CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Regionaal Beleidskader HGKM en SG.pdf

RAAD 22 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze in dienen op het regionaal beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld (VN2025-018475)25.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

9.2 Lhbtiq+-personen Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld komen in alle lagen van de samenleving voor. Echter blijkt bij bepaalde groepen, zoals lhbtiq+-personen, dat de prevalentie van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld hoger en structureler van aard is, vergeleken met heteropersonen. Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, bi+-personen en vooral transpersonen worden veelvuldig slachtoffer van huiselijk geweld, waaronder seksueel misbruik en seksueel geweld. We continueren de komende jaren de inzet op het tegengaan van huiselijk geweld, kindermishande­ ling en seksueel geweld jegens en binnen de lhbtiq+- community. Dit doen we door: • Het afstemmen van het zorgaanbod op de specifieke behoeften van lhbtiq+-personen met het Centrum Seksueel Geweld (CSG); • Het versterken van de samenwerking tussen de specialistische hulpverlening en zelf- en belangenorganisaties en informele partijen, gezien hun meerwaarde in de aanpak van

•

•

•

•

huiselijk- en seksueel geweld; Het verzamelen van input van belangrijke partijen die zich inzetten voor de lhbtiq+gemeenschap, om te bepalen welke inzet het meest nodig is voor de aanpak van HGKM en seksueel geweld; Het vergroten van de bewustwording en het doorbreken van het taboe rondom het bespreken van en hulp zoeken bij HGKM en seksueel geweld; Het vergroten van de kennis bij professionals in het veld van huiselijk geweld en kindermishandeling over lhbtiq+-personen middels trainingen en andere informatie­ middelen over het herkennen en bespreken van HGKM & SG bij lhbtiq+-personen; Het organiseren van specifieke praatgroepen en peersupport voor verschillende subgroepen binnen de lhbtiq+-gemeenschap.

9.3 Vrouwen met een afhankelijk verblijfsrecht Vrouwen met een afhankelijk verblijfsrecht (van wie het verblijfsrecht in Nederland is gebaseerd op de verbintenis met een partner) hebben een vergrote kans op slachtofferschap als het gaat om geweld achter de voordeur. Hun verblijfsstatus is gekoppeld aan hun partner, wat een ongelijke machtsverhouding creëert en het risico op afhankelijkheid, misbruik en geweld vergroot.

Wanneer deze vrouwen slachtoffer worden van huiselijk geweld, kunnen zij door angst voor verlies van hun verblijfsrecht terughoudend zijn om hulp te zoeken of aangifte te doen. Wanneer er kinderen in het spel zijn, is deze angst nog groter. Hoewel deze vrouwen in navolging van het Verdrag van Istanbul hun verblijfsrecht kunnen behouden indien zij het geweld kunnen aantonen, zijn veel vrouwen en instanties hier niet van op de hoogte. Of de vrouwen durven niet te praten. Het is dus van belang om actief te waarborgen dat vrouwen met een afhankelijk verblijfsrecht toegang hebben tot hulp, opvang en juridische onder­ steuning, zonder angst voor uitzetting. Vanuit dit

Aandacht voor HG en vrouwen­ rechten in inburgeringscursus In het kader van de aanpak Noord wordt actief ingezet op het versterken van de positie van vrouwen met een afhankelijk­ heidsrecht door structurele aandacht voor vrouwenrechten en huiselijk geweld in de inburgeringscursus, zodat nieuwkomers signalen eerder herkennen en weten waar ze terechtkunnen. Daarnaast wordt ingezet op het bevorderen van participatie, uitbreiding van weerbaarheidstrainingen en juridische hulp bij scheiding.

25 Onder andere met financiering van afdeling Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden 26 Wat zijn schadelijke traditionele praktijken? (2026, 11 augustus). Movisie. Wat zijn schadelijke traditionele praktijken? | Movisie

38 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

beleidskader HGKM & SG willen we hierop inzetten door proactieve informatievoorziening, vanuit bijvoorbeeld de Vrouwenrechtswinkels, door partijen die dicht bij de doelgroep staan. Mensen met een asielzoeker- of vluchtelingen­ status en ongedocumenteerde mensen worden vaak geconfronteerd met seksueel geweld in het land van herkomst, tijdens de vlucht of in Europa. We werken daarom samen met het CSG en andere afdelingen, zoals bij de Boys’ Club van het CSG op een COA-locatie. Hierbij is de ambitie om ook een Girls’ Club te ontwikkelen.25 Daarnaast zet het CSG in op verhoogde inzet in de vorm van deskundig­ heidsbevordering, training en casussamenwerking met COA-locaties in de stad.

9.4 Schadelijke traditionele praktijken Schadelijke traditionele praktijken is een verzamel­ term voor vormen van onderdrukking en geweld tegen kinderen (vooral meisjes) en mannen en vrouwen die voortkomen uit traditie, cultuur, religie of bijgeloof. Deze geweldsvormen worden gepleegd en actief gedoogd door de ouders of familie van het slachtoffer of door religieuze en gemeenschapsleiders. Ze krijgen, of ervaren, de toestemming van de meerderheid van de gemeen­ schap. Hierdoor kan het lang voortbestaan en wordt het van generatie op generatie overgedragen.26

Er zijn verschillende schadelijke traditionele praktijken waar we vanuit dit regionale beleids­ kader aandacht voor hebben. Hieronder vallen eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en achterlating, en vrouwelijke genitale verminking (VGV). Binnen de aanpak werken we nauw samen met zelforganisaties die een belangrijke signalerende rol hebben en eventueel de brug kunnen slaan naar formele hulpverlening.

Landelijke cijfers van Veilig Thuis Cijfers van CBS laten zien dat er in 2020 landelijk bij Veilig Thuis 1.500 meldingen waren van eer­ gerelateerd geweld, huwelijksdwang en achter­ lating. Uit onderzoek blijkt dat deze aantallen in de praktijk hoger liggen. Eergerela­teerd geweld is over het algemeen ernstig en gevaarlijk: slacht­ offers kunnen de steun verliezen van hun hele gemeenschap en in sommige gevallen lopen zij levensgevaar. De politie en Blijf Groep hebben hier expertise op en het op te richten Expertisecentrum zal dit ook als specialisatie hebben. Huwelijks­ dwang en achterlating, vooral van schoolgaande meisjes, is een kwestie die vooral in de preventieve sfeer moet worden opgepakt. Leerkrachten en hulpverleners moeten op de hoogte zijn van signalen van dreigende huwelijksdwang en achterlating.

