CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Rapport Doorverwijzingen naar speciaal (basis)onderwijs in Amsterdam-Diemen.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 13 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Terugkoppeling van de uitkomsten van onderzoeken in relatie tot de groei Speciaal Onderwijs en stijging aantal vrijstellingen in Amsterdam (VN2023-017746)9.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doorverwijzingen naar speciaal (basis)onderwijs Analyses over 2017-2018 t/m 2021-2022

Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen

01-12-2022

Inhoud Inleiding .................................................................................................................................................................... 2

Wat is al bekend vanuit onderzoek?....................................................................................................................... 3 Landelijk onderzoek ............................................................................................................................................. 3 Lokaal en regionaal onderzoek ............................................................................................................................ 4 Verwijzingen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen ................................................................... 6 Het jonge kind: verwijzingen van drie en vierjarigen .......................................................................................... 6 Verwijzingen van kinderen ouder dan 4 jaar ....................................................................................................... 8 Overige verwijzingen rondom gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen ................................................. 8

Verwijzingen vanuit reguliere basisscholen............................................................................................................ 9 Beschrijving verwijzingen vanuit reguliere basisscholen .................................................................................... 9 Overkoepelende blik op schoolkenmerken ....................................................................................................... 10 Reguliere scholen met hoge gewichtsscore ...................................................................................................... 11 Ontwikkelingen op regio en wijkniveau ............................................................................................................ 13

Conclusie ................................................................................................................................................................ 17 Bijlage: volledige tabellen ..................................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 2 volledige tabellen .......................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 3 volledige tabellen .......................................................................................................................... 22

1

Inleiding We signaleren als Samenwerkingsverband primair onderwijs Amsterdam Diemen verschillende trends in onze regio. Zo zien we een stijging in het aantal leerlingen dat wordt verwezen naar het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Ook lijkt het aantal vierjarigen dat het speciaal (basis)onderwijs instroomt te stijgen. De stijging maakt het lastig, in het bijzonder voor het speciaal onderwijs, om alle leerlingen die een plek nodig hebben te huisvesten. Als samenwerkingsverband oordelen we over de aanvragen voor het speciaal (basis)onderwijs, en geven we bij toekenning een toelaatbaarheidsverklaring af voor een bepaalde bekostigingscategorie (laag, midden of hoog). Er zijn grote verschillen tussen reguliere basisscholen en gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen in de mate waarin ze aanvragen bij het samenwerkingsverband indienen en toegekend krijgen. Deels komt dit door verschillen in leerlingpopulatie, maar het vermoeden bestaat dat ook andere factoren meespelen. We hebben behoefte aan meer inzicht in deze ontwikkelingen. Daarbij maken weg graag meer gebruik van de registratiegegevens die we zelf verzamelen. Er zijn al wel eerder verdiepende onderzoeken geweest, maar er is nog ruimte om trends uitgebreider en over een grotere tijdsperiode te bekijken. We kunnen die inzichten gebruiken om ons beleid bij te sturen en zo datagedreven te werken.

Hieronder staan de onderzoeksvragen die richting geven aan de verdiepende analyses, verdeeld over twee onderwerpen. Onderwerp 1: gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen Voor welke gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen zijn er in de periode van 2017-2018 tot en met 2021-2022 relatief veel toelaatbaarheidsverklaringen afgegeven? Bij welke locaties was een groei te zien in het aantal toekenningen ofwel een trend naar hogere bekostigingscategorieën? Welke factoren hangen hiermee samen? Onderwerp 2: reguliere basisscholen Welke ontwikkelingen zien we in het aantal aanvragen en toekenningen van toelaatbaarheidsverklaringen vanuit reguliere basisscholen over de tijdsperiode van 2017-2018 tot en met 2021-2022? Welke factoren hangen hiermee samen? Zijn er verschillen in het doorverwijzen van leerlingen naar het speciaal (basis)onderwijs tussen scholen met een leerlingpopulatie die veel risico loopt op achterstanden? Waar hangen die verschillen mee samen? Welke verschillen zijn er te zien op wijkniveau?

In hoofdstuk 1 presenteren we een kort overzicht vanuit de literatuur over factoren die invloed hebben op doorverwijzingen naar het speciaal (basis)onderwijs. In hoofdstuk 2 gaan we dieper in op de gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen en beantwoorden we de onderzoeksvragen die hierbij horen. In hoofdstuk 3 staan de reguliere basisscholen centraal, en geven we een antwoord op de onderzoeksvragen die hierbij horen. In hoofdstuk 4 staat een reflectie op de uitkomsten.

2

Wat is al bekend vanuit onderzoek? In dit hoofdstuk kijken we op grote lijn wat bekend is uit onderzoek over factoren samenhangen met de mate waarin kinderen doorverwezen worden naar het speciaal onderwijs (so) en speciaal basisonderwijs (sbo). Het gaat om een beeld op grote lijnen op basis van een selectie aan de meest relevante onderzoeken . Factoren die volgens onderzoek samenhangen met verwijzingen naar s(b)o kenmerken scholen en andere verwijzers

• Ervaring leraren • Facilitering schoolleider • Grootte school • Ondersteuningsstructruur (voor)scholen • Vroegsignalering en preventie • Schoolgewicht

kindkenmerken

• Geslacht kind • Sociaaleconomische status • Opleidingsniveau ouders • Etniciteit kind • Gescheiden ouders hebben • Vroeggeboorte • Ouders met psychische problematiek hebben (kop) • Jeugdhulpgebruik kind

landelijke en regionale ontwikkelingen

• Impact corona • Lerarentekort • Beleid verzuim en leerplichtvrijstellingen • Beleid doorstroom van s(b)o naar regulier • Jeugdhulpbeleid

Landelijk onderzoek Niet alleen in Amsterdam-Diemen maar ook landelijk en in de andere G4 samenwerkingsverbanden stijgt het aantal verwijzingen naar het s(b)o1. Uit landelijk onderzoek blijkt een groot aantal factoren samen te hangen met doorverwijzingen naar het s(b)o. Sommige factoren zijn meer van toepassing op scholen, sommige spelen ook al in de voorschoolse periode. Hieronder staat een overzicht van de meest genoemde factoren2: Lerarenteams die gemiddeld minder ervaren zijn, verwijzen vaker door naar het s(b)o. Mogelijk is er sneller sprake van handelingsverlegenheid. Minder ervaren leraren lijken het vooral lastiger te vinden om ondersteuningsbehoeften van leerlingen te vertalen naar concrete handelingen in en rondom de klas. De kans op verwijzing van leerlingen is juist kleiner naarmate leraren planmatiger werken. Facilitering vanuit de schoolleiding is ook belangrijk. Er zijn minder verwijzingen naar s(b)o als leraren zich gesteund voelen door de schoolleiding en de school een sterker professionaliseringsbeleid voert in het geven van adaptief onderwijs. Scholen met een goede ondersteuningsstructuur verwijzen minder. Hierbij is niet alleen te denken aan ondersteuning vanuit de intern begeleider, maar ook bovenschoolse ondersteuning vanuit schoolbestuur, loket of expertisepunt. Grote scholen verwijzen minder snel.

Het kan zijn dat het hen beter lukt om de ondersteuning op school vorm te geven. De mate waarin actief gesignaleerd wordt maakt uit. Aan de ene kant krijgen kinderen dan sneller en vroegtijdiger hulp. Aan de andere kant wordt er wellicht meer gezien, waardoor kinderen sneller doorverwezen worden. Het gaat daarbij om vroegsignalering in brede zin door GGD, (voor)scholen en andere zorgpartijen. Bepaalde groepen kinderen hebben meer behoefte aan ondersteuning en worden sneller doorverwezen. Jongens komen vaker terecht in het s(b)o, volgens sommige onderzoekers wel 1,9 maal zo vaak dan meisjes. 1

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/themaonderzoeken/documenten/themarapporten/2020/03/13/veranderingenleerlingenpopulatie-speciaal-onderwijs 2 Op basis van een uitgebreide literatuurstudie in https://www.researchgate.net/publication/287808624_Speciaal_of_apart_Onderzoek_naar_de_omvang_van_het_speciaal_onderwijs_in_ Nederland_en_andere_Europese_landen

3

Leerlingen met een lage sociaal economische status, leerlingen die behoren tot een (etnische) minderheid en leerlingen van laag opgeleide ouders hebben meer kans om doorverwezen te worden op grond van leerproblematiek. Sommige onderzoekers constateerden zelfs dat zorgleerlingen met laag opgeleide ouders een 1,8 maal hogere kans hebben om doorverwezen te worden dan overige zorgleerlingen. Kinderen met gescheiden ouders hebben meer kans op problematiek, en van daaruit mogelijk meer kans op een verwijzing. Voor jonge kinderen is een risicofactor vroeggeboorte, dat kan leiden tot o.a. ontwikkelingsproblemen, taalontwikkelingsstoornissen en medische problemen. Naast school- en kindkenmerken zijn er ook landelijke ontwikkelingen die impact hebben. In de Staat van het onderwijs3 geeft de Inspectie aan dat leerlingen op scholen met een hoog schoolgewicht bang zijn dat zij tijdens de coronaperiode minder hebben geleerd en vaker denken dat zij de leerstof niet meer kunnen inhalen. Scholen met een hoog schoolgewicht schatten de risico’s van de coronaperiode voor de cognitieve en sociaalemotionele ontwikkeling van leerlingen hoger in dan andere scholen. Deze scholen zagen ook dat kleuters minder leerden. Een andere groep die volgens de inspectie relatief veel last had van corona zijn nieuwkomers.

De effecten van de coronacrisis pakken hiermee voor kwetsbare leerlingen het meest negatief uit. Tegelijk noemt de Inspectie zorgelijk dat het lerarentekort steeds verder oploopt. Bekend is dat scholen met een hoger schoolgewicht meer moeite hebben om voldoende adequaat personeel te vinden, terwijl dit juist de scholen zijn met leerlingen die meer risico lopen op achterstanden. Uit de monitor personeelstekorten primair onderwijs in 20214 volgt dat Almere, Amsterdam, ’s-Gravenhage en Rotterdam de hoogste totale tekorten van Nederland kennen. Naast een lerarentekort begint er ook steeds meer een schoolleiderstekort te komen. Een andere landelijke ontwikkeling is het beleid rondom verzuim en leerplichtvrijstellingen. Steeds va ker wordt de wens geuit om van leerplicht naar leerrecht te gaan. Dit gaat samen met de behoefte van het ministerie van OCW om o.a. met de nieuwe verzuimaanpak er meer op in te zetten om kinderen die verzuimen, thuiszitten of een leerplichtvrijstelling hebben beter in beeld te krijgen en hen zoveel mogelijk te stimuleren naar school te gaan5. Dit leidt mogelijk tot een hogere instroom bij het (v)so. Dit is nog niet landelijk onderzocht. Uit een lokaal onderzoek in regio Rijn en Gelderse Vallei blijkt dat het aantal doorverwijzingen voor jonge kinderen hier (mede) groeit doordat er minder leerplichtvrijstellingen worden afgegeven 6.

In Amsterdam-Diemen lijken er op basis van eerste onderzoeksresultaten juist meer leerplichtvrijstellingen te zijn, vooral voor kinderen met een ontwikkel- of medisch probleem7 hoewel dit nog meer uitgezocht gaat worden. Naast het aantal verwijzingen naar het s(b)o heeft ook de verblijfsduur van leerlingen invloed op het aantal kinderen in het s(b)o. Landelijk stromen al jaren lang maar weinig kinderen vanuit sbo door naar het regulier basisonderwijs (rond 1%). Dit geldt ook voor de route van so naar regulier basisonderwijs (rond 2,3%) 3. In Amsterdam-Diemen is te zien dat er meer jonge kinderen worden doorverwezen naar het s(b)o. Gezien het landelijk maar weinig voorkomt dat kinderen doorstromen naar het reguliere onderwijs, kan verwacht worden dat deze jonge kinderen binnen het s(b)o blijven. Het is landelijk niet terug te leiden hoeveel leerlingen van so naar sbo doorstromen.

Lokaal en regionaal onderzoek Er zijn al een paar onderzoeken uitgevoerd in Amsterdam-Diemen. Het onderzoek van The Next School over schooljaren 2017-2018 t/m 2019-2020 laat ontwikkelingen in het aantal tlv-aanvragen door reguliere scholen in

3

Inspectie van het Onderwijs (2022). De Staat van het Onderwijs Adriaens, H., Elshout, M., Elshout, S. & de Cock, E. (2021). Personeelstekorten primair onderwijs. Centerdata f 5 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leerplicht/documenten/kamerstukken/2022/07/15/uitwerking -verzuimaanpak 6 Van Aalst, L. & Van der Heijden, G. (2020). Cijfermatig onderzoek naar oorzaken groei s(b)o en arrangementen in swv Rijn & Gelderse Vallei. B&T organisatieadvies 7 Veen, A. & Van der Veen, I. (2022). Tussenrapport onderzoek groei vrijstellingen 4

4

Amsterdam-Diemen zien. Gezien deze analyses over drie schooljaren zijn gedaan is het lastig om te bepalen of het gaat om een trend of om een toevallige uitschieter. Verder laat dit onderzoek zien dat het aantal tlvaanvragen binnen het regulier basisonderwijs sterk verschilt per wijk, per schoolbestuur en per school. Een opvallende uitkomst is dat scholen met een hoger schoolgewicht vaker aanvragen. In een deel van de gevallen wordt een toelaatbaarheidsverklaring aangevraagd door een gespecialiseerde (voorschoolse) voorziening. Er wordt ook steeds vaker vlak na start op een reguliere basisschool voor vierjarigen een tlv aangevraagd. Uit een analyse van dossiers van vierjarigen door het samenwerkingsverband volgt de zorg dat gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen mogelijk de ondersteuningsbehoeften van kinderen onderschatten en hen te snel naar een reguliere school doorverwijzen terwijl s(b)o meer passend is. Een andere zorg is dat niet alle gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen op de hoogte zijn van de mogelijkheid om direct een tlv voor s(b)o aan te vragen. Als laatste blijkt uit de dossieranalyse dat een bepaalde risicofactoren relatief vaak voorkomen bij deze kinderen, zoals bestaansonzekerheid bij ouders en negatieve levensgebeurtenissen binnen het gezin.

Er zijn ook andere samenwerkingsverbanden primair onderwijs die een stijging in het deelnamepercentage in het s(b)o ervaren en dit hebben laten onderzoeken8. Naast factoren die hierboven al bij het landelijke onderzoek zijn benoemd zijn er regio’s waarbij er een samenhang te zien is met het jeugdhulpgebruik in de wijk. Er wordt meer doorverwezen naar s(b)o in wijken met een hoger jeugdhulpgebruik. Dit wordt ook onderbouwd door landelijk onderzoek van de Inspectie (Staat van het Onderwijs, 2022) waarin wordt aangegeven dat leerlingen die jeugdhulp of medicatie ontvangen vaker blijven zitten en vaker doorstromen naar s(b)o dan overige leerlingen.

8 https://swvrijnengeldersevallei.nl/wp-content/uploads/2021/12/Bijlage-200617.7A-Kwantitatief-onderzoek.pdf

https://docplayer.nl/110223193-Breed-onderzoek-stromenanalyse.html

5

Verwijzingen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen In dit hoofdstuk staan de kinderen uit Amsterdam en Diemen centraal die vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen naar het speciaal (basis)onderwijs overstappen. Het gaat om voorzieningen die extra hulp/zorg voor kinderen inzetten. De gegevens komen uit de administratie van het samenwerkingsverband. Het aantal kinderen dat vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen bij het s(b)o instroomt stijgt door de jaren heen, in het bijzonder in de laatste twee jaar. De grootste verwijzer blijft echter het regulier basisonderwijs, daarnaast zijn er verlengingen voor tlv’s vanuit s(b)o-scholen. Door de jaren heen komt 7,7% (2017-2018), 6,9% (2018-2019), 6,1% (2019-2020) en 7,3% (2020-2021 en 2021-2022) van het totale aantal tlvtoekenningen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen.

Aantal kinderen

Figuur 1: aantal kinderen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen met toegekende tlv’s 80

50

60 40

51

20

20

76

64

63

9

2

16

20

2020-21

2021-22

drie en vierjarigen

kinderen ouder dan vier

0 2017-18

2018-19

2019-20

De laatste paar schooljaren stijgt het aantal drie en vierjarigen dat vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen het s(b)o instroomt (zie figuur 1). Bij kinderen ouder dan vier jaar is geen duidelijke trend te zien. Voor de indeling in schooljaren is uitgegaan van het moment waarop de tlv is toegekend. Er is vooral een toename van kinderen uit de regio’s West Buiten de Ring, West binnen de Ring en Oost (zie de bijlage voor de volledige tabel). Hieronder kijken we eerst naar de drie- en vierjarigen en daarna naar de oudere kinderen.

Het jonge kind: verwijzingen van drie en vierjarigen Zowel onder drie- als vierjarigen zit een stijging in de verwijzingen vanuit een gespecialiseerde (voorschoolse) voorziening naar het s(b)o. De stijging onder driejarigen zit vooral in het schooljaar 2021-2022; toen kregen 24 driejarigen een tlv toegekend terwijl dit in de voorgaande drie jaar rond de 10 lag. De stijging onder vierjarigen is iets eerder te zien. In 2020-2021 kregen 64 en in 2021-2022 76 vierjarigen een tlv toegekend terwijl dit in de voorgaande twee jaar rond de 50 lag. Figuur 2: aantal drie- en vierjarigen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen met toegekende tlv’s per bekostigingscategorie 40 35 30 25 20 15 10 5 0

38 28 16

4

5

2017-18

19

26 17

24 21 16

1

2018-19

2019-20

TLV hoog 22

TLV laag TLV midden

7 2 1

27

3 2020-21

5

TLV SBO

2021-22

6

Het aandeel drie- en vierjarige jongens is elk schooljaar weer hoog, en loopt tussen de 78% en 86%. Door de jaren heen zijn er verder verschuivingen te zien in de bekostigingscategorie (figuur 2). Er is een daling van het aantal drie- en vierjarigen dat tussen 2017 en 2020 het sbo instroomt. Daarentegen is er na 2018-2019 een sterke stijging bij bekostigingscategorie midden, en een kleine stijging bij bekostigingscategorie hoog. Figuur 3: verdeling toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen per instelling (5 schooljaren bij elkaar)

Partijen buiten de regio; 1; 0%

Jeugdhulp, Cordaan, niet verder jeugdgezondheidszorg; 4;… gespecificeerd; 1; 0%

De Haven, Cordaan; 2; 1% KDC Nifterlake; 1; 0%

Vroegbehandeling Kentalis; 33; 11%

KDC, niet verder gespecificeerd; 4; 1%

Voorschool Plus; 4; 1% Raeger; 3; 1% NSDSK; 12; 4%

MOC 't Kabouterhuis (locatie Noord); 44; 15%

MOC, niet verder gespecificeerd; 4; 1% MOC 't Kabouterhuis Amstelveen; 1; 0%

MOC 't Kabouterhuis (locatie West); 54; 18%

MOC 't Kabouterhuis (locatie Zuidoost); 62; 20%

MOC 't Kabouterhuis (locatie Zuid); 73; 24%

In figuur 3 staat het aantal toegekende tlv’s per instelling. De voorzieningen met de meeste toegekende tlv’s zijn locaties van het Kabouterhuis (bij elkaar 79%) en de vroegbehandeling van Kentalis (11%). Hieronder staat voor deze locaties een toelichting over de ontwikkeling door de jaren heen, exacte tabellen staan in de bijlage. Het aantal drie- en vierjarigen met toegekende tlv vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Noord is toegenomen van 7 (2017-2018), 4 (2018-2019), 8 (2019-2020), 13 (2020-2021) tot 12 (2021-2022). Alle jaren zijn het vooral 4-jarigen. Van 2017-2018 t/m 2019/2020 zijn praktisch alle tlv’s voor sbo of so bekostigingscategorie laag. In de laatste twee jaar zitten er echter ook enkele tlv’s bij voor so midden (4 in 2020-2021 en 1 in 2021-2022) en hoog (1 in 2020-2021 en 1 in 2021-2022) bij. De so tlv’s gaat vaak samen met een advies voor een PI-school en in iets mindere mate een ZMLK-school. Ook bij MOC ’t Kabouterhuis locatie West is er een toename, vooral in 2021-2022. Het aantal drie- en vierjarigen met toegekende tlv is hier 11 (2017-2018), 7 (2018-2019), 4 (2019-2020), 8 (2020-2021) en 25 (2021-2022). In eerdere jaren zijn het voornamelijk 4-jarigen, maar in 2021-2022 juist ook vaak 3-jarigen (11 van de 25). De laatste twee jaren zijn er iets meer meisjes die een tlv krijgen.

Verder valt op dat in 2021-2022 13 tlv-toekenningen voor so bekostigingscategorie midden zijn terwijl dit in eerdere jaren praktisch niet voor kwam op deze locatie. Ook zijn er dit jaar meer tlv’s voor so bekostigingscategorie laag (6). Sbo komt door de jaren heen minder vaak voor, van 8 in 2017-2018 naar 4 in 2021-2022. De tlv’s voor so gaan vaak samen met een advies voor een PI-school.

7

MOC ’t Kabouterhuis Zuid gaat wat op en neer als het gaat om het aantal drie- en vierjarigen met een tlvtoekenning. Dit loopt van 13 (2017-2018), 15 (2018-2019), 13 (2019-2020), 19 (2020-2021) tot 13 (2021-2022). Dit zijn veel 4-jarigen, en in het laatste jaar ook 3-jarigen (6 van de 13). In de laatste twee schooljaren zijn er tlv’s voor so bekostigingscategorie midden (7 in 2020-2021 en 4 in 2021-2022) terwijl dat eerdere jaren bijna niet voorkwam. De tlv’s voor so gaan vaak samen met een advies voor een PI-school en soms een ZMLK-school. MOC ’t Kabouterhuis Zuidoost is met uitzondering van 2017-2018 vrij stabiel in het aantal toegekende tlv’s. Dit loopt tussen 2017-2018 en 2021-2022 van 18, 10, 11, 11 tot 12. Het betreft vooral vierjarigen. De laatste twee jaar zijn er iets meer meisjes doorverwezen, en lijkt er een kleine verschuiving te zijn van bekostigingscategorie laag naar midden. De tlv’s voor so gaan vaak samen met een advies voor een PI- of ZMLK-school. De vroegbehandeling Kentalis is vrij stabiel in het aantal tlv-toekenningen, namelijk 6 (2017-2018), 7 (20182019), 8 (2019-2020), 6 (2020-2021) en 6 (2021-2022). Dit betreft voornamelijk 4-jarigen. In het laatste jaar zijn er iets meer tlv’s met bekostigingscategorie midden (3 van de 6) en juist minder verwijzingen naar sbo (1 van de 6). De tlv’s voor so gaan vaak samen met een advies voor een ZMLK- of PI-school.

Verwijzingen van kinderen ouder dan 4 jaar Er zijn ook oudere kinderen die vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen doorstromen naar het s(b)o, het aantal loopt uiteen tussen 2 en 20 kinderen per schooljaar. De helft van deze kinderen is vijf jaar, de overige helft verdeelt zich ongeveer gelijk tussen zes-, zeven- en achtjarigen. Ouder dan acht komt niet zo vaak voor, met uitzondering van 2021-2022 met 4 tlv-toekenningen voor negenjarigen en 1 voor een elfjarige. Figuur 4: aantal kinderen ouder dan 4j met toegekende tlv vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen 12 10

8

TLV hoog

6

TLV laag

4

TLV midden

2

TLV SBO

0

2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Het aandeel jongens is ook hier hoog, en loopt tussen de 75% en 100% per schooljaar. De meeste tlv’s worden afgegeven voor bekostigingscategorie laag, gevolgd door sbo, hoog en daarna midden. Het verschilt erg per schooljaar welk bekostigingscategorieën worden afgegeven, er is geen duidelijk patroon. De tlv-toekenningen voor deze kinderen zijn versnipperd over veel verschillende instanties. Meest voorkomend zijn Raeger (22), MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid (9), Vroegbehandeling Kentalis (6) en de Ster Kinderbegeleidingscentrum (5). Bij doorverwijzingen naar het so zijn de meeste adviezen bij Raeger en De Ster voor een ZMLK-school en bij ’t Kabouterhuis Zuid en vroegbehandeling Kentalis voor een PI-school.

Overige verwijzingen rondom gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen Naast deze tlv-toekenningen zijn er ook 4 toegekende tlv’s vanuit reguliere basisscholen en 4 toegekende tlv’s vanuit so-scholen geweest, waarbij ook een gespecialiseerde (voorschoolse) voorziening is ingevuld in het administratiesysteem van het samenwerkingsverband, vermoedelijk omdat deze ook betrokken was. Het betreft twee keer een reguliere voorschool, twee keer een voorschool plus, twee keer MOC ’t Kabouterhuis en twee keer Raede. Het is echter niet duidelijk uit de gegevens te halen wat de rol van de voorziening was.

8

Verwijzingen vanuit reguliere basisscholen In dit hoofdstuk staan de kinderen uit Amsterdam en Diemen centraal die vanuit reguliere basisscholen naar het speciaal (basis)onderwijs overstappen. De gegevens komen uit de administratie van het samenwerkingsverband. We beginnen met een beschrijving van het aantal verwijzingen, om daarna overkoepelende analyses te doen, dieper in te gaan op de verschillen tussen scholen met een hoog schoolgewicht en als laatste de verschillen tussen wijken.

Beschrijving verwijzingen vanuit reguliere basisscholen Het aantal kinderen dat vanuit reguliere scholen doorstroomt naar het s(b)o schommelt licht heen en weer door de jaren, zie ook grafiek 5. In de monitor van het samenwerkingsverband is een duidelijk toename te zien in het aantal aanvragen in 2021-2022. De onderstaande grafiek gaat echter alleen over al toegekende tlv’s. Nog lopende tlv-aanvragen zijn hierin niet meegenomen. Ook gaat de onderstaande figuur uit van een indeling in schooljaren op basis van het moment waarop de tlv is toegekend, terwijl de monitor uitgaat van het moment waarop tlv-aanvraag binnen is gekomen. De toename in aanvragen vanuit reguliere basisscholen zal waarschijnlijk pas in 2022-2023 terug te zien zijn in de tlv-toekenningen. Figuur 5: aantal kinderen met toegekende tlv vanuit reguliere basisscholen, per schooljaar 500

394

401

2017-18

2018-19

370

400

414

404

2020-21

2021-22

300 200 100 0 2019-20

Echter, er is wel een verschuiving van sbo naar so. Vanuit het regulier onderwijs zijn er door de jaren heen minder kinderen naar het sbo overgestapt. Tegelijk zijn er juist meer kinderen bij so ingestroomd (zie figuur 6). Figuur 6: aantal kinderen met toegekende tlv vanuit reguliere basisscholen, per bekostigingscategorie 350

306

301 269

300

243

258

250

TLV hoog

200

TLV midden

150 100 50

0

80

86

103

119

107

TLV laag TLV SBO

8

11

19

20

2 2017-18

3 2018-19

5 2019-20

6 2020-21

25

14 2021-22

Kinderen die naar het so overstappen krijgen een advies van het samenwerkingsverband mee voor een type school. Er zijn vooral steeds meer leerlingen die vanuit het samenwerkingsverband worden geadviseerd naar een so-school voor gedragsproblematiek (ZMOK) of naar een pedagogisch instituut (PI) te gaan. Deze uitkomst 9

verklaart de signalen van so-scholen voor ZMOK en PI die aangeven vol te zitten en weinig plek te hebben voor nieuwe leerlingen. Het aantal adviezen voor een ZMLK-school verschilt sterk per jaar en lijkt lastig te voorspellen. Figuur 7: aantal kinderen met toegekende tlv voor het so per type advies 72

80

70 60 50

46

51

55 47

60 51

48

TLV SO advies overig (Cluster 3 LG/MG/LZK, cluster 4 algemeen en onbekend) TLV SO advies cluster 3 - ZMLK

40 30 20

21 20

18 7

10

0 2017-18

27

24

2018-19

17

14 11 2019-20

7

9

2020-21

2021-22

TLV SO advies cluster 4 - PI (Van Detschool of Prof. Waterinkschool, de pionier) TLV SO advies cluster 4 - ZMOK

De gemiddelde leeftijd waarop leerlingen vanuit het regulier onderwijs een tlv krijgen voor het s(b)o is licht afgenomen van gemiddeld 7,8 jaar in 2017-2018 tot 7,4 jaar in 2021-2022. Dit hangt ook samen met de doorstroomroute: er zijn steeds meer kinderen die naar het so overstappen en deze zijn gemiddeld jonger (7 jaar) dan kinderen die naar het sbo doorstromen (8 jaar).

Overkoepelende blik op schoolkenmerken Er zijn grote verschillen tussen reguliere scholen in Amsterdam en Diemen. In deze paragraaf kijken we in hoeverre schoolkenmerken samenhangen met de overstap naar het s(b)o. De samenhang tussen schoolkenmerken en het verwijzingspercentage naar het s(b)o Met het verwijzingspercentage bedoelen we: het aandeel leerlingen van de school dat in de periode van 20172018 t/m 2021-2022 een toelaatbaarheidsverklaring toegekend krijgt en daarmee overstapt van regulier naar s(b)o. In deze analyse is gekeken welke schoolkenmerken samenhangen met het verwijzingspercentage9. De gebruikte schoolkenmerken staan in figuur 8 en komen uit het administratiesysteem van het samenwerkingsverband en uit openbare DUO gegevens. In de bijlage is hier meer over te vinden. De schoolkenmerken die samenhangen met het verwijzingspercentage van een reguliere school zijn groen gemaakt. De blauwe factoren zijn wel meegenomen in het model, maar blijken niet (significant) samen te hangen. De invloed van de omvang van het aantal fte ondersteunend personeel op school (intern begeleiders, schoolleiders, conciërge et cetera) in het geel is wisselend. Naarmate er meer ondersteunend personeel is vraagt een school vaker toelaatbaarheidsverklaringen aan voor hun leerlingen, maar puur gekeken naar de toekenningen van deze aanvragen valt dit verschil weg.

Van de groene factoren hangt de gewichtsscore van een school het sterkst samen, dit is een door CBS berekende score die aangeeft in hoeverre de school leerlingen huisvest die risico lopen op achterstanden . De bestuursgrootte en schoolgrootte doen er een klein beetje toe. 60% van het verwijzingspercentage wordt door zaken verklaard die niet zijn opgenomen in het analysemodel. Waarschijnlijk komt dit door factoren die bij het kind, de thuissituatie of de leerkracht liggen ofwel bij schoolkenmerken waar we geen informatie over hebben.

9 Er is een regressiemodel gemaakt en getoetst, een voordeel hiervan is dat uit de analyse een prioritering is af te lezen van welke factoren

het sterkst samenhangen met het aantal tlv-toekenningen per school en welke factoren minder van belang zijn.

10

Figuur 8: overzicht van de schoolkenmerken in het analysemodel

schoolgrootte hoe minder leerlingen op school, hoe hoger het verwijzingspercentage van de school (kleine invloed)

omvang fte onderwijzend personeel het aantal fte leerkrachten en onderwijsassistenten op school tov aantal leerlingen heeft geen invloed

omvang ondersteunend personeel Het aantal fte ondersteunend personeel tov aantal leerlingen per school (wisselende invloed) krimp

gewicht

krimp/groei in aantal leerlingen van de school in de laatste 10 jaar heeft geen invloed

hoe hoger de gewichtsscore van de school, hoe hoger het verwijzingspercentage van de school (grote invloed)

bestuursgrootte

Verwijzingspercentage reguliere school

hoe meer scholen onder het bestuur vallen, hoe hoger het verwijzingspercentage van de school (kleine invloed)

ondersteuningsstructuur

het percentage leerlingen van de school waarvoor een tlv is toegekend in 2017/18 tm 2021/22

of de school is aangesloten bij een loket of expertisepunt heeft geen invloed

Verdieping op verschillen in verwijzingspercentages van subgroepen Het model is ook te toetsen op subgroepen, alleen wordt het hierbij minder betrouwbaar doordat de aantallen kinderen kleiner zijn. Hierbij zijn twee extra uitkomsten gevonden specifiek voor leerlingen die overstappen naar het so. Voor het sbo gelden deze uitkomsten niet. De eerste uitkomst is dat hoe minder onderwijzend personeel een school heeft in verhouding tot het aantal leerlingen, hoe meer leerlingen overstappen van regulier naar het so. Een uitzondering zijn kinderen die naar het so overstappen met het advies om naar een Pedagogisch Instituut (PI-school) of een school voor gedragsproblematiek (ZMOK) te gaan. Dit lijkt juist relatief vaker voor te komen op scholen met meer onderwijzend personeel. Daarbij moet gezegd worden dat onder onderwijzend personeel zowel leerkrachten als onderwijsassistenten vallen, en hier in de openbare DUO gegevens geen onderscheid tussen gemaakt is. Het kan dus mogelijk zijn dat er op de reguliere scholen waaruit veel kinderen overstappen naar PI- of ZMOK-scholen het onderwijzend personeel meer uit onderwijsassistenten bestaat en zij minder in staat zijn leerlingen met gedragsproblematiek te ondersteunen.

De samenhang tussen schoolkenmerken en kenmerken van de overstap naar het s(b)o Naarmate er meer fte onderwijzend personeel per leerling op een school is, stijgt de gemiddelde leeftijd waarop kinderen van die school een tlv toegekend krijgen. Scholen met kleinere groepen en/of meer onderwijzend personeel op een groep lijken kinderen dus iets langer binnen boord te kunnen houden. Geen van de factoren hangt samen met de hoogte van de bekostigingscategorie in het so. Gekeken naar het aantal thuiszitters blijken er op scholen met hoge gewichtsscore meer thuiszitters te zijn onder de groep leerlingen die overstapt naar het s(b)o dan op scholen met lage gewichtsscore. Hierbij moet in het achterhoofd gehouden worden dat de registratie van het aantal thuiszitters bij het samenwerkingsverband mogelijk niet volledig is.

Reguliere scholen met hoge gewichtsscore In de vorige paragraaf was te lezen dat de gewichtsscore van de school samenhangt met het verwijzingspercentage, dit komt overeen met eerdere analyses door The Next School. Echter, niet alle reguliere 11

scholen met een hoge gewichtsscore hebben hoge verwijzingspercentages naar het s(b)o. Het is interessant om te kijken naar wat onderscheidend is aan de scholen met hoge gewichtsscore (30 en hoger) die de afgelopen vijf schooljaren weinig doorverwezen10. Vooral schoolgrootte en de omvang van het aantal fte personeel op een school lijken hierbij onderscheidend te zijn. Het wel of niet aangesloten zijn bij een loket of expertisepunt en de bestuursgrootte lijken de verschillen tussen scholen met hoge gewichtsscore niet te verklaren . Hieronder gaan we verder in op de gevonden uitkomsten rondom de schoolgrootte en het aantal fte personeel. Schoolgrootte en hoge gewichtsscore Het eerste onderscheidende kenmerk is de schoolgrootte. Scholen met een hoog verwijzingspercentage naar het s(b)o zijn significant kleiner dan andere scholen. Dit geldt voor alle scholen (zie vorige paragraaf), maar geldt voor scholen met een hoge gewichtsscore extra sterk. Voor scholen met een hoge gewichtsscore geldt het volgende (zie ook de volledige figuur in de bijlage): - Scholen met een laag verwijzingspercentage naar het speciaal basisonderwijs hebben gemiddeld 281 leerlingen terwijl scholen met een hoog verwijzingspercentage gemiddeld 204 leerlingen hebben.

- Scholen met een laag verwijzingspercentage naar het speciaal onderwijs hebben gemiddeld 306 leerlingen terwijl scholen met een hoog verwijzingspercentage gemiddeld 215 leerlingen hebben. Het gaat om scholen met minstens een gewichtsscore van 30; hier valt ongeveer de helft van de reguliere scholen in Amsterdam en Diemen onder. Als de grens hoger wordt gelegd en alleen gekeken wordt naar scholen met minstens een gewichtsscore van 35 veranderen de uitkomsten nauwelijks. Grote scholen met een hoge gewichtsscore hebben vaak zowel een relatief laag verwijzingspercentage naar het sbo als naar het so. Dit is te zien doordat deze scholen in de onderstaande scatterplot linksonder geclusterd zijn waarbij elk bruine bolletje staat voor één grote school. Onder middelgrote (in het groen) en kleine scholen (in het blauw) zijn de verschillen groter. De uitschieters met hoge verwijzingspercentages zijn vooral kleine scholen. Figuur 7: Het aandeel kinderen met toegekende tlv voor sbo en so ten opzichte van het totaal aantal leerlingen anno 2021 over 2017-18 t/m 2021/22 per school met hoge gewichtsscore (min. 30), per schoolgrootte

10 Er is hierbij alleen gekeken naar reguliere scholen met standplaats in Amsterdam en Diemen, exclusief particuliere scholen en scholen

die anno 2022 niet meer open zijn.

12

Het aantal fte personeel en hoge gewichtsscore Een ander onderscheidend kenmerk zit in het aantal fte onderwijzend (leerkrachten en onderwijsassistenten) en ondersteunend personeel (intern begeleiders, schoolleiders en overig personeel). Onder de scholen met een hoge gewichtsscore lijken scholen met relatief meer fte onderwijzend en ondersteunend personeel meer te verwijzen naar het s(b)o. Het verschil is bij ondersteunend personeel groter dan bij onderwijzend personeel (zie ook de figuur in de bijlage): - Bij scholen met een laag verwijzingspercentage naar het speciaal basisonderwijs en naar het speciaal onderwijs zijn er gemiddeld 20 leerlingen op 1 fte onderwijzend personeel. Bij scholen met een hoog verwijzingspercentage zijn er gemiddeld 17 leerlingen op 1 fte onderwijzend personeel. - Bij scholen met een laag verwijzingspercentage naar het speciaal basisonderwijs zijn er gemiddeld 30 leerlingen op 1 fte ondersteunend personeel tegenover 22 leerlingen op 1 fte ondersteunend personeel bij scholen die veel verwijzen. Bij scholen met een laag verwijzingspercentage naar het speciaal onderwijs zijn er gemiddeld 32 leerlingen op 1 fte ondersteunend personeel tegenover 26 leerlingen op 1 fte ondersteunend personeel bij scholen die veel verwijzen. Deze samenhang geldt alleen voor scholen met een hoge gewichtsscore en niet voor scholen met een lage gewichtsscore.

Het kan zijn dat de inzet van meer ondersteunend personeel zoals intern begeleiders leidt tot het sneller signaleren van ondersteuningsbehoeften en daarmee het aanvragen van toelaatbaarheidsverklaringen. Bij het aantal fte onderwijzend personeel moet gezegd worden dat er in de DUO gegevens geen onderscheid gemaakt is tussen leraren en onderwijsassistenten. We weten dus niet wat voor type onderwijzend personeel vooral op een school wordt ingezet. De inspectie noemt in de Staat van het onderwijs dat scholen met een leerlingpopulatie die veel risico loopt op achterstanden meer moeite hebben om voldoende leraren te vinden. Het kan dus zijn dat scholen die relatief veel doorverwijzen niet per se meer leraren maar juist meer onderwijsassistenten inzetten, en dit gevolgen heeft voor de mate waarin de ondersteuningsbehoeften van leerlingen opgevangen kunnen worden binnen de eigen school.

Ontwikkelingen op regio en wijkniveau In deze paragraaf kijken we naar verschillen tussen regio’s en wijken in de overstap van regulier naar s(b)o. Regioniveau Op de volgende bladzijde is het aandeel kinderen dat overstapt van regulier naar sbo (links) en so (rechts) te zien per regio ten opzichte van het totaal aantal kinderen dat in een regio naar school gaat. Regio Zuidoost is de grootste verwijzer naar het sbo en so. In regio Noord is het aantal verwijzingen naar het sbo afgenomen, bij de andere regio’s is er geen duidelijk patroon te zien. De verwijzingspercentages naar het so lijken bij meerdere regio’s iets te zijn toegenomen, zoals bij Zuidoost, West buiten de Ring en Zuid. Bij de andere regio’s verschilt het sterk per schooljaar. Opvallend is dat in de regio Zuidoost de gewichtsscore hoog ligt en er relatief kleine scholen staan. Eerder zagen we dat scholen met de combinatie van hoge gewichtsscore en een laag leerlingaantal vaker doorverwijzen dan scholen met een vergelijkbaar gewicht maar een groter leerlingaantal.

