CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Rapportage toepassing grondprijsbeleid 2021

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Rapportage toepassing grondprijsbeleid 2021 Nr. VN2022-0162063.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie Mei 2022 B&W

Rapportage toepassing grondprijsbeleid Voor het jaar 2021

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Versie B&W Mei 2022

Rapportage toepassing grondprijsbeleid

Voorwoord en aanleiding De gemeente Amsterdam stuurt actief op de verdere (her-)ontwikkeling van de stad. Meer dan 80% van de grond binnen de gemeentegrenzen is eigendom van de gemeente. Het komt dan ook vaak voor dat de gemeente als grondeigenaar betrokken is bij de stedelijke (her-)ontwikkeling, veelal via erfpacht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe uitgifte en wijzigen van erfpachtrechten. Ten behoeve van het bepalen van de financiële voorwaarden van een nieuw of aangepast erfpachtrecht zijn grondprijzen nodig. De grondprijzen wordt worden bepaald op basis van het grondprijsbeleid. Deze rapportage verantwoordt de toepassing van het grondprijsbeleid. De rapportage is als volgt opgebouwd: - Hoofdstuk 1 gaat op hoofdlijnen in op het grondprijsbeleid: wie stelt het grondprijsbeleid vast, welke beleidsstukken zijn er, en wat zijn de belangrijkste principes en uitgangspunten? - Hoofdstuk 2 geeft de indicatieve prijsontwikkelingen weer binnen het grondprijsbeleid. Voor de periode van 2011 tot en met 2021 worden de ontwikkelingen weergegeven van de opbrengsten, stichtingskosten en grondwaarden. De ontwikkelingen worden zowel op stedelijk als op stadsdeelniveau indicatief inzichtelijk gemaakt.

- Hoofdstuk 3 analyseert de tenderresultaten met als doel inzicht te geven in de marktconformiteit van de grondprijsadviezen en daarmee de toepasbaarheid van het vastgestelde grondprijsbeleid. De analyse geeft inzicht in het aantal partijen dat zich ingeschreven heeft op een tender en de gemiddelde verhouding tussen de grondwaarde en de optiebieding. - Hoofdstuk 4 tot slot geeft een overzicht van de afgegeven afwijkingsverklaringen. Dit zijn de dossiers waar aanleiding is geweest om af te wijken van de beleidsmatige uitgangspunten om te komen tot de optimale (passende) grondprijs. De afgelopen jaren is er veel nieuw vastgoed gebouwd en herontwikkeld. Dit betekent dat er veel grondprijsadviezen zijn afgegeven. Jaarlijks wordt er gerapporteerd over de toepassing van het grondprijsbeleid. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de toepassing van het grondprijsbeleid in 2021.

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling

Versie B&W Mei 2022

Rapportage toepassing grondprijsbeleid

Inhoud

Voorwoord en aanleiding

1 Grondprijsbeleid........................................................................4 1.1 De grondpolitiek..............................................................................................4 1.2 Beleidskader....................................................................................................5 1.3 Soorten grondprijsbeleid.................................................................................5 1.4 Uitgangspunten en principes..........................................................................6 2 Ontwikkeling erfpachtgrondprijzen............................................8 2.1 Inleiding...........................................................................................................8 2.2 Op stedelijk niveau..........................................................................................9 2.3 Per stadsdeel.................................................................................................11 3 Financiële analyse tenderresultaten.........................................14 3.1 Inleiding.........................................................................................................14 1.1 Overzicht tenders..........................................................................................14 1.2

Conclusies.....................................................................................................16 2 Analyse afwijkingsverklaringen................................................17 2.1 Mandaat directeur G & O..............................................................................17 2.2 Manieren van inzet mandaat manager G & O...............................................17 2.3 Toepassing van het mandaat in 2021...........................................................18 2.4 Bevindingen..................................................................................................18 Bijlage: ‘GEHEIM’ Overzicht afwijkingsverklaringen 2021

1 Grondprijsbeleid

1.1 De grondpolitiek De gemeente Amsterdam stuurt actief op de verdere (her-)ontwikkeling van de stad. Meer dan 80% van de grond binnen de gemeentegrenzen is eigendom van de gemeente. Het komt dan ook vaak voor dat de gemeente als grondeigenaar betrokken is bij de stedelijke (her-)ontwikkeling. Er zijn verschillende hoofdvormen van gebieds- of locatieontwikkeling te onderscheiden: 1. Actieve grondpolitiek Dit heeft betrekking op grond in bezit van de gemeente Amsterdam maar nog niet in erfpacht uitgegeven. De gemeente geeft bouwrijpe grond in erfpacht uit op basis van het gemeentelijke selectiebeleid. Daarnaast draagt de gemeente zorg voor het planontwikkelproces. Een ontwikkelaar verkrijgt een erfpachtrecht en realiseert vervolgens het vastgoed. 2. Faciliterende grondpolitiek a. Met betrekking tot erfpachtgrond Dit betreft grond is in bezit van de gemeente Amsterdam en in erfpacht uitgegeven. Een (markt)partij bezit het erfpachtrecht en wil bijvoorbeeld herontwikkelen. De gemeente ondersteunt een initiatief door middel van planvorming, grondexploitatie en herziening van het erfpachtrecht. b. Met betrekking tot particuliere grond Dit heeft betrekking op grond (en eventuele opstallen) niet in eigendom van de gemeente Amsterdam maar van derden, bijvoorbeeld een marktpartij.

De marktpartij wil ontwikkelen en de gemeente ondersteunt een initiatief door middel van planvorming en doet aan kostenverhaal door middel van anterieure overeenkomsten. Grondprijsbeleid speelt met name een rol bij gemeentelijke grond, die in erfpacht is of wordt uitgegeven.

4

1.2 Beleidskader De raad heeft drie kerntaken: zorgt voor kaderstelling, is volksvertegenwoordiger en heeft een controlerende functie. Inzake grondprijsbeleid heeft de raad een kaderstellende kerntaak. De raad stelt deze kaders voor het grond(prijs)beleid vast in de begroting. Binnen de door de raad vastgestelde kaders is het college bevoegd om het grondprijsbeleid uit te werken en vast te stellen. Op basis van het grondprijsbeleid bepaalt Grond en Ontwikkeling de grondprijzen.

1.3 Soorten grondprijsbeleid Sinds medio 2017 maakt de gemeente onderscheid in grondprijsbeleid voor de uitgifte van nieuwe erfpachtrechten en grondprijsbeleid voor het wijzigen van bestaande erfpachtrechten. 1. Grondprijsbeleid voor nieuwe uitgiften Dit type grondprijsbeleid is met name ten behoeve van actieve grondpolitiek. Het is bedoeld voor nieuwe erfpachtrechten, oftewel een eerste uitgifte van een erfpachtrecht. Nieuwe uitgiften vinden plaats in eeuwigdurende erfpacht (Algemene Bepalingen 2016). Dit beleid geldt bijvoorbeeld voor de volgende situaties: - tenderen van bouwrijpe grond; - 1-op-1 uitgiften; - opbrengstenramingen in grondexploitaties; - verkoop van gemeentelijk vastgoed. 2. Grondprijsbeleid voor bestaande erfpachtrechten Dit type grondprijsbeleid is ten behoeve van de wijziging van bestaande erfpachtrechten. De wijze waarop erfpachtrechten kunnen worden gewijzigd is geregeld in het aanvullend erfpachtbeleid en de Overstapregeling. Ten behoeve van het bepalen van de financiële consequenties van een wijziging van een erfpachtrecht zijn grondwaarden nodig. De grondwaarden worden bepaald conform het beleid grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten. Het beleid grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten geldt bijvoorbeeld voor de volgende wijzigingen van de erfpachtrechten: - bestemmings- en bebouwingswijzigingen (ook wel transformatieprojecten).

5

-

-

overstappen, de vrijwillige mogelijkheid voor erfpachters met een erfpachtrecht met een woonbestemming om over te stappen van het voortdurende erfpachtstelsel naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel. Canonherziening Einde Tijdvak (CHET).

In deze rapportage wordt gerapporteerd over de volgende beleidsstukken: - ‘Beleid grondprijsbepaling voor nieuwe erfpachtrechten 2020’, vastgesteld door het College op 30 juni 2020; - ‘Beleid grondprijsbepaling voor nieuwe erfpachtrechten 2022’, vastgesteld door het College op 18 januari 2022; - ‘Beleid grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten 2021’, vastgesteld door het College op 8 december 2020

1.4 Uitgangspunten en principes Zowel het grondprijsbeleid voor nieuwe uitgiften als voor bestaande erfpachtrechten kent zoals aangegeven een aantal centrale uitgangspunten en principes, te weten: -

Marktconformiteit Genormeerd residueel Minimale grondprijzen

Het belangrijkste uitgangspunt van het grondprijsbeleid is dat grondprijzen marktconform moeten zijn in de zin van Europese staatssteunregelgeving. Er zijn verschillende manieren om aan marktconformiteitseis van de Europese staatssteunregelgeving te voldoen. Amsterdam kiest er voor om zo veel als praktisch mogelijk is, bouwrijpe grond via tenders in de markt te zetten. Daarnaast worden grondprijzen bepaald op basis van externe (markt-)informatie, wordt het grondprijsbeleid extern getoetst en wordt er gerapporteerd over de toepassing van het grondprijsbeleid. De hoogte van de marktconforme grondprijs wordt bepaald door middel van de genormeerd residuele methodiek. Residueel betekent dat de waarde van de grond bepaald wordt door de opbrengstpotentie van de grond te verminderen met de stichtingskosten die benodigd zijn om de opbrengstpotentie te realiseren. Ofwel opbrengst minus kosten is grondwaarde. Genormeerd betekent dat de gemeente uitgaat van ‘genormeerde’ kosten- en opbrengstenniveaus op basis van vergelijkbare objecten (referenties) en een representatief kwaliteitsniveau, situatie nieuwbouw, op basis van een eeuwigdurend tijdvak en niet van feitelijke kosten- en opbrengstenniveaus. Hiermee wordt voorkomen dat projecten met dezelfde locatie en bestemming

6

op het zelfde moment een andere grondprijs kennen. Voor de bepaling van de grondprijzen volgt Grond & Ontwikkeling continu de marktontwikkelingen en maakt daarvoor gebruik van externe bronnen en vastgestelde en gerealiseerde marktgegevens. De gehanteerde bouwkostenreferenties worden elk kwartaal geactualiseerd op basis van de vastgestelde indexcijfers van het voorgaande kwartaal. Voor enkele bestemmingen, zoals sociale huurwoningen van woningcorporaties en sommige sociaal, maatschappelijke grondprijzen gelden vaste lage grondprijzen. Daarnaast gelden er minimale grondprijzen, indien uit de residuele berekening een negatieve of zeer lage erfpachtgrondprijs voortvloeit. Grond in Amsterdam heeft altijd een waarde. Als de grond residueel gezien een negatieve waarde kent, dan is namelijk een bijdrage noodzakelijk om de opstallen te realiseren. Voor nadere invulling van deze principes wordt verwezen naar het grondprijsbeleid. De (genormeerd) residuele methodiek impliceert dat de waarde van de grond sterk afhankelijk is van onder meer de volgende factoren: -

Bestemming en omvang van een project Locatie Moment in de tijd Erfpachtrechtelijke beperkingen

De grondprijzen vormen het uitgangspunt voor de bepaling van de canon, die afhankelijk van de bestemming door de erfpachter kan of moet worden afgekocht.

7

2 Ontwikkeling erfpachtgrondprijzen

2.1 Inleiding Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 wordt de erfpachtgrondprijs bepaald door onder meer de bestemming, de locatie en het moment in de tijd. Gevolg hiervan is dat erfpachtgrondprijzen (sterk) kunnen verschillen in de stad en kunnen fluctueren in de tijd. Procentueel kan de fluctuatie worden versterkt door de zogenaamde hefboomwerking. Dit wordt hieronder toegelicht met twee gesimplificeerde (en fictieve) voorbeelden. Moment in de tijd In 2020 levert woning X bij vrije verkoop 250.000 euro op. Een jaar later is de prijs met 20% gestegen. De kosten ontwikkelen zich in dezelfde periode met 10%. De grondwaarde, die het residu vormt van de opbrengsten en de kosten, stijgt daardoor met 60%, een veelvoud van de opbrengstontwikkeling.

Locatie Een woning levert in de vrije verkoop in Noord 250.000 euro op. Exact dezelfde woning levert in Oud-Zuid het dubbele op. De kosten om dezelfde woning te bouwen zijn in beide situaties gelijk. De grondwaarde van de woning in OudZuid is 500% hoger dan dezelfde woning in Noord.

8

Met de residuele methodiek kan de ontwikkeling van erfpachtgrondprijzen worden afgeleid van de ontwikkeling van de opbrengstniveaus en de ontwikkeling van de stichtingskosten. Voor het schetsen van een stedelijk beeld is het noodzakelijk dat voldoende representatieve (markt)informatie is. Voor de relatief transparante en homogene woningmarkt is de marktinformatie in voldoende mate beschikbaar en kan daar een redelijk betrouwbare ontwikkeling van worden afgeleid. Voor de (relatief intransparante en heterogene) commerciële vastgoedsector ontbreekt voldoende, representatieve en vergelijkbare (markt-)informatie om een betrouwbaar stedelijk beeld te schetsen. De algemene stedelijke ontwikkeling van de grondprijzen wordt daarom alleen voor de woningmarkt inzichtelijk gemaakt. De weergegeven ontwikkelingen zijn gebaseerd op gemiddelden en indicatief. Dit betekent dat individuele erfpachtgrondprijzen kunnen afwijken. De marktwaarden zijn afgeleid van data van de makelaarsvereniging NVM en de stichtingskosten zijn de bij het opbrengstniveau horende genormeerde extern bepaalde stichtingskosten.

2.2 Op stedelijk niveau In onderstaande grafieken wordt de gemiddelde en indicatieve ontwikkeling van de marktwaarde, stichtingskosten en grondwaarde per m² GO weergegeven ten opzichte van 2011, zowel in absolute bedragen als procentueel.

9

Indicatief en op basis van gemiddelden.

10

-

-

Van 2011 tot 2013 daalt de gemiddelde marktwaarde voor een koopwoning in Amsterdam als gevolg van de kredietcrisis. Vanaf 2015 stijgt de marktwaarde weer, eerst nog relatief gering daarna sterker. In 2021 was de stijging het sterkst. De stichtingskosten veranderen in de crisis tot en met 2013 nauwelijks. Vanaf 2014 stijgen de stichtingskosten, met name in de afgelopen vier jaar. De grondwaarde volgt de lijn van de opbrengsten en stichtingskosten en daalt tot 2014 en stijgt vanaf 2015 versterkt door het hefboomeffect. In 2019 en 2020 was een afvlakking van de groei te zien door een verdere stijging van de bouwkosten en een afvlakkende stijging van de marktwaarden. In 2021 steeg de marktwaarde harder dan de stichtingskosten en liet de grondwaarde daardoor een sterke stijging zien.

2.3 Per stadsdeel In voorgaande paragraaf zijn de gemiddelde ontwikkelingen voor heel Amsterdam weergegeven. Wanneer gekeken wordt naar de verschillende stadsdelen zijn er verschillen waar te nemen.

Indicatief en op basis van gemiddelden.

11

-

Tussen de verschillende stadsdelen is een verschil in marktwaardeniveau. Qua ontwikkeling valt op dat de stadsdelen binnen de ring vanaf 2014 een stijgende lijn laten zien en de stadsdelen buiten de Ring (incl. Noord) vanaf 2016.

Indicatief en op basis van gemiddelden.

-

Het verschil in stichtingskosten tussen de stadsdelen is minder groot dan het verschil in marktwaarde, omdat het bouwen van een woning minder locatieafhankelijk is. Het verschil in stichtingskostenniveau tussen stadsdelen wordt veroorzaakt door de kwaliteitstoeslag die gekoppeld is aan het opbrengstniveau. Qua ontwikkeling valt op, dat de stichtingskosten met name in de laatste drie jaar sterk stijgen.

Indicatief en op basis van gemiddelden.

12

Indicatief en op basis van gemiddelden.

-

-

Als gevolg van het hefboomeffect ontwikkelen de grondprijzen zich versterkt ten opzichte van de marktwaarde en de stichtingskosten. Dit geldt zowel voor de neergaande trend tot circa 2014 als de voor de opgaande trend vanaf 2014. Als gevolg van de sterk stijgende stichtingskosten en de afvlakkende stijging van de marktwaarden nam de procentuele stijging van de grondwaarde in 2020 in sommige stadsdelen iets af. In 2021 is opnieuw een sterke stijging waarneembaar. In absolute zin (in euro’s) zijn de grondprijzen van de stadsdelen binnen de ring (m.u.v. Noord) het hardst gestegen vanaf 2014. In relatieve zin (in procenten) zijn de grondprijzen van de stadsdelen buiten de ring (incl. Noord) het hardst gestegen vanaf 2015. Het afgelopen jaar geldt dat met name voor de stadsdelen Noord en Zuidoost.

13

3 Financiële analyse tenderresultaten

Hoofdstuk 3 analyseert de tenderresultaten met als doel inzicht te geven in de marktconformiteit van de afgegeven grondprijzen door G&O (afdeling Strategie & Advies) en daarmee de toepasbaarheid van het vastgestelde grondprijsbeleid. De analyse geeft inzicht in het aantal partijen dat zich heeft ingeschreven op een tender en de gemiddelde verhouding tussen de grondwaarde en de optiebieding.

3.1 Inleiding Het uitgangspunt bij het selectiebeleid is dat uitgiften van nieuwe erfpachtrechten plaatsvinden middels een tender. Deze financiële analyse heeft uitsluitend als doel om inzicht te geven in de marktconformiteit van de grondprijzen en daarmee de toepasbaarheid van het vastgestelde grondprijsbeleid. Deze analyse geeft inzicht in het aantal inschrijvingen per tender en de verhouding tussen de grondwaarde en de optiebieding. De optievergoeding is in principe altijd onderdeel van een tender. De weging van dit onderdeel in de gunningscriteria verschilt echter per tender. Na 2016 is er in tenders bij de weging meer de nadruk gelegd op kwaliteit en duurzaamheid en minder op de financiële kant. Door het lagere gewicht van het financiële aspect in de weging focussen de inschrijvers zich meer op kwaliteit en duurzaamheid van de gebouwen en wordt de optievergoeding lager. Prijs, kwaliteit en duurzaamheid zijn zodoende communicerende vaten. De analyse van de tenderresultaten beperkt zich tot de tenders waarbij de definitieve gunning in 2021 heeft plaatsgevonden. Daarnaast beperkt de analyse zich tot de definitieve inschrijvingen op die tenders.

1.1 Overzicht tenders In het overzicht staat een samenvatting van de analyse van de tenders. Bovenaan is aangegeven wanneer de tenders zijn gepubliceerd, welk gebied het betreft en wat de projectnamen van de tenders zijn. Daarna is het aantal inschrijvers voor de voorselectie en (tussen haakjes) bij de definitie selectie

14

aangegeven. Uit de informatie blijkt dat er bij elke tender sprake is geweest van voldoende inschrijvingen. Vervolgens is inzicht geboden in de wegingsfactor van de diverse selectiecriteria en is aangegeven of er nog specifieke wensen zijn gesteld. Onderaan is de verhouding tussen de grondprijs van het betreffende programma en de daaraan gekoppelde optiebiedingen weergegeven1. De tenders Haveneiland kavel 1d, Polderweg 1 en Sluisbuurt kavel 5c2 betreffen een programma met voor het grootste gedeelte woningen en dan met name middeldure huurwoningen. De tender Omval-Weespertrekvaart vormde hierop een uitzondering. Dit programma bestond uit totaal 2.400 m² bvo nietwoon programma, waaronder horeca. Bij deze tender is besloten af te wijken van de gebruikelijke selectieprocedure en de selectie door Architectuur Lokaal te laten uitvoeren. Dit betrof een pilot om andere ontwikkel- en selectiemethoden te verkennen en de bestuurlijke wens om door middel van participatie tot breed gedragen plannen te komen. Overzicht van in 2021 definitief gegunde tenders Tenderanalyse definitieve gunning/evaluatie in 2021

Projecten: publicatiedatum: Gebied inschrijvers voorselecie/definitief selectiecriteria def Duurzaamheid/Circulariteit Financieel (optiebieding) Woninggroote Kwaliteit Programma optie vs grondwaarde Gemiddeld Mediaan

Haveneiland kavel 1d 19-12-2019 IJburg 11(4) 45% 10%

OmvalPolderweg 1 Weespertrekvaart 16-2-2018 17-7-2020 Oostpoort Oost 9 (4) 19 (5)

Sluisbuurt kavel 5c2 26-10-2020 Oost 3(3)

33%

70% 10%

45%

30% 10% 20% 40%

33% 33%

20%

3,13% 2,03%

1,94% 2,53%

2,14% 2,14%

0,86% 0,96%

In bovenstaand overzicht is te zien dat het minimale aantal voorinschrijvers 3 bedraagt en het maximale aantal 19. Voor de selectiecriteria ‘financieel’ vormt het percentage dat in de selectiecriteria was meegenomen 10% van het totaal. In het geval van Omval-Weespertrekvaart was er een vast optiebod gevraagd van € 50.000. De verhouding gemiddelde optiebieding versus grondwaarde ligt bij deze tenders tussen de 0,86% en 3,13%. Wat opvalt is dat bij deze tenders de winnaar nooit het hoogste optiebod heeft uitgebracht. Een hogere optiebieding heeft in deze gevallen dus niet tot het winnen van de tender geleid. 1

De mediaan is het middelste getal in de waarnemingen als je die getallen op volgorde zet.

15

1.2 Conclusies Een belangrijke bevinding is dat de grondprijzen uit de tenders geen belemmering hebben gevormd bij de marktpartijen om in te schrijven en te bieden. Op basis van het aantal inschrijvers en de hoogte van de optiebiedingen is de conclusie dat de grondprijzen geen barrière zijn geweest en daarmee marktconform zijn. De optiebiedingen vormden, behoudens één uitzondering, maximaal 3% van de grondwaarde van het totale programma. Die uitzondering betrof Haveneiland kavel 1d met een optiebieding van 6% van de totale grondwaarde. Ondanks deze hogere optiebieding heeft deze partij de tender niet gewonnen. Vergeleken met eerdere jaren zijn de optiebiedingen behoudend. Dit past goed in de trend van de laatste jaren en kan niet los worden gezien van de beperkte mate waarin de optiebiedingen meewegen in de selectiecriteria. Het oordeel van G&O (afdeling Strategie & Advies) is dat de grondprijzen voor deze tenders marktconform zijn. Er zijn voldoende inschrijvers op de tenders en er worden geen tenders teruggegeven.

16

2 Analyse afwijkingsverklaringen

2.1 Mandaat directeur G & O Op basis van het in het grondprijsbeleid geformuleerde beleidskader worden door de afdeling Strategie & Advies van Grond & Ontwikkeling grondprijsadviezen afgegeven. De directeur Grond & Ontwikkeling is in voorkomende gevallen door het college van B&W gemandateerd2 om af te wijken van de conform het grondprijsbeleid gehanteerde uitgangspunten, om te komen tot de meest optimale erfpachtgrondprijs. Hierbij blijft de directeur echter wel gehouden aan wet en regelgeving. De directeur G&O rapporteert de afwijkingen aan het college middels deze “Rapportage toepassing Grondprijsbeleid”. In het jaar 2021 zijn er binnen het mandaat 9 afwijkingsverklaringen geaccordeerd door de directeur Grond en Ontwikkeling, op een totaal van 588 afgegeven grondprijsadviezen.

2.2 Manieren van inzet mandaat manager G & O Grondprijzen worden op basis van het grondprijsbeleid bepaald. In het grondprijsbeleid staan (beleidsmatige) uitgangspunten. In sommige gevallen en projecten sluiten de beleidsmatige uitgangspunten niet aan bij project- of processpecifieke omstandigheden en is er aanleiding om af te wijken van een of meerdere beleidsmatige uitgangspunten, uiteraard mits dit goed te verantwoorden is. De aanleidingen om af te wijken zijn sterk project- en processpecifiek. Afwijkingen worden verantwoord middels een gestandaardiseerde afwijkingsverklaring, waarin verschillende disciplines input leveren.

2

mandaat op grond van bijlage 4 van het Bevoegdhedenbesluit 16 december 2014 onder 3.B, lid 2 sub d

i.c. “Het nemen van besluiten inzake erfpachtuitgifte waarbij wordt afgeweken van de meest actuele door de Gemeenteraad aanvaarde (bandbreedtes van de) erfpachtgrondprijzen, ter realisering van de meest optimale erfpachtgrondprijs (artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet).”

17

2.3 Toepassing van het mandaat in 2021 In de bijlage is een overzicht te vinden van de negen projecten in 2021 waarbij de directeur gebruik heeft gemaakt van het mandaat, dus waarvoor een afwijkingsverklaring is afgegeven. In het overzicht wordt per project aangegeven wat de reden is geweest van de toepassing van het mandaat, hoe groot het financiële beslag is, of de mandaattoepassing al heeft geleid tot overeenstemming over het betreffende project, of dat er nog sprake is van een lopende onderhandeling. Per project wordt de 'stand van zaken' weergegeven per 14 februari 2022. Alle bedragen zijn exclusief BTW.

2.4 Bevindingen Het Team Advisering Grondprijzen (onderdeel van Strategie & Advies) heeft in 2021 588 grondprijsadviezen afgegeven ten behoeve van nieuwe uitgiften of wijzingen van bestaande erfpachtrechten. Er zijn in 2021 negen aan de directeur G&O voorgelegde verzoeken gehonoreerd, i.c. minder dan 2%. Afwijkingsverklaringen: 8 dossiers waarbij processpecifieke aspecten tot een afwijking hebben geleid 1 dossier waarbij projectspecifieke aspecten tot een afwijking hebben geleid. In acht van de negen dossiers heeft het verzoek om toepassing van het mandaat reeds geleid tot een overeenkomst in één dossier is sprake van overeenstemming onder voorbehoud. Uit bovengenoemde analyse kan worden geconcludeerd dat het grondprijsbeleid overwegend marktconform en passend is, gezien het (zeer) geringe aantal afwijkingen.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11846041/1