Vrouwelijke genitale verminking (VGV) Naar schatting lopen in Nederland 4.200 meisjes de komende 20 jaar risico op vrouwelijke genitale verminking, aldus Pharos, Expertisecentrum voor

39 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

gezondheidsverschillen. Bij de GGD Amsterdam is de coördinatie ten aanzien van vrouwelijke genitale verminking sinds 2019 geborgd bij de afdeling Forensische Geneeskunde en Medische Advisering van de GGD. Binnen de aanpak VGV zet de GGD in op bereiken van (potentiële) slachtoffers door inzet van sleutelpersonen, het vergroten van kennis over VGV bij professionals bij (in)formele organisaties, de ontwikkeling van het VGV-netwerk in Amsterdam, onderzoek en op het houden van een VGV-nazorgspreekuur voor vrouwen die besneden zijn. Doel van de inzet is volledige uitbanning van VGV per 2030.

9.5 Complexe scheidingen Scheidingen zijn niet alleen een bron van stress voor ouders maar ook oorzaak van veel problemen van kinderen. Wanneer ouders met veel onmin uit elkaar gaan, is het risico groot dat het belang van kinderen ondergesneeuwd raakt. Kinderen kunnen zelfs ingezet worden als middel in de strijd tussen scheidende ouders, wat natuurlijk voor de kinderen emotioneel beschadigend kan zijn. In sommige gevallen volgt een scheiding op een situatie van huiselijk geweld en is (of blijft) er ook na de scheiding risico voor de veiligheid van het kind. De zogenaamde ‘ouderverstoting’ is ook een risico, dat wil zeggen dat een van de ouders zo negatief is over de andere ouder dat het voor het kind emotioneel onuitvoerbaar wordt contact met die andere ouder te houden.

We zetten erop in het zo ver niet te laten komen. Meer inzet op preventie is een van de lessen die we hebben geleerd van calamiteiten in het verleden en de geleerde lessen mee te nemen in deze aanpak. In Amsterdam wordt gestart met een Aanpak Scheidingen. We zetten daarmee in op waarborging van de belangen van het kind, inclusief de mogelijkheid met beide ouders positief contact te houden. We willen laagdrempelige ondersteuning aanbieden aan ouders die een scheiding overwegen, inclusief relatietherapie. We willen, in lijn met de beweging naar de voorkant, het eigen netwerk van ouders betrekken. Zo hopen we in Amsterdam scheidingen minder complex te laten verlopen. Amsterdam houdt contact met andere gemeenten uit de regio over de aanpak om geleerde lessen ook elders te kunnen inzetten, want het probleem wordt ook in de regio gevoeld. Bij deze aanpak hoort natuurlijk het informeren van professionals die met ouders te maken kunnen krijgen over welke mogelijkheden voor hulp er zijn. Tegelijk moeten professionals goed geïnformeerd worden over signalen van ontsporende scheidingen en scheidingen in situaties als bijvoorbeeld intieme terreur. We moeten onze ogen er niet voor sluiten dat er ook situaties zijn waarin het niet in het belang van het kind is met beide ouders contact te houden. Daarover beslist uiteindelijk de rechter, maar hulpverleners moeten zich daar ook bewust van zijn.

10. Werkwijze 10.1 Waarden Het verbeteren van de hulp en bescherming bij HGKM & SG is veelomvattend. Daarbij helpt een gezamenlijk kompas. Ons eerste doel en algemene richtlijn is het realiseren van veiligheid. Daarnaast hanteren we de vier basisprincipes van het Toekomstscenario als kompas, richtinggevend en toetssteen voor eenieders handelen.

Veiligheid eerste prioriteit Voorondersteld in deze basisprincipes, die immers ten dienste staan van bescherming, is dat veilig­ heid de eerste prioriteit is. Het is onze gedeelde prioriteit en verantwoordelijkheid huishoudens te helpen geweld direct en blijvend te stoppen. We kijken niet weg, we staan naast inwoners, we lopen mee zo lang als nodig en zo kort als kan en we geven gezamenlijk voorrang aan huishoudens die te kampen hebben met geweld.

Basisprincipes van het Toekomstscenario Gezins- en gebiedsgericht HGKM & SG is een maatschappelijk probleem en een uitingsvorm van verschillende onderliggende oorzaken. We doen recht aan dit besef door gezinnen op maat en van nabij te ondersteunen. Ook waar het gaat om scholen of buurten die een

40 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

aanpak in HGKM behoeven doen we dit zo veel mogelijk vanuit nabijheid in de buurt. Collectief waar dat kan, gezinsgericht of individueel waar nodig. Omdat we eenieder geluk, kansen en steun in de eigen omgeving gunnen. Rechtsbeschermend en transparant we gunnen iedereen die dat nodig heeft bescherming tegen geweld, en evenzeer bescherming tegen ongepast handelen van de overheid. Daartoe dient het stelsel verbeterd te worden, van de eerste ontmoeting met hulp­ verlening tot rechterlijke uitspraken. Dat moet bijdragen aan bescherming die wordt gewaar­ deerd in plaats van gevreesd, en aan een overheid die door burgers wordt vertrouwd. Eenvoudig we kijken en handelen vanuit het perspectief van de leef- en niet de systeem­wereld. De vraag van de inwoner c.q. het huishouden is leidend en niet het aanbod van organisaties. Daarom moet de hulp dichtbij en toegankelijk worden georganiseerd, met vaste aanspreekpunten voor het gezin, en met integrale sturing op de ondersteuning. Professionals met expertise over veiligheid worden zo veel mogelijk toegevoegd en overdracht wordt zo veel mogelijk vermeden. Professionals doen elkaars werk niet over.

Lerend De professionals die met het gezin aan de slag gaan, hebben ruimte om te leren en steeds beter te worden in hun vak om zo steeds beter te kunnen helpen. In de werkomgeving worden professionals gewaardeerd en krijgen de ruimte om zich te ontwikkelen. Het leren op individueel niveau en als stelsel wordt gefaciliteerd. Er ligt een stevige verbinding tussen praktijk en structureel onderzoek. Een nadere uitwerking van dit basisprincipe volgt in de volgende paragraaf.

