1. RIB Monitoring 2025 Voortgangsrapportage Q3Q4
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 8 december 2025 Duurzaamheid Zita Pels Ruimte & Duurzaamheid, team RES Wind; resamsterdam@amsterdam.nl
Onderwerp
Programma Windenergie Amsterdam: Monitoring 2025
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad,
Om de klimaatcrisis tegen te gaan en minder afhankelijk te worden van geïmporteerde energie, heeft Amsterdam de ambitie vastgesteld om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Windenergie is hierbij een belangrijke bron van hernieuwbare energie voor de stad. In 2019 is de gemeente begonnen met de zoektocht naar geschikte locaties voor meer windturbines binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. Dit was nodig omdat er landelijke en regionale afspraken zijn over verduurzaming en vermindering van CO2 uitstoot. Maar ook omdat het college het belangrijk vindt dat de stad toekomstbestendig en duurzaam wordt. In het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) is vastgelegd dat het college tot en met 2030 jaarlijks monitort hoe de voortgang in de aangewezen gebieden verloopt en of de milieugevolgen binnen de kaders blijven van de conclusies in het plan-MER PWA1. Met deze brief informeer ik u over de conclusies die het college uit de monitoring trekt (deel 1), de monitoring van de windambitie (deel 2) en de voortgang in het derde en vierde kwartaal in de aangewezen gebieden, inclusief afdoening toezegging (deel 3). In de voortgangsrapportage wordt alleen ingegaan op nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van de eerdere voortgangsrapportages. Amsterdam is een dichtbevolkte stedelijke omgeving.
Het college wil het potentieel aan windenergie in Amsterdam benutten, zonder dat hierdoor onaanvaardbare gezondheidsrisico’s ontstaan of de natuur teveel wordt belast. Daarom is er veel onderzoek nodig, en overleg met de stad en haar bewoners. Het college wil namelijk verduurzamen, maar leefbaarheid in de stad is ook heel belangrijk. In het PWA heeft het college, in samenspraak met de raad, gebieden aangewezen waar wordt gewerkt aan de ontwikkeling van windenergie. Daarnaast bevat het PWA richtlijnen waarmee initiatiefnemers rekening moeten houden. Het college streeft ernaar dat een zo groot mogelijk deel van de windturbines in het Havengebied wordt gerealiseerd. Of dit haalbaar is, zal gaandeweg duidelijker worden. Daarom neemt de gemeente voorlopig geen beslissingen met 1
Het college zet zich in voor een zorgvuldige en transparante uitvoering van het PWA. Wij sturen elk half jaar een voortgangsrapportage aan de raad, waarin we verslag doen van de processtappen die we hebben gezet. Aan het einde van elk kalenderjaar heeft de voortgangsrapportage het karakter van een monitoring. Deze geeft tevens inzicht in de voortgang van de projecten in de aangewezen gebieden in relatie tot de ambitie voor 2030.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 december 2025 Pagina 2 van 9
onomkeerbare gevolgen in de aangewezen gebieden Zuidoost en Weesp. Tegelijkertijd werkt het college, gezien de voorbereidingstijd die nodig is voor de realisatie van windturbines, samen met partners in alle aangewezen gebieden aan de benodigde onderzoeken, plannen en de voorbereiding van ruimtelijke procedures. In het afgelopen jaar heeft de gemeente een proactieve en ‘regisserende’2 rol vervuld, met als doel de windenergieambitie te realiseren en de richtlijnen van haar beleid, waaronder het PWA, te waarborgen.
1. Conclusies Het college trekt op basis van de informatie die nu bekend is over de voortgang in de aangewezen gebieden, de volgende conclusies: 1. Geen actualisatie PWA: De informatie die het afgelopen jaar in de aangewezen gebieden is verzameld, geeft geen aanleiding tot nieuwe inzichten over de milieugevolgen of de afwegingen die in het PWA zijn gemaakt. Veel projecten bevinden zich nog in de verkenningsfase en kennen nog onzekerheden. Op basis van de huidige monitoring is er daarom op dit moment geen reden voor een substantiële wijziging of actualisatie van het PWA. 2. Haalbaarheid doelstelling: Het is op dit moment onzeker of de gemeente de doelstelling haalt om in 2030 in totaal 127 MW opgesteld vermogen binnen de gemeentegrenzen te realiseren. De monitoring laat namelijk zien dat er nog verschillende onzekerheden en knelpunten zijn. Een zorgvuldige voorbereiding vergt bovendien tijd, onder meer voor het maken van afspraken met partners over (onder andere) procedures, participatie, de selectie van producenten en het uitvoeren van milieuonderzoeken. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de medewerking van initiatiefnemers, grondeigenaren en het bevoegd gezag. Een specifiek knelpunt betreft de duidelijkheid die pas na 2030 zal ontstaan over eventuele aanpassing van het Luchthavenindelingsbesluit.
Dit kan ertoe leiden dat initiatiefnemers op deze aanpassing wachten, als er een voorkeur zou zijn voor grotere turbines op bepaalde posities. Hoewel de doelstelling nog niet buiten bereik is, blijft het onzeker of deze haalbaar is binnen de gestelde termijn. Het is daarom essentieel om te blijven investeren in de samenwerking met deze partners en onze rol als regisserende gemeente in het Havengebied, de Diemerscheg en Weesperkarspel voort te zetten en te versterken. 3. Voorbehoud Zuidoost en Weesp: Er bestaan momenteel aanzienlijke onzekerheden rondom de realisatie van windenergie in het Havengebied. Het college verwacht dat hierover in het komende jaar meer duidelijkheid zal ontstaan op basis van nieuwe inzichten uit het participatieproces, de milieuonderzoeken, de projectbesluitprocedure en 2
De gemeente Amsterdam onderscheidt in het PWA de volgende rollen: de regisserende, presterende, samenwerkende, regulerende en ondersteunende gemeente. Zie verder hoofdstuk 3 (Hoe komt een windproject tot stand?).
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 december 2025 Pagina 3 van 9
de aeronautische onderzoeken. Het is daarom te vroeg om nu al besluiten met onomkeerbare gevolgen toe te staan in de gebieden in Zuidoost en Weesp. Dit voorbehoud blijft dus vooralsnog van kracht. In 2026 wordt intensief gewerkt aan het beantwoorden van de essentiële vragen, zodat uiterlijk in december 2026 een besluit kan worden genomen over de realisatie van de Amsterdamse windenergie ambitie in het Havengebied en/of in andere gebieden in Amsterdam. 4. Passieve rol Knooppunt Holendrecht: In het aangewezen gebied Knooppunt Holendrecht is het afgelopen jaar gebleken dat er geen privaatrechtelijke medewerking is van de erfpachters en de grondeigenaar. Dit is de belangrijkste reden dat het college tot nader order een passieve rol op zich neemt: ‘ondersteunend’ in plaats van ‘regisserend’. Het college blijft van mening dat het gebied op basis van de inzichten uit het Plan-MER geschikt kan zijn voor de ontwikkeling van windenergie. Het gebied blijft daarmee ‘aangewezen’ in lijn met het PWA. In alle gevallen zullen initiatiefnemers in de ontwerpfase3 verdere onderzoeken uitvoeren en moeten aantonen dat hun plannen voldoen aan de dan geldende wet- en regelgeving en de stand van de wetenschap. Daarnaast zullen zij participatie organiseren, zodat bewoners en belanghebbenden hun zorgen en ideeën kunnen uiten. Het bevoegd gezag zal de onderzoeken en vergunningsaanvragen beoordelen.
In dit proces bewaakt Amsterdam de uitgangspunten van het PWA en de belangen van haar inwoners. De rollen en verantwoordelijkheden kunnen per gebied verschillen. De gemeente zal hierover zo vroeg en duidelijk mogelijk communiceren.
2. Monitoring Windambitie Amsterdam 2030 In de Regionale Energiestrategie 1.0 en de omgevingsvisie 2040 heeft de raad de ambitie vastgesteld dat de stad in 2030 127 MW aan opgesteld vermogen windenergie heeft. In onderstaand figuur (figuur 1) is de huidige stand van zaken weergegeven. Aantal turbines Havengebied 27 Cornelis Douwes 1 RWZI West 4 Noorder IJ-plas 1 tot 3 Restopgave PWA 4 tot 8 Totale Ambitie RES 1.0 Amsterdam
Opgesteld vermogen 73 MW 2 MW 9 MW
Nog te realiseren
16 MW 27 MW 127 MW
Figuur 1: stand van zaken windambitie Amsterdam in 2025
Bestaande windturbines 3
De gemeente Amsterdam onderscheidt in het PWA de volgende projectfasen: verkenning, ontwerp, vergunning, bouw, exploitatie en ontmanteling. Zie verder hoofdstuk 3 (Hoe komt een windproject tot stand?).
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 december 2025 Pagina 4 van 9
Op dit moment staan er windturbines op het Cornelis Douwesterrein, in het Havengebied en bij de RWZI West. Cornelis Douwesterrein heeft 1 windturbine uit 2008 van 2 MW. Windpark RWZI West bestaat uit vier windturbines op het terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), geopend op 31 maart 2025. Deze windturbines hebben samen een opgesteld vermogen van 9 MW. In het plan-MER voor het PWA zijn deze windturbines als autonome ontwikkeling meegenomen. In het Havengebied staan op dit moment 27 windturbines, met een totaal opgesteld vermogen van 73. Het opgesteld vermogen van bestaande windturbines (zie figuur 1) draagt bij aan het beoogde resultaat van 127 MW in 2030. Veranderingen in het opgesteld vermogen kunnen optreden door de realisatie van nieuwe windturbines, verwijdering van windturbines (bijvoorbeeld in het geval van einde levensduur) of de vervanging door een nieuwe windturbine op dezelfde of een nabijgelegen locatie (zogenaamde repowering). Indien dergelijke veranderingen binnen de looptijd van het PWA (tot 2030) plaatsvinden, worden deze meegenomen in het uiteindelijke resultaat. Restopgave windenergie De resterende opgave voor nieuwe windturbines in Amsterdam bedraagt 27 MW (zie figuur 1). In de praktijk betekent dit dat er ongeveer 4 grote of 8 relatief kleinere windturbines moeten worden toegevoegd.
Ontwikkelingen met bestaande windturbines, zoals verwijdering of vervanging, kunnen zowel positief als negatief bijdragen aan deze restopgave.
3. Voortgangsrapportage Q3 en Q4 2025 Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen in het derde en vierde kwartaal van 2025, per gebied waarin aan windenergie wordt gewerkt. Havengebied In het Havengebied staat het grootste deel van de bestaande windturbines in Amsterdam, met een gezamenlijk opgesteld vermogen van 73 MW. De Provincie Noord-Holland, gemeente Amsterdam en Port of Amsterdam verkennen de mogelijkheden voor extra opgesteld vermogen aan windenergie in dit gebied. Port of Amsterdam is de beheerder van het Havengebied en initiatiefnemer van het project, waarbij de Provincie Noord-Holland het bevoegd gezag is. De gemeente Amsterdam vervult een regisserende rol door toe te zien op de snelheid en zorgvuldigheid van het proces, het waarborgen van participatiemogelijkheden en het naleven van de richtlijnen uit het PWA. Het project bevindt zich in de ontwerpfase4. In deze fase wordt onderzocht of het project realiseerbaar is, worden benodigde onderzoeken uitgevoerd en de vergunning voorbereid. Zoals aangekondigd in de RIB over Q1 en Q2 van dit jaar is in november 2025 een intentieovereenkomst getekend met de provincie Noord-Holland en gemeente Zaanstad. Hierin is 4
Binnen de projectbesluitprocedure wordt deze fase ‘verkenning’ genoemd, maar voor de eenduidigheid met het PWA wordt hier de term ‘ontwerpfase’ gebruikt.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 december 2025 Pagina 5 van 9
afgesproken dat de provincie haar rol als bevoegd gezag voortvarend oppakt en een kennisgeving doet van de start van een projectbesluitprocedure in het Amsterdamse Havengebied. Ook zijn afspraken gemaakt om rekening te houden met de effecten van windenergieprojecten aan weerszijden van het Noordzeekanaal. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland heeft op 3 november jl. deze kennisgeving gepubliceerd. Meer informatie is te vinden op de websites van de provincie en Port of Amsterdam5. Het gaat bij dit project om maximaal 25 nieuwe windturbines, inclusief mogelijke vervanging van 14 bestaande windturbines. De windturbines hebben een tiphoogte van circa 150 tot 200 meter. Op 13 november is er een informatiebijeenkomst georganiseerd voor bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Op 17 november vond er een informatiebijeenkomst plaats voor leden van de voormalige Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam (SARA). Deze participatie is een essentiële stap voor het opstellen van het MER. Het doel is dat de provincie in de loop van 2026 een besluit kan nemen over het projectbesluit. Het milieukundige onderzoek van PoA richt zich niet alleen op nieuwe windturbineposities, maar ook op bestaande windturbines. Dit is relevant omdat diverse windturbines in het Havengebied aan het einde van hun technische levensduur zitten.
Er wordt onderzocht tot wanneer deze turbines in bedrijf kunnen blijven, en wanneer vervanging of sloop noodzakelijk is. Hoewel dit naar verwachting pas na 2030 speelt, wordt dit meegenomen in het MER vanwege de invloed op de integrale ruimtelijke inpassing. Een belangrijke beperking voor windenergie in het Havengebied is het luchthavenindelingsbesluit (LIB). Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van windturbines met een tiphoogte van meer dan 146 meter en de eerste inzichten wijzen erop dat hogere windturbines op bepaalde posities haalbaar lijken. Nader onderzoek en afstemming met betrokken instanties zijn nodig. Voor sommige locaties zijn hogere windturbines op korte termijn uitgesloten, zolang de Europese regelgeving voor invliegprocedures rondom vliegvelden niet is aangepast. Deze regelgeving wordt herzien, maar implementatie in Nederlands recht wordt niet vóór 2030 verwacht. Noorder IJ-plas De plannen voor de windturbines bij de Noorder IJ-plas bevinden zich in de vergunningsfase. Hiervoor lopen momenteel twee vergunningprocedures. Tegen de weigering van een vergunning door de provincie voor drie windturbines, loopt een beroepsprocedure. De rechtbank heeft aangegeven dat de behandeling van dit beroep eind eerste kwartaal 2026 gepland staat. In het plan-MER voor het PWA zijn de gebieden uit RES 1.0 onderzocht.
De Noorder IJ-plas is hierin als autonome ontwikkeling beschouwd, omdat deze al was opgenomen in de Windvisie 2012, het bestemmingsplan Eerste Partiële Herziening Cornelis Douwesterrein II, en omdat er al een vergunningprocedure liep met een project-MER. Het uitgangspunt van het college is dat het nog steeds mogelijk is om 16 MW aan windenergie bij de Noorder IJ-plas te realiseren. Mocht (een 5
Windenergie Westelijk Havengebied Amsterdam en Windturbines in het Havengebied | Port of Amsterdam
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 december 2025 Pagina 6 van 9
deel van) de 16 MW niet haalbaar blijken, dan zal dit niet worden toegevoegd aan de opgave voor de andere gebieden in Amsterdam. In dat geval zal het college hierover in overleg treden met de RES-regio. De volgende openstaande toezegging is door mij aan u gedaan en wil ik als volgt afhandelen: TA2025-001165. DC – bij ODNHH aan te dringen ivm afgeven (verklaring) Wet Natuurbescherming voor windturbines bij NIJP Rond het afgeven van de natuur toestemmingen heeft vele malen ambtelijk overleg plaatsgevonden. Daarnaast heb ik bestuurlijk overleg gehad met de gedeputeerde van de provincie. Diemerscheg, Knooppunt Holendrecht en Weesperkarspel (algemene ontwikkelingen) In onderstaande is een aantal algemene ontwikkelingen voor deze gebieden op een rij gezet: - Verkenning onderstation hoogspanning: Een significant risico voor windenergie in de aangewezen gebieden Diemerscheg en Weesperkarspel is de verkenning van TenneT voor een mogelijk 380kV-onderstation in dit gebied. Amsterdam is in overleg om deze (on)verenigbaarheid van beide ambities beter in kaart te krijgen. - Medewerking Staatsbosbeheer Weesp en Zuidoost: De gronden in de aangewezen gebieden in Weesp en Zuidoost zijn grotendeels eigendom van Staatsbosbeheer (SBB). Naar aanleiding van de vaststelling van het PWA heeft SBB voor deze gebieden een zogenaamd ‘vastgoedbesluit’ genomen.
Dit besluit houdt in dat SBB, onder nader te bepalen voorwaarden, formele medewerking verleent aan de verdere verkenning van de gebieden in Weesp en Zuidoost. Voor gronden die reeds in (onder)erfpacht zijn uitgegeven, stelt SBB zich op het standpunt dat zij niet tegen de wens van de erfpachter zal handelen. - Uitkomsten aeronautisch onderzoek: Uit de aeronautische studie (hetzelfde onderzoek waarin ook het Havengebied is meegenomen) blijkt dat windturbines in de oostelijke aangewezen gebieden (Weesp en Zuidoost) met een tiphoogte tot 213 meter NAP op termijn mogelijk zou kunnen worden, voor zover dit momenteel nog niet het geval is. Dit blijft echter afhankelijk van de geplande aanpassing van Europese regelgeving met betrekking tot invliegprocedures rondom vliegvelden. De implementatie van deze regelgeving in het Nederlands recht wordt niet vóór 2030 verwacht. - Uitkomsten Ecologisch onderzoek: Eind augustus zijn ecologisch onderzoek en een veldonderzoek uitgevoerd en de uitkomsten daarvan worden momenteel toegevoegd aan de bureaustudie. Dit heeft niet geleid tot nieuwe inzichten. Verder seizoensgebonden veldonderzoek op de specifieke kansrijke locaties binnen de aangewezen gebieden is noodzakelijk. Diemerscheg In de Diemerscheg worden de mogelijkheden onderzocht voor het ontwikkelen van maximaal vier windturbines. Dit bevindt zich in de verkenningsfase.
Als onderdeel van het OER-programma6 6
OER Diemerscheg | Energie op Rijksgrond
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 december 2025 Pagina 7 van 9
wordt de haalbaarheid van windturbines onderzocht in samenwerking met de gemeente Diemen, gemeente Gooise Meren, Rijkswaterstaat, provincie Noord-Holland en Staatsbosbeheer. Naar verwachting zal medio december 2025 een Intentieovereenkomst (IOK) worden gesloten tussen de betrokken partijen. Knooppunt Holendrecht Ter hoogte van Knooppunt Holendrecht worden de mogelijkheden onderzocht voor het ontwikkelen van één windturbine. Dit bevindt zich in de verkenningsfase. Binnen het onderzoeksgebied zijn twee potentiële locaties geïdentificeerd: op de golfbaan of in het ‘oor’ van de snelweg. De plaatsing van een windturbine op de golfbaan zou gevolgen hebben voor het gebruik ervan, bijvoorbeeld als banen moeten worden aangepast of tijdelijk niet gebruikt kunnen worden vanwege de bouw en de herstelwerkzaamheden. Stichting De Hoge Dijk, de exploitant van de golfbaan heeft aangegeven geen privaatrechtelijke medewerking te willen verlenen aan een turbine op of nabij de golfbaan. Op verzoek van Rijkswaterstaat (RWS) is een wegbeeldanalyse uitgevoerd om de impact van een windturbine op de verkeersveiligheid te beoordelen. Uit deze analyse blijkt dat een windturbine in het ‘oor’ in de huidige configuratie van het knooppunt een negatieve impact op de verkeersveiligheid kan hebben. Mogelijk worden de effecten acceptabel als de configuratie van het knooppunt in de toekomst wordt aangepast.
RWS heeft echter aangegeven negatief te staan tegenover deze onderzoekslocatie. De locatie in het ‘oor’ gaat worden benut voor duurzame energieopwekking door middel van zonnepanelen. Dit is onderdeel van het OER-programma Energieroute Noord-Holland. Gecombineerde ruimtelijke inpassing is niet haalbaar. Weesperkarspel In de Weesperkarspel worden de mogelijkheden onderzocht voor het ontwikkelen van één windturbine en dit bevindt zich in de verkenningsfase. Het betreft een relatief klein gebied met veel ondergrondse leidingen. Bovendien wordt er naar gestreefd dat de rotorbladen de gemeentegrens niet overschrijden. Hierdoor is er beperkte ruimte voor de plaatsing van een windturbine. Financiële participatie Het college werkt vastberaden samen met haar partners om de ambitie te realiseren en Amsterdammers de mogelijkheid te bieden om zoveel mogelijk lokaal (mede-)eigendom van de windturbines te verkrijgen. Onder financiële participatie verstaan we alle financiële mogelijkheden voor de omgeving om deel te nemen aan een windproject. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van lokaal (mede-)eigendom, de ontwikkeling en exploitatie door een lokale energiegemeenschap, of door een bijdrage van de producent aan de omgeving via een omgevingsfonds.
In het Klimaatakkoord is afgesproken door de rijksoverheid, milieuorganisaties, het bedrijfsleven, consumentenorganisaties, de VNG, het IPO en andere partijen dat wordt gestreefd naar 50%7 mede-eigendom van windturbines door partijen in de nabije omgeving, zoals omwonenden en lokale bedrijven. Dit streven vormt ook de basis voor de in de nieuwe Energiewet opgenomen 7
Amsterdam streeft bij windenergieprojecten waar de gemeente een grondpositie heeft naar 100% lokaal eigendom.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 8 december 2025 Pagina 8 van 9
mogelijkheid een gemeentelijke verordening lokaal eigendom vast te stellen. In zo’n verordening kan een verplichting voor een producent van energie uit hernieuwbare bronnen worden opgenomen, om te motiveren wat hij heeft gedaan in het kader van de te realiseren 50% lokaal eigendom. Binnen Amsterdam is een dergelijke verordening (ook) in voorbereiding. Op dit moment loopt het participatieproces en in de loop van 2026 wordt de verordening aan de raad voorgelegd ter besluitvorming8. Daarnaast loopt er een afzonderlijk traject om te onderzoeken hoe energiegemeenschappen9 een grotere rol kunnen spelen in de energietransitie. In het Havengebied, een industriële omgeving, hebben bedrijven een centrale rol, vooral als de windturbine op het bedrijfsperceel gerealiseerd wordt. In dat geval kunnen bedrijven eigenaar worden van een windturbine met een aansluiting achter de meter, zodat zij de opgewekte energie grotendeels zelf kunnen gebruiken. Dit kan via een lokale bedrijven-energiecoöperatie. De gemeente beschouwt dit als volwaardig lokaal eigendom. Voor particulieren, zoals inwoners en energiegemeenschappen in Amsterdam en Zaanstad, is financiële participatie in deze gevallen niet waarschijnlijk. Voor windturbines in de openbare ruimte moet nog worden bepaald wie de ontwikkelaar zal zijn en hoe de gemeentelijke doelen met betrekking tot financiële participatie worden ingevuld.
Daarnaast ambieert Port of Amsterdam de oprichting van een omgevingsfonds, waarmee andere doelen in het gebied kunnen worden ondersteund. In de aangewezen gebieden in Zuidoost en Weesp werkt de gemeente samen met partijen die de doelstelling van het Klimaatakkoord (50% lokaal eigendom) nastreven. In de eerdergenoemde intentieovereenkomst hebben deze partijen afgesproken om in de volgende fase de mogelijkheden voor lokaal eigendom verder te onderzoeken en hierover concrete afspraken te maken. Tot slot Met deze eerste monitoring informeren wij u over de voortgang van het Programma Windenergie Amsterdam 2030. Wij blijven ons inzetten voor een transparant en zorgvuldig proces, waarbij we samen met bewoners en andere betrokkenen werken aan de realisatie van schone energie in onze stad. Via halfjaarlijkse rapportages houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen en voortgang. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Zita Pels Wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie
8 9
Participatie verordening lokaal eigendom | Gemeente Amsterdam Eindrapport Energiegemeenschappen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Datum 8 december 2025 Pagina 9 van 9