1. Rapportage beheer en telling damherten
Tekst van het document
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2023-2024
1
Colofon Refereren als
FBE Noord-Holland (2024). Rapportage beheer en telling damherten: seizoen 2023-2024.
Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland. Haarlem. Auteur
Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland Postadres
Spaarne 17
2011 CD Haarlem T 023 - 21 00 223
E info@fbenoordholland.nl I www.fbenoordholland.nl Eindredactie
Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland Foto’s
Shutterstock, tenzij anders vermeld. Vormgeving
Sightdraft, Zwaag
I
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................ 1 1.1. Faunabeheerplan damherten ...................................................................................................................................................................................................................... 1 1.2. Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden .................................................................................................................. 2
1.3. Gehanteerde begrippen en definities .......................................................................................................................................................................................... 3 1.4. Gegevensbronnen ........................................................................................................................................................................................................................................................ 3
2. De populatie en het plangebied ............................................................................................................................................................... 5 2.1. De populatie.............................................................................................................................................................................................................................................................................. 5 2.2. Het plangebied ................................................................................................................................................................................................................................................................. 5
2.3. Uitvoering van het beheer .............................................................................................................................................................................................................................. 7 3. Resultaten beheerjaar 2023-2024 ......................................................................................................................................................... 8 3.1. Uitvoering beheerseizoen 2023-2024 ........................................................................................................................................................................................... 8
3.2. Resultaten uitvoering beheer ................................................................................................................................................................................................................... 8
3.3. Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied ..................................................................................................................... 10 4. Populatieontwikkeling .................................................................................................................................................................................... 13 4.1. De telmethode .................................................................................................................................................................................................................................................................. 13
4.2. Resultaten ............................................................................................................................................................................................................................................................................... 15
4.3. Tendens populatieontwikkeling............................................................................................................................................................................................................ 17 4.4. Effect op de wettelijke belangen ..................................................................................................................................................................................................... 20
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
II
5. Aanbevelingen beheerseizoen 2023-2024 ................................................................................................................................. 24 6. Conclusies ................................................................................................................................................................................................................. 28 7. Bijlagen ........................................................................................................................................................................................................................ 30 1. totale reductie van damherten op grond van de ontheffingen binnen en buiten het
leefgebied en de opdracht ter voorkoming van onnodig lijden ........................................................................................................ 30
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
III
1. Inleiding 1.1. Faunabeheerplan damherten
beheerplan beschreven samenhangend pakket aan maatregelen
zuiden komen damherten voor – veel damherten. De kern van de
terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau en daarbij tegelijkertijd
In de regio tussen IJmuiden in het noorden en Den Haag in het
verspreiding ligt in de duingebieden van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid: het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK)
om de schade aan flora en fauna, het verkeer en landbouwgewassen het duurzaam voortbestaan van de populatie te garanderen.
en de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD). Ze komen voor
Het doel van het populatiebeheer is om de populatie damherten tijdens
heeft zich ontwikkeld van enkele uitgezette en ontsnapte dieren in
800 tot 1000 getelde damherten, waarvan 600-800 in het leefgebied
van Noord-Holland tot ver in Zuid-Holland. De populatie in de regio
de ’50 jaren, tot een piek van meer dan 5.500 geteld dieren in 2016. 1
Het aantal damherten in Zuid-Kennemerland was (en is nog altijd)
dermate groot geworden dat er sprake is van ernstige schade aan flora en (andere) fauna en daardoor bedreigend voor de Natura2000
instandhoudingsdoelstellingen. Doordat de herten ook regelmatig
de duingebieden verlaten, zorgen ze ook voor schade in het verkeer,
de looptijd van het huidige faunabeheerplan terug te brengen naar
AWD-BN en circa 200 in het NPZK. Buiten het leefgebied wordt een nulstand nagestreefd. In de leefgebieden Coepelduynen en MeijendelBerkheide leeft (nog) geen populatie damherten. Daarom is nog geen
streefstand geformuleerd voor deze gebieden. (zie hoofdstuk 2 voor de gebiedsaanduidingen).
aan landbouwgewassen (hoofdzakelijk bollenvelden) en voor overlast
Op basis van het Faunabeheerplan is in Noord-Holland nog onder de
dringen wordt faunabeheer uitgevoerd om de populatie weer in balans
populatiebeheer is toegestaan tussen 1 november en 31 maart. In Zuid-
zoals beschreven in het Faunabeheerplan Damherten 2020-2026 (te
en de nulstandsgebieden wordt op grond van een andere ontheffing
en schade aan particuliere eigendommen. Om die schade terug te te brengen met wat de regio kan dragen. Dit beheer wordt uitgevoerd
vinden op de websites van de Faunabeheereenheden van Noord-
en Zuid-Holland). Het populatiebeheer is onderdeel van een in het 1
Wet natuurbescherming een ontheffing afgegeven op grond waarvan
Holland is 1 september aangehouden als startdatum. In de bufferzones jaarrond opgetreden bij dreigende schade.
Aantal o.b.v. tellingen. Mogelijk ligt het werkelijk aantal 2x zo hoog.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
1
Voortgangsrapportage
zieke en gewonde damherten (Dama dama) en reeën (Capreolus
gerapporteerd en geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar resultaten
van zieke of gebrekkige dieren.
Na afloop van ieder beheerjaar wordt de voortgang van het beheer van het uitgevoerde afschot, het aantal door andere oorzaken
capreolus) te doden ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden
omgekomen damherten (het zogenaamde valwild), waaronder
In Zuid-Holland is een aanwijzing van kracht op grond van de
aanzien van de flora en fauna en de getaxeerde landbouwschade
‘opdracht’. Deze aanwijzing maakt het mogelijk om in de gehele
het aantal aanrijdingen met damherten, de stand van zaken ten
en uiteraard de populatieontwikkeling aan de hand van de jaarlijkse tellingen. Dit beheerrapport bevat de gedetailleerde gegevens van het beheerseizoen 2023 – 2024. Verder wordt ingegaan op de trends vanaf de start van het beheer in 2016 zowel wat betreft het beheer, het valwild en de populatieontwikkeling.
(voormalige) Flora- en faunawet, die overgangsrechtelijk geldt als provincie gedurende het gehele jaar zieke en gewonde damherten en damherten die een acuut gevaar vormen voor de verkeersveiligheid
te doden, ook in de bebouwde kom en in velden die niet voldoen aan de jachtveldvereisten (PZH-2010-178900422/ PZH-2011-299830429/ PZH-2011-301880843).
1.2. Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden
De
en Zuid-Holland een provinciale opdracht om zieke en gewonde
een direct gevaar vormen worden hier geschoten op basis van de
Ter voorkoming van onnodig lijden van damherten geldt in Noord-
damherten (en reeën) te doden. We rapporteren hier ook over het in dit kader geschoten dieren. Deze dieren worden gevat onder de noemer ‘valwild’. Dit wordt in hoofdstuk 4 verder toegelicht.
In Noord-Holland is een opdracht van kracht (Wnb besluit 15, 2019) die
het mogelijk maakt om in de gehele provincie, inclusief de bebouwde kom en terreinen die niet voldoen aan de vereisten van een jachtveld,
reikwijdte
van
beide
provinciale
opdrachten
(voorheen
aanwijzingen) is dus verschillend. In Noord-Holland kunnen alleen
zieke en gewonde dieren uit hun lijden worden verlost. Herten die ontheffing ‘buiten leefgebied’. In Zuid-Holland kunnen ook herten die een direct gevaar vormen geschoten worden onder dit besluit. De noodzaak van het afschot (valwild of uitvoeringbeheer) wordt altijd geregistreerd. In hoofdstuk 3 wordt gerapporteerd over het afschot ter voorkoming van onnodig lijden en over dieren die al waren overleden aan hun verwondingen.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
2
1.3. Gehanteerde begrippen en definities
wordt hier geen melding meer van gemaakt en gaat het
Hinde:
dan het geplande beheer zijn gestorven.
Hert:
mannelijk damhert van 2 jaar of ouder
Spitser:
mannelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar)
vrouwelijk damhert van 2 jaar of ouder
Smaldier: vrouwelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar)
Kalf damhert in zijn/haar eerste levensjaar (kalf wordt
periode tussen de jaarlijkse tellingen.
1.4. Gegevensbronnen
(soms is een van beide wel bekend)
van de locatie ingevoerd in digitale registratiesystemen. In Noord-
Beheer: onder beheer wordt in dit rapport verstaan: Het planmatig
en gecoördineerd beheer van damherten door middel van afschot ter voorkoming van onevenredige schade aan maatschappelijke belangen op basis van het
faunabeheerplan. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘actief beheer’ als onderscheid van het ‘reactief beheer’ (het uit het lijden verlossen van damherten).
Valwild: Alle damherten die door andere redenen dan het
planmatig beheer zijn overleden. Daaronder vallen zowel damherten die zijn gestorven of uit hun lijden zijn verlost
Elk geschoten damhert en valwild wordt met precieze aanduiding Holland is dat tot 31 december 2022 het Fauna Registratiesysteem
(FRS), daarna is FaunaSpot in gebruik genomen voor registratie van geschoten dieren. Valwild is genoteerd in het Boa2 Registratiesysteem
(BRS) dat door Stichting Wildaanrijdingen Nederland (SWN) wordt
beheerd. In Zuid-Holland zijn de dieren geregistreerd in DORA. Damherten die een natuurlijke dood zijn gestorven blijken niet altijd te worden geregistreerd. Wat in deze rapportage is gerapporteerd als
valwild betreffen dus voornamelijk dieren die door een onnatuurlijke oorzaak zijn gestorven. Op basis van de in de datasets aangegeven coördinaten zijn via een Geografisch Informatiesysteem (GIS) selecties
als gevolg van een aanrijding, of andere onnatuurlijke
gemaakt voor de in het beheerplan onderscheiden deelgebieden.
dood zijn gevonden en wellicht een natuurlijke dood zijn
zijn handmatig gecorrigeerd naar een nabijgelegen plek in het juiste
oorzaken. Aanvankelijk werden ook damherten die gestorven als valwild genoteerd maar de laatste jaren
3
Beheerjaar: Het beheerjaar loopt van 1 april tot en met 31 maart; de
geboren in mei/juni)
Onbekend: damhert niet ingedeeld in een geslachts-levensfase
2
dus alleen om herten die door externe oorzaken anders
Registraties die duidelijk op een verkeerde locatie zijn terechtgekomen3 beheergebied.
Boa = Buitengewoon opsporingsambtenaar. Locaties worden in FaunaSpot automatisch bepaald maar kunnen bij slechte GSM ontvangst soms onnauwkeurig zijn en net op een verkeerde plek worden genoteerd.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
3
Eind maart/begin april vinden elk jaar de tellingen plaats van het aantal
damherten. In Zuid-Holland worden de telgegevens ook ingevoerd in DORA. In Noord-Holland is dit jaar gebruik gemaakt van spreadsheets.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
4
2. De populatie en het plangebied 2.1. De populatie
in totaal 800-1000 getelde dieren te bepalen volgens de methode van
duingebieden het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (aangeduid
gebied is het vóórkomen van damherten ongewenst en wordt een
De populatie damherten in het plangebied leeft vrijwel geheel in de
als leefgebied NPZK), de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), De Blink en Boswachterij Noordwijk (samen aangeduid als leefgebied AWD-BN). In totaal omvat het leefgebied ruwweg de duinen tussen IJmuiden en Noordwijk.
De populatie is in leefgebied NPZK in de jaren ’50 gestart met enkele
uitgezette dieren. Van daaruit zijn dieren uitgezworven door de regio en in de loop der jaren her en der aangevuld met uit privécollecties
losgelaten en/of ontsnapte dieren (ongedocumenteerd). Sinds de jaren ’90 is met name in de AWD de populatie snel gaan groeien, doordat
daar geen actief beheer plaatsvond. In het NPZK is in de periode vanaf eind jaren 1980 tot 2009 door actief beheer een populatie van 200 dieren nagestreefd, waardoor de populatie nooit het niveau heeft bereikt zoals in de AWD. Tussen 2009 en 2016 heeft ook in het NPZK geen beheer van de
populatie plaatsgevonden, omdat daarvoor de benodigde ontheffingen
de jaarlijkse tellingen. In het buiten het als leefgebied aangewezen zogenaamde nulstand nagestreefd.
2.2. Het plangebied
Het plangebied ligt tussen IJmuiden en Den Haag en ligt in de
provincies Noord- en Zuid-Holland, zie Figuur 1: het plangebied uit het beheerplan Damherten met de ligging van de deelgebieden, de leefgebieden en de bufferzones daarin. Het plangebied is opgedeeld in vier deelgebieden (A, B, C en D), die van elkaar zijn gescheiden
door bebouwing, infrastructuur of water. Binnen ieder gebied wordt onderscheid gemaakt in een leefgebied voor damherten met daarbinnen een bufferzone. Buiten het leefgebied ligt een zogenaamd nulstandgebied.
- Leefgebied: het groen omrande deel van de kaart: het gaat hier om (voornamelijk) duingebied, waarin een damhertenpopulatie
ontbraken. In die jaren is ook deze deelpopulatie flink toegenomen.
Vanaf 2016 wordt in de leefgebieden een vorm van populatiebeheer
toegepast om de populatie terug te brengen naar de streefstand van
van 800-1000 (getelde) dieren zich kan en mag handhaven. De totale omvang van de vier leefgebieden is 10.248 ha.
- Bufferzone: dit zijn zones in de randen van de leefgebieden waar
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
damherten frequent het leefgebied verlaten en daarbij een risico
5
opleveren voor het verkeer, schade op landbouwgronden en/of in
Leefgebied Amsterdamse Waterleidingduinen-Boswachterij
maar er gelden andere beheervoorwaarden. In een bufferzone
Het leefgebied AWD-BN bestaat uit het zuidelijkste deel van het
de bebouwde kom komen. Deze zones horen bij het leefgebied, kan de beheerder jaarrond gericht ingrijpen om te voorkomen dat
herten het leefgebied verlaten en hierdoor voor schade en overlast zorgen. Het zijn vrijwel alleen mannelijke dieren die dit doen.
- Nulstandgebied: de zone binnen het plangebied (rode lijn)
en buiten het leefgebied (groene lijn). Het gaat hier om (voornamelijk) agrarisch en bebouwd gebied. In deze zone zijn
damherten ongewenst vanwege de risico’s voor het verkeer
en schade. Het hele jaar door is ingrijpen toegestaan om de gewenste nulstand te bereiken.
Binnen gebieden A, B, C en D bevinden zich van noord naar zuid
Noordwijk (AWD-BN)
Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het is een duingebied tussen Zandvoort en Noordwijk aan Zee en bevat de Amsterdamse
Waterleidingduinen (AWD), Het Langeveld, De Blink en Boswachterij Noordwijk. Dit leefgebied ligt voor een deel in Noord-Holland en een
deel in Zuid-Holland. De AWD en het grootste deel van De Blink zijn
eigendom van de gemeente Amsterdam en in beheer bij Waternet. Het Langeveld en een deel van De Blink worden beheerd door het
Zuid-Hollands Landschap. Staatsbosbeheer is de beheerder van
Boswachterij Noordwijk en het westelijke deel van De Blink. Alles bij elkaar is het leefgebied circa 4059 ha groot.
onderstaande leefgebieden:
Leefgebied Coepelduynen (CPD)
Leefgebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK)
Coepelduynen, dat zich bevindt tussen Noordwijk aan Zee en Katwijk.
Het leefgebied NPZK bestaat uit het noordelijkste deel van het Natura
2000-gebied Kennemerland-Zuid en bevat het Nationaal Park ZuidKennemerland. Het is een duingebied gelegen tussen IJmuiden en
Het leefgebied CPD bestaat uit het Natura 2000-gebied de Het is grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer en het is circa 152 ha groot.
Zandvoort. Het is in beheer bij Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-
Leefgebied Meijendel en Berkheide (M&B)
Velsen, Bloemendaal en Zandvoort en een aantal particuliere
Berkheide en ligt tussen Katwijk en Den Haag. Het is in beheer bij Dunea
Holland (PWN), Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de gemeenten landgoedeigenaren. Dit leefgebied is circa 3402 ha groot.
Leefgebied MB bestaat uit het Natura 2000-gebied Meijendelen Staatsbosbeheer en het is circa 2635 ha groot.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
6
2.3. Uitvoering van het beheer
Het beheer in de leefgebieden wordt vrijwel geheel uitgevoerd door
de eigen boswachters van de terreinbeherende natuurorganisaties (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, PWN, Waternet) en in een
enkel geval door een daarvoor ‘ingehuurde’ faunabeheerder. Het
beheer buiten de in dit plan aangewezen leefgebieden wordt in de natuurterreinen van het Noord-Hollands Landschap uitgevoerd
door de eigen boswachters en daarbuiten door enkele leden van de Wildbeheereenheden (WBE) Zuid-Kennemerland (Noord-Holland) en Duin- en Bollenstreek (Zuid-Holland).
Het beheer in het kader van de opdracht ter voorkoming van onnodig lijden (voornamelijk de afhandeling van wildaanrijdingen) is in
Noord-Holland belegd bij de Stichting Wildaanrijdingen Nederland.
De praktische uitvoering wordt verzorgd door een valwildteam van de WBE Zuid-Kennemerland. In Zuid-Holland wordt dit beheer uitgevoerd door een valwildteam van de WBE Duin- en Bollenstreek.
Figuur 1: het plangebied uit het beheerplan Damherten met de ligging van de deelgebieden, de leefgebieden en de bufferzones daarin
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
7
3. Resultaten beheerjaar 2023-2024 3.1. Uitvoering beheerseizoen 2023-2024
Het beheer heeft volgens planning kunnen plaatsvinden. In de periode
3.2. Resultaten uitvoering beheer
Zuid-Hollandse deel van het leefgebied is als startdatum voor het beheer
damherten geschoten in het kader van de ontheffingen en 48 stuks zijn
rond kerst is, zoals gebruikelijk, geen actief beheer uitgevoerd. In het
In het beheerjaar 2023-2024 zijn in het hele plangebied 2900
1 september aangehouden. In Noord-Holland geldt 1 november als
als valwild omgekomen. De totale reductie op grond van het beheer
jaarrond opgetreden om schade te voorkomen, maar het overgrote
aangewezen leefgebieden (de nulstandsgebieden) geschoten of
startdatum. In de bufferzones is conform de ontheffingsvoorwaarden
deel van het afschot in deze zone heeft ook in de toegestane beheerperiode voor het leefgebied plaatsgevonden.
Met het steeds verder afnemend aantal damherten kost het per hert steeds meer tijd om nog een dier te kunnen doden. De tijdsinspanning voor de faunabeheerders is daardoor nog altijd groot. Uitvoerders in
het Nationaal Park Zuid-Kennemerland hebben ten opzichte van vorig seizoen extra capaciteit vrijgemaakt om de noodzakelijke reductie
te kunnen realiseren. Het weer in het afgelopen beheerseizoen was onstuimig. Er is een record hoeveelheid neerslag gevallen en het heeft
veelvuldig hard tot zeer hard gewaaid4. Dit heeft de uitvoer extra zwaar gemaakt.
komt daarmee op 2948 damherten. Daarvan zijn 90 stuks buiten de door externe oorzaken (valwild) overleden.
In de AWD zijn afgelopen beheerseizoen 62 damherten aangetroffen
die een natuurlijke dood zijn gestorven. In het NPZK zijn slechts enkele (2-3) dode damherten aangetroffen. Doordat stervende dieren
meestal een rustige plek opzoeken is de kans dat ze gevonden worden niet heel groot. Bovendien worden kadavers vrij snel opgegeten door
allerlei aaseters zoals de vos. Het is aannemelijk dat de oorzaak van de sterfte vooral ouderdom zal zijn. Damherten worden in de vrije natuur
meestal niet ouder dan 9-12 jaar5. Deze op natuurlijke wijze gestorven dieren worden niet als valwild geregistreerd.
In tabel 1 staat het aantal geschoten damherten inclusief valwild
weergegeven voor de verschillende beheerzones en per geslachts4 5
https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2024/winter Ueckerman & Hansen, 2002. Das Damwild. Biologie, Hege und Jagd.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
8
Tabel 1: totale reductie van de populatie damherten als gevolg van het beheer en optreden .t.b.v. het voorkómen van onnodig lijden (valwild) in seizoen 2023-24.
Zone (Provincie)
Hert
Hinde
Kalf
A (NH)
135
248
209
C (ZH)
0
0
0
Totaal leefgebied
764
1038
776
A (NH)
50
46
45
141
63
279
Leefgebied (excl. Bufferzone) B (NH+ZH)
D (ZH)
Bufferzone (= leefgebied) B (NH+ZH)
Totaal Buffer
Buiten leefgebied (nulstand) A (NH)
B (NH+ZH)
628
1
102 152 41
23
790
0
18
64 3
3
567
Onbekend
1
0 1
18
5
1
6
Totaal nulstand
66
6
6
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
982
1108
2579
138
55
2
0
Eindtotaal
0
1
0
0 0
1986
33
0 2
592
6
C (ZH) D (ZH)
Totaal
845
12
13
0
90
2948
9
leeftijdscategorie. De als onbekend aangeduide dieren betreffen
In de bufferzone van het leefgebied zijn in totaal 279 damherten
damherten die door het valwildteam ter plaatse niet zijn aangetroffen.
damherten geschoten of gestorven als valwild. Buiten het leefgebied
vooral
meldingen
van
aanrijdingen
of
anderszins
gewonde
Deze gevallen zijn in deze rapportage ook niet meegeteld als
valwild. In bijlage 1 staan de aantallen uitgesplitst per provincie en is valwild apart weergegeven. Veruit de meeste damherten zijn in de
leefgebieden geschoten, bovendien bijna allemaal in de leefgebieden
geschoten of als valwild aangetroffen. Buiten het leefgebied zijn er 90
zijn hoofdzakelijk mannelijke damherten aangetroffen. In figuur 2
zijn per zone de geslachts-leeftijdscategorie weergegeven van de geschoten of als valwild aangetroffen damherten.
NPZK (deelgebied A) en AWD-BN (deelgebied B). In de deelgebieden
Van
populatie damherten voor maar, met enige regelmaat worden wel
alleen de populatie verkleind, maar ook de groeisnelheid verlaagd.
Coepelduynen (deelgebied C) en Meijendel-Berkheide (D) komt geen damherten aangetroffen als valwild en/of in het nulstandsgebied. In deelgebied D zijn 3 gewonde damherten uit het lijden verlost.
de
geschoten
damherten
in
de
leefgebieden
(inclusief
bufferzones) betrof ongeveer 60 een hinde of kalf. Daarmee is niet
Het zijn immers de vrouwelijke dieren die jongen voortbrengen. In de bufferzone maakten hinden en kalveren 46% uit van het totaal. De
buiten het leefgebied geschoten dieren zijn in ruime meerderheid van het mannelijk geslacht. Het feit dat in de bufferzone en buiten het leefgebied in de meerderheid mannelijke damherten zijn geschoten vloeit grotendeels voort uit het exploratieve gedrag van de
mannelijke dieren. Hinden en hun kalveren leven meer in de kern van de leefgebieden dan aan de randen. Bovendien verlaten ze de veilige leefgebieden nauwelijks.
Figuur 2: verdeling van het aantal gedode damherten over geslachts- en leeftijdsklasse per beheerzone in seizoen 2023-24.
3.3. Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied
Om schade aan wettelijke belangen buiten het leefgebied (verkeer en landbouw) te voorkomen, is in de bufferzone en het nulstandsgebied
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
10
jaarrond opgetreden. Buiten het leefgebied zijn in het beheer in Noord-
In Zuid-Holland zijn 2 damherten geschoten buiten het leefgebied in
bijlage 1). Regelmatig is door de WBE-ZKL gezocht naar herten of
van Meijendel. Verder heeft vooral afschot moeten plaatsvinden in de
Holland 26 damherten gedood en in Zuid-Holland 32 damherten (zie gereageerd op meldingen. Vaak zijn de herten daarbij verjaagd naar
het leefgebied. In de bufferzone, onderdeel van het leefgebied, zijn buiten periode voor het populatiebeheer (zie 1.1) in Noord-Holland 37
de omgeving van Berkheide en een gewond hert in het leefgebied
bufferzone en direct buiten het leefgebied van Boswachterij Noordwijk (zie Figuur 4).
damherten geschoten, waarvan het overgrote deel in september is
geschoten. In Zuid-Holland is buiten de periode voor populatiebeheer geen hert geschoten.
In figuur 3 zijn de locaties getoond van gedurende het jaar geschoten
damherten in de bufferzones rond het NPZK en buiten de leefgebieden.
In figuur 4 is dit weergegeven voor deelgebied AWD-BN. Te zien
is dat beheer buiten het leefgebied vooral heeft plaatsgevonden langs de randen van het leefgebied NPZK. Dit natuurgebied heeft
veel geleidelijke landschappelijke overgangen naar de bebouwde
omgeving. Vrijwel overal staan langs de rand van dit gebied hekken, maar die zijn bijna nergens hoog genoeg om damherten tegen te kunnen houden. Bovendien kunnen de herten het gebied in en uit via
diverse toegangspoorten voor bezoekers of privé gronden. De AWD is voor het grootste deel omgeven door een hekwerk dat hoog genoeg
is om te voorkomen dat damherten het gebied verlaten. Alleen aan de westzijde van dit gebied kunnen de herten het gebied nog verlaten.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
11
Figuur 3: locaties van gedode damherten in de bufferzone (paarse stippen)
Figuur 4: locaties van het aantal gedode damherten in de bufferzone (paarse
van deelgebied NPZK en in het nulstandsgebied (blauwe stippen).
stippen) van deelgebied AWD-BN en in het nulstandsgebied (blauwe stippen).
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
12
4. Populatieontwikkeling 4.1. De telmethode
Om de ontwikkeling van de populatie te monitoren worden jaarlijks
tellingen uitgevoerd. De tellingen zijn deels onderdeel van een
NH geanalyseerd voor zowel Noord- als Zuid-Holland en vervolgens gepresenteerd in deze rapportage.
reguliere monitoring van de natuurwaarden in de natuurterreinen
Drie keer tellen
richtinggevend (“hoeveel moet er nog worden geschoten”) voor de
reeëntelling Noord- en Zuid-Holland, dat is te vinden op de websites
en het resultaat is ook toetsend (“zijn we op de goede weg”) en
jaarlijks te bepalen beheeropgave in kader van het Faunabeheerplan. De tellingen worden steeds op dezelfde wijze uitgevoerd, waardoor een betrouwbaar beeld van de populatietrend ontstaat. Het is geen
weergave van het werkelijke aantal herten. Het werkelijk aantal is groter dan het getelde aantal, maar hoeveel groter is nog niet goed bekend
vanwege het uitgestrekte en onoverzichtelijke terrein. Waternet verricht in de Amsterdamse Waterleidingduinen wel onderzoek hiernaar.
Aangetoond is dat de tellingen een betrouwbare trend opleveren, maar
zelfs met innovatieve technieken kon tot nu toe niet een betrouwbare precieze bepaling van de werkelijke aantallen worden gedaan.
De tellingen worden gecoördineerd door de Faunabeheereenheden
(FBE’s) van Noord- en Zuid-Holland en uitgevoerd door de wildbeheereenheden
(WBE’s)
en
de
terreinbeheerorganisaties
(TBO’s). De resultaten van damhertentelling in 2023 zijn door de FBE-
De telling wordt uitgevoerd conform het Protocol damherten en
van de FBE’s Noord- en Zuid-Holland. Hier volstaan we met een korte beschrijving van de methode. De tellingen worden uitgevoerd aan het einde van de winter (eind maart, begin april), dus nog voordat de jongen worden geboren rond eind mei begin. Een telling
bestaat uit drie opeenvolgende telrondes. Er wordt drie keer circa 2,5 uur lang geteld, rond respectievelijk de avond-, ochtend- en
avondschemering. De resultaten worden verwerkt per deelgebied
(zie hoofdstuk 2). Een deelgebied bestaat uit een aantal afzonderlijke telsectoren die elk simultaan door een eigen telploeg worden geteld.
Van elke telronde worden de resultaten van de afzonderlijke sectoren
opgeteld tot een totaalscore voor de betreffende telronde. Van elk van de 4 verschillende deelgebieden wordt het hoogste resultaat van
de drie telrondes gebruikt als trendgetal voor het betreffende jaar. Dit trendgetal is de minimale aanwezige populatie op dat moment.
Het tellen gebeurt vanuit een auto. De telploegen bestaan ten minste
uit twee tellers, waarvan minimaal één teller ervaring heeft met
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
13
herkennen van reeën en damherten. In een aantal telsectoren is tellen
bij erg slecht weer een kleiner percentage van de werkelijke aantallen
In dat geval voldoet één ervaren teller. Iedere telploeg telt in een
duidelijk terug in de telresultaten per telronde. Bij stevige wind en
vanuit een auto niet mogelijk, daar wordt lopend of fietsend geteld.
vastgestelde telsector langs een vastgestelde telroute. De telploegen noteren de waargenomen dieren op de geleverde telformulieren.
Waargenomen damherten worden ingedeeld in categorieën van
leeftijdsgroepen en geslacht (jargon: het ‘aanspreken’), mits goed
waar te nemen. In Zuid-Holland worden de resultaten van de tellingen ingevoerd in het digitale registratiesysteem DORA (www.fbezh.nl). In Noord-Holland zijn de resultaten digitaal aangeleverd aan de FBE waar de resultaten zijn verwerkt in een database. De telresultaten zijn verwerkt volgens het telprotocol.
wordt geteld dan onder gunstige omstandigheden. We zien dit ook
regen houden de dieren zich wat meer op in de luwte van de hogere begroeiing en vermijden het open veld. Hun zichtbaarheid is dus wat
minder. Door de regen wordt ook het zicht vanuit de auto belemmerd.
Alles bijeengenomen maakt dat regen en wind de trefkans op het waarnemen van een damhert lager is dan bij rustig helder weer. Het is mede door deze wisselende weersomstandigheden van belang naar
de langjarige trend te kijken en de beheeropgave elk jaar bij te stellen aan de hand van de recente resultaten.
De telling van 2024
De tellingen vonden plaats op 3 en 4 april na afloop van het
beheerseizoen. De weersomstandigheden waren wisselend. De tem-
peratuur lag rond de 7oC in de ochtend en rond de 12oC tijdens de avondtellingen. Tijdens de ochtendtelling regende het. De wind was
kracht 5 Bft tijdens de eerste telronde en rond kracht 4 Bft tijdens de beide andere telronden.
Fluctuerende resultaten en trend
Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre de telresultaten worden
beïnvloed door de weersomstandigheden, maar het is de ervaring dat
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
14
4.2. Resultaten
in de omgeving van Velsen en in mindere mate ook Bloemendaal is dit
uit die hoogste telronde gepresenteerd voor de trendgegevens. In
4) in het kader van het nul-standsbeleid bevestigen dit ook.
Conform het telprotocol worden hier voor elk deelgebied de resultaten
het geval. Meldingen van aanrijdingen met damherten (zie hoofdstuk
de deelgebieden NPZK (A) en Meijendel-Berkheide (D) zijn in de 3e
telronde de meeste damherten waargenomen en in deelgebied AWD-
Als we meer in detail kijken naar de samenstelling van de populaties in
damherten waargenomen.
te verschillen. Om de samenstelling van de populaties te bekijken
HD (B) was dat in telronde 1. In deelgebied Coepelduynen (C) zijn geen
de leefgebieden A (NPZK) en B (AWD-BN) blijken die (nog altijd) sterk
is gebruik gemaakt van het hoogste aantal van herten, hinden en
In totaal zijn er 1432 damherten waargenomen. Daarvan is 76% geteld
kalveren uit een van de drie telronden. Bijvoorbeeld het hoogste aantal
in het leefgebied van deelgebied B, AWD-BN (zie Tabel 2). Buiten het
herten kan dan in ronde 1 zijn waargenomen, terwijl dat voor de hinden
leefgebied zijn nog maar 23 damherten waargenomen tijdens de
bijvoorbeeld in ronde 2 het geval was. Van die aantallen kunnen we
tellingen. De telgebieden dekken niet het hele plangebied buiten het
stellen dat ze minimaal aanwezig zijn in de populatie. Het aantal
leefgebied. Juist binnen de bebouwde omgeving waar relatief veel
onbekende gebleven damherten kan vervolgens worden bepaald
herten zich kunnen ophouden wordt niet geteld. Waarnemingen die in
door de som van maximale aantallen herten, hinden en kalveren af
de loop van het jaar zijn gedaan bevestigen dat er nog wel damherten met enige regelmaat buiten de leefgebieden zijn te vinden, met name
Tabel 2: Aantal getelde damherten binnen en buiten het leefgebied.
Deelgebied
Provincie
Leefgebied
Nulstandsgebied
Totaal
Streefstand
A
NH
333
5
338
200
C
ZH
0
0
0
niet geformuleerd
B
D
NH/ZH ZH
TOTAAL
1075 0 1408
8 11 24
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
1083 11 1432
600-800
niet geformuleerd 800-1000
15
te trekken van het totaal van de hoogste ronde. Dit jaar bleek voor
waargenomen om te kunnen toedelen aan een van de categorieën.
hoger aantal damherten op te leveren dan het getal van de hoogste
herkend aan hun gewei, is het aannemelijk dat de onbekend gebleven
deelgebied B de optelling van deze maximale aantallen overigens een ronde, namelijk 1160 damherten tegenover 1105 als hoogste resultaat
conform het protocol. Dit onderstreept nog meer eens dat de tellingen niet het absolute aantal opleveren.
In Figuur 5 is voor beide deelgebieden de populatiesamenstelling weergeven zoals die tijdens de 3 telronden is waargenomen. Ten eerste
valt op dat in het NPZK relatief veel damherten onvoldoende goed zijn
Omdat mannelijke damherten relatief eenvoudig kunnen worden damherten in veel gevallen een hinde of kalf is geweest. Zeker met
dat in gedachten valt op dat in het NPZK een relatief groot deel nog
uit vrouwelijke damherten en kalveren bestaat. In deelgebied AWD-BN vormen die nog geen kwart van het totaal. Herten zijn als gevolg van
de strikte focus op vrouwelijke dieren en hun kalveren bij het afschot (zie 4.3) hier inmiddels sterk in de meerderheid. Toedeling onbekende damherten
Door aan te nemen dat mannelijke damherten snel herkend worden
door de aanwezigheid van een gewei, kunnen de tijdens de telling qua geslacht en leeftijdscategorie onbekend gebleven damherten
worden toegedeeld aan hinden en kalveren. Dit is hierna gedaan door deze toedeling te doen naar rato van het aantal hinden en kalveren. In Figuur 6 is het resultaat weergegeven.
Op grond van genoemde aanname over de samenstelling van de onbekend gebleven damherten wordt nog duidelijker dat de populatie in het leefgebied NPZK nog voor 75% uit hinden en kalveren bestaat.
In leefgebied AWD-BN is dat slechts 23%. Als de groep onbekend gebleven damherten naar rato ook wordt toegedeeld aan mannelijke Figuur 5: Samenstelling van de populatie damherten in leefgebieden (inclusief bufferzone) NPZK (A) en AWD-BN (B) tijdens de tellingen van 2024.
damherten dan komt de samenstelling in leefgebied NPZK uit 64% hinden en kalveren (niet weergegeven).
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
16
Figuur 6: samenstelling van de populatie in het de leefgebieden van NPZK en AWD-BN na verdeling van de groep onbekende damherten over hinden en kalveren. Figuur 7: geteld aantal damherten (stippen) en de trend (stippellijn) in de
4.3. Tendens populatieontwikkeling
Zowel in het leefgebied NPZK als in leefgebied AWD-BN vertoont de populatieomvang een significant dalende tendens (regressie
leefgebieden NPZK en AWD-BN, Nb door het verschil in schaal is het beeld over het verschil in afnamesnelheid hier vertekend.
p<0,05). In het leefgebied NPZK is de daling echter minder groot dan
Fluctuaties
onder andere worden verklaard door het nog relatief grote aandeel
is niet ieder jaar gelijk, omdat de omstandigheden (bijv. het weer) ook
in leefgebied AWD-BN. Dit verschil in de snelheid van de afname kan vrouwelijke dieren in het NPZK die jaarlijks voor nieuwe aanwas zorgen.
Voor beide gebieden geldt dat de streefstand is echter nog niet
bereikt maar wel in zicht komt. In Figuur 7 zijn de jaarlijkse telresultaten weergegeven en de trend.
Het waargenomen percentage van de populatie tijdens de tellingen niet ieder jaar gelijk zijn. Het is dus van belang de trend op langere
termijn te bekijken en individuele jaren niet als maatstaf te nemen. In
deelgebied NPZK fluctueert het resultaat van de tellingen meer dan in deelgebied AWD-BN.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
17
Fluctuaties in een populatie damherten kunnen het gevolg zijn van
populatie niet of nauwelijks afnam. Vanaf beheerseizoen 2021-2022 is
overlevingskansen kort na de geboorte kunnen enigszins fluctueren
kaveren. Ondanks deze aanpassing in de beheerstrategie worden hier
verschillen in de netto aanwas van jonge damherten. Vooral de afhankelijk van de omstandigheden. De fluctuaties in het telresultaat zouden dan vooral terug te zien zijn in het aantal kalveren tijdens
de telling. Als we naar de afzonderlijke trends van herten, hinden en kalveren kijken in dit deelgebied (zie figuur 8) dan is dit duidelijk niet
de focus in het beheer daarom meer verschoven naar de hinden en
nog altijd relatief (vergeleken met deelgebied AWD-BN) veel herten geschoten om overlast in de omgeving te voorkomen. In de AWD werd
(en wordt) die overlast door herten voorkomen door de hoge hekken
de belangrijke verklaring. Een andere verklaring is dat de fluctuaties
het gevolg zijn van de visuele telmethodiek (toeval speelt een rol) in combinatie met het feit dat het terrein vrij onoverzichtelijk is. Er zijn in het NPZK beduidend minder paden dan in het deelgebied AWD-BN,
waardoor de telinspanning (aantal deelnemende tellers) iets minder
intensief is (tellingen vinden grotendeels plaats vanaf de paden) en
er is bovendien meer reliëf. Het terrein is dus veel minder overzichtelijk.
Dat maakt dat toeval een veel grotere rol speelt. Blijkbaar leiden deze
factoren samen in leefgebied AWD-BN tot een nauwkeurig beeld van het populatieverloop dan in het NPZK. Deelgebied A (NPZK e.o)
Beheerders van het NPZK focusten hun beheerinspanning aanvankelijk
op het terugdringen van het aantal manlijke damherten. Het waren immers deze mannelijke dieren die vooral voor schade en overlast
zorgden (en nog altijd doen) in de omgeving. De consequentie was dat het vrouwelijk deel van de populatie nauwelijks kleiner werd en voor flinke aanwas van jonge dieren kon zorgen, waardoor de
Figuur 8: tendens (ononderbroken lijnen) en geteld aantal (stippen) herten, hinden en kalveren in deelgebied NPZK e.o. (daarnaast is nog een grote groep onbekend gebleven damherten aanwezig).
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
18
rondom dit gebied, zodat in het beheer de focus volledig op hinden en
in dit gebied terug te brengen naar de streefstand. Het aantal
zien we terug in de samenstelling van de populatie: er worden nog
Ook zal de natuurlijke sterfte van de oudste generatie mannelijke
kalveren kon worden gelegd. Het effect van het verschil in het beheer
steeds meer hinden en kalveren waargenomen dan herten (zie figuur
6a 7). Ook zien we het terug in de snelheid van de afname van de populatie, die hier lager is dan in deelgebied AWD-BN.
mannelijke damherten is inmiddels daardoor ook iets afgenomen. damherten daaraan bijdragen. Door het afschot van kalveren komen er nog maar weinig damherten bij en inmiddels sterft een deel van de oudere herten een natuurlijke dood.
Deelgebied AWD-BN
In het leefgebied AWD-BN – vooral in de AWD – heeft van meet af aan in het beheer de focus sterk gelegen op de reductie van het aantal hinden en hun kalveren. De aanvankelijke overlast in de omgeving
door vooral mannelijke damherten werd hier al snel voorkomen door de plaatsing van hoge hekken rond het grootste deel van het gebied.
Bovendien bestond bij de start van het populatiebeheer de populatie
voor circa 75% uit hinden en kalveren. Door de enorme omvang van de
populatie en het grote aandeel hinden was de focus op de vrouwelijke damherten ook de enige reële optie om tot reductie van de populatie te
komen. De reductie van het aantal vrouwelijke damherten en kalveren zorgt ook voor een reductie in de groeisnelheid en dit bij elkaar heeft
hier geleid tot een gestage en constante afname van de populatie. In
Figuur 9 is duidelijk de sterke afname van het aantal hinden terug te zien. Door de reductie van het aantal hinden en kalveren en daarmee de groeisnelheid van de populatie, kon afgelopen beheerseizoen ook
capaciteit worden ingezet om ook het aantal mannelijke damherten
Figuur 9: tendens en geteld aantal herten, hinden en kalveren in Deelgebied AWD-BN e.o..
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
19
Bij een streefstand van 600-800 getelde damherten, met een
Buiten de exclosures zijn in de AWD de eerste voorzichtige tekenen van
zoveel herten geteld moeten worden. Met een aantal van 248 hinden is
korstmosvegetaties en meer in het algemeen valt een toename aan
geslachtsverhouding van circa 1:1 zouden er 220 tot 290 hinden en even voor de hinden de streefstand bereikt. Het aantal mannelijk damherten zit met bijna 850 stuks echter nog ruim boven de streefstand.
4.4. Effect op de wettelijke belangen
herstel te zien. In de binnenduinzone gaat het vooral om herstel van
veldzuring, duinviooltjes en duinroos op. Allemaal typische soorten voor duinvegetaties. Het verschil met de vegetatieontwikkeling binnen de exclosures is echter nog zeer groot. Dat geeft aan dat
de vegetatie nog steeds lijdt onder overbegrazing en vertrapping door damherten. Wel geeft de totale ontwikkeling hoop op herstel
Wilde flora en fauna
Er wordt in het plangebied veel onderzoek gedaan naar de effecten van damherten op flora, fauna en de beschermde natuurwaarden. Daarbij
wordt onder andere gekeken naar trends van soorten binnen de AWD en hoe die correleren met toenemende aantallen damherten. Het
behulp van subsidie van de Provincie Noord-Holland is een consortium
van beheerders Waternet en PWN en onderzoekers van het Instituut
voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van
van de vegetatie en wellicht ook bijbehorende fauna zodra de
begrazingsdruk door damherten meer in balans is gebracht met de wat het gebied kan dragen zonder verlies van soortenrijkdom. De
graasdruk door damherten is nu nog dermate hoog dat de verschillen in vegetatieontwikkeling binnen en buiten de exclosures groot is. De ontwikkeling binnen de exclosures laat zien dat de vegetatie zich kan herstellen mits de begrazingsdruk niet te groot is.
Amsterdam, Stichting Bargerveen en de Vlinderstichting sinds 2019 bezig
Herstel van de insectenpopulatie wordt helaas nog niet duidelijk
damherten. Dit onderzoek vindt plaats in exclosures en bijbehorende
worden verklaard door het ontbreken van (grote) bronpopulaties
met het monitoren van flora, fauna en bodemprocessen in relatie tot de 6
referentiegebieden. Op dit moment vindt een uitgebreide analyse plaats van de data. Volgens planning wordt hierover tegen het einde
van dit jaar een rapportage uitgebracht. In deze voortgangsrapportage worden enkele resultaten op hoofdlijnen beschreven. 6
waargenomen. Ook niet binnen de exclosures. Dit kan wellicht deels van faunasoorten in het gebied en wellicht ook door de relatief kleine
oppervlaktes van de exclosures ten opzichte van het oppervlak van nog steeds sterk begraasd gebied.
Gebied waar door hekken de toegang voor grotere grazende dieren is uitgesloten.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
20
De ecologische autoriteit (link) heeft getoetst of de keuzen in het beheer in het Natura2000-gebied Kennemerland-Zuid goed zijn onderbouwd en zullen leiden tot de gewenste natuurdoelen. Begin dit
jaar zijn de bevindingen gepubliceerd (zie link). Een van de conclusies was dat het huidige natuurbeheer vooral is gericht op terugdringen van invasieve plantensoorten en damherten. De Ecologische Autoriteit adviseert daarmee door te gaan en waar nodig daar nog een schep bovenop te doen.
Vooralsnog blijft de conclusie dat de rijkdom aan flora en fauna, met
name in de AWD, nog steeds lijdt onder overbegrazing en vertrapping door damherten. De eerste resultaten uit het onderzoek bieden echter
hoop voor herstel bij een lagere begrazingdruk door damherten. Het onderzoek maakt overigens ook duidelijk dat begrazing van vooral
ruige en grasachtige planten (duinriet, helm, zandzegge) belangrijk is voor het in standhouden van typische soortenrijkdom; geen begrazing is dus ongewenst. Damherten eten deze ruige soorten echter alleen
als er weinig andere keuze meer is. Er is dus een noodzaak voor een ander type grazer naast een kleiner aantal damherten..
Voor een compleet overzicht van alle publicaties wordt verwezen naar
Figuur 10: de effecten van damherten op de flora en fauna worden onder andere gemeten in zogenaamde exclosures. Hier een beeld van herstellende korstmosvegetatie en duinviooltjes. (Foto: Mark van Til, Waternet).
de website van de Amsterdamse Waterleidingduinen: https://awd.waternet.nl/.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
21
Verkeersveiligheid en schade aan landbouwgewassen
In figuur 11 is het aantal wildaanrijdingen weergegeven alsmede
Er is nog altijd sprake van schade in het verkeer als gevolg van
het aantal damherten dat door andere of onbekende oorzaken is
en dierenleed als gevolg. Het aantal aanrijdingen met damherten
tendens. Het ligt voor de hand dat deze daling het gevolg is van de
aanrijdingen met damherten, met materiele schade en menselijk-
varieert per jaar maar lijkt met afgelopen seizoen toch belangrijk lager dan voorgaande jaren. De valwildteams van Noord- en Zuid-Holland zijn afgelopen seizoen 21 keer uitgerukt voor een aanrijding en nog 13 keer voor een dood of stervend hert als gevolg van andere oorzaken of
gestorven. Dit laatste aantal vertoont al enige jaren een dalende afgenomen populatieomvang in de regio. Doordat dieren die een natuurlijk dood zijn gestorven niet consequent worden geregistreerd, is dit verband niet helemaal duidelijk.
waarvan de oorzaak niet te achterhalen was (waarbij een aanrijding niet is uit te sluiten). Daarnaast zijn de teams ook met enige regelmaat opgeroepen maar werd er uiteindelijk geen damhert aangetroffen.
De meeste gewonde of gestorven damherten worden aangetroffen langs de randen van het NPZK (zie figuur 12). De Zeeweg die dwars
door dit gebied loopt levert nog altijd een aantal aanrijdingen op al is het dit seizoen minder dan voorgaande jaren.
Er lijkt sprake van een geleidelijke significante afname van het aantal
aanrijdingen met damherten. Deze trend is echter nog sterk afhankelijk
van het laatste seizoen. Op grond van één jaar met een flinke daling kan niet worden geconcludeerd dat de afname het gevolg is van het
populatiebeheer. Komende jaren zal blijken of het aantal aanrijdingen inderdaad structureel afneemt zoals de verwachting is.
Figuur 11: aantal meldingen van een aanrijding met een damhert (blauw) en damherten die door andere of onbekende oorzaken zijn overleden.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
22
Er zijn geen structureel verzamelde gegevens over eventuele schade
aan landbouwgewassen. Het is niet helemaal duidelijk of er inderdaad
geen sprake is geweest van schade of dat er geen registratie plaatsvindt, omdat er volgens de beleidsregels van de Provincies Noord- en Zuid-
Holland geen tegemoetkoming in geleden schade wordt uitgekeerd. In
Zuid-Holland is wel frequent afschot gepleegd op de aan het leefgebied grenzende landbouwgronden (zie figuur 4 op pagina 10).
Figuur 12: locaties van wildaanrijdingen (rode stippen) dode of gewonde damherten door andere (of onbekende) oorzaak (gele stippen), dier uit lijden verlost (blauwe stippen).
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
23
5. Aanbevelingen beheerseizoen 2023-2024 De aanbeveling voor komend beheerseizoen is gebaseerd op een
• De telling blijkt in werkelijkheid altijd hoger dan deze berekende
gegevens bekend zijn van de populatie. De grootste en belangrijkste
meer dieren aanwezig zijn geweest dan geteld. Dit verschil in
eenvoudige modelberekening. Eenvoudig omdat er relatief weinig
verwachting. Dat komt doordat tijdens de voorgaande telling
onbekende is de telfractie, het percentage van het werkelijke aantal
het berekende en waargenomen aantal geeft een indicatie over
dieren dat tijdens de telling wordt waargenomen. De modelberekening
• Rond 1 april wordt geteld, waarbij worden onderscheiden: herten,
het getelde percentage van het werkelijke aantal damherten (telfractie).
• Deze telfractie wordt vervolgens gebruikt om het werkelijke
aantal damherten te berekenen om op grond daarvan een
hinden en kalveren. Dit is de getelde populatie; oftewel het
indicatie te geven voor de beheeropgave in het eerstvolgende
minimaal aantal aanwezige damherten.
• De zomerpopulatie wordt berekend: de getelde kalveren worden
beheerseizoen.
‘volwassen’; vrouwelijke kalveren worden hinde en mannelijke
Het getelde percentage is niet elk jaar precies hetzelfde. Over de
bijna allemaal een kalf. Met deze gegevens wordt op basis van
bepaald. (zie figuur 13 voor een illustratie van het modelresultaat).
worden hert. Bovendien werpen de getelde hinden in de zomer de tellingen de zomerpopulatie berekend.
• Na de zomer begint het zwaartepunt van het beheerseizoen. Een
aantal hinden en herten uit de berekende zomerpopulatie wordt geschoten.
• Het geschoten aantal damherten wordt afgetrokken van de berekende zomerpopulatie waarmee het in de nieuwe telling verwachte aantal wordt berekend.
jaren is voor de modelberekening daarom een gemiddelde telfractie
Uiteraard wordt in de modelberekening ook bepaald hoeveel nieuwe
kalveren er in de zomer na de telling worden geboren. Daarvoor wordt
een aanname gedaan over de reproductie op basis van literatuur. Bekend is dat vrijwel alle hinden in de populatie een kalf produceren
(en nooit meer dan 1!), ongeveer in gelijke geslachtsverhoudingen. Alleen bij de jonge hinden die voor het eerst deelnemen aan de
voortplanting wil het percentage drachtige dieren nog wel eens wat variëren met de omstandigheden.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
24
De natuurlijke sterfte wordt voor de eenvoud van de berekening niet meegerekend. Aangenomen kan worden dat dit gering is ten opzichte van het geschoten aantal. Bovendien zou van de geschoten dieren
mogelijk een deel ook een natuurlijke dood zijn gestorven tijdens de winter. Een gevoeligheidsanalyse van het model laat ook zien dat
toevoeging van een percentage natuurlijke sterfte nauwelijks van invloed is op het resultaat.
Om tot advies voor de beheerinzet in het komende seizoen te komen is uitgegaan van de hoogste waarden per geslacht-leeftijdsklasse uit
de 3 telronden. Deze waarden zijn ook in gepresenteerd figuren 6 en 7 in paragraaf 4.2.
Het advies is richtinggevend voor de planning van de uitvoering
door de terreinbeheerders. Deze geven zelf in detail invulling aan de
uitvoering. Eigen terreinkennis, jaarrond observaties en beschikbare capaciteit spelen een rol bij de uiteindelijke afwegingen. Deelgebied A NPZK e.o.
