CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsinformatiebrief

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 22 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadinformatiebrief ter afdoening van de toezegging om de mogelijkheden te onderzoeken om bij een volgende verordening op de rioolheffing het belastingtarief voor het gebruikersdeel progressief te maken (TA2024-001601) (VN2025-004415)1.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door

Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 4 april 2025 Water, Belastingen Melanie van der Horst, Hester van Buren Waternet, bestuurlijke.zaken.amsterdam@waternet.nl Directie Belastingen Amsterdam, bestuurszaken.bel@amsterdam.nl Afdoening toezegging over een progressiever rioolbelastingtarief voor gebruikers (TA2024-001601)

Geachte leden van de gemeenteraad, In uw vergadering van 20 december 2023 heb ik op een vraag van raadslid Bobeldijk (SP) toegezegd om de mogelijkheden te onderzoeken om bij een volgende verordening op de rioolheffing, het belastingtarief voor het gebruikersdeel progressief te maken (TA2024-001601). In het kader van de Vaststellen van de Verordening Amsterdamse Rioolheffing in uw commissie MOW van 28 november 2024 (VN2024-015950) heb ik u nader geïnformeerd over deze toezegging. In deze brief informeer ik u over de huidige heffingssystematiek en werking van de staffels, en de mogelijkheden, beperkingen en overwegingen ten aanzien van het progressief inrichten van de rioolheffing. Hiermee doe ik de eerdergenoemde toezegging af. De huidige heffingssystematiek gaat uit van het principe ‘de gebruiker betaalt’. De bedoeling is dat de kosten voor grootgebruikers afhankelijk zijn van het aantal m3 afvalwater dat wordt afgevoerd op het riool. We streven nu een zogenaamd proportioneel stelsel na, waarin elke extra m3 afvalwater even duur is als de vorige. Een andere mogelijkheid is om de tarieven per m3 afvalwater te laten stijgen naarmate er meer rioolwater wordt afgevoerd. Dit levert een zogenaamd progressief stelsel op, waarin elke extra m3 afvalwater duurder is dan de vorige.

In deze brief kunt u lezen waarom het niet mogelijk is om een progressief tariefstelsel voldoende te onderbouwen en dat het daarmee verstandig lijkt om bij het huidig proportionele stelsel te blijven. Binnen dat stelsel kunnen wel de mogelijkheden worden verkend om nadere verfijning in de tarievenopbouw aan te brengen. Huidig stelsel: eigenarenheffing èn gebruikersheffing Tot 2016 bestond de rioolheffing uitsluitend uit een vaste heffing per aansluiting, ongeacht het volume afval- of hemelwater. Dat betekende dat er weinig verschil was tussen de bijdrage die huishoudens en industriële gebruikers leverden. Op 9 november 2016 heeft de Gemeenteraad besloten om de grondslag van de rioolheffing te wijzigen door met ingang van 2017 naast de vaste heffing voor eigenaren een aparte gebruiksafhankelijk heffing voor gebruikers te introduceren. Het idee is dat de vaste kosten (ongeveer 50%) voor de afvoer van het afval- of hemelwater betaald worden uit het eigenarenheffing. Terwijl de volumeafhankelijke kosten voor de afvoer van

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 4 april 2025 Pagina 2 van 5

afval- of hemelwater (ongeveer 50%; hierna: variabele kosten) gedekt worden uit de gebruikersheffing. In het stelsel is bovendien een onderscheid gemaakt tussen kleingebruikers die minder dan 300 m3 gebruiken en grootgebruikers die 300m3 of meer gebruiken. Kleingebruikers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor ongeveer 80% van het gebruik. De variabele kosten die met klein gebruik samenhangen, worden in de eigenarenheffing verrekend. Zo ontstaat voor eigenaren een duidelijk vast bedrag en betalen huurders in principe geen rioolheffing, tenzij ze zoveel water verbruiken dat ze boven de 300 m3 uitkomen. De variabele kosten voor de resterende 20% van het gebruik wordt via de gebruikersheffing door middel van zeven staffels op de grootgebruikers verhaald. Het uitgangspunt is daarbij een vaste m³ prijs op basis van het gemiddeld gebruik binnen die staffel. Het is goed om scherp voor ogen te houden dat de huidige staffelsystematiek slechts over 20% van het gebruik gaat en dat deze gebruikersheffing slechts 10% van de totale kosten voor de rioleringstaak dekt. In de onderstaande tabel is de huidige verdeling van het aantal gebruikers per staffel opgenomen, inclusief een indicatieve karakterisering van het type gebruiker dan onder de staffel valt. Tariefgroep (in m3)

Tarief 2025

# gebruikers 20221

301 – 1.000

€ 543

3.020

1.001 – 5.000

€ 2.054

1.208

5.001 – 10.000

€ 6.798

179

10.001 – 50.000

€ 17.195

167

50.001 – 100.000 100.001 – 500.000 > 500.001

€ 70.587 € 131.403 € 173.081

9 6 0

Voorbeelden café, kinderopvang, basisschool, winkel, groot gezin wasserette, autowasserij, woningbedrijf museum grote horeca of hotel, verzorgingshuis, winkelcentrum groot hotel, ziekenhuis industrie, evenemententerrein

Mogelijkheden voor een progressiever stelsel voor de rioolheffing Het is fiscaal-juridisch niet dragend te motiveren dat de staffels progressief worden ingericht en dat de tarieven (absoluut en per m3) oplopen naarmate het gebruik toeneemt. Daarbij moet er rekening worden gehouden met het volgende: ▪ De rioolheffing is een bestemmingsheffing. Dat betekent dat de baten niet hoger mogen zijn dan de kosten die gemeente maakt voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel. Omdat Amsterdam de rioolheffing al kostendekkend heeft ingericht, zullen aanpassingen van de tarievenstructuur per definitie budgetneutraal uitpakken. ▪ Een progressief stelsel, waarbij grotere gebruikers een hoger tarief betalen per m3 afvalwater kan niet worden onderbouwd op basis van kosten, aangezien de kosten niet sneller stijgen bij groter gebruik. Dat brengt fiscaal-juridische kwetsbaarheden met zich mee ten aanzien van het motiveren van een tariefwijziging (redelijkheidsbeginsel). 1 2022 is het laatste jaar dat op dit moment volledig is verwerkt en waarvan de aantallen gebruikers per tariefgroep

dus betrouwbaar is.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 4 april 2025 Pagina 3 van 5

▪

Het stimuleren van waterbesparing als motivatie voor een progressief stelsel is eveneens juridisch kwetsbaar, omdat het de vraag is of progressieve tarieven daar aantoonbaar aan bijdragen. Rechters toetsen bij verordeningen in toenemende mate of de belasting proportioneel en afdoende gemotiveerd is en de belangen van belastingplichtigen zijn meegenomen. Onderzoek van Witteveen+Bos in opdracht van het ministerie van I&W (“Verkenning beprijzen watergebruik”) toont aan dat beprijzen van drinkwater geen effectief instrument is om besparing te stimuleren; de prijselasticiteit van water is laag wat betekent dat een prijsverhoging slechts een zeer beperkt effect zal hebben op de vraag2. Het indirect stimuleren van minder waterverbruik door het beprijzen van afvalwater via de rioolheffing is naar verwachting nog minder effectief. ▪ De groep grootgebruikers is relatief klein (ongeveer 4.600 belastingplichtigen). Daarbij valt op dat een ruime meerderheid (65%) in de eerste staffel valt (500 – 1.000 m3). Er is dus sprake van een behoorlijke concentratie van ‘kleine’ grootgebruikers (zoals cafés, basisscholen, winkels en kinderopvang). De groep belastingplichtigen die meer dan 5.000 m3 afvoert op het riool is beperkt tot iets meer dan 350 (8% van het totaal aantal grootgebruikers).

Het progressief inrichten van de tarieven zou betekenen dat een grote groep gebruikers een fractie minder gaat betalen en een kleine groep fors meer. De effecten voor de overgrote meerderheid zullen dus uiterst bescheiden zijn, terwijl de effecten voor enkele belastingplichtigen heel fors kunnen zijn. Daarbij moet rekening worden gehouden dat onder de groep grootgebruikers ook ziekenhuizen en andere maatschappelijke instellingen vallen en grootgebruikers niet altijd over handelingsperspectief beschikking om water te besparen. Het is niet toegestaan om in de tariefstelling te differentiëren naar type gebruiker. In het verlengde van deze overwegingen en beperkingen is het niet verstandig om de tarievenstructuur progressief in te richten. Verkennen mogelijkheden en meerwaarde nadere verfijning staffelverdeling In de andere G4-steden worden stelsels gehanteerd die in meer of mindere mate afwijken van de rioolheffing in Amsterdam: - Utrecht heeft zowel een vaste eigenarenheffing als een variabele gebruiksheffing boven 250 m3. Deze gebruiksheffing bouwt af in vier staffels: elke hogere tariefgroep betaalt een lager tarief per m3 (dat overigens hoger ligt dan het gemiddelde tarief per m3 in Amsterdam). - Rotterdam heft niet naar gebruik, maar op basis van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen dat toeneemt tot de plafondwaarde.

De plafondwaarde ligt rond de €2.500, waardoor grootverbruikers significant minder betalen dan de hogere tariefgroepen in Amsterdam. Logischerwijs zijn de kleinverbruikers in Rotterdam daardoor relatief duurder uit. - Den Haag heeft zowel een vaste eigenarenheffing als een gebruiksheffing boven 500 m3. Het gebruikerstarief is proportioneel met elke 500 m3 extra. 2 Zie Vewin: www.vewin.nl/nieuws/drinkwater-zwaarder-belasten-is-niet-effectief-om-te-besparen/ en link naar

onderliggende rapport

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 4 april 2025 Pagina 4 van 5

Geen van de onderzochte steden heeft een progressief stelsel. De voorbeelden van Den Haag en Utrecht kenmerken zich door een fijne staffelverdeling of variabele gebruiksheffing (gestaffeld). Dit roept de vraag op of de huidige relatief grove staffelverdeling in Amsterdam verfijnd kan worden. Een verfijning naar een variabel model zou overigens aanzienlijke effecten kunnen hebben op de rioolheffing die specifieke groepen grootgebruikers betalen, maar ook op de stabiliteit van de baten. Daarnaast is het onbekend of nadere verfijning ook daadwerkelijke voordelen biedt ten opzichte van het huidige tariefstelsel. Uitvoeringstoets Elke aanpassing van het heffingsstelsel, dus ook een verfijning, vergt inspanningen in termen van herziening van de verordening, aanpassing van ICT-systemen, en communicatie naar belastingplichtigen. Het verfijnen van de staffels betreft een relatief kleine wijziging, maar ook deze leidt tot incidentele lasten, zoals voor projectmanagement, aanpassingen in de IV en automatisering, het aanpassen van werkprocessen, de controle- en handhavingsstrategie en communicatie. Gelet op de relatief kleine doelgroep van circa 4500 grootverbruikers is de verwachting dat de kosten voor een verfijning bescheiden zullen blijven.

Kleinere staffels zullen in de praktijk naar verwachting snel tot een toename van het aantal bezwaren leiden, omdat het aantal m3 afvalwater dat wordt afgevoerd op het riool niet altijd valt op te maken uit het aantal m 3 dat aan drinkwater is ingenomen. Implementatietermijn en -lasten Voor de invoering van een nieuwe heffing of ingrijpende stelselwijziging is doorgaans minimaal 1,5 tot 2 jaar nodig. Voor een verfijning is die doorlooptijd minder duidelijk, maar vast staat dat het onmogelijk is om een verfijning vóór de vaststelling van de tarieven van 2026 te doen. We voeren bij alle voorgenomen beleidswijzigingen een zorgvuldige uitvoeringstoets uit en dat kost tijd. Dit is een essentieel instrument om te beoordelen of beleidsvoornemens praktisch uitvoerbaar zijn. Het gaat daarbij niet alleen om juridische houdbaarheid, maar ook om hanteerbare werkprocessen, automatiseringsvoorwaarden, neveneffecten op andere schakels in de keten en de verhouding tussen kosten en opbrengsten. Daarnaast moeten belastingplichtigen in staat gesteld worden om tijdig te anticiperen op ingrijpende wijzigingen en dient zorg te worden besteed aan een heldere communicatiestrategie en aanpak. De implementatie van een verfijning zou realistisch niet eerder dan in 2027 kunnen plaatsvinden Structurele lasten De uitvoeringsgevolgen van de eerdergenoemde stelselwijziging van 2017 zijn nog steeds merkbaar.

We hebben nu pas een goed beeld van alle belastingplichtigen en hun daadwerkelijke gebruik. De bezwaren tegen de aanslag zijn dan ook afgenomen en de heffing wordt steeds meer herkend en geaccepteerd. De rioolheffing is momenteel qua uitvoering goedkoper dan andere gemeentelijke belastingen. In algemene zin kan gesteld worden dat het verfijnen van staffels de uitvoeringskosten verhoogt. Dit komt omdat uitvoerigere wijzigingen meer (dure) bezwaren oplevert en omdat het gemiddeld langer zal duren voordat we de Belasting geïnd kunnen hebben.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 4 april 2025 Pagina 5 van 5

Het toevoegen van enkele staffels zal niet direct de kosten verhogen, terwijl het toevoegen van een groot aantal staffels of een variabele heffing duurder zal zijn. Conclusie Hoewel het mogelijk is om de rioolheffing dichter aan te laten sluiten bij een proportioneel stelsel door enkele of zelfs vele staffels toe te voegen, is dit onwenselijk. Een daadwerkelijk progressief stelsel is niet te onderbouwen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Melanie van der Horst Wethouder Water

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15514500/1