georganiseerd en een online vragenlijst uitgezet. Wij laten ons graag door Rotterdam inspireren om de zomerperiode op een nuttige manier te overbruggen. Bij het organiseren van de interactie met de stad zal steeds naar een balans worden gezocht tussen enerzijds mogelijkheden bieden voor uitwisseling tussen burgerberaad en buitenwereld en anderzijds voorkomen dat deelnemers zich overweldigd voelen door informatie en adviezen van buitenaf.

3.9 De planning Het burgerberaad kan van start na vaststelling van deze startnotitie door de gemeenteraad. Na deze vaststelling van de startnotitie wordt er een uitgebreid plan van aanpak opgesteld voor de organisatie van het burgerberaad. Onderstaande tabel is een indicatieve planning. Hierbij gaan we ervan uit dat de bijeenkomsten in de eerste en tweede helft van 2025 plaatsvinden. Uiteraard is deze planning flexibel en passen we deze aan waar nodig.

23

Fase

Actie

Maart, 2025

Eerste loting

Steekproef trekken

19-3-2025

Besluitvorming

Raadscommissievergadering

2-4-2025

Besluitvorming

Raadsvergadering

3-4-2025

Communicatie

• Start communicatie met de stad • Versturen eerste uitnodigingen

Mei, 2025

Loting

• Tweede loting uitvoeren • Definitieve groep deelnemers samenstellen • Communicatie met definitieve groep deelnemers

Juni, 2025

Uitvoering

Bijeenkomst 1

Juni, 2025

Uitvoering

Bijeenkomst 2

Juli, 2025

Uitvoering

Bijeenkomst 3

September, 2025

Uitvoering

Bijeenkomst 4

September, 2025

Uitvoering

Bijeenkomst 5

September/oktober 2025

Opvolging

• Ontvangst adviezen burgerberaad • Ambtelijke reactie schrijven op adviezen burgerberaad

2026, Q2

Opvolging

Bespreken adviezen in gemeenteraad

2026, Q2/Q3

Opvolging

• Evaluatie • Communicatie met inwoners en deelnemers over opvolging adviezen

Om ook recht te doen aan de verkiezingsperiode, wordt er formeel over de adviezen besloten door het nieuwe college. En worden deze vervolgens besproken in de nieuwe raad. Dit is naar verwachting in Q2 van 2026, maar is uiteraard afhankelijk van wanneer het nieuwe college geïnstalleerd is.

Overwegingen bij proces en planning Bij deze planning is zoveel mogelijk rekening gehouden met twee uitgangspunten, die beide te maken hebben met de aanstaande verkiezingsperiode: 1. Het college ontvangt de adviezen in september/ oktober 2025. - Een onvermijdelijk gevolg hiervan is dat een deel van de bijeenkomsten van het burgerberaad vóór de zomer plaatsvindt, en een deel daarna. Dit geeft het risico op wat meer uitval van deelnemers. We perken dit risico zoveel mogelijk in door tijdens de zomerperiode extra te investeren op de betrokkenheid van deelnemers. 2. De behandeling van de adviezen wordt vóór de verkiezingen door het college aan de raad aangeboden en de raad voor de verkiezingen van 18 maart 2026 een principebesluit te laten nemen over deze adviezen.

24

3.10 Evaluatie Elk burgerberaad levert waardevolle inzichten op voor toekomstige burgerberaden in Amsterdam. Om die reden willen we Burgerberaad Groene Stad ook laten evalueren. In de evaluatie zal aandacht zijn voor de ervaring van deelnemers, het proces en de opvolging van de adviezen. Daarnaast maakt de gemeente Amsterdam in 2025 nog steeds deel uit van een landelijk onderzoeks­ netwerk van de Hogeschool van Amsterdam en de Haagse Hogeschool. Binnen dit onderzoeksnetwerk worden regelmatig ervaringen en wetenschappelijke inzichten gedeeld.

Bijlage 1 Bronnen • Coalitieakkoord 2022-2026 • Beleidskader Burgerberaden – juni 2023 • Handboek uitvoeren burgerberaden – juni 2023 • Omgevingsvisie Amsterdam 2050 • Groenvisie Amsterdam 2020-2050

25

Bijlage 2 Rollen Rol stuurgroep en projectteam Een ambtelijke stuurgroep stuurt een projectteam aan met de verant­ woordelijkheid om het burgerberaad voor te bereiden en vervolgens te faciliteren bij het volbrengen van haar opdracht. In de stuurgroep zijn de directies Ruimte & Duurzaamheid, Verkeer & Openbare Ruimte, Grond & Ontwikkeling en Sport & Bos vertegenwoordigd. Andere directies zijn vertegenwoordigd als agendalid: Maatschappelijke Voorzieningen, Stadswerken, GGD, Ingenieursbureau en de stadsdelen en stadsgebied Weesp. Zij zorgen ervoor dat hun eigen directies gereed staan voor het burgerberaad. Het ambtelijk projectteam dat bestaat uit projectleiding, inhoudelijk beleidsambtenaar, communicatieprofessional en lid van het Stedelijk Team Participatie, wordt versterkt door een onafhankelijke procesbegeleider (van een extern bureau) en een externe onafhankelijk adviseur.

Rol feedbackcommissie Een belangrijk moment in het proces is het formuleren van de concept aanbevelingen en het checken in hoeverre deze haalbaar zijn en al dan niet binnen de juridische, financiële of beleidsmatige kaders passen. Hiertoe kan een feedbackcommissie met gemeentelijke en externe experts worden opgericht. Op welke wijze het burgerberaad de mogelijkheid wordt geboden om feedback te ontvangen op (voorlopige) adviezen zal in nader overleg met de onafhankelijke procesbegeleider worden bepaald.

Rol stakeholders

26

De gemeente vraagt stakeholders dezelfde houding aan te nemen als college en gemeenteraad: nieuwsgierig, maar terughoudend en bereid om een bijdrage te leveren indien ze als expert en ervaringsdeskundige worden uitgenodigd door het burgerberaad om hun kennis en ervaringen te delen.

Bijlage 3 Hoe werkt Amsterdam aan het groen? De gemeente werkt op verschillende manieren aan het beschermen, onderhouden, verbeteren en toevoegen van groen in de stad. In onder­ staande toelichting wordt - niet uitputtend beschreven welke instrumenten de gemeente hierbij inzet. Omgevingsvisie 2050 In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) staat beschreven hoe de gemeente wil omgaan met de groei en verdichting van de stad. Rigoureus vergroenen is daarbij één van de vijf strategische keuzes om de stad te vergroenen en het groene landschap buiten de stad te sparen. Visies op de groenblauwe structuur, sport, spelen, biodiversiteit en andere ‘groene’ thema’s maken hier onderdeel van uit. Hoewel Weesp inmiddels is gefuseerd met de gemeente Amsterdam is de Omgevingsvisie van Weesp nog vigerend. Weesp zet in op forse vergroening: het verbeteren van de kwaliteit van het bestaande groen (bijv. gelaagd of gestapeld groen en beter beheer van het groen), het groen toegankelijker en rijker maken en, in sommige gevallen, het toevoegen van groen.

27

Groenvisie 2020-2050 In de Groenvisie, een leefbare stad voor mens en dier 2020-2050 (2020) staat hoe we tussen nu en 2050 Amsterdam verder gaan vergroenen. We doen dat onder andere door: • Groene routes: in 10 minuten wandel je van voordeur naar een park, in 15 minuten fiets je naar een natuurgebied. • Groen, tenzij: waar het kan vervangen we tegels, bakstenen en asfalt door groen, tot een natuurlijke leefomgeving met ruimte voor ontmoeting. • Openbaar en toegankelijk groen: volkstuinparken, sportparken en schooltuinen worden toegankelijker voor meer mensen. • Landschapsparken: direct om de stad creëren we ruigere natuur, voedselbossen en meer mogelijkheden om te bewegen. • Nieuw bos en parken: er komt een nieuw stadsbos en er komen nieuwe stadsparken.

Hoofdgroenstructuur Om de belangrijkste groengebieden in en rond de stad te behouden en te beschermen hebben we in Amsterdam al ruim 20 jaar een Hoofdgroenstructuur. De Hoofdgroenstructuur geeft duidelijkheid waar in de stad het stedelijk groen belangrijker is dan andere functies zoals woningbouw, scholen of wegen. In de Hoofdgroenstructuur worden verschillende typen groen beschreven en welke functies deze vervullen. Per type groen zijn er regels over welke voor­ zieningen wel of niet passend zijn ten aanzien van gebruik, parkeren, bebouwing, inrichting en beheer. Denk bijvoorbeeld aan een fietspad naar dat prettige strandje of sanitair bij een sportpark. Het is een ruimtelijk toetsingsinstrument.

28

De Hoofdgroenstructuur is opgesteld om te voorkomen dat de belangrijkste groengebieden, onder druk van een groeiende stad, worden bebouwd en het zorgt ervoor dat het samenhangende netwerk van verschillende groengebieden in stand blijft en wordt versterkt. De huidige Hoofdgroenstructuur maakt deel uit van de Structuurvisie Amsterdam 2040 (2011). Plannen of initiatieven in de Hoofdgroenstructuur worden voorgelegd aan de onafhankelijke Technische Adviescommissie (TAC); deze commissie adviseert het college of initiatieven wel of niet passen binnen het beleid voor de Hoofdgroenstructuur.

