CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsinformatiebrief analyse coalitieakkoord 2021-2025.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 19 mei 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief analyse coalitieakkoord 2021-2025 (VN2022-011925)3.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 8 maart 2022 Duurzaamheid Marieke van Doorninck Ruimte & Duurzaamheid (bestuurszaken.rd@amsterdam.nl)

Onderwerp

Analyse coalitieakkoord 2021-2025

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, Tijdens de commissie Financiën, Economische Zaken en Duurzaamheid van 16 december 2021 is er gevraagd naar een analyse van de impact van het landelijke coalitieakkoord 2021-2025 1 op de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. Met deze brief informeert het college u hierover. In het hoofdstuk ‘Duurzaam land’ van het coalitieakkoord zijn ambitieuze plannen opgenomen voor het thema klimaat en energie. Er komt onder andere een klimaat- en transitiefonds van in totaal 35 miljard euro tot 2030, in aanvulling op de huidige Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++). Dat Nederland koploper wil zijn bij het tegengaan van de opwarming van de aarde sluit goed aan op de geformuleerde ambities in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. In het algemeen zien we veel aanknopingspunten in het coalitieakkoord. We schetsen in deze brief ook enkele aandachtspunten. Veel plannen in het coalitieakkoord moeten nog verder worden uitgewerkt. Dit betekent dat er nog diverse onzekerheden zijn over de uiteindelijke impact op de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. Reductie CO2-uitstoot In de Klimaatwet gaat het doel voor de reductie van de CO2-uitstoot in 2030 worden aangescherpt van 49% naar 55% (ten opzichte van 1990), wat aansluit op de doelstelling in de Routekaart. Om dit doel te kunnen halen, wordt het beleid zelfs gericht op een reductie van 60%.

Hiermee grenst deze ambitie volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan het praktisch maximaal realiseerbare2. In het coalitieakkoord zijn indicatieve inschattingen opgenomen waar de extra CO2-reductie gerealiseerd zou kunnen worden. De grootste extra besparing wordt verwacht in de gebouwde omgeving (ca. 7 Mton CO2), bij de industrie (ca. 5-6 Mton CO2) en in de mobiliteitssector (3-4 Mton CO2). In de elektriciteitssector wordt uitgegaan van een extra reductie van 0,5-2 Mton CO2.

1

Coalitieakkoord 2021-2025 ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’: https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitieakkoord-omziennaar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst 2 https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021-reflectie-leefomgevingsthemascoalitieakkoord-4884-2.pdf

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 maart 2022 Pagina 2 van 7

Aangezien de ambities voor het verduurzamen van de landelijke productie van elektriciteit al enorm zijn, is de extra reductie die hier wordt verwacht kleiner dan voor de andere sectoren. Deze geraamde extra CO2-reductie kan ook positief uitpakken voor Amsterdam. Dit zal zichtbaar worden in de jaarlijkse Klimaatrapportage van de gemeente. We delen bij deze alvast de meest recente en geactualiseerde CO2-doorrekening (zie hiervoor de bijlage). Deze studie is begin dit jaar uitgevoerd door CE Delft. Waar mogelijk hebben ze hierbij al rekening gehouden met de kwantitatieve effecten van de plannen uit het nieuwe landelijke coalitieakkoord op de CO2uitstoot in Amsterdam, al zijn veel geformuleerde ambities op dit moment nog niet concreet genoeg voor deze doorrekening. De conclusie van de nieuwe studie van CE Delft is dat de CO2uitstoot in Amsterdam naar verwachting lager uit komt dan een jaar geleden was ingeschat in de Klimaatrapportage 2021. De inschatting is dat de CO2-uitstoot van Amsterdam uit komt op -2% in 2025 en op -42% in 2030 (beide ten opzichte van 1990). De bandbreedte voor 2025 is +8% tot -10% en voor 2030 -12% tot -58%. De landelijke verduurzaming van de elektriciteitsproductie gaat volgens PBL sneller dan een jaar geleden ingeschat. Ook is de uitgangssituatie (de uitstoot in Amsterdam in 2019) gunstiger dan eerder was ingeschat.

Meer uitgebreidere inzichten zullen worden opgenomen in de Klimaatrapportage 2022 die in april 2022 zal worden gepubliceerd. Hieronder wordt kwalitatief ingegaan op de implicaties van de plannen uit het coalitieakkoord op de vier transitiepaden uit de Routekaart. Gebouwde omgeving Middels een langjarig Nationaal Isolatieprogramma zullen woningen sneller, slimmer en socialer geïsoleerd gaan worden. Hiervoor is tot 2030 ca. 3,35 miljard euro opgenomen in het klimaat- en transitiefonds. In Amsterdam is op dit gebied momenteel de Renovatiemotor actief. Een nationaal isolatieprogramma kan de stad helpen om sneller dan nu huizen te isoleren en daarmee CO2uitstoot te reduceren, de energierekening van bewoners te verlagen en meer wooncomfort te realiseren. Een goede samenwerking met het Rijk is nodig bij het benaderen en ondersteunen van bewoners. De beschikbaarheid van voldoende vakmensen is daarnaast een grote uitdaging. Een veel actievere en meer sturende houding van het Rijk is hierbij essentieel. Ondersteuning en stimuleringsmaatregelen op gebied van isolatie bij verhuurders, VVE’s, woningeigenaren en het MKB helpt ook bij het verder reduceren van de uitstoot in de gebouwde omgeving in Amsterdam, net als de voorgenomen stimuleringsregeling voor hybride warmtepompen.

Maatschappelijke gebouwen worden niet genoemd in het coalitieakkoord, al lijkt er tot 2030 2,75 miljard euro gereserveerd te zijn in het klimaat- en transitiefonds voor de verduurzaming hiervan. Het plan is verder dat de onrendabele top van collectieve warmteprojecten deels zal worden bekostigd uit een nationale subsidieregeling. Amsterdam is op dit gebied voortvarend aan de slag, maar merkt ook dat financiën een uitdaging kunnen zijn. Een nationale subsidieregeling kan helpen om de geplande verdere uitrol van het warmtenet in Amsterdam succesvol te laten verlopen, al is de kans heel groot dat hiervoor nog veel meer middelen nodig zijn. Daarnaast bestaan er ook nu al nationale subsidieregelingen 3. Alleen als de nieuwe subsidieregeling bovenop 3

Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) en Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 maart 2022 Pagina 3 van 7

de bestaande regelingen komt, is dit voor Amsterdam een verbetering. De wijkaanpak lijkt in het coalitieakkoord aan aandacht te verliezen. Dit is reden tot zorg, aangezien een collectieve aanpak essentieel is voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving van Amsterdam. Het gebruik van houtige biomassa voor energiedoeleinden wordt zo snel mogelijk afgebouwd. In 2019 heeft de gemeente Amsterdam reeds een brief naar de minister gestuurd om te pleiten voor minder subsidie op biomassa. Deze wijziging maakt de behoefte aan alternatieve duurzame warmtebronnen groter. Het is niet waarschijnlijk dat het versneld afbouwen van het gebruik van houtige biomassa tot een warmtetekort in de stad leidt. Wij verwachten ook dat dit geen consequenties heeft voor bedrijven die hier reeds een SDE-beschikking voor hebben ontvangen, zoals de Bio Energie Centrale van AEB. Het coalitieakkoord zet in op aardwarmte en aquathermie. De gemeente Amsterdam is onder andere reeds actief met voorbereidingen op gebied van geothermie. De aandacht van het Rijk hiervoor kan behulpzaam zijn bij het verduurzamen van de Amsterdamse warmtenetten en het vergroten van het aanbod van duurzame warmtebronnen. De coalitie is voornemens om de verhuurderheffing voor de woningcorporaties af te schaffen. Er gaan bindende afspraken gemaakt worden over onder andere verduurzaming.

Tot en met 2023 heeft de gemeente bestaande prestatieafspraken met de Amsterdamse woningcorporaties. Hoe de afschaffing van de verhuurderheffing uit pakt is nu nog onzeker. Het college ziet dit als een kans om corporatiewoningen met een nog hoger tempo te verduurzamen en is hierover al met corporaties en huurders in gesprek 4. Tot slot kan bij het transitiepad gebouwde omgeving een bijmengverplichting voor groen gas in het gasnetwerk leiden tot directe CO2-reductie in Amsterdam. Dit zal door CE Delft worden meegenomen in de geactualiseerde CO2-doorrekening. Volgens PBL is het nog niet helder waar(van) het groene gas gemaakt gaat worden. Mobiliteit Het meest in het oog springende voorstel voor deze sector in het coalitieakkoord is de aankondiging van Betalen naar Gebruik vanaf 2030. Verwacht wordt dat dit tot minder automobiliteit in heel Nederland leidt. In Amsterdam kan dit vanaf 2030 zorgen voor minder CO2-uitstoot op de snelwegen en in de stad en een lagere indirecte CO2-uitstoot door minder elektriciteitsverbruik van elektrische auto’s. Tegelijk is de beoogde invoerdatum rijkelijk laat, te meer de invoering ons inziens al op veel kortere termijn mogelijk is. Ook is in het coalitieakkoord nadrukkelijk niet gekozen voor het mogelijk maken van een tijd-, plaats- en emissiegebonden variant.

