1 Raadsinformatiebrief Referendumverordening 20211005.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 5 oktober Democratisering Rutger Groot Wassink Jop Pek, j.pek@amsterdam.nl
Onderwerp
Stand van zaken referendumverordening
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. In de raadsvergadering van 21 april jl. heeft u ingestemd met de hoofdpunten voor een nieuwe referendumverordening. Daarbij heeft u over een aantal onderdelen vragen gesteld, waarover ik heb toegezegd u nog nader te informeren, alvorens u de definitieve verordening voor te leggen. In deze brief geef ik op die onderwerpen de stand van zaken. Tevens wordt aangegeven hoe het college voornemens is de moties die u heeft aangenomen uit te voeren. De moties zullen gelijktijdig met het aanbieden van de verordening formeel worden afgedaan. Op basis van de hoofdpunten is een concept verordening met artikelsgewijze toelichting opgesteld (bijlage 1). De Initiatief- en Referendumcommissie Gemeente Amsterdam (verder: Referendumcommissie) heeft over deze concept verordening een eerste advies uitgebracht (bijlage 2). De verordening ligt op dit moment ter inspraak voor, en tevens ter advies bij de stadsdelen. Naar aanleiding van de reacties en het advies van de Referendumcommissie zal een definitief concept van de verordening worden opgesteld. Dit definitieve concept wordt naar verwachting geagendeerd voor de commissievergadering van 17 november.
In het algemeen heeft de Referendumcommissie waardering voor de voorliggende conceptreferendumverordening en voor de (politieke) beslissingen die daaraan ten grondslag liggen. Het is volgens de commissie een verbetering ten opzichte van de bestaande verordening. De commissie waardeert de verlaging van de drempels, het referendabel maken van een ruimere groep besluiten, alsmede de introductie van de mogelijkheid om te komen met een alternatief voorstel. De Referendumcommissie heeft wel enkele kanttekeningen bij het concept van de referendumverordening. Het voornaamste punt betreft de zelfbinding. Hier komen we op terug bij de toelichting over dit onderwerp. Wij geven u in overweging om met de Referendumcommissie in gesprek te gaan over hun advies. Indien u dit wenst organiseren wij dit graag voor u. Ook andere experts kunnen daarbij desgewenst worden uitgenodigd. In deze brief gaan wij in samenhang per thema in op de volgende aangenomen moties en openstaande vragen:
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 2 van 10
1. Zelfbinding Hierover zijn in de raad vragen gesteld en door de Referendumcommissie opmerkingen gemaakt. 2. Wat wordt referendabel In de raad zijn vragen gesteld over wat precies referendabel wordt en er zijn twee moties aangenomen: een over de toepassing van de voorhangprocedure en een over stadsdeelreferenda. Hier worden de vragen over dit onderwerp behandeld en wordt aangegeven hoe het college de moties zal uitvoeren. 3. Gevolgen afschaffing artikel 45 In de raadsbespreking is gevraagd om meer duiding van de gevolgen van het afschaffen van artikel 45 in de praktijk voor de planningen, doorlooptijden en (financiële) haalbaarheid van grote projecten. 4. Organisatie Bij de behandeling zijn vragen gesteld over hoe de taken t.a.v. de nieuwe verordening zullen worden belegd en hoe de referenda georganiseerd worden. De stand van zaken op dit punt wordt weergegeven. Hierover vindt de komende periode nog verder overleg met de griffie en het presidium plaats. 5. Evaluatie Bij de behandeling van de hoofdpunten zijn twee moties aangenomen over evaluatie. Hier wordt aangegeven hoe het college deze uit zal voeren en een plek heeft gegeven in de conceptverordening. 6.
