CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsinformatiebrief afdoening motie 315 DEF (002).pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 22 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief afhandeling motie 315.24 inzake Toerisme in balans – breng effect (financiële) instrumenten in kaart (VN2024-017149)3.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 november 2024 Economische zaken, Financiën Sofyan Mbarki, Hester van Buren bestuurszaken.bel@amsterdam.nl Afdoening motie 315 van de leden Bentoumya, Van Pijpen, Namane, Khan, Broersen en Alberts inzake Toerisme in balans – breng effect (financiële) instrumenten in kaart

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 17 juli 2024 heeft uw raad bij de behandeling van het agendapunt inzake het vaststellen van het hotelbeleid 2024 motie 315 van de leden Bentoumya, Van Pijpen, Namane, Khan, Broersen en Alberts aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om: ▪

▪ ▪

te onderzoeken wat de effecten zijn van financiële instrumenten (zoals de toeristenbelasting en vermakelijkheidsretributie) op de aantallen bezoekers en overlast, in samenhang met de al genomen maatregelen uit de Visie Bezoekerseconomie 2035. hierbij landelijke ontwikkelingen zoals de btw-verhoging voor hotelovernachtingen mee te nemen. dit onderzoek te betrekken bij de nieuwe maatregelen die voor 1 december 2024 worden gepresenteerd in het kader van de Visie Bezoekerseconomie 2035.

In het verlengde van de ambitie uit het coalitieakkoord 2018-2022 om te komen tot een nieuw evenwicht in de stad waarin bewoners centraal staan en bezoekers welkom blijven, is de afgelopen jaren een behoorlijk aantal verkenningen en onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijkheden om bezoekers financieel bij te laten dragen en effectief te sturen op het volume van bezoekers aan de stad door inzet van financiële instrumenten. De vragen die in de motie zijn gesteld, kunnen daarmee als zodanig zonder aanvullend onderzoek worden beantwoord. Effecten van maatregelen op overnachtingsaantallen Met het onderzoek naar de elasticiteit van de Amsterdamse overnachtingsmarkt, waarvan de resultaten op 13 juli 2023 met de raad zijn gedeeld, is geprobeerd om zicht te bieden op de vraag of met de toeristenbelasting kan worden gestuurd op de vraag naar toeristische overnachtingen. Uit dit onderzoek blijkt dat verhoging van de toeristenbelasting een remmend effect kan hebben op het aantal toeristische overnachtingen, maar dat effect is niet heel groot: een stijging van de toeristenbelasting van 1 procentpunt betekent naar verwachting een daling van 125.000 verblijfsovernachtingen per jaar, uitgaande van gelijkblijvende omstandigheden en het volledig doorberekenen van de hogere belasting aan bezoekers door logiesverstrekkers.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 november 2024 Pagina 2 van 8

De potentiële impact van de stijging van de toeristenbelasting van (omgerekend) 10% naar 12,5% van de overnachtingsprijs waar de raad voor heeft gekozen bij het vaststellen van de begroting voor 2024, is daarmee verhoudingsgewijs beperkt tot een afname van ruim 300.000 overnachtingen. Gelet op het gegeven dat de prognoses van O&S ten aanzien van de bezoekersaantallen voor de komende jaren naar boven zijn bijgesteld als gevolg van de aanhoudende groei van het wereldwijde toerisme, ligt het in de rede dat de verhoogde toeristenbelasting alleen geen daling van de overnachtingsaantallen gaat veroorzaken. In navolging van de uitvoering van de verordening is al eerder gekeken naar de mogelijkheden om met de VMR te sturen op aantallen dagbezoekers in Amsterdam. Zoals toegelicht in de Nota toeristenovernachtingen, die in december 2022 met de raad is gedeeld, wordt de vermakelijkhedenretributie als zodanig niet als een geschikt instrument beschouwd om te sturen op het aantal (dag)bezoekers. Uit het onderzoek naar prijselasticiteit blijkt dat bezoekers niet sterk reageren op prijsstijgingen. Bezoekers zullen door (verhoging of verbreding van) de vermakelijkhedenretributie naar verwachting niet afzien van hun bezoek aan de stad, maar hooguit minder snel op een rondvaartboot stappen of een kaartje voor een andere vermakelijkheid kopen.

Daarbij dient te worden opgemerkt dat er geen wanverhouding mag ontstaan tussen het tarief en de kosten die de gemeente maakt voor de vermakelijkheid en gemeenten geen ‘schriktarieven’ mogen hanteren (verbod op onredelijke belastingheffing). Verhoging of verbreding van de VMR zou daarmee met name effect hebben op de opbrengsten van bezoekers. Verhoging btw op logies vanaf 2026 De impact van de btw-verhoging die in 2026 zal ingaan op de vraag naar overnachtingen (en de opbrengsten van de toeristenbelasting) laat zich op dit moment nog niet voorspellen, omdat nog onduidelijk is hoe de sector met deze verhoging om zal gaan en welk deel zal worden verdisconteert in de kamerprijzen. Het Rijk heeft geen uitgebreide impactanalyse uitgevoerd van deze maatregel. In reactie op Kamervragen heeft de Staatssecretaris aangegeven dat de effecten van de verhoging van de BTW op logies ex-post zullen worden geëvalueerd. In de onderbouwing van de extra baten die de verhoging van de BTW moet opleveren, wordt ervan uitgegaan dat logiesverstrekkers 25% van de verhoging voor eigen rekening nemen en dat de hogere tarieven tot een vraaguitval van 6,75% zal leiden. De prognoses van O&S voor 2026, waarin geen rekening is gehouden met de verhoogde BTW, gaan uit van ongeveer 25 miljoen toeristische overnachtingen.

Een vraaguitval van 6,75% zou daarmee een daling van 1.687.500 toeristische overnachtingen voor Amsterdam betekenen. Daarbij dient te worden opgemerkt dat het zeer de vraag is of deze generieke verwachtingen op de bijzondere Amsterdamse overnachtingsmarkt kunnen worden toegepast. Visie bezoekerseconomie 2035 De raad heeft in december 2022 met algemene stemming de Visie bezoekerseconomie 2035 aangenomen. Het college werkt met een jaarlijks vernieuwend uitvoeringsprogramma bezoekerseconomie aan de doelen uit de visie en aan de doelen van de Verordening. Reeds genomen maatregelen zijn onder meer: het verhogen van de toeristenbelasting, VMR en dagtoeristenbelasting, het hotelbeleid 2024, de regulering van particuliere vakantieverhuur, een blowverbod in delen van de binnenstad, het terugdringen van kroegentochten ,het halveren van

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 november 2024 Pagina 3 van 8

de riviercruises en het verminderen van het aantal zeecruises. Deze maatregelen hebben een remmende werking op de groei van de bezoekers- en overnachtingsaantallen (gehad), maar als zodanig geen daling van de overnachtingsaantallen tot onder de maximale bandbreedte van 20 miljoen toeristenovernachtingen gaan veroorzaken. Het college komt daarom voor 1 december 2024 met aanvullende en nieuwe voorstellen in lijn met de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Deze ‘1 decemberbrief’ geldt als vooraankondiging voor de uitvoeringsprogramma’s Bezoekerseconomie en Aanpak Binnenstad 2025 die begin van het nieuwe jaar aan u worden voorgelegd. In deze uitvoeringsprogramma’s vindt u de bredere inzet en reeds lopende programmering terug, naast de maatregelen die het college in deze brief aan u voorstelt. Kaders en keuzes in beeld Het college kan de behoefte van de raad aan zicht op de effecten van mogelijke (aanvullende) maatregelen en de wettelijke kaders die gelden voor de inzet van financiële instrumenten goed plaatsen. Om de raad te helpen het debat over de inzet van maatregelen goed te kunnen voeren, wordt in de bijlage bij deze brief daarom een overzicht geboden van: ▪ ▪ ▪

De kaders voor de inzet van financiële instrumenten (toeristenbelasting en VMR); De financiële maatregelen waar de raad vanaf 2018 in het kader van het herstellen van de balans in de stad voor heeft gekozen; Een indicatie van de effecten van die keuzes (als onderdeel van een breder pakket aan maatregelen) aan het terugdringen van de bezoekersaantallen en het verminderen van overlast.

Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

Sofyan Mbarki Wethouder Economische Zaken en Aanpak Binnenstad

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Hester van Buren Wethouder Financiën

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 november 2024 Pagina 4 van 8

Bijlage A: Kaders en Keuzes inzet financiële instrumenten Zoals eerder in deze brief aangegeven, zijn de mogelijkheden en beperkingen die samenhangen met de inzet van gemeentelijke belastingen de afgelopen periode uitgebreid onderzocht en gewogen. Om uw raad in staat te stellen alle relevante inzichten te betrekken bij het debat over ‘toerisme in balans’ en continuïteit te borgen, is in deze bijlage een compacte weergave opgenomen van de opbrengsten van deze onderzoeken en de keuzes die in het verlengde van deze onderzoeken zijn gemaakt. Voor de volledigheid wordt in deze brief verwezen naar de achterliggende onderzoeken en raadsstukken. Kaders voor inzet van financiële instrumenten Gemeentes mogen alleen belastingen heffen als de Gemeentewet daar de bevoegdheid toe geeft. De Gemeentewet biedt binnen deze kaders – naast parkeerbelasting – slechts twee mogelijkheden om toeristen en bezoekers financieel bij te laten dragen aan de stad: door middel van toeristenbelasting en de vermakelijkhedenretributie (VMR). In 2018 is een brede verkenning uitgevoerd van de mogelijkheden om dagbezoekers en verblijfsbezoekers een eerlijke financiële bijdrage te laten leveren aan de stad door middel van de toeristenbelasting en de VMR. In de verkenning is uitgebreid ingegaan op de vraag wat de wettelijke mogelijkheden en beperkingen zijn voor de inzet en inrichting van beide heffingen.

Deze verkenning is de basis geweest voor de keuzes die vanaf 2018 zijn gemaakt bij de instrumentele inzet van gemeentelijke belastingen Kaders en keuzes Toeristenbelasting Toeristenbelasting kan worden geheven indien er sprake is van (de intentie tot) duurzaam verblijf in de stad door niet-ingezetenen. Gemeenten hebben een ruime beoordelingsmarge bij het bepalen van de maatstaf en het vaststellen van de tarieven, zolang geen sprake is van willekeurige of onredelijke belastingheffing: de belastingrechter kan de tarieven (exceptief) toetsen op het zorgvuldigheids-, motiverings- en evenredigheidsbeginsel. Verblijfstoeristenbelasting ▪ In 2017 is een variantenstudie uitgevoerd om de mogelijkheden te onderzoeken om met de toeristenbelasting te sturen op spreiding van de bezoekersstromen. Uit deze studie bleek dat het fiscaal-juridisch mogelijk is om bij het bepalen van de heffingsmaatstaf te kiezen voor een percentage van de overnachtingsprijs, een vast bedrag per persoon per overnachting of een combinatie van deze maatstaven. Ook is vastgesteld dat het mogelijk is om gebiedsdifferentiatie in de tariefstelling aan te brengen. Deze variantenstudie is betrokken bij het vormgeven van de maatregelen om gestalte te geven aan de ambitie uit het coalitieakkoord 2018-2022 om de bijdrage van bezoekers te laten stijgen met € 100 miljoen.

▪ In 2018 is geëxperimenteerd met gebiedsdifferentiatie: het tarief van 5% van de overnachtingsprijs werd vervangen door een tarief van 6% in de centrumgebieden en 4% in de gebieden daarbuiten. In 2019 is die differentiatie weer losgelaten en is gekozen voor een stadsbreed tarief van 7%, mede omdat de hoge bezettingsgraad in Amsterdam weinig ruimte tot spreiding biedt. ▪ Bij de Voorjaarsnota 2019 is gekozen voor de invoering van een gecombineerde heffingsmaatstaf: naast een percentage van 7% betaalden bezoekers vanaf 2020 ook een

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 november 2024 Pagina 5 van 8

vast bedrag van € 3 per persoon per overnachting. Het doel van deze gecombineerde heffingsmaatstaf was om bezoekers eerlijker te laten bijdragen aan de stad: door de toevoeging van een vast bedrag per persoon per overnachting, zouden verblijfsbezoekers in alle segmenten een grotere bijdrage aan de stad gaan leveren en het aandeel van het nul- tot twee sterrensegment in de opbrengsten toeristenbelasting zowel in absolute als in relatieve zin stijgen. Gelet op de aanhoudende groei van de bezoekersstromen aan de stad en de grenswaarden voor de overnachtingsaantallen die zijn vastgelegd in de Verordening Toerisme in Balans, is de focus verschoven van spreiding en sturing op (de bijdrage per) type bezoeker naar het terugdringen van het totaal aan bezoekers en overnachtingen. In 2023 is in dat kader econometrisch onderzoek uitgevoerd naar de vraagelasticiteit van de Amsterdamse overnachtingsmarkt. Het doel van het onderzoek was om te bepalen of de toeristenbelasting een geschikt instrument kan zijn om effectief te sturen op het volume aan overnachtingen (instrumentele inzet) en welke gevolgen een aanpassing van de toeristenbelasting heeft op de belastinginkomsten (budgettaire inzet). Uit het onderzoek volgden op hoofdlijnen de volgende conclusies: ▪ Er is een remmend effect op het aantal toeristische overnachtingen, maar dit effect is niet heel groot.

Een toename van 1 procentpunt van de totaalprijs die bezoekers betalen (voor reis + verblijf) leidt in het basisscenario tot een afname van de vraag van -1 %. ▪ In het basisscenario zoals geschetst door de onderzoekers, is naar verwachting een toeristenbelasting nodig van tussen de 40 en 45% van de overnachtingsprijs (exclusief reiskosten) om het aantal overnachtingen te reduceren tot de signaalwaarde van 18 miljoen, bij gelijkblijvende omstandigheden en zonder andere beleidsaanpassingen. ▪ Naar verwachting zal ca. 50% van de bezoekers dat deel uitmaakt van de vraaguitval in de omgeving van Amsterdam gaan overnachten en de stad als dagbezoeker aandoen. Dat betekent dat deze groep bezoekers alsnog zal bijdragen aan de drukte in de stad, maar in financiële zin geen bijdrage aan de stad meer zal leveren via de toeristenbelasting. ▪ De toeristenbelasting is een relatief effectief instrument als het doel is om de belastinginkomsten voor de gemeente Amsterdam te verhogen. De meeropbrengsten van een stijging van 1 procentpunt van de toeristenbelasting ten opzichte van de overnachtingsprijs worden door de onderzoekers geraamd op ca. € 12 mln. Net als voor het effect op het aantal overnachtingen geldt hier de kanttekening dat hoe hoger de toeristenbelasting, hoe groter de onzekerheid over de gevolgen op de opbrengsten zal zijn.

Het college is in een brief aan de raad ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek en heeft daar vooruitlopend op verdere besluitvorming bij de begroting 2024 o.a. de volgende kanttekeningen bij geplaatst: ▪

In het onderzoek wordt uitgegaan van een behoorlijke onzekerheidsmarge ten aanzien van de te verwachten meeropbrengsten, die oploopt naarmate voor grotere stijgingen zou worden gekozen. Als de elasticiteit van de vraag naar overnachtingen in Amsterdam in de praktijk groter of kleiner blijkt dan in het basisscenario waar mee is gerekend, kan dat tot forse afwijkingen gaan leiden in de realisatie.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

▪

▪

Datum 26 november 2024 Pagina 6 van 8

Bij het inrichten van gemeentelijke belastingen dient rekening te worden gehouden met de beginselen van behoorlijk bestuur (motiveringsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, verbod op detournement de pouvoir), fiscaal-juridische beperkingen rondom het hanteren van ‘schriktarieven’ en begrenzingen vanuit het Europees recht als de uitwerking van een heffing het vrije verkeer van personen, goederen of kapitaal tussen lidstaten dreigt te beperken. Waar de grens van de beoordelingsvrijheid van gemeenten precies ligt is op voorhand niet te zeggen, en zal in de praktijk door de rechter worden bepaald. Bij (zeer) hoge tarieven is de kans op procedures – met het ultieme risico dat de verordening toeristenbelasting onverbindend verklaard kan worden – reëel. Compliance van logiesverstrekkers is zeer belangrijk voor de uitvoering van de toeristenbelasting, die door hoteliers in rekening wordt gebracht bij bezoekers en wordt afgedragen aan de gemeente. Als dat draagvlak zou worden aangetast door abrupte en verhoudingsgewijs vergaande ingrepen, komen de uitvoering van het belastingproces en de te genereren inkomsten in gevaar.

Bij de begroting 2024 heeft de raad gekozen voor het vereenvoudigen van de heffingssystematiek (door de gecombineerde heffingsmaatstaf te vervangen door enkel een percentage van de overnachtingsprijs) en het tarief te verhogen van (omgerekend) 10% naar 12,5% van de overnachtingsprijs. Daarmee is gekozen voor een scenario waarin het budgettaire effect centraal staat. Met de vereenvoudiging van de heffingssystematiek is tegemoet gekomen aan grieven van de branche over de stapeling aan (stelsel)wijzigingen en de daarbij horende administratieve lastendruk. De meeropbrengsten voor 2024 zijn geraamd op € 37,5 mln. voor 2024 (oplopend tot ruim € 66 miljoen structureel vanaf 2027). Dagtoeristenbelasting Met ingang van 2019 is (dag)toeristenbelasting voor passagiers van zee- en riviercruises ingevoerd, waarmee de grondslag voor het heffen van toeristenbelasting is verbreed naar duurzaam dagverblijf voor bezoekers die aan boord verblijven van een cruiseschip binnen gemeentelijke wateren. Verdere verbreding van de dagtoeristenbelasting naar bezoekers die met andere vervoersmiddelen Amsterdam aandoen is niet mogelijk. Toeristenbelasting wordt geheven over duurzaam verblijf of de intentie daartoe.

Daarbij gaat het niet om de subjectieve intentie die de belastingplichtige zelf bij het verblijf heeft of het subjectieve doel dat hij zelf aan het verblijf geeft, maar om de aard van de plek of van de activiteit zelf, wat naar objectieve maatstaven moet worden beoordeeld. Daarom is het verblijf op een trein- of busstation of luchthaven dat nodig is om te vertrekken uit de gemeente niet te belasten met dagtoeristenbelasting. Om dezelfde reden vallen passagiers van zee- en riviercruises die Amsterdam enkel als op- of afstapplek aandoen buiten de heffing. De toeristenbelasting zou bovendien praktisch onuitvoerbaar worden als bij elk individueel verblijf de subjectieve intentie van de dagverblijvende zou moeten worden vastgesteld. Uit onderzoek naar de mogelijkheden om dagtoeristenbelasting in te voeren voor passagiers van touringcars is geconcludeerd dat een dergelijke heffing praktisch niet uitvoerbaar is omdat niet kan worden vastgesteld of sprake is van (enige) duurzaam verblijf of dat het vervoersaspect voorop staat.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 november 2024 Pagina 7 van 8

Bij de invoering van de dagtarievenbelasting heeft de raad het tarief bepaald op € 8 per persoon per dag. De raad heeft bij de begroting 2024 gekozen voor een verhoging van het tarief van € 8 naar € 14 per passagier. Kaders en keuzes vermakelijkhedenretributie Gemeenten mogen VMR heffen wanneer sprake is van een vermakelijkheid en aanbieders van die vermakelijkheid gebruik maken en profiteren van voorzieningen waar de gemeente kosten extra voor maakt. Het gaat bijvoorbeeld om extra kosten op het terrein van promotie (VVV, extra bewegwijzering, city marketing), infrastructuur (extra onderhoud, verlichting en reiniging), extra inzet op handhaving en toezicht. In Amsterdam wordt al sinds de jaren 80 VMR voor passagiersvaartuigen geheven. De VMR kan in beginsel op een breed scala aan activiteiten en attracties in de stad worden toegepast. Daarbij gaat het niet alleen om activiteiten voor bezoekers in de openbare ruimte (zoals rondvaartboten of festivals), maar ook om vermakelijkheden als musea, (pop)podia, bioscopen, beurzen en sportwedstrijden. Gelijkheidsbeginsel Bij de afweging om VMR breder toe te passen, dient rekening te worden gehouden met het gelijkheidsbeginsel: er is geen cafetariamodel waarin op selectieve gronden bepaalde activiteiten/attracties of subjecten binnen de heffing kunnen worden betrokken of daarbuiten kunnen worden gehouden (zoals Amsterdammers).

In het verlengde van het gelijkheidsbeginsel geldt dat als VMR wordt ingevoerd voor musea, alle musea in de heffing dienen te worden betrokken. Er is geen keuzevrijheid binnen een categorie, ook als dat wel wenselijk zou worden geacht vanuit beleidsmatig perspectief. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van subsidierelaties: vermakelijkheden die subsidie van de gemeente krijgen kunnen niet worden vrijgesteld. Daarnaast kan sprake zijn van zogenaamde samenloop tussen verschillende typen activiteiten. Zo zal het in de praktijk moeilijk zijn om het onderscheid te maken tussen attracties en musea, vooral wanneer de scheidslijn tussen ‘zien’ en ‘doen’ vervaagt, wat in toenemende mate het geval is in hedendaagse musea, die zich steeds vaker richten op interactie met bezoekers. Ook voor beurzen, congressen, festivals en sportwedstrijden zou gesteld kunnen worden dat ze allemaal tot een bredere categorie ‘evenementen’ horen. De keuze voor één onderdeel zou daarmee kunnen betekenen dat alle evenementen in de heffing moeten worden betrokken. Er kan geen VMR geheven worden bij activiteiten of attracties waarbij geen sprake is van kaartverkoop: het zou onrechtmatig zijn om van dergelijke aanbieders te eisen dat ze enkel voor belastingdoeleinden over moeten gaan tot kaartverkoop. Kaders voor tariefstelling VMR Voor de vermakelijkhedenretributie geldt geen opbrengstnorm.

De gemeenteraad is bij het bepalen van het tarief niet gebonden aan de hoogte van de kosten die de gemeente maakt. Tegelijkertijd mag er geen wanverhouding bestaan tussen de hoogte van de totale opbrengst en het profijt van de voorzieningen (verbod op onredelijke belastingheffing). De rechter kan toetsen in hoeverre de hoogte van de retributie zich verhoudt tot het profijt dat aanbieders van de betreffende voorzieningen ondervinden. Een ‘afschriktarief’ om ongewenste activiteiten onaantrekkelijk te maken (of zelfs uit de markt te prijzen), zou door de rechter beoordeeld kunnen worden als strijdig met het retributieve karakter van de heffing, die daarmee onverbindend zou

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 26 november 2024 Pagina 8 van 8

worden. De vraag of brede toepassing van de VMR in de praktijk uitvoerbaar en controleerbaar is tegen aanvaardbare uitvoeringskosten, zou nader onderzocht moeten worden. Geen draagvlak voor brede toepassing VMR onder Amsterdammers Bij het verkennen van de mogelijkheden om bezoekers een eerlijke financiële bijdrage aan de stad te laten betalen, is ook een consultatie uitgevoerd, waarvan de resultaten op 13 juni 2016 in uw raad zijn geagendeerd. Uit deze consultatie blijkt dat Amsterdammers sympathiek tegenover het principe ‘de gebruiker betaalt’ staan en het rechtvaardig vinden om een eerlijke bijdrage te vragen van bezoekers. Zij brengen wel een duidelijke scheiding aan tussen activiteiten in de openbare ruimte die zichtbaar voor drukte en overlast zorgen en activiteiten die ‘binnen’ plaatsvinden. Activiteiten ‘binnen’ relateren Amsterdammers niet aan drukte en overlast. Uit de consultatie blijkt voorts dat er onder Amsterdammers geen draagvlak is voor het invoeren van VMR voor musea, bioscopen en podiumkunsten, zeker niet als een dergelijke heffing ook zou gelden voor Amsterdammers, waarvan een deel het leven in de stad op dit moment al als duur ervaart. Maatregelen VMR vanaf 2018 ▪ In 2018 is VMR ingevoerd voor stadsrondritten per autobus en is het tarief VMR voor passagiersvaartuigen verhoogd van €0,66 naar € 1,50.

▪ Vanaf 2020 is VMR ingevoerd voor gidstours en betaalde evenementen in de openbare ruimte. ▪ Met ingang van 2023 heeft de raad de VMR voor gidstours en stadsrondritten weer afgeschaft. Gelet op de beperkte opbrengsten van deze heffingen en de aanzienlijke uitvoeringscomplexiteit werd het niet mogelijk geacht om voldoende substantie in de heffing te brengen en een doelmatige uitvoerings- en controle strategie te ontwikkelen tegen aanvaardbare uitvoeringskosten- en risico’s. ▪ Het tarief voor passagiersvaartuigen is met ingang van 2024 verhoogd naar € 2,50 per passagier.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14974097/1