Juist in en rondom grote steden, zoals Amsterdam, kan een dergelijke variant een nog groter effect sorteren op vlak van duurzaamheid, maar ook op diverse andere verstedelijkingsopgaven. Samen met de G4, maar ook met bijvoorbeeld het IPO, blijft Amsterdam zich inzetten op het versnellen en verbreden van het beprijzingsinstrument.

4

Zie deze raadsbrief uit februari 2022 voor meer informatie: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/11163060/1/20220208+BRIEF+traject+vermindering+ en+afschaffing+verhuurderheffing+Amsterdam

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 maart 2022 Pagina 4 van 7

Elektrisch vervoer, inclusief de tweede hands markt, gaat gestimuleerd worden. Het verder uitrollen van oplaadinfrastructuur wordt versneld. Voor Amsterdam is het belangrijk dat deze uitrol niet alleen in Amsterdam maar ook in onze regio voortvarend wordt opgepakt. Verder gaat het kabinet vele miljarden investeren in de 0ntwikkeling van groene waterstof (zie ook de paragraaf ‘Haven en industrie’). Dat is voor Amsterdam een belangrijke voorwaarde om te komen tot duurzame stadslogistiek en duurzaam (internationaal) vrachtverkeer. Al deze stappen helpen bij het realiseren van de Amsterdamse ambities op gebied van uitstootvrije mobiliteit, al is meer nodig om deze doelen te kunnen halen, bijvoorbeeld op gebied van groene waterstof. Er zijn geen middelen voor de mobiliteitssector gereserveerd in het aanstaande klimaat- en transitiefonds, maar in het kader van dit fonds wordt het verduurzamen van de mobiliteit expliciet in de akkoordtekst genoemd. Ook de gelden die worden ingezet voor de aanpak van de stikstofproblematiek (vooral waar het gaat om het terugdringen van de uitstoot door mobiele werktuigen bij ruimtelijke projecten) kunnen Amsterdam helpen bij het reduceren van de aan mobiliteit gerelateerde uitstoot van CO2.

De extra geplande investeringen in openbaar vervoer, fiets, maar ook overstapvoorzieningen zoals hubs en deelmobiliteit kunnen eraan bijdragen dat de automobiliteit in Amsterdam niet toeneemt als de stad de komende jaren verder groeit. Tegelijk is nu al duidelijk dat de beschikbare gestelde middelen op dit vlak niet alleen te weinig zijn om de benodigde maatregelen, zoals een schaalsprong van het OV, te kunnen nemen. Ook zorgt de aangebrachte labeling en beoogde tijdshorizon bij een belangrijk deel van de opgevoerde middelen ervoor dat deze ons inziens niet optimaal benut gaan worden. De komende periode zal met het Rijk doorgesproken worden hoe hier mee omgegaan kan en mag worden. Daarnaast is het coalitieakkoord onduidelijk welk beleid en regelgeving het kabinet hieraan wil koppelen om de benodigde duurzame mobiliteitstransitie daadwerkelijk te laten slagen. Alleen geld zal onvoldoende zijn om de opgaven, vooral ook op kortere termijn, aan te kunnen. Mooi is dat het nieuwe kabinet het thuiswerken wil stimuleren, al is het daaraan gekoppelde budget relatief beperkt en is onduidelijk welk beleid hieraan gekoppeld gaat worden. Daarnaast wordt met het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding deze inzet deels tenietgedaan. Tenslotte zijn we blij dat dit kabinet in wil zetten op duurzame treinverbindingen. Dit is een ambitie die aansluit op de inzet vanuit Amsterdam.

