CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. raadsvoordracht

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 10 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving (ZD2021-016167)3.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer < automatisch > Directie

< automatisch >

Voordracht voor de Raadsvergadering van 16-17 februari 2022

Portefeuille Agendapunt Datum besluit

Duurzaamheid < automatisch > College van B en W 11 januari 2022 Onderwerp

Vaststellen warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving De gemeenteraad van Amsterdam besluit

gezien de voordracht van burgemeester en wethouders, 1. Kennis te nemen van en bij de besluitvorming te betrekken: i. dat naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving acht zienswijzen zijn ingediend, ii. het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid op het ontwerp warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving; 2. De zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1-i te beantwoorden overeenkomstig de bijgevoegde Nota van beantwoording die onderdeel uitmaakt van dit besluit; 3. Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving, met toelichting in de bijlagen, ten opzichte van het ontwerp warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving te wijzigen conform de Nota van wijzigingen, met als belangrijkste wijzigingen: i. Aanpassing begrenzing gebied, ii. Bevoegdheid college inwerkingtreding warmteplan, iii. Toevoeging criterium voor energiezuinigheid van het distributienet; Fpren dat toeziet op het aandeel hernieuwbare energie van de warmte/koude die geleverd wordt door dat distributienet, iv. Vervallen normen voor CO2, NOx en geluid, v. Aanpassen norm voor fijnstof, vi. Overgangstermijn van zes maanden voor toetsing gelijkwaardigheid bij een aangescherpte EMG-verklaring. EMG staat voor ‘Energie Maatregelen op Gebiedsniveau’; 4.

Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving, met toelichting in de bijlagen gewijzigd ten opzichte van het ontwerp warmteplan, vast te stellen met als onderdelen: i. Een aansluitplicht voor in totaal 4500 aansluitingen (circa 3500 nieuwbouwwoningen en ca. 100.000 m² niet-woonprogramma) op een collectief distributienet, ii. De gelijkwaardigheidsbepaling voor energiezuinigheid, door middel van het hanteren van een Fpdel van 0,45 en Fpren van 50% totdat een EMG-verklaring (Energie Maatregelen op Gebiedsniveau) van het te realiseren collectief distributienet beschikbaar is, en bescherming van het milieu op grond waarvan afwijking van de aansluitplicht mogelijk is;

5. Het college van burgemeester en wethouders te mandateren om het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving te wijzigen voor zover dit betrekking heeft op verdergaande eisen aan energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem; 6. Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving vast te stellen voor een termijn van 10 jaar; 7. Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving in werking te laten treden op een nader door het college van burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip. Wettelijke grondslag

Artikel 1, eerste lid Bouwbesluit Warmteplan: besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen. De gemeenteraad is bevoegd tot het vaststellen van warmteplannen. Artikel 156, Gemeentewet, lid 1 De raad kan aan het college en aan een door hem ingestelde bestuurscommissie bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Afdeling 3.4, Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (artikelen 3.10-3.18) Algemene wet bestuursrecht Het besluit tot vaststelling van de warmteplannen wordt bekend gemaakt door publicatie in het gemeenteblad waarna er gedurende een periode van 6 weken beroep mogelijk is. Bij een eventuele aanpassing van het college van het warmteplan op grond van het door de gemeenteraad toegekende mandaat wordt deze procedure ook toegepast.

Bestuurlijke achtergrond

Met de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal (april 2020) heeft de raad het transitiepad voor de gebouwde omgeving vastgesteld. Aansluiten op collectieve duurzame warmtenetten en het benutten van restwarmte van datacenters draagt daar aan bij. Transitievisie warmte, vastgesteld door de gemeenteraad, 30 september 2020. Regie op warmte in gebiedsontwikkeling Op 28 januari 2020 nam het college van B&W kennis van Het Amsterdamse Bronnenboek en het ontwikkelbeeld preferente warmtesystemen in gebiedsontwikkeling en stelde het afwegingskader betaalbaar-open-duurzaam voor uniforme besluitvorming warmtesystemen in gebiedsontwikkeling vast. Deze documenten zijn de bouwstenen om op eenduidige en transparante wijze besluiten te nemen over warmtesystemen in

gebiedsontwikkeling en transformatiegebieden in Amsterdam. Op 5 maart 2020 heeft de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Water en op 10 september 2020 heeft de gemeenteraad kennisgenomen van deze stukken (Regie op warmte in gebiedsontwikkeling (BD2020-000517)). Afwegingskader betaalbaar-open-duurzaam voor uniforme besluitvorming warmtesystemen in gebiedsontwikkeling, vastgesteld door college op 28 januari 2020, kennisname door de gemeenteraad op 10 september 2020. Hoger beroep inzake warmteplan Sluisbuurt Het warmteplan Sluisbuurt, vastgesteld 31 december 2018, is deels vernietigd door de Rechtbank Amsterdam. De Rechtbank is van oordeel dat de elektriciteitsvraag en elektriciteitsproductie van een gebouw moeten worden betrokken bij het oordeel over een gelijkwaardig alternatief bij ontheffing van de aansluitplicht. Uw college heeft tegen de uitspraak van de rechter hoger beroep aangetekend. Bij voorliggend warmteplan is rekening gehouden met deze uitspraak van de Rechtbank. Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht om aan te sluiten op hoogtemperatuur stadswarmte? Afbakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht’, vastgesteld door het college op 3 november 2020, 15 december 2020. In het uitvoeringsbeleid is aangegeven hoe wordt omgegaan met het overgangsrecht volgens het Bouwbesluit 2012 en de Bouwverordening 2003.

Een vastgesteld warmteplan prevaleert boven het overgangsrecht. Onderbouwing besluit

Aanleiding In het gebied Amstel III Paasheuvelweg en omgeving wordt voorzien in een langdurige en grootschalige transformatie van kantoren naar een gemengd woon-werkgebied. Om betaalbaar en duurzaam te voorzien in energie wordt de vorming van collectieve energiesystemen door de gemeente gestimuleerd. In het gebied zijn meerdere datacenters te vinden waarvan de restwarmte ingezet kan worden voor de verwarming van nieuwbouw. Ook is in het gebied infrastructuur van het bestaande stadswarmtenet aanwezig waar een aansluitplicht voor kan gelden. Het warmteplan draagt bij aan de ontwikkeling van collectieve duurzame energiesystemen. Doel Het doel van het warmteplan is het regelen van een aansluitverplichting voor nieuw te ontwikkelen bouwwerken op een collectief distributienet en eisen aan energiezuinigheid en bescherming milieu te stellen die leiden tot een duurzaam distributienet of gelijkwaardig alternatief. Het warmteplan borgt de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu door aansluiting op een collectief energiesysteem of gelijkwaardig alternatief en levert daarmee een bijdrage aan de energieprestatie van het bouwwerk. Begrenzing Het gebied ligt in Amsterdam Zuid Oost en wordt globaal begrensd door de A2 en het spoor. Het gebied strekt zich uit vanaf het AMC tot achter de Johan Cruijff Arena.

Ontwerp warmteplan Op 5 januari 2021 heeft het college ingestemd met de vrijgave van het ontwerp warmteplan voor terinzagelegging. Het ontwerp warmteplan Amstel III,

Paasheuvelweggebied en omgeving (hierna ontwerp warmteplan), heeft met ingang van 1 februari 2021 en 7 april 2021 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen, met de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen naar voren te brengen. Naar aanleiding van het ontwerp warmteplan zijn acht zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn kort samengevat en beantwoord in de Nota van beantwoording en als bijlagen bij deze voordracht gevoegd. Een aantal zienswijzen hebben geleid tot wijzingen in het ontwerp, ook zijn enkele ambtelijke wijzigingen voorgesteld. De (ambtelijke) wijzigingen zijn opgenomen in de Nota van wijzigingen die deel uitmaakt van dit besluit en bijgevoegd als bijlage. Beslispunten: Ad 1. Kennis te nemen van en bij de besluitvorming te betrekken: i. dat naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving acht zienswijzen zijn ingediend, ii. het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid op het ontwerp warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving; Ad 1-i. Conform het bepaalde in de Awb heeft het ontwerp warmteplan Amstel III, Paasheuvelweggebied en omgeving (hierna ontwerp warmteplan), met ingang van 1 februari 2021 en van 7 april 2021 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen, met de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen naar voren te brengen.

Naar aanleiding van het ontwerp warmteplan zijn acht zienswijzen ingediend door de volgende reclamanten. 1. Equinix, bij email d.d. 28 januari 2021 2. IF Technology/Dirkzwager legal & tax, namens cliënten, bij brief d.d. 12 maart 2021 3. InProperty Development Group BV, bij e-mail d.d. 12 maart 2021 4. Wooden City Karspeldreef B.V., bij e-mail d.d. 15 maart 2021 5. Vattenfall, bij e-mail d.d. 15 maart 2021 6. (aanvullend) IF Technology/Dirkzwager legal & tax, namens cliënten, bij brief d.d. 18 mei 2021 7. (aanvullend) Vattenfall, bij e-mail d.d. 18 mei 2021 8. Firan, bij e-mail d.d. 19 mei 2021 Ad 1-ii. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel ZuidOost is in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het ontwerp warmteplan. Het dagelijks bestuur heeft aan het college geadviseerd: ‘Het dagelijks bestuur kan zich vinden in het ontwerp warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving & wijziging begrenzing interferentiegebied. We zijn verheugd dat de bouw voor 3500 nieuw te bouwen woningen en 100.000 m2 kantoor door dit warmteplan aan de duurzame energie eisen kan voldoen die dit jaar door BENG gelden. En dat een duurzaam alternatief op het collectieve systeem met datawarmte tevens mogelijk is gemaakt. En dat de datacenters duurzame warmte gaan leveren in Zuidoost.

Wel moet er aandacht blijven naast de gepresenteerde stukken dat het bodemenergieplan ook wordt vastgesteld om de Warmte koude opslag systemen te sturen op collectiviteit in Amstel III en ArenApoort in het bijbehorende interferentie gebied in Zuidoost. Het warmteplan is een instrument waarmee de gemeente sturing kan geven aan de

realisatie van een collectief distributienet in een gebied. Het warmteplan beoogt de volgende doelen te bereiken:  Het realiseren van een warmtevoorziening die voldoet aan een hoge mate van energiezuinigheid en milieuprestatie.  Het zorgen voor voldoende aansluitingen zodat het collectieve warmtesysteem financieel rendabel is te exploiteren.  Het definiëren/vastleggen van de criteria waaraan een gelijkwaardig alternatief moet voldoen. Een te bouwen bouwwerk moet in beginsel op het in het warmteplan opgenomen distributienet worden aangesloten. Wanneer de gebouweigenaar of projectontwikkelaar wenst af te wijken van de aansluitplicht, dient de gebouweigenaar bij het indienen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan te tonen dat het bouwwerk met een alternatieve warmtevoorziening minimaal dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu bereikt als door aansluiting op het distributienet. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gewenste keuzevrijheid voor gebouweigenaren en projectontwikkelaars en wordt ruimte geboden voor de toepassing van innovatieve oplossingen.’ Het advies sluit aan bij voorliggend besluit. Ad 2.

De zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1-i te beantwoorden overeenkomstig de bijgevoegde Nota van beantwoording die onderdeel uitmaakt van dit besluit; Gedurende de terinzagelegging van het ontwerp warmteplan zijn acht zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en in beschouwing genomen. De zienswijzen richten zich met name op; 1. motivatie en doel warmteplan, wie warmte-exploitant (kan) worden en welke rol de gemeente hierbij speelt 2. overgangsregeling 3. toetsing gelijkwaardig alternatief 4. criteria ter zake bescherming van het milieu en energiezuinigheid De zienswijzen zijn in de Nota van Beantwoording beantwoord en voor de volledige beantwoording wordt hiernaar verwezen. Ad 3. Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving, met toelichting in de bijlagen, ten opzichte van het ontwerp warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving te wijzigen conform de Nota van wijzigingen, met als belangrijkste wijzigingen: i. Aanpassing begrenzing gebied, ii. Bevoegdheid college inwerkingtreding warmteplan, iii. Toevoeging criterium voor energiezuinigheid van het distributienet; Fpren dat toeziet op het aandeel hernieuwbare energie van de warmte/koude die geleverd wordt door dat distributienet, iv. Vervallen normen voor CO2, NOx en geluid, v. Aanpassen norm voor fijnstof, vi.

Overgangstermijn van zes maanden voor toetsing gelijkwaardigheid bij een aangescherpte EMG-verklaring. EMG staat voor ‘Energie Maatregelen op Gebiedsniveau’; Voorgesteld wordt om het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bijgevoegde Nota van wijzigingen.

Een deel van de zienswijzen als ook enkele ambtshalve aanpassingen leiden tot een gewijzigd warmteplan. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn: i.

Aanpassing begrenzing gebied: de begrenzing van het warmteplangebied is aangepast tot onder de A9. Reden hiervoor is dat een doorboring onder de A9 te kostbaar wordt geacht en niet bijdraagt aan een haalbare businesscase voor de exploitant.

ii.

Bevoegdheid college inwerkingtreding warmteplan. Het warmteplan treedt in werking op een nader door het college te bepalen datum, niet eerder dan 1 januari 2023.

iii.

Toevoeging criterium voor energiezuinigheid van het distributienet; Fpren dat toeziet op het aandeel hernieuwbare energie van de warmte/koude die geleverd wordt door dat distributienet. De invloed van een collectief energiesysteem op de duurzaamheid van een gebouw is voor ieder systeem anders en is van veel factoren afhankelijk, waaronder de inzet van verschillende warmtebronnen, verliezen en het elektriciteitsgebruik van het landelijke net. Een EMG-verklaring van het collectieve energiesysteem is noodzakelijk. EMG staat voor ‘Energie Maatregelen op Gebiedsniveau’ en de naam geeft al aan dat deze norm verder gaat dan de energieprestatie van het gebouw. Met een gecontroleerde EMG-verklaring kunnen leveranciers van warmte (en koude) de energieprestatie van hun systeem certificeren. Totdat er een vigerende EMG verklaring is, is de energieprestatie (EOR) van het te realiseren collectieve energiesysteem bepaald op minimaal 220% (primaire energie) ofwel 0,45 Fpdel. De Fpren is bepaald op minimaal 50%. Het is nadrukkelijk de intentie om de energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem te verbeteren.

iv.

Vervallen normen voor CO2, NOx en geluid. Naar aanleiding van de zienswijzen worden in het definitieve warmteplan voor de bepaling van criteria voor het collectieve energiesysteem ter bescherming van het milieu geen normen voor stikstof, CO2-emissie en geluid opgenomen, omdat deze reeds in andere wetgeving voldoende zijn uitgewerkt.

v.

Aanpassen norm voor fijnstof. Voor de bepaling van de mate van bescherming milieu van het collectieve energiesysteem blijft een norm voor fijnstof in het warmteplan gehandhaafd, omdat er geen wettelijke bepalingen zijn die op bouwplanniveau de uitstoot van fijnstof regelen. De norm voor de emissie van fijnstof door een (gelijkwaardig) alternatief is van belang omdat het ongewenst wordt geacht in de warmtebehoefte van een gebouw of woning te voorzien door gebruik van pelletkachels en/of open haarden. Omdat de luchtkwaliteit in het warmteplangebied niet optimaal is en sprake is van hoge achtergrondconcentraties, is uitgangspunt dat een alternatieve warmtevoorziening geen fijnstof emitteert. Er worden derhalve alleen emissievrije technieken toegestaan in het plangebied.

vi.

Overgangstermijn van zes maanden voor toetsing gelijkwaardigheid bij aangescherpte EMG-verklaring. EMG staat voor ‘Energie Maatregelen

op Gebiedsniveau’. Een EMG-verklaring van het collectieve energiesysteem is noodzakelijk om de energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem te bepalen en daarmee de invloed van het collectieve energiesysteem op de energieprestatie (uitgedrukt in BENGwaarden) van het gebouw. Met een gecontroleerde EMG-verklaring kunnen leveranciers van warmte (en koude) de energieprestatie van hun systeem certificeren. Indien na verlening van de eerste EMG-verklaring voor een collectief energiesysteem in het warmteplangebied een nieuwe EMG-verklaring door BCRG (Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid) wordt vastgesteld voor dat collectieve energiesysteem en uit die EMG-verklaring volgt dat de energieprestatie ervan is verbeterd (hogere Fpren of lagere Fpdel), wordt bij de beoordeling van de gelijkwaardigheid van een alternatief vanaf zes maanden na vaststelling van die EMG-verklaring, uitgegaan van die verbeterde energieprestatie. Andere wijzigingen zijn tekstueel van aard. Ad 4. Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving, met toelichting in de bijlagen gewijzigd ten opzichte van het ontwerp warmteplan, vast te stellen met als onderdelen: i. Een aansluitplicht voor in totaal 4500 aansluitingen (circa 3500 nieuwbouwwoningen en ca. 100.000 m² niet-woonprogramma) op een collectief distributienet, ii.

De gelijkwaardigheidsbepaling voor energiezuinigheid, door middel van het hanteren van een Fpdel van 0,45 en Fpren van 50% totdat een EMG-verklaring (Energie Maatregelen op Gebiedsniveau) van het te realiseren collectief distributienet beschikbaar is, en bescherming van het milieu op grond waarvan afwijking van de aansluitplicht mogelijk is; Het warmteplan wordt vastgesteld voor een collectief energiesysteem waarin restwarmte uit het datacenter AM5 benut kan worden in nieuw te bouwen gebouwen. Hierbij wordt, uitgaande van de huidige stand van de techniek, een Fpdel van 0,45 en een Fpren van 50% haalbaar geacht waaraan de energieprestatie van het te ontwikkelen collectieve energiesysteem minimaal aan moet voldoen. Een Fpdel van 0,5 geeft aan dat voor elk deel fossiele energie er twee bruikbare delen warmte worden geleverd. Bij een gasketel is de Fpdel 1. De reikwijdte aan haalbare waardes is onderzocht door een externe partij en bevestigd in de zienswijzen. Zowel de Fpdel als Fpren kunnen worden aangescherpt tijdens het ontwerpen van het systeem, door optimalisaties in o.a. bronnen en de verduurzaming van het elektranet. De invloed van een collectief energiesysteem op de duurzaamheid van een gebouw is voor ieder systeem anders en is van veel factoren afhankelijk, waaronder de inzet van verschillende warmtebronnen, verliezen en het elektriciteitsgebruik van het landelijke net.

Een EMG-verklaring van het collectieve energiesysteem is noodzakelijk. EMG staat voor ‘Energie Maatregelen op Gebiedsniveau’ en de naam geeft al aan dat deze norm verder gaat dan de energieprestatie van het gebouw. Met een gecontroleerde EMG-verklaring kunnen leveranciers van warmte (en koude) de energieprestatie van hun systeem certificeren. Totdat er een vigerende EMG verklaring is, is de energieprestatie (EOR) van het te realiseren collectieve energiesysteem bepaald op minimaal 220% (primaire energie) ofwel 0,45 Fpdel. De Fpren is bepaald op minimaal 50%. Het is nadrukkelijk de intentie om de energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem te verbeteren.

Afwijking van de aansluitplicht Indien de gebouweigenaar geen gebruik wenst te maken van een aansluiting op het collectieve energiesysteem, dient deze aan te tonen dat het bouwwerk met een alternatief energiesysteem voor wat betreft energieprestatie en bescherming van het milieu minimaal gelijkwaardig scoort. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gewenste keuzevrijheid voor projectontwikkelaars en toepassing van innovatieve oplossingen. Conform de – vooralsnog niet onherroepelijke - uitspraak van de rechter inzake het warmteplan Sluisbuurt (zaaknummer AMS 19/4664) toetst het warmteplan of er sprake is van een gelijkwaardige energieprestatie als in hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit, en omvat dus niet alleen de warmtevraag en warmtebron maar ook de elektriciteitsvraag en elektriciteitsproductie van een gebouw. Ad 5. Het college van burgemeester en wethouders te mandateren om het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving te wijzigen voor zover dit betrekking heeft op verdergaande eisen aan energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem; Het college vraagt de Gemeenteraad haar te mandateren voor het wijzigen van de in het warmteplan opgenomen criteria voor energiezuinigheid.

Deze delegatie is noodzakelijk om als gemeente adequaat te kunnen reageren op ontwikkelingen bij vormgeven en het opstarten van een collectief energiesysteem, waarbij er nog veel onbekende factoren zijn. In het voorliggende warmteplan zijn de minimale prestaties voor wat betreft de energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem opgenomen. Een toekomstig warmte-exploitant kan een betere energiezuinigheid met haar systeem realiseren. Totdat afgifte van een EMG (Energie Maatregelen op Gebiedsniveau)-verklaring (verificatie energiezuinigheid systeem) door Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG) heeft plaatsgevonden kan het college de eisen aan energiezuinigheid van het systeem in het warmteplan wijzigen. Het gewijzigde warmteplan dient vervolgens in het gemeenteblad gepubliceerd te worden waarna er gedurende een periode van 6 weken beroep mogelijk is. Ad 6. Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving vast te stellen voor een termijn van 10 jaar; De geldigheidsduur van het warmteplan bedraagt wettelijk maximaal 10 jaar na vaststelling door de Gemeenteraad. Ad 7. Het warmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving in werking te laten treden op een nader door het college van burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip.

Het college vraagt de Gemeenteraad haar te mandateren voor het in werking treden van het vastgestelde warmteplan, niet eerder dan 1 januari 2023. Het is van belang om zo snel mogelijk een warmte-exploitant te vinden die het collectieve energiesysteem kan realiseren omdat de terugverdientijd vaak langer is dan 10 jaar. Tegelijkertijd willen huidige ontwikkelpartijen duidelijkheid over wanneer zij met hun omgevingsvergunningaanvraag aan de in het warmteplan gestelde eisen moeten voldoen. Het college meent op deze wijze voldoende duidelijkheid te bieden zodat projectontwikkelaars tijdig kunnen anticiperen met aanvraag omgevingsvergunning.

Financiële onderbouwing

Met het vaststellen van een warmteplan wordt geen financiële verplichting aangegaan. De warmte-exploitant is verantwoordelijk voor de realisatie, exploitatie en onderhoud van het distributienet en verantwoordelijk voor de daarmee gepaard gaande risico’s. De ambtelijke inzet voor het opstellen van het warmteplan is gefinancierd uit de GREX van het project Amstel III. De juridische inzet en extra inzet op benutten restwarmte datacenters is mede gefinancierd uit ‘vliegwielmiddelen’ voor Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan? Registratienr. < automatisch >

< automatisch >

Naam B01a Zienswijzen lijst adressanten B01b Zienswijzen Warmteplan_geanonimiseerd B01c Zienswijzen Warmteplan_genummerd B02 Nota van beantwoording B02 BIJLAGE Equinix 19.08 inspraak reacties warmteplan een vraag_geanonimiseerd B03 Nota van wijzigingen B04 Warmteplan met wijzigingen t.o.v. ontwerp warmteplan B05 Warmteplan wijzigingen verwerkt B05 BIJLAGE III Warmteplan GV20049 - GAM - EMG berekening collectief energiesysteem Amstel III & Bullewijk B06 Bekendmaking besluit vaststelling warmteplan

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Mimi Eelman, Ruimte & Duurzaamheid (IB) 06 13973745, mimi.eelman@amsterdam.nl Paula Huiszoon, Ruimte & Duurzaamheid (R&D) 06 83633507, p.huiszoon@amsterdam.nl Martijn Ter Hoeve, Grond & Ontwikkeling (PMB) 06 53889616, m.ter.hoeve@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093645/2