CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsbrief Meerjarige resultaten Top600 en Top400.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 9 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Meerjarige resultaten Top600 en Top400 (ZD2021-014141)6.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 18 november 2021 Openbare Orde en Veiligheid en Jeugd Femke Halsema en Simone Kukenheim Actiecentrum Veiligheid en Zorg

Onderwerp

Meerjarige resultaten Top600 en Top400

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, De afgelopen jaren ontving uw raad jaarlijks een effectmonitor van de Top600 en van de Top400. In die jaarmonitoren wordt het aantal delicten dat personen in de Top600 en Top400 pleegden vóór hun instroom in de aanpak, vergeleken met het aantal delicten tijdens regie en na uitstroom uit de aanpak. Dat ‘recidivecijfer’ laat ieder jaar een nagenoeg constant beeld zien: criminele veelplegers in de Top600 plegen tijdens en na de aanpak gemiddeld ongeveer de helft minder delicten dan daarvoor. In de Top400 is dit tijdens de aanpak ongeveer een vijfde minder, en na de aanpak de helft minder. Bovendien zijn de delicten die ze wel bleven plegen doorgaans ’lichter’ dan de ‘high impact crime’-delicten1 waar deze aanpakken oorspronkelijk op gericht zijn. In deze brief gaan we in op de resultaten van de Top600 en Top400 over de afgelopen jaren. Daarmee doen we de toezegging van de burgemeester gestand in de commissievergadering Algemene Zaken van 7 januari 2021, om u eind 2021 de meerjarige resultaten van de Top600 en de Top400 te sturen.

Deze brief kunt u lezen als reflectie op de Top600 en Top400 tot nu toe: wat heeft deze manier van werken tot op heden opgeleverd? Wat zijn de uitdagende vraagstukken waarmee we geconfronteerd worden? Welke inzichten zijn er gaandeweg opgedaan ten aanzien van de doelgroep? En hoe zorgen we dat de aanpak de komende jaren blijft meebewegen met de actuele veiligheidsvraagstukken in de stad en de regio? De reguliere monitoren van de Top600 en Top400 over 2020 en de publicatie ‘Met Zorg Aangepakt – tien jaar Top600’ vindt u als bijlagen bij deze raadsbrief. Een opmerking vooraf: u hebt per mail een uitnodiging ontvangen voor een congres op 24 november a.s. naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de Top600 in 2021. Vanwege de aangescherpte coronamaatregelen wordt dit congres echter uitgesteld naar het voorjaar van 2022. Op 24 november kunt u wel (digitaal) deelnemen aan een online studiogesprek over de geleerde lessen tot dusver. Voor het studiogesprek kunt zich aanmelden via deze link.

1 Met ‘high impact crime’ (HIC) worden delicten bedoeld die een grote impact hebben op het slachtoffer, diens directe

omgeving en het veiligheidsgevoel in de maatschappij. De klassieke HIC-delicten betreffen straatroof, woninginbraak, overvallen, zwaar geweld en moord / doodslag.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 2 van 14

Inleiding Het college gelooft dat kinderen en jongeren recht hebben op een positief toekomstperspectief en dat voorkomen beter is dan genezen. Met het programma Positief Perspectief, weerbaar opgroeien in Amsterdam investeert het college in de preventie van jeugdproblematiek, onder andere door het verstevigen van het netwerk rondom risicojongeren. Als jongeren dreigen af te glijden beschikken we over een stevige basis van onder meer jongerenwerk, laagdrempelige jeugdhulpvoorzieningen en specifieke interventies waarmee op individueel niveau of groepsniveau kan worden ingegrepen. Denk aan een gedragstraining bij Halt, begeleiding door de jeugdreclassering of opname in de aanpak voor problematische jeugdgroepen van het stadsdeel. Zo loopt het palet van licht naar zwaar. Aan het uiterste van dit spectrum beschikken we in Amsterdam over de twee integrale persoonsgerichte aanpakken voor plegers van drugs-, wapen- en HIC-delicten (waaronder geweldsdelicten), waarover wij u in deze brief informeren, de Top600 en de Top400. In de Top600 voeren we regie op veelplegers: personen die meermaals veroordeeld zijn voor HICdelicten en/of voor drugs- en geweldsdelicten (DG-delicten), waaronder (vuur)wapenbezit. Deze personen hebben doorgaans complexe problemen op meerdere leefgebieden, die (deels) ten grondslag kunnen liggen aan hun criminele gedrag.

