1. Raadsinformatiebrief Aankondiging wijziging beleidsregels Participatiewet IOAW, IOAZ en Bbz (17 december 2024)
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 17 december 2024 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Werk, Participatie en Inkomen, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl
Onderwerp
De verruiming van regels rondom bijstandsverlening
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, In de ‘Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen’ heeft het college een groot aantal maatregelen aangekondigd die leiden tot een ruimer en eenvoudiger bijstandsbeleid waarbinnen vertrouwen in Amsterdammers centraal staat. Het college vindt dit noodzakelijk omdat het sociaal minimum te laag is om van rond te komen, wet- en regelgeving te complex is en een gemaakte fout al snel leidt tot onredelijk harde, financieel nadelige consequenties voor Amsterdammers1. Een andere aanleiding voor het opstellen van de Agenda was en is dat door het Rijk aangekondigde wijzigingen te lang op zich laten wachten. Bovendien lijken aangekondigde landelijke wijzigingen niet tot de fundamentele herziening van de Participatiewet te leiden die het college noodzakelijk vindt. Met deze brief informeer ik u over nieuwe voor Amsterdammers gunstigere bijstandsregels. Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Het college herschrijft de beleidsregels Participatiewet IOAW en IOAZ. Dit doet het college in lijn met de uitgangspunten van de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen. De Participatiewet biedt op onderdelen het college de ruimte om een lokale invulling te geven aan regels in de wet. Het college streeft ernaar om deze ruimte voor Amsterdammers zo gunstig mogelijk in te vullen. Daarbij zoekt het college de randen van de wet en rekt het deze randen in enkele gevallen op.
Met het oog op zorgvuldigheid, worden de regels gefaseerd geïmplementeerd in de Amsterdamse uitvoeringspraktijk.
1
Zie onder meer rapport commissie sociaal minimum, rapport School voor Openbaar Bestuur en rapport Blind voor Mens en Recht.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2024 Pagina 2 van 5
Voor de komende periode gaat het om de volgende nieuwe regels. Reductie gegevensuitvraag bij de bijstandsaanvraag Bij de bijstandsaanvraag vraagt het college in beginsel niet meer gegevens van de aanvrager dan een overzicht van de bankrekeningen over de laatste drie maanden. Deze gegevens zijn nodig omdat die een goed overzicht geven van de mate waarin de financiële situatie kwetsbaar is en welke hulp nodig is om deze te versterken. Het college vertrouwt erop dat de overige informatie, die door de Amsterdammer op het aanvraagformulier is aangegeven, juist is. In Amsterdam vertrouwen we de bijstandsaanvrager. Vertrouwen draagt ertoe bij dat mensen zich uitgenodigd voelen om gebruik te maken van inkomensondersteunende voorzieningen zoals een bijstandsuitkering. Daarnaast is het van belang dat mensen die inkomensondersteuning nodig hebben snel geholpen worden2. Juist wanneer de periode tussen de bijstandsaanvraag en het besluit daarop lang is, neemt de afhankelijkheid van mensen toe 3. Vermogensvaststelling Mensen in de bijstand mogen bij aanvang beschikken over een landelijk vastgesteld vrij te laten vermogen. Dit vermogen wordt vastgesteld door bij de bijstandsaanvraag de waarde van al het bezit te verminderen met de aanwezige opeisbare schulden.
Op dit moment is het zo dat indien de bijstandsgerechtigde zijn vermogenstoename meldt bij de gemeente, dit bedrag wordt opgeteld bij het vermogen wat bij de initiële aanvraag van bijstand is vastgesteld. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het feit dat de bijstandsgerechtigde kan hebben ingeteerd op het vermogen en wellicht ook nieuwe schulden kan hebben gemaakt. Het college wijzigt deze systematiek door voortaan bij toegenomen vermogen de huidige vermogenssituatie als uitgangspunt te nemen bij het vaststellen van het nieuwe totale vermogen. Dit betekent dat het college uitgaat van de waarde van de bezittingen en de hoogte van de schulden ten tijde van de nieuwe situatie. Hiermee voorkomt het college in een aantal gevallen dat de uitkering moet worden beëindigd omdat het totale vermogen op basis van de oude systematiek boven het wettelijk vastgestelde vrij te laten vermogen komt. Vrijlating van de waarde van roerende en onroerende bezit Van de gezamenlijke waarde van bijvoorbeeld voertuigen, caravan, tuinhuisje of boot, wordt bij aanvang van de algemene bijstand de eerste € 5000 vrijgelaten. Het bedrag is verhoogd van € 3500 naar € 5000 gezien de inflatie en gestegen marktwaarde van deze roerende en onroerende zaken. Het college vindt het belangrijk dat bijstandsgerechtigden in Amsterdam in de gelegenheid zijn om mee te doen.
Het uitgangspunt is dat bijstandsgerechtigden in Amsterdam, binnen de beperkte middelen waarover zij beschikken, zoveel als mogelijk dezelfde keuzes kunnen maken als de Amsterdammers die niet hoeven rond te komen van een bijstandsuitkering.
2 Zie bijvoorbeeld https://www.universiteitleiden.nl/agenda/2024/09/financial-stress-by-design 3 Zie bijvoorbeeld https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/mensen-die-lang-op-bijstand-moeten-wachten-
blijven-langer-afhankelijk
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2024 Pagina 3 van 5
Bijstand met terugwerkende kracht toekennen Het college maakt het mogelijk om voortaan bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen. Hiermee verlaagt het college de kans dat de Amsterdammer, die bijvoorbeeld door onbekendheid van wet- en regelgeving en/of dringende reden niet in staat is geweest om eerder de bijstandsaanvraag te doen, hier onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen van ondervindt.
De Participatiewet schrijft op dit moment dwingend voor dat de toekenning van bijstand niet mag liggen voor de dag dat iemand zich voor een aanvraag heeft gemeld. Een van de wijzigingen die in het kader van de Participatiewet in Balans Spoor 1 zijn aangekondigd, maakt het voor het college mogelijk hiervan af te wijken. Door vooruit te lopen op deze wijziging maakt het college het mogelijk om bijstand met drie maanden terugwerkende kracht toe te kennen wanneer de redenen van de Amsterdammer om in eerste instantie af te zien van de aanvraag plausibel zijn. Bijvoorbeeld omdat iemand eerst heeft geprobeerd werk te vinden of een aanvraag te ingewikkeld of stigmatiserend vond.
Verrekenen van te veel ontvangen inkomsten met een maximum van € 150 per maand De bevoegdheid om niet gekorte inkomsten te verrekenen met de inkomensvoorziening, biedt uitkomst op het moment dat de inkomsten van de gerechtigde pas bekend zijn nadat de inkomensvoorziening over de betreffende maand is uitbetaald.
Volgens de richtlijnen van de Centrale Raad van Beroep hoeft het college bij het verrekenen van niet gekorte inkomsten geen rekening te houden met de beslagvrije voet. Het college acht het onwenselijk om het te verrekenen bedrag in één keer in te houden zonder hierover eerst met de bijstandsgerechtigde in contact te zijn geweest. Door de verrekening kan het namelijk voorkomen dat het te ontvangen bedrag aan inkomensvoorziening de komende maanden zo laag uitvalt dat mensen daardoor niet meer rond kunnen komen en mogelijk schulden opbouwen.
In het kader van voorspelbaarheid verrekent de gemeente een bedrag van maximaal € 150 per maand over de toekomstige zes maanden. Voor IOAW en IOAZ uitkeringen geldt een in de wet opgenomen maximale periode van 3 maanden. Het nog niet verrekende bedrag wordt vervolgens op basis van sociale incasso ingevorderd. Het heeft de voorkeur om inkomsten altijd te verrekenen met de uitkering omdat een hoger belastbaar inkomen mogelijk van invloed is op het recht op en de hoogte van te toeslagen in het komende jaar. Het college neemt in de regels op dat alleen met expliciete toestemming van de gerechtigde verrekend zal worden met hogere bedragen dan € 150 per maand.
Vrijlating immateriële schadevergoeding Het college verhoogt de vrijlating voor immateriële schadevergoedingen naar € 47.500 in verband met inflatie en de hogere kosten voor het levensonderhoud.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2024 Pagina 4 van 5
Sinds 1 januari 2015 geldt voor de ontvangst van een vergoeding voor immateriële schade een vrijlating van € 45.000. Dit houdt in dat het college bij een immateriële schadevergoeding dit laatste bedrag buiten beschouwing laat bij het bepalen van het recht op bijstand. Vrijlating incidentele inkomsten uit hobby en niet-bedrijfsmatige activiteiten tot € 1.200 Deze regel gaat over inkomsten uit hobby en of niet-bedrijfsmatige activiteiten die de bijstandsgerechtigde ontvangt uit verkoop van bijvoorbeeld tweedehands eigen huisraad, kleding of artikelen uit een collectie, waarvan het aannemelijk is dat deze activiteiten niet beroepsmatig zijn. De vuistregel is dat dergelijk inkomsten niet langer dan 2 maanden achtereenvolgens worden ontvangen en niet meer dan in totaal 8 maanden per kalenderjaar. Zolang de incidentele inkomsten het bedrag van € 1.200 in een kalenderjaar niet te boven gaan, vallen zij niet onder de inlichtingenplicht.
Het college is van oordeel dat bijstandsgerechtigden zoveel mogelijk in de gelegenheid moeten worden gesteld in het leven keuzes te maken of activiteiten te ondernemen zoals mensen dat kunnen doen die geen bijstandsuitkering hebben.
Giftengrens Het college hecht eraan de raad te informeren dat het Amsterdams beleid rondom giften, inclusief het ontvangen van giften in natura, ongewijzigd blijft. Het gegeven dat het sociaal minimum voor veruit de meeste groepen mensen die aangewezen zijn op een inkomen op dat niveau te laag is om rond te komen, toont aan dat het voor mensen met een inkomen op bijstandsniveau vaak onontbeerlijk is om hulp uit hun directe omgeving te aanvaarden om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. De casus Wijdemeren heeft bijvoorbeeld aangetoond dat het strikte complementariteitsbeginsel dat het kabinet hanteert, mensen in onnodige problemen brengt.
Vervolg Het college zal de gehele set beleidsregels Participatiewet IOAW, IOAZ en BBZ voor de vergadering van de commissie Sociaal Economie en Democratisering van 26 februari 2025 ter kennisname aanbieden. De regels worden dan per 1 maart 2025 gepubliceerd. Dan zullen ook regels met betrekking tot inkomstenverrekening van kracht worden en regels rondom de kostendelersnorm wanneer er sprake is van vooropgezet tijdelijk verblijf.
Het college verwacht dan ook de vernieuwde beleidsregels Handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz vast te stellen. Over één van de maatregelen uit deze vernieuwde beleidsregels Handhaving, het Amsterdams Fraudebegrip, waarmee het college een nog scherper onderscheid maakt tussen bewuste en onbewuste schendingen van de inlichtingenplicht van de Participatiewet, is uw raad per brief van 18 juli 2024 geïnformeerd.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2024 Pagina 5 van 5
Het college blijft zich ook het komend jaar ervoor inzetten dat het sociaal minimum wordt verhoogd en dat het Rijk voortgang maakt met de daadwerkelijke fundamentele herziening van het sociaal stelsel in het algemeen en de Participatiewet in het bijzonder. Wanneer er op dat gebied ontwikkelingen zijn die de bestaanszekerheid van Amsterdammers direct raken, zal het college uw raad hierover informeren. Ook blijft het college verder invulling geven aan de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen. Over de voortgang daarvan wordt uw raad in het begin van 2025 geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink, wethouder Sociale Zaken