CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Sport en bewegen en sociaaleconomische ongelijkheid in zorgkosten - Amsterdam en Rotterdam.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 5 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de uitkomsten van het onderzoek “De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten voor Amsterdam en Rotterdam” (VN2025-013681)4.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten Voor de gemeenten Amsterdam en Rotterdam

Eindrapportage September 2025

2

Onderzoekers: Dr. Willem de Boer (Onderzoeker RUG / Associate lector HAN) Dr. Laura Viluma (Onderzoeker RUG) Prof. dr. Jochen Mierau (Hoogleraar RUG / UMCG Research) Opdrachtgevers: Gemeente Rotterdam | Bianca Stam Gemeente Amsterdam | Bertram Bouthoorn

|2

Samenvatting: Sociaaleconomische verschillen in zorgkosten en de rol van sport en bewegen voor de gemeenten Amsterdam en Rotterdam

De relatie tussen sport en bewegen en zorgkosten | 3

Samenvatting 4

De gemeenten Amsterdam en Rotterdam hebben de ambitie om sociaaleconomische verschillen in gezondheid en zorgkosten te verkleinen. Er bestaat echter nog weinig inzicht in de verschillen de onderlinge relatie tussen zorgkosten, gezondheid en vooral sport- en beweeggedrag op buurtniveau en voor deze specifieke steden. Het doel van dit onderzoek is om de zorgkosten voor alle buurten inzichtelijk te maken en te vergelijken, zowel onderling als met landelijke cijfers, met een specifieke focus op de relatie met sociaaleconomische status van buurten en sport- en beweeggedrag. Dit onderzoek gaat over 2019 en laat zien dat er op buurtniveau een sterke sociaaleconomische gradiënt in zorgkosten is in Nederland. In 2019 hadden de 10% meest welvarende buurten gemiddeld ruim €1.000 zorgkosten per persoon minder dan de 10% minst welvarende buurten (€2.134 om €3.258). Om een eerlijkere vergelijking te maken, is in het onderzoek gewerkt met "relatieve zorgkosten". Hierbij worden de werkelijke zorgkosten van een buurt vergeleken met wat verwacht mag worden op basis van de bevolkingsopbouw (leeftijd en geslacht). Dit omdat oudere inwoners bijvoorbeeld gemiddeld hogere zorgkosten hebben. Na deze correctie hadden de meest welvarende buurten gemiddeld €451 lagere kosten dan verwacht, en de minst welvarende buurten €578 hogere kosten.

Samenvatting 5

Een nog preciezere vergelijking is mogelijk door te kijken naar "relatieve zorgkosten ten opzichte van hetzelfde SES-deciel". Hierbij worden buurten vergeleken met sociaaleconomisch vergelijkbare buurten elders in Nederland. Nederland is hiervoor ingedeeld in 10 groepen (SES-decielen) die elk 10% van de bevolking omvatten, van minst welvarend tot meest welvarend. Dit maakt het vergelijken van zowel zeer verschillende als vergelijkbare buurten gemakkelijker. Voor sport- en beweeggedrag is ook een duidelijke sociaaleconomische gradiënt zichtbaar. In grote lijnen wordt in meer welvarende buurten meer gesport en bewogen. Zo voldoet in de meest welvarende buurten 54% aan de beweegrichtlijn tegen 46% in de minst welvarende buurten. Bij wekelijks sporten is het verschil nog groter (59% om 39%), evenals bij lidmaatschap van sportverenigingen (27% om 12%). Uit (regressie)analyses blijkt dat, naast SES ook sport en bewegen de verschillen in relatieve zorgkosten tussen buurten goed kunnen verklaren. Buurten waar 1%-punt meer inwoners voldoen aan de beweegrichtlijnen hebben gemiddeld bijna €8 lagere relatieve zorgkosten per persoon. Voor wekelijks sporten is dit effect nog sterker: buurten met 1%-punt meer wekelijkse sporters hebben ruim €9 lagere zorgkosten per inwoner. In dit model ook andere factoren, zoals stedelijkheid, opgenomen.