13

Figuur 8: Ontwikkeling door de jaren heen per regio in verwijzingspercentage vanuit reguliere basisscholen 1,00%

Sbo

Diemen

0,90% 2017-18

Noord 2018-19 2019-20

2020-21

2021-22

Oost

0,80%

West binnen de ring 0,70% West buiten de ring 0,60%

Zuid Zuidoost

0,50%

0,40%

0,40%

0,30%

0,30%

0,20%

0,20%

0,10%

0,10%

0,00%

So

0,00% 2017-18 2018-19 2019-20 2020-21 2021-22

2017-18 2018-19 2019-20 2020-21 2021-22

Wijkniveau In tabel 9 is het verwijzingspercentage vanuit het regulier onderwijs naar het sbo weergegeven per wijk. De meeste wijken in regio Zuidoost hebben relatief hoge verwijzingspercentages van regulier onderwijs naar het sbo. De wijken in regio Zuid hebben juist relatief lage verwijzingspercentages met uitzondering van de wijk Hoofddorppleinbuurt / Stadionbuurt. De wijken uit regio West binnen en buiten de ring zitten hier tussenin. Voor de regio’s Noord en Oost verschilt het erg per wijk; zo verwijzen reguliere scholen in de wijken Noord West 2 en Oud Oost relatief veel naar het sbo, terwijl de wijken Oost en Noord Oost 1 juist het minste doorverwijzen van alle wijken in Amsterdam-Diemen. Tabel 9: verwijzingspercentage naar het sbo vanuit reguliere scholen per wijk 2017- 2018- 2019- 2020- 2021Regio Wijk 18 19 20 21 22 Oost Noord Zuid

Oost Noord Oost 1 Apollobuurt / Museumkwartier

0,0% 0,2% 0,0%

0,0% 0,2% 0,3%

0,0% 0,2% 0,5%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

Oost Zuid Zuid

Watergraafsmeer Pijp / Rivierenbuurt Centrum Oost

0,3% 0,5% 0,1%

0,2% 0,3% 0,2%

0,2% 3,2% 0,1%

0,1% 0,7% 0,1%

0,0% 0,0% 0,1%

Zuid

Buitenveldert en Zuidas

0,1%

0,2%

0,1%

0,1%

0,1%

Zuid Oost

Centrum West IJburg en Zeeburgereiland

0,2% 0,3%

0,3% 0,1%

0,1% 0,2%

0,3% 0,4%

0,1% 0,2% 14

West buiten de ring Zuid

Osdorp Zuid

0,3% 0,3%

0,5% 0,2%

0,3% 0,0%

0,3% 0,3%

0,2% 0,2%

West binnen de ring Diemen Zuid

Bos en Lommer Diemen De Pijp en Rivierenbuurt

0,5% 0,3% 0,5%

0,4% 0,0% 0,6%

0,3% 0,3% 0,1%

0,3% 0,1% 0,3%

0,3% 0,3% 0,3%

Noord West buiten de ring Oost

Noord West De Aker en Nieuw-Sloten Indische Buurt en Oostelijk Havengebied

0,6% 0,6% 0,6%

0,6% 0,4% 0,6%

0,7% 0,1% 0,4%

0,3% 0,3% 0,4%

0,3% 0,4% 0,4%

West binnen de ring Noord

Westerpark Oud Noord

0,7% 0,4%

0,4% 0,6%

0,2% 0,6%

0,5% 0,6%

0,4% 0,4%

Noord West binnen de ring West buiten de ring

Noord Oost Oud-West en de Baarsjes Slotervaart

0,7% 0,3% 1,0%

0,6% 0,3% 0,5%

0,3% 0,4% 0,3%

0,6% 0,5% 0,4%

0,5% 0,5% 0,6%

West buiten de ring Zuidoost

Geuzenveld en Slotermeer Bijlmer Centrum

0,8% 1,1%

0,7% 1,0%

0,5% 1,0%

0,8% 1,1%

0,6% 0,7%

Zuid

Hoofddorppleinbuurt / Stadionbuurt

0,3%

0,0%

0,7%

1,0%

0,7%

Oost Zuidoost Zuidoost

Oud Oost Holendrecht Gaasperplas

0,3% 2,2% 1,6%

0,6% 2,2% 1,2%

0,3% 1,8% 1,2%

0,6% 1,8% 0,8%

0,7% 0,7% 0,8%

Zuidoost Noord

Bijlmer Oost Noord West 2

0,2% 1,3%

0,7% 0,6%

0,7% 1,3%

0,7% 0,0%

1,0% 1,3%

Zuidoost

Gaasperdam en Driemond

0,7%

1,2%

0,9%

0,9%

1,3%

Bij de verwijzingspercentages naar het so zien we een vergelijkbaar beeld als bij het sbo. Het enige grote verschil is dat de wijken uit de regio Zuidoost niet langer allemaal hoge verwijzingspercentages laten zien, maar dat dit per wijk verschilt. Zo staan Bijlmer centrum en Gaasperdam & Driemond nog steeds onderaan met de hoogste verwijzingspercentages, terwijl de wijken Gaasperplas en Holendrecht een positiever beeld tonen. Bij de laatste kolom is een gemiddelde berekend van de bekostigingscategorie waarbij 1 laag is, 2 midden en 3 hoog. Hoe hoger het gemiddelde hoe vaker een bekostigingscategorie midden of hoog is toegekend. Tabel 10: verwijzingspercentage naar het so vanuit reguliere scholen per wijk

Regio

gemiddelde bekostigingscategorie so

201718

201819

201920

202021

202122

0,0% 0,0%

0,0% 0,0%

0,0% 0,0%

0,0% 0,0%

0,0% 0,0%

1

Zuid Oost

Wijk Hoofddorppleinbuurt / Stadionbuurt Oost

Noord Noord Zuid

Noord Oost 1 Noord West 2 Pijp / Rivierenbuurt

0,2% 0,0% 0,0%

0,2% 0,0% 0,3%

0,2% 0,6% 0,7%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

1,33 3 1

Zuidoost

0,0%

0,0%

1,6%

0,0%

0,0%

1,25 1

Zuid

Gaasperplas Apollobuurt / Museumkwartier

0,0%

0,3%

0,0%

0,3%

0,0%

Zuidoost Diemen

Holendrecht Diemen

0,7% 0,1%

0,0% 0,1%

0,4% 0,1%

0,4% 0,2%

0,0% 0,0%

1,25 1

Oost

Watergraafsmeer

0,1%

0,1%

0,1%

0,2%

0,0%

1,08

Noord

Oud Noord

0,1%

0,3%

0,3%

0,2%

0,1%

1,13 15

Zuid West binnen de ring

Centrum West Bos en Lommer

0,2% 0,3%

0,1% 0,3%

0,1% 0,1%

0,3% 0,2%

0,1% 0,1%

1,17 1,26

Oost Zuid Zuid

0,1% 0,0% 0,1%

0,1% 0,2% 0,1%

0,2% 0,4% 0,2%

0,2% 0,4% 0,2%

0,1% 0,2% 0,2%

1,22 1,32 1,24

Oost Noord

IJburg en Zeeburgereiland Centrum Oost Zuid Indische Buurt en Oostelijk Havengebied Noord West

