CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsinformatiebrief vrijgave ontwerp OP (def)

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 7 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake het vrijgeven voor terinzagelegging van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam (VN2024-000519)3.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 31 januari 2024 Ruimtelijke ordening Reinier van Dantzig Ruimte en Duurzaamheid, bestuurszaken.rd@amsterdam.nl Terinzagelegging ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling)

Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. Het college heeft bij besluit van 5 december 2023 besloten tot het vrijgeven voor terinzagelegging van het ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling). Het ontwerpbesluit ligt van 1 februari 2024 tot en met 13 maart 2024 ter inzage. Het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, de basisregeling 1. Aanleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet verplicht gemeenten om voor het gehele grondgebied één integraal omgevingsplan vast te stellen. Dat omgevingsplan bevat regels over de fysieke leefomgeving en over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Met het omgevingsplan komt er op gemeentelijk niveau één instrument dat regels bevat over de fysieke leefomgeving en over activiteiten die daarvoor gevolgen hebben of kunnen hebben. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet, heeft Amsterdam automatisch een tijdelijk omgevingsplan gekregen, het ‘omgevingsplan van rechtswege’. Dat bestaat uit de huidige bestemmingsplannen samen met specifieke regels over bouwen en milieu die van het Rijk naar de gemeenten zijn gegaan. Vervolgens hebben we tot 2032 de tijd om een nieuw, samenhangend omgevingsplan te maken. Dat doen we in stappen: 1. Eerst stellen we zo snel mogelijk de ‘basisregeling’ vast. 2.

Vervolgens vervangen we vanuit die basisregeling stap voor stap de huidige bestemmingsplannen. Dat doen we per gebied. Ondertussen voegen we nog meer regels uit gemeentelijke verordeningen toe. Dit overgangsproces duurt tot 2032.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 januari 2024 Pagina 2 van 8

Met dit eerste Wijzigingsbesluit van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) wordt dus een eerste grote stap gezet in de totstandkoming van één integraal omgevingsplan voor heel Amsterdam. Met deze wijziging wordt voorzien in het integraal voor heel Amsterdam vervangen van een grote hoeveelheid tijdelijke regels over onder meer milieubelastende activiteiten en het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken. Daarbij wordt tevens voorzien in het vervangen van de Hemelwaterverordening Amsterdam. Verder wordt met de wijziging voorzien in opname van een groot aantal ruimtelijke regels, waarmee de komende jaren de bestaande bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen op geharmoniseerde wijze vervangen kunnen worden. Deze ruimtelijke regels worden wel vastgesteld, maar treden nog nergens in werking. Dat gebeurt pas bij het op een later moment vervangen van bestemmingsplannen. Meer informatie over het omgevingsplan en de basisregeling is opgenomen in de voordracht bij het vrijgeven van de participatieversie op 6 december 2022 en is ook opgenomen in de toelichting bij het ontwerpbesluit. Hieronder wordt ingegaan op de wijzigingen tussen voorontwerp en ontwerp. 2. Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) Het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling) wijzigt het omgevingsplan zoals dat tot dat moment geldt.

Op grond van de Omgevingswet moet elke wijziging worden verwerkt in een nieuwe geconsolideerde versie (artikel 16.2 Omgevingswet). Die geconsolideerde versie is vindbaar en raadpleegbaar op zowel de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB) als in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Daartoe wordt het wijzigingsbesluit digitaal aangeleverd. Het wijzigingsbesluit bevat alleen de wijzigingen. In het digitale stelsel wordt op basis daarvan een nieuwe geconsolideerde versie getoond. 3. Wijzigingen ten opzichte van het voorontwerp De voorontwerpwijziging van het Omgevingsplan Amsterdam (Omgevingsplan Amsterdam, Basisregeling), met de bijbehorende algemene en artikelsgewijze toelichting, heeft met ingang van 12 januari 2023 gedurende een termijn van acht weken ter inzage gelegen. Daarnaast zijn de stukken toegestuurd aan de vooroverlegpartners en de dagelijks besturen van de stadsdelen en het stadsgebied voor advies. Naar aanleiding van de terinzagelegging van de voorontwerpwijziging Omgevingsplan Amsterdam (Omgevingsplan Amsterdam, Basisregeling), zijn er 16 inspraakreacties en 4 vooroverlegreacties ontvangen en hebben alle stadsdelen en het stadsgebied een advies uitgebracht.