Samenvatting 6

Een opvallend en nieuw inzicht is dat de effecten van sport- en beweeggedrag verschillen op de relatieve zorgkosten per sociaaleconomische groep: sportdeelname lijkt vooral verschillen bij lagere sociaaleconomische groepen te verklaren, terwijl bewegen meer de onderlinge kostenverschillen bij middelste en hogere sociaaleconomische groepen van buurten verklaren. Daarnaast zien we een zeer sterk verband tussen sport- en beweeggedrag en ervaren gezondheid. Buurten met meer bewegen, hogere sportdeelname en meer lidmaatschap van sportverenigingen rapporteren een betere ervaren gezondheid. Amsterdam Amsterdamse buurten volgen grotendeels de landelijke trend qua zorgkosten, maar met grote verschillen tussen de buurten. De sociaaleconomische verschillen in sporten beweegdeelname zijn er erg groot tussen de groepen buurten met lagere sociaaleconomische status en kleiner tussen de meer welvarende groepen buurten. In Amsterdam wordt in veel buurten relatief meer bewogen en gesport dan verwacht op basis van het sociaaleconomische profiel. Het lidmaatschap van sportverenigingen ligt echter in de meeste buurten onder het verwachte niveau.

Samenvatting 7

De relatie tussen bewegen en zorgkosten in Amsterdam loopt in de pas met het landelijke beeld: buurten waar 1%-punt meer voldoet aan de beweegrichtlijn komt hebben gemiddeld €8 lagere zorgkosten per persoon. Voor wekelijks sporten geldt dat 1%-punt meer sporters overeenkomt met ongeveer €5 lagere zorgkosten. In sommige stadsdelen lijken de buurten binnen wijken qua kenmerken grotendeels overeen te komen. Diversiteit is er daar vooral tussen wijken. Zo zijn in Oud-Zuid de buurten binnen eenzelfde wijk relatief uniform qua leefstijl en zorgkosten, maar zijn er grote verschillen tussen wijken, zelfs als deze sociaaleconomisch vergelijkbaar zijn. Over het algemeen rapporteren Amsterdamse buurten een iets betere ervaren gezondheid dan sociaaleconomisch vergelijkbare buurten elders in Nederland. Rotterdam Rotterdamse buurten hebben vaak iets lagere zorgkosten dan verwacht op basis van het landelijk gemiddelde (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht), maar met grote verschillen tussen buurten. De sociaaleconomische verschillen zijn zeer duidelijk in de lagere sociaaleconomische categorieën, met name bij sportdeelname. Voor bewegen zijn er grote verschillen zelfs tussen vergelijkbare buurten.

Samenvatting 8

In Rotterdam wordt in veel buurten iets minder bewogen, maar opvallend genoeg wel iets meer gesport dan verwacht op basis van het sociaaleconomische profiel, vooral in de meer welvarende buurten. De relatie tussen sport, bewegen en zorgkosten is in Rotterdam sterker dan in Amsterdam en landelijk. In buurten waar 1%-punt meer inwoners voldoen aan de beweegrichtlijn zijn de relatieve zorgkosten gemiddeld €21 per persoon lager (vergeleken met €8 in Amsterdam). Voor wekelijks sporten is dit bijna €10 in Rotterdam (het dubbele van Amsterdam). De casus die inzoomt op het stadsdeel Feijenoord bevestigt dat de grote verschillen tussen buurten daar ook vooral lijkt samen te hangen met sociaaleconomische status. In Rotterdam is de sociaaleconomische ongelijkheid in ervaren gezondheid tussen buurten nog wat groter dan in de rest van Nederland, hoewel welvarende Rotterdamse buurten over het algemeen een iets betere ervaren gezondheid rapporteren dan vergelijkbare buurten elders.

Samenvatting 9

Scenario’s Tot slot zijn er voor beide steden scenario’s uitgewerkt waar om de potentiële besparing in zorgkosten wordt doorgerekend bij een toename van de wekelijkse sportdeelname of/en het voldoen aan de beweegrichtlijn met één procentpunt. Hierbij zijn de uitkomsten van het meest geavanceerde regressiemodellen uit het onderzoek. Een scenario van 1%-punt verhoging in deelname leidt, geëxtrapoleerd naar 2025, tot een geschatte besparing van €14 miljoen in Amsterdam en zo’n €11 miljoen in Rotterdam. De grootste winst wordt behaald door het verhogen van de wekelijkse sportdeelname, een effect dat met name significant is in buurten met een lagere sociaaleconomische status (SES). Het verhogen van het aandeel inwoners dat voldoet aan de algemene beweegrichtlijnen, die alleen significant samenhangen met lagere kosten in midden- en hogere SES-buurten, levert in totaal een bescheidener besparing op. Dit onderzoek is uniek omdat het op een zeer laag aggregatieniveau (buurten) en specifieker (voor de 2 steden) inzicht geeft in de relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten. Dit gaat daarmee verder dan bestaand wetenschappelijk onderzoek (zoals De Boer et al., 2020).

9/22/2025 | 10

Achtergrond en Doelstelling

11

Achtergrond › Relatie tussen gemiddelde zorgkosten en sociaal-economische status van wijken › Leefstijl speelt een belangrijke rol, met name roken en sport & bewegen › Grote verschillen tussen wijken (gemeenten) in situatie, aanpak en uitkomsten

12

Project Amsterdam & Rotterdam › De ambitie van de gemeenten Amsterdam en Rotterdam is om de sociaaleconomische verschillen in gezondheid en zorgkosten te verkleinen. › weinig inzicht in de verschillen tussen wijken/buurten en de onderlinge relatie tussen verschillende indicatoren t.a.v. zorgkosten, gezondheid en leefstijlfactoren. › Inzicht ontbreekt in de mogelijke invloed van de lokale context en beleid op verschillende uitkomstmaten.

13

Doelstelling van het onderzoek › Het doel van het onderzoek (in aanvang) is om de zorgkosten voor alle buurten inzichtelijk te maken en te vergelijken, onderling en met landelijke cijfers. › Daarbij zal gekeken worden wat de relatie is met de sociaaleconomische status van een buurt het sport- en beweeggedrag en andere leefstijlfactoren. › Basis voor een gesprek over lokale situatie: ‘bottom-up meets top-down’

14

Waarom zorgkosten? › Goede indicator voor gezondheid › Enorm gedetailleerde informatie beschikbaar van alle personen (leeftijd, geslacht, buurt/wijkniveau) › gezondheid- en gedrag-data: alleen algemeen en naar buurt/wijk › Kwaliteit data: realisatiecijfers i.p.v. vragenlijsten en (model)schattingen

15

Opzet onderzoek & resultaten › DEEL 1: zorgkosten naar buurten › DEEL 2: sport, bewegen en andere leefstijlfactoren › DEEL 3: analyse relatie sport/bewegen en zorgkosten › DEEL 4: inzoomen op casussen › DEEL 5: scenario-analyses

* De indeling van buurten is van 2021 (meest recent, sluit best aan bij huidige indeling) * De sociaaleconomische status van een buurt is uit 2019 (constant vanuit het laatste meetjaar van zorgkosten / geen Covid-19 effecten / SES-score buurten beschikbaar v/a 2015) * Alleen buurten met 500 of meer inwoners zijn meegenomen

9/22/2025 | 16

Deel 1: Sociaaleconomische verschillen in zorgkosten

voor Amsterdam en Rotterdam (2019)

a) b) c)

d)

Sociaaleconomische status van de buurt Gemiddelde zorgkosten per inwoner Gestandaardiseerde zorgkosten per inwoner gecorrigeerd naar leeftijd en geslacht, t.ov. landelijke gemiddelden Gestandaardiseerde zorgkosten per inwoner gecorrigeerd naar leeftijd en geslacht, t.o.v. wijken met een vergelijkbaar sociaaleconomische status

17

› Als introductie laten we eerst de wijkkaarten van Amsterdam en Rotterdam zien. › Buurten zijn te klein voor een overzichtelijke weergave. › De omvang van buurten kan erg verschillen, binnen gemeenten maar ook tussen gemeenten. › Amsterdam heeft 390 buurten, waarvan 42 met minder dan 500 inwoners. Rotterdam heeft 75 buurten, waarvan 4 met minder dan 500 inwoners. › De gemiddelde buurtomvang in Rotterdam is daarom ook groot, met ruim 8500 inwoners, terwijl die in Amsterdam ongeveer een kwart daarvan (ruim 2000 inwoners) is.

Wijken Amsterdam | 18

Wijken Rotterdam | 19

Sociaal-economische status buurten 20

› Hieronder volgen kaarten met de Sociaal-Economisch Status van buurten in de twee steden. › De buurten van heel Nederland zijn opgedeeld in 10 groepen die elk 10% van de bevolking omvatten. › In SES1 zitten de buurten met laagste sociaaleconomische status, in SES10 de meest welvarende buurten. › Amsterdam kent relatief veel lage-SES buurten, met name in Zuidoost, West en Noord. › Rotterdam ken ook veel lage-SES buurten, vooral in Zuid (onder de Maas), Oud-West en Oud-Noord. Geen van de buurten zit in SES-deciel 6.

| 21

| 22

Gemiddelde zorgkosten buurten 23

› Hieronder staan de gemiddelde zorgkosten per buurt. › Dit onderzoek neemt alleen de zorgkosten mee die onder de Zorgverzekeringwet (ZVW) vallen. Hieronder vallen o.a. kosten voor huisarts, ziekenhuis en geneesmiddelen. › In Nederland bedroegen deze kosten in 2019 in totaal 46,2 miljard euro. Dit is ongeveer de helft van de totale kosten die in Nederland aan zorg worden besteed. › Boxplots laten zien hoe kosten tussen buurten verschillen. ›

Boxplots tonen de verdelingen van de zorgkosten d.m.v. kwartielen: de box (rechthoek) representeert het bereik tussen het 1e (Q1) en 3e kwartiel (Q3) met daarin een lijn voor de mediaan. De verticale lijnen aan de einden lopen tot minimale en maximale waarden, m.u.v. zogenaamde uitschieters, die als individuele punten worden weergegeven.

Gemiddelde zorgkosten buurten 24

› Er is een hele duidelijk verband zichtbaar tussen de sociaal-economische status van buurten en de gemiddelde zorgkosten, zowel voor heel Nederland als voor de steden Amsterdam en Rotterdam. › Voor Nederland hadden in 2019 de meest welvarende buurten (SES10) gemiddeld €2134 zorgkosten, terwijl de minst welvarende buurten (SES1) gemiddeld €3258 aan zorgkosten hadden. › Hierbij is nog geen rekening gehouden met verschillen in de bevolkingsopbouw (leeftijd en geslacht) tussen de buurten.

Gemiddelde zorgkosten buurten 25

› Er zijn met name grote verschillen bij de 3 laagste SESdecielen grote verschillen tussen vergelijkbare buurten (dus binnen hetzelfde SES-deciel). Dit komt o.a. door verschillen in bevolkingsopbouw tussen de buurten. › Dit zien we ook terug in m.n. Rotterdam en in mindere mate Amsterdam. › In Amsterdam zijn de buurten met hoge zorgkosten redelijk verspreid door de stad, terwijl ze in Rotterdam vooral in het zuiden en noordoosten zitten.

Nederland | 26

Amsterdam | 27

Rotterdam | 28

Zuiderpark

* alleen buurten met meer dan 1000 inwoners

Rotterdam | 29

Zuiderpark

* alleen buurten met meer dan 1000 inwoners

| 30

| 31

Zorgkosten: verschil met NL 32

› Omdat m.n. de leeftijdsopbouw van buurten veel invloed heeft op de gemiddelde zorgkosten corrigeren we deze voor de bevolkingsopbouw (leeftijd en geslacht). › Dit doen we op de volgende manier: ›

›

We vergelijken de huidige zorgkosten van een buurt met de zorgkosten zoals die zouden zijn geweest als de buurt dezelfde bevolkingsopbouw zou hebben gehad, maar dan met de gemiddelde kosten van Nederland voor elke combinatie van leeftijd en geslacht. Als een buurt dezelfde gemiddelde kosten heeft per combinatie van leeftijd en geslacht als het Nederlands gemiddelde is het verschil dus 0. Dit noemen we de relatieve zorgkosten ten opzichte van het Nederlands gemiddelde.

Zorgkosten: verschil met NL 33

› Gecorrigeerd voor leeftijdsopbouw hadden in 2019 de meest welvarende buurten gemiddeld €451 minder zorgkosten per persoon dan op basis van het landelijk gemiddelde mocht worden verwacht. › De 10% minst welvarende buurten hadden gemiddeld €578 hogere zorgkosten per persoon dan verwacht. › De sociaaleconomische gradiënt, oftewel de mate waarin een betere SES-score samenhangt met lagere zorgkosten is in de beide steden sterk en vergelijkbaar met die voor Nederland als geheel. › Voor beide steden is nu duidelijker zichtbaar dat lage SES buurten veelal ook hogere zorgkosten hebben.

Zorgkosten: verschil met NL 34

› In Rotterdamse buurten liggen de relatieve zorgkosten gemiddeld gezien iets onder dat van sociaaleconomisch gezien vergelijkbare buurten in de rest van Nederland. ›

Dit blijkt uit de figuur op pagina 38, waar de lijn van Rotterdam iets onder die van het Nederlands gemiddelde ligt.

› In Amsterdam zijn de relatieve zorgkosten ongeveer gelijk aan die van vergelijkbare buurten in overig Nederland. › De sociaaleconomische gradiënt (steilte van lijn) is voor beide steden vergelijkbaar met Nederland. ›

Een verbetering van de sociaaleconomische status met 0,1 (oftewel opschuiven naar een volgend SES-deciel) komt overeen met 90 euro lagere zorgkosten per persoon.

| 35

| 36

* alleen buurten met meer dan 1000 inwoners

| 37

| 38

| 39

Zorgkosten: verschil met SES-deciel 40

› We kunnen de zorgkosten van een buurt ook vergelijken met die van andere buurten in dezelfde SES-categorie (SES-deciel). › Ook daarbij vergelijken we werkelijke kosten voor elke leeftijd- en geslachts-categorie met de gemiddelde kosten, maar niet van Nederland als geheel, maar van alle buurten in dezelfde SES-groep. › Dit noemen we de relatieve zorgkosten ten opzicht van hetzelfde SES-deciel.

Zorgkosten: verschil met SES-deciel 41

› Ondanks dat er veel verschillen tussen buurten zitten, zijn de zorgkosten van Rotterdamse buurten over de breedte gezien iets lager dan die voor vergelijkbare buurten in de rest van Nederland › Voor Amsterdam zijn deze gelijk of iets hoger, met name lage-SES buurten. › Opvallend is dat de zorgkosten in met name de wijk Feijenoord relatief zorgkosten zijn ten opzicht van vergelijkbare wijken (in heel Nederland). › Dit kan bijvoorbeeld samenhangen met de bevolkingssamenstelling, de kwaliteit en nabijheid van het zorgaanbod of zorg-mijdend gedrag.

| 42

| 43

| 44

Zuidplein

* alleen buurten met meer dan 1000 inwoners

| 45

| 46

Relatieve zorgkosten naar leeftijd, geslacht 47

› In onderstaande figuren staan de relatieve zorgkosten voor tien wijken (5 Amsterdamse en 5 Rotterdamse) over de levensloop, voor vrouwen en mannen apart. ›

›

Dit is gedaan op postcode-3 niveau (met ca. 50.000 tot 100.000 inwoners), omdat daar enigszins betrouwbaar inzicht kan worden gegeven op leeftijd- en geslachtsniveau (91 x 2 = 181 categorieën). Op een lager gebiedsniveau (wijk, buurt) zijn de aantallen te klein om hierover betrouwbaar iets inzichtelijk te maken.

› In de figuur zijn de zorgkosten zichtbaar ten opzichte vergelijkbare wijken (o.b.v. SES-kwintiel) › Het figuur is illustratief bedoeld om te laten zien hoe zorgkosten kunnen verschillen over leeftijden en tussen geslachten binnen 1 wijk; én tussen vergelijkbare wijken.

Relatieve zorgkosten naar leeftijd, geslacht 48

› In de figuren is bijvoorbeeld aan de trendlijnen af te lezen dat vrouwen in Amsterdam Zuidoost van ca. 55 jaar relatief zeer veel zorgkosten per persoon per jaar maken. › Voor mannen uit dezelfde wijk is de trend iets minder sterk en komt ook later op gang. › In Amsterdam Oost zijn de zorgkosten voor mannen vanaf 75 jaar relatief erg hoog, maar voor vrouwen juist niet. › Vanaf 60 jaar stijgen de relatieve zorgkosten (t.o.v. verwacht in vergelijkbare wijken) van vrouwen in NieuwMathenesse, terwijl die van mannen juist daalt. › In Charlois stijgen de relatieve zorgkosten voor vrouwen tot hun 70ste en mannen tot hun 65ste, om daarna te dalen.

| 49

Verschil totale zorgkosten t.o.v. gemiddelde vergelijkbare SES-wijken (2018)

Relatieve totale zorgkosten (t.o.v. vergelijkbare SES-wijken), vrouwen, A'dam, laagste SES-wijken

€ 6000

€ 4000 A'dam Noord-Oost (1)

A'dam Noord-West (1) A'dam Nieuw-West (1) € 2000

A'dam Oost (1) A'dam Zuidoost (1) Poly. (A'dam Noord-Oost (1)) Poly. (A'dam Noord-West (1))

€0

Poly. (A'dam Nieuw-West (1)) Poly. (A'dam Oost (1)) Poly. (A'dam Zuidoost (1)) -€ 2000

-€ 4000 0

3

6

9

12 15 18 21 24 27 30 33 36 39 42 45 48 51 54 57 60 63 66 69 72 75 78 81 84 87 90+

Leeftijd

| 50

Relatieve totale zorgkosten (t.o.v. vergelijkbare SES-wijken), mannen, A'dam, laagste SES-wijken Verschil totale zorgkosten t.o.v. gemiddelde vergelijkbare SES-wijken (2018)

€ 7000

€ 5000

A'dam Noord-Oost (1)

€ 3000

A'dam Noord-West (1) A'dam Nieuw-West (1) A'dam Oost (1)

€ 1000

A'dam Zuidoost (1) Poly. (A'dam Noord-Oost (1)) Poly. (A'dam Noord-West (1))

-€ 1000

Poly. (A'dam Nieuw-West (1)) Poly. (A'dam Oost (1)) Poly. (A'dam Zuidoost (1))

-€ 3000

-€ 5000 0

3

6

9

12 15 18 21 24 27 30 33 36 39 42 45 48 51 54 57 60 63 66 69 72 75 78 81 84 87 90+

Leeftijd

| 51

Relatieve totale zorgkosten (t.o.v. vergelijkbare SES-wijken), vrouwen, R'dam, laagste SES-wijken

Verschil totale zorgkosten t.o.v. gemiddelde vergelijkbare SES-wijken (2018)

€ 5000

€ 4000

€ 3000 R'dam Nieuw Mathenesse (1)

€ 2000

R'dam Noord (1) R'dam Overschie (1)

€ 1000

R'dam Zuid (1) R'dam Charlois (1) €0

Poly. (R'dam Nieuw Mathenesse (1)) Poly. (R'dam Noord (1))

-€ 1000

Poly. (R'dam Overschie (1)) Poly. (R'dam Zuid (1))

-€ 2000

Poly. (R'dam Charlois (1))

-€ 3000

-€ 4000 0

3

6

9 12 15 18 21 24 27 30 33 36 39 42 45 48 51 54 57 60 63 66 69 72 75 78 81 84 87 90+

Leeftijd

| 52

Relatieve totale zorgkosten (t.o.v. vergelijkbare SES-wijken), mannen, R'dam, laagste SES-wijken

Verschil totale zorgkosten t.o.v. gemiddelde vergelijkbare SES-wijken (2018)

€ 6000 € 5000 € 4000 € 3000

R'dam Nieuw Mathenesse (1) € 2000

R'dam Noord (1) R'dam Overschie (1)

€ 1000

R'dam Zuid (1) R'dam Charlois (1)

€0

Poly. (R'dam Nieuw Mathenesse (1)) Poly. (R'dam Noord (1))

-€ 1000

Poly. (R'dam Overschie (1)) -€ 2000

Poly. (R'dam Zuid (1)) Poly. (R'dam Charlois (1))

-€ 3000 -€ 4000 -€ 5000 0

3

6

9 12 15 18 21 24 27 30 33 36 39 42 45 48 51 54 57 60 63 66 69 72 75 78 81 84 87 90+

Leeftijd

9/22/2025 | 53

Deel 2: Sociaaleconomische verschillen in sport en bewegen

voor Amsterdam en Rotterdam

Soc-econ verschillen in bewegen | 54

› Hieronder staat de relatie tussen SES en het percentage inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn in buurten weergegeven, voor Nederland, Amsterdam en Rotterdam. › Ook hier is een duidelijk verband te zien: in meer welvarende buurten wordt gemiddeld genomen vaker voldoende bewogen: in de SES1 buurten voldoet gemiddeld zo’n 46% aan de beweegrichtlijn, in SES10 buurten is dat 54%. › Bovendien wordt in het centrum van Amsterdam en ook Rotterdam duidelijk meer bewogen, dan aan de randen van de stad.

Soc-econ verschillen bewegen | 55

› In Amsterdam ligt het aandeel van de buurtbevolking dat voldoende beweegt ruim boven dat van het gemiddelde van vergelijkbare (SES) buurten elders in Nederland. › In Rotterdam ligt het aandeel dat aan de beweegrichtlijn voldoet gemiddeld gezien juist iets onder het niveau van andere Nederlandse buurten. › Voor Amsterdam en Rotterdam geldt dat dat verband het sterkst is bij de lage SES categorieën. Binnen de laagste SES-groep is de variatie tussen buurten het grootst.

Soc-econ verschillen bewegen | 56

| 57

| 58

| 59

| 60

| 61

| 62

Soc-econ verschillen sportdeelname | 63

› De relatie tussen SES en het percentage inwoners dat wekelijks sport is sterker dan voor bewegen. › Het verschil in wekelijkse sporters tussen de meest welvarende buurten (59% van de bevolking in SES10) en de minst welvarende buurten (39% in SES1) is groot. › Net als voor bewegen wordt in het centrum van Amsterdam en ook Rotterdam duidelijk meer wekelijks gesport, dan aan de randen van de stad. › In Amsterdam wordt in het algemeen meer gesport dan in vergelijkbare buurten elders. De sociaaleconomische gradiënt is er het sterkst tussen lage SES-groepen en minder sterk tussen hoge SES groepen.

Soc-econ verschillen sportdeelname | 64

› In Rotterdam ligt het aandeel wekelijkse sporters gemiddeld gezien voor lage SES buurten ongeveer op dat van het gemiddelde van vergelijkbare buurten in Nederland, terwijl het bijna op het niveau van Amsterdam ligt voor de meest welvarende buurten. › De sociaaleconomische gradiënt van wekelijks sporten is groter (steiler) in Rotterdam dan in Amsterdam of de rest van Nederland. › Dit betekent ook dat de sociaaleconomische verschillen in sportdeelname tussen de minst en meest welvarende buurten in Rotterdam groter is dan elders in het land.

Soc-econ verschillen sportdeelname | 65

| 66

| 67

| 68

| 69

| 70

| 71

Soc-econ verschil verenigingslidmaatschap | 72

› De relatie tussen SES en het percentage leden van sportverenigingen (bron: KISS-data NOC*NSF) is groot. › In de meest welvarende buurten is gemiddeld zo’n 27% van de bevolking lid van een sportvereniging, terwijl in de minst welvarende buurten dat amper 12% is. › De variatie in lidmaatschap tussen vergelijkbare buurten is aanzienlijk groter bij welvarende buurten dan tussen minder welvarende buurten. Dit geldt ook voor Amsterdam, maar minder duidelijk voor Rotterdam. › Naast bewoners van het centrum van Amsterdam en Rotterdam zijn ook die van de meer welvarende randbuurten vaker lid van een sportvereniging.

Soc-econ verschil verenigingslidmaatschap | 73

› In Rotterdam en iets sterkere mate Amsterdam zijn veelal minder inwoners lid van een sportvereniging dan in vergelijkbare buurten elders in Nederland. › In Amsterdam is de sociaaleconomische gradiënt voor de onderste SES-decielen niet heel steil, maar deze is juist steiler voor de meer welvarende buurten (ook vergeleken met buurten in de rest van Nederland). Dit betekent dat verschillen relatief klein zijn tussen de laagste SESbuurten, maar groot met de hoogste SES-buurten. › De sociaaleconomische gradiënt van verenigingslidmaatschap is stabieler (recht lijn) in Rotterdam en vergelijkbaar met die in de rest van Nederland.

| 74

| 75

| 76

| 77

| 78

| 79

| 80

Soc-econ. verschillen leefstijl factoren | 81

› Hieronder wordt de sociaaleconomische status van Amsterdamse, Rotterdamse en Nederlandse buurten gekoppeld aan andere leefstijl factoren, te weten: • Het aandeel rokers • Het aandeel zware drinkers van alcohol (Mannen behoren tot de zware drinkers als ze minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinken, en vrouwen als ze minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op één dag drinken.)

• Het aandeel personen met overgewicht (BMI>25.0) • Het aandeel personen met obesitas (BMI>30.0) • Het aandeel personen dat aangeeft in (zeer) goede gezondheid te leven

Soc-econ. verschillen leefstijl factoren | 82

› Voor alle leefstijl factoren is een duidelijke sociaaleconomische component zichtbaar voor Nederlandse buurten, met uitzondering van zware drinkers › Voor rokers en zware drinkers geldt dat zij in Rotterdamse buurten ongeveer evenveel voorkomen als in vergelijkbare wijken in de rest van Nederland. › Dit geldt ook voor minder welvarende buurten in Amsterdam, maar hoe meer welvarend de Amsterdamse buurt, des te meer wijkt deze af van vergelijkbare buurten, in negatieve zin: relatief meer rokers en drinkers.

Soc-econ. verschillen leefstijl factoren | 83

› Bij overgewicht en obesitas zien we vergelijkbare trends: minder welvarende buurten hebben relatief meer inwoners met overgewicht en obesitas. › Het verschil is bij obesitas nog wat groter. › De sociaaleconomische verschillen tussen buurten zijn nog wat groter in Rotterdam en met name Amsterdam (de trendlijn is steiler). › Over het algemeen kennen de buurten van met name Amsterdam en iets mindere mate Rotterdam wel minder prevalentie van overgewicht en obesitas dan in vergelijkbare buurten in de rest van Nederland.

