1. Rapport effectief gebruik van de meldcode in de Wmo-praktijk.pdf
Tekst van het document
Deelnemers aan de reflectiebijeenkomst vertellen dat: ▪ cliënten op kunnen zien tegen de bemoeienis van de aanbieder en/of Veilig thuis, maar meestal opgelucht zijn dat het onderwerp bespreekbaar is gemaakt; ▪ de relatie met cliënt alleen maar beter wordt als de medewerker in gesprek blijft met cliënt;
25
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
▪
▪
▪
▪
Definitieve versie 13-11-2023
het helpt als de medewerker het gesprek met cliënt niet alleen maar samen met een gedragswetenschapper doet en als de gedragswetenschapper de melding doet. Dan blijft cliënt zich gehoord en gesteund voelen door de medewerker; Veilig Thuis: “bespreek de voor- en nadelen van een anonieme melding met Veilig Thuis. Anoniem melden kan alleen als er een aanwijsbare reden is. Bijvoorbeeld als cliënt en/of betrokkenen bekend zijn bij politie, vuurwapengevaarlijk zijn” Het LVAK vertelt dat het belangrijk is om betrokkenen bij elke stap van de meldcode te betrekken: “Vertel ook dat je de cliënt gaat overdragen en dat cliënt hierdoor meer kans heeft op veiligheid. Ook is het belangrijk om goed te documenteren wat er volgens cliënt aan de hand is.” Veilig Thuis vertelt dat er in de praktijk bijna nooit een vertrouwensbreuk ontstaat, “dit gebeurt heel soms als er kinderen bij betrokken zijn. Soms ontstaat er tijdelijk frictie, maar meestal kan de ondersteuning aan cliënt vervolgens goed doorgaan.”
Meer tijd en middelen Tijdens de reflectiebijeenkomst vindt 31% van de aanwezigen dat aandachtsfunctionarissen meer tijd en middelen nodig hebben om de meldcode goed te implementeren in hun organisatie. Tijdens het onderzoek vindt 55% van de aandachtsfunctionarissen dat medewerkers meer tijd nodig hebben om de meldcode te gebruiken. Hierbij is een groot verschil tussen de 3 voorzieningen: 30% van de aandachtsfunctionarissen bij aanbieders hulp bij het huishouden, 50% van de aandachtsfunctionarissen bij aanbieders van dagbesteding en 89% van de aandachtsfunctionarissen bij aanbieders van individuele ondersteuning. Dit verschil is te verklaren doordat bij hulp bij het huishouden de meeste medewerkers alleen het signaal intern doorgeven terwijl bij dagbesteding en bij individuele ondersteuning een aanzienlijk deel van de medewerkers meerdere stappen van de meldcode doorlopen wat daardoor meer tijd kost. Informatie over de meldcode zakt makkelijk weg bij medewerkers. Daarom is het belangrijk dat iedereen in de organisatie weet dat er een meldcode is en dat de meldcode makkelijk te vinden is. Verschil tussen de 3 voorzieningen in implementatie van de meldcode bij medewerkers Vrijwel alle aandachtsfunctionarissen benoemen tijdens het onderzoek dat medewerkers de meldcode beter gebruiken als ze regelmatig casuïstiek bespreken.
Tijdens de reflectiebijeenkomst vindt 56% van de aanwezigen dat medewerkers verplicht moeten worden om een paar keer per jaar deel te nemen aan casuïstiek bespreking over de meldcode. Daarbij merken aanbieders op dat dit bij veel aanbieders van hulp bij het huishouden moeilijk te realiseren is. Hulp bij het huishouden Enkele aanbieders van hulp bij het huishouden vertellen dat schriftelijke en online trainingen helpen om het signaleren te verbeteren. Medewerkers kunnen per mail geïnformeerd worden over minder bekende signalen. Dagbesteding Een aanbieder van dagbesteding vindt dat er bij dagbesteding meer aandacht moet komen voor de meldcode, bijvoorbeeld tijdens werkbesprekingen waarin al casuïstiek besproken wordt. De meldcode zou een vast onderdeel van het werkoverleg moeten worden.
26
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
Individuele ondersteuning De meeste aanbieders van individuele ondersteuning hebben regelmatig overleg, wekelijks tot maandelijks, waarbij casuïstiek besproken wordt. Bij signalen van huiselijk geweld of mishandeling wordt de meldcode besproken. Wat organiseren gemeenten over de meldcode? De gemeenten van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland werken samen in de regioaanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Een van de speerpunten van de regioaanpak voor de periode 2020-2024 is het beter signaleren van geweld en mishandeling. En dan met name door de zorgprofessionals bij de aanpak te betrekken die direct contact hebben met de risicogroepen. 65-plussers vormen een van de in de aanpak genoemde risicogroepen. ▪ ▪ ▪
▪
▪
Tijdens contractgesprekken bespreken de gemeenten de implementatie van de meldcode met Wmo-aanbieders. De meldcode is onderdeel van het kwaliteitstoezicht door de toezichthouder Wmo, GGD Amsterdam. Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland biedt training aan onder andere Wmo-medewerkers. De training gaat over het gesprek met ouderen over een vermoeden van huiselijk geweld. In 2022 heeft Veilig Thuis voor zorgprofessionals die met ouderen werken de bijeenkomst “Het ouder wordende brein en ouderenmishandeling” georganiseerd. Deze bijeenkomst ging over (cognitieve) veranderingen in het brein van de oudere mens en informatie over het herkennen van ouderenmishandeling en hoe hiermee om te gaan in de dagelijkse praktijk. In 2023 heeft Veilig Thuis een bijeenkomst georganiseerd voor professionals over financieel misbruik bij ouderen. In de Amstelland gemeenten is de implementatie van de meldcode opgenomen in het programma van eisen dat onderdeel uitmaakt van de contracten met Wmo-aanbieders. De gemeenten Diemen en Ouder-Amstel hebben in 2022 aan Wmo-aanbieders een training aangeboden over de verbeterde meldcode. Het plan is om de training in 2023 te herhalen voor nieuw binnengekomen medewerkers.
In de gemeente Amsterdam vond in 2021 een digitale meldcodetour voor Wmozorgprofessionals plaats waarbij deelnemers leerden vermoedens van fysieke (ouder)mishandeling en/of financiële uitbuiting te bespreken en hiernaar te handelen. De meldcodetour is een initiatief van de VNG en is in samenwerking met de gemeente Amsterdam georganiseerd.
Aandachtsfunctionarissen Aan de aandachtsfunctionarissen is een open vraag gesteld wat gemeenten organiseren over de meldcode. ▪ De aandachtsfunctionarissen van de Amstelland gemeenten weten dit niet of vertellen dat er niets georganiseerd wordt. ▪ Volgens 14% van de aandachtsfunctionarissen in Amsterdam heeft de gemeente online informatie verstrekt, onder andere in een nieuwsbrief. 23% vertelt dat de gemeente niets organiseert en 27% dat de gemeente wel eens iets heeft georganiseerd, maar na doorvraag blijft onduidelijk wat dit is geweest. ▪ Aandachtsfunctionarissen merken geen verschil op tussen gemeenten in wat ze doen aan het onder de aandacht brengen van de meldcode bij Wmo-aanbieders.
27
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
Hoe kunnen gemeenten het gebruik van meldcode bevorderen? In een open vraag is aan aandachtfunctionarissen gevraagd hoe gemeenten het gebruik van de meldcode kunnen bevorderen. ▪ De aandachtsfunctionarissen in de Amstelland gemeenten willen dat gemeenten voorlichtingsmateriaal beschikbaar stellen en opdracht geven tot kwaliteitstoezicht om uniformiteit tussen aanbieders te vergroten. ▪ Aandachtsfunctionarissen uit Amsterdam willen dat de gemeente: o bijeenkomsten, webinars, campagnes en trainingen organiseert; Een kwart van de aandachtsfunctionarissen wil dat deze gaan over het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling en het contact met Veilig Thuis; o de drempel naar Veilig Thuis verlaagt door het organiseren van bijeenkomsten met Veilig Thuis en aanbieders; o de meldcode bespreekt tijdens kwartaalgesprekken van de gemeentelijke contractmanager met de aanbieder. De gemeenten hebben aangegeven dat ze dit al doen; o ondersteuning biedt bij het contact met Veilig Thuis; o ervoor zorgt dat de verschillende Veilig Thuis regio’s een eenduidige werkwijze krijgen; o verder noemen individuele aandachtsfunctionarissen dat certificering via de gemeente kan helpen om te toetsen of de meldcode voldoet en geïmplementeerd is; o samenwerking zoekt met het LVAK en scholing via LVAK stimuleert voor aandachtsfunctionarissen.
28
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
5 Conclusie en aanbevelingen
De centrale vragen tijdens dit thematisch toezicht zijn: 1. Hoe is de meldcode geïmplementeerd in de Wmo-praktijk? 2. Wat is er nodig om de meldcode in de Wmo-praktijk meer doeltreffend te maken? Het onderzoek is uitgevoerd bij Wmo-aanbieders van hulp bij het huishouden, dagbesteding en individuele ondersteuning in Amsterdam en de Amstellandgemeenten, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.