10.2 Lerende werkwijze HGKM & SG is een taai probleem wat van eenieder een lerende houding en een lange adem vraagt. Continu (reflectief) leren om steeds beter te worden, is onderdeel van het dagelijks werk voor alle betrokkenen in het werkveld van kind- en gezinsbescherming. We leren niet alleen van elkaar in het werk maar ook op andere manieren van jongeren, volwassenen en gezinnen, van ervarings­ deskundigen, van data en van de wetenschap. • Alle betrokken organisaties vragen hun ‘cliënten’ regulier hoe hulp en bescherming wordt ervaren en in welke mate deze helpend wordt gevonden. Deze feedback is een belangrijke bron van leren voor professionals,

•

•

•

•

•

•

praktijkorganisaties en gemeenten. We vragen ervaringsdeskundigen zich te verbinden aan de kennis- en leerinfrastructuur c.q. het Expertiseplatform en van daaruit bij te dragen aan het passend voorlichten van jongeren, ouderen en gezinnen, de gezamenlijke werkwijzen en deskundig­ heidsbevordering van professionals. Vanuit het Expertiseplatform, het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, het Masterplan ZO=Zuidoost en het programmateam HGKM & SG ondersteunen we de tactische gebieds­ overleggen bij het gebruik van data, ervarings-, praktijk- en wetenschappelijke kennis ten behoeve van de sturing in het eigen gebied. Wij ondersteunen professionals bij het werken vanuit het handelingskader. Hiermee kunnen zij zich de grondhouding van naast de cliënt staan beter eigen maken. Ook ondersteunt het handelingskader het effectief leren in de praktijk. Het Expertiseplatform zal de organisatieoverstijgende werk- en leergroepen faciliteren die de beoogde ontwikkeling helpen realiseren, zoals ook beschreven in paragraaf 4.3. Binnen het Nationaal Programma Samen NieuwWest en Masterplan ZO=Zuidoost worden nieuwe werkwijzen beproefd die voor de rest van de stad Amsterdam en de regio leerzaam kunnen zijn; daar gaan we gebruik van maken om te kijken wat er elders toepasbaar is Tot het leren behoort ook het lering trekken uit

41 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

calamiteiten, als die zich voordoen. Op calamiteiten volgt een analyse wat er is misgegaan en wat we daarvan kunnen leren.

10.3 Halfjaarlijkse monitoring en doorontwikkeling We beschreven de maatschappelijke effecten die we beogen voor jongeren, volwassenen en gezinnen in paragraaf 1.2. Die effecten liggen niet in de directe invloedssfeer van het stelsel of de regioaanpak. Wel geven ze onze ambitie weer op samenlevingsniveau en vormen daarmee onze stip op de horizon. Om meerjarig te werken aan de beoogde maatschappelijke effecten en daarop voortdurend bij te sturen ontwikkelen we een systematische wijze van monitoren, die ertoe aanzet om 2 keer per jaar gevoed te reflecteren op het resultaat van acties in relatie tot die beoogde effecten. We beogen met de stappen in de richting van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming veel ontwikkelingen tegelijk te realiseren. Die moeten in samenhang uitgevoerd worden en met veel partners tegelijk. Het is niet goed mogelijk tevoren een precieze planning daarvoor op te stellen, daarvoor zijn er te veel onbekende factoren. Dat maakt het ook noodzakelijk om op gezette tijden de balans op te maken, te reflecteren op wat er bereikt is en te bezinnen op hoe verder, in de richting die dit beleidskader

aangeeft. Het gaat er daarbij niet alleen om te bepalen wat er is bereikt van de voornemens van het afgelopen half jaar, maar ook wat er is bereikt in het verminderen van de onveiligheid in huishoudens. Tweemaal per jaar houden we een partneroverleg, waarin we de tijd nemen om samen terug te kijken naar wat we bereikt hebben en vooruit te kijken naar wat we het komende half jaar willen realiseren. In de halfjaarlijkse bijeenkomsten volgen we op gebieds- en regioniveau in welke mate de beoogde ontwikkeling plaatsvindt en in hoeverre deze ook bij lijkt te dragen aan de effecten die we beogen. Op basis daarvan leren we en sturen we bij. De voorbereiding is vooralsnog in handen van het programmateam HGKM & SG en betreft in ieder geval een gezamenlijk project met partners. Hierbij betrekken we ook steeds ervaringsdeskundigen.

10.4 Sturing in het veld • In ieder gebied stuurt het samenwerkings­ verband van de belangrijkste organisaties in de HGKM-aanpak: Veilig Thuis, lokale teams (in Amsterdam: OKT en Buurtteams), JBRA, Blijf Groep) op de realisatie van de opgave HGKM & SG. Daarbij ondersteunen we de ontwikkeling van integratie van dit samenwerkingsverband met de ‘cockpits’ (van de aanvullende jeugdhulp) in ieder gebied. Voor de trekkers van de opgave HGKM & SG vanuit deze tactische gebiedsoverleggen, organiseren we

vanuit het Expertiseplatform een leergroep. Het gebiedsoverleg wordt bij haar taak ondersteund door bestuurlijke buddy’s. • Deze buddy’s vormen de verbindende schakel met de stuurgroep Gebiedsgericht Samenwerken (GGSW). Voor Amsterdam en de DUO-gemeenten sluiten we aan bij deze stuurgroep GGSW waar het gaat om de vormen van samenwerken en leren in de gebieden. En daar halen we ook telkens de stand van de realisatie in de gebieden op. Amstelveen en Aalsmeer hebben daartoe hun eigen route. • De praktijkorganisaties werken samen aan de gedeelde werkwijze en het organisatie overstijgende leren vanuit het expertise­ platform. Dit expertiseplatform is technisch belegd bij VT, met alle praktijkorganisaties als ‘mede-eigenaar’. Die sturen op de ontwikkeling, betrekken de reflectiegroep Expertiseplatform en rapporteren aan het partneroverleg HGKM & SG. • We beleggen de inhoudelijke doorontwikkeling van de werkzame elementen van het Toekomstscenario (zie paragraaf 3.5) bij een aantal werk- en leergroepen. Deze worden gefaciliteerd door het expertiseplatform dan wel het programmateam HGKM & SG. Organisaties zijn trekker van werkgroepen. Zo is op het moment van schrijven versterking van gebiedsgericht werken belegd bij lokale teams en VT, trekt JBRA het handelingskader gefaseerd samenwerken voor veiligheid en de gemeente Amsterdam de ontwikkeling van gebiedsprofielen.

42 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

• Op regioniveau behouden we het partneroverleg HGKM & SG, waaraan alle voor de opgave relevante praktijkbestuurders en gemeentelijke directeuren deelnemen. Dat doen we voor het gezamenlijke zicht op de problematiek in de regio, samenhangende sturing op de beoogde effecten, het gezamenlijke leren en doorontwikkelen en ter voorbereiding op politieke besluitvorming. Voor de opgave HGKM & SG vervangt dit partneroverleg de voormalige stuurgroep Blijvend Veilig. • We investeren in gezamenlijk vakmanschap, door de ondersteuning van het samen werken en leren in gebieden centraal te bekostigen. Dit wordt uitgevoerd vanuit het expertiseplatform. We financieren praktijkorganisaties langjarig, in lijn met de aard van de problematiek. • De gemeente ondersteunt het gezamenlijke werken met helder en afgestemd opdrachtgeverschap.

10.5 Governance HGKM & SG raken aan tal van portefeuilles. Veel verschillende (politiek) bestuurders zijn de afgelopen jaren bij de besluitvorming over HGKM & SG betrokken geweest, omdat HGKM & SG raken aan zowel veiligheid als zorg als jeugd. De betrokkenheid van veel bestuurders draagt bij aan draagvlak voor de aanpak en aan input vanuit veel invalshoeken, tegelijk maakt het besluitvormings­ processen ingewikkeld en tijdrovend. Vooral in het

samenbrengen van de perspectieven van veiligheid enerzijds en zorg en jeugd anderzijds zien we kansen. Voor de komende periode willen we die perspectieven samenbrengen en de besluitvorming vereenvoudigen, ten behoeve van efficiëntie en slagkracht. In dit beleidskader is het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming geïntegreerd in de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. De aansluiting van de aanpak HGKM met het Toekomstscenario, de rol van de gecertificeerde instellingen daarin en de aansluiting bij de Hervormingsagenda Jeugd zijn hiermee geborgd. Voor de besluitvorming binnen het kader van dit beleidskader zullen we de volgende vereenvoudigde governance hanteren: • Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur (ABDB) van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst AmsterdamAmstelland (GR) is besluitvormend over dit beleidskader, en verder over de zaken die onder de GR vallen, namelijk Veilig Thuis, het Centrum Seksueel Geweld en de besteding van overige gezamenlijke regionale middelen. Na een ABDB besluit worden besluiten die een raadsbevoegdheid zijn aan de individuele gemeenteraden voorgelegd voor instemming of voor het geven van een zienswijze. Dit is niet anders dan nu. • De burgemeester is leidend bestuurder op specifieke onderdelen die onder de portefeuille Veiligheid vallen, zoals het THV, het

•

•

•

•

programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) en de betrokkenheid van politie en OM. Iedere gemeente wijst een coördinerend bestuurder aan voor het onderwerp HGKM & SG. De wethouder Zorg wordt betrokken op onderdelen van het dossier die volwassenen betreffen. De wethouder Jeugd wordt betrokken op onderdelen van het dossier die jeugdigen betreffen. De beleidsvoorbereiding van besluitvorming van het ABDB vindt primair plaats door de beleidsadviseurs HGKM & SG van de zes gemeenten die samenwerken in het regionale programmateam HGKM & SG. VT en CSG worden in deze voorbereiding ook meegenomen. Deze beleidsadviseurs hebben de verantwoordelijkheid te zorgen voor aansluiting van onderdelen van de HGKM & SG aanpak die organisatorisch bij collega's zijn ondergebracht, in het bijzonder de accounts van de GI’s en de lokale wijkteams. Besluitvorming wordt verder voorbereid door consultatie met een stuurgroep HGKM bestaande uit bestuurders van uitvoeringspartijen. De realisatie van de doelstellingen van dit beleidskader, en in het bijzonder de ontwikkelingen in het kader van het Toekomstscenario, vragen om co-creatie tussen beleid en praktijk en om gezamenlijk sturen en leren van opdrachtgevers en

43 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

opdrachtnemers. De werkwijze zal zijn om als beleidsmakers samen op te trekken met de belangrijkste partners in het veld. De input vanuit het veld wordt door het programmateam in een voortdurende cyclus opgehaald en meegenomen in nieuwe voordrachten. Cocreatie van beleid met praktijk is niet vrijblijvend, maar zien we als een voorwaarde voor politieke besluitvorming • Voor de integrale ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming benutten we het Directeurenoverleg Veiligheid en Zorg en de Stuurgroep Veiligheid en Zorg. Met deelname van ook de strafpartners hebben deze gremia de meest passende inhoudelijke scope. Mogelijk moeten enkele partners op agenda worden toegevoegd voor een evenwichtige besluitvorming over HGKM. In deze gremia brengen we de voorstellen in die voortkomen uit het programmateam HGKM & SG verrijkt met de consultatie met de stuurgroep HGKM.

10.6 Middelen Om alle ambities te realiseren zijn middelen nodig. Om verschillende redenen is er niet voor gekozen de ambities te koppelen aan middelen in een begroting. In de eerste plaats is onvoldoende vooraf te bepalen hoeveel middelen er op welk moment waarvoor nodig zijn. Voor de ambities in het kader van het dichterbij brengen van het Toekomst­

scenario geldt dat in het bijzonder: het Toekomst­ scenario beoogt een transformatie in werkwijze te realiseren die werkende weg verder ontwikkeld zal worden. In principe hoeft die werkwijze geen extra geld hoeft te kosten, anders dan wat opstartkosten waar incidentele rijksmiddelen beschikbaar voor zijn, maar de praktijk zal uitwijzen hoe dat loopt. Ook op andere vlakken kunnen we niet goed voorspellen welke ontwikkelingen zich zullen voordoen: het Centrum Seksueel Geweld bijvoorbeeld heeft een stormachtige groei meegemaakt, maar we weten niet hoe lang dat doorzet. In de tweede plaats zijn er veel verschillende geldstromen gemoeid met de aanpak van HGKM die een totaalbegroting voor HGKM & SG zeer onoverzichtelijk maken. Om te beginnen zijn er geoormerkte rijksmiddelen (Du-Vo) voor de aanpak HGKM & SG, die slechts een deel van de regionale kosten dekken, en waarvan de jaarlijkse (accres) bijstelling niet voorspelbaar is. Het rijk heeft verschillende incidentele voorzieningen die deels voor HGKM ingezet worden, zoals de Blijvend Veilig- en de POK-middelen, maar besluitvorming over de besteding daarvan gebeurt per jaar, afhankelijk van actuele prioriteiten. Dan zijn er zes verschillende gemeenten, die ieder naar rato van hun bevolking een bijdrage leveren aan gezamenlijke uitgaven maar ook separate kosten hebben voor niet-gezamenlijke uitgaven in het kader van HGKM.

Vervolgens zijn er naast partijen die uitsluitend in het kader van HGKM gemeentelijke financiering ontvangen ook partijen

die alleen gedeeltelijk in het kader van HGKM werken, zoals de lokale wijkteams en ook de GI’s. Bij deze partijen is het niet uit te splitsen welk deel van hun budget HGKM-gerelateerd is. Uitgangspunt voor dit beleidskader is dan ook: bestaande structurele budgetten worden voortgezet. Wij realiseren ons beleid daarmee en met aanvullende (incidentele) rijksmiddelen. De beschikbaarheid van middelen kan van invloed zijn op het tempo waarin het lukt beleid te realiseren. Wanneer uitvoering van het beleid gehinderd wordt door gebrek aan middelen, zoeken we eerst naar een oplossing binnen bestaand budget en wanneer dat niet lukt kiezen we tussen het verschaffen van extra budget of het bijstellen van ambities. Wanneer ambities worden verhoogd, zijn ook extra middelen nodig. Daarover gaan we in voorkomende gevallen ook met het rijk in gesprek.

4 december 2025

44 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Bijlage 1 Terugblik Regioaanpak (2020-2024) Veiligheid voor Elkaar 1 Doelen en resultaten

Speerpunt 1

In de Regioaanpak Veiligheid voor Elkaar (20202024) stond het bespreekbaar maken van (on) veiligheid in huis centraal. Hierbij werden zowel de inwoners, als professionals in de regio betrokken. Inwoners kunnen namelijk een belangrijk verschil maken in het doorbreken van het taboe, waardoor direct betrokkenen durven te praten over de situatie waar zij in verkeren. Dit is de eerste stap in het doorbreken van de cirkel van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook voor professionals is het belangrijk dat zij over onveiligheid praten met huishoudens waar spanning heerst. Zij kunnen eraan bijdragen dat spanning niet uitmondt in geweld. Een ander doel uit de Regioaanpak 2020-2024 was het stimuleren van de samen­ werking tussen verschillende professionals. Door beter samen te werken, worden huishoudens beter geholpen.

Binnen speerpunt 1 zetten de AmsterdamAmstelland gemeenten zich in om inwoners van de regio te bereiken en te betrekken. Om op die manier HGKM en seksueel geweld zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid te maken. De regiogemeenten stelden daarbij als doel om het gesprek open te breken, de kennis van inwoners over risicosignalen en eventuele gevolgen te vergroten en de drempel te verlagen naar advies en hulp. Hierbij hoorden de volgende doelen:

Samengevat zetten de Amsterdam-Amstelland gemeenten binnen de Regioaanpak 2020-2024 in op drie speerpunten: 1. Zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid 2. Verantwoord ouderschap en veilige relaties 3. Geweld stoppen en duurzaam oplossen

45 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

4. Vertrouwen geven door ontzorgen en faciliteren Inwoners kennen de routes naar advies en aanvullende hulp. 5. Aandacht voor specifieke groepen Er is aandacht voor specifieke groepen, zoals slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating, opsluiting, eergerelateerd geweld, mensenhandel, lhbtiq+-personen en ouderen.

Resultaten Speerpunt 1 1. Kennis en bewustwording Iedereen kent en herkent signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en ook de gevolgen ervan. Inwoners weten dat veiligheid een recht is, en wat de routes naar advies en hulp zijn. 2. Open dialoog Er wordt een open dialoog gevoerd over overtuigingen en normen van inwoners over geweld. 3. Handelingsbekwaamheid en weerbaarheid Iedereen durft het gesprek over veiligheid en geweld aan te gaan en weet hoe je je zorgen en vermoedens van geweld ter sprake brengt.

De Amsterdam-Amstelland gemeenten zetten samen en afzonderlijk verschillende campagnes in. Deze richtten zich op omstanders, ouderen, lhbtiq+personen, potentiële slachtoffers van femicide en slachtoffers van seksueel geweld. De campagne­ materialen zijn verspreid bij huisartsen, buurthuizen, bibliotheken, sportscholen, bioscopen, bushaltes en damestoiletten, om het bereik zo groot mogelijk te maken. De campagnes droegen bij aan alle vier de doelen. Om huiselijk geweld, kindermishande­ ling en seksueel geweld uit de taboesfeer te halen is echter blijvende inzet nodig. Voor het bereiken van verschillende groepen mensen zijn zelforganisaties van groot belang. Zij bieden laagdrempelige hulp en kunnen, indien

nodig, warme overdracht naar hulpverlening verzorgen. Vanuit de Regioaanpak creëerde de gemeente Amsterdam daarom samen met zelforganisaties en formele organisaties het Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Dit Handboek is een hulpmiddel dat ervoor zorgt dat informele (en formele) partners beter weten wat hun rol is in de samenwerking, waardoor zij elkaars expertise beter kunnen benutten. Onderzoeken naar meldingsbereidheid onder inwoners, het bespreekbaar maken van onveilig­ heid thuis onder jongeren en transgenderpersonen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld dragen bij aan het vergroten van de kennis en omvang van de problematiek. Zo gaf het onderzoek naar meldings­ ­bereidheid inzicht in welke drempels inwoners ervaren per organisatie, zodat verschillende organisaties gericht acties kunnen ondernemen die passen bij bepaalde doelgroepen.

Speerpunt 2 Speerpunt 2 focuste op het voorkomen van geweld, door professionals bij de aanpak te betrekken die direct contact hebben met risicogroepen. Onderzoek toonde namelijk aan dat kwetsbaarheid van ouders, kinderen en ouderen het risico op HGKM vergroot. Bijvoorbeeld bij ouders die te maken hebben met psychiatrische problematiek, armoede of werkloosheid. Ook bij ouderen, transgenderpersonen en kwetsbare kinderen is dit risico groter. Bij speerpunt 2 hoorden de volgende doelen:

46 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

1. Alle professionals hanteren dezelfde visie Zo werkt iedereen volgens dezelfde inzichten over wat er nodig is om huiselijk geweld en kindermis­ handeling te voorkomen of vroegtijdig te keren (zie ook speerpunt 3). 2. Professionals zijn getraind om te handelen Meer beroepskrachten zijn erin getraind om op een cultuur sensitieve manier te reageren op risicosignalen. Dit doen zij door geweld voor te zijn door tijdig te signaleren. Zij bieden steun aan betrokkenen, werken aan bewustwording en weerbaarheid en brengen de situatie van het gehele systeem in kaart. Ook zetten zij extra in bij risicovolle life events, zoals een geboorte of een conflictscheiding. 3. Er is een adequate zorgstructuur Alle organisaties werken met de vernieuwde Meldcode en beschikken over een intern werkproces dat ervoor zorgt dat professionals binnen en buiten de organisatie kunnen handelen. Een adequate zorgstructuur bestaat uit alerte professionals, een snellere aanpak op maat door sluitende informatiestructuren binnen privacyrichtlijnen. 4. Centrale rol voor wijkteams De wijkteams (inclusief jeugdgezondheidszorg) hebben een sleutelrol. Zij vervullen een signaleringsfunctie voor uitvoerende organisaties en informele netwerken in de wijk. Zij zijn deskundig, kunnen ondersteuning op maat bieden en kunnen doorverwijzen naar relevante andere partners, zoals informele netwerken of specialisten.

Resultaten Speerpunt 2 Verschillende trainingen droegen bij aan het equiperen van professionals. Zoals trainingen over de Meldcode voor medewerkers in het onderwijs, de kinderopvang, organisaties die werken met ouderen of transgenderpersonen, maar ook voor medewerkers van lokale teams. Voor studenten Social Work van de Hogeschool van Amsterdam is de `Meldcodeshow’ ontwikkeld. Binnen de Jeugdgezondheidzorg en volwassenen GGZ vroegen we aandacht voor de opvoedersrol van cliënten door het afnemen van de Kindcheck. Naast trainingen verzorgden de AmsterdamAmstelland gemeenten samen met partners conferenties, bijvoorbeeld over intieme terreur en femicide.

Speerpunt 3 Vanuit speerpunt 3 was het doel om geweld in gezinnen of relaties te stoppen en structureel op te lossen. Dit deden we door aandacht te hebben voor de professionals die betrokken zijn bij deze gezinnen of huishoudens op het moment dat er sprake is van onveiligheid. Hierbij heeft de regio ingezet op het werken met de visie van Van Arum en Vögtlander, waarbij professionals in de wijk samen volgens één integraal plan zorgen voor directe en structurele veiligheid. Hierbij werden de volgende doelen opgesteld: 1. Professionals werken samen volgens één visie Zij werken daarbij samen, met andere profes­ sionals, met alle gezinsleden en hun netwerk. Daarbij hoort dat er een gedeelde visie is op het

herstellen van veiligheid, dat de hulp gender­ sensitief, systeemgericht en integraal is. 2. De aanpak van het geweld is toegankelijk en dichtbij. Dit aanbod wordt georganiseerd door de wijkteams of de professionals in de wijk. Zij werken daarbij samen met de sociale basis, specialisten zoals de GI’s, de vrouwenopvang en gemeentelijke diensten. Hierbij worden risico’s en gevolgen aangepakt. Daarnaast coördineren en signaleren de wijkteams en de professionals in de wijk. 3. Er is aansluiting door de volwassenen GGZ bij de aanpak van geweld Professionals werken samen met lokale teams en andere professionals op een gezamenlijke, integrale aanpak voor het huis­houden. Zij zijn proactief en aanwezig in de leefomgeving van het huishouden. Daarnaast wordt ook volwassenen GGZ ingezet indien er sprake is van jeugdhulp. Voor kinderen van ouders met GGZ-problematiek zijn er KOPP-groepen (kinderen van ouders met psychische problematiek). 4. Aanvullende zorg en bescherming door specialisten vindt plaats op wijkniveau in één veiligheidsteam Door inzet van een nieuwe Kind- en Gezinsbescherming komt er een team van specialisten dat op wijkniveau werkt, die wijkteams kunnen betrekken voor advies en ondersteuning.

47 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

5. Interventies zijn beschikbaar voor slachtoffers en direct betrokkenen Doordat er een gezamenlijke, systeemgerichte aanpak wordt opgesteld, wordt ook specialistische hulp ingezet indien er sprake is van trauma’s. 6. Er is optimale informatie-uitwisseling tussen de zorg- en justitieketen De informatie vanuit de zorg is zo vroeg en volledig mogelijk beschik­baar, om een afgewogen en goed geïnformeer­de strafrechtelijke beslissing te nemen. 7. De inzet van Tijdelijke Huisverboden vanuit hulpinstanties is doorontwikkeld De effectiviteit van het middel wordt in kaart gebracht en het wordt eerder ingezet om verdere escalatie te voorkomen. 8. Er is effectieve escalatie van complexe en weerbarstige casuïstiek Professionals kunnen escaleren bij stagnatie van zeer complexe, herhaalde, ‘vastgelopen’ casuïstiek, waarbij zij ook van de afhandeling kunnen leren voor het voorkomen van nieuwe of herhaalde situaties.

Resultaten Speerpunt 3 De uitrol van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zou bijdragen aan het realiseren van deze doelen. Door landelijke ontwikkelingen stopte de uitrol, partners werken daardoor nog steeds/weer binnen het huidige ‘estafettemodel’. De geleerde lessen en ingezette

voorbereidingen richting het Toekomstscenario krijgen een plek binnen het nieuwe regionale beleidskader. Om intergenerationele overdracht tegen te gaan, is er binnen de Regioaanpak Veiligheid voor Elkaar een aanpak opgesteld die zich richt op plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Binnen de aanpak kunnen partners instrumenten zoals het (preventieve) THV inzetten, ook is er binnen het Nationaal Programma Samen Nieuw-West een supportgroep voor plegers opgezet. Deze en andere activiteiten zijn ontwikkeld naar aanleiding van een onderzoek over het bestaande en ontbrekende hulpaanbod voor plegers in Amsterdam-Amstelland. Daarbij is ook een digitale hulpwijzer voor plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld opgesteld.

2 Wat we hebben bereikt in hoofdlijnen Samenwerking Er zijn goede stappen gezet in samenwerking tussen verschillende domeinen. Er zijn sociaal­ psychiatrisch verpleegkundigen ingezet die de professionals kunnen adviseren over en onder­ steunen bij onbegrepen gedrag van de opvoeders. De samenwerking tussen formele en informele organisaties is versterkt door het opstellen van een Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld. Hiermee leren formele en informele organisaties

beter samen te werken en elkaars expertise te beter benutten. Ook hebben we vanuit de Regioaanpak de informatie-uitwisseling verbeterd tussen het zorg- en strafdomein zodat straf­oplegging met zorg in verplicht kader worden gecombineerd. Dit blijft van alle betrokkenen aandacht vragen.

Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Sinds 2019 startte Amsterdam-Amstelland als een van zes regio’s een pilot voor een meer effectieve jeugdbescherming onder de naam Blijvend Veilig. Uit die gezamenlijke, landelijke ervaring ontstond het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario). Het Toekomstscenario is een effectieve aanpak voor de gehele doelgroep HGKM van 0 tot 100 jaar. Hierbij hebben gezinnen en huishoudens te maken met vaste gezichten van robuuste, lokale teams. In Amsterdam Noord en in Uithoorn werd gestart met de nieuwe manier van werken, waarbij lokale teams en veiligheidsexperts als duo’s samenwerkten in de wijkgerichte aanpak. Doordat er landelijk geen juridische ruimte werd gemaakt om het Toekomst­ scenario verder uit te rollen, moesten de teams in Amsterdam-Amstelland stoppen. De geleerde lessen en de werkzame bestanddelen nemen we op in dit nieuwe regionale beleidskader.

Inzet op plegers Om geweld en de intergenerationele doorgifte van geweld te stoppen is het nodig om vanuit het zorg- en veiligheidsdomein ook in te zetten op plegers van HGKM & SG. Hoewel er al langer

48 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

aanpakken bestaan gericht op plegers was het binnen de Regioaanpak HGKM een vernieuwing om dit ook als noodzakelijk te zien en uit te breiden. Buiten de eerdergenoemde activiteiten vanuit zorg, kunnen partners hiervoor instrumenten zoals het (preventieve) Tijdelijk Huisverbod inzetten.

Specifieke doelgroepen Vanuit de Regioaanpak was er ook extra aandacht voor bepaalde doelgroepen die extra risico lopen door bepaalde kwetsbaarheden. Zo is er in samenwerking met Veilig Thuis extra ingezet op bewustwording en bestrijding van financieel misbruik van ouderen. Daarnaast organiseerden we trainingen over signalen bij en bejegening van lhbtiq+-personen. Ook voerden we een onderzoek uit om van jongeren te horen hoe zij onveiligheid thuis bespreekbaar zouden kunnen maken.

Seksueel geweld De afgelopen jaren is er toegenomen maatschap­ pelijke en politieke aandacht voor seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vanuit de Regioaanpak is nauw samengewerkt met het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel geweld van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg. Samen met het Centrum Seksueel Geweld (CSG) zijn er verschillende trainingen gegeven aan professionals, bijvoorbeeld over ‘handelen bij (een vermoeden van) seksueel misbruik’. Ook verzorgde het CSG muzikale lezingen in samenwerking met stichting Wij zijn M over seksueel misbruik bij kinderen.

Intieme terreur en femicide Door een aantal femicide-zaken die nationaal veel media-aandacht kregen, is sinds 2023 landelijk en regionaal nadrukkelijk aandacht gekomen voor femicide (vrouwenmoord) en intieme terreur als extreme vormen van HKGM. Vanuit de Regio­ aanpak is daarom aandacht besteed aan bewust­ wording en deskundigheidbevordering over het patroon van intieme terreur dat meestal voorafgaat aan femicide. Hierbij lanceerden we campagnes in damestoiletten voor potentiële slachtoffers van femicide. We hebben tevens de rondreizende tentoonstelling femicide op verschillende plekken in de regio getoond. Ook organiseerden we een conferentie en theatervoorstellingen voor deskundigheidsbevordering bij professionals. Vanaf 2024 is er een landelijke aanpak op het gebied van intieme terreur en femicide gelanceerd met de volgende 4 pijlers: primaire preventie, zicht op (dreigend) geweld, interventies en hulpverlening, en zicht op probleem en aanpak. In 2025 is een regionale aanpak voor AmsterdamAmstelland vastgesteld waarbij hulp aan nabestaanden als vijfde pijler is toegevoegd.

Bijlage 2 Afspraken voor realisatie Q4 2025 – Q1 2026 Inleiding Paragraaf 2.2 van het beleidskader 2026 beschrijft de verschillende (maatschappelijke) effecten die beoogd worden voor kinderen, volwassenen, gezinnen en huishoudens. Ook wordt beschreven met welke resultaten/ ontwikkellijnen we daaraan beogen te werken de komende jaren. Eén en

ander is omschreven na gesprekken met ervaringsdeskundigen, uitvoe­rings­partijen – professionals en bestuurders-, en verschillende betrokkenen vanuit de gemeenten (verantwoordelijk wethouders, management en inhoudelijk betrokken beleidsadviseurs).

Figuur 1 - werkmodel beoogde transformatie

Resultaat

Impact doelgroep

Maatschappelijke impact

We werken als stelselverantwoordelijken en stelselpartijen aan deze resulataten:

We zullen daardoor veranderingen zien in de ervaringen van kinderen, volwassenen, huishoudens en gezinnen.

Wanneer deze veranderingen optreden, zullen we dit zien gebeuren in de bredere samenleving.

Acties die leiden tot verandering

Acties voor verandering

De ontwikkellijnen

27 De voorbereiding hiervan is vooralsnog in handen van het programmateam HGKM & SG en betreft in ieder geval een gezamenlijk project met partners, met gebruik van ervaringskennis van zowel slachtoffers HGKM & SG als van professionals.

49 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Om meerjarig samen te werken aan de beoogde maatschappelijke effecten en daarop voortdurend en tijdig bij te sturen, ontwikkelen we een systematische wijze van transformatiemonitoring.27

Wanneer het gaat om het omschrijven van maatschappelijke effecten of impact zijn dat zaken die niet in de directe invloedssfeer van het stelsel of de regioaanpak liggen. Wel geven ze onze ambitie weer op samenlevingsniveau en vormen daarmee onze stip op de horizon. Aan die stip zijn resultaten te verbinden waarop we als betrokken stelselpartijen en stelselverantwoordelijken samen met de kennis van ervarings­ deskundigen wel invloed hebben. Ieder half jaar bepalen we gezamenlijk aan welke acties te werken om ‘dichterbij’ die resultaten te komen. Dat kan betekenen dat we afbreken wat een barrière vormt, we meer aandacht geven aan dat wat kansrijk is en hetgeen geleerd is een plek geven in het licht van de beoogde transformatie.

Werken met een transformatieagenda De komende vier jaar wordt gewerkt aan de ontwikkellijnen/resultaten zoals beschreven in het beleidskader. Dan doen we (vooralsnog) door te handelen in samenhang, te bouwen aan kennis en expertise, de governance aan te passen, ons te richten op blijvende systeemgerichte inzet en ons handelen te baseren op kennis. Hierna volgt per actie de agenda voor komend half jaar.

Deze aanpak zet ertoe aan om twee keer per jaar tijdens zogenoemde kennis- en integratiebijeen­ komsten te reflecteren op de resultaten van de ingezette acties in relatie tot de beoogde resultaten. Tijdens deze halfjaarlijkse bijeen­ komsten nemen we de tijd om samen terug te kijken naar wat we bereikt hebben, wat kansrijk is gebleken en wat niet gewerkt heeft. Dat proberen we te duiden, waarna we bepalen welke acties er op onze (dynamische) transformatie agenda staan én wat daarvan prioriteit en dus actie vraagt voor het komende halfjaar. We volgen daarbij zoveel als

Figuur 2 - Uitwerking acties | 7 ontwikkellijnen/resultaten en 5 grote acties om hieraan te werken

Regio aanpak HGKMSG als beleidskader 2026

Ontwikkellijnen/resultaten

1. Preventie passend binnen de huidige tijd 2. Sterke lokale teams 3. Netwerk van aanvullende hulp

Samenwerken aan Veiligheid (in uitvoering)

Handelen in samenhang

Bouwen aan kennis en expertise

Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026 Governance

4. Gebiedsgericht samenwerken 5. Gedeelde handelingskaders 6. Regionaal expertiseplatform

Blijvende systeemgerichte inzet

7. Verbinding zorg en straf

Handelen op basis van kennis

50 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

mogelijk op gebieds- en regioniveau in welke mate de actie bijdraagt aan de beoogde resultaten (ontwikkellijnen). Op basis daarvan leren we, sturen we bij en bereiden we besluitvorming voor. In de periode tussen de twee kennis- en integratie­­bijeenkomsten worden ontmoetings­ momenten georganiseerd tussen de trekkers of verantwoordelijken van de verschillende acties. Zo bewaken we samenhang, markeren we tussentijdse stappen of barrières en bereiden we samen de volgende kennis- en integratiebijeenkomst voor.

Actie agenda Oktober 2025- maart 2026

Actie 1: Handelen in samenhang Het doorbreken van verkokering en versnippering in beleid en praktijk. Afgestemd en vasthoudend handelen rond kinderen en volwassenen, gezinnen en huishoudens waar sprake is van HGKM & SG.

Actie 2: Bouwen aan kennis en expertise Leren van casuïstiek, versterken van deskundigheid en benutten en uitbouwen van het expertisecentrum, bestaande uit de fysieke (inloop)locatie en de leer- en kennisinfrastructuur.

Wie: Buurtteam, OKT, Gemeente Amsterdam. Zij werken samen met de ‘uitlijngroep’ als bestaand gremium.

Wie: Veilig Thuis, JBRA, gezamenlijke gemeenten, in overleg met o.m. Blijf Groep en het CSG.

Aan de slag met: 1. Start met introductie en kennismaken met het handelingskader binnen alle betrokken organisaties. 2. Start in twee gebieden in 1 of 2 teams waarin het gedeeld handelingskader en de AMM samen worden geoefend en geëvalueerd met zorg én strafpartners. 3. Verbind in deze stadsdelen ook met de cockpits. 4. Uitzoeken: (hoe) hangt preventie ter voorkoming van HGKM & SG hier samen? (Waaronder bestaanszekerheid, APOO).

Aan de slag met: 1. Ga door met ontwikkelen ‘Filomena’ in verbinding met CSG. 2. Organiseer een eerste leeratelier rond één complexe casus waarbij straf, zorg en ervaringsdeskundigen samen reflecteren en leerpunten delen via het regionaal leerplatform. 3. Werk een gezamenlijk scholingsplan uit. 4. Werk (multidisciplinair) een kennis en leerinfrastructuur (incl. transformatiemonitoring) uit in nauwe samenhang met actie 5. 5. Uitzoeken: hoe ontstaat er breed eigenaarschap voor deze ontwikkeling binnen het gehele zorg- en veiligheidsdomein.

51 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Actie 3: Governance Helder opdrachtgeverschap, bestuurlijk eigenaarschap en eenvoud in sturing.

Wie: Programmamanager namens gezamenlijke gemeenten (trekker) zoekt hierin de samen­ werking met collega’s binnen de gemeenten en de bestuurders van de verschillende uitvoerings­ partijen. (= bestaand gremium). Aan de slag met: 1. Vereenvoudiging van de governance waarbij HGKM & SG focus is. Deze governance laten aansluiten bij zorg- straf overleg ACVZ. Stop op nieuwe werkgroepen. 2. Organiseer een gezamenlijke verdiepingsslag: wat is co creëren in netwerken, hoe doen we dat met elkaar en wat betekent dat voor onze sturingsfilosofie en de bestaande gewoontes? (Samenhang 2 en 5). 3. Start met de ambtelijke inhoudelijke voorberei­ ding van de verschillende inhoudelijke besluitvormingspunten, gevoed door de uitvoering. (Samenhang alle acties 1, 2, 4 en 5). 4. Uitvoeringsorganisaties richten hun organisatie/ teams naar de gebieden/gemeenten.

Actie 4: Blijvende systeemgerichte inzet Voorkomen van loslaten, werken vanuit het principe: "niemand wordt losgelaten tenzij iemand anders vasthoudt". We richten ons op het hele (familie) systeem. Wie: OKT, JBRA, ACVZ, gemeente Amsterdam betrekken de bestaande netwerkpartijen (informeel en formeel) vanuit het nationaal programma in Amsterdam NW. Aan de slag - startend in Amsterdam NW- met: 1. Inventarisatie bestaande casussen waarin langdurige inzet al zichtbaar is. 2. Analyseer 5 lopende casussen waarin vasthoudendheid, samenwerking zorg-straf en warme overdracht zichtbaar is. Wat werkt? Wat ontbreekt? 3. Borging SPV'ers en casusregie in lokale netwerken. 4. Vastleggen gezamenlijke overdrachtsafspraken. 5. Opstarten samenwerkingsafspraken rond forensische expertise en juridische arrangementen. Begin klein: bijvoorbeeld samenwerking tussen jeugdreclassering/ACVZ en een wijkteam rond een jongere met multiproblematiek.

52 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Actie 5: Handelen op basis van kennis Handelen en besluiten op basis van kennis. Besluitvorming op baseren op basis van data, inzichten uit het systeem en wetenschap. Wie: Expertiseplatform (in opdracht VT), programmanager namens gezamenlijke gemeenten, dataspecialist gemeente, kwartiermaker kennis en leren/JBRA en HGKM-academie. Aan de slag met: 1. Oefen en ontwikkel een eerste prototype van een dashboard met data uit minimaal twee gebieden. 2. Organiseer de transformatiemonitoring en een lerend proces. Faciliteer en organiseer de dialoog tussen de verschillende trekkers.

Bijlage 3 Lijst met afkortingen ABDB Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur

OM Openbaar Ministerie

AcVZ Actiecentrum Veiligheid en Zorg

POK Parlementaire Ondervraging Kinderopvangtoeslag

ASM Adviesteam Seksueel Misbruik

RvdK

CBS Centraal Bureau voor de Statistiek

RVT Regionaal Veiligheidsteam

CSG Centrum Seksueel Geweld

RNZS Regionaal Netwerk Zorg en Straf

COA Centraal Orgaan Asielzoekers

SISG Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld

DUO Diemen – Uithoorn – Ouder-Amstel

SKJ Stichting Kwaliteitsregister Jeugd

DU-VO Doeluitkering Vrouwenopvang

SPV Sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen

GGSW Gebiedsgericht Samenwerken

TKG Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming

GI Gecertificeerde Instelling

THV Tijdelijk Huisverbod

GR Gemeenschappelijke Regeling

VGV Vrouwelijke genitale verminking

HGKM & SG Huiselijk geweld, kindermishandeling en

VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten

seksueel geweld JBRA Jeugdbescherming Regio Amsterdam Lhbtiq+ Lesbisch/homo/biseksueel/transgender/ interseksueel/queer/etc. OKT Ouder Kind Team

53 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Raad voor de Kinderbescherming

VT Veilig Thuis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16511398/1