Op 11 juli 2023 heeft het college de Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties en Nota van reactie adviezen stadsdelen en stadsgebied vastgesteld en ter kennisname geagendeerd voor de commissie RO van 27 september 2023.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 januari 2024 Pagina 3 van 8

Ten opzichte van de voorontwerpwijziging Omgevingsplan Amsterdam (Omgevingsplan Amsterdam, Basisregeling) zijn veel wijzigingen en aanvullingen aangebracht. Heel veel van deze wijzigingen zijn van wetgevingtechnische aard. Daarmee wordt bedoeld dat de tekst of plaats van de juridische regel weliswaar is aangepast, maar dat er geen inhoudelijke wijziging mee is beoogd. Veel van deze aanpassingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van reacties en adviezen die op het voorontwerp naar voren zijn gebracht. Heel veel andere aanpassingen zijn aangebracht op basis van voortschrijdend inzicht, al dan niet naar aanleiding van overleg met bijvoorbeeld VTH. Zo zijn bijvoorbeeld hoofdstuk 2 en 3 ten opzichte van het voorontwerp omgedraaid, enkel omdat dit tot een logischer regelopbouw leidt. Daarnaast zijn er enkele wijzigingen opgenomen om er voor te zorgen dat er op de goede manier gewerkt kan worden met een tijdelijk alternatief in verband met het nog niet goed werken van het DSO: de Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAMomgevingsplan). Inhoudelijk wijzigt ook hiermee niets. Het is ondoenlijk al deze technische wijzigingen in beeld te brengen. Voor technische wijzigingen die bij vaststelling ten opzichte van het ontwerp worden doorgevoerd zal dat overigens anders zijn. Dan zullen alle aanpassingen via renvooiweergave in beeld worden gebracht.

Naast de technische wijzigingen zijn er naar aanleidingen van de zienswijzen en adviezen ook inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze brief. De hemelwaterverordening wordt ingetrokken In artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet is bepaald dat de Hemelwaterverordening tot het tijdelijk deel van het omgevingsplan behoort. Het voorheen geldende artikel 10.32a van de Wet milieubeheer gaf de bevoegdheid aan de gemeenteraad geeft om bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit artikel is niet teruggekomen in de Omgevingswet. Om een rechtsvacuüm te voorkomen, is deze verordening onderdeel gaan uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voor de Hemelwaterverordening geldt dat daarin regels over bouwwerken zijn opgenomen die van toepassing zijn op zowel vergunningplichtige als vergunningvrije bouwwerken. De situatie zoals die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is ontstaan, is voor wat betreft de vindbaarheid van de regels niet optimaal. Ze zijn onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege, maar als zodanig niet vindbaar via de DSO-viewer.

Vanwege de samenhang met andere regels over bouwwerken en de vindbaarheid daarvan is er voor gekozen de Hemelwaterverordening direct te integreren in het omgevingsplan. De regels zijn overgenomen in de basisregeling waardoor de hemelwaterverordening met inwerkingtreding van de basisregeling kan worden ingetrokken.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 januari 2024 Pagina 4 van 8

Zienswijzen Volgens wettelijk voorschrift moet een ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan voorafgaand aan vaststelling worden vrijgegeven voor terinzagelegging voor de duur van zes weken, met de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen door een ieder gedurende deze termijn. De kennisgeving daarvan treft u aan in bijlage 2. Vervolg De zienswijzen zullen worden betrokken bij het opstellen van het definitieve besluit van de gemeenteraad tot wijziging van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband met het voorzien van een basisregeling voor heel Amsterdam (Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling)). Dit besluit zal na de zomer aan u worden voorgelegd voor vaststelling. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke ontwikkeling

Bijlagen 1. Wijzigingen ten opzichte van het voorontwerp – inhoudelijke wijzigingen 2. Kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband met het voorzien van een basisregeling voor heel Amsterdam (Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (Basisregeling))

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 januari 2024 Pagina 5 van 8

