CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. raadsinformatiebrief_publicatie_monitor.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de monitor circulaire economie 2022 (ZD2022-000878)4.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 8 februari 2022 Duurzaamheid Marieke van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid, Bestuurszaken.RD@amsterdam.nl

Onderwerp

Publicatie Monitor Amsterdam Circulair

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 11 februari wordt de Monitor Amsterdam Circulair gepubliceerd. In deze brief staan de belangrijkste inzichten beschreven. In de Monitor Amsterdam Circulair zijn alle materiaalstromen van, naar, en binnen Amsterdam in kaart gebracht. Dit is bijzonder; Amsterdam is wereldwijd de eerste stad die dat doet. De Monitor helpt ons als gemeente te bepalen waar de meeste impact gemaakt kan worden en is daarmee een belangrijke bouwsteen voor de transitie naar een circulaire economie. De Monitor Amsterdam Circulair is opgesteld in het kader van de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 (vastgesteld op 19 mei 2020). Hierin staat dat het materiaalgebruik in Amsterdam in 2030 gehalveerd moet zijn – conform de landelijke ambitie. De Monitor Amsterdam Circulair is gebaseerd op informatie tot en met 20191. Effecten van ingezet beleid van deze bestuursperiode zijn daarom dus niet zichtbaar in het gepresenteerde materiaal. De brief sluit af met de vervolgstappen. Materiaalgebruik neemt toe, effect op klimaat en milieu groter dan gedacht Uit de Monitor Amsterdam Circulair wordt duidelijk dat: 1. het materiaalgebruik in Amsterdams veroorzaakt 70 - 90% van de totale CO2-voetafdruk. Het directe energiegebruik van de Amsterdamse Economie veroorzaakt de overige 10 – 30% van de CO2-uitstoot; 2.

het gebruik van nieuwe grondstoffen (zoals olie, erts, zand en steen) is in de periode 20152019 toegenomen, terwijl het met 2,3 miljard kilo per jaar zou moeten afnemen om de halveringsdoelstelling voor 2030 te realiseren; 3. van al het materiaalgebruik veroorzaken fossiele brandstoffen, voedsel en metalen de grootste milieu-impact; 4. 89% van de Amsterdammers maakt zich zorgen over milieu en klimaat, en ongeveer driekwart geeft aan daar zelf iets aan te willen doen. Het op 20 januari jongstleden verschenen rapport van DenkWerk, ‘Voorbij netto-nul naar planeet positief’ bevestigt wat ook in de Monitor Amsterdam Circulair tot uitdrukking komt: wat 1

De cijfers over 2020 worden de komende maanden toegevoegd aan de Monitor.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 2 van 11

Amsterdam consumeert heeft een veel grotere impact op klimaat en milieu dan wat er in Amsterdam wordt geproduceerd. Wat dit betekent komt onder andere tot uitdrukking in de Europese “spillover lijst”. Hierin vergelijkt de Europese Unie de effecten van de lidstaten op leven en welzijn in andere landen2. Nederland staat hierin állerlaatste (31ste). Er is nog acht jaar om de halveringsdoelstelling te bereiken. Dat zijn slechts twee bestuursperiodes. Een enorme opgave waar we als stad voor staan. In de afgelopen jaren is er veel ervaring opgedaan en geleerd over circulair werken. Nu is het tijd om op te schalen. De Monitor Amsterdam Circulair levert een bijdrage door het vergroten van inzicht in de grondstofstromen. Zo maken we het mogelijk daar meer grip op te krijgen en bieden we nieuwe mogelijkheden om op basis van data richting aan te geven. De bevindingen uit deze monitor, die in de bijlage nader worden toegelicht, zullen de komende maanden worden vertaald in een nieuw uitvoeringsprogramma circulaire economie voor de volgende bestuursperiode. Dat uitvoeringsprogramma zal ook aansluiting moeten vinden op het ambitieuze klimaatdoel voor circulaire economie dat in het nieuwste landelijke regeerakkoord is aangekondigd. Figuur 1. Materiaalgebruik in Amsterdam (data tot en met 2019)

Uit bovenstaande gegevens wordt duidelijk dat het grondstoffengebruik (DMI, directe materiaal input) niet daalt (met een onzekerheidsmarge van ca 25%, in grijs)

bron: CBS/bewerking OIS

Samenhang met klimaatbeleid Zoals de inzichten van de Monitor rondom klimaatimpact laten zien kan de grondstoffentransitie niet los gezien worden van de energietransitie – die voor Amsterdam is vastgelegd door uw Raad op 22 april 2020 in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. De samenhang kan als volgt worden geduid: - De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal reduceert het gebruik van fossiele grondstoffen. Fossiele grondstoffen zijn zowel in volume als in impact de grootste 2

Europe Sustainable Development Report 2021, https://eu-dashboards.sdgindex.org/

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

-

-

-

Datum 8 februari 2022 Pagina 3 van 11

grondstoffenstroom – zo blijkt uit de Monitor. De twee transities versterken elkaar dus in het reduceren van fossiel materiaalgebruik; De invloed van Amsterdam op de directe CO2-uitstoot is groter dan op uitstoot ‘in de keten’ omdat deze directe uitstoot binnen de gemeentegrenzen plaatsvindt. Kortom: we hebben er meer zicht op en hebben meer mogelijkheden om deze direct te beïnvloeden. Tegelijkertijd is het zo dat als elke gemeente in de wereld zijn eigen directe CO2-uitstoot zou beheersen, er geen indirecte CO2-uitstoot meer zou zijn. Elke keten zou klimaatneutraal zijn. Het is daarom extra belangrijk ook de eigen CO2-uitstoot te reduceren. Hoe kun je immers reductie in de keten verlangen als je hier zelf niet óók aan werkt; De energietransitie is zo’n 15-20 jaar geleden ingezet. Technologieën, duidelijke doelen, routekaarten, definities, governance en financieringsmodellen zijn daardoor meer volwassen in hun ontwikkeling. De transitie naar een circulaire economie is pas net ingezet; veel bevindt zich nog in een vroeg stadium van ontwikkeling.

Dit alles vertaalt zich in een klimaatbeleid dat verder ontwikkeld is dan circulair. De grondstoffentransitie is nu aan een inhaalslag bezig en zal grotendeels dezelfde fases doorlopen als de energietransitie al heeft gedaan. Het grootste verschil is dat de impact verderop in de keten zit, waardoor directe invloed beperkter is. Dit vraagt om intensieve samenwerkingen en dus een langere tijdshorizon. Recentelijk hebben de wereldwijde Covid-beperkingen, de blokkade van het Suez kanaal en de recente geopolitieke ontwikkelingen aangetoond hoe kwetsbaar onze ingewikkelde productketens zijn. Juist in het verminderen van die kwetsbaarheid ligt een sterkte van de circulaire economie. Door zuiniger om te springen met grondstoffen en zoveel mogelijk opnieuw te gebruiken verkleinen we de afhankelijkheid van de internationale grondstoffenmarkt. Met een beter voorspelbare beschikbaarheid en grotere prijszekerheid als gevolg. Zo maakt de circulaire transitie de energietransitie mogelijk. Meer dan alleen CO2 In september 2021 heeft Amsterdam een op de donuteconomie gebaseerd Stadsportret gepresenteerd met daarin een totaalbeeld van Amsterdam: van de Amsterdammers, hun directe omgeving, en de impact van de stad elders ter wereld op sociaal en ecologisch vlak.

Daarin wordt duidelijk dat het consumptief gedrag van Amsterdam ruim over de ecologische grenzen en het sociale fundament van de planeet heen gaan. Het gaat bij ecologische grenzen niet alleen om de CO2-uitstoot, maar ook om bodemverzuring, watervervuiling, uitputting van grondstoffen, effecten op de ozonlaag, et cetera. Omdat de donut ook het uitgangspunt vormde waarop de circulaire strategie is gebaseerd zal de evaluatie van het Innovatie & Uitvoeringsprogramma 20202021 - die in het voorjaar in de Raad komt – hier ook aan refereren. We hebben nog weinig expliciete doelstellingen die gericht zijn op het sociale fundament en/of de impact die de stad heeft op de mensen elders op de wereld. Maar deze impact is er wel degelijk. De impact van steden op het welzijn van mensen wereldwijd is het gevolg van verbruik van materialen en grondstoffen in steden, de investeringen en innovaties die in steden plaatsvinden, maar ook bijvoorbeeld de culturele invloed. Ook Amsterdam maakt deel uit van verschillende mondiale toeleveringsketens. Amsterdam is bijvoorbeeld ‘s werelds grootste importeur van cacaobonen, veelal afkomstig uit West-Afrika. De arbeidsomstandigheden van de mensen die in deze toeleveringsketens werken zijn vaak slecht en ondermijnen de rechten en het welzijn van de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 4 van 11