De Top400 is regie voor jongeren (van 12 tot en met 23 jaar) die al meermaals met politie in aanraking zijn gekomen in verband met (verdenking van) misdrijven, en bij wie bovendien een aantal zorgelijke signalen zichtbaar is. Bijvoorbeeld problemen op school, deel zijn van een criminele jeugdgroep, of situaties van huiselijk geweld. Van deze jongeren bestaat de vrees dat zij zonder ingrijpen verder afglijden in de criminaliteit. De twee aanpakken zijn nauw met elkaar verweven. Ze worden uitgevoerd door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), dat als samenwerkingsverband van diverse partijen2 gespecialiseerd is in regievoeren op de meest complexe casuïstiek op het snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal domein. De Top600 en Top400 hebben dezelfde drie doelstellingen: 1) het terugdringen van recidive (met name HIC en DG), 2) het verbeteren van het toekomstperspectief van de betreffende persoon (en daarmee het beschermen van de samenleving) en 3) het voorkomen van afglijden van minderjarige broertjes en zusjes (en kinderen van de personen in regie zelf) in de criminaliteit. We combineren ‘lik op stuk’ met interventies die de motivatie tot gedragsverandering en het perspectief vergroten.

Vanwege het benodigde samenspel tussen de werelden van veiligheid en zorg zijn zowel de burgemeester als de wethouder Jeugd en Zorg nauw betrokken, waarbij de burgemeester binnen het college verantwoordelijk is voor de Top600 en de wethouder voor de Top400. De eindverantwoordelijkheid voor alle programma’s van het AcVZ ligt bij het samenwerkingsverband gezamenlijk. Besluitvorming vindt plaats in de Stuurgroep Veiligheid en Zorg, waarin alle

2 De kernpartners van het AcVZ zijn naast de gemeente Amsterdam (de directies Openbare Orde en Veiligheid (OOV),

Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD), Werk, Participatie en Inkomen (WPI), de GGD en de stadsdelen) en de Amstellandgemeenten (Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn) het Openbaar Ministerie, de politie, Reclassering Nederland, Reclassering Inforsa, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. Ook de Dienst Justitiële Inrichtingen en de GGZ-aanbieders worden tot de kernpartners gerekend. Zij leveren geen regisseurs maar zijn wel vertegenwoordigd in de Stuurgroep Veiligheid en Zorg.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 3 van 14

kernpartners vertegenwoordigd zijn. De burgemeester van Amsterdam is voorzitter van de Stuurgroep. Werkwijze In de Top600 en Top400 voert een regisseur integraal (dus vanuit alle perspectieven) en persoonsgericht (dus op maat) regie op de situatie rond een persoon3 met complexe problemen op zowel het veiligheidsvlak als het zorg- en sociale vlak. De regisseur overziet de inzet van alle bij de persoon betrokken partijen, verbindt dit in één plan van aanpak en stemt alle interventies op elkaar af. Het plan van aanpak is - behalve op straf en begrenzing (lik op stuk) - gericht op het verbeteren van iemands leven qua inkomen en positieve dagbesteding, opleiding of woonsituatie, maar ook met therapie of begeleiding. Regisseurs zorgen ervoor dat partijen voorbij het eigen (organisatie)belang kijken en dat iedereen samenwerkt naar het gemeenschappelijke doel. Er zijn op dit moment circa 100 regisseurs actief voor de Top600 en Top4004, afkomstig van de veertien kernpartners. Het AcVZ ziet regievoeren als een vak: overzicht houden en coördineren, kennis hebben over het hele spectrum van interventies (van strafrecht tot zorg en welzijn) en het voor elkaar kunnen krijgen dat je, zonder formele doorzettingsmacht, toch met alle partijen samen vooruitgang boekt in de meest complexe zaken. De regisseur vormt zo de ‘smeerolie’ in de samenwerking.

