1. Raadsinformatiebrief Onderzoek 60% CO2-reductie.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 4 november 2025 Duurzaamheid en circulaire economie Zita Pels Directie Ruimte & Duurzaamheid bestuurszaken.rd@amsterdam.nl
Onderwerp
Onderzoek potentiële maatregelen 60% CO2-reductie in 2030
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, In de Raadsinformatiebrief bij de voortgangsrapportage Onze stad van morgen die u 26 augustus jl. heeft ontvangen, laten we zien waar we staan in het behalen van onze duurzaamheidsdoelen uit het coalitieakkoord. Hierin schreven we dat ondanks de politieke tegenwind uit Den Haag veel bereikt is. Enkele voorbeelden daarvan: -
-
-
In 2024 daalde het energieverbruik van de stad met 25% ten opzichte van 2010, ondanks groei van de stad. Het potentiële vermogen van zonnepanelen kwam in Q3 van 2024 uit op de 322 megawattpiek (MWp). Dat is meer dan de doelstelling van 300MWp voor 2024. 63% van de woningvoorraad heeft nu energielabel A-D, in tegenstelling tot 20% in 2012. Mede door de sluiting van de Hemweg-kolencentrale, een forse daling van de totale uitstoot van CO₂ in de haven en industrie; van 5.123 kiloton per jaar in 2019, naar 1.269 kiloton CO₂ per jaar. Bovendien hebben we recent met de 10 grootste uitstoters nieuwe verdergaande afspraken gemaakt om CO2 te verminderen. In buurten waar energiearmoede veel voorkomt is een huis-aan-huisaanpak ingezet voor energiebesparende maatregelen waardoor sinds 2022 50.000 energieadviezen aan huis zijn verstrekt. De huis-aan-huisaanpak is in 2025 voortgezet Het gebruik van nieuwe, niet-hernieuwbare materialen in de stad nam af van 23 miljard kilo in 2018, naar 14 miljard kilo in 2023. Het percentage uitstootvrij verkeer steeg naar 12% in 2024, in 2019 was dat 3%. We hebben in 2025 uitstootvrije zones ingevoerd in de stad. De eigen organisatie stoot 75% minder CO2 uit dan in 2018, en sinds 2018 is het energieverbruik gedaald met 19%. We zetten extra in op kwetsbare buurten als het gaat om klimaatadaptatie.
We constateerden tevens dat we ondanks onze inspanningen en mooie resultaten onze doelen niet halen. Met het huidige gemeentelijke en nationale beleid stoten we in 2030 46% minder CO2 uit (ten opzichte van 1990). Hierbij gaan we ervan uit dat bestaand beleid nageleefd en uitgevoerd wordt; zowel lokaal als nationaal. Ons doel is om in 2030 60% minder CO2 uit te stoten. Extra
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 4 november 2025 Pagina 2 van 4
maatregelen zijn dus nodig. Daarom heb ik toen aangekondigd te onderzoeken welke maatregelen er nodig zijn om te komen tot 60% CO2-reductie. Ondertussen zitten we niet stil. Zo werken we continu aan de energietransitie die sociaal rechtvaardig en economisch haalbaar is. Dit doen we bijvoorbeeld door wachttijden voor aansluitingen te verkorten en innovatieve oplossingen te verzinnen om het net efficiënt te gebruiken. We doen dit in samenwerking met marktpartijen, coöperaties, maatschappelijke organisaties en netbeheerders. We verbeteren de ondersteuningsregelingen voor het MKB en maatschappelijke initiatieven om meer circulair te gaan ondernemen. Daarnaast heeft het college voor een meer diverse en flexibele strategie van de warmtetransitie gekozen. Deze is gericht op het behalen van zoveel mogelijk CO2-reductie op de korte termijn. Ook werken we aan een meer dwingende maatregelen voor de circulaire transitie. Zo stellen we zelf steeds meer circulaire eisen in aanbestedingen. We streven we ernaar om 2030 een volledig circulaire bedrijfsvoering te hebben. Maar de rek raakt eruit van wat we als gemeente alleen kunnen. Onderzoek extra maatregelen Samen met onderzoeksbureau CE Delft is onderzocht welke maatregelen, boven op het vastgestelde beleid en maatregelen in uitvoering, in theorie mogelijk zijn om 60% CO₂-reductie in 2030 te bereiken.
In theorie, omdat zoals hieronder zal blijken, veel van deze maatregelen in de praktijk niet haalbaar of realistisch zijn zonder (financiële en wetgevende) steun van het Rijk. Maar ook met die vereiste steun zijn het drastische ingrepen. Het onderzoek richt zich vooral op maatregelen binnen de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie omdat daar nog de grootste CO2-uitstoot plaatsvindt. De maatregelen hebben betrekking op onze directe en energie-gerelateerde uitstoot (de zogenaamde scope 1 en scope-2 emissies) ten behoeve van het 60% CO2-reductiedoel. De doorgerekende maatregelen zijn nadrukkelijk geen beleidsvoorstellen. De bijlage van deze brief bevat een uitgebreide technische uiteenzetting van deze maatregelen. Gebouwde omgeving Binnen de gebouwde omgeving kan in principe nog meer ingezet worden op het isoleren van woningen (via de woningcorporaties) en verduurzamen van utiliteitsgebouwen, het stimuleren van de installatie van hybride warmtepompen, inzet van airco’s en duurzaam verstedelijken. Het college zet daar nu al op in met onder meer het isolatie-offensief en subsidies voor hybride warmtepompen. Verder intensivering is in theorie mogelijk, maar niet zonder extra middelen van vooral het Rijk en nadere afstemming met corporaties (die aangeven nu daar al maximaal op in te zetten).
Mobiliteit Bij de sector mobiliteit kan de gemeente de uitstootvrije zone voor stadslogistiek verder uitbreiden, de bestaande milieuzone voor personenauto’s uitbreiden, het parkeerbeleid verder aanscherpen en het gebruik van biodiesel bij de binnenvaart stimuleren.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 4 november 2025 Pagina 3 van 4
Daarnaast zijn er maatregelen met een grote impact waarvoor we het Rijk nodig hebben: de aanscherping van de milieuzone, het instellen van een uitstootvrije zone voor personenvervoer en aanpassing van de wet- en regelgeving om uniforme maatregelen te nemen voor de verschoning van alle mobiele werktuigen. Tot slot kan het Rijk de snelheid op de gehele ringweg A10 naar 80 km/u aanpassen. Industrie Recent hebben we met acht van de tien grootste uitstoters afspraken gemaakt om de CO2uitstoot verdergaand te beperken. Deze afspraken maken nogmaals duidelijk dat het Rijk een cruciale rol speelt in het succes hiervan. De twee meest concrete maatregelen zijn opgenomen in dit onderzoek: het versnellen van de opzet van een stoomnet en de aanleg van een waterstofnet in de haven. Het Rijk en andere externe partners zijn verantwoordelijk voor het (tijdig) realiseren van deze maatregelen. De gemeente speelt slechts een faciliterende en stimulerende rol. Dit onderzoek laat zien dat actie vanuit het Rijk nodig is. Het Rijk kan zelf ook CO2-reducerende maatregelen nemen zoals bijvoorbeeld een batterijverplichting bij zonneparken (t.b.v.
netcongestie), een hogere bijmengverplichting voor groen gas, aanvullende inzet op de productie van hernieuwbare elektriciteit (bijvoorbeeld zon op zee en op dak) en het toegankelijker maken van elektrische mobiliteit met subsidies voor tweedehands elektrische auto's. Maatregelen die niet meegerekend worden aan onze doelstelling Bovenstaande maatregelen vallen binnen de categorie scope-1 en -scope 2 en worden toegerekend aan de gemeentelijke doelstelling. Er zijn ook maatregelen met zeer grote impact die niet toegerekend worden aan onze doelstelling. Klimaatverandering houdt echter geen rekening met onze meetmethodiek. Hieronder wordt een drietal categorieën benoemd die scope 3 emissies verminderen en zorgen voor afvang van (biogene) CO2. Scope 3-emissies Van de totale uitstoot die samenhangt met de Amsterdamse consumptie vindt circa 80% buiten de stad plaats. Dit zijn de zogenoemde scope 3-emissies: indirecte emissies die optreden in de productieketens van goederen en diensten die in Amsterdam worden gebruikt. Deze uitstoot is niet op opgenomen in het 60%-doel. In 2023 ging het om circa 3.400 kton CO₂-uitstoot binnen de stad en ruim 13.000 kton daarbuiten. Een concreet voorbeeld: de scope 3-emissies die samenhangen met de woningbouw in de stad bedragen momenteel circa 1.800 tot 3.000 kton per jaar.
Door volledig biobased te bouwen zou hier naar schatting circa 600 tot 1.000 kton per jaar kunnen worden bespaard. Afvang van CO2 die niet meetelt in onze doelstelling AEB werkt al aan de voorbereiding van grootschalige CO₂-afvang via project Aurora, waarmee circa 520 kton fossiele uitstoot per jaar kan worden gereduceerd. Voor dit project is ook SDEsubsidie toegekend. Deze emissies worden aan de nationale elektriciteitsmix toegerekend, en dragen dus niet bij aan de gemeentelijke 60% CO2-reductiedoelstelling. De klimaatwinst op nationaal niveau is flink: het gaat om één van de maatregelen met de grootste impact. Dit project is in voorbereiding en daarom niet meegenomen als additionele maatregel.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 4 november 2025 Pagina 4 van 4
Ook hier is de inzet van het Rijk cruciaal om te zorgen dat de realisatie tijdig doorgaat. Met de aanleg van CO₂-infrastructuur in het havengebied ontstaat bovendien de mogelijkheid om ook andere bedrijven aan te sluiten. Negatieve emissies Biogene materialen, zoals hout en groenafval, bevatten van nature opgeslagen CO2. Bij verbranding wordt deze uitstoot doorgaans als klimaatneutraal beschouwd, omdat de CO2 eerder en kortgeleden uit de atmosfeer is opgenomen en dus geen fossiele bron heeft. Wanneer de vrijgekomen biogene CO2 echter wordt afgevangen en opgeslagen, ontstaat er een negatieve emissie: er verdwijnt netto CO2 uit de atmosfeer. Overigens moet dit in de ogen van het college geen excuus zijn voor het (langer) inzetten van houtige biomassa. Er liggen kansen om dit principe toe te passen, bijvoorbeeld door afvang en opslag van biogene CO₂ bij partijen als Cargill, RWZI en AEB. De potentiële reductie bedraagt in totaal circa 700 kton. We zijn afhankelijk van het Rijk voor de benodigde infrastructuur en realisatie vóór 2030 is onzeker. Bij AEB kan het oppakken van biogene afvang interessant zijn, voorsorterend op additionele CO2-reductie (ook na 2030). Het kan echter wel leiden tot vertraging van de lopende plannen voor fossiele CO₂-afvang.
Daarnaast zijn er potentiële negatieve emissiemaatregelen met een kleinere impact, zoals het produceren van biochar (houtskool als bodemverbeteraar uit snoeihout), die enkele tientallen kilotonnen reductie kunnen opleveren. Tot slot Dit college doet alles binnen haar mogelijkheden om de doelstelling van 60% CO2-reductie te halen. Helaas is dat niet genoeg. Zoals hierboven beschreven is met de genoemde potentiële en rigoureuze maatregelen de doelstelling in theorie haalbaar. Maar alleen met flinke daadkracht en steun van het Rijk: financieel, wetgevend en besluitvormend. Ik ga hierover graag met u in gesprek.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Zita Pels Wethouder Duurzaamheid. Energietransitie en Circulaire economie
Bijlage 1. Technische bijlage ‘Onderzoek potentiële maatregelen 60% CO2-doel in 2030’
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl