CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. RIB toezegging onderzoek matigen honingbijen AANGEPAST.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 23 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Afhandeling van de toezegging inzake de zoete inval van honingbijen (VN2023-007526)1.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 1 februari 2023 Dierenwelzijn Zita Pels Ruimte en Duurzaamheid, bestuurszaken.rd@amsterdam.nl Afdoening toezegging n.a.v. schriftelijke vragen inzake de zoete inval van honingbijen

Geachte leden van de gemeenteraad, In mijn antwoord op schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren inzake de zoete inval van honingbijen, heb ik op 16 mei 2022 het volgende toegezegd: “Het college acht het voldoende onderbouwd in dit rapport dat er een noodzaak is tot het matigen van het aantal bijenkasten in de stad. Het behoud van de wilde bijenstand in het bijzonder en de biodiversiteit in het algemeen is een van de pijlers van de Groenvisie. Het college zal dit jaar onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om het aantal bijenkasten in de stad te matigen en zal in het vierde kwartaal van 2022 een voorstel voorleggen aan de gemeenteraad.” In deze brief geef ik u de resultaten van dit onderzoek en doe ik u een voorstel hoe te komen tot een situatie waarin meer evenwicht ontstaat tussen honingbijen en wilde bestuivers in Amsterdam. Hiermee verwacht ik dat de toezegging kan worden afgedaan. Probleemomschrijving Gemeente Amsterdam heeft als doel de biodiversiteit in de stad te waarborgen en ook te vergroten (Coalitie akkoord 2022-2026). In Amsterdam komen, naast de honingbij, ruim 120 soorten wilde bijen voor. Daarnaast komen vele andere wilde bestuivers voor, waaronder zweefvliegen, dagvlinders, wespen, kevers, die allen optellen tot een rijke biodiversiteit.

In veel gebieden in Nederland is het aantal honingbijkasten sterk toegenomen, als gevolg van de toegenomen populariteit van imkerij als hobby enerzijds en opkomende commerciële honingteelt anderzijds. Ook in Amsterdam lijkt het aantal bijenkasten de laatste jaren te zijn toegenomen, hoewel concrete trendgegevens ontbreken. Het aantal deelnemers van imkeropleidingen is toegenomen en er zijn commerciële partijen in Amsterdam gekomen die bijenkasten verhuren aan bedrijven en/of Amsterdamse honing verkopen (zie eindnooti). Het houden van honingbijen kan worden gezien als een vorm van stadslandbouw. Het betreft de productie van voedsel en veel imkers zetten zich in voor kennisoverdracht, bewustwording en betrokkenheid bij de groene openbare ruimte. De honingbij ondervindt in agrarische gebieden

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 februari 2023 Pagina 2 van 5

grote gevaren vanwege de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen/bestrijdingsmiddelen. Deze voor bijen giftige middelen zijn veel minder sterk aanwezig in de stad, waardoor de stad voor de honingbij een veiligere en met de variatie aan vegetatietypen diverse voedselvoorraad biedt. Ook voor wilde bestuivers kan de stad gezien worden als toevluchtsoord (refugio). Veel wilde bestuivers zijn voor hun voedselvoorziening afhankelijk van plantensoorten waar ook honingbijen op foerageren. De voorraad nectar en stuifmeel is niet onbeperkt, waardoor er concurrentie kan ontstaan tussen wilde bestuivers en honingbijen. Dit geschil zal in het voordeel van de honingbij worden beslecht, doordat honingbijvolken uit grote aantallen individuen bestaan die efficiënt met elkaar samenwerken. Om meer inzicht te krijgen in de vraag of er concurrentie is tussen honingbijen en wilde bestuivers in Amsterdam heeft gemeente Amsterdam advies gevraagd aan EIS Kenniscentrum Insecten (verder aangegeven als ‘EIS’). Aanbevelingen EIS EIS heeft de beschikbare data (inventarisaties en literatuur) onderzocht om te komen tot een conclusie of er onaanvaardbare concurrentie ontstaat tussen honingbijen en wilde bestuivers.

In haar rapport (zie bijlage 1) heeft zij geconcludeerd dat “op basis van de beschikbare gegevens verwacht mag worden dat de wilde bestuiversfauna in de stad sterk nadeel ondervindt van de huidige dichtheden aan honingbijvolken”. Voorts heeft zij de volgende aanbevelingen gegeven: 1. Aanbeveling 1: zet een registratiesysteem op om beter te volgen hoeveel kasten op welke locaties staan; 2. Aanbeveling 2: Overweeg een vergunningplicht om de aantallen kasten in Amsterdam als geheel of in bepaalde gebieden niet te hoog op te laten lopen; 3. Aanbeveling 3: Hanteer als algemene maat een maximum van drie bijenvolken per km2, gebaseerd op (inter)nationale literatuur; 4. Aanbeveling 4: Bij grote oppervlakten bloeiend gewas kan de algemene maat onder voorwaarden bijgesteld worden; 5. Aanbeveling 5: Geef speciale aandacht aan negen voor wilde bijen belangrijke gebieden, waaronder een bufferzone van één kilometer rondom deze gebieden. Dit betreft het Diemerpark, Gaasperpark, Gijsbrecht van Aemstelpark, Noorder IJplas, Noorderlijke oeverlanden, Schinkelzone, Sciencepark, Westerpark en de Volgermeerpolder. Reactie Amsterdams Bijenberaad Zowel via de media als via de sitemail en een raadsadres kwamen reacties van imkers en het Amsterdamse Bijenberaad op de aanbevelingen van EIS. De diverse imkerverenigingen in Amsterdam zijn verenigd in het Amsterdamse Bijenberaad.

Kort samengevat komen de reacties er op neer dat men zich niet herkent in de gestelde mate van concurrentie en ook niet in het voorgestelde maximum aantal bijenkasten per vierkante kilometer . Het Amsterdamse Bijenberaad heeft aangegeven open te staan voor dialoog met de gemeente en bereidwillig te zijn tot samenwerking. Hierop volgend heeft gemeente Amsterdam vier vertegenwoordigers van het Amsterdamse Bijenberaad uitgenodigd voor twee dialoogsessies. Dialoogsessies In de eerste dialoogsessie is er ruimte gegeven aan de imkers om hun reacties op het rapport te geven en hun bezwaren uiteen te zetten. Zij gaven in deze sessie aan dat niet exact bekend is

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 februari 2023 Pagina 3 van 5

hoeveel volken er waar staan, ook niet bij de verenigingen zelf. Veel imkers willen zich om uiteenlopende redenen niet laten registreren. Bovendien geven zij aan dat als honingbijen en wilde bijen voorkomen in een gebied en dezelfde voorkeur voor plantensoorten hebben, dit niet noodzakelijkerwijs betekent dat ze ook daadwerkelijk dezelfde plantensoorten bezoeken. Bijvoorbeeld: in een gebied waar veel rolklaver voorkomt (waar zowel honingbijen als wilde bijen op foerageren) kan het zijn dat honingbijen toch een andere bron van nectar verkiezen, zoals bijvoorbeeld wanneer er ook rijk bloeiende lindes aanwezig zijn. Daardoor, stellen de imkers, kun je pas zeker zijn dat er sprake is van onaanvaardbare concurrentie als je alle flora en vegetatie in een gebied in kaart hebt gebracht plus de aantallen en locaties van honingbijvolken weet. In de tweede dialoogsessie is er gezocht naar de gemeenschappelijke deler: op welke wijze kunnen wij samen optrekken in dit dossier. In deze sessie is uiteengezet dat de zorgen omtrent de wilde bestuivers door de imkers niet zijn weggenomen. De focus binnen deze sessie lag op het verkennen van samenwerkingsmogelijkheden die voor een gunstigere situatie van wilde bijen kunnen zorgen. De resultaten van deze sessies zijn verwerkt in een plan van aanpak waarover ik u verder in deze brief informeer.

Plan van aanpak Voor het behalen van een gunstige situatie voor zowel wilde bestuivers als honingbijen is samenwerking tussen gemeente Amsterdam en de Amsterdamse imkers nodig. Toen Staatsbosbeheer bijenkasten in de Biesbosch verbood, werden de kasten massaal aan de rand van het natuurgebied geplaatst. Het opleggen van een verbodsbepaling in de APV zoals EIS voorstelde nader te onderzoeken (aanbeveling 2), lijkt ons daarom niet een effectieve maatregel. De APV heeft namelijk geen jurisdictie over particuliere gronden, waaronder daken en binnentuinen, zodat het risico ontstaat dat bijenkasten bij een verbodsbepaling onder de APV verplaatst worden naar binnentuinen en daken (maar ook naar buurgemeenten) en daar sneller overlast voor bewoners geven. Ook is het benodigde handhavingssysteem erg complex en duur. Het gaat hier immers om volken met levende dieren. Bovendien willen wij gehoor geven aan de oproep van de Burgermeester en de gemeenteraad om het aantal regels te beperken en niet te snel over te gaan op een juridische aanpak. Ook het opzetten van een verplicht registratiesysteem (aanbeveling 1) zien wij op dit moment niet als haalbaar, met dezelfde argumenten als voor aanbeveling 2. Wel hebben wij in de dialoogsessies met de imkers afgesproken dat in de negen voor wilde bijen belangrijke gebieden een inventarisatie gedaan wordt naar het aantal en locatie van bijenkasten.

In de dialoogsessies hebben we gezocht naar mogelijkheden de belangen van imkers te verenigen met de belangen vanuit ecologie en biodiversiteit. Dit begint met een gezamenlijk doel. Deze wordt als volgt geformuleerd: In samenwerking met het Amsterdamse Bijenberaad willen we komen tot een situatie waarin enerzijds wilde bestuivers kunnen floreren in de stad en anderzijds waarin het houden van honingbijen als vorm van stadslandbouw in Amsterdam mogelijk is. Dit blijkt een opgave die niet met makkelijke maatregelen te bereiken is. Gemeente Amsterdam wil graag samen met het Amsterdamse Bijenberaad werken aan stappen die tot het doel kunnen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 februari 2023 Pagina 4 van 5

leiden op basis van trial and error en wederzijds vertrouwen. We hebben hierin de volgende stappen benoemd:  In de negen door EIS aangemerkte voor wilde bijen belangrijke gebieden wordt in 2023 geïnventariseerd hoeveel en waar bijenkasten staan. Dit is een samenwerking tussen het Amsterdamse Bijenberaad en gemeente Amsterdam. De bufferzone van één kilometer om de gebieden wordt eveneens meegenomen. Indien hier sprake is van een sterk grotere dichtheid dan de algemene norm van drie volken per vierkante kilometer, dan zet het Amsterdamse Bijenberaad zich in om haar leden op te roepen het aantal kasten te beperken en ziet hierop toe. Aanbeveling 5 van EIS wordt hiermee overgenomen;  In 2023 werken gemeente Amsterdam en het Amsterdamse Bijenberaad een gezamenlijk onderzoeksvoorstel uit en worden er onderzoekspartijen en financiën gezocht voor nader onderzoek naar de vraag of/wanneer er onaanvaardbare concurrentie is tussen honingbijen en wilde bestuivers in Amsterdam, met nadruk op de negen voor wilde bijen belangrijke gebieden;  Gemeente Amsterdam zet haar structurele monitoring van wilde bijen voort vanuit het programma Ecologische Monitoring en Inspecties. Hiervoor zijn middelen beschikbaar;  Gemeente Amsterdam zet zich in op het vergroten van de hoeveelheid voedsel voor alle bestuivers, conform de Groenvisie. Hieronder valt ook het inkopen van gifvrije bollen en plantgoed.

Mogelijk kunnen aanvullende acties opgenomen worden in de Agenda Dieren die in 2023 zal worden opgesteld .  Voorts stellen wij voor in gebieden die in de Hoofdgroenstructuur zijn aangemerkt als ‘Stadsnatuur’ en ‘Natuurpark’ en waar momenteel geen bijenkasten staan, vanuit het voorzorgsprincipe voorlopig geen kasten te plaatsen. Het Amsterdamse Bijenberaad informeert haar leden hierover en ziet hierop toe. Beheerders van deze gebieden geven geen toestemming voor het plaatsen van kasten. Hieronder valt in ieder geval de Volgermeerpolder, die vanwege het voorkomen van de bedreigde moshommel extra bescherming verdient;  In communicatie door gemeente Amsterdam worden bewoners en imkers geïnformeerd over de algemene richtlijn van drie bijenvolken per km2 (aanbeveling 3). Bij imkers wordt geappelleerd aan de eigen verantwoordelijkheid, wat inhoudt dat zij zelf onderzoeken of er voldoende dracht is voor de honingbijen, zonder daarbij de hoeveelheid beschikbare voedsel voor wilde bestuivers te beperken. In overleg met de stadsecoloog kan de algemene maat iets aangepast worden, indien aangetoond kan worden dat het oppervlakte bloeiend gewas bijzonder groot is en/of niet de voedselbron van de wilde bijen omvat. Hiermee wordt aanbeveling 4 van EIS overgenomen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Zita Pels Wethouder Dierenwelzijn

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 februari 2023 Pagina 5 van 5

Bijlagen 1. Advies voedselconcurrentie honingbijen en wilde bijen in Amsterdam_2022_EIS

i E. van Dijk (2022), De imkers van Amsterdam, 7e editie National Geographic Magazine 2021,

https://www.nationalgeographic.nl/dieren/2021/06/de-imkers-van-amsterdam

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12496831/1