werknemers. Nog een concreet voorbeeld is de winning van lithium die bijvoorbeeld in elektrische auto’s wordt toegepast. De winning van deze grondstof in Zuid-Amerika leidt tot verwoesting van lokale gemeenschappen en het landschap. Deze gemeenschappen zijn tegen het starten van nieuwe projecten vanwege de uitputting van hun watervoorraad en de schending van hun recht op raadpleging. Kortom, om de effecten elders op de wereld goed in kaart te kunnen brengen, moeten we weten waar de materialen/grondstoffen en spullen die we gebruiken precies vandaan komen. In de komende periode worden de hierboven beschreven vormen van impact in samenwerking met TNO en andere kennisinstellingen aan de Monitor Amsterdam Circulair toegevoegd. Effecten op werkgelegenheid In het kader van de Monitor Amsterdam Circulair is ook gekeken naar de effecten op de werkgelegenheid. De transitie naar een circulaire economie zal nieuwe bedrijvigheid opleveren met nieuwe werkgelegenheid in diverse sectoren. Tegelijk zullen er banen rondom de (verwerking van) fossiele grondstoffen verdwijnen - momenteel de grootste grondstoffenstroom van Amsterdam. De verwachting is evenwel dat de transitie naar een circulaire economie per saldo zorgt voor méér werkgelegenheid3.

Het aantal circulaire banen is gegroeid van rond de 30.000 in 2010 naar ongeveer 46.400 in 2021; dit is 6,5% van de totale werkgelegenheid in Amsterdam. We vinden deze banen vooral in sectoren die een groot aandeel verhuur en lease in hun aanbod hebben, maar ook in de reparatiebranche en bij financiële instellingen. Dit gaat dus niet alleen over recyling. Het aandeel circulaire vacatures lijkt zelfs hoger te liggen dan het aandeel in de bestaande banen. In de eerste drie kwartalen van 2021 stonden rond de vierduizend circulaire online vacatures open in Amsterdam, een aandeel van rond de 10% van het totaal aantal online vacatures. Kansen zijn er voor de sectoren die in toenemende mate bijdragen aan een circulaire economie. Van inzichten naar actie De inzichten uit de Monitor Amsterdam Circulair helpen om het handelingsperspectief van de gemeente in dit hele brede vraagstuk verder scherp te stellen. In de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 is opgenomen dat we als verantwoordelijke hoofdstad een bijdrage leveren aan drie van de vijf landelijk geformuleerde waardeketens, te weten: - Gebouwde Omging; het bouw- en sloopafval omvat 40% van de stedelijke afvalstromen; - Voeding & Organisatie Restromen; 30% wordt verspild, terwijl het een hoge impact heeft; - Consumptiegoederen; per kilo een zeer hoge impact op mens, klimaat en milieu.

De inzichten die de Monitor nu leveren bevestigen in grote lijnen de keuzes die in 2020 gemaakt zijn in de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2050 en vormen geen aanleiding voor een radicale wijziging. Op dit moment worden de eerste twee jaren van het Innovatie & Uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair (2020-2021) intern geëvalueerd. Over de inzichten en uitkomsten hiervan wordt de Raad in de loop van het voorjaar geïnformeerd. Ondanks dat er al veel werk verzet is en er steeds meer goede voorbeelden zijn, is de gemeentelijke praktijk toch vooral nog lineair ingericht. Dat zijn we nu eenmaal gewend. En we hebben het nu zo ver geoptimaliseerd dat we op die manier meestal vrij efficiënt werken. Gezien de (internationale) ontwikkelingen zoals eerder beschreven is de transitie naar circulair werken echter onvermijdelijk. Maar veranderen vraagt extra inspanning, ook binnen het gemeentelijk 3 Onderzoek van Circle Economy c.s., Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 5 van 11