In dit vak leidt het AcVZ haar regisseurs ook doorlopend op. Doelgroep Op dit moment (peildatum 1 augustus 2021) staan er 501 personen op de Top600-lijst, van wie twee vrouwen. De gemiddelde leeftijd van een Top600-persoon is 27 jaar. De leeftijd van de hele groep varieert van 15 tot en met 71 jaar. Op 1 augustus 2021 hebben er sinds de start van de aanpak in 2011 1.650 personen op de Top600-lijst gestaan. Gemiddeld zaten Top600-personen bij uitstroom 2 jaar en 10 maanden in de aanpak. Tot nu toe zijn 1.149 Top600-personen uitgestroomd, omdat ze aanzienlijk minder (of minder zware) delicten pleegden, en dus niet meer voldeden aan de criteria. Op de Top400-lijst staan op dit moment (peildatum 1 oktober 2021) 206 personen, van wie zeven vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 19 jaar. Sinds de start in 2015 hebben 736 personen op de Top400-lijst gestaan. Top400-personen staan gemiddeld 2 jaar en 1 maand op de lijst. Voor de Top400 geldt (anders dan bij de Top600) een minimumduur van twee jaar regie. De groep Top400personen die zijn uitgestroomd omdat ze niet meer voldoen aan de criteria bestaat momenteel uit 376 personen. Daarnaast zijn inmiddels 155 personen doorgestroomd van de Top400 naar de Top600. Personen die instromen in de Top600 en Top400 hebben veel vergelijkbare achtergrondkenmerken. Hun situatie is complex en hun problemen meervoudig.

Ze plegen niet alleen delict na delict en gaan in en uit detentie, maar hebben ook vaak problemen op het gebied van bijvoorbeeld 3 We spreken binnen de aanpak van ‘personen in de aanpak’, niet van patiënten (een term uit de zorg), cliënten (een term

uit het sociaal domein) of verdachten (een term uit het strafrecht). 4 Niet alle regisseurs werken fulltime voor de Top600 en Top400. Sommigen hebben een gecombineerd takenpakket, of voeren ook regie op casuïstiek binnen andere persoonsgerichte aanpakken van het AcVZ.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 4 van 14

huisvesting en (psychische) zorg, inkomen en onderwijs. Ze hebben vaak schulden en vrijwel altijd een omgeving met veel risicofactoren, zoals familie en vrienden met criminele antecedenten, een zwak sociaal netwerk of het ontbreken van een zinvolle dagbesteding. Psychiatrische stoornissen komen veel voor, waarbij verslavingsproblematiek en persoonlijkheidsstoornissen op de voorgrond staan. Hun jeugd wordt in veel gevallen gekenmerkt door huiselijk geweld en veel problemen in het gezin. Ze wonen vaak in een wijk waar criminele verleiding aanwezig is en zijn in veel gevallen negatief beïnvloedbaar vanwege een licht verstandelijke beperking (lvb). Reeds in 2014 heeft de GGD onderzoek gedaan naar deze doelgroep en daaruit bleek al dat dergelijke problemen veel aanwezig zijn. Zo bleek 89 procent een beperkte gewetensontwikkeling te hebben en kon 86 procent niet goed omgaan met agressie en impulsen5. Recent promotieonderzoek laat zien dat de Top600 als groep, op basis van de problematiek in hun jeugd, ook naar internationale maatstaven beschouwd kan worden als een bijzonder hoog-risico groep voor diverse ongunstige uitkomsten in het verdere leven6. Voor personen met een dergelijke optelsom aan problemen volstaat het niet om louter in te zetten op straf, en ook niet uitsluitend op zorg of hulpverlening.

Duurzame gedragsverandering en perspectiefverbetering kan pas ontstaan door een slimme combinatie van interventies uit beide werelden: veiligheid en zorg. Instroom en uitstroom Er zijn vaste criteria op basis waarvan personen worden opgenomen in de Top600 of Top400. Voor de Top600 is dit een bepaald aantal aanhoudingen en veroordelingen voor HIC-delicten of drugswapen- en geweldsdelicten. Voor de Top400 geldt het aantal aanhoudingen, in combinatie met meerdere problemen op meerdere leefgebieden. Twee keer per jaar worden de Top600- en Top400-lijsten geactualiseerd en stromen de nieuwe personen die op dat moment voldoen aan de criteria in de aanpak in. Indien een Top600- of Top400-persoon niet meer voldoet aan de criteria en uitstroomt uit de aanpak zorgt de regisseur dat de casus goed wordt overgedragen aan de ‘reguliere’ lijn. De regievoering op het totaal stopt, maar dat geldt niet voor de interventies die lopen. Een jeugdzorgmaatregel of reclasseringstoezicht zal bijvoorbeeld gewoon doorgang hebben. Ook de wijkagent, veldwerk, de buurtteams en de stadsdelen kunnen een rol (blijven) spelen na uitstroom. De instroomcriteria en de afspraken over informatie-uitwisseling tussen kernpartners zijn vastgelegd in het Algemeen Convenant van het AcVZ en de daaronder vallende regelingen voor de Top600 en Top4007.

Over Top600- en Top400-personen mogen bepaalde persoonsgegevens uitgewisseld worden tussen de kernpartners. Op die manier kunnen interventies beter op elkaar afgestemd worden, heeft elke kernpartner een goed beeld van hoe het met de betreffende persoon gaat (welke afspraken zijn er, houdt de persoon zich daaraan?) en kan de regisseur de algehele gezamenlijke voortgang ‘regisseren’. Alle personen worden bij de start van de aanpak zo 5 M. Segeren en T. Fassaert, In de nesten, analyse van de voorgeschiedenis van een groep jongvolwassen gewelddadige

veelplegers in Amsterdam, 2014. In de als bijlage bijgevoegde publicatie is een artikel te vinden over de belangrijkste inzichten over de doelgroep van de GGD sinds de start van de aanpak. 6 M. Segeren, Caught in adversity: The development, persistence and escalation of criminal behavior from a public mental health care perspective, 2020 (PhD, Vrije Universiteit Amsterdam) 7 Het AcVZ-convenant en de regelingen zijn te vinden op www.amsterdam.nl/acvz

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 5 van 14

mogelijk gescreend door de GGD, om inzicht te krijgen in hun (mentale) gezondheid en verstandelijke vermogens, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij de bejegening van de persoon en bij de keuze voor interventies8. Als onderdeel van het pakket van maatregelen om de ontwrichtende werking van de drugseconomie op jonge mensen en wijken tegen te gaan, zijn de Top600-criteria sinds 2019 uitgebreid met drugs- wapen- en geweldsdelicten (DG-delicten), naast HIC-delicten. Dit vanwege de toenemende impact van drugshandel op het openbare leven in de wijken, de zorgen om incidenten van excessief geweld in de openbare ruimte en de aantrekkingskracht van het snelle drugsgeld op jongeren. Samen met het programma Weerbaar Amsterdam (samenvoeging van Weerbare Mensen, Weerbare Wijken en De Weerbare Stad) worden nieuwe interventies ontwikkeld en uitgeprobeerd. Resultaten De recidivecijfers van de Top600 en Top400 worden jaarlijks aan de raad gerapporteerd in de ‘Monitor Top600 (of Top400) in beeld’9. Minstens net zo belangrijk als de recidivecijfers zijn de effecten op het maatschappelijke perspectief van de personen in regie en van de minderjarigen in hun omgeving. Doelstelling 2 en 3 zijn immers perspectiefverbetering en het voorkomen van afglijden van broertjes en zusjes. Hieronder zijn de verschillende resultaten beschreven.

Hoe de recidive-afname jaarlijks gemeten wordt Het meten van recidive kent een aantal beperkingen. Ten eerste beschikken we alleen over ‘harde’ data, over het aantal aanhoudingen en dagvaardingen. Criminaliteit waarbij de dader in beeld is dus. Het is mogelijk dat personen in de aanpak een recidiveafname laten zien, omdat ze minder in beeld komen bij politie en justitie. Bijvoorbeeld vanwege een verminderde of andere inzet van de opsporingscapaciteit. Daar staat wel tegenover dat de pakkans van de personen in de aanpak groter is nu ze onder een vergrootglas liggen (bij onder andere politie, straatcoaches en reclassering). Ten tweede kent criminaliteit een leeftijdseffect: sommige criminele veelplegers gaan minder plegen naarmate ze ouder worden, ongeacht of ze in regie zijn. Een beperkt deel van de recidivevermindering zou daaraan toegeschreven kunnen worden. Daarbij moet worden opgemerkt dat de veelplegers in de Top600 in veel gevallen de ‘natuurlijke leeftijd’ om te stoppen voorbij zijn. Ten derde wordt detentie wel eens genoemd als alternatieve verklaring voor de recidiveafname: wie vastzit kan immers geen of minder delicten plegen. We hebben echter geen aanleiding om in het simpele feit dat ze gedetineerd zijn een verklaring te zien voor de recidiveafname. Personen in de aanpak zaten immers ook voor de aanpak al vaak in detentie en hadden toen een hoger

8 Personen werken niet altijd mee aan screening. In 2018 werd 70 procent van de personen in de Top600 gescreend bij de

start van regie. In 2020 was dat, mede als gevolg van de coronapandemie, een stuk lager met 47 procent. Er wordt hard gewerkt om dit percentage weer te verhogen. 9 Voorheen ook wel de “Effectmonitor” Top600 of Top400 genoemd.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 6 van 14

recidivecijfer. Ten vierde neemt met name HIC-criminaliteit landelijk al een aantal jaar af10. Het feit dat in de Top600 echter meteen na de start van regie een (flinke) daling van de recidive te zien is, is een aanwijzing dat in ieder geval een deel van de vermindering verband houdt met de aanpak (zie figuur 2). Ondanks deze beperkingen zijn de recidivecijfers de meest objectieve graadmeter waarover we beschikken. Het AcVZ berekent de recidive door van alle personen in de aanpak de gepleegde misdrijven (dagvaardingen door het OM) vóór de start van de aanpak te vergelijken met de gepleegde misdrijven (ten minste een jaar) ná de start van de aanpak. Er bestaat geen groep criminele personen in Amsterdam met precies dezelfde karakteristieken, waarmee de Top600 vergeleken kan worden. Immers, alle personen die in de regio Amsterdam-Amstelland aan de instroomcriteria voldoen worden in principe in de aanpak opgenomen. Het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (WODC) doet op dit moment een poging om desondanks een vergelijkend onderzoek te doen.

Het WODC vergelijkt de recidive van de personen in de Top600 met die van een groep veelplegers die weliswaar niet aan de Top600-criteria voldoen (die dus lichter zijn qua criminele antecedenten), maar die - naar we op dit moment aannemen - wel vergelijkbaar genoeg zijn om zo nog meer inzicht in (het meten van) de Top600-recidive te krijgen. Uiteraard wordt de raad over de uitkomsten van dit WODC-onderzoek geïnformeerd. Recidivevermindering over de periode 2014-2020 Hieronder vindt u een samenvatting van de recidivemetingen van de Top600 van 2014 tot en met 2020. Tot 2014 werden de Top600-data nog niet op dezelfde wijze bijgehouden. Voor de Top400 benutten we de data vanaf de start van die aanpak in 2015. Uitgebreide metingen en analyses, inclusief duiding van alle cijfers, zijn te vinden in de effectmonitoren die de raad jaarlijks over deze aanpakken heeft ontvangen. De nieuwste monitoren, over 2020, vindt u in de bijlage. De recidivecijfers zijn uitgesplitst naar personen die op de peildatum nog in regie waren (huidige Top600/Top400) en personen die al zijn uitgestroomd (Top600/Top400 uitstroom). De recidivecijfers van de Top600 De groep personen die op 1 januari 2021 een jaar of langer op de Top600-lijst stond (n=37511) werd tijdens de hele regieperiode gemiddeld 48 procent minder vaak gedagvaard dan in de twee jaar voordat zij in regie waren.

10 Uit onderzoek van het WODC blijkt dat het aantal personen dat is veroordeeld volgens het volwassenenstrafrecht de

laatste jaren sterk is gedaald. Van 155.941 in 2008 naar 107.705 in 2017. Deze daling is ook terug te zien voor traditionele HIC-delicten. (S. Verweij e.a., Recidive onder justitiabelen in Nederland, cahier 2021-21). 11 In 2020 stonden 500 personen op de Top600-lijst maar de recent ingestroomde groep (tot en met het eerste regiejaar) wordt in deze meting niet meegenomen omdat zij nog geen heel jaar in de aanpak zitten. Aanname is dat het effect van de aanpak na een jaar terug te zien is in de cijfers.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 7 van 14

Figuur 1. Afname recidive huidige Top600 (per jaar) 100% 80% 60%

41%

49%

40%

34%

31%

2016

2017

41%

45%

48%

2018

2019

2020

20% 0% 2014

2015

Uitgesplitst naar categorieën delicten is het aantal HIC-delicten met 52 procent gedaald, de DGdelicten met 37 procent en alle overige (veelal lichtere) delicten met 47 procent12. Kort gezegd: een jaar nadat mensen in de aanpak komen, is het aantal misdrijven waarvoor ze voor de rechter komen ongeveer gehalveerd. Eén op de vijf personen op de Top600-lijst van 2020 (21 procent) wordt sinds de start van regie helemaal niet meer gedagvaard. Deze cijfers zijn in de Top600 over de jaren heen vrij constant gebleven. Vanaf 2014 schommelt de totale recidivedaling tussen de 30 en 50 procent13. Dit meerjareneffect is ook te zien als we kijken naar het gemiddelde aantal gedagvaarde zaken per persoon in de aanpak, door de jaren heen. In onderstaande grafiek is te zien dat de Top600personen in de twee jaar vóór de start van de aanpak gemiddeld meer dan twee keer per jaar gedagvaard zijn, oftewel met een zaak voor de rechter moesten komen. Al snel nadat deze personen in de aanpak opgenomen worden, daalt dit naar gemiddeld iets meer dan één dagvaarding per jaar. Daarbij moet in acht genomen worden dat personen die niet meer of veel minder plegen, uit de aanpak uitstromen en in deze grafiek niet meer worden meegenomen. Toch blijft ook de recidive voor de personen die nog op de lijst staan elk jaar structureel laag.

Dit laat het dempende effect van de aanpak op de recidive zien, zelfs bij de personen die langer dan gemiddeld op de lijst staan.

12 Tot de overige delicten worden onder meer diefstal, heling of vernieling gerekend. 13 In 2017 is een aanpassing van de meetmethode doorgevoerd. In de Monitor Top600 in beeld 2020 worden de

belangrijkste wijzigingen beschreven op pagina 32.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 8 van 14

Figuur 2. Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per regiejaar Top600 (totaal) 2,5 2,3 2,1 De daling in het aantal gedagvaarde zaken is het sterkst in het eerste jaar na start van regie.

2 1,5

1,3

1,3 1,1

1 0,5

1,1

1,1

Deze grafiek gaat over alle personen die nog in de aanpak zitten, waarbij per persoon naar de jaren voor en na de start van regie gekeken is. Dat zijn er per regiejaar steeds minder, want gemiddeld stromen personen na ruim 2 jaar uit.

0

Vervolgens is het de vraag hoe het zit met de recidive van de personen die door de jaren heen uiteindelijk zo weinig of geen delicten meer plegen dat ze uit de aanpak uitstromen. De recidive van deze groep blijft ook na uitstroom constant laag, met een daling van rond de 60 procent14. Figuur 3. Afname recidive uitgestroomde Top600 (per jaar) 100% 80% 58%

59%

59%

57%

59%

60%

2015

2016

2017

2018

2019

2020

60% 39% 40% 20% 0% 2014

De recidivecijfers van de Top400 De Top400 is zoals gezegd vooral gericht op het voorkomen dat jonge plegers verder afglijden in de criminaliteit. De instroomcriteria van de Top400 zijn qua strafrechtelijke antecedenten dan ook lichter dan die van de Top600. Zo zijn er minder aanhoudingen en zelfs nog geen enkele veroordeling nodig om in de Top400 te komen. Daarentegen wegen er ook zorgsignalen mee voor de instroom. Ook gaat het hier uitsluitend om jongeren en jongvolwassenen. Dat is van belang om te benadrukken, want het maakt dat personen in de Top400 in de jaren vóór regie al veel minder delicten gepleegd hebben (en minder aangehouden en veroordeeld zijn) dan personen in de 14 Het gaat hier om het gemiddeld aantal delicten per persoon in de twee jaar vóór regie, versus het gemiddeld aantal

delicten per persoon in de jaren sinds de start van de regie, inclusief tot maximaal vijf jaar na uitstroom.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 9 van 14

Top600. De recidivevermindering bij de personen in de aanpak is daarom ook lager, en wellicht ook minder veelzeggend dan voor de Top600. Bij het meten van de recidive wordt in de Top400 primair gekeken naar het aantal aanhoudingen per persoon, als indicatie van het (potentiële) criminele of overlastgevende gedrag op straat, naast het aantal dagvaardingen (de officiële recidive). Deze cijfers lopen overigens niet veel uit elkaar. Figuur 4. Afname aanhoudingen en dagvaardingen huidige Top400 (per jaar) 100% 80% 60% 40% 20%

34% 13%

21% 11%

0% 2017

2018 aanhoudingen

20%

22%

19%

18%

2019

2020

gedagvaarde zaken

De groep personen die op 1 januari 2021 een jaar of langer op de Top400-lijst stond (n=12615) werd in 2020 gemiddeld 18 procent minder aangehouden dan in de twee jaar voordat zij in regie waren. Ruim een vijfde van de huidige Top400 (peildatum 1 januari 2021) is sinds de start van de regie helemaal niet meer aangehouden. De cijfers over de afname van het aantal aanhoudingen zijn in 2020 vergelijkbaar met die over het aantal dagvaardingen: 22 procent totale daling. Hoewel de Top400 minder lang loopt dan de Top600, zijn er genoeg data om al een beeld te kunnen schetsen hoe het gaat met de recidive van de personen die sinds hun opname in de aanpak zo weinig of niet meer hebben gepleegd dat ze weer uit de aanpak zijn uitgestroomd. Op 1 januari 2021 waren dat (sinds de start van de aanpak in 2015) 319 personen. Figuur 5. Afname aanhoudingen en dagvaardingen uitgestroomd Top400 (per jaar) 100% 80% 60%

51%

55%

57%

40%

48%

43%

44%

58% 52%

20% 0% 2017

2018 aanhoudingen

2019 gedagvaarde zaken

2020

15 In 2020 stonden in totaal 218 personen op de Top400-lijst, maar de recent ingestroomde groep (dus tot en met het

eerste regiejaar) wordt in deze meting niet meegenomen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 10 van 14

Van de uitgestroomde Top400-personen blijft de recidive dus constant laag. Zo schommelt de daling in het aantal aanhoudingen sinds 2017 tussen de 50 en 60 procent, en voor de recidive (dagvaardingen) is dat een paar procent lager (tussen 43 en 52 procent). Overige resultaten van de Top600 en Top400 Zoals gezegd zijn naast recidivevermindering ook het verbeteren van het toekomstperspectief en het voorkomen van afglijden van minderjarigen in de omgeving van de Top600- en Top400personen (broertjes en zusjes en eigen kinderen) doelstellingen van de aanpak. De effecten van de aanpak op deze doelstellingen zijn niet in cijfers te vatten en dus moeilijker te meten. Wel kan gekeken worden naar de binnen de aanpak ingezette interventies en wat we weten over de resultaten daarvan. Hieronder is een selectie weergegeven van verschillende verdiepende analyses die de afgelopen jaren door het AcVZ zijn gedaan16. Resultaten van een aantal ingezette interventies:  Daar waar nodig en mogelijk worden interventies ingezet vanuit een justitieel kader, zoals begeleiding of behandeling, zich houden aan een gebieds- of contactverbod of meewerken aan begeleid wonen in de bijzondere voorwaarden bij een OM-beschikking, schorsing, detentiefasering of een vonnis. Dit justitieel kader biedt zo een ‘stok achter de deur’ om personen mee te laten werken aan het plan van aanpak.

De regisseur levert hiertoe input bij de reclassering en de reclassering adviseert OM en rechtbank en houdt toezicht of personen zich aan de voorwaarden houden. In vergelijking met personen buiten de aanpak krijgen Top600- en Top400-personen tussen de 16 en 21 procentpunt vaker bijzondere voorwaarden opgelegd. 

Een voorwaarde om te voorkomen dat iemand (verder) afglijdt in de criminaliteit is het bieden van maatschappelijk perspectief. Daarom wordt binnen de Top600 en Top400 ingezet op het verkrijgen van een startkwalificatie, een positieve dagbesteding en legaal inkomen. Voor de personen in de Top600 en Top400 is er het speciaal daartoe ingerichte Interventieteam van Werk, Participatie en Inkomen (WPI), dat zich onder meer bezighoudt met het stabiliseren van personen door middel van werk, inkomen en dagbesteding en met het oplossen van schulden. Dit zijn belangrijke voorwaarden om een nieuw leven op te bouwen. In de periode 2015 t/m 2020 zijn er binnen de Top600 per jaar tussen de 30 en 43 procent begeleidingstrajecten van WPI positief afgesloten17. Voor de Top400 liggen die percentages tussen de 61 en 80 procent.

Detentie wordt in de Top600 en Top400 benut als ‘impactmoment’. Tijdens de detentieperiode worden personen gestimuleerd tot het maken van andere, positievere keuzes. Er is een speciale Top600-afdeling ingericht binnen Justitieel Complex Zaanstad, waar de meeste Top600-personen gedetineerd zitten. Al tijdens detentie werken we aan een plan voor terugkeer, met daarin aandacht voor bijvoorbeeld een geldig ID-bewijs (een bekend obstakel voor ex-gedetineerden), dagbesteding, werk en inkomen, huisvesting,

16 Verdieping van deze informatie is te vinden in de afzonderlijke monitoringsinstrumenten over de Top600 en Top400 uit

de periode 2014-2020, die te vinden zijn via Raadsinformatie. 17 Een positief afgerond begeleidingstraject van WPI betekent dat een persoon naar school of werk is begeleid. Indien een persoon niet meewerkt of geen inlichtingen verstrekt, geldt dit als een negatief afgerond begeleidingstraject. Een begeleidingstraject wordt als neutraal afgerond geregistreerd in geval van detentie, verhuizing naar een andere gemeente of overlijden.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 11 van 14

(toeleiding naar) zorg, de aanpak van schulden én het werken aan motivatie tot gedragsverandering. In de periode 2017 tot en met 2020 is de ontwikkeling van de situaties op de verschillende leefgebieden van Top600-personen voorafgaand en na detentie onderzocht. Op alle leefgebieden is verbetering te zien. 

De (minderjarige) broers, zussen en kinderen van Top600- en Top400- personen lopen een verhoogde kans om zelf in crimineel gedrag te vervallen. Om dit te voorkomen richten Team Vangnet van de GGD (voor kinderen tot 8 jaar) en het Preventief Interventieteam (PIT) van de gemeente (voor kinderen van 8 jaar en ouder) zich op de begeleiding van de minderjarige broertjes, zusjes en kinderen van Top600- en Top400-personen. Daarnaast zijn ook de gecertificeerde instellingen betrokken bij de hulpverlening aan minderjarige broertjes en zusjes van Top600- en Top400-personen. Uit onderzoek naar de effectiviteit van het PIT blijkt een significante afname van grensoverschrijdend en agressief gedrag na zes en twaalf maanden bij 70 tot 80 procent van de kinderen18.

Financiën Op dit moment is er een structureel budget van €5,16 miljoen beschikbaar voor de Top600 en Top400 gezamenlijk. Het huidige budget stelt het AcVZ in staat de inzet te organiseren die nodig is om de aanpak uit te voeren. Uit dit budget wordt een aantal essentiële onderdelen betaald, zoals de screeningen die de GGD doet bij personen in de aanpak en de gedrag beïnvloedende interventies die effectief zijn voor deze complexe doelgroep. De afgelopen jaren waren de Top600 en Top400 niet volledig gevuld. Afspraak met de kernpartners is dat gezamenlijk voldoende capaciteit beschikbaar wordt gesteld voor in totaal circa duizend zaken. In de praktijk blijkt echter de capaciteit bij een groot aantal partners onder druk te staan. Dit is een lastig gegeven waarover we doorlopend met de partners in gesprek zijn. Alle partners zijn gecommitteerd aan de afspraken en spannen zich in om daaraan tegemoet te komen. Beschouwing: wat is de meerwaarde? De afgelopen maanden is er door de kernpartners van het AcVZ gezamenlijk gereflecteerd op de vraag wat de maatschappelijke meerwaarde is van de Top600 en Top400, naast de effecten voor de regiepersonen zelf. Deze intensieve manier van samenwerken rond personen met complexe problemen en ernstig delictgedrag, is dat de investeringen waard? De partners gaven in die gesprekken unaniem aan nog vierkant achter de aanpakken te staan.

De partners wijzen op de positieve invloed van het samenwerken in de Top600 en