CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Rib afdoening motie 549.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 13 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Reactie op motie 549 van 20 september 2023 van de raadsleden Van Renssen (Groen Links) , Alberts (SP), Ahmadi (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Emmerik (PvdD) en Minderhoud (PvdA). (VN2024-001617)1.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan:

Portefeuillehouders: Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 19 december 2023 Ruimtelijke ontwikkeling / Bestuurlijk stelsel Reinier van Dantzig en Rutger Groot Wassink Ruimte en Duurzaamheid (bestuurszaken.rd@amsterdam.nl

Onderwerp

Afdoening m0tie 549 van raadslid Van Renssen c.s. (Groen Links)

Datum Portefeuilles

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 20 september 2023 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt 30 Kennisnemen van de omgevingsvergunning voor appartementenhotel - Jan Pieter Heijestraat motie 549 van de raadsleden Van Renssen (Groen Links) , Alberts (SP), Ahmadi (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Emmerik (PvdD) en Minderhoud (PvdA) aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om “met de raad in gesprek te gaan over de grenzen in de stedelijke kaders waarbinnen het college haar bevoegdheid tot verlening van omgevingsvergunningen die afwijken van het bestemmingsplan uitoefent, al dan niet gemandateerd aan het dagelijks bestuur en hiervoor met de raad een richtlijn uit te werken.” Ten aanzien van de uitvoering van deze motie overweegt het college als volgt. Bevoegdheidsverdeling De bevoegdheid om bestemmingsplannen vast te stellen, en daarmee om regels te stellen voor een goede leefomgeving en een duurzame ruimtelijke ordening, ligt primair bij uw raad. Het bestemmingsplan is vervolgens de basis om aangevraagde omgevingsvergunningen aan te toetsen. Die toetsing en de bevoegdheid om op die aanvragen te beslissen ligt bij het college, zo is wettelijk bepaald.

We spreken in dat geval van een eigenstandige bevoegdheid: toetsing aan het bestemmingsplan en ook de vraag of van de regels van het bestemmingsplan afgeweken kan worden, is primair een taak voor het college die het onder eigen verantwoordelijkheid uitvoert. Afwijken van het bestemmingsplan Het besluit om al dan niet af te wijken van de regels van het bestemmingsplan vindt dus plaats onder bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het college. Op dat moment is er ruimte om belangen af te wegen. De ruimte waarin die belangafweging kan plaatsvinden, wordt beperkt als er stedelijke kaders (beleidsregels) zijn vastgesteld. Op grond van art. 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht handelt het college overeenkomstig die kaders. Kaders die vaak in samenspraak met uw raad tot stand zijn gekomen. In de motivering van het besluit moet vervolgens duidelijk naar voren komen op welke wijze aan de kaders is getoetst. Van belang daarbij is om te melden dat niet ieder bestuurlijk document zich laat aanduiden als stedelijk kader. Immers, in ruimtelijke procedures (zoals de beslissing op een aangevraagde omgevingsvergunning) kunnen we alleen de ruimtelijke relevante kaders gebruiken die ook voldoende rechtszekerheid bieden voor zowel omwonenden als aanvrager. Bij de afweging om al dan niet af te wijken van de planregels moeten

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 19 december 2023 Pagina 2 van 3

alle belanghebbenden immers als vanzelfsprekend weten waar ze aan toe zijn en op welk besluit ze kunnen rekenen. Kort gezegd betekent dat dat alleen die kaders waar meer concrete normen en regels in zijn opgenomen als toetsingskader in aanmerking komen. Door het college of uw raad (breed) geformuleerde uitgangspunten ten aanzien van een bepaald onderwerp dienen in zo’n geval dus eerst omgezet te worden naar een concrete beleidsregels alvorens ze toegepast kunnen worden in een ruimtelijke procedure. De in uw motie aangehaalde Agenda Autoluw bevat in onze ogen onvoldoende concrete aanknopingspunten om een aangevraagde omgevingsvergunning rechtstreeks aan te toetsen. Datzelfde geldt voor bepaalde onderdelen van de Omgevingsvisie 2050 of Groenvisie. Kortom, om te bepalen of een afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is, maakt het college gebruik van concrete ruimtelijke kaders of te wel beleidsregels. Beoordeling van de toetsing De beoordeling van de vraag of op een juiste wijze aan de kaders is getoetst ligt daarna primair bij de rechter. In procedures tegen verleende dan wel geweigerd omgevingsvergunningen is dat over het algemeen ook de hamvraag: heeft het college bij de toets van de aanvraag de juiste kaders gebruikt en zijn die ook op een juiste wijze geïnterpreteerd.

Op die manier wordt dus duidelijk of het college zijn bevoegdheid verantwoordelijk en juist heeft toegepast. Mandatering van de bevoegdheid Net zoals bij de meeste gemeenten in Nederland is ook in Amsterdam de bevoegdheid om te beslissen op een aangevraagde omgevingsvergunning (incl. de bevoegdheid om af te wijken van de planregels) door het college gemandateerd. Gelet op de Amsterdamse binnengemeentelijke decentralisatie vindt mandatering eerste plaats aan het dagelijks bestuur waarna vervolgens een door- of ondermandatering plaatsvindt aan medewerkers van de ambtelijke organisatie. Dit heeft ook een praktische reden. Gelet op de grote hoeveelheid te toetsen (omgevings)vergunningsaanvragen is het ondoenlijk als het college of het dagelijks bestuur met deze taak wordt belast. Verantwoordelijkheid van het besluit Kenmerk van het mandaat is dat de bevoegdheid ten alle tijden blijft liggen bij degene die het mandaat geeft. In dit geval wordt de bevoegdheid en dus de verantwoordelijkheid voor de vergunningverlening dus niet neergelegd bij of ‘weggeven’ aan de stadsdelen. In tegendeel: het college is en blijft altijd verantwoordelijk voor elke beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Niet voor niets bepaalt onze Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 dat het dagelijks bestuur het college betrekt bij het gebruik maken van de bevoegdheden.

Zo’n afweging wordt bijvoorbeeld gemaakt bij bestuurlijk of politiek gevoelig zaken. Ook dient het dagelijks bestuur eventuele (specifieke) instructies te volgen als van het mandaat gebruik wordt gemaakt. DB’er en wethouder hebben daarom geregeld contact over lopende bouwzaken, waarin dergelijke kwesties worden besproken. Verhouding college / raad De verantwoordingslijn voor in mandaat verleende omgevingsvergunningen loopt dus tussen dagelijks bestuur en het college. De raad en de stadsdeelcommissie kunnen in die lijn dan ook geen rol spelen. We hebben hier namelijk te maken met een eigenstandige beslissingsbevoegdheid van het college. En omdat de verantwoordelijkheid voor het uitoefenen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 19 december 2023 Pagina 3 van 3

van die bevoegdheid nu eenmaal bij het college zelf ligt, mag een ander bestuursorgaan (i.c. de raad) geen regels of richtlijnen opstellen over de wijze waarop het andere bestuursorgaan (i.c. het college) van zijn bevoegdheid gebruik moet maken. Gebruik van de bevoegdheid in mandaat Binnen de verantwoordingslijn tussen college en dagelijks bestuur moet er voor het college ook een zekere mate van voorspelbaarheid zijn in de wijze waarop besluitvorming in mandaat plaatsvindt. Een in mandaat genomen besluit moet daarom altijd passend zijn binnen de stedelijke kaders. In geval toch buiten die kaders getreden moet worden, dan is binnen de hiervoor aangehaald verantwoordingslijn afstemming met college nodig die de besluitvorming vervolgens naar zich toe kan trekken. In het geval die kaders in samenspraak met de raad tot stand zijn gekomen dient het college ook uw raad te informeren. En in geval van afwijking van de hoofdgroenstructuur wordt een voorgenomen besluit daartoe zelfs aan uw Raad voorgelegd. Via deze lijn bestaat voor uw raad de mogelijkheid om zicht te houden op de wijze waarop het college invulling geeft aan zijn eigenstandige bevoegdheid om omgevingsvergunningen (in afwijking van het bestemmingsplan) te verlenen.

In het verlengde daarvan kan ook aanpassing van bepaalde kaders besproken worden die door het college vertaald kunnen worden naar concrete normen zodat ze betrokken kunnen worden bij de toetsing van aangevraagde omgevingsvergunningen. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: Binnen het hierboven beschreven stelsel van (gemandateerde) besluitvorming mag u er op vertrouwen dat het college bij de uitvoering van zijn bevoegdheden de relevante stedelijke kaders (beleidsregels met concrete normen) volgt en dat bij afwijking daarvan uw raad wordt geïnformeerd of betrokken. Zowel in het bouwdossier naar aanleiding waarvan deze motie is ingediend, als in andere bouwdossiers is er echter geen patroon zichtbaar op basis waarvan de stelling gerechtvaardigd is dat wij, en daarmee in mandaat onze dagelijkse besturen, op een onjuiste wijze invulling geven aan onze bevoegdheid en de stedelijke kaders op een onjuiste wijze toepassen. Een breed gesprek hierover met uw raad lijkt mij dan ook niet op zijn plaats. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Reinier van Dantzig Wethouder Stedelijke Ontwikkeling en Woningbouw

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13859814/1