1. Rapportage Mensenrechtenscan VN-Vrouwenverdrag.pdf
Tekst van het document
Zorg voor regie door beleidsmakers
Voor gendersensitieve aanbestedingen en opdrachtverlening kunnen duidelijkere criteria rondom gendergelijkheid en gendersensitief werken helpen. Op lokaal niveau bestaat vaak de overtuiging dat professionals in de praktijk gendersensitief werken, ook wanneer een genderanalyse of gendersensitieve aanpak op beleidsniveau ontbreekt. Zo wordt verondersteld dat professionals ‘systeemgericht werken’ en dat een genderanalyse hier onderdeel van uitmaakt. Helaas wordt deze verwachting niet gestaafd door (regionale) monitoring, laat de praktijk vaak een ander beeld zien en wordt er ook weinig aandacht aan besteed in de deskundigheidsbevordering.103 Het verdient aanbeveling om concreter te zijn in het aanbestedings- en subsidiebeleid naar de rol die uitvoerders kunnen en dienen te spelen rondom gendersensitiviteit.
Noodzaak tot consultatie
Op het terrein van zorg en welzijn vindt er in de gemeente vaak wel consultatie plaats met organisaties uit de praktijk. Er zijn echter geen aanwijzingen dat (groepen) vrouwen structureel geraadpleegd worden bij het opstellen van beleid, tenzij het specifiek gaat om beleid voor vrouwen, zoals bij zwangerschap. Maatschappelijke organisaties geven in de vragenlijst aan dat zij niet consequent worden gevraagd om mee te denken of worden uitgenodigd voor kennissessies. Het ontbreekt soms ook aan terugkoppeling wat er met de adviezen van organisaties is gedaan. In de 7e schaduwrapportage van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag, opgesteld door 75 maatschappelijke organisaties, wordt bovendien gesteld dat er extra aandacht moet zijn voor de participatie van migranten- en vluchtelingenvrouwen, vrouwen van kleur en dat er voldoende financiële compensatie moet zijn voor deelname.
102 103
Gendersensitief beleid door gemeenten in de aanpak van partnergeweld | College voor de Rechten van de Mens (mensenrechten.nl) Rijk en gemeenten moeten huiselijk geweld gendersensitiever aanpakken – Sociale Vraagstukken 46
RAPPORT
Meer oog voor intersectionaliteit
In alle beleidsstukken kan de intersectionele benadering versterkt worden. Bij deze benadering kijk je naar meervoudige vormen van discriminatie, hoe dit zich uit bij verschillende groepen vrouwen en de implicaties daarvan voor beleid. Een intersectionele benadering uit zich ook door bij kennisbijeenkomsten, inclusief te werven. De gemeente kan een intersectionele benadering en hulp aan gemarginaliseerde groepen pro-actief bevorderen door in subsidie(kaders), tenders, calls en andere vormen van ondersteuning speciale aandacht te hebben voor organisaties die zich hierop richten of op doelgroepen die te maken hebben met meervoudige discriminatie. Ook kan de gemeente criteria over intersectionaliteit opstellen in subsidie(kaders), tenders en calls.
Zorg dat in domeinoverstijgend beleid verbanden worden gelegd
Domeinoverstijgend beleid kan helpen om verbanden te leggen tussen verschillende beleidsterreinen. Dit is zeker van belang voor de substantiële gelijkheid voor vrouwen en meisjes waar het Verdrag naar verwijst en waarbij vaak meerdere domeinen op elkaar ingrijpen om die gelijkheid voor elkaar te krijgen. Om versnippering te voorkomen is het belangrijk om verantwoordelijkheden en de toezichthoudende rol duidelijk te beleggen in de gemeentelijke organisatie. In de overkoepelende aanpak beleidskader Inclusie en Antidiscriminatie staan prachtige aanknopingspunten voor deze samenhang en worden verschillende beleidsdomeinen in het kader van gendergelijkheid aan elkaar verbonden. Het is aan te raden om gezondheid ook op te nemen als domein, net als seksuele gezondheid. Ook geweld is in die nota nog onderbelicht. Het zou goed zijn om in kaart te brengen welke relevante domeinoverstijgende overleggen er zijn en wie er verantwoordelijk is voor het inbrengen van een gendersensitieve blik. Ook is het aanbevelenswaardig om domeinen binnen het zorg- en welzijnsbeleid van elkaar te laten leren als het gaat om gendergelijkheid.
Zo is bijvoorbeeld het domein gezondheid sterk in het ophalen van data opgesplitst naar sekse en gender, inclusief genderdiversiteit, is het domein HGKM ervaren met gendersensitief en cultuursensitief beleid, en is er binnen seksuele gezondheid en VGV goede ervaring opgedaan met consultatie.
Aanbevelingen voor vervolgonderzoek en toekomstige mensenrechtenscans
Voor de toekomst is het aan te raden om ook te kijken naar de implicaties die voortkomen uit het Verdrag van Istanbul. Dit Verdrag heeft Nederland ook ondertekend en hieruit vloeien iets andere verplichtingen voort gericht op het tegengaan van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Dit Verdrag is waardevol op gemeenteniveau, omdat het concreet is over de effectieve aanpak en preventie. Ook is het aan te raden om een lhbti+ mensenrechtenscan getoetst aan VN-verdragen en de Yogyakarta Principles uit te voeren. Tot slot viel de aanpak van de buurtteams en Amsterdamse maatwerkmethode niet binnen de afbakening van deze scan. Zij hebben echter een belangrijke toegangsfunctie en kunnen daarmee ook veel genderspecifieke problematiek filteren. De buurtteams zijn nu een paar jaar bezig. Aanbeveling zou zijn om de buurtteams ook te toetsen aan relevante elementen uit het gebruikte toetsingskader van deze scan.
47
RAPPORT
BIJLAGEN BIJLAGE 1: ARTIKELEN VN-VROUWENVERDRAG De meest relevante artikelen voor de scan op het zorg- en welzijnsbeleid worden hieronder uitgelicht104:
Deel I: Definitie van discriminatie, algemene maatregelen en concepten
Artikel 1: “Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder ‘discriminatie van vrouwen’ verstaan elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van geslacht, die tot gevolg of tot doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, op het terrein van de burgerrechten of welk ander gebied dan ook, ongeacht hun huwelijkse staat, op de grondslag van gelijkheid van mannen en vrouwen aan te tasten of teniet te doen.” Artikel 2: “De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, veroordelen discriminatie in alle vormen van vrouwen, komen overeen onverwijld met alle passende middelen een beleid te volgen, gericht op uitbanning van discriminatie van vrouwen, en verbinden zich tot dit doel.” Artikel 3: “De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen op alle gebieden, in het bijzonder op politiek, sociaal, economisch en cultureel gebied, alle passende maatregelen, waaronder wetgevende, om de volledige ontplooiing en ontwikkeling van vrouwen te verzekeren, ten einde haar de uitoefening en het genot van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op gelijke voet met mannen te waarborgen.” Artikel 4: “Wanneer de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, tijdelijk bijzondere maatregelen treffen die zijn gericht op versnelling van feitelijke gelijkstelling
van mannen en vrouwen wordt dit niet beschouwd als discriminatie.” Artikel 5: De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om het sociale en culturele gedragspatroon van de man en de vrouw te veranderen ten einde te komen tot de uitbanning van vooroordelen, van gewoonten en van alle andere gebruiken, die zijn gebaseerd op de gedachte van de minderwaardigheid of meerderwaardigheid van één van beide geslachten of op de stereotiepe rollen voor mannen en vrouwen
Deel 2-4: Rechten van vrouwen en meisjes in specifieke thematische beleidsterreinen Artikel 10: Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om discriminatie van vrouwen uit te bannen ten einde vrouwen rechten te verzekeren die gelijk zijn aan die van mannen op het gebied van onderwijs en vorming, het volgende te garanderen: h: toegang tot bijzondere informatie van opvoedkundige aard, die kan bijdragen tot het waarborgen van de gezondheid en het welzijn van het gezin, met inbegrip van informatie en advies inzake geboorteregeling. Artikel 11: De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om discriminatie van vrouwen in het arbeidsproces uit te bannen, ten einde vrouwen, op basis van gelijkheid van mannen en vrouwen, dezelfde rechten te verzekeren, in het bijzonder: a. het recht op arbeid, als onvervreemdbaar recht van alle mensen; e. het recht op sociale zekerheid, in het bijzonder in geval van pensionering, werkloosheid, ziekte, invaliditeit en ouderdom, en arbeidsongeschiktheid om andere redenen, alsmede het recht op betaald verlof; Artikel 12: 1.
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om discriminatie van vrouwen op het gebied van de gezondheidszorg uit te bannen, ten einde te verzekeren dat vrouwen, op basis van gelijkheid van mannen en vrouwen, gebruik kunnen maken van medische zorg, met inbegrip van die welke verband houden met geboorteregeling. 2. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel waarborgen de Staten die partij zijn bij dit Verdrag aan vrouwen passende, zo nodig kosteloze dienstverlening in verband met zwangerschap, bevalling en de hierop
48
RAPPORT
volgende periode, alsmede passende voeding gedurende de zwangerschap en de tijd waarin zij hun zuigelingen voeden. Artikel 13: De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om discriminatie jegens de vrouw op andere gebieden van het economische en maatschappelijke leven uit te bannen, ten einde vrouwen, op basis van gelijkheid van mannen en vrouwen, dezelfde rechten te verzekeren, in het bijzonder: c. het recht deel te nemen aan activiteiten op het gebied van vrijetijdsbesteding, aan sport en aan alle aspecten van het culturele leven. Artikel 16: 1. De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om discriminatie jegens de vrouw in alle aangelegenheden betreffende huwelijk en familiebetrekkingen uit te bannen, en verzekeren in het bijzonder, op basis van gelijkheid van de man en de vrouw; e. dezelfde rechten om in vrijheid en bewust een beslissing te nemen over het aantal van hun kinderen en het tijdsverloop tussen de geboorten daarvan en te kunnen beschikken over de informatie, vorming en middelen om hen in staat te stellen deze rechten uit te oefenen; Algemene aanbevelingen voor specifieke onderwerpen van het CEDAW Comité VN-Vrouwenverdrag Vrouwen en gezondheid - No. 24 (1999) https://www.VN-Vrouwenverdrag.nl/wp-content/uploads/AlgemeneAanbevelingen-nr-1-tm-24.pdf Harmful practices - No.
31 (2015) https://documents.un.org/doc/undoc/gen/g19/134/42/pdf/g1913442. pdf?token=bdOYHBygwmmem9vq5b&fe=true Geweld tegen vrouwen en gendergerelateerd geweld - No. 35 (2017) https://www.ohchr.org/en/documents/general-comments-and-recommendations/general-recommendation-no-352017-gender-based
BIJLAGE 2: TOETSINGSKADER 1. Grondbeginselen VN-Vrouwenverdrag: non-discriminatie op basis van sekse en/ gender & gendergelijkheid A. Wordt er verwezen naar het VN-Vrouwenverdrag in het beleidsstuk? • Ja (hoeveel keer/welke context?) • Nee B. Zijn grondbeginselen van het VN-Vrouwenverdrag expliciet onderdeel van het beleidsstuk? I. non-discriminatie op basis van sekse en/of gender • Ja (hoeveel keer benoemd/welke context?) • Nee II. gendergelijkheid • Ja (hoeveel keer benoemd/welke context) • Nee
2. Verwezenlijking van relevante artikelen VN-Vrouwenverdrag A. Is er beleid of regelgeving opgesteld op dit onderwerp rond het corresponderende artikel in het VNVrouwenverdrag? • Ja • Deels, onvoldoende of verouderd (toelichting: wat ontbreekt er in dat geval?) • Nee B. Is dit beleid van de gemeente erop gericht om de (onderdelen van) relevante artikelen van het VNVrouwenverdrag daadwerkelijk te verwezenlijken? (dejure toetsing) • Ja (op welke wijze) • Deels, onvoldoende of verouderd (toelichting: wat ontbreekt er in dat geval?) • Nee
49
RAPPORT
C. Zijn er verbeterpunten of hiaten? Op basis van ervaring uit de praktijk en/of advies van maatschappelijke organisaties? (defacto toetsing) • Toelichting verbeterpunten
3. Consultatie met de doelgroep
A. Wordt in het beleidsstuk duidelijk gemaakt dat er bij de totstandkoming van het beleid overleg is gepleegd met de doelgroep(en), belangenorganisaties en/of het maatschappelijk middenveld? • Ja (ook duidelijk met wie en wanneer?) • Nee • Nee, maar dit heeft wel plaatsgevonden B. Wordt uit het beleidsstuk duidelijk dat implementatie van het beleid in samenwerking met de doelgroep(en), belangenorganisaties en/of maatschappelijk middenveld wordt uitgevoerd en gemonitord? • Ja (ook duidelijk met wie en wanneer?) • Nee • Nee, maar dit heeft wel plaatsgevonden
4. Gendersensitiviteit, data en intersectionaliteit
A. Wordt duidelijk gemaakt in het beleid wat (mogelijke) effecten zijn op gendergelijkheid en of mogelijke negatieve effecten proportioneel zijn? • Ja (zo ja, hoe is dit beschreven? ) • Deels (Toelichting: wat ontbreekt er in dat geval?) • Nee B. Is de aanpak van grondoorzaken van discriminatie van vrouwen/genderongelijkheid onderdeel van het beleid ? I. Gender stereotypering • Ja (op welke wijze?) • Nee • Niet van toepassing II. Traditionele rolpatronen • Ja (op welke wijze?) • Nee • Niet van toepassing C. Wordt uit het beleidsstuk duidelijk dat er genderspecifieke data is verzameld voor probleemanalyse? • Ja (Toelichting: wat voor data en op welke wijze gebruikt?) • Nee • Nee, maar dit heeft wel plaatsgevonden D. Zijn er in de aanbesteding in dit beleidsveld criteria opgesteld rondom gendergelijkheid in de uitvoerende organisatie en/of een gendersensitieve aanpak in de uitvoering? • Ja • Nee • Niet te herleiden uit beleidsstuk E. Is er in het beleidsstuk speciale aandacht voor de diversiteitsfactor en voor vrouwen die intersectionele, meervoudige vormen van discriminatie ervaren?105 • Ja (op welke wijze is intersectionaliteit onderdeel van het beleid?) • Nee
5. Samenhang overig beleid
A. Is er ook domein overstijgend beleid op gendergelijkheid waarin de samenhang met andere domeinen zichtbaar wordt, denk aan inkomensbeleid en gezinsbeleid bij de aanpak van huiselijk geweld? • Ja (Toelichting: hoe maakt dit beleid relevant verbinding met andere thema’s?) • Ja, maar onvoldoende, verouderd of niet met een sterke gender focus • Nee B. Wordt er binnen dit beleidsstuk verwezen naar andere domeinen die relevant zijn voor het onderwerp? • Ja (Toelichting: welke? wonen, schuldhulp, jeugd, inkomen?) • Nee
105 Zie CEDAW Committee, General recommendation No. 28 on the core obligations of States parties under article 2 of the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women, CEDAW/C/GC/28, 16 December 2010, para. 18
50
RAPPORT
BIJLAGE 3: GERAADPLEEGDE BELEIDSDOCUMENTEN GEZONDHEIDSZORG • Amsterdamse nota gezondheidsbeleid 2021-2025 • GGD Gezondheidsmonitor 2020 • Het Raamwerk: Van zorg(en) naar gezondheid • Subsidieregeling ondersteuning Mantelzorg en vrijwillige inzet en WMO mantelzorg
SEKSUELE GEZONDHEID • Beleidsbrief Eric van der Burg Seksuele gezondheid 15 mei 2012 • Uitwerking Beleidsbrief Seksuele Gezondheid (Actieplan) Eric van der Burg 20 nov 2012 • Een goede start voor elk Amsterdams kind (Plan van Aanpak Gezonde & Kansrijke start) • Raadsinformatiebrief Marjolein Moorman: Stand van zaken uitvoering programma Gezonde en Kansrijke Start + Bijlage 1: Toelichting activiteiten en projecten Gezonde en Kansrijke Start
GEWELD • Handboek samen sterker tegen huiselijk geweld en kindermishandeling • Regioaanpak 2020-2024 Veiligheid voor elkaar • Aanpak VGV 2022-2023 GGD Amsterdam (intern document)
DAK- EN THUISLOOSHEID • Een nieuwe start, samen op weg naar perspectief 2021-25 • Versterking aanpak Dakloosheid 2023-2026 • Aanbestedingsleidraad Maatschappelijke opvang & beschermd wonen • Noodopvang en Kortdurende opvang Begeleid thuis Beschermd verblijf: Handboek voor professionals (juli 2023) • WMO nadere regelgeving (verordening)
SOCIALE BASIS • Beleidskader Sociale Basis Amsterdam (2025-2030) • Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 (februari 2024)
OVERKOEPELEND • Visiedocument Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026, Amsterdam, een stad uit duizenden • Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 • Opdrachtgeven en inkopen met invloed
51
RAPPORT
COLOFON Mensenrechtenscan VN-Vrouwenverdrag Gemeente Amsterdam Een gendersensitieve aanpak van het beleid op zorg en welzijn Auteurs Ody Neisingh Stéphanie van der Wijk Adviseurs Saskia de Hoog Jantine van Lisdonk Opmaak Natasha Tastachova Met dank aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van deze publicatie.
April 2024
52