1. RIB Toezegging indicator maatschappelijk (002).pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 6 maart 2024 Ruimtelijke ordening, Grond en Ontwikkeling, Coördinatie Maatschappelijke voorzieningen Reinier van Dantzig & Marjolein Moorman R&D, MV en G&O, bestuurszaken.RD@amsterdam.nl Afdoening toezegging TA2023-001197 uit de commissievergadering Ruimtelijke Ordening van 17 oktober 2023
Geachte leden van de gemeenteraad, Tijdens de bespreking van de Begroting 2024 in de raadscommissie RO van 17 oktober j.l. heeft het raadslid Wehkamp (D66) vragen gesteld over het toevoegen van indicatoren om te meten of maatschappelijke voorzieningen voldoende worden meegenomen. Ik heb toen toegezegd u hier schriftelijk over te informeren. Voldoende ruimte in de stad voor maatschappelijke voorzieningen en maatschappelijke organisaties is van essentieel belang voor een goed functionerende, complete stad. De vraag hoe dit te monitoren is een complexe. Als gemeente hebben we diverse rollen en instrumenten om te sturen op de aanwezigheid van maatschappelijke ruimte. In het geval van bijvoorbeeld het primair- en voortgezet onderwijs hebben we een huisvestingsplicht, die ervoor zorgt dat we zelf ruimte (laten) bouwen. De actieve rol om ruimte te (laten) bouwen, en daarmee als gemeente te investeren kunnen en hoeven we niet voor alle sociaalmaatschappelijke partijen te vervullen. Denk aan een MBO of kinderdagverblijf. Daar heeft de gemeente een faciliterende rol door hier in bestemmingsplannen of het omgevingsplan ruimte voor te maken. De referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen zijn een hulpmiddel om de opgave in een gebied te bepalen op basis van het woonmilieu. De normen staat niet gelijk aan een complete stad.
Diverse maatschappelijke voorzieningen zoals hoger en middelbaar beroepsonderwijs, begraafplaatsen of geloofsinstellingen maken geen deel uit van de Amsterdamse Referentienormen. Daarmee zijn de normen zelf geen geschikte indicator. Het college werkt momenteel aan de actualisatie van de referentienormen, waar u eind vorig jaar over bent geïnformeerd.1 Om recht te doen aan de diversiteit van al die verschillende soorten organisaties en het ingewikkelde speelveld waarin zij en de gemeente zich begeven is het de kunst en de opgave om te sturen op het juiste niveau. De vraag of er voldoende ruimte in de stad is voor maatschappelijke partijen is dan ook een ingewikkelde. 1
Raadsinformatiebrief Actualisatie referentienorm maatschappelijke voorzieningen, 29 november 2023. Zie: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/13611936/1/Raadsinformatiebrief+actualisatie+refere ntienormen
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 6 maart 2024 Pagina 2 van 3
Om toch meer inzicht te krijgen in hoe het gesteld staat met de ruimte voor maatschappelijke partijen in de stad, stel ik voor een indicator te ontwikkelen. Met deze indicator houden we bij hoeveel ruimte (in vloeroppervlak) in het Omgevingsplan2 is opgenomen voor maatschappelijke functies. Een belangrijke overweging om voor dit type indicator te kiezen is dat de ‘bestemming/het gebruiksdoel’ niet wijzigt en bewust ruimte aan maatschappelijke functies toewijst en beschermt voor maatschappelijke activiteiten, ook als de feitelijke gebruiker wel wijzigt. Het zegt dus niet alleen iets over het moment van vaststellen. Ook maakt het niet uit wie investeert in de ruimte en of het daarmee een gemeentelijke ruimte is of die van een derde. Het ontwikkelen van een Indicator Maatschappelijke ruimte Omgevingsplan is echter complex en komt ook met beperkingen, waar ik vooraf transparant over wil zijn. Denk hierbij aan de volgende zaken: - De bestemming maatschappelijk/ het gebruiksdoel maatschappelijke dienstverlening is vaak breed gedefinieerd, waardoor het niet op detailniveau iets over een specifiek domein (zoals onderwijs, kinderdagverblijf, zorg) zegt. - Er wordt nu veel gewerkt met gemengde bestemmingen in de stad waardoor zonder bestemmingswijziging wel degelijk functiewijzigingen (kunnen) plaatsvinden.
- Ook kunnen er functiewijzigingen plaatsvinden wanneer een omgevingsvergunning wordt verleend voor een ander gebruik, dat niet past binnen de bestemming / het gebruiksdoel. - Op dit moment zijn er nog 450 bestemmingsplannen in de stad, wat de analyse erg intensief maakt. De komende jaren worden alle bestemmingsplannen omgezet in het definitieve omgevingsplan, dit lijkt een goed moment om hierbij aan te sluiten. Dit betekent echter wel dat er nu niet direct met een druk op de knop alle informatie beschikbaar is. - Wanneer er als onderdeel van de indicator een streefgetal is bepaald voor de ruimte voor maatschappelijke voorzieningen in het omgevingsplan, zal deze zelden één op één gebruikt worden. Het is een getal dat helpt om te sturen op voldoende ruimte voor maatschappelijke partijen, en is een manier om te rapporteren en te duiden waarom we afwijken in positieve en negatieve zin. Ook zal het ontwikkelen van een indicator maatschappelijke ruimte in het Omgevingsplan geen oplossing zijn voor veel praktische problemen in de stad waar maatschappelijke partijen tegen aan lopen, zoals zeggenschap op vastgoed en de (hoge) prijzen. Toch zie ik de meerwaarde van de ontwikkeling van een dergelijke indicator.
De reden hiervoor is dat we voor onszelf inzichtelijk maken hoeveel en of er voldoende ruimte is voor maatschappelijke partijen in het omgevingsplan, en we globaal een beeld krijgen welke kant het op gaat in de stad met de beschikbaarheid voor de vaak meer kwetsbare functies. 2
Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en krijgen gemeenten de opdracht om één integraal Omgevingsplan vast te stellen. Op 1 januari 2024 ontstaat het Omgevingsplan van rechtswege (ook wel: tijdelijk omgevingsplan) die bestaat uit de huidige bestemmingsplannen en de ‘bruidsschat’.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 6 maart 2024 Pagina 3 van 3
Het opstellen van een dergelijke indicator zal tijd kosten. Dat komt omdat er een aantal (deels technische) vragen uitgewerkt zullen moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan het uitzoeken welke informatie nu al direct beschikbaar en bruikbaar, en hoe deze data aansluit op de door ons gewenste definitie van maatschappelijke functies. Dit hangt ook samen met de invoering van de Omgevingswet. Ik verwacht dat we u hier in het derde kwartaal van 2024 nader over kunnen informeren. Ik hoop u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd en beschouw hiermee deze toezegging als afgedaan
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke ontwikkeling
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl