1 Regionaal Beleidskader HGKM en SG.pdf
Tekst van het document
Samenwerken aan
Regio Amsterdam Amstelland
veiligheid
Voorkomen, stoppen en oplossen van Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld
Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Inhoud Samenvatting 1. Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Leeswijzer 1.3 Dankzegging
3 5 5 6 7
4.4 Gebiedsgericht samenwerken (GGSW) 4.5 Gezamenlijke werkwijze en Handelingskader 4.6 Opvang na huiselijk geweld
5. Visie op preventie 2. Probleem en doelstelling 2.1 Waarom een aanpak huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld? 2.2 Omvang en impact 2.3 Ambitie en beoogde effecten
8 8 8 10
5.1 Visie op preventie 5.2 Voorkomen van HGKM & SG 5.3 Voorkomen van verergering 5.4 Nadere uitwerking preventie-aanpak
6. Aansluiting straf- en zorgdomeinen 3. Reflectie op vorige regionale aanpak (2020-2024) en de Proeftuinen Blijvend Veilig 3.1 Speerpunten van Regioaanpak 2020-2024 3.2 Resultaten 3.3 Aanleiding voor het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming 3.4 Wat hebben we daaraan gedaan? (Blijvend Veilig) 3.5 Wat hebben we eraan gehad? 3.6 Juridische grenzen aan beproeven 3.7 Hoe verder? 3.8 Terugblik (algemeen)
4. Beter organiseren van hulp en ondersteuning 4.1 Stevige lokale teams 4.2 Netwerk van aanvullende hulp 4.3 Expertiseplatform
2 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
11 11 11 12 12 13 14 14 15
16 16 18 19
6.1 Veiligheid Voorop 6.2 Plegeraanpak HGKM & SG 6.3 Beschermingsmaatregelen 6.4 Forensische jongeren en jongvolwassenen
7. Seksueel Geweld 7.1 Preventieve inzet, passend binnen de huidige maatschappij 7.2 Deskundigheidsbevordering en advies 7.3 Passende hulp 7.4 Doorontwikkeling CSG 7.5 Plegers
8. Aanpak femicide, intieme terreur en dwingende controle 8.1 Definitie en prevalentie 8.2 Pijlers van aanpak
20 21 22
23 23 23 25 26
27 27 27 29 30
9. Specifieke vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling
37
9.1 Ouderenmishandeling 37 9.2 Lhbtiq+-personen 37 9.3 Vrouwen met een afhankelijk verblijfsrecht 38 9.4 Schadelijke traditionele praktijken 38 9.5 Complexe scheidingen 39
10. Werkwijze 10.1 Waarden 10.2 Lerende werkwijze 10.3 H alfjaarlijkse monitoring en doorontwikkeling 10.4 Sturing in het veld 10.5 Governance 10.6 Middelen
40 40 40 41 41 42 43
31
Bijlage 1 T erugblik Regioaanpak (2020-2024) Veiligheid voor Elkaar
45
31 32 33 33 34
1 Doelen en resultaten 2 Wat we hebben bereikt in hoofdlijnen
45 47
Bijlage 2 A fspraken voor realisatie Q4 2025 – Q1 2026
49
Inleiding Actie agenda
49 51
Bijlage 3 Lijst met afkortingen
53
35 35 35
Amsterdam
Samenvatting Dit beleidskader richt zich op het voorkomen, stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld (HGKM & SG) in de regio Amsterdam-Amstelland. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is hierin geïntegreerd.
Probleem en ambitie HGKM & SG zijn wijdverspreide, hardnekkige problemen met grote mentale, fysieke en maat schappelijke gevolgen. Onze ambitie is dat het geweld moet stoppen: er is geen acceptabele mate van geweld. We streven naar vier maatschap pelijke effecten: (1) Voorkomen van geweld; (2) Duurzaam stoppen van geweld en inter generationele overdracht; (3) Bescheiden en betrouwbare overheid; (4) Zorgzame samenleving.
Reflectie op vorige Regioaanpak (2020–2024) In de afgelopen beleidsperiode hanteerden we drie speerpunten: zichtbaarheid & bespreek baarheid, verantwoord ouderschap en duurzaam stoppen van geweld. Positieve resultaten zijn: versterkte samenwerking, opening fysieke locatie van het Centrum Seksueel Geweld, aandacht voor femicide, plegeraanpak, lhbtiq+-trainingen en Proeftuinen Blijvend Veilig. In de Proeftuinen is een nieuwe manier van samenwerken van
3 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Centrum Seksueel Geweld Amsterdam-Amstelland
Diemen
maatschappelijke partners beproefd voor effectievere hulpverlening die beter bij cliënten aansluit.
Amstelveen
Beter organiseren van hulp en ondersteuning De belangrijkste ontwikkeling waar we veel verbetering van verwachten is de implementatie van de werkzame elementen van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Het doel is een effectiever en toegankelijker stelsel van hulp, met aandacht voor cliëntbenadering, samenwerking en vakmanschap. Deze elementen komen voort uit de proeftuinen Blijvend Veilig.
Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland
OuderAmstel
Aalsmeer
1. Lokale teams Lokale teams vormen de basis voor hulpverlening. Ze bieden hulp bij signalering en aanpak van HGKM & SG en schakelen aanvullende hulp in bij complexe problematiek. Er wordt meer nadruk gelegd op het wegnemen van stressfactoren, zoals financiële problemen en slechte woonomstan digheden, die bijdragen aan geweld. 2. Netwerk van aanvullende hulp Rondom de lokale teams is een netwerk van hulpverleners beschikbaar voor ondersteuning
Uithoorn
bij geweld en onderliggende problemen, zoals psychische kwetsbaarheid en schulden. Samenwerking met GGZ en andere domeinen wordt versterkt om intergenerationele overdracht van geweld te voorkomen. 3. Expertiseplatform HGKM Een nieuw Expertiseplatform biedt slachtoffers van ernstige vormen van geweld (zoals intieme terreur) een centrale plek voor forensisch onderzoek, aangifte en zorg. Het platform fungeert ook als kennis- en leercentrum voor professionals en werkt samen met Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld en andere netwerkpartners.
4. Gebiedsgericht samenwerken Professionals uit verschillende organisaties vullen elkaar vanuit hun eigen rollen en expertises aan. Dat bevordert begrip voor elkaars rollen, vertrouwen in elkaars expertise en biedt de mogelijkheid om organisatie-overstijgend te werken. Daar is samenwerking van alle organisaties op gebiedsniveau voor nodig. 5. Gezamenlijke werkwijze Lokale teams en hulporganisaties werken volgens een gezamenlijke aanpak, gebaseerd op een landelijk handelingskader. Dit bevordert samen werking, rechtsbescherming en vakmanschap. Gemeenten stimuleren partners om deze werkwijze te omarmen.
Preventie • Deels gericht op absoluut voorkomen, door tijdig aanleren van gezonde relatievormen, met aandacht voor genderstereotypen, consent, sexting en grooming. Met name via scholen; • Ook gericht op voorkomen van verergering, door aandacht voor vroegsignalering en voor het belang van informele organisaties; • Bevordering van bewustwording en bespreekbaarheid; • Aansluiten bij de overige HGKM aanpak en benutten van bestaande lokale initiatieven; • xokale invulling per gemeente.
Samenwerking straf- en zorgdomeinen • Plegeraanpak gericht op voorkomen van herhaald plegerschap met specifieke aandacht voor seksueel geweld en jonge plegers; • Maatregelen: intensivering samenwerking strafen zorgpartijen, vroegtijdige hulp, timeoutwoningen, supportgroepen, deskundigheidsbevordering; • Beschermingsmaatregelen: meer inzet op Tijdelijk Huisverbod, Aware, en Slachtofferdevice.
Seksueel Geweld • Centrum Seksueel Geweld (CSG) is centraal punt voor medische, psychische en juridische ondersteuning. Het CSG biedt slachtoffers een veilige plek waar zij alle nodige hulp kunnen krijgen en aangifte kunnen doen. • Preventie door voorlichting over consent, genderstereotypen en digitale risico’s • Professionals worden getraind om signalen te herkennen en effectief te handelen.
Werkwijze en Governance We werken volgens de vier basisprincipes van het Toekomstscenario: (1) Gezins- en gebiedsgericht; (2) Rechtsbeschermend; (3) Eenvoudig; (4) Lerend. We maken twee keer per jaar gezamenlijke afspraken met uitvoeringspartners en ervarings deskundigen over de voortgang van de gezamen lijke aanpak, om te monitoren en nieuwe afspraken voor het komende half jaar te maken.
• Regionale aanpak met vijf pijlers, inclusief hulp aan nabestaanden. • Campagnes en bewustwording via horeca, bioscopen, exposities enz.
De politieke besluitvorming ligt uiteindelijk bij het Algemeen en Dagelijks bestuur (ABDB) van de gemeenschappelijke regeling (GR)1. Burgemeesters en wethouders Zorg en Jeugd van de zes gemeenten, en de Stuurgroep Veiligheid en Zorg hebben een rol in de voorbereiding van de besluitvorming. De beleidsmatige voorbereiding vindt plaats vanuit het programmateam HGKM & SG in afstemming met Veilig Thuis, CSG en het overleg met uitvoeringspartners.
Specifieke Doelgroepen
Financiën
• Ouderen: aandacht voor mishandeling en financieel misbruik. • Lhbtiq+: verhoogd risico, inzet op cultuur sensitieve hulp.
Uitgangspunt is voortzetting van bestaande structurele budgetten plus incidentele vergoedingen vanuit het rijk. Extra middelen worden gezocht bij gebleken noodzaak of verhoogde ambities.
Femicide en intieme terreur
1 Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam-Amstelland Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam-Amstelland | Lokale wet- en regelgeving 4 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
• Vrouwen met afhankelijk verblijfsrecht: juridische ondersteuning en bewustwording. • Schadelijke traditionele praktijken: eergerelateerd geweld, huwelijksdwang, VGV. • Complexe scheidingen: inzet op vroegtijdige hulp, deskundigheidsbevordering.
1. Inleiding 1.1 Inleiding Voor u ligt het regionale beleidskader voor de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld (HGKM & SG) 2026 van de regio Amsterdam-Amstelland: Amsterdam, Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel. Dit stuk is tot stand gekomen in een samenwerking van de genoemde gemeenten met een groot aantal praktijkorganisaties die bijdragen aan het voorkomen van geweld, het blijvend stoppen van geweld en aan nazorg na geweld. Dat doen zij voor inwoners van alle leeftijden en in alle samenlevingsvormen. Ervaringsdeskundigen, professionals en bestuurders hebben hier gezamenlijk aan bijgedragen. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (TKG) is integraal onderdeel van deze regioaanpak. Als één van de 10 landelijke ‘proeftuinen’ dragen we als regio actief bij aan de doorontwikkeling van dat scenario en passen we het toe in onze eigen praktijk. De afgelopen jaren werkte Blijvend Veilig met regionale veiligheidsteams in twee gebieden aanvullend op lokale teams. De komende jaren benutten we de werkzame elementen die we hiermee hebben opgedaan in de hele regio. Het verder versterken van de lokale teams en het starten van een expertiseplatform hebben daarbij
5 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
prioriteit. De beweging richting het Toekomst scenario zien we als de belangrijkste opgave voor de komende jaren. Willen we de beweging richting Toekomstscenario realiseren, dan moeten we dat samen doen. Als inwoners, ervaringsdeskundigen, professionals en bestuurders. Van sociale basis, tot lokale teams, het netwerk van aanvullende hulp en het expertise platform. Van bestaanszekerheid, tot zorg voor jeugd en volwassenen, tot straf. De bereidheid daartoe is groot. Samen onderschrijven partners de missie om huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zo snel mogelijk te doen stoppen. We weten allemaal dat deze maatschappelijke opgave een lange adem en een ontwikkelgerichte benadering vraagt. Samen lerend zetten we telkens weer een volgende stap. De hulp bij HGKM & SG staat onder druk. Niet alleen door de aard van de problematiek, die taai is en gevoelens van schuld en schaamte oproept dat was altijd al zo. Maar ook door een stelsel dat neigt aan symptoombestrijding te doen en onvoldoende hulp biedt voor onderliggende mechanismen. Door een maatschappij waarin gelijke rechten en inclusie soms minder vanzelf sprekend lijken te worden. Door terugkerende verontwaardiging over het handelen van
professionals en maakbaarheidsdenken. Vanwege schaarste op de arbeidsmarkt en voortdurende stress over financiële middelen. Door politiek, toezichthouders en opdrachtgevers die professionals een opdracht geven waar ze niet aan kunnen voldoen. Professionals die onder deze omstandigheden ook zichzelf gaan beschermen, verharden en begrenzing vinden in het ketendenken. De ambitie van Amsterdam-Amstelland is om te ontwikkelen naar een samenleving waarbinnen we HGKM & SG onder ogen willen zien, bespreken en blijvend stoppen. Waarbinnen slachtoffers en ook plegers zich welkom voelen om hulp te vragen aan hun naaste omgeving en/of de overheid. Waarbinnen professionals naast hen staan, helpen het geweld te stoppen en ook de oorzaken aanpakken. Waar deze professionals elkaar aanvullen en met het gezin en/of huishouden en elkaar de verantwoordelijkheid dragen. Naar een overheid die bij ernstige onveiligheid bescherming biedt en geen leed toevoegt, dat outreachend en rechtsbeschermend doet en daarvoor wordt gewaardeerd in plaats van gevreesd. In de afgelopen jaren hebben we vanuit de regioaanpak ‘Veiligheid voor Elkaar’ (2020-2024) een beweging in gang gezet die gericht was op
het eerder stoppen en voorkomen van geweld. We werkten samen met vele jongeren, ouderen en gezinnen en nodigden inwoners en betrokkenen uit om het taboe rond het praten over (on) veiligheid samen te doorbreken. In Amsterdam Noord en Uithoorn werkten lokale teams en veiligheidsteams aan het samen en samenhangend ondersteunen van huishoudens bij het blijvend stoppen van geweld. Er was toenemend aandacht voor financieel misbruik van ouderen, voor dwingende controle en femicide en plegeraanpak. En er zijn trainingen georganiseerd om de onder steuning van lhbtiq+-personen te verbeteren. We hebben vele goede stappen gezet en nog een weg te gaan. Anders dan voorgaande jaren is naast de aanpak op HGKM ook het voorkomen, stoppen en doorbreken van seksueel geweld onderdeel van de regioaanpak. We hebben aandacht voor alle slachtoffers van seksueel geweld, van alle leeftijden en genders. We benoemen dit apart omdat seksueel geweld en seksueel misbruik deels een andere dynamiek kent en een andere aanpak behoeft (zie ook hoofdstuk 7). Daarbij is er in Amsterdam nauwe samenwerking met het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG - gepositioneerd bij het Actiecentrum Veiligheid en Zorg), dat extra aandacht heeft voor meisjes en jonge vrouwen in kwetsbare omstandigheden, binnen- en buitenshuis.
6 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
HGKM & SG hangt samen met aanpalende opgaven, zoals het ondersteunen met bestaans zekerheden, de bestrijding van genderstereotypen en de bestrijding van criminaliteit. De daarbij horende aanpakken zijn geen onderdeel van deze aanpak. Het borgen van de samenhang en samenwerking wel.
1.2 Leeswijzer In dit plan beschrijven we de hoofdlijnen van de aanpak voor de komende 4 jaar, waarin we verbeteringen willen realiseren voor die inwoners die te kampen hebben met HGKM &SG en waarin we het stelsel stapsgewijs willen verbeteren. Waarbij dit beleidskader (enkel) datgene omvat wat de gemeenten als gezamenlijk kader afgeven en in gezamenlijkheid willen oppakken. Dit document pretendeert niet recht te doen aan alle betekenisvolle acties en resultaten die inwoners, informele en formele organisaties in de diverse stadsdelen en gemeenten weten neer te zetten. In hoofdstuk 2 starten we met een beschrijving van de omvang en ernst van het probleem van HGKM & SG. Vervolgens formuleren we onze ambitie om het geweld te stoppen. Hoofdstuk 3 biedt een terugblik op de beleidsplannen 2020-2024 en de resultaten daarvan. In het bijzonder staan we stil bij de geleerde lessen en werkzame elementen uit de proeftuinen Blijvend Veilig.
Deze proeftuinen zijn een belangrijke ontwikkeling geweest die hebben geleid tot het Toekomst scenario Kind- en Gezinsbescherming. In hoofdstuk 4 schetsen we hoe we daar de komende periode aan de hand van een aantal ontwikkellijnen mee aan de slag gaan. In hoofdstuk 5 wordt een visie geboden voor de preventie-aanpak, waar de regiogemeenten ieder een eigen uitvoeringsplan op maken. Een omvattende aanpak van HGKM &SG kan niet zonder een preventie-aanpak, maar een belangrijk deel van de activiteiten is klein en lokaal en moet op de lokale situatie worden aangepast. Hierbij trekken de gemeenten waar mogelijk samen op. Vervolgens zijn er een aantal andere grotere en kleinere ontwikkelingen waar we de komende jaren mee verder willen gaan, geschetst in een aantal separate hoofdstukken over de aansluiting tussen straf en zorg, inclusief onze plegeraanpak en beschermingsmaatregelen zoals de Tijdelijke Huisverboden (H6), de aanpak van seksueel geweld (H7), de aanpak van femicide en intieme terreur (H8) en een verzamelhoofdstuk over verschillende specifieke doelgroepen en aanpakken (H9). In hoofdstuk 10 staan we tenslotte stil bij onze manier van werken: de waarden die we hanteren, het optuigen van een lerend en bijsturend systeem voor het samenwerkende stelsel, inclusief het betrekken van ervaringsdeskundigheid, de sturing in het veld en de governance voor de besluitvorming.
1.3 Dankzegging Wij danken alle partijen die mee hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit document. Naast de gemeentelijke bestuurders en ambtenaren hebben onze partners die in het veld werken aan de uitvoering van onze doelen intensief meegewerkt en meegedacht. Bovendien hebben we gebruik mogen maken van verschillende ervaringsdeskun digen die meededen aan de beleidsontwikkeling in de grote partnerbijeenkomst in de Amsterdamse Zuiderkerk op 19 juni 2025: vertegenwoordigers van Cliëntenbelang Amsterdam, MenAsWell, Together We Rise en verschillende ervaringsdes kundigen op persoonlijke titel. Dank daarvoor! Voorafgaand aan de definitieve besluitvorming is het advies ingewonnen van de formele adviesraden van de verschillende gemeenten.
7 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
2. Probleem en doelstelling 2.1 Waarom een aanpak huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld? Met HGKM bedoelen we gewelddadig, misbruikend of verwaarlozend gedrag. Het gaat om geweld in een situatie dat slachtoffer en pleger in relationele zin afhankelijk van elkaar zijn. Ook seksueel misbruik en seksueel geweld kunnen onder die definitie vallen. HGKM & SG laten diepe en blijvende sporen na voor slachtoffers, getuigen en plegers. Het geweld heeft grote negatieve mentale en fysieke gevolgen. Die gevolgen gaan een leven lang mee en strekken zich vaak uit tot ook weer de volgende generatie. De gevolgen zijn enorm, zowel persoonlijk als maatschappelijk, zowel sociaal, medisch als economisch. Daarnaast heeft Nederland zich gecommitteerd aan verschillende internationale verdragen die landen verplichten zich te richten op het beschermen van mensenrechten en het bestrijden
van geweld tegen vrouwen. Bijvoorbeeld het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW, 1979), de Verklaring inzake de uitbanning van geweld tegen vrouwen (1993), het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (CAT, 1984), Het Verdrag inzake de rechten van het kind (CRC, 1989) en de Istanbul Conventie (Raad van Europa, 2011). Met deze verdragen ten grondslag aan het regionale beleidskader, zetten we ons in om te komen tot een geweldsvrij bestaan.
2.2 Omvang en impact In Nederland worden jaarlijks tussen de 90.000 en 127.000 kinderen blootgesteld aan een vorm van kindermishandeling2. Eén op de twintig mensen boven de 16 jaar wordt herhaaldelijk mishandeld3, op jaarbasis is bijna 1,3 miljoen mensen slachtoffer van een of meerdere vormen van huiselijk geweld. 1,7 Miljoen mensen van 16 jaar of ouder rapporteert slachtoffer te zijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen- of
2 CBS Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (2024). 3 CBS Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (2024). 4 Nederlands Jeugdinstituut (NJI). (2025). Cijfers over huiselijk geweld. 8 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
buitenshuis, en de afgelopen vijf jaar werd er gemiddeld iedere 8 dagen een vrouw omgebracht door haar partner of ex-partner. De prevalentie van HGKM4 is de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven. In de regio Amsterdam-Amstelland kwamen in 2024 9.951 meldingen en 5.383 adviesvragen binnen bij Veilig Thuis (VT). In 59 procent van de meldingen over of van huishoudens ging het om kindermishandeling en in 34 procent om (ex-) partnergeweld. Landelijk onderzoek laat zien dat bij ruim de helft van de gezinnen die gemeld worden bij Veilig Thuis sprake is van zowel kindermishandeling als partnergeweld. Bij huishoudens zonder kinderen betrof 60 procent (ex-)partnergeweld, 6 procent geweld tegen ouders door hun kinderen en 5 procent ouderenmishandeling. In datzelfde jaar werd er 1.390 keer een beroep gedaan op de hulp en expertise van het Centrum Seksueel Geweld: door 552 slachtoffers in de acute fase en door 838 personen gesproken in de niet-acute fase. De verschillen tussen de gebieden in de regio zijn groot. In Amsterdam loopt dat uiteen van 1.753 meldingen gedaan in 2024 over huishoudens met én zonder kinderen in Amsterdam Nieuw-West, met een inwonersaantal van meer dan 165.000
(11 meldingen per 1000 inwoners) tot 466 meldingen voor ruim 90.000 inwoners in Amsterdam Centrum (5 meldingen per 1000 inwoners). In de Amstellandgemeenten zit het daar tussenin, bijvoorbeeld in Uithoorn waren er 241 meldingen voor bijna 32.000 inwoners en in Diemen 253 meldingen bij ruim 33.000 inwoners (8 meldingen per 1000 inwoners voor beide). De schade van HGKM & SG is zowel mentaal als fysiek. Denk bij mentale schade aan depressies, angsten en trauma’s, op zowel korte als lange termijn. Fysieke schade heeft de vorm van botbreuken en blauwe plekken. Maar ook: negatieve gevolgen voor een eventuele zwangerschap, suïcide en femicide horen hierbij. Slachtoffers ontwikkelen relatief vaak ongezonde coping mechanismes, zoals (overmatig) roken, schoolverzuim en alcoholgebruik.5,6 In veel studies is aangetoond dat kindermishandeling tot een achterstand in de ontwikkeling van hersenen kan leiden. Onderzoek van het Verwey Jonker Instituut laat zien dat kindermishandeling de structuur van hersenen beschadigt, met als gevolg dat bepaalde vaardigheden niet ontwikkeld kunnen worden. Kindermishandeling ontregelt de stresshuis houding als het dagen of weken voortduurt en beschadigt het emotionele geheugen.