0,2% 0,1%

0,2% 0,1%

0,2% 0,2%

0,4% 0,1%

0,2% 0,2%

1,17

West buiten de ring Zuid Noord

De Aker en Nieuw-Sloten Buitenveldert en Zuidas Noord Oost

0,1% 0,0% 0,1%

0,0% 0,1% 0,2%

0,2% 0,2% 0,2%

0,3% 0,1% 0,1%

0,2% 0,2% 0,2%

1,15 1,43 1,12

West binnen de ring West buiten de ring

Oud-West en de Baarsjes Slotervaart

0,1% 0,2%

0,1% 0,2%

0,1% 0,3%

0,2% 0,2%

0,2% 0,2%

1,23 1,41

West buiten de ring Oost Zuidoost

Osdorp Oud Oost Bijlmer Oost

0,0% 0,1% 0,2%

0,1% 0,1% 0,3%

0,2% 0,3% 0,2%

0,2% 0,5% 0,4%

0,3% 0,3% 0,3%

1,5 1,1 1,24

West binnen de ring Zuid West buiten de ring

Westerpark De Pijp en Rivierenbuurt Geuzenveld en Slotermeer

0,2% 0,2% 0,1%

0,1% 0,2% 0,1%

0,3% 0,2% 0,1%

0,4% 0,3% 0,1%

0,3% 0,3% 0,4%

1,32 1,11 1,29

Zuidoost Zuidoost

Bijlmer Centrum Gaasperdam en Driemond

0,6% 0,2%

0,3% 0,2%

0,2% 0,3%

0,2% 0,5%

0,4% 0,5%

1,18

1,22

1,24

16

Conclusie We hebben als Samenwerkingsverband primair onderwijs Amsterdam Diemen verdiepende analyses uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de overstap van kinderen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen en reguliere basisscholen naar het speciaal (basis)onderwijs. Dit rapport beschrijft de uitkomsten van analyses op gegevens uit ons eigen administratiesysteem en openbare gegevens over de schooljaren 20172018 t/m 2021-2022. Meer kinderen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen naar speciaal onderwijs Er is in Amsterdam-Diemen de laatste vier schooljaar een gestage groei in het aantal drie- en vierjarigen dat vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen de overstap maakt naar het speciaal onderwijs. Er wordt steeds vaker een toelaatbaarheidsverklaring met de bekostigingscategorie midden afgegeven, terwijl dit voorheen bijna niet voorkwam voor deze leeftijdsgroep. De locaties van het MOC ’t Kabouterhuis en Kentalis vroegbehandeling zijn de grootste verwijzers binnen de gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen. Meer kinderen vanuit reguliere basisscholen naar speciaal onderwijs maar minder naar speciaal basisonderwijs Over de laatste vijf schooljaren maken er minder kinderen de overstap van het regulier onderwijs naar het speciaal basisonderwijs, maar juist meer kinderen naar het speciaal onderwijs.

Deze kinderen komen uit reguliere basisscholen verspreid over Amsterdam, Diemen en omgeving. Vooral scholen in regio Zuidoost verwijzen vaak door. Scholen in regio Zuid verwijzen juist weinig. In de overige regio’s in Amsterdam en Diemen zijn er veel verschillen tussen wijken binnen een regio ofwel valt de regio rond het gemiddelde. Toename van aantal kinderen naar het speciaal onderwijs zit vooral bij PI- en ZMOK-scholen Kinderen die vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen de overstap maken naar het speciaal onderwijs krijgen van het samenwerkingsverband voornamelijk het advies om naar een pedagogisch instituut (PI) of school voor gedragsproblematiek (ZMOK) te gaan. Deze twee adviezen komen ook steeds vaker voor bij leerlingen die de overstap maken van regulier naar speciaal onderwijs. Scholen met leerlingen met risico op achterstanden Relatief veel kinderen maken de overstap naar het speciaal (basis)onderwijs vanuit scholen die leerlingen huisvesten met een risico op achterstanden. Hoe meer leerlingen met risico op achterstanden op school, hoe meer doorverwijzingen er zijn. Kleine scholen verwijzen relatief vaak Relatief veel kinderen die de overstap maken naar het speciaal (basis)onderwijs komen van kleine scholen.

Ook landelijk is het bekend dat scholen met minder leerlingen relatief meer doorverwijzen dan grotere scholen, mogelijk omdat het voor hen lastiger is om een goede ondersteuningsstructuur op te zetten. Vooral de combinatie van een kleine school met een leerlingpopulatie met risico op achterstanden leidt relatief vaak tot verwijzingen naar het speciaal (basis)onderwijs. Omvang personeel op school Het aantal fte aan onderwijzend en ondersteunend personeel op school heeft een wisselende invloed, ook als we corrigeren voor het leerlingaantal op school. Als het gaat om reguliere scholen in het algemeen, hangt het hebben van relatief weinig onderwijzend personeel op school samen met een hoger aantal kinderen dat overstapt naar het speciaal onderwijs. Echter, bij scholen met veel leerlingen met een risico op achterstanden blijkt juist het tegenovergestelde. Het hebben van relatief veel onderwijzend en ondersteunend personeel hangt bij deze scholen juist samen met meer verwijzingen naar het speciaal (basis)onderwijs. Een mogelijke verklaring is dat deze scholen in vergelijking met andere scholen veel onderwijsassistenten inzetten . Een 17

andere mogelijke verklaring is dat deze scholen meer personeel inzetten omdat zij een leerlingpopulatie hebben met meer ondersteuningsbehoeften, en dit tegelijk ook leidt tot meer verwijzingen. Implicaties Met deze uitkomsten kunnen de schoolbesturen en het samenwerkingsverband in Amsterdam-Diemen de scholen identificeren die relatief vaak leerlingen doorverwijzen en hen mogelijk beter of anders ondersteunen. Ook kan – gezien de groeiende instroom – gekeken worden hoe speciaal onderwijs scholen in Amsterdam en Diemen ondersteund kunnen worden in het herbergen van grotere aantallen kinderen. De toename in de instroom zit in het bijzonder bij pedagogisch instituten en scholen voor gedragsproblematiek. Gezien ook steeds meer kinderen op drie- en vierjarige leeftijd instromen, kan het samenwerkingsverband met deze uitkomsten het gesprek aangaan met de gespecialiseerde (voorschoolse) instellingen en andere organisaties rondom het jonge kind zoals de GGD en de gemeente. Landelijk is bekend dat kinderen die in het s(b)o belanden hier meestal de rest van de basisschoolperiode blijven. Kinderen die op drie- en vierjarige leeftijd instromen zitten dus ongeveer 8 jaar in het speciaal (basis)onderwijs. Kinderen die vanuit het regulier onderwijs instromen zijn in Amsterdam en Diemen gemiddeld tussen de 7 en 8 jaar, en zitten daarmee ruim vier jaar op het speciaal (basis)onderwijs.

Hiermee kan geschat worden dat instromende drie- en vierjarigen bijna twee keer zo lang in het s(b)o verblijven dan kinderen die later instromen vanuit een reguliere basisschool. De exacte verblijfsduur en of kinderen binnen het speciaal (basis)onderwijs wisselen van school is niet bekend bij het samenwerkingsverband. In de toekomst kan hier meer onderzoek naar gedaan worden.

18

Bijlage: volledige tabellen Sommige tabellen of informatie zijn niet volledig weergegeven in de lopende tekst. Hieronder zijn ze alsnog te vinden.

Hoofdstuk 2 volledige tabellen Tabel 1: Het aantal toegekende tlv’s voor kinderen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen per Amsterdamse regio waar het kind woont (bladzijde 6 van het rapport) 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Noord

11

8

7

17

15

Oost

6

19

15

15

18

West Binnen de Ring

4

7

6

5

16

West Buiten de Ring

13

14

11

17

21

Zuid

8

7

6

14

10

Zuidoost

23

15

15

12

16

Hoofdstuk 2 verwijzingen drie- en vierjarigen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen, locatie MOC ’t Kabouterhuis locatie Noord Tabel 2: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Noord 2017-18 2018-19 2019-20 2020-21 2021-22 Leeftijd kind 3

1

1

1

3

1

4

6

3

7

10

11

Tabel 3: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Noord per bekostigingscategorie 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

TLV hoog

0

0

0

1

1

TLV laag

0

1

3

5

4

TLV midden

1

0

0

4

1

TLV SBO

6

3

5

3

6

Tabel 4: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Noord per advies so 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Cluster 3 - ZMLK

0

1

1

3

1

Cluster 4 - PI

1

0

1

7

3

Cluster 4 - ZMOK

0

0

0

0

2

Cluster 4 algemeen

0

0

1

0

0

Hoofdstuk 2 verwijzingen drie- en vierjarigen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen, locatie MOC ’t Kabouterhuis locatie West Tabel 5: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie West 2017-18 2018-19 2019-20 2020-21 2021-22 Leeftijd kind 19

3

3

1

1

1

11

4

8

6

3

7

14

Tabel 6: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie West per geslacht kind 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Man

10

6

3

5

20

Vrouw

1

1

1

3

5

Tabel 7: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie West per bekostigingscategorie 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

TLV hoog

1

0

0

0

2

TLV laag

2

0

0

3

6

TLV midden

0

1

2

1

13

TLV SBO

8

6

2

4

4

Tabel 8: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie West per advies so 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Cluster 3 - LZK

0

0

1

0

0

Cluster 3 - ZMLK

1

0

0

0

2

Cluster 4 - PI

1

1

0

4

16

Cluster 4 - ZMOK

1

0

0

0

2

Cluster 4 algemeen

0

0

1

0

1

Hoofdstuk 2 verwijzingen drie- en vierjarigen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen, locatie MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid Tabel 9: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid Leeftijd kind 2017-18 2018-19 2019-20 2020-21 2021-22 3

3

5

3

2

6

4

10

10

10

17

7

Tabel 10: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid per bekostigingscategorie 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

TLV hoog

1

0

0

0

0

TLV laag

8

10

10

8

6

TLV midden

0

0

1

7

4

TLV SBO

4

5

2

4

3

Tabel 11: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid per advies so 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

20

Cluster 3 - LG

1

0

0

0

0

Cluster 3 - ZMLK

0

0

1

3

0

Cluster 4 - PI

8

10

9

12

10

Cluster 4 algemeen

0

0

1

0

0

Hoofdstuk 2 verwijzingen drie- en vierjarigen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen, locatie MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuidoost Tabel 12: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuidoost leeftijd kind 2017-18 2018-19 2019-20 2020-21 2021-22 3

6

2

2

2

2

4

12

8

9

9

10

Tabel 13: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid per geslacht 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Man

17

7

10

7

8

Vrouw

1

2

1

4

4

Tabel 14: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid per bekostigingscategorie 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

TLV hoog

1

0

0

0

0

TLV laag

5

6

6

4

5

TLV midden

2

0

0

3

3

TLV SBO

10

4

5

4

4

Tabel 15: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit MOC ’t Kabouterhuis locatie Zuid per advies so 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Cluster 3 - ZMLK

3

2

2

3

2

Cluster 4 - PI

4

4

2

4

6

Cluster 4 - ZMOK

1

0

0

0

0

Cluster 4 algemeen

0

0

2

0

0

Hoofdstuk 2 verwijzingen drie- en vierjarigen vanuit gespecialiseerde (voorschoolse) voorzieningen, locatie vroegbehandeling Kentalis Tabel 16: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit vroegbehandeling Kentalis 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

3

1

0

2

0

1

4

5

7

6

6

5

Tabel 17: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit vroegbehandeling Kentalis per bekostigingscategorie 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

21

TLV hoog

0

1

0

0

1

TLV laag

0

1

4

1

1

TLV midden

2

1

1

1

3

TLV SBO

4

4

3

4

1

Tabel 18: Het aantal toegekende tlv’s voor drie- en vierjarigen vanuit vroegbehandeling Kentalis per advies so 2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Cluster 3 - LG

1

0

0

0

0

Cluster 3 - MG

0

0

0

0

1

Cluster 3 - ZMLK

0

2

2

0

2

Cluster 4 - PI

1

1

3

2

2

2017-18

2018-19

2019-20

2020-21

2021-22

Gemiddelde leeftijd kind

7,8

7,6

7,8

7,7

7,4

Spreiding leeftijd

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Aantal kinderen

396

403

372

414

403

Hoofdstuk 3 volledige tabellen Tabel 19: Gemiddelde leeftijd kind per schooljaar

Tabel 20: Gemiddelde leeftijd kind per bekostigingscategorie, vijf schooljaren bij elkaar Bekostigingscategorie TLV hoog

TLV laag

Gemiddelde leeftijd kind

6,3

Spreiding leeftijd Aantal kinderen

TLV midden

TLV SBO

7,2

5,7

8,0

1,8

2,2

1,9

1,9

30

495

83

1380

Overkoepelende blik op schoolkenmerken De kenmerken die zijn meegenomen in de analyse: - Schoolgewicht per brinvestigingsnummer op basis van DUO gegevens anno oktober 2021; - Het aantal fte onderwijzend personeel (onderwijsassistenten en leerkrachten) in verhouding tot het aantal leerlingen per brinnummer op basis van DUO gegevens anno oktober 2021 (door DUO de ratio genoemd); - Het aantal fte ondersteunend personeel in verhouding tot het aantal leerlingen per brinnummer op basis van DUO gegevens anno oktober 2021; - De schoolgrootte; het aantal leerlingen per brinvestigingsnummer op basis van DUO gegevens anno oktober 2021; - De bestuursgrootte; het aantal brinvestigingsnummers dat onder het bevoegd gezag van de school valt op basis van DUO gegevens anno oktober 2021; - Of een school toegang heeft tot een bovenschools loket of expertisepunt op basis van interne gegevens van het samenwerkingsverband anno oktober 2022. Met een regressiemodel is gekeken of deze schoolkenmerken significant samenhangen met het verwijzingspercentage naar het s(b)o, met het verwijzingspercentage naar sbo, met het verwijzingspercentage naar het so, met het advies voor type so-school, met de bekostigingscategorie tlv, met de leeftijd van het kind ten tijde van de tlv-toekenning en met of het kind als thuiszitter bekend is binnen het samenwerkingsverband. 22

Scholen met hoge gewichtsscores

Gemiddeld aantal kinderen op school (okt 2021)

Figuur 6.1 verwijzings% SBO en schoolgrootte (alleen scholen met hoge gewichtsscore van min. 30) 350 300

Figuur 6.2 verwijzings% SO en schoolgrootte (alleen scholen met hoge gewichtsscore van min. 30) 350

281

292

306

300

250

264

250

215

204 200

200

150

150

100

100

50

50

0

0 laag % leerlingen gemiddeld % met tlv SBO (37 leerlingen met scholen) tlv SBO (42 scholen)

hoog % leerlingen met tlv SBO (37 scholen)

Figuur 8.1 verwijzings% SBO en fte (alleen scholen met gewichtsscore van min. 30)

laag % leerlingen gemiddeld % hoog % leerlingen met tlv SO (35 leerlingen met tlv met tlv SO (39 scholen) SO (42 scholen) scholen)

Figuur 8.2 verwijzings% SO en fte (alleen scholen met gewichtsscore van min. 30)

35

35

30

30

25

Gemiddeld aantal leerlingen per 1 fte onderwijzend personeel

20 15 10 5

laag % gemiddeld hoog % leerlingen % leerlingen leerlingen met tlv SBO met tlv SBO met tlv SBO (37 scholen) (42 scholen) (37 scholen)

Gemiddelde aantal leerlingen per 1 fte ondersteunend personeel

25 20 15 10 5

laag % gemiddeld % hoog % leerlingen leerlingen leerlingen met tlv SO met tlv SO met tlv SO (35 scholen) (42 scholen) (39 scholen)

Verschillen in regio en wijkniveau

23

Tabel 21: aandeel kinderen met een toegekend tlv sbo en so vanuit regulier basisonderwijs per regio, schooljaren 2017-2018 t/m 2021/22 bij elkaar % sbo per % so per jaar aantal jaar tov aantal so tov sbo tlvs leerlingaantal tlvs leerlingaantal Diemen Noord Oost

25 234 166

0,20% 0,50% 0,35%

12 77 87

0,09% 0,17% 0,18%

West binnen de ring West buiten de ring Zuid

182 304 160

0,37% 0,50% 0,22%

94 106 125

0,19% 0,17% 0,17%

Zuidoost

288

0,84%

100

0,29%

Tabel 22: kenmerken per regio Gemiddeld bekostigings- Aantal categorie so thuiszitters Gemiddelde Gemiddeld (1=laag, onder de duur Gemiddeld leerling2=midden, toegekende thuiszitten schoolaantal per 3=hoog) tlv's (dagen) gewicht school Diemen Noord

1 1,17

9 30

36 24

31 33

Aandeel Verandering reguliere leerlingbasisscholen aantal 2021 met loket/ tov 2011 expertisepunt sterke 281 krimp 100% 290 krimp 55%

Oost West binnen de ring West buiten de ring

1,17

41

26

28

320 krimp

53%

1,26

56

24

31

283 neutraal

67%

1,35

61

24

35

328 krimp

49%

Zuid

1,25

48

21

25

313 neutraal

65%

Zuidoost

1,23

63

19

35

255 krimp

86%

Tabel 23: kenmerken per regio vervolg Gemiddelde leeftijd bij tlvtoekenning Diemen 7,8 Noord 7,6 Oost 7,7

Aantal vacatures leerkrachten 2021 40 55

West binnen de ring West buiten de ring Zuid

7,4 7,8 7,6

57 153 29

Zuidoost

7,8

55

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13079353/1