Overige instrumenten • De Ontwikkelstrategie 2035 (2024) geeft aan waar we gaan bouwen en verdichten, én waar we groen toevoegen. • De Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) is onderdeel van de Ecologische Visie (2012) De AES richt zich op het beschermen en verbeteren van de ecologische waarden en verbindingen in de stad, gericht op dieren, bomen en planten. • In het koersdocument ‘Amsterdam Maakt Ruimte’ (2024) geeft de gemeente aan hoe we om willen gaan met de openbare ruimte in de stad om alle functies (verblijven, bewegen, verplaatsen, recreëren, sporten, spelen, natuur etc.) goed te (her)verdelen en de dominante rol van de auto in de openbare ruimte terug te dringen, ten gunste van langzaam verkeer, recreatief gebruik en groen. • Voor gebiedsontwikkeling (bouw van nieuwe woon- en stadswijken) is een groen- en sportnorm opgesteld die ervoor moeten zorgen dat er voldoende ruimte voor onder meer buitensport (zowel georganiseerd en ongeorganiseerd) en

29

groen (zowel recreatief groen als ecologisch groen) wordt gereserveerd en ingericht bij de ontwikkeling van deze gebieden. • In de Visie Amsterdamse Sportparken staat beschreven dat waar je ook woont in de stad, er altijd dichtbij een plek moet zijn om te sporten, spelen en bewegen. Deze visie geeft aan hoe Amsterdamse sportparken een oplossing kunnen vormen voor uitdagingen in onze veranderende en verdichtende stad, op het gebied van bewegen én vergroenen. • We stimuleren en ondersteunen bewoners die zelf hun buurt willen vergroenen. Bijvoorbeeld met de aanleg van een geveltuin of het in beheer geven van groenstroken in de buurt, het adopteren van plantenbakken en door het ophalen van tuintegels van bewoners. • Voor het vergroenen van bestaande bebouwing verstrekt de gemeente subsidies, bijvoorbeeld voor de aanleg van groene daken. Bij nieuwbouw in gebiedsontwikkeling waar de gemeente opdrachtgever/grondeigenaar is wordt vergroening en natuurinclusief bouwen geborgd via een puntensysteem bij de selectie van ontwikkelaars; ontwikkelaars moeten met hun plannen voldoen aan een minimumaantal punten en maken meer kans op selectie als ze extra punten scoren. • De gemeenteraad stelde eind 2020 het Strategisch Huisvestingsplan (SHP) Bovenwijks Groen vast. Hierin staat wat de gemeente van 2021 tot 2025 investeert in stedelijk groen.

• Ook buiten de stad zorgen we voor recreatie en groen. Zo nemen we deel aan recreatieschap Twiske-Waterland, Spaarnwoude en Groengebied Amsterdam. En investeren we in natuur en recreatie van de scheggen. Verder werken we binnen de

Metropoolregio Amsterdam samen met het Rijk aan een visie op de ontwikkeling van natuur en landschap. • De gemeente heeft onderhoudsbudgetten om het bestaande groen te onderhouden. In het beleid staat dat het groen op beheerniveau C (sober) wordt onderhouden. • Bij aanleg van nieuw groen zijn de kaders vastgelegd in het ‘Handboek Puccini Groen’; dit handboek zorgt ervoor dat het groen dat wordt aangelegd optimale groeiomstandigheden heeft, dat het beheer op efficiënte wijze mogelijk is en dat onderhoud en vervangen door standaardisatie en gezamenlijk inkoop van materiaal zo kosteneffectief mogelijk plaatsvinden. • De gemeente stelt de Monitor Groen op om het groen in de stad kwantitatief (hoeveel groen is er?) in beeld te brengen en ontwikkelingen te kunnen volgen. Het Grote Groenonderzoek dat de gemeente periodiek laat uitvoeren brengt vooral de kwalitatieve aspecten van groen in beeld, geredeneerd vanuit de (menselijke) gebruikers: hoe wordt het groen gebruikt, beleefd en gewaardeerd? • Vanuit ‘verantwoorde groei’ kiezen we met de ‘Uitvoeringsstandaard toekomstbestendig werken aan de openbare ruimte’ (USTOR - 2023) bewust voor een meer gestandaardiseerde werkwijze waarbij we minder herinrichten, maar waar het kan de openbare ruimte ‘versterken’ met noodzakelijke ambities.

Er laat zich een dilemma zien: de wens om een bijdrage te leveren aan het versterken van de openbare ruimte en alle maatschappelijke opgaven die daar om vragen, tegenover onvoldoende budget om openbare ruimte op gewenst niveau te krijgen en houden. Bij het onderhoud aan de

openbare ruimte richten we ons nog meer op plekken waar onderhoud technisch noodzakelijk is. Dit betekent dat er vrijwel uitsluitend gewerkt wordt, daar waar sprake is van achterstallig onderhoud en veiligheidsrisico’s aanwezig zijn. • De beheer en onderhoud systematiek is vastgelegd in 1Amsterdam Heel & Schoon (2017) - De kwaliteit waaraan onze kapitaalgoederen moeten voldoen, staat in de landelijke CROW-norm. Het gebruik van eenduidige normen en definities geeft richting aan de beheerders. Het beheer van de stedelijke zaken in de openbare ruimte heeft drie ambitieniveaus: sober, verzorgd en top. Door het achterstallig onderhoud bij verschillende kapitaalgoederen is besloten bij de Voorjaarsnota 2019 om voorlopig te werken aan het niveau sober. Bij de onderdelen waarvoor we al stappen hebben gezet naar ‘verzorgd’, proberen we dit niveau wel te behouden.

30

Colofon Gemeente Amsterdam Directie Ruimte & Duurzaamheid Afdeling Strategie Vormgeving Ontwerpwerk

ONT2025033

Februari 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16511374/1