Er is vaak sprake van herhaald slachtofferschap en het effect van geweld is intergenerationeel. Eerdere traumatische ervaringen maken mensen kwetsbaarder voor volgende traumatische gebeurtenissen, waardoor het risico op herhaling toeneemt. Kinderen die zelf slachtoffer zijn van mishandeling of opgroeien in een situatie waar sprake is van huiselijk geweld, lopen een hoger risico om zelf gewelddadige relaties aan te gaan, zowel als dader als slachtoffer. Ook bestaat het risico op ander crimineel gedrag. Naast de schade voor individuen, jongeren, ouderen en gezinnen, raken HGKM & SG ook de sociale omgeving en is de maatschappelijke schade groot. Onverwerkt (jeugd)trauma en aanhoudend geweld kent miljardenschade. Denk aan arbeidsongeschiktheid, verergerende psychische, psychiatrische of fysieke klachten, schoolverzuim en criminaliteit. Dit probleem vraagt veel van de overheid, instituties zoals politie en justitie, hulpverlenende organisaties en omstanders. Het niet effectief aanpakken van dit geweld kan bovendien wantrouwen in de overheid en instituties vergroten bij burgers en het gevoel van veiligheid doen afnemen.
5 Glaser, D. (2000). Child abuse and neglect and the brain - a review. Journal of Child Psychology & Psychiatry, 41(1), 97-116 6 Perry, B. D., & Szalavitz, M. (2007). The boy who was raised as a dog: And other stories from a child psychiatrist's notebook—What traumatized children can teach us about loss, love, and healing. Basic Books. 7 CBS Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (2024). 8 Presentatie 19 juni 2025 van Majone Steketee, Verweij Jonker Instituut. 9 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
De CBS Prevalentiemonitor7 laat zien dat vrouwen en non-binaire of genderqueer personen (respectievelijk 21,2% en 42,5%) vaker slachtoffer zijn van huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend dan mannen (12,7%), ook al zijn mannen even goed vaak slachtoffer, meer dan soms wordt gedacht. Specifiek voor huiselijk geweld geldt dat jongeren (16 tot 24 jaar) vaker slachtoffer zijn (20,8%) in vergelijking met de oudere leeftijdsgroepen. En dat huiselijk geweld overal in de maatschappij voorkomt, ongeacht opleidingsniveau, etniciteit of sociale klasse. Onderzoek van Verwey Jonker laat zien dat bij gezinnen waar het geweld helemaal is gestopt, het welzijn van ouders en kinderen toeneemt tot bijna het niveau van de algemene Nederlandse bevolking. Dit is waarom we ons blijvend inzetten tot het terugdringen en stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling.8
2.3 Ambitie en beoogde effecten De onderstaande ambitie is onderschreven door de gemeenten in de regio Amsterdam-Amstelland, het Actiecentrum Veiligheid en Zorg, de diverse lokale teams, Veilig Thuis, de gecertificeerde instellingen (GI's)9, Blijf Groep, de Raad voor de Kinderbescherming, Politie, het OM en de Reclassering in 2024 en vormt de basis voor deze aanpak. “Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld moet zo snel mogelijk stoppen. Voor altijd. Wij moeten ervoor zorgen dat de generaties na ons een gezond en geweldloos bestaan kunnen leiden. Dat is onze verantwoordelijkheid. Ieder van ons kan daarin iets doen. Klein of groot. We helpen maatschappelijk besef creëren (groot denken) en werken concreet (klein doen).” Deze ambitie is groots en verreikend. We willen daarmee zeggen dat er geen mate van huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel geweld is die we acceptabel vinden en dat we met onze aanpak willen doorgaan tot we het hebben opgelost. Tegelijk willen we realistisch zijn over wat we als overheid kunnen bereiken. Huiselijk geweld is een wijdverbreide en taaie problematiek, die zich over de generaties heen strekt, diepgeworteld
is in de maatschappij en onze middelen voor de aanpak zijn niet oneindig. We krijgen het niet binnen vier of vijf jaar opgelost. Dat betekent voor ons vooral dat we prioriteiten moeten stellen: wat is het belangrijkste om te doen, en waar moeten we mee beginnen. We vertalen deze ambitie naar vier effecten die we voor de maatschappij en voor alle inwoners willen bereiken. Het betreft hier een vergezicht, een visie waar we naar toe willen. Dit zijn de lange termijn doelen die de richting van onze inspanningen aangeven. • Voorkomen van geweld: door in te zetten op onderliggende oorzaken en door vroegtijdig toe te leiden naar hulp. We beogen dat inwoners zich veilig voelen in hun leefomgeving. • Duurzaam stoppen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld en van intergenerationele overdracht: door naast inwoners te staan en hen op maat van hun vraagstukken en situatie te ondersteunen. Hiermee willen we bereiken dat inwoners de hulp makkelijk vinden, ze deze op zowel de korte als de lange termijn als helpend ervaren en de samenwerking waarderen. • Bescheiden en betrouwbare overheid: door waar passend te normaliseren en door het recht op bescherming en rechtsbescherming hand in
9 Een GI is een organisatie die de uitvoering van opgelegde kinderbeschermingsmaatregelen verzorgt, zoals een ondertoezichtstelling, en daarnaast ook in vrijwillig kader in overleg met een huishouden veiligheidsplannen opstelt en de voortgang daarop monitort.
10 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
hand te laten gaan. Hiermee beogen we dat inwoners de overheid vertrouwen, en hulp willen en durven zoeken. • Zorgzame samenleving: door het besef van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een gezond en veilig bestaan te helpen vergroten. We willen bereiken dat inwoners, wanneer zij zich zorgen maken over HGKM &SG bij mensen in hun omgeving, dit bespreekbaar willen maken en hulp bieden aan deze mensen in hun omgeving. Dit regionaal beleidskader is geschreven in 2025 en van kracht vanaf 2026. We nemen ons voor dit beleidskader in 2029 te evalueren. Uit de evaluatie zal volgen of het nodig is onze beleidsuitgangs punten te herijken. Tot die tijd beschouwen we dit als onze leidraad.
3. Reflectie op vorige regionale aanpak (2020-2024) en de Proeftuinen Blijvend Veilig 3.1 Speerpunten van Regioaanpak 2020-2024 De Regioaanpak Veiligheid voor Elkaar (20202024) richtte zich op het bespreekbaar maken en aanpakken van Huiselijk Geweld, Kindermis handeling (HGKM) en Seksueel Geweld in de regio Amsterdam-Amstelland. In Bijlage 1 staat een uitgebreide samenvatting van wat er de afgelopen jaren nagestreefd en bereikt is.
2 Verantwoord ouderschap en veilige relaties
3.2 Resultaten
Professionals hanteren dezelfde visie, kunnen cultuursensitief handelen en signaleren geweld tijdig. Er is een adequate zorgstructuur, die professionals in staat stelt binnen en buiten de organisatie te handelen. De centrale rol voor wijkteams in het bieden van maatwerk en doorverwijzing wordt versterkt.
Vanuit deze speerpunten zijn er verschillende resultaten behaald. Zo is de samenwerking tussen formele en informele partijen versterkt en verbeterd door het opstellen en in gebruik nemen van het Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld. Daarnaast zijn er stappen gezet om passend aanbod te realiseren voor plegers van HGKM en seksueel geweld, zodat de problematiek doorbroken kan worden. Maatschappelijke ontwikkelingen vroegen ook om meer inzet op seksueel geweld. In oktober 2024 is een fysieke locatie voor het Centrum Seksueel Geweld (CSG) gerealiseerd. Hier kunnen slachtoffers onder één dak terecht voor forensische, medische en psychische hulp. Ook ontstond er landelijk meer aandacht voor intieme terreur en femicide. Dit leidde tot een landelijke aanpak met vier pijlers, waarbij we in Amsterdam-Amstelland een vijfde pijler ‘aandacht voor nabestaanden’ toevoegden. En er is belangrijke ervaring opgedaan met de Proeftuinen Blijvend Veilig, waarover meer in de volgende paragrafen.
3 Geweld stoppen en duurzaam oplossen De aanpak van huiselijk geweld en kinder mishandeling in de periode 2020 – 2024 richtte zich op 3 speerpunten, namelijk:
1 Zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid Met als doel dat iedereen signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling (her)kent, weet wat de routes naar hulp en advies zijn en het gesprek over veiligheid en geweld aan durft te gaan. Belangrijk hierbij was het verstevigen van de samenwerking met en tussen informele en formele partijen. Ook was hierbij aandacht voor specifieke groepen met een verhoogde kans op slachtofferschap.
11 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Professionals in staat stellen volgens één visie samen te werken aan een gezamenlijke, integrale aanpak voor het huishouden, met daarbij de aanpak toegankelijk en dichtbij door de wijkteams georganiseerd. Uitrollen van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Verder het versterken van de zorg- en justitieketen, met optimale informatie-uitwisseling en het inzetten van (preventieve) Tijdelijke Huisverboden.
3.3 Aanleiding voor het Toekomstscenario kinden gezinsbescherming In situaties waar sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling is het cruciaal dat de overheid huishoudens en gezinnen tijdig en op maat ondersteunt. In de praktijk lukt dat helaas nog te vaak niet: de inzet van hulp laat op zich wachten, de samenwerking tussen verschillende organisaties leidt regelmatig tot fouten en dubbel werk, en gezinnen voelen zich onvoldoende gehoord. Dit vergroot het wantrouwen richting de overheid. Te veel ouders, kinderen en andere betrokkenen
De jeugdbeschermingsketen is wettelijk ingericht volgens een ‘estafettemodel’: verschillende partijen zijn daarbij als schakels achter elkaar gezet en nemen om de beurt het stokje over. Allen met eigen wettelijke bevoegdheden, informatiesystemen en werkwijzen. Gezinnen en huishoudens, die al in een kwetsbare situatie zitten, gaan van loket naar loket. • Een traject start vaak bij een signaal van iemand die zich zorgen maakt. Bijvoorbeeld een leerkracht, politieagent, wijkteammedewerker of iemand uit het netwerk van een gezin. • De melding komt bij Veilig Thuis terecht. Zij hebben de wettelijke bevoegdheden om de melding te beoordelen. Dit kan ertoe leiden dat ze een onderzoek starten. Daarna gaan ze
12 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
geven aan dat zij zich niet gezien of gehoord voelen. Zij geven aan telkens opnieuw hun verhaal te moeten doen, terwijl hulp en bescherming langs elkaar heen lopen. Ook professionals geven aan dat zij onvoldoende ruimte ervaren om werkelijk naast gezinnen te staan en om de juiste onder steuning te bieden bij complexe problematiek zoals armoede, verslaving en psychische kwetsbaarheid. Die signalen zijn niet nieuw. Al jaren wijzen onder zoeken van onder andere het Verwey-Jonker Instituut en rapportages van de Inspecties op fundamentele knelpunten in het jeugdbescher mingsstelsel. Er is sprake van systeemdruk,
met de jeugdigen of het gezin in gesprek. Veilig Thuis medewerkers zijn bevoegd zonder toestemming van gezinnen gegevens te verstrekken of op te vragen bij hulpverleners of instanties. Conclusie kan zijn dat: - Er geen sprake is van onveiligheid, - Het gezin vrijwillig hulp aanneemt van jeugdbescherming (G.I.) of andere hulpverleners (zoals een lokaal team), of - Veilig Thuis een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming indient. • De Raad voor de Kinderbescherming doet op verzoek van Veilig Thuis of van een G.I. een beschermingsonderzoek. Deze medewerkers hebben de wettelijke bevoegdheid om zonder toestemming van het gezin dit onderzoek uit te voeren en de kinderrechter te verzoeken een
rolverwarring en beperkte regie bij gezinnen, met als gevolg dat we niet in staat zijn duurzame veiligheid te organiseren.
3.4 Wat hebben we daaraan gedaan? (Blijvend Veilig) In Amsterdam-Amstelland hebben we deze signalen ter harte genomen, evenals andere regio's. Onder de vlag van Blijvend Veilig is gewerkt aan een vernieuwde werkwijze waarin gezinnen centraal staan. In een samenwerking tussen Gecertificeerde Instellingen (GI's), Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, Blijf
jeugdbeschermingsmaatregel uit te roepen. Dit gebeurt zodra een ernstige ontwikkelingsbedreiging wordt vastgesteld. • De kinderrechter beoordeelt het verzoek en doet een uitspraak. • Na uitspraak van de rechter hebben de gecertificeerde instellingen de opdracht om de maatregel uit te voeren. Zij zijn wettelijk bevoegd om passende bescherming te bieden, en begeleiding en hulp in te zetten. Daarmee zijn zij een wettelijke verwijzer. Dit doen de gezinsmanagers door met ouders en kinderen de gewenste situatie in kaart te brengen. Zodra deze situatie is bereikt stroomt het gezin uit de keten.
Groep en lokale teams is in Amsterdam-Noord en Uithoorn vanuit de praktijk een nieuwe werkwijze beproefd. Niet de structuur van het systeem, maar de aard van het werk stond aan het begin van elke afweging. Elke situatie is uniek en complex, professionals hebben oog voor de diversiteit in gezinnen en in de hulpbehoefte en op organisatie niveau wordt voortdurend gereflecteerd op het eigen handelen van professionals. Professionals van Veilig Thuis, GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming werkten in een regionaal veiligheidsteam samen. Concreet werkte een duo van lokaal team, aangevuld met de expertise en bevoegdheden van een professional uit het regionale veiligheidsteam, samen met gezinnen aan veiligheid én herstel. De werkzaamheden van medewerkers in het regionaal veiligheidsteam zijn een integrale werkwijze voor de doelgroep van 0-100, huishoudens mét en zonder kinderen. Het is een nieuw vak, met nieuwe vaardigheden, competenties en deskundigheid.
Proeftuinen Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming Proeftuinen geven in de praktijk invulling aan systeem- en mensgericht werken, en aan de samenwerking tussen lokale teams, zorg- en veiligheidspartners en de beoogde regionale veiligheidsteams (RVT’s). Ze maken zichtbaar wat in de praktijk werkt en waar knelpunten zitten, en
10 Hierbij wordt ook samengewerkt met het AcVZ.
13 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Amsterdam-Amstelland is een officiële proeftuin. De opgedane kennis uit de proeftuinen in Amsterdam-Amstelland, en tien andere proeftuinregio’s verspreid over het land, hebben geleid tot het besluit van het Ministerie Justitie en Veiligheid, het Ministerie van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport en de Vereniging van Nederlandse gemeenten voor de toekomstige inrichting van regionale veiligheidsteams (RVT). Dit moet uiteindelijk leiden tot de wetswijziging die de werkwijze van een RVT legitimeert.