apparaat. Vanuit de coalitiemiddelen ‘Circulaire Economie en Verduurzamen Afvalketen’ financieren we een deel van die extra inspanningen. Hiermee jagen we specifieke projecten en activiteiten aan die de transitie versnellen. De circulaire strategie realiseren we met een Innovatie & Uitvoeringsprogramma. Hierin is een aanpak per waardeketen uitgewerkt, waarbij verschillende rollen van de gemeente ingezet worden: faciliteren, stimuleren, reguleren en/of het inzetten van de eigen inkoopkracht. Onderstaand illustreren we dit met een aantal concrete voorbeelden van activiteiten per rol: Faciliteren, stimuleren We werken actief samen met het bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke partijen om de randvoorwaarden voor circulair ondernemen te verbeteren. Zo ontwikkelen we aanvullend instrumentarium (zoals de circulaire scan voor MKB maakbedrijven i.s.m. EZ) en jagen coalities van bedrijven in de stad aan die serieus werk maken van verduurzamen (zoals de koplopergroep circulaire hotels, de coalitie van woningcorporaties die samen stappen zet op circulair werken en de koplopergroep BIZzen). De verdere ontwikkeling van de Monitor Amsterdam Circulair draagt bij aan kennisontwikkeling die het handelingsperspectief meer concreet kan maken. O.a.

door data verder te actualiseren, het vergroten van zekerheidsmarges en verdere detaillering van het niveau waarop ingezoomd kan worden op materiaalstromen en productgroepen. Reguleren Met name in de gebouwde omgeving is de gemeente – deels als grondeigenaar – via regulering in staat de markt te bewegen tot een meer circulaire praktijk te komen. Bijvoorbeeld door in samenwerking met het rijk te werken aan aanscherping van de bouwregelgeving en bij gronduitgifte meer waarde te hechten aan initiatieven met een kleinere impact op klimaat en milieu. Ook worden aan evenementen nieuwe vergunningsvoorwaarden opgelegd, waardoor materiaalgebruik wordt verminderd. Inkopen Met de eigen inkoopkracht van de gemeente kunnen we op specifieke productgroepen de transitie concreet versnellen. In de openbare ruimte, maar ook bij sportaccommodaties, scholen en eigen vastgoed. We hebben laten zien dat we als Gemeente Amsterdam echt voorop kunnen lopen door specifieke eisen te stellen aan duurzaamheid. Zo nemen we bijvoorbeeld stootbanden voor hockeyvelden af die gemaakt zijn van afgedankte en verwerkte kunstgrasvelden. Met onze inkoopkracht bieden we daarmee als launching costumer economische zekerheid voor ondernemers om te investeren in duurzame productielijnen. Zo zorgen we niet alleen voor circulaire producten in Amsterdam, maar helpt onze inspanning een hele sector naar het volgende niveau.

Landelijk en soms zelfs internationaal. Andere voorbeelden zijn de circulaire aanbesteding van schoolgebouwen op IJburg, het standaard hergebruiken van materialen in de openbare ruimte (allereerst in Noord) en het bevorderen van houtbouw en circulaire standaarden bij renovaties van gemeentelijk vastgoed. Zo creëren we ruimte om nieuwe vormen van inkopen en samenwerking te verkennen. En op te schalen wat werkt. Als organisatie doen we daarmee ervaring op die leidt tot een nieuwe manier van werken.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 6 van 11

Tot slot: samenwerking is nodig om verder te komen In het op 1 februari jongstleden verschenen Voortgangsbericht Circulaire Economie 2022 bevestigt het Planbureau voor de Leefomgeving de conclusie die zij een jaar eerder in de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) trok: “Het verzilveren van het potentieel van milieudrukverlaging vraagt om uitwerking in concreet en kabinetsbreed beleid, alsook de inzet van meer dwingende instrumenten en meer financiële middelen. Een kabinetsbrede aanpak is nodig, aangezien er wijzigingen in spelregels, fiscale prikkels en internationale handel nodig zijn die de beleidsterreinen van verschillende ministeries raken.” Een conclusie die wij als gemeente onderschrijven; om meer snelheid in de transitie te bereiken zullen milieueffecten in de prijs van producten moeten worden doorberekend, en zal er een belastingverschuiving van arbeid naar grondstoffen, materialen en afval moeten komen, de zogenaamde ‘vergroening’ van het belastingstelsel. De producentenverantwoordelijkheid van bedrijven zal moeten worden uitgebreid, bijvoorbeeld door een minimaal recyclingpercentage op te leggen, of de producent te verplichten het product na de gebruiksfase terug te nemen voor hoogwaardige verwerking. Het PBL wijst er daarbij terecht op dat er voor gewaakt moet worden de circulaire economie niet te verengen tot recycling.

Het is noodzaak om in de hele keten te kijken naar verbeteringen: levensduur verlengen (zoals recht op reparatie), hergebruik mogelijk maken (denk aan opnieuw inzetten van straatstenen) of materiaalgebruik voorkomen door producten anders te ontwerpen. Er is meer kennisontwikkeling nodig over het circulair maken van productieketens. Alleen zo ontstaan voldoende prikkels om op korte termijn lineaire productieprocessen meer circulair te maken. Dat zijn randvoorwaarden die Amsterdam als gemeente niet zelfstandig tot stand kan brengen. Daarvoor hebben we de Rijksoverheid en de EU nodig. Maar we zoeken ook actief de samenwerking op met partners in binnen- en buitenland, ook voor de verdere ontwikkeling van de Monitor Circulaire Economie. De Monitor zoals deze nu wordt gepubliceerd is geen eindproduct, maar kan gezien worden als een start. Samen met bedrijven, instellingen en andere overheden zal deze monitor moeten worden aangevuld en doorontwikkeld. Zo verdiepen we onze inzichten waar, door wie en waarom grondstoffen worden gebruikt. Waar ze vandaan komen en naartoe gaan. En zullen we sociale impact toevoegen. Zo wordt stap voor stap steeds concreter hoe de gemeente – en andere partijen - de transitie naar een circulaire economie het meest effectief kunnen realiseren. De monitor is te vinden via www.data.amsterdam.nl.

Via die website zijn ook artikelen te vinden die dieper ingaan op onderwerpen die in deze brief worden aangestipt. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 7 van 11

Bijlage bij Raadsinformatiebrief dd. 8 februari 2021: Monitor Circulaire Economie In deze bijlage wordt een samenvatting gegeven van de Monitor met een duiding bij de meest in het oog springende elementen zoals hierboven beschreven. De samenvatting kan termen bevatten die niet voor iedereen meteen duidelijk zullen zijn. Daarom worden de belangrijkste begrippen en afkortingen kort toegelicht. Begrippenlijst  Abiotisch (primair) materiaal Waar in de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 (19 mei 2020) en de raadsinformatiebrief dd 8 februari 2022 gesproken wordt over ‘nieuw materiaal’, wordt in de literatuur over ‘nieuw abiotisch materiaalgebruik’ of ‘primair materiaalgebruik’ gesproken. Hier worden grondstoffen bedoeld die nieuw uit de aarde worden gedolven/gewonnen en die niet via recycling als grondstof op de markt verschijnen.  MKI De Milieu Kosten Indicator is een in euro's uitgedrukte uitkomst van in totaal 11 milieueffecten van de verschillende ‘levensfases’ van een grondstof. MKI geeft uitdrukking aan de verwachte maatschappelijke kosten om deze milieueffecten ongedaan te maken. Het gaat onder meer om effecten als verzuring van de bodem, uitputting van grondstoffen, effect op klimaat, etc.

 CO2-uitstoot Overal waar gesproken worden over CO2-uitstoot, laten we de CO2-equivalenten zien, waarbij alle broeikasgassen die zorgen voor opwarming van de aarde ‘gewogen bij elkaar worden opgeteld’.  DMI Direct Material Input is het directe gebruik van grondstoffen voor het gebruik in de economie. De DMI omvat alle grondstoffen uit de binnenlandse winning (extractie van abiotische grondstoffen en oogst) plus geïmporteerde primaire grondstoffen, materialen, onderdelen en producten. De grondstoffen die in het buitenland nodig waren om de geïmporteerde materialen, onderdelen en producten te maken (zoals brandstoffen om machines te laten werken) worden in de DMI niet meegenomen.  DMC Domestic Material Consumption is het directe gebruik van grondstoffen voor consumptie. De DMC is de DMI minus het gewicht van primaire grondstoffen, materialen, onderdelen en producten voor de export.

De materialen monitor De landelijke circulaire doelstellingen zijn door de stad omarmd: in 2030 wil Amsterdam het gebruik van nieuwe grondstoffen halveren en de stad wil in 2050 volledig circulair zijn4. De huidige cijfers laten zien dat ons materiaalgebruik als stad nog steeds langzaam groeit en dat de dalende trend nog niet ingezet is. Ondanks vele initiatieven is de bulk van de economie nog steeds gebaseerd op intensief primair materiaalgebruik. Zoals in figuur 1 in dit rapport is te zien nam het materiaalgebruik in de periode 2015-2019 toe. Om aan de halveringsdoelstelling in 2030 te 4

https://www.amsterdam.nl/bestuur-en-organisatie/volg-beleid/coalitieakkoorduitvoeringsagenda/gezonde-duurzame-stad/amsterdam-circulair-2020-2025/ https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaam-amsterdam/publicaties-duurzaamgroen/amsterdam-circulair-2020-2025-strategie-0/?PagClsIdt=15523636#PagCls_15523636

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 8 van 11

voldoen zal het gebruik van nieuw, niet-herwinbare (primair abiotisch) materiaal vanaf 2019 jaarlijks met 2,3 miljard kilo moeten afnemen.

Amsterdamse economie is grootgebruiker van grondstoffen Dagelijks maken we met z’n allen in de stad gebruik van veel materiaal, bewust maar ook onbewust. Amsterdam is goed voor 10% van de Nederlandse economie. Tegelijkertijd is de Amsterdamse economie goed voor 18% van het materiaalgebruik in de Nederlandse economie. Dat heeft onder andere te maken met de aanwezigheid van de haven (doorvoerfunctie). Ongeveer 70% van het materiaalgebruik in de Amsterdamse economie betreft primair abiotische grondstoffen. Materiaalgebruik oorzaak overgrote deel van klimaatimpact Amsterdam We weten dat ons materiaalgebruik negatieve effecten heeft op het milieu. Niet alleen in onze directie omgeving, maar vaak ook juist elders op de wereld. Dit wordt ook wel ‘de verborgen impact’ genoemd. In een eerdere monitor schatten we in dat zo’n 63% van de totale CO2-uitstoot van Amsterdam toe te kennen is aan materiaalgebruik (scope 3), dat wil zeggen emissies die niet op Amsterdams grondgebied plaatsvinden, maar wel veroorzaakt worden door Amsterdamse consumptie en productie. Onze nieuwe, voorlopige berekeningen laten zien dat dit aandeel waarschijnlijk nog veel hoger ligt, ergens tussen 70% en 90% van de totale uitstoot van de stad. Dit betekent dat de totale voetafdruk van de stad groter is dan eerder gedacht.

Ter vergelijking: London schat in dat de totale CO2-uitstoot van die metropool voor ongeveer 77% wordt veroorzaakt door het grondstoffengebruik. CO2 is één van de natuurverschijnselen die in ongewenst hoge concentraties negatieve gevolgen kan hebben op bijvoorbeeld klimaatverandering. Grondstofgebruik veroorzaakt verschillende vormen van milieudruk met gevolgen voor de kwaliteit van lucht, bodem en water en kan door toxiciteit ook de gezondheid van mens en dier aantasten. CO2 is daar slechts een van. Ook zijn er effecten met sociale impact. Deze verschillende vormen van impact zullen in een volgende fase aan de Monitor Amsterdam Circulair worden toegevoegd. Verdieping op grote stromen qua gewicht en qua milieu-impact Het gewicht van grondstoffen is goed te bepalen en vormt de basis van de Monitor Amsterdam Circulair. Maar de betekenis van het grondstofgebruik wordt pas duidelijk als we naar de impact van die grondstoffen op mens, klimaat en milieu kijken. De milieu-impact wordt uitgedrukt in de Milieu Kosten Indicator (MKI) en vat elf milieueffecten samen in één score. Om het vergelijkbaar te maken wordt deze uitgedrukt in monetaire waarde (euro’s). Hoe lager deze waarde, des te milieuvriendelijker het materiaal. In onderstaande figuur wordt in beeld gebracht hoe het grondstoffengebruik van Amsterdam eruit ziet (figuur 1).

En welke stromen de grootste ecologische impact hebben (figuur 2).

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 9 van 11

Figuur 1. Materiaalgebruik eindconsumptie en bedrijven (Domestic Material Consumption) naar goederengroep, Amsterdam, 2015-2019 Cokes en aardolieproducten Zout, zand, grind, klei Voedsel, overig Steenkool, bruinkool, aardgas en ruwe aardolie Land- en tuinbouwproducten Overige minerale producten Hout- en kurkproducten, papier en pulp Chemische producten en kunstmest Voedsel, plantaardig Basismetalen en basismetaalproducten Voedsel, dierlijk Overige goederen Farmaceutica en chemische specialiteiten Transportmiddelen Machines en apparaten voor de industrie Overige machines en apparaten Kunststoffen, rubber Meubels Textiel Kleding, bont en leer Metaalproducten Ertsen Bosbouwproducten Veehouderij-, jacht- en visserijproducten

kiloton 0

1000

2000

3000

4000

gemiddelde 2015-2018

5000

6000

2019

*in deze figuur worden alle in de stad gebruikte materialen getoond en niet alleen de primair abiotische bron: CBS/bewerking OIS

Figuur 2. Aandeel goederengroepen in totale Milieu Kosten Indicator (%), Amsterdam, gebaseerd op Domestic Material Consumption, voorlopig, 2019 % 100 Cokes en aardolieproducten 31

80

Basismetalen en basismetaalproducten Voedsel, overig Overige machines en apparaten Farmaceutica en chemische specialiteiten

60

20

Land- en tuinbouwproducten

Chemische producten en kunstmest 11

40

20

0

Steenkool, bruinkool, aardgas en ruwe aardolie

8

Machines en apparaten voor de industrie

7

Overige goederen

5 4 4 2 2 2 3

Kleding, bont en leer Textiel overige goederengroepen

*let op: deze resultaten kunnen nog wijzigen omdat validatie nog plaatsvindt. DMC: domestic material consumption bron: CBS/bewerking OIS

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 10 van 11

Wat opvalt is dat:  Fossiele grondstoffen zoals cokes en aardolieproducten, steenkool, bruinkool, aardgas en ruwe aardolie maken 37% uit van al het materiaal (gewicht) dat gebruikt wordt in de stad. Cokes en aardolieproducten (bijv. benzine) is een goederenstroom die juist toe is genomen in volume over de tijd. In 2019 is het gebruik 10% hoger dan het gemiddelde in de voorgaande 4 jaren. Fossiele materialen zoals aardgas en benzine zijn ook de stromen die de grootste impact op het milieu hebben. De milieukostenindicator (MKI) laat zien dat steenkool, bruinkool, aardgas en ruwe aardolie en cokes en aardolieproducten gezamenlijk een aandeel van wel 35% in totale milieukosten van Amsterdams materiaalgebruik hebben (zie figuur 2). Dit pleit ervoor om in elke waardeketen flink aandacht te besteden aan het energiegebruik vraagstuk. De cijfers laten verder zien dat consumenten en bedrijven ieder ongeveer de helft van alle benzine gebruiken.  Hergebruik van bouw- en sloopafval kan bijdragen aan de halveringsdoelstelling van primair abiotisch materiaalgebruik; vermindering in metaalgebruik kan de milieu-impact van Amsterdams materiaalgebruik verkleinen. Zout, zand, grind en klei is een andere grote materiaalstroom en maakt een kwart uit van het totale materiaalgebruik.

Daarnaast maken overige mineralen (zoals glas, keramiek, cement, kalk, gips, tegels, stenen, beton, asfalt, bitumen, grafiet, niet-metalen producten, prefab constructies) nog vier procent uit van het totaal materiaalgebruik. Dit soort materialen worden vooral door bedrijven gebruikt in de gebouwde omgeving. Afvalanalyses laten zien dat in Amsterdam veel bouw- en sloopafval wordt geproduceerd, maar het hergebruik hiervan kan optimaler; slechts 33% van de grond en stenen (gewicht) afkomstig uit bouw- en sloopactiviteiten wordt direct gerecycled. Dat is onder het stedelijk recycling gemiddelde van 54%. Er is potentie om dit afval in te zetten voor de grote materiaalbehoefte die we op dit vlak hebben en op deze manier om met behulp van hergebruik van bouwmaterialen aan de halveringsdoelstelling van primair abiotisch materiaalgebruik bij te dragen. De veel kleinere stroom (in gewicht) van basismetalen en basismetaalproducten5 heeft de meeste milieu-impact van stromen in de gebouwde omgeving. Vermindering van deze stroom heeft grote impact op onze stedelijke milieu impact; 20% van de MKI van het Amsterdams materiaal gebruik wordt veroorzaakt door metalen. Daarnaast worden veel fossiele grondstoffen gebruikt in de gebouwde omgeving die veel milieu-impact veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is het productieproces van cement en staal.

Cement is een belangrijk onderdeel van beton en staal is belangrijk voor installaties en constructies. Het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen voor deze productieprocessen of het vervangen van deze materialen door bio-based (o.a. hout) of secundaire materialen vermindert de milieu-impact.  Voedsel en land en tuinbouwproducten bevinden zich ook bovenaan als het gaat om aandeel in totaal materiaalgebruik in Amsterdam. De categorie ‘Voedsel overig’6, waarin vooral bewerkte producten zitten zoals brood, gebak, snoep, etc. heeft een aandeel van 11% in totaalgewicht en land- en tuinbouwproducten een aandeel van 6%. Deze productgroepen behoren tot biotisch materiaal, wat ervoor zorgt dat deze niet onder de 5

In deze productgroep gaat het om basis ijzer en staal, buizen en andere metalen producten zoals steunstructuren, metalen ramen en deuren of prefab onderdelen. 6 Deze categorie behelst producten zoals dranken, vegetarische en dierlijke oliën, broden en gebak, andere deegwaren zoals macaroni, couscous, maar ook stroop en cacao(producten), snoep, koffie, sauzen en bereide maaltijden.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 februari 2022 Pagina 11 van 11

gewichtshalveringsdoelstelling vallen. Deze hebben wel een grote milieu-impact. Figuur 2 laat zien dat voedsel overig een aandeel van 11% heeft in de MKI van Amsterdams materiaalgebruik en land- en tuinbouwproducten een aandeel van 5%. Als 20% meer Amsterdammers naar een plantaardig dieet overgaat kan er in 2030 16% minder CO2-uitstoot veroorzaakt worden en als we voedselverspilling met 50% verminderen in Amsterdam dan kan dit bijdragen aan nog eens 7% minder CO2-uitstoot in 2030. In de recente enquête onder Amsterdammers geeft een vijfde van de Amsterdammers aan minder zuivel te willen consumeren en 44% geeft aan minder vlees te willen eten. Ook zou 70% het liefst vers voedsel uit de regio of het seizoen kopen maar 60% zegt niet te weten waar ze streekproducten kunnen kopen. De meeste Amsterdammers proberen nauwelijks eten weg te gooien, maar toch geeft een derde van de respondenten aan in de afgelopen twee dagen voor het invullen van de enquête meestal iets van brood, fruit, melk of groenten weggegooid te hebben. De resultaten van het onderzoek onder Amsterdammers laten zien dat de potentie voor verandering zeker aanwezig is, maar dat het handelingsperspectief nog beperkt is. Met consumptiegoederen kan de milieu-impact van Amsterdam ook significant verkleind worden maar het kopen van nieuwe spullen domineert nog in het gedrag van Amsterdammers.

Overige machines en apparaten is een productgroep die niet heel groot is in gewicht maar wel een groot aandeel in milieu-impact heeft (8% in de totale MKI). Nieuwe verkopen domineren ten opzichte van de tweedehands markt (92% vs. 8%) en de groei in bedrijfsactiviteiten rondom levensduurverlenging is veel te traag om in dit tempo een aanzienlijk deel van consumptie van ‘nieuwe materialen’ te kunnen vervangen. De enquête die in het kader van de Monitor is gehouden onder Amsterdammers in 2021 bevestigt dit; de volgende knelpunten rondom levensduurverlenging komen naar voren: - Kringloopwinkels: beschikbaarheid in de buurt, aanbod en kwaliteit. Men vindt bijv. dat kringloopwinkels vaak aan de randen van de stad en eigenlijk te ver weg zijn. Sommige mensen vinden tweedehands spullen alsnog te prijzig; - Reparatiediensten: de prijs om iets te repareren ten opzichte van gewoon een nieuwe kopen, zou aantrekkelijker moeten zijn; - Deelplatforms: aanbod in de directe buurt is beperkt, garantie voor het stukgaan van spullen, en/ of kosten die deelplatforms rekenen. Verschillende chemische productgroepen met klein volume hebben een relatief grote milieu-impact. Een productgroep zoals farmaceutica en chemische specialiteiten, heeft een relatief klein gewicht in het Amsterdamse materiaalgebruik maar met 7% in het MKI een relatief grote bijdrage aan de milieu-impact.

Het gaat hier om producten zoals verf, kleur- en looistoffen, medicinale, farmaceutische producten, en overige chemische producten. Andere productgroepen met een relatief klein aandeel in gewicht maar in verhouding een grote bijdrage aan de milieu-impact zijn chemische producten en kunstmest en machines en apparaten voor de industrie.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344237/1