Bijlage 1. Wijzigingen ten opzichte van het voorontwerp – inhoudelijke wijzigingen 1. Het voorontwerp bevatte een afdeling 2.3 met overgangsbepalingen met betrekking tot afwijkmogelijkheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten die in onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen staan. De betreffende artikelen waren één op één overgezet vanuit hoofdstuk 22 (de bruidsschat). Het blijkt beter deze te laten staan in hoofdstuk 22. 2. Het voorontwerp bevatte een afdeling 2.5 met algemene regels over het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen die voorheen door het rijk werden gesteld en die één op één waren overgezet vanuit hoofdstuk 22 (de bruidsschat). Het blijkt beter deze te laten staan in hoofdstuk 22. 3. Het voorontwerp bevatte een vergunningplicht voor het wijzigen van het gebruik van een niet-geluidgevoelig gebouw naar een geluidgevoelig gebouw, voor zover het gebruik als geluidgevoelig gebouw in overeenstemming was met het gebruiksdoel en de regels daarover (paragraaf 2.4.5, verplaatst naar 3.2.6). Deze vergunningplicht had een ‘ja, tenzij’-karakter; de vergunningplicht gold overal, behalve als de locatie niet binnen een geluidaandachtsgebied lag.

Dit zou onbedoeld ook wijzigingen onder de vergunningplicht brengen die voorheen zonder vergunning waren toegelaten, of die, na onderzoek in het kader van een wijziging van het omgevingsplan, zonder nadere vergunningplicht bij recht toegelaten kunnen worden. Dat is ongewenst. De regeling is gewijzigd naar een ‘nee, tenzij’-karakter. De vergunningplicht gaat alleen daar gelden waar dat expliciet is bepaald. Op andere locaties geldt die vergunningplicht niet. Die vergunningplicht kan met name van toepassing worden gemaakt bij grotere gebiedsontwikkelingen, waarbij de definitieve invulling met bebouwing en situering van functies nog niet vaststaat, of waarbij sprake is van fasering. Voor initiatieven die concreet genoeg zijn, en waarbij functionele flexibiliteit gewenst is, kan bij de wijziging van het omgevingsplan, waarmee het initiatief wordt gefacilieerd, al finaal onderzoek plaatsvinden. Voor zover ‘dove gevels’ (mogelijk) nodig zijn, kan echter niet worden gewerkt met binnenplanse afwijkmogelijkheden. In dat geval kan wel een dove gevel worden voorgeschreven, maar kan (met het oog op de kenbaarheid voor de wegbeheerder) alleen met een buitenplanse afwijkvergunning (bopa) van die verplichting worden afgeweken. 4. Subparagraaf 3.2.5.2 van het voorontwerp bevatte een vergunningplicht voor het oprichten van een bedrijf en voor het wijzigen van de bedrijfsvoering ervan.

Deze regeling, die in het ontwerp is opgenomen in subparagraaf 2.3.6.2, is mede naar aanleiding van opmerkingen vanuit VTH aangepast. Het oprichten en wijzigen van een bedrijf wordt nu gereguleerd door algemene regels (met de mogelijkheid om af te wijken per maatwerkvoorschrift) in plaats van vergunningstelsel. 5. Artikel 2.56 van het voorontwerp bevatte kortgezegd, in navolging van artikel 22.25 van de bruidsschat, een algemene regel die het mogelijk maakte dat bestaande bouwwerken werden gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg. Onder nieuw recht moet echter ook huisvesting voor mantelzorg in een bestaand bouwwerk worden getoetst op de aanvaardbaarheid van het geluid op de gevel. Een generieke toepassing als waarin was voorzien, is dan niet mogelijk. In een nieuwe paragraaf 3.2.7 wordt voorzien in een vergunningplicht, waarbij getoetst kan wordt

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 januari 2024 Pagina 6 van 8

aan een beperkt aantal beoordelingsregels, waaronder geluid. Daarbij is er wel in voorzien dat locaties kunnen worden aangewezen waar huisvesting in verband met mantelzorg zonder vergunning is toegestaan. De vergunningplicht is niet van toepassing op bestaande mantelzorgwoningen. 6. In paragraaf 3.2.16 van het voorontwerp was een vergunningplicht opgenomen voor het wijzigen van de leiding, de druk of de vervoerde stof van een buisleiding met gevaarlijke stoffen. Hoofdstuk 3 en 2 zijn omgewisseld. Hoofdstuk 2 bevat regels waarmee onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen worden vervangen. Omdat deze vergunningplicht in dat hoofdstuk stond, zou deze vergunningplicht alleen gelden daar waar een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan zou zijn vervangen. Dat is niet de bedoeling, de vergunningplicht moet met het oog op veiligheid direct overal gaan gelden. Om die reden is de vergunningplicht opgenomen in een aparte paragraaf in het nieuwe hoofdstuk 3 (paragraaf 3.2.8), dat regels voor in beginsel heel Amsterdam bevat. 7. Aan hoofdstuk 2, dat hoofdstuk 3 is geworden, is een nieuwe paragraaf 3.2.9 toegevoegd dat strekt tot behoud van ambachtelijke bedrijven. Deze paragraaf is opgenomen naar aanleiding van een motie inzake behoud Amsterdamse ambachtelijke bedrijven.

Met die motie, aangenomen in de raadsvergadering op 21 december 2022, heeft de raad het college opgedragen om te onderzoeken of een regeling in het omgevingsplan kan worden opgenomen met het doel een divers functieaanbod te garanderen en ambachtelijke bedrijven te behouden in centrumgebieden waar de druk op de leefbaarheid groot is. In de brief van 14 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders toegezegd om in de Basisregeling regels toe te voegen die behoud van ambachtelijke bedrijven beogen. Bij het gebiedsgewijs vervangen van bestemmingsplannen kan worden beoordeeld welke ambachtelijke bedrijven in welke gebieden behouden dienen te blijven. 8. Afdeling 4.2 bevat de regeling rondom de vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Deze vervangt deels de vergunningplicht voor bouwactiviteiten van de Wabo. Zonder dat dit tot inhoudelijke aanpassingen leidt, is de opzet van dit onderdeel is aanzienlijk gewijzigd, en van een nog meer uitgebreide toelichting voorzien. Dit mede naar aanleiding van de adviezen en reacties op het voorontwerp. 9. Subparagraaf 4.2.4.5 van het voorontwerp (inmiddels subparagraaf 4.2.4.4) bevatte beoordelingsregels voor als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties.

Ten opzichte van het voorontwerp is sprake van enkele tekstuele en ondergeschikte wijzigingen, maar ook van een inhoudelijke wijziging. Er is een extra beoordelingsaspect toegevoegd dat inhoud dat het bevoegd gezag moet beoordelen of er naast eventuele verontreiniging waarbij de waarde toelaatbare kwaliteit wordt overschreden eventueel nog een (andere) verontreiniging aanwezig is die gezondheidsrisico’s geeft. Verder is een bevoegdheid toegevoegd om aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw een voorschrift te verbinden, waarmee maatregelen kunnen worden voorgeschreven waarmee de bodem (of het gebouw) alsnog geschikt wordt gemaakt voor het beoogde gebruiksdoel.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 januari 2024 Pagina 7 van 8

10. Subparagraaf 4.2.4.7 van het voorontwerp (subparagraaf is gelijk gebleven) bevatte beoordelingsregels voor als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op geluidgevoelige gebouwen. Deze vergunningplicht had een ‘ja, tenzij’-karakter; de beoordelingsregel gold overal, behalve als de locatie niet binnen een geluidaandachtsgebied lag. Dit zou onbedoeld ook betrekking hebben op locaties waar eerder al een geluidgevoelig gebouw was toegelaten, of die, na onderzoek in het kader van een wijziging van het omgevingsplan, zonder nadere vergunningplicht bij recht toegelaten kunnen worden. Dat is ongewenst. De regeling is gewijzigd naar een ‘nee, tenzij’karakter. De beoordelingsregel gaat alleen daar gelden waar dat expliciet is bepaald. Op andere locaties geldt die vergunningplicht niet. Hiermee wordt het uitgangspunt dat de finale geluidbeoordeling wordt doorgeschoven naar de vergunningverlening, verlaten. Dat wordt de uitzondering. Die beoordelingsregel kan met name van toepassing worden gemaakt bij grotere gebiedsontwikkelingen, waarbij de definitieve invulling met bebouwing en situering van functies nog niet vaststaat, of waarbij sprake is van fasering. Voor initiatieven die concreet genoeg zijn, kan bij de wijziging van het omgevingsplan, waarmee het initiatief wordt gefacilieerd, al finaal onderzoek plaatsvinden.

Voor zover ‘dove gevels’ (mogelijk) nodig zijn, kan echter niet worden gewerkt met binnenplanse afwijkmogelijkheden. In dat geval kan wel een dove gevel worden voorgeschreven, maar kan (met het oog op de kenbaarheid voor de wegbeheerder) alleen met een buitenplanse afwijkvergunning (bopa) van die verplichting worden afgeweken. 11. In paragraaf 4.2.4 is aan de beoordelingsregels een subparagraaf 4.2.4.14 toegevoegd dat betrekking heeft op bouwen ter plaatse van de aanduiding 'belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen'. Dit met het oog op veiligheid. 12. Het voorontwerp bevatte een afdeling 4.3 (verplaatst naar afdeling 4.4) onder andere allerlei regels over aansluitplichten op nutsinfrastructuur geschrapt. Het betreft regels die oorspronkelijk op rijksniveau werden gesteld en die bij wijze van bruidsschat in hoofdstuk 22 zijn geplaatst. Er is voor gekozen ze daar te laten staan. De betreffende artikelen waren één op één overgezet vanuit hoofdstuk 22. Het blijkt beter deze te laten staan in hoofdstuk 22. 13. Het voorontwerp bevatte een paragraaf 4.3.1, 4.3.2 en 4.3.3 met algemene regels over het verrichten van werkzaamheden en het bouwen en in stand houden van bouwwerken, die voorheen door het rijk werden gesteld en die één op één waren overgezet vanuit hoofdstuk 22 (de bruidsschat). Het blijkt beter deze te laten staan in hoofdstuk 22.

Alleen de regels met betrekking tot repressief welstandstoezicht zijn in hoofdstuk 4 gebleven (in afdeling 4.4). 14. Hoofdstuk 7 was in het voorontwerp nog leeg, maar inmiddels inhoudelijk gevuld met regels. Kort gezegd wordt hiermee een vergunningplicht in het leven geroepen voor het aanleggen of wijzingen van gemeentewegen en lokale spoorwegen. De beoordeling beperkt zich tot het aspect geluid. Deze vergunningplicht gaat alleen gelden op locaties waar het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan is vervangen. 15. Aan hoofdstuk 9 (was in het voorontwerp nog hoofdstuk 10) zijn ten opzichte van het voorontwerp regels toegevoegd over het lozen van brijn op het riool of in de bodem (subparagraaf

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 januari 2024 Pagina 8 van 8

9.3.2.23). Brijn is afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars. Deze activiteit kan bij verschillende bedrijfstakken voorkomen. Het afvalwater (brijn) bevat veel zout (chloride), en kan ook andere ongewenste stoffen bevatten. Chloridehoudend afvalwater is schadelijk voor de riolering en de pompen die daar deel van uitmaken, en kan leiden tot verzilting van de bodem. Dit is op Rijksniveau niet adequaat geregeld. Subparagraaf 9.3.2.23 ondervangt dit. 16. Verder is aan hoofdstuk 9 is afdeling 9.4 toegevoegd dat regels bevat over bodembeheer en activiteiten in en op de bodem. 17. In de voorontwerpversie was hoofdstuk 22 niet opgenomen. Hoofdstuk 22 bevat de bruidsschat: de regels die op rijksniveau komen te vervallen, en die bij wijze van overgangsrecht in het omgevingsplan zijn geplaatst. Deze bruidsschat is uitgangspunt voor de wijziging. Heel kort samengevat wordt er als volgt mee omgegaan: a. b. c.

d.

e.

In afdeling 22.2 opgenomen algemene regels die overkomen vanuit het Bouwbesluit, blijven in hoofdstuk 22 staan. In afdeling opgenomen regels over de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt vervangen door met name afdeling 4.2. Afdeling 22.3 is inhoudelijk in overeenstemming gebracht met de instructieregels Bkl en opgenomen in hoofdstuk 9. Afdeling 22.3 blijft voor een groot deel wel de oorspronkelijke inhoudelijke regels bevatten. Die regels blijven van toepassing op milieubelastende activiteiten waarvoor op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving een vergunningplicht geldt. Dit in verband met de noodzaak een milieueffectrapportage te doen. Totdat door het ministerie een mer-procedure is doorlopen, blijft ook afdeling 22.3 op die bedrijven van toepassing. Het gaat op dit moment om 151 bedrijven. Voor alle niet-vergunningplichtige milieubelastende activiteiten geldt uitsluitend hoofdstuk 9. Afdeling 22.4 bevat regels over het wijzigen van een weg met het oog op geluid, en blijft daar achter voor die gebieden waar het onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan nog niet is vervangen. Afdeling 22.5 bevat allerlei overgangsrechtelijke bepalingen, die van toepassing zijn op instrumenten, opgenomen in onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13772095/1