5.1 Hoe is de meldcode geïmplementeerd in de Wmo-praktijk? Conclusie 1 De Wmo-aanbieders van hulp bij het huishouden, dagbesteding en individuele ondersteuning moeten een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling hebben die voldoet aan de landelijke regelgeving. Bij 1 aanbieder ontbreekt een dergelijke meldcode. Bij 25 aanbieders voldoet de meldcode niet aan de minimale eisen die door de wetgever zijn gesteld. Er ontbreekt bijvoorbeeld informatie over de omgang met vertrouwelijke gegevens en/of het afwegingskader en bij enkele aanbieders ontbreekt in de meldcode ook een beschrijving wie waarvoor verantwoordelijk is binnen de organisatie. Aanbeveling aan aanbieders: Zorg dat er een meldcode is opgesteld die voldoet aan de eisen zoals opgenomen in het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Conclusie 2 Naast het hebben van een meldcode die voldoet aan de eisen, zijn aanbieders van hulp bij het huishouden, dagbesteding en individuele ondersteuning ook verplicht om de meldcode te implementeren in de eigen organisatie. Uit het onderzoek blijkt dat dit beter moet. Van de medewerkers is 24% onbekend met de meldcode en is 35% er niet over geïnformeerd door de aanbieder. Alle medewerkers moeten geïnformeerd zijn over de stappen in de meldcode Medewerkers zijn verplicht om de meldcode die door hun organisatie is vastgesteld toe te passen in de praktijk.
Ruim de helft van de medewerkers in dit onderzoek gaat niet zelf aan de slag met het signaal, maar moet wel op de hoogte zijn van de stappen van de meldcode van zijn organisatie. Ook moeten hen vaardigheden worden aangeleerd zodat zij signalen leren herkennen en geen barrières ervaren, niet bang zijn om het signaal intern door te geven. Uit het onderzoek blijkt dat met name aanbieders van hulp bij het huishouden een werkwijze hebben, waarbij medewerkers het signaal alleen binnen hun organisatie doorgeven en een aandachtsfunctionaris of leidinggevende het oppakt. Bij hulp bij het huishouden doet 90%, bij dagbesteding 57% en bij individuele ondersteuning 14% van de medewerkers dit.
29
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
Toepassen van de meldcode door medewerkers Uit het onderzoek blijkt dat bij veel aanbieders hun medewerkers een verschillende werkwijze hebben bij een signaal van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hieruit blijkt dat medewerkers onvoldoende op de hoogte zijn van de meldcode van hun organisatie. Voor het goed toepassen van de meldcode is het allereerst belangrijk dat medewerkers signalen voldoende herkennen. Uit het onderzoek blijkt dat niet alle medewerkers signalen voldoende herkennen. Alhoewel dit onderzoek geen compleet beeld geeft of signalen altijd opgemerkt worden door medewerkers, is het duidelijk dat een kwart van de medewerkers signalen van onder andere psychische mishandeling onvoldoende opmerkt en oppakt. Ook is duidelijk dat medewerkers van hulp bij het huishouden in Amsterdam onvoldoende signaleren. De 24 Amsterdamse medewerkers van hulp bij het huishouden in dit onderzoek hebben gedurende 2 jaar geen enkel signaal opgemerkt van huiselijk geweld en kindermishandeling bij 65-plussers. Dit is statistisch gezien onwaarschijnlijk. Uit de Amsterdamse gezondheidsmonitor van 2020 blijkt dat 7% van de 65-plussers het voorgaande jaar te maken had met huiselijk geweld en kindermishandeling. Medewerkers die het signaal zelf oppakken moeten het signaal registreren. Dit doen ze niet altijd.
De registratie is nodig om later in het proces terug te kunnen kijken wat het oorspronkelijke signaal is. Het is belangrijk om daarbij ook te noteren wat cliënt en/of zijn netwerk hierover vertellen. Medewerkers die het signaal wel zelf oppakken moeten het gesprek met cliënt en/of netwerk voeren. Dit gebeurt niet altijd. Uit het onderzoek blijkt dat zij huiverig zijn voor de gevolgen hiervan. Terwijl er bij een aantal aanbieders, Veilig Thuis en het LVAK juist goede ervaringen zijn als dit gesprek vanaf het begin van het proces gevoerd wordt. Vaak zijn cliënten blij dat het onderwerp bespreekbaar is gemaakt. Medewerkers die het signaal zelf oppakken moeten voldoende geschoold worden in gespreksvaardigheden voor het gesprek met cliënt en/of netwerk over het vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Aanbeveling aan aanbieders: zorg ervoor dat de meldcode bij elke aanbieder goed geïmplementeerd is zodat medewerkers op de hoogte zijn van de meldcode, er regelmatig over geïnformeerd worden, ermee kunnen werken en de meldcode toepassen.
5.2 Wat is er nodig om de meldcode in de Wmo-praktijk meer doeltreffend te maken? In de vorige paragraaf staan een aantal zaken beschreven die de implementatie van de meldcode meer doeltreffend maken. Centraal staat dat de meldcode moet voldoen aan de wettelijke eisen en dat de kennis en het gebruik van de meldcode bij medewerkers en aandachtsfunctionarissen bevorderd moet worden. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat een derde van de medewerkers en 2 op de 5 aandachtsfunctionarissen barrières ervaren. Deze barrières gaan voornamelijk over de samenwerking met Veilig thuis en angst van medewerkers voor een vertrouwensbreuk met cliënt.
30
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
Conclusie 3 Uit het onderzoek blijkt dat aanbieders behoefte hebben aan een beter contact met Veilig Thuis. Medewerkers en aandachtsfunctionarissen willen voldoende terugkoppeling krijgen van Veilig Thuis na een melding. Tegelijkertijd geeft Veilig Thuis aan dat aanbieders ook zelf contact kunnen opnemen met Veilig Thuis. In de praktijk blijkt dat de ongerustheid bij medewerkers en aandachtsfunctionarissen over het melden vaak vermindert als ze vooraf of tijdens een melding contact opnemen met Veilig Thuis. Verder blijkt uit het onderzoek dat er verbetering mogelijk is ten aanzien van de kennis bij aandachtsfunctionarissen en medewerkers over de werkwijze van Veilig Thuis. Bijvoorbeeld over de omgang van Veilig Thuis met vertrouwelijke informatie en met de vertrouwensrelatie tussen cliënt en medewerker. Ook hebben medewerkers behoefte aan een eenvoudiger schriftelijk taalgebruik door Veilig Thuis. Ze hebben vaak moeite met het lezen van de schriftelijke communicatie door Veilig Thuis. Aanbieders die ondersteuning bieden in verschillende regio’s willen een eenduidige werkwijze van de verschillende Veilig Thuis regio’s. Ze geven aan dat de werkwijze van Veilig Thuis per regio kan verschillen. Aanbeveling aan Veilig Thuis: Geef door middel van eenvoudige voorlichting duidelijkheid aan aanbieders en zorgmedewerkers over de rol en taken van Veilig Thuis.
Aanbeveling aan Veilig Thuis: Zorg voor een uniforme werkwijze in de verschillende Veilig Thuis regio’s. Conclusie 4 casuïstiekbespreking en scholing Uit het onderzoek blijkt dat aanbieders veel kunnen verbeteren. De meeste aandachtsfunctionarissen en medewerkers willen dat aanbieders het gebruik van de meldcode stimuleren tijdens casuïstiekbespreking en training met name over het gesprek met cliënt en/of zijn netwerk. Een aantal aandachtsfunctionarissen heeft zelf behoefte aan trainingen en het bespreken van casuïstiek met andere aanbieders om een goede invulling te geven aan hun functie. De helft van de aandachtsfunctionarissen in het onderzoek heeft de afgelopen 2 jaar een training gevolgd. Informatie Voor de medewerkers in het onderzoek geldt dat het signaleren van huiselijk geweld en mishandeling niet tot hun primaire werkzaamheden hoort. Het herkennen van signalen blijkt in de praktijk lastig voor veel medewerkers. Om goed te kunnen signaleren is het wenselijk om een signalenkaart te gebruiken. Een signalenkaart kan helpen om signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling te herkennen. Uit het onderzoek blijkt dat maar een kwart van de medewerkers de signalenkaart minimaal jaarlijks gebruikt. Enkele aandachtsfunctionarissen geven aan dat het belangrijk is om de meldcode makkelijker leesbaar te maken voor medewerkers.
Het LVAK merkt op dat informatie over de verschillende normen en waarden van medewerkers, cliënten/netwerk en daders van toegevoegde waarde is. Het werkt bevorderend als aanbieders schriftelijk beleid opstellen over het implementeren van de meldcode binnen hun organisatie. Slechts 20% van de aanbieders heeft hierover schriftelijk beleid. Het is belangrijk dat alle medewerkers de meldcode van hun organisatie kunnen vinden en weten met wie ze
31
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
kunnen overleggen, hoe ze de aandachtsfunctionaris kunnen vinden. Uit het onderzoek blijkt dat een deel van de medewerkers hiervan niet op de hoogte is. Tijd Zowel medewerkers als aandachtsfunctionarissen hebben behoefte aan meer tijd voor het goed toepassen van de meldcode. Eenderde van de aandachtsfunctionarissen wil hiervoor zelf meer tijd. Ruim de helft van de aandachtsfunctionarissen vindt dat medewerkers hiervoor meer tijd nodig hebben. Hierbij is er een groot verschil tussen de 3 voorzieningen: 30% bij hulp bij het huishouden, 50% bij dagbesteding en 89% bij individuele ondersteuning vindt dat medewerkers hiervoor meer tijd nodig hebben. Deze percentages lopen synchroon met de percentages bij de verschillende voorzieningen van medewerkers die de meldcode toepassen. Aanbeveling aan aanbieders: Zorg ervoor dat medewerkers en aandachtsfunctionarissen voldoende scholing, informatie en tijd hebben om de meldcode goed toe te kunnen passen. Conclusie 5 Aanbieders willen dat gemeenten zorgen voor voldoende aanbod en bekendheid aan trainingen, bijeenkomsten, campagnes over het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling. Met name bijeenkomsten met Veilig Thuis en aanbieders om de drempel naar Veilig thuis te verlagen.
Uit het onderzoek blijkt dat de betrokken gemeenten Wmo-aanbieders stimuleren in het gebruik van de meldcode tijdens periodieke contractgesprekken en door kwaliteitstoezicht bij individuele aanbieders. Aanbieders geven aan dat zij hierin een toegevoegde waarde zien. Ook hebben enkele gemeenten de afgelopen jaren trainingen aangeboden aan aanbieders en heeft een gemeente een bijeenkomst gefaciliteerd voor aanbieders. Daarnaast biedt Veilig Thuis trainingen aan, onder andere gericht op 65plussers. Aanbeveling aan gemeenten: Onderzoek welke rol de gemeente kan spelen bij het zorgen voor voldoende aanbod en bekendheid aan trainingen, bijeenkomsten en campagnes over het aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling en het stimuleren van aanbieders tot deelname.
32
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
Bijlage 1 Bronnen
Jaar
Titel en link
2020
Veiligheid voor elkaar regioaanpak 2020-2024
2015
De regioaanpak 2015-2020 Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Amsterdam-Amstelland Evaluatie wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
2020
2022-2023 2022-2023
2020
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Amsterdamse gezondheidsmonitor 2020 Eerste voortgangsrapportage Regioaanpak ‘Veiligheid voor elkaar’ Impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling 2020
2018
Rapport Aard en omvang ouderenmishandeling
2023
Ouderenmishandeling | Dossiers | Huiselijk Geweld
2021
Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
2020 2021
Onderzocht/geschreven door Amsterdam-Amstelland Amsterdam-Amstelland Pro Facto, Amsterdam UMC (locatie VUmc), Rijksuniversiteit Groningen
GGD Amsterdam Amsterdam-Amstelland Centraal bureau voor de statistiek (CBS) Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum: Avans Hogeschool; Leyden Academy on Vitality and Ageing. VWS Gemeente Amsterdam, Nisa4Nisa, Stichting Malak, Stichting Buurvrouwennetwerk Gaasperdam, Stichting ProFor, Stichting Kezban, Stichting Aminah, Stichting Prachtvrouw, Stichting Zeker-zien, Samen Sterk, Gouden mannen, Blijf Groep, Venzo,
33
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
2022-2023 2022-2023 2022-2023 2022-2023 2022-2023
Definitieve versie 13-11-2023
Website Veilig Thuis over Hoe werkt Veilig Thuis Website LVAK Website Rijksoverheid over de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Het afwegingskader in de meldcode | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl) Website Augeo over de meldcode
Vrijwilligerscentrale Amsterdam. Veilig Thuis LVAK Rijksoverheid Nederlands Jeugdinstituut Augeo
34
GGD Amsterdam Afdeling Infectieziekten
Definitieve versie 13-11-2023
Bijlage 2 Stellingen reflectiebijeenkomst
1. Aandachtsfunctionarissen krijgen voldoende tijd en middelen om de meldcode goed te implementeren in hun organisatie. 2. Medewerkers moeten verplicht worden om een paar keer per jaar deel te nemen aan casuïstiek bespreking over de meldcode. 3. Ik verwacht dat Veilig Thuis de regie pakt na een melding. 4. Melden bij Veilig Thuis tast de vertrouwensband aan van de medewerker met cliënt.
35