Elektriciteit Het kabinet is voornemens om stappen te zetten voor de bouw van 2 nieuwe kerncentrales en reserveert hiervoor 5 miljard euro in het klimaat- en transitiefonds. Deze zullen niet voor 2030 gerealiseerd zijn en het is daarbij ook niet realistisch dat deze in het Noordzeekanaalgebied komen. Deze dragen daarmee niet bij aan de CO2-doelstelling van Amsterdam voor 2030. PBL geeft in haar analyse aan dat nog veel onduidelijkheid is over de kosteneffectiviteit van kernenergie in Nederland binnen een (Europees) elektriciteitssysteem dat na 2030 wordt gedomineerd door zon- en windenergie. Het coalitieakkoord zet ook in op extra wind op zee en zon-op-dak om daarmee het aanbod van duurzame elektriciteitsbronnen te vergroten. Dit kan bijdragen aan de verdere landelijke reductie van CO2-uitstoot bij de productie van elektriciteit. Aangezien bij het bepalen van de CO2-uitstoot in Amsterdam door het verbruik van elektriciteit wordt gerekend met de landelijke uitstoot van de elektriciteitsproductie kan dit ook gunstig uitpakken voor de CO2-reductie in Amsterdam. De

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 maart 2022 Pagina 5 van 7

gemeente levert een bijdrage aan het verduurzamen van de landelijke elektriciteitsproductie door meer duurzame elektriciteit op te wekken binnen de gemeentegrenzen, zoals is opgenomen in de Regionale Energiestrategie (RES). Het nieuwe kabinet wil zonnepanelen op land alleen toestaan als multifunctioneel gebruik van dat land mogelijk is en zet vooral in op grootschalige installatie van zonnepanelen op daken. In de RES-plannen van Amsterdam op gebied van zonne-energie wordt ingezet op zon op daken, dubbel ruimtegebruik en tijdelijk gebruik van braakliggend terrein. Amsterdam zou graag zien dat er voor eigenaren van grote daken verplichtende maatregelen komen om zonnepalen op daken te verwezenlijken of het dak hiervoor ter beschikking te stellen. Daarnaast zou het helpen als er in het bouwbesluit een verplichting komt dat alle gebouwen geschikt zouden moeten zijn voor de opwek van (zonne)energie. Er komen heldere afstandsnormen voor de bouw van windturbines op land. Dit kan gevolgen hebben voor de plaatsing van windturbines in een dichtbevolkt gebied als Amsterdam. Het is momenteel nog onduidelijk aan welke afstandsnormen wordt gedacht en wat de invloed hiervan op de plannen in de RES is. Afstandsnormen bieden mogelijk minder bescherming aan geluidsgevoelige objecten en omwonenden dan de huidige normering.

Bij de toepassing van vaste afstandsnormen wordt geen rekening gehouden met omgevingsfactoren die mogelijk van invloed kunnen zijn op de ervaren hinder vanwege het geluid van windturbines. Ook werkt de hele milieunormering in Nederland ter bescherming van de omgeving met geluidsnormen en niet met afstandsnormen. De windturbinenorm zou hierop een ongewenste uitzondering zijn. Amsterdam werkt ondertussen verder aan de volgende stappen in het kader van het RES-traject, waaronder een Plan-MER voor de zoekgebieden voor windturbines in Amsterdam en daarna een project-MER per zoekgebied. Daarnaast heeft Amsterdam aan een onafhankelijke groep experts gevraagd om (vooruitlopend op nieuw beleid van het Rijk) aan te geven waarmee Amsterdam rekening moet houden om de gezondheid van haar inwoners te beschermen bij het plaatsen van windturbines. In het coalitieakkoord zijn geen specifieke maatregelen opgenomen op gebied van het tegengaan of voorkomen van congestie op het elektriciteitsnetwerk. Congestie op het elektriciteitsnetwerk heeft een grote impact op de ontwikkeling van de stad. Recent heeft de gemeente een brandbrief naar het Rijk gestuurd voor voldoende instrumentarium op dit gebied.

We nemen aan dat er binnen de gereserveerde middelen in het klimaat- en transitiefonds voor de energie-infrastructuur (zie ook de paragraaf ‘Haven en industrie’) ruimte is voor benodigde investeringen in het elektriciteitsnetwerk. Haven en industrie Het nieuwe kabinet heeft grote ambities op gebied van de transitie naar een groene industrie. PBL is positief over de geplande maatregelen en constateert dat er geen sprake van vrijblijvendheid is. Door het maken van maatwerkafspraken met de 10-20 grootste uitstoters moet de CO2-uitstoot sterk gereduceerd worden. De grootste uitstoters in Amsterdam (AEB en gascentrale Hemweg) vallen niet binnen de top 20 van grootste landelijke uitstoters. Dat de mogelijkheden voor carbon capture storage (CCS) worden verruimd, vergroot wel dat kans dat het AEB hier gebruik van kan

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 maart 2022 Pagina 6 van 7

maken, wat bij realisatie een significant positieve impact heeft op de reductie van de CO2-uitstoot in Amsterdam. Het voornemen van het nieuwe kabinet is om de marginale heffing bovenop de CO2-prijs in het Europese emissiehandelssysteem (ETS) te verhogen. Een reële CO2-prijs is een belangrijk beleidsinstrument. Dit kan voor de industriële sector in Amsterdam een stimulans zijn om verder te verduurzamen en CO2-uitstoot te besparen. Volgens PBL is het op tijd realiseren van de benodigde energie-infrastructuur en het beschikbaar zijn van emissiearme energiedragers het primaire aandachtspunt bij het verduurzamen van de industrie. In het geplande klimaat- en transitiefonds is tot 2030 in totaal 22 miljard euro gereserveerd voor het aanleggen van deze benodigde energie-infrastructuur, waaronder voor waterstof. Deze energiedrager is interessant voor het havengebied van Amsterdam. Dat het nieuwe kabinet de productie en import hiervan wil opschalen, is een kans voor Amsterdam. Hetzelfde geldt voor de voorgenomen ontwikkeling en productie van synthetische kerosine. De gemeente Amsterdam is daarnaast reeds betrokken bij plannen zoals het stoomnetwerk in de haven en de Cluster Energie Strategie (CES) en staat daarmee klaar om de geplande extra rijksmiddelen voor energie-infrastructuur een goede bestemming te geven.

In het coalitieakkoord staat niets vermeld over de mogelijkheden om negatieve CO2-emissies te realiseren, ofwel CO2 te onttrekken uit de atmosfeer, terwijl het IPCC 5 hier expliciete aandacht voor vraagt om de doelstellingen van Parijs te kunnen halen. In Amsterdam zien we kansen om negatieve emissies te realiseren, maar dit lukt alleen als hier vanuit de EU en het Rijk het juiste beleidsinstrumentarium voor wordt ontwikkeld. Dat er voor de industriële sector een ambitieus klimaatdoel voor de circulaire economie komt met een bijbehorend uitvoeringsprogramma sluit goed aan op de ambities van Amsterdam. Hierbij vinden we het van belang dat niet alleen naar recycling wordt gekeken, maar naar de volledige breedte van de circulaire economie. We zijn daarnaast positief over de geplande extra investeringen in onderzoek en innovatie op gebied van klimaatneutrale technologieën.

5

In IPCC-rapport 'Climate Change 2021: The Physical Science Basis’

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 maart 2022 Pagina 7 van 7

Tot slot Volgens PBL is het opvallend dat in het coalitieakkoord geen specifieke doelen voor de opwekking van hernieuwbare energie of energiebesparing vermeld staan. Een ander aandachtspunt dat PBL schetst, is dat er in het coalitieakkoord bij het thema klimaat en energie relatief veel wordt ingezet op subsidies. Het risico hiervan is dat de werkelijke kosten niet worden verwerkt in prijzen, waardoor de vraag naar bepaalde niet-duurzame producten en materialen mogelijk niet vermindert. Volgens PBL bestaan er daarnaast in de uitwerking van de plannen van het coalitiekakkoord diverse verbanden tussen de aanpak van de energietransitie en andere vraagstukken (zoals het grondstoffengebruik en de biodiversiteit). De onderlinge samenhang tussen deze vraagstukken behoeft zowel in de planvorming, als bij de uitvoering aandacht. De gemeente Amsterdam kijkt uit naar de verdere samenwerking met het Rijk bij het realiseren van de ambitieuze klimaat- en energiedoelen. Waar mogelijk trekken we samen op en indien nodig zullen we cruciale aandachtspunten ook bespreken met het Rijk. Bij de verdere uitwerking van de plannen is het voor Amsterdam van belang dat er voldoende aandacht is voor het betrekken van bewoners, de betaalbaarheid voor huishoudens met een laag- en middeninkomen en het vergroten van het aanbod van technisch geschoold personeel.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid

Bijlage: Raming Amsterdam Klimaatneutraal, effect van beleid op CO2-uitstoot (update 2022), CE Delft

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11467077/2