Figuur 13: verloop van de berekende verwachte telling (blauwe lijn; Totexpected) en de werkelijke telresultaten (oranje lijn; Tot.observed) als is gecorrigeerd met de telfractie. (gegevens uit deelgebied AWD-BN).
Tijdens de tellingen bestond de populatie hier minimaal uit 86 herten,
deelgebied kan alleen worden verklaard door een zeer laag geteld
aangesproken dieren zijn hierbij naar rato verdeeld over hinden en
paragraaf 4.3 figuur 7 en 8 is te zien dat het jaarlijkse telresultaat erg
189 hinden en 63 kalveren (totaal 338). De tijdens de telling niet kalveren. Via de hiervoor beschreven modelbenadering is eerst het
getelde percentage bepaald. Het aantal getelde damherten in dit
percentage in het voorgaande jaar, gemiddeld nog geen 20%. In fluctueert rond de trendlijn. Dat maakt dat een op grond van het meest
recente telresultaat berekende indicatie voor de beheeropgave erg
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
25
onnauwkeurig zal zijn. Toeval speelt hier blijkbaar een grotere rol dan
Beheerders van het NPZK en de WBE-Zuid-Kennemerland zullen
lineaire trend in de telresultaten. De jaarlijkse fluctuaties zijn hiermee
voor de beheeropgave. Het terugdringen van het aantal hinden heeft
in de AWD. Daarom is de getelde fractie berekend op basis van de gefilterd. Het model berekend dan een waarnemingspercentage van
33%. Uit de modelberekening volgt dan dat in 2024 de zomerpopulatie
onderling goede afspraken moeten maken over de inzet van capaciteit de hoogste prioriteit.
na de geboortes van de nieuwe kalveren voor de start van het
Deelgebied B AWD-BN
hinden en bijna 400 herten.
206 hinden en 49 kalveren (totaal 1101). Uitgaande van de hoogst
beheerseizoen circa 1400 damherten bedraagt, waarvan circa 625
Rond een getelde streefstand van 200 damherten zullen er
ongeveer 75 herten, 75 hinden en 50 kalveren worden geteld, met
Tijdens de tellingen bestond de populatie hier minimaal uit 846 herten, waargenomen
waarden
voor
categorie tijdens de 3 telronden.
elke
geslachts-leeftijdscategorie
waarnemingspercentage van circa 33% betekent dat er in werkelijkheid
Het totaal aantal getelde damherten in dit deelgebied kan worden
150 kalveren. Met een berekend huidig werkelijk aantal hinden van
waargenomen percentage van ongeveer 52%. Dat zou betekenen dat
ongeveer 225 herten zullen zijn en even zoveel hinden met ongeveer bijna 600 ligt er dus nog een grote beheeropgave met nog altijd een nadruk op hinden en kalveren.
Met in gedachten dat hinden en kalveren bijna in gelijke verhouding geschoten moeten worden om te voorkomen om onnodig lijden van
verklaard op grond van een tijdens de tellingen gemiddeld
er in werkelijkheid bijna 2x zoveel damherten aanwezig zijn als geteld
oftewel 1635 herten, 398 hinden en 95 kalveren. Met deze aantallen en
dit waarnemingspercentage is een indicatie voor de beheeropgave voor komend seizoen berekend.
kalveren te voorkomen is het richtinggevend advies om ongeveer de
Uit de modelberekening volgt dat de zomerpopulatie na de geboortes
• 175 herten
2430 damherten bedraagt, waarvan bijna 445 hinden en 1685 herten.
volgende aantallen te schieten in het komende beheerseizoen: • 360 hinden en • 288 kalveren
• Totaal 813 stuks
van de nieuwe kalveren voor de start van het beheerseizoen ongeveer Rond een getelde streefstand van 600-800 damherten met een gelijke geslachtsverhouding zal de tijdens de tellingen waargenomen
populatiesamenstelling ongeveer als volgt zijn: 220 tot 290 herten, even
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
26
zoveel hinden en 165 tot 218 kalveren. Bij een waarnemingspercentage
van 52% zijn er dan uiteraard in werkelijkheid bijna 2x zoveel damherten aanwezig.
Er ligt dus voor het totale deelgebied AWD-BN e.o. nog een beheeropgave voor circa 1300 herten. Voor de hinden lijkt de streefstand bereikt.
Benadrukt wordt nogmaals dat de beheeropgaven die hier zijn
berekend, indicatief zijn en dat de terreinbeheerders op grond van hun gedetailleerde terreinkennis zelf invulling geven aan de uitvoering.
Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
27
6. Conclusies Ondanks de duidelijke afname van het aantal herten moeten de
volgens de resultaten uit de hoogste telronde. In zowel deelgebied
minder herten kost het meer tijd om nog een hert te kunnen doden.
tendens in de aantallen damherten en komen de streefstanden van
beheerders nog grote inspanning leveren om de doelen te halen. Met
De overgebleven dieren zijn ook alerter op gevaar en laten zich niet zo
makkelijk meer benaderen. Bovendien worden er geleidelijk aan meer
NPZK (A) als AWD-BN (B) is daarmee duidelijk sprake van een dalende respectievelijk 200 en 600-800 nadrukkelijk in beeld.
mannelijke damherten geschoten. De verwerking hiervan kost meer
In het Zuid-Hollandse deelgebied C (Coepelduynen) zijn afgelopen
en kalveren. Het afgelopen seizoen werkte het weer ook niet mee;
de tellingen. In deelgebied D (Meijendel-Berkeide) zijn 11 damherten
tijd omdat deze beduidend groter en vooral zwaarder zijn dan hinden het was erg onstuimig (regen en wind) wat de uitvoering zwaarder
maakt. Desondanks zijn er door forse inzet zelfs iets meer damherten geschoten dan vorig seizoen.
seizoen geen damherten geschoten en ook niet waargenomen tijdens geteld, allemaal buiten het aangewezen leefgebied. In dit deelgebied zijn 3 damherten geschoten in het kader van de hier geldige aanwijzing voor het voorkomen van onnodig lijden.
In het afgelopen beheerseizoen (1 april 2023-31 maart 2024) zijn 2948
De schade aan de wettelijke belangen is nog altijd aanwezig. Flora
zijn er 788 geschoten in deelgebied A (NPZK e.o) en 2157 in deelgebied B
damherten. De eerste resultaten uit het natuurherstel onderzoek
damherten geschoten in het kader van het populatiebeheer. Daarvan
(AWD-BN e.o.). Daarnaast zijn nog 48 damherten gedood om onnodig
lijden te voorkomen nadat ze gewond waren geraakt in het verkeer of door andere oorzaken. Een aantal daarvan was al overleden voor het valwildteam ter plaatse was.
Na het beheerseizoen zijn in deelgebied A (NPZK e.o) nog 338 damherten geteld en in deelgebied B (AWD-BN e.o.) 1083 stuks
en fauna lijdt nog duidelijk door overbegrazing en vertrapping door bieden hoop op herstel van de vegetatie en wellicht ook bijbehorende fauna zodra de begrazingsdruk door damherten meer in balans
is gebracht met de wat het gebied kan dragen (zonder verlies van soortenrijkdom).
Het aantal damherten dat is omgekomen in het verkeer of andere
onnatuurlijke oorzaken was afgelopen seizoen flink lager dan vorig
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2023-2024 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
28
seizoen. Komende jaren moet blijken of deze trend zich doorzet. Aanrijdingen met damherten vinden vooral plaats rondom het NPZK waarvan een deel op de Zeeweg.