1. RIB afzien van verkoopverbod bont levende kreeften krabben.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum
Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 7 maart 2023 Economische Zaken Sofyan Mbarki EZC (directie-.en.managementadvisering.ez@amsterdam.nl) Afzien van het instellen van een algeheel verkoopverbod op markten van bont, levende kreeften en krabben
Geachte leden van de gemeenteraad, In het Coalitieakkoord 2018-2022 is het voornemen opgenomen een verkoopverbod van bont, levende kreeften en krabben op Amsterdamse markten in te stellen. Sindsdien wordt door het college gewerkt aan mogelijkheden om hier uitvoering aan te geven, want aan het belang van dierenwelzijn wordt veel waarde gehecht. Op 1 februari 2022 bent u per brief geïnformeerd over het besluit om het verkoopverbod uit te
stellen. De reden hiervoor was een juridisch advies van Pels Rijcken dat stelde dat het risico dat het verbod geen stand zou houden bij de bestuursrechter groot was. Het advies was om eerst vervolgactiviteiten (aanvullend onderzoek) te verrichten ter versteviging van het juridisch fundament onder het verbod. Het college heeft dat advies opgevolgd. In de voorbereidingen op het aanvullend onderzoek is duidelijk geworden dat de juridische risico's die gepaard gaan met het voorgenomen verkoopverbod niet tot nauwelijks afnemen als de vervolgactiviteiten worden uitgevoerd. Het college heeft daarom het moeilijke besluit genomen af te zien van het instellen van een verkoopverbod. In deze brief ga ik in op de risico's en licht ik toe waarom uiteindelijk wordt afgezien van een instelling van het verbod.
Besluit tot uitstellen van het verbod begin 2022 Na de zomer van 2021is een concept aanwijzingsbesluit van verboden waren (hierna: het verbod) vrijgegeven voor inspraak. Er zijn toen meerdere inspraakreacties van ondernemers en andere belanghebbenden ontvangen. In vrijwel alle reacties werd bezwaar geuit tegen het voorgenomen verbod. Enkele betrokkenen hadden juridisch advies ingewonnen en wezen erop dat het verbod mogelijk juridisch onvoldoende is gefundeerd. Het college had begrip voor de geuite bezwaren en vroeg hierop Pels Rijcken om advies. Dat advocatenkantoor achtte de kans zeer groot dat het verbod ter toetsing aan de bestuursrechter zou worden voorgelegd. Bij een dergelijke toetsing wordt in ieder geval bekeken of de belangen die het verbod dient - dit betreft in hoofdzaak bescherming van de openbare orde en veiligheid en consumentenbescherming (zie bijlage 1) - binnen de
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 7 maart 2023
Pagina 2 van 3
doelstellingen van de Marktverordening passen. De inschatting was dat de bestuursrechter het verband tussen de met het verbod te dienen belangen en de met de verordening te dienen doelstellingen te zwak zou achten. Aanbevolen werd om geen verbod in te stellen en om eerst vervolgactiviteiten te verrichten. Nader onderzoek naar of de genoemde (verbods-) grondslagen aan de Marktverordening kunnen worden toegevoegd was hierbij in ieder geval noodzakelijk. Besloten werd om het advies van Pels Rijcken op te volgen en aanvullend onderzoek te starten.
Nieuwe inzichten halverwege 2022 In de voorbereidingen op het aanvullend onderzoek werd duidelijk dat het risico dat het voorgenomen verkoopverbod geen standhoudt bij de bestuursrechter niet of nauwelijks afneemt na uitvoering van aanvullend onderzoek. In de volgende passages zet ik de belangrijkste risico's uiteen en beschrijf ik waarom het college deze te groot acht.
Opname bescherming openbare orde en veiligheid als verbodsgrondslag in de Marktverordening lijkt mogelijk, maar aantonen dat deze daadwerkelijk gevaar lopen uiterst lastig Zowel de burgemeester als de gemeenteraad heeft taken met betrekking tot handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het is vermoedelijk dan ook mogelijk om de bescherming hiervan als (verbods-)grondslag in de Marktverordening op te nemen. Tegelijkertijd lijkt het nauwelijks mogelijk om aan te tonen dat er daadwerkelijk risico's voor de openbare orde en veiligheid zijn wanneer marktbezoekers bont, levende kreeften en/of krabben zien. Er zijn namelijk geen voorvallen - noch bij handhaving, noch bij marktmeesters - bekend, waarbij de openbare orde in het geding was. Volgens juristen is de kans klein dat een bestuursrechter op dit vlak valt te overtuigen. Onzeker of consumentenbescherming als grondslag aan Marktverordening kan toegevoegd Op Europees niveau bestaan reeds verordeningen met betrekking tot consumentenbescherming en op landelijk niveau is er de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit die controleert of ondernemers zich houden aan wettelijke regels op het gebied van etikettering, traceerbaarheid van producten en dierenwelzijn. Het ligt daarom eerder in de rede dat de genoemde autoriteiten bescherming van consumenten als taak op zich nemen met betrekking tot de te verbieden waren.
Op Europees en landelijk niveau bestaan regels met betrekking tot bont en geleedpotigen (zoals krabben/kreeften), maar de verkoop hiervan wordt niet verboden. Mocht blijken dat consumentenbescherming toch als grondslag kan worden opgenomen, dan is een houdbaar verbod alsnog niet vanzelfsprekend. Een bestuursrechter zal namelijk beoordelen of het verbod getuigt van een evenredige belangenafweging. Dit betekent dat bij de invoering van het verbod een afweging moet zijn gemaakt waarin alle bijzondere omstandigheden worden gewogen tegen het belang dat met de maatregel is gemoeid. Hierbij moet rekenschap worden gegeven van mogelijke negatieve consequenties (voor ondernemers die worden geraakt door het verbod) en worden uitgelegd waarom daaraan bij invoering van een algeheel verkoopverbod een minder zwaarwegend belang toekomt. Pels Rijcken acht de kans reëel dat een bestuursrechter oordeelt dat een algeheel verkoopverbod onvoldoende aan de bovengenoemde vereisten voldoet.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 7 maart 2023
Pagina 3 van 3
Onzeker of dierenwelzijn behoort tot autonome verordende bevoegdheid gemeenteraad Ook bij het opstellen van aanvullende regelgeving met betrekking tot dierenwelzijn en de verkoop van de betreffende waren ligt het volgens geraadpleegde juristen voor de hand dat dit niet gebeurt door een gemeente, maar door andere (landelijke of Europese) autoriteiten.
Ook na onderzoek naar wijzigingen Marktverordening blijft aanvullend onderzoek nodig Niet alleen zouden voor het wijzigen - voor zover mogelijk - van de Marktverordening de nodige vervolgactiviteiten benodigd zijn. Ook het verder blootleggen van de daadwerkelijke risico's gemoeid met de te verbieden waren en van de noodzaak voor consumentenbescherming vraagt om verder uitzoekwerk. Bovendien zouden alternatieve maatregelen voor een algeheel verkoopverbod (denk aan productvoorlichting) moeten worden verkend. Bij dit laatste wordt opgemerkt dat de Marktverordening niet de benodigde grondslag (consumentenbescherming) bevat om marktondernemers hiertoe te verplichten. Alle aanvullende gaan gepaard met de nodige (tijds-) investeringen, terwijl de uitkomsten met betrekking tot de mogelijkheid voor een houdbaar verbod uiterst onzeker zijn. Afzien van het verkoopverbod en staken van vervolgonderzoek naar de haalbaarheid hiervan Zoals uiteengezet stapelt het benodigde vervolgonderzoek naar de mogelijkheden voor een houdbaar verbod zich op. Het risico dat het verbod de bestuursrechtelijke toetsing niet doorstaat blijft bij ieder onderzoek overeind en reëel. Het laten uitvoeren van de benodigde vervolgonderzoeken brengt kosten met zich. Daarnaast kost het capaciteit om de onderzoeken te begeleiden en vervolgens over te gaan op het instellen van een verbod.
Het college acht het risico dusdanig hoog dat het verbod uiteindelijk geen standhoudt dat het ervoor heeft gekozen het vervolgonderzoek te staken en af te zien van het instellen van een verkoopverbod. Als er in de toekomst andere gronden of nieuw instrumentarium beschikbaar komt voor het instellen van een verbod, dan zal het college daar weer naar kijken. Vanwege het leed dat dieren wordt aangedaan, had het college graag gezien dat er meer mogelijkheden waren voor het instellen van een verbod. Op andere bestuursniveaus zullen wij dit aanhangig maken wanneer
daar gelegenheden voor zijn. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Sofyan Mbarki Wethouder Economische Zaken