3.5 Wat hebben we eraan gehad? Resultaten waren hoopgevend. Gezinnen werden niet meer langs organisaties ‘geschoven’. Gezinnen hadden één vast contactpersoon. Zij hoefden niet meer bij verschillende loketten hun verhaal te vertellen. Medewerkers van het RVT voerden niet alleen regie, maar verleenden ook hulp. Zo werden uithuisplaatsingen voorkomen. Gezinnen werden op tijd geholpen met de juiste hulp. Daarbij was
leveren daarmee waardevolle input voor de verdere ontwikkeling van het Toekomstscenario. Daarnaast genereren ze kwalitatieve en kwantitatieve inzichten over de nieuwe werkwijze. Proeftuinen ontwikkelen in samenwerking concrete producten, zoals handreikingen of plannen van aanpak, die landelijk ingezet kunnen worden.
extra oog voor de onderliggende problematiek die leidt tot de onveilige situaties. Medewerkers van RVT voerden gesprekken over praktische en sociaaleconomische omstandigheden van een gezin en zetten daar acties op uit met als doel de veiligheid te vergroten. Al met al voelden gezinnen en huishoudens zich gehoord en ervoeren meer regie. Er zijn signalen dat professionals meer voldoening van hun werk ervaarden, ook door een toegenomen beleving met partners gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor gezinnen te dragen, en dat het verloop in personeel minder werd. De belangrijkste werkzame elementen die we in de Proeftuinen hebben onderscheiden zijn: • Ontwikkeling van Regionale Veiligheidsteams (RVT's), waarin professionals van verschillende disciplines samenwerken zonder schotten in de vorm van opeenvolgende taken of belemmerende privacywetgeving; • Versterking van lokale teams met gebiedsgericht georganiseerde ondersteuning vanuit specialistische en lokale organisaties; • Ontwikkeling van een Expertiseplatform HGKM waar een bundeling van kennis plaatsvindt en complexe casuïstiek multidisciplinair (inclusief politie, OM en Reclassering) kan worden opgepakt op één locatie;10 • Ontwikkeling van een kennis- en leerinfrastructuur om leren en ontwikkelen in de gebieden te ondersteunen.
Behalve met de ontwikkeling van RVT's, waar juridische beletsels voor zijn, gaan we met alle werkzame elementen aan de gang. Zie daarover verder hoofdstuk 4.
3.6 Juridische grenzen aan beproeven Tegelijkertijd liepen we tegen juridische en orga nisatorische grenzen aan. In het estafettemodel hebben de sleutelspelers gemeenten, Veilig Thuis, GI’s en RvdK eigen wettelijke taken en bevoegd heden. Het werk van professionals is gekaderd en afgebakend. In Blijvend Veilig is beproefd om alle taken van de drie organisaties in één organisatie te organiseren en uit te voeren. Er was geen wettelijk kader dat Blijvend Veilig legitimeerde. Daardoor liepen we tegen concrete juridische barrières aan: • Het bleek niet mogelijk om de juridische bevoegdheden rond gegevensdeling binnen Blijvend Veilig te combineren. Dit betekent dat zodra gezinnen geen toestemming geven om informatie te delen, Blijvend Veilig niet over alle gegevens beschikte die nodig zijn om zorgvuldige beslissingen te nemen. In zulke situaties is geprobeerd om informatie op te vragen bij Veilig Thuis, de gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinder bescherming. Daarmee bleef echter het
estafettemodel bestaan, waarin partijen elkaar achtereenvolgens benaderen in plaats van gezamenlijk te handelen. • Daarnaast is Blijvend Veilig geen wettelijke verwijzer. Dat houdt in dat verwijzingen altijd ondertekend moeten worden door een mede werker die in dienst is bij een gecertificeerde instelling. Wanneer zo’n verwijzing wordt afgewezen, leidt dit tot vertraging voor het gezin of huishouden en tot een extra belasting voor de professionals van zowel de GI als Blijvend Veilig. Dat beperkt de slagkracht van het systeem en gezinnen ervaren onnodige vertraging. • De Raad voor de Kinderbescherming heeft op zijn beurt de wettelijke bevoegdheid om bij alle betrokken partijen informatie op te vragen wanneer er een beschermingsonderzoek wordt uitgevoerd. Hiervoor is geen toestemming van het gezin nodig. Medewerkers van Blijvend Veilig hebben deze bevoegdheid niet. Wanneer een gezin geen toestemming geeft, blijft het onderzoek onvolledig en moet de Raad alsnog een beschermingsonderzoek starten in plaats van een toets uitvoeren. Dit leidt tot vertraging, dubbele werkzaamheden en opnieuw een estafettemodel. • Bij de ontwikkeling van het nieuwe vak vraagt de brede doelgroep 0-100 en de integrale werkwijze om inzet van professionals met uiteenlopende expertise en achtergronden. In de praktijk blijkt het lastig om deskundigen met
11 Een SKJ-registratie is een verplichte registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd voor professionals in de jeugdzorg, die aantoont dat zij voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor hun vak.
14 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
kennis van volwassenproblematiek betrekken, omdat zij vaak niet SKJ-geregistreerd zijn. Alleen medewerkers met een SKJ-registratie11 mogen een jeugdbeschermingsmaatregel uitvoeren. Dit kan ertoe leiden dat een gezin waarin het RVT betrokken is, alsnog overdragen moet worden. Er is geprobeerd om in zulke situaties een GI-medewerker met SKJregistratie supervisie te laten uitvoeren, maar dit leidt af van de ondersteuning die gezinnen nodig hebben. Door deze juridische beperkingen kan de nieuwe werkwijze niet doorgevoerd worden. We hebben nog steeds te maken met een ‘estafette-model': de verschillende instellingen moeten hun taken volgordelijk uitvoeren. De kracht van het RVT was juist dat alle organisaties allemaal tegelijk hun expertise kunnen inzetten waar nodig ter onder steuning van één hulpverlener, die van melding tot afronding aanspreekpunt is voor het gezin of huishouden.
3.7 Hoe verder? Om met RVT's te kunnen starten zijn we afhankelijk van wetswijzigingen. In het voorjaar van 2025 werd duidelijk dat het Rijk voorlopig geen wetswijzigings traject inzet om deze structurele knelpunten weg te nemen. Dat vraagt van de regio een bestuurlijke heroriëntatie. De G4 heeft er zomer 2025 bij het rijk op aangedrongen om alsnog werk te maken van wetswijzigingen.
In Amsterdam-Amstelland zijn wijkteams, Veilig Thuis, Jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming, het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) en de gemeenten in overleg gegaan over de vervolgstappen. De gezamenlijke inzet is helder: partijen en gemeenten werken samen om binnen de huidige wettelijke kaders zoveel mogelijk in de geest van het Toekomstscenario de dienst- en hulpverlening te organiseren. En de regio daarbij tevens voor te bereiden op de komst van de nieuwe wetgeving, zodat zodra de wetgeving definitief wordt aangenomen alle seinen op groen staan om de transformatie naar het Toekomstscenario te voltooien. Zoals Blijvend Veilig inspirerend werkte voor de professionals die daarin samenwerkten, zo is het stopzetten van deze werkwijze onder verwijzing naar juridische beperkingen een deceptie geweest voor zowel professionals als managers. Vooruitgang die was geboekt in de organisatie-overstijgende samenwerking is weer teruggedraaid. Dit vraagt een extra inzet om weer te gaan bouwen en het vertrouwen van professionals te (her)winnen met realistische afspraken. Ondertussen bewegen we, in zowel denken als handelen, van keten (estafettemodel) naar netwerk (samenwerking rondom het huishouden). In het kort: • We zetten in op hernieuwde, gebiedsgericht georganiseerde samenwerkingsafspraken tussen de partners
• We gaan uit van stevige lokale teams die we faciliteren met omringende deskundigheid. Het is wezenlijk dat de opgave voor professionals uitvoerbaar is. • Daarnaast zetten we in op een betere kennis- en leerinfrastructuur. Er wordt een expertiseplatform opgericht dat gaat organiseren dat we leren van praktijkervaringen en daarmee het vakmanschap verbeteren. In het volgende hoofdstuk staan de benodigde stappen beschreven.
3.8 Terugblik (algemeen) Als samenleving slagen we er nog onvoldoende in om HGKM te voorkomen en duurzaam te stoppen. Inwoners vragen niet graag om hulp, door schaamte en een gebrek aan vertrouwen in de overheid. Die hulp is vervolgens vaak weinig samenhangend, onvoldoende op maat, niet tijdig beschikbaar en dus onnodig duur. Wat bedoeld is als bescherming wordt door gezinnen met regelmaat ervaren als onnavolgbaar en bedreigend. De gevreesde inzet van machtsmiddelen is vervolgens beperkt effectief. Onderzoek laat zien dat kindermishandeling weliswaar wat meer afneemt bij inzet van een maatregel, desondanks is na anderhalf jaar bij 66% van de gezinnen nog steeds sprake van geweld, bij 47% zelfs van veel en/of ernstig geweld.12
12 Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K., Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem. Verwey-Jonker Instituut, Utrecht.
15 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
De doelen van de Regioaanpak 2020-2024 blijven actueel; de onderdelen van de speerpunten blijven ook allemaal relevant. Een aantal van die onderdelen bevinden zich inmiddels in een andere ontwikkelingsfase. De belangrijkste ontwikkeling in de afgelopen periode is die van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Door landelijke besluitvorming is de uitrol hiervan niet voortgezet zoals in de Proeftuinen beproefd en zoals we denken dat nodig is. De werkzame bestanddelen van het Toekomstscenario worden niettemin zo veel mogelijk opgenomen in het regionale beleidskader 2026, zoals in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Huiselijk Geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zijn hardnekkige, maatschappelijke problemen. Het aantal meldingen bij Veilig Thuis ligt al jaren rond de 10.000 en het CSG ziet een stijging in het aantal slachtoffers dat contact met hen zoekt. Met dit nieuwe, Regionale Beleidskader blijven we daarom – in nauwe samenwerking met alle partners – ons inzetten voor de bestrijding van deze problematiek. Alleen samen kunnen we stappen maken, waarbij we iedere professional, vrijwilliger en ook de inwoners van AmsterdamAmstelland hard nodig hebben. De geleerde lessen uit de Regioaanpak 2020-2024 nemen we mee, waardoor we de aanpak steeds iets kunnen aanpassen om de best passende interventies in te zetten.
4. Beter organiseren van hulp en ondersteuning In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe we de geleerde lessen en werkzame elementen uit de proeftuinen Blijvend Veilig in de regioaanpak voor de komende jaren willen integreren. Die werkzame elementen hebben geresulteerd in het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, dat we zo veel mogelijk willen implementeren. Door hieraan te werken versterken we het stelsel van hulp voor slachtoffers en plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld.
Ontwikkellijnen Ten behoeve van de effecten beoogd door het Toekomstscenario zien we verschillende ontwikkellijnen die elkaar versterken en samen hangen. De werkwijze van het Toekomstscenario staat niet op zichzelf: zij valt op verschillende manieren samen met andere brede ontwikke lingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd en de 'Beweging naar de voorkant'. Ook daar is sprake van stevige lokale teams, die zelf hulp bieden en waar nodig de deskundigheid van een specialist betrekken, wat we mogelijk maken door de deskundige partijen gebiedsgericht rond huishoudens en lokale teams te organiseren.
16 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
4.1 Stevige lokale teams Net als huisartsen dat zijn voor medische zorg, zijn lokale teams de ‘eerste’ vorm van professionele hulp voor iedere inwoner op sociaal gebied. Deze teams zijn er (onder meer) om collectieve en individuele hulp te bieden bij het signaleren, bespreekbaar maken en verhelpen van HGKM & SG voor alle inwoners die dat willen. De teams zijn aanwezig op scholen en een groot aantal andere plekken in de wijk, daarmee voor velen goed toegankelijk, en zij werken ook outreachend, waar nodig in samenwerking met informele partijen en ervaringsdeskundigen. Het is altijd al de opdracht van lokale teams geweest om aan de slag te gaan met problematiek van huiselijk geweld, maar de opdracht om met prioriteit te werken aan veiligheid in een gezin wordt steeds explicieter. Zij gaan mee in de gezamenlijke aanpak van het Toekomstscenario. Om dat mogelijk te maken willen we de lokale teams ook beter gaan faciliteren met nabij beschikbare deskundigheid, met een netwerk van aanvullende hulp (zie 4.2) en een gebiedsgerichte wijze van samenwerken met partners (zie 4.4).
De lokale teams bestrijken in ieder geval binnen het vrijwillig kader (samen) vier van de vijf gezinsen relatieprofielen zoals door Verwey-Jonker opgesteld. Bij dwingende controle/intieme terreur en eergerelateerd geweld worden vanaf de start aanvullende hulp en strafpartners betrokken. De organisaties die de aanvullende hulp en bescher ming bij HGKM & SG bieden, dragen bij aan sterke lokale teams door in ieder gebied beschikbaar te zijn als ‘meedenkers en meedoeners’. Zij dragen ook met inbreng van deskundigheid en kennis bij aan de doorontwikkeling van het benodigde vakmanschap. Lokale teams hebben een breed takenpakket, van opvoedhulp tot schuldhulpverlening, en van het helpen begrijpen van een binnengekomen brief tot regie op hulpverlening tot doorverwijzing naar een specialistische partij. Zij zijn gespecialiseerd in het helpen met bestaanszekerheden, o.a. door middel van sociaal raadsliedenwerk en schuldhulp verlening. Met meer nadruk dan eerder willen we inzetten op het wegnemen van stressfactoren die een bijdrage leveren aan het ontstaan en aanblijven van huiselijk geweld. Het verbeteren van de financiële situatie of woonomstandigheden kan doorslaggevend zijn in vermindering van spanning en geweld in huis. Daarmee geven we ook vorm aan ‘Bewegen naar de voorkant’.
Voor een optimale aansluiting bij de bewoners voor wie zij werken streven de lokale teams een personele bezetting na die een afspiegeling is van de bevolking in het gebied waar ze werken. Cultuursensitiviteit is wezenlijk om bewoners goed bij te staan en hier worden medewerkers op getraind. In toenemende mate wordt ook gebruik gemaakt van de hulp en inzichten van ervaringsdeskundigen. De komende jaren ontwikkelen de lokale teams zich steeds verder in de richting van de rol zoals landelijk afgesproken in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en ook de Hervormingsagenda Jeugd. Er wordt conform het landelijk 'Handelingskader’ samengewerkt voor veiligheid, met het hanteren van de fasen (1) directe veiligheid borgen, (2) werken aan duurzame veiligheid, (3) herstel. Dat betekent dat acute veiligheid borgen altijd prioriteit heeft, maar wanneer er geen sprake is van acute onveiligheid, dan zetten we juist in op het oplossen van problemen ‘aan de voorkant’ om de inzet van zwaardere zorg te voorkomen. De uitgangspositie van de lokale teams in de verschillende gemeenten van de regio verschilt enigszins in de mate van het zelf bieden van hulp en de inhoudelijke scope van de opdracht.
17 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Wat merkt de inwoner van Amsterdam/ Amstelland van de nieuwe werkwijze van lokale teams? Er is een melding van de politie over een gezin binnengekomen bij Veilig Thuis. Minutenlang was er in het hele blok geschreeuw te horen; toen er een theepot door het raam vloog belde een van de buren met de politie. Er heeft wederzijdse mishandeling plaatsgevonden. Veilig Thuis neemt contact op met de betrokkenen: een stel met een kind van zeven jaar oud. Er wordt hen hulp aangeboden maar ook indringend verteld dat ze niet alleen elkaar niet mogen mishandelen, maar het hun kind ook niet aan mogen doen getuige te zijn van dit geweld. Veilig Thuis stelt vast dat financiële zorgen in belangrijke mate hebben bijgedragen aan spanningen in huis. Het stel geeft aan zelf geschrokken te zijn van de situatie en open te staan voor hulp. Zij worden doorverwezen naar een lokaal team. De hulpverlener van het lokaal team zet meteen schuldhulpverlening in gang, maar gaat ook in
gesprek met beide ouders over hoe ze kunnen voorkomen dat het weer zo hoog oploopt. De aanbevelingen van de hulpverlener worden allemaal weggewimpeld, de ouders zeggen het zelf beter te weten, maar lijken niet echt bezig te willen met gedragsverandering. De hulpverlener overlegt met een collega van Jeugdbescherming over hoe ze in deze situatie tot de ouders door kan dringen. Lokaal team en Jeugdbescherming beramen samen een aanpak waarin de ouders worden aangesproken om zelf met een verandervoorstel te komen. Dit helpt: beide ouders erkennen dat ze minder kunnen escaleren en benoemen ieder een voornemen hoe ze dat gaan doen. De combinatie van de aandacht voor hun situatie, aanspreken op het voorkomen van geweld en dat er zicht komt op het einde van de financiële nood, geeft de ouders rust. Na een jaar doet Veilig Thuis een hercontrole en constateert dat ruzies nog wel voorkomen maar niet meer ontaarden in geweld. Het dossier wordt gesloten.
4.2 Netwerk van aanvullende hulp Om huishoudens en het lokaal team heen staat in ieder gebied een netwerk van aanvullende hulp en bescherming. Die bestaat in de eerste plaats uit de partijen die een rol hebben in de aanpak huiselijk geweld: Veilig Thuis, de gecertificeerde instel lingen (GI’s) namelijk Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, Leger des Heils, de Raad voor de Kinderbescherming en tenslotte Blijf Groep (in Amsterdam en sommige Amstellandgemeenten). Blijf Groep voert gespecialiseerde ambulante hulpverlening na huiselijk geweld uit (naast de opvang na huiselijk geweld – zie ook 4.6). Het netwerk van aanvullende hulp bestaat niet alleen uit partijen die gefocust zijn op het interveniëren in geweldspatronen. Naast ondersteuning bij het stoppen van geweld gaat het om hulp bij factoren die vaak bijdragen aan geweld: wonen, werk en inkomen, volwassen problematiek als psychische kwetsbaarheid en
verslaving of een verstandelijke beperking. De komende jaren willen we altijd oog hebben voor inkomen en financiën, voor het betrekken van partners in de volwassenenzorg en in het straf domein, en voor de (weliswaar verminderde) beschikbaarheid van jeugdhulp. We zetten in op het tijdig betrekken van schulddienstverlening, structurele financiering van sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen (SPV) en voorrang op jeugdhulp voor gezinnen die te kampen hebben met HGKM of SG. Regelmatig speelt psychische problematiek een rol bij één of meer betrokkenen in een huiselijk geweld situatie. Daarnaast veróórzaakt huiselijk geweld ook psychische problemen. We hechten groot belang aan het snel kunnen betrekken van GGZ-hulpverlening bij de casuïstiek die daarom vraagt. Om geweld waar psychische problematiek een rol speelt te stoppen en intergenerationele overdracht te voorkomen, betrekken wij GGZorganisaties bij initiatieven zoals Switch13 en inzet van de SPV bij Jeugdbescherming14. We blijven zoeken naar mogelijkheden de ondersteuning van
13 Switch is een netwerksamenwerking tussen Blijf Groep, de Waag (forensische GGZ), GGZ BRight (volwassen psychiatrie, veelal gericht op trauma) en Altra (jeugdzorg). Zij werken als een dicht netwerk in gezinnen waar al generaties lang geweld plaatsvindt. 14 Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen werken binnen Jeugdbescherming om gezinnen vanuit het volwassen perspectief te ondersteunen en gezinsmanagers handvatten te geven om beter om te gaan met opvoeders die mogelijk psychische problematiek ervaren. 15 De kindcheck is een verplichte signaleringsmethode voor professionals die met volwassen cliënten werken, zoals artsen en zorgverleners, en is onderdeel van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij wordt gekeken of de volwassenen die ondersteuning nodig heeft ook verantwoordelijk is voor de opvoeding en het welzijn van kinderen. Wanneer er zorgen zijn dat de volwassene vanwege de hulpvraag of problematiek niet in staat is de opvoeding of het welzijn veilig te stellen zijn de professionals verplicht om jeugdzorg te consulteren. 18 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
lokale teams hierbij te optimaliseren. We ondersteunen onze GGZ-partners om actie te ondernemen wanneer dit vanuit de Kindcheck15 nodig blijkt te zijn. Daarnaast maken we afspraken met zorgverzekeraars om domein overstijgend samenwerken te stimuleren. Tenslotte is aansluiting op informele organisaties belangrijk voor een vroegtijdige inzet op HGKMproblematiek. Informele organisaties zijn voor hun doelgroep vaak laagdrempelig en horen eerder over HGKM- en ander problematiek dan de reguliere hulpverlening. Ook kunnen ze soms een belangrijke rol spelen in de bredere aanpak van de problematiek. Daarom is aansluiting daarop vanuit lokale teams van groot belang. We schakelen hiermee niet alleen de meest passende hulp verlening bij een probleem in, we sluiten hiermee ook aan op de "beweging naar de voorkant": het inzetten van de lichtste vorm van hulp die nodig is, waarmee erger wordt voorkomen en waarmee niet alleen kosten worden bespaard maar mensen ook maximaal op hun zelfredzaamheid worden aangesproken.
4.3 Expertiseplatform Een belangrijk onderdeel van het Toekomstscenario is de ontwikkeling van een Expertiseplatform. Dit is een netwerkorganisatie die werkt vanuit een fysieke locatie. Het gaat om het organiseren van alle benodigde disciplines zodat slachtoffers op één plek terecht kunnen voor forensisch onderzoek, aangifte, bijstand en zorg. Dat is vooral nodig bij ernstige vormen van huiselijk geweld: denk daarbij vooral (maar niet uitsluitend) aan intieme terreur en eergerelateerd geweld. Op en vanuit deze plek werken de domeinen van zorg en straf nauw samen. Daarvoor brengen we een aantal professionals met specialistische kennis en ervaring bij elkaar en organiseren we ook de benodigde voorzieningen op één plek. Het Expertiseplatform heeft twee verschillende functies. De eerste is de concentratie van specia listische kennis op één plek. De tweede is als spil en aanjager van de regionale kennisontwikkeling en het samen leren van alle betrokken partijen: de regionale kennis- en leerplatformfunctie. Deze functies komen samen in de notie van een kennis centrum, vandaar Expertiseplatform. Vanwege de bevoegdheden die nodig zijn, brengen we het Expertiseplatform onder bij Veilig Thuis. De kennisen leerplatformfunctie is een netwerkproject, onder aansturing van een stuurgroep samen gesteld uit een vertegenwoordiging van gemeenten en uitvoeringspartners.
19 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
We zorgen dat huishoudens met de meest ernstige vormen van HGKM, bescherming en hulp op één plek gaan vinden. In navolging van 'Filomena’ in Rotterdam-Rijnmond wordt in AmsterdamAmstelland een inloopfunctie gekoppeld aan de fysieke locatie van het Expertiseplatform. Als Amsterdam-Amstelland benutten we de ervaring uit Rotterdam-Rijnmond graag en bouwen we daarop voort. We beogen in Q1 van 2026 de fysieke locatie te openen voor huishoudens met problematiek waarvoor alle functionaliteiten onder één dak het meest nodig is. De inloopfunctie is er voor inwoners uit de hele regio en we gaan organiseren dat ook mensen die verder af wonen van de fysieke locatie er goed terecht kunnen (bijvoorbeeld met een taxikostenvergoeding). Het regionale kennis- en leerplatform HGKM faciliteert het delen van kennis en ervaringen tussen professionals en jaagt het gezamenlijk leren ook aan. Dat doen we praktijkgericht, organisatie overstijgend en gebiedsgericht. De uitwisselingen staan ten dienste van eigen casuïstiek en het leren van elkaar. In eerste instantie richt dit platform zich op de lokale teams en Veilig Thuis, Jeugdbescher ming en Raad voor de Kinderbescherming. In een latere fase wordt dit uitgebreid naar andere partners in het netwerk.