Soc-econ. verschil leefstijl factoren | 84

› Bij ervaren gezondheid is de sociaaleconomische component nog het sterkst: SES is een hele goede voorspeller van het aandeel inwoners van een buurt dat de gezondheid als goed of zeer goed beoordeeld. › Voor Rotterdam is de sociaaleconomische ongelijkheid tussen buurten nog wat groter dan in de rest van Nederland. › In Amsterdamse buurten is de ervaren gezondheid over het algemeen iets beter dan vergelijkbare buurten in de rest van Nederland; dit geldt ook voor de welvarendere buurten in Rotterdam. Mogelijk speelt de relatief jonge bevolking van de steden hierbij een rol.

Sociaaleconomische verschillen roken | 85

Sociaalecnomische verschillen alcohol | 86

Sociaalecnomische verschillen overgewicht | 87

Sociaaleconomische verschillen obesitas | 88

Soc-econ verschil ervaren gezondheid | 89

9/22/2025 | 90

Deel 3: De relatie tussen sport & bewegen en zorgkosten

voor Amsterdam en Rotterdam

Relatie bewegen met zorgkosten | 91

› Hier kijken we naar de relatie tussen sport en bewegen enerzijds en zorgkosten anderzijds op buurtniveau. › Hierbij houden we ook rekening met de sociaaleconomische component van buurten. › Eerst kijken we naar de relatie tussen het aandeel van de buurtbevolking dat voldoet aan de beweegrichtlijn en: 1. De gemiddelde zorgkosten van de buurt 2. Relatieve zorgkosten t.o.v. verwachte kosten o.b.v. van Nederlandse gemiddelden (per leeftijd, geslacht) 3. Relatieve zorgkosten t.o.v. gemiddelde eigen SESdeciel

Relatie bewegen met zorgkosten | 92

› De link tussen bewegen en zorgkosten is het duidelijkst bij de gemiddelde zorgkosten en (natuurlijk) veel minder als er rekening wordt gehouden met de bevolkingsopbouw en sociaaleconomische status van een buurt. › In Rotterdam is de relatie tussen bewegen en zorgkosten sterker dan in Amsterdam of landelijk. Dit geldt voor zowel de gemiddelde zorgkosten, als de relatieve zorgkosten, ook wanneer met SES rekening is gehouden. › In Amsterdam loopt de relatie tussen bewegen en rel. zorgkosten in de pas met landelijk: 1 procentpunt meer voldoen aan de beweegrichtlijn komt overeen met 8 euro lagere zorgkosten (p.p.). Voor Rotterdam is dit 21 euro.

Relatie bewegen met zorgkosten | 93

| 94

| 95

Relatie sporten met zorgkosten | 96

› Voor de link tussen sporten en zorgkosten presenteren we alleen de uitkomsten voor relatieve zorgkosten, waarbij rekening gehouden wordt met de bevolkingsopbouw én sociaaleconomische status van een buurt. ›

Dit geldt ook voor de lidmaatschap van een sportvereniging hierna.

› Net als bij bewegen is in Rotterdam is de relatie tussen wekelijks sporten en zorgkosten veel sterker dan in Amsterdam of landelijk. › Voor zowel Amsterdamse als alle Nederlandse buurten geldt dat 1 procent-punt meer wekelijkse sporters overeenkomt met ca. 5 euro lagere zorgkosten (p.p.). › Voor Rotterdam is dit bijna 10 euro.

Relatie sporten met zorgkosten | 97

Relatie verenigingsleden met zorgkosten | 98

› Voor lidmaatschap van een sportvereniging (a.d.h.v. KISS data van NOC*NSF) lijkt de relatie met de relatieve zorgkosten (waarbij rekening wordt gehouden met bevolkingsopbouw en sociaaleconomische status van een buurt) minder groot dan voor bewegen en sporten (de indicatoren hiervoor). › Het verband tussen de twee is wel negatief – zoals mag worden verwacht – en ongeveer even groot voor Amsterdam en Rotterdam en ook landelijk. › In alle gevallen komt 1 procent-punt meer sportverenigingsleden overeenkomt met ca. 3 euro lagere zorgkosten (p.p.).

Relatie verenigingsleden met zorgkosten | 99

Verschillen in zorgkosten en gezondheid verklaren | 100

› Om te kijken welke factoren een aantoonbaar (‘significant’) verband hebben met zorgkosten of gezondheid gebruiken we wiskundige modellen. › Hieronder presenteren we de enkele redelijk eenvoudige modellen (aan de hand van zogenaamde lineaire regressie) voor de volgende indicatoren: 1. Relatieve zorgkosten vergeleken met buurten uit heel Nederland (gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht) 2. Relatieve zorgkosten vergeleken met buurten uit eigen SES-deciel (idem), voor elke SES-categorie. 3. Ervaren gezondheid: het percentage (zeer) goed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16129950/1