Voorlichting en betrekken van Amsterdammers Bij de raadsbehandeling is gevraagd om naast de gebruikelijke inspraakprocedure ook andere vormen van actieve inspraak te verkennen en te zorgen dat Amsterdammers op een toegankelijke manier kennis kunnen nemen van de mogelijkheden van de nieuwe verordening. Het college geeft aan hoe zij uitvoering geeft aan deze toezegging. 1. Zelfbinding In de raadsbehandeling werd door sommige leden aanvullende uitleg gevraagd over het voorstel van het college om de raadsleden de mogelijkheid te bieden tot zelfbinding. Een bindend referendum is niet mogelijk gezien de Grondwet. Een referendum is een advies van de bevolking aan de volksvertegenwoordiging en de gemeenteraad besluit na het referendum wat ze gaat doen met de uitslag. Desalniettemin zal er in de aanloop naar het referendum bij veel Amsterdammers de vraag leven wat de invloed van hun stem zal zijn op het stemgedrag van raadsleden en partijen. Om hierover duidelijkheid te creëren, heeft het college in de vastgestelde hoofdpunten voor de verordening het idee van ‘zelfbinding’ opgenomen, een formele mogelijkheid waarop raadsleden zich kunnen uitspreken. Dit is geen verplichting, maar een optie.
In de concept verordening is daarom de volgende passage opgenomen: “In de vergadering waarin de raad besluit dat een referendum wordt gehouden, wordt ieder raadslid in de gelegenheid gesteld om uit te spreken welke binding de uitslag van het referendum voor hem/haar zal hebben.”
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 3 van 10
Dit is in lijn met het eigen mandaat dat ieder raadslid heeft. Ook wanneer dit artikel niet in de verordening wordt opgenomen kan een raadslid zich hierover desgewenst uitspreken. In de praktijk zal dit er naar verwachting vooral toe leiden dat fracties als geheel aangeven hoe zij omgaan met de uitslag, zoals dit ook bij andere onderwerpen het geval is. Dit past in de bekende lijn, en zal dus naar het idee van het college ook niet tot extra verwarring bij de stemmers leiden. De Referendumcommissie heeft in haar advies echter aangegeven moeite te hebben met de zelfbinding zoals die in de verordening is opgenomen. Zoals het nu is geformuleerd strijdt het volgens de commissie mogelijk met het lastverbod van artikel 27 Gemeentewet, maar belangrijker nog, het kan aanleiding geven tot misverstanden. Wat is de waarde van de aankondiging? De Referendumcommissie vindt het daarnaast bezwaarlijk dat met deze bepaling gemeenteraadsleden welhaast gedwongen worden zich uit te spreken; ze zullen zich daardoor mogelijk onder druk gezet voelen. Het college vindt optimale transparantie van belang en heeft dit artikel daarom een plek gegeven in de hoofdpunten en de concept verordening. De door de Referendumcommissie genoemde bezwaren zijn echter zwaarwegend.
Het college wacht de reacties in de inspraakperiode af, maar overweegt op basis hiervan het element zelfbinding niet op te nemen in de definitieve verordening.
2. Wat wordt referendabel In de raadsvergadering zijn enige vragen gesteld over de reikwijdte van de nieuwe referendumverordening. Het college wil de mogelijkheid voor Amsterdammers om een referendum te houden verruimen door meer raadsbesluiten referendabel te maken. Daarom wordt een aantal uitzonderingsgronden geschrapt. Daarnaast wil het college andere besluiten dan besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zoals onder de huidige referendumverordening het geval is, referendabel maken als die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de gemeente. Het college stelt voor een referendum (inclusief een alternatief voorstel bij het correctief referendum of volksinitiatief) mogelijk te maken over alle aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de raad vallen, én over collegebesluiten die voor wensen en bedenkingen aan de raad worden voorgelegd, met uitzondering van de volgende besluiten: a. besluiten van de raad of het college op bezwaar dan wel inzake het voeren van rechtsgedingen; b. individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden; c. het voor kennisgeving aannemen van nota’s en rapporten; d. het vaststellen van de begroting en de rekening; e. het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belastingen; f. besluiten in het kader van deze verordening; g.
besluiten ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent het gemeentebestuur geen beleidsvrijheid heeft; h. de vaststelling, de herziening of de intrekking van een bestemmingsplan Initiatiefnemers die rond een voorgenomen besluit van de raad willen weten of zij hierover een referendum kunnen initiëren, vinden op de gemeentelijke referendumwebsite alle informatie over
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 4 van 10
de spelregels van het referendum. Ook in de eerste contacten tussen initiatiefnemers en de medewerkers van het referendumbureau (zie verder onder organisatie) zal meteen worden besproken of een onderwerp wel of niet referendabel is. Mocht er twijfel zijn over die vraag, dan is het de Referendumcommissie die hierover uitsluitsel geeft. In de procedure voor het initiëren van een referendum vanuit de bevolking, blijft het namelijk de onafhankelijke Referendumcommissie die toetst of een onderwerp referendabel is of niet. Het moment voor deze toetsing is nadat 1.000 ondersteuningsverklaringen van Amsterdamse kiesgerechtigden zijn ingezameld en gecheckt op geldigheid. Wensen en bedenkingen: de voorhangprocedure Het college heeft de bevoegdheid besluiten te nemen of handelingen te verrichten zonder dat daar de goedkeuring van de raad voor nodig is. Tenzij deze besluiten ingrijpende gevolgen (kunnen) hebben voor de gemeente. In dat geval hanteert het college de ‘voorhangprocedure’, waarin wensen en bedenkingen van de raad worden gevraagd. Het college heeft een bepaalde mate van vrijheid om te bepalen welke besluiten ‘voorgehangen’ worden aan de raad om de wensen en bedenkingen te horen van de raad. De vrijheid zit in de inschatting van hoe ingrijpend een besluit is voor de gemeente.
De raad kan ook zelf aangeven om wensen en bedenkingen mee te willen geven, indien zij vindt dat het besluit ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. Het zogeheten ‘voorhangen van wensen en bedenkingen’ is geregeld in artikel 169 (lid 4) van de Gemeentewet en is bedoeld om de gemeenteraad wensen en bedenkingen in te laten brengen. Het vindt plaats voordat het college een besluit neemt dat ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente over het uitvoeren en ‘…aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen, het voeren van rechtsgedingen, bezwaar- en beroepsprocedures), het voorbereiden van civiele verdediging of jaarmarkten of gewone markten in te stellen, af te schaffen of te veranderen.’ Het college is verplicht om vroegtijdig aan de raad te melden als het van plan is besluiten te nemen zoals hierboven vermeld. De belangrijkste in de praktijk is het ‘aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen’ (dit was ook het geval bij erfpacht). De eventuele wensen en bedenkingen zijn een advies. Het college moet echter de raad in de gelegenheid hebben gesteld de wensen en bedenkingen kenbaar te maken voor het officiële besluit wordt genomen. Als de raad bezwaar wil aantekenen tegen het voorliggende besluit, kan zij dit in een motie vastleggen. Strikt genomen kan het college in dat geval toch het besluit nemen, want instemming is op zich niet vereist bij dit type besluiten.
Het college stelt voor op dit moment tevens een referendum mogelijk te maken. In dat geval worden zowel het besluit als de wensen en bedenkingen van de raad opgeschort totdat het referendum is gehouden. De raad kan vervolgens bij het geven van haar wensen en bedenkingen ook aangeven hoe zij de uitslag van het referendum duidt. Voor de definitieve besluitvorming is vervolgens het college weer aan zet en kan het college zich rekenschap geven van de opvattingen van de bevolking en de raad. Ruimtelijke projecten referendabel? In de raad zijn vragen gesteld over welke besluitvorming met betrekking tot de openbare ruimte wel en niet referendabel is. Of een ruimtelijk project referendabel is, is niet algemeen of generiek te beantwoorden. Indien en voor zover de ruimtelijke projecten zien op de vaststelling, de herziening of de intrekking van een bestemmingsplan is het niet referendabel, want uitgezonderd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 5 van 10
Vervolgens zal het afhangen van de vraag of het betreffende project onder de bevoegdheid van de raad valt of onder de bevoegdheid van het college valt en het vervolgens voor wensen en bedenkingen aan de raad dient te worden voorgelegd. Bovendien is het de vraag of het project/de procedure een wijziging van het bestemmingsplan tot gevolg heeft (dat is dan immers niet referendabel). Motie van de leden lid Flentge en Vroege inzake zo min mogelijk belemmeringen bij het starten van een referendum In deze motie wordt gevraagd om de procedure van ‘voorhang’ bij collegebesluiten zo ruim en maximaal mogelijk te hanteren, waarbij het doel is dat Amsterdammers een referendum kunnen starten over zoveel mogelijk besluiten die zij van belang vinden en daarbij zo min mogelijk formele belemmeringen te laten gelden.’ Reactie van het college: Het college beschouwt de wens de procedure van ‘voorhang’ maximaal te hanteren in lijn met de verplichting die het college heeft conform artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet om ”….indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente (…) In dat geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.” Naast deze verplichting van het college ligt er ook een mogelijkheid voor de gemeenteraad zelf, die kan vragen een
voorgenomen besluit voorgelegd te krijgen om de wensen en bedenkingen te kunnen uiten. Op het moment dat een besluit wordt voorgehangen voor wensen en bedenkingen, is het besluit referendabel (behoudens de uitzonderingen). Motie van het lid Vroege inzake Stadsdeel Referendum Deze motie verzoekt het college: – In kaart te brengen welke besluiten genomen door een stadsdeel, niet zijnde raadsbesluiten, ook referendabel gemaakt zouden kunnen worden. – Tevens de wenselijkheid en impact op besluitvormingsprocessen aan te geven. – Voorstellen hiertoe te betrekken bij de doorontwikkeling Bestuurlijk Stelsel. Het dagelijks bestuur ontleent zijn bevoegdheden aan het college. Dit is vastgelegd in de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam. Een dagelijks bestuur heeft daarbij twee soorten bevoegdheden: gemandateerde en gedelegeerde bevoegdheden. Deze bevoegdheden zijn vastgelegd in vorenstaande Verordening. Voor het nieuwe bestuurlijk stelsel is een verordening in voorbereiding die deze verordening zal vervangen: de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022. De taken en bevoegdheden worden op dit moment uitgebreid bekeken en in het begin van 2022 vastgesteld, door middel van bijlagen bij de nieuwe verordening.
In het geval bevoegdheden zijn gedelegeerd, gaat de bevoegdheid en eindverantwoordelijkheid in zijn geheel over naar het dagelijks bestuur of voorzitter van het dagelijks bestuur. In dat geval zijn de besluiten niet referendabel. Bij besluiten die in mandaat genomen zijn, is het college formeel bevoegd. Het is dus mogelijk over deze besluiten een referendum te organiseren. Dit zou kunnen gebeuren in het geval het besluit, dat gemandateerd is aan het stadsdeel, door het college vanuit haar formele bevoegdheid wordt voorgelegd aan de raad voor wensen en bedenkingen. Dit zal in de praktijk echter naar verwachting zelden het geval zijn.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 6 van 10
Het college is echter met de indiener van mening dat het wenselijk kan zijn om voor een vraagstuk dat op een specifiek stadsdeel (of stadsdelen) betrekking heeft, de mogelijkheid te creëren dat Amsterdamse burgers daarover een referendum kunnen vragen in hun specifieke gebied. Hiervoor wordt om die reden in de nieuwe referendumverordening gelegenheid geboden. Er zijn raadsbesluiten en besluiten die voor wensen en bedenkingen worden voorgelegd die vooral impact hebben op een specifiek stadsdeel zoals ondergrondse parkeergarages, een nieuw theater of een brug over het IJ. Deze raadsbesluiten zijn, net als andere raadsbesluiten, referendabel (tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond). In die gevallen bestaat de reguliere mogelijkheid om een referendum te starten. De procedure is hierbij als volgt: een groep Amsterdammers doet op basis van een voorgenomen raadsbesluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum, waarvoor zij 1000 ondersteuningsverklaringen moeten ophalen. Vervolgens bepaalt de raad of het besluit impact heeft voor de gehele stad of vooral binnen een bepaald stadsdeel/bepaalde stadsdelen. De raad besluit vervolgens in welke stadsdelen gestemd mag worden over het referendum (minimaal in 1 stadsdeel). Dit is in de concept verordening geregeld.
Een tweede route kan zijn dat het dagelijks bestuur van het stadsdeel en/of de stadsdeelcommissie een verzoek aan het college en de raad doet indien zij vinden dat een onderwerp dat speelt in hun stadsdeel referendabel zou moeten zijn. Indien de raad hiermee instemt, dan dient de raad dit apart te agenderen en kunnen inwoners vervolgens een verzoek tot het houden van een referendum starten. De raad bepaalt dan vervolgens, conform de reguliere procedure, in welke stadsdelen over het referendum gestemd mag worden. Bij de implementatie van het nieuwe bestuurlijk stelsel zal deze mogelijkheid actief onder de aandacht worden gebracht bij de stadsdeelbesturen en de stadsdeelcommissies. 3. Gevolgen afschaffen artikel 45 Onderdeel van de vastgestelde hoofdpunten is het schrappen van artikel 45 van de huidige verordening. Die bepaling luidt: 1. De raad kan in een startnotitie inrichting besluitvormingsproces besluiten welke beslissing in het besluitvormingsproces referendabel is bij een maatschappelijk vraagstuk waarvan de oplossing veel tijd of veel geld kost, dat diep ingrijpende gevolgen voor de Amsterdamse samenleving heeft of waarbij vele partijen zijn betrokken. 2. Alvorens de raad een dergelijk besluit neemt, kan hij advies aan de Initiatief- en referendumcommissie vragen.
In de raadsvergadering is gevraagd om meer duiding van de gevolgen van het afschaffen van artikel 45 in de praktijk voor de planningen, doorlooptijden en (financiële) haalbaarheid van grote projecten. Artikel 45 bood de mogelijkheid om voorafgaand aan een langdurig besluitvormingstraject de besluiten aan te wijzen waarover een referendum mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de besluitvorming over de Noord-Zuidlijn, de sprong over het IJ of Zuidasdok. Referenda zijn dan niet mogelijk over andere besluiten bij dat onderwerp, ook niet als de situatie onderweg wijzigt. Omdat dit soort besluitvormingstrajecten zelden lopen zoals vooraf gepland en het dus lastig is om precies te voorzien welke besluiten er zullen volgen, is dit een te forse beperking. Bovendien is het juist wenselijk om bij dit soort ingrijpende besluitvormingstrajecten ruimte te bieden aan referenda.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 7 van 10
In de raadsvergadering is tevens gevraagd om meer duiding van de gevolgen van het afschaffen van artikel 45 in de praktijk voor de planningen, doorlooptijden en (financiële) haalbaarheid van grote projecten. In algemene zin betekent het afschaffen van artikel 45, dat de mogelijkheid ontstaat om referenda te initiëren als er in de loop van grote projecten tussentijdse wijzigingen worden voorgesteld, waarover de raad gevraagd wordt te beslissen. Als de Noord Zuid lijn als voorbeeld wordt genomen, dan weten we op basis van die praktijk dat er tussentijds verschillende momenten zijn geweest waarop de raad heeft moeten besluiten om daarmee door te gaan of niet. Het is voorstelbaar dat bij projecten van deze omvang, burgers opnieuw in staat worden gesteld om zich daarover uit te spreken. Wanneer Amsterdammers daarvan gebruik maken, zal er een vertraging in het besluitvormingsproces optreden, al is op voorhand niet exact te zeggen welke exacte consequenties dit heeft voor de planning en doorlooptijden van alle projecten waarbij dit mogelijkerwijs speelt. Het indienen van een definitief verzoek voor het houden van een referendum duurt tien weken en vervolgens bij honoreren van dat verzoek dient het referendum minimaal na vijf maanden en maximaal na 10 maanden te hebben plaatsgevonden.
Anderzijds vindt het college het belangrijk om burgers juist bij dergelijke grote projecten de ruimte te geven om referenda te organiseren. Daarnaast is de ervaring dat vertragingen bij besluitvorming over dergelijke projecten vaak voorkomen, en vele redenen kunnen hebben. Het referendum blijft daarnaast uitdrukkelijk een advies. De raad of het college kan besluiten om in een specifiek geval de besluitvorming toch voort te zetten, wanneer het belang van voortgang van het project groter wordt geacht dan het belang van het vooraf meewegen van de uitkomsten van het referendum. 4. Organisatie De organisatie van het referendum ligt bij Bureau Verkiezingen. Dat is de organisatie die de stemformulieren maakt en verspreidt, die de stemlokalen regelt (en bij online of briefstemmen de infrastructuur regelen). Voor de overige taken wordt een referendumbureau opgericht met een bezetting van 2,5 fte. Hiervoor is in 2021 budget gereserveerd vanuit de begroting Democratisering. Voor de periode daarna 2022 zal structurele dekking worden gezocht. Het referendumbureau heeft als taak om initiatiefnemers te begeleiden. Het referendumbureau is daarnaast verantwoordelijk voor ambtelijke ondersteuning van de referendumcommissie, verbinding met college en raad en de evaluatie na drie jaar. Het referendumbureau kan op bij de griffie worden ondergebracht, of in de ambtelijke organisatie.
Een definitief voorstel voor de positionering van het referendumbureau wordt in overleg met de griffie en het presidium verder uitgewerkt en tegelijk met de volgende versie van de verordening voorgelegd. Mogelijk worden hiervoor ook aanvullende bepalingen in de verordening opgenomen. Over de optimale verdeling van verantwoordelijkheden en taken vindt op dit moment nog overleg plaats met de griffie en het presidium. In artikel 6 van de conceptverordening is op dit moment opgenomen dat een inleidend verzoek tot correctief referendum schriftelijk wordt ingediend bij de voorzitter van de raad. In artikel 8 is opgenomen dat een definitief verzoek wordt ingediend bij het college. Bij het alternatief burgervoorstel en alternatief referendum wordt het college aangewezen voor beiden. Hetzelfde geldt voor het volksinitiatief en het referendum op het volksinitiatief. Hierin is ook een meer principiële keuze mogelijk, om de verantwoordelijkheid in alle gevallen bij de raad te leggen. Deze meer principiële keuze bepaalt mede de omschrijving van de organisatie, taken en ophanging van een referendumbureau. In overleg met de griffie en het presidium wordt
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 8 van 10
hiervoor een aanvullend voorstel uitgewerkt, en indien nodig de conceptverordening hierop aangepast. Kosten van referenda Voor het dekken van de kosten van het organiseren van de referenda zelf zijn nog geen middelen gereserveerd. Het is op voorhand ook lastig te zeggen hoe hoog deze kosten zijn, omdat het aantal referenda lastig te voorspellen is, en de kosten onderhevig aan de omstandigheden. De kosten van een referendum in de huidige vorm bedragen circa € 400.000 als dit tegelijkertijd met de verkiezingen voor de gemeenteraad, provinciale staten, de Tweede Kamer of een ander orgaan plaatsvindt. De kosten bedragen € 2 miljoen als een referendum los van een verkiezing wordt georganiseerd. Deze kosten zijn echter met name zo hoog doordat er nu nog fysiek wordt gestemd, dus op een stembureau. Nu inzet is meer referenda mogelijk te maken, wordt nagegaan wat de mogelijkheden zijn van online of briefstemmen. Dit zou de kosten aanzienlijk kunnen beperken. Bovendien wordt onderzocht of het proces kan worden gestroomlijnd zodat de kosten ook op dat punt lager worden. Amsterdammers hebben overigens ook op basis van de huidige verordening het recht een referendum te organiseren, waarvoor ook op dit moment geen middelen beschikbaar zijn. De laatste keer dat door Amsterdammers een referendum is georganiseerd is echter alweer enige tijd geleden.
In de raadsvergadering is gevraagd of het mogelijk is een maximum aantal referenda per periode in te stellen, om de kosten en organisatielast te beperken. Het college vindt een dergelijke beperking op voorhand op dit moment niet wenselijk. Mochten veel referenda worden geïnitieerd dan is het mogelijk om de stemmingen over meerdere referenda op een en dezelfde dag te laten plaatsvinden (zoals in Zwitserland regelmatig gebeurt), zeker indien het referendum niet kan samenvallen met een reguliere verkiezing. 5. Evaluatie Bij de behandeling in de raad zijn twee moties aangenomen over evaluatie. Het college is het met de indieners eens dat een goede evaluatie en een goede nulmeting van groot belang zijn, geeft dit graag vorm, en zal hier budget voor vrijmaken binnen de begroting van democratisering. Motie De Grave-Verkerk over het evalueren van een nieuwe referendumverordening De motie verzoekt het college: - Drie jaar na de invoering van een nieuwe referendumverordening de werkwijze en de resultaten op de beoogde doelstelling te evalueren; - Een instrumentarium te ontwikkelen voor een meting op beide punten (werkwijze en resultaten) en op deze punten tevens een nulmeting te houden voorafgaand aan invoering van een nieuwe verordening. De voorgestelde evaluatie na drie jaar is opgenomen in de conceptverordening (artikel 32) Daarnaast is begonnen met het ontwikkelen van een nulmeting.
De nulmeting zal in het voorjaar van 2022 gehouden worden, als ook de nieuwe referendumverordening van kracht is. Voor de doelstellingen die ter evaluatie voorliggen, wil het college zich baseren op de doelen uit de hoofdpuntennotitie. Het hoofddoel is om burgers in staat stellen direct betrokken te zijn bij publieke besluiten die genomen moeten worden in de stad Amsterdam. Nevendoelen zijn:
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 9 van 10
zeggenschap voor iedereen vergroten, burgerschap en betrokkenheid versterken, debat en dialoog in de stad tussen burgers en politici stimuleren en zorgen voor inclusiviteit. Het hoofddoel en de nevendoelen en de in onderzoeken beschreven positieve effecten worden verder gekwantificeerd ten behoeve van de nulmeting. Daarbij zijn indicatoren de mate van zeggenschap is die mensen nu ervaren, hoeveel burgerschap en betrokkenheid ze nu hebben, hoeveelheid debat en dialoog op dit moment plaatsvindt en hoe breed op dit moment het deelnemersveld is aan deze discussies. Er is begin 2021 een onderzoek gedaan naar het gebruik van het volksinitiatief. Ook de conclusies daaruit betrekken we in de nulmeting. De kosten voor het (extern) uitvoeren van de evaluatie zal worden belegd in de begroting van Democratisering. Motie Vroege over evaluatie referendum De motie Vroege inzake evaluatie referendum verzoekt het Presidium in ieder geval het eerste afgeronde referendum extern te laten evalueren en hierbij zowel de doelstelling van de verordening als het gevolgde proces te onderzoeken. De motie verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders voorstellen te doen deze evaluaties zowel in de Verordening als in de Begroting te verankeren. Het college zal bij het presidium informeren of het presidium voornemens is een evaluatie te organiseren na het eerste referendum.
Indien het presidium aangeeft deze evaluatie uit te willen voeren, kan deze worden opgenomen in de definitieve verordening en zal hiervoor ruimte worden gezocht binnen de begroting van het onderdeel Democratisering. Het college geeft in overweging dat met de evaluatie na drie jaar ook al in belangrijke mate wordt voorzien in de behoefte tot evaluatie. Het is daarom wellicht wenselijk de evaluatie van een eerste referendum vooral te richten op de praktische verbeterpunten. 6. Voorlichting en betrekken van Amsterdammers De verordening ligt op dit moment voor ter inspraak. De inspraakprocedure loopt tot 23 oktober. Het college heeft de aankondiging en uitnodiging om zienswijzen te leveren breed gecommuniceerd. Er vindt binnen de inspraakperiode ook nog een publiekssessie plaats in samenwerking met de stichting Meer Democratie en Pakhuis de Zwijger. Daarnaast vindt het college het van groot belang om, als de verordening er eenmaal is, hierover breed en laagdrempelig te communiceren met alle Amsterdammers. We willen alle Amsterdammers op een begrijpelijk manier vertellen wat het nieuwe referendum te bieden heeft en hoe het werkt. De nadruk ligt op heldere en eenduidige communicatie om de varianten die er zijn goed weer te geven. De infographic die is opgesteld is daarvoor een belangrijke eerste stap (bijlage 3).
Middelen die we daarbij verder inzetten zijn: - Brieven voor organisaties en buurtgroepen met bekendmaking nieuwe referendumverordening - Publiciteit (artikelen, interviews) - Goeie website - Brochures - Referendumbureau dat voorlichting geeft en begeleiding biedt
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 5 oktober 2020 Pagina 10 van 10
Ik ga ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Democratisering
Bijlagen 1. Concept verordening met artikelsgewijze toelichting 2. Advies Referendumcommissie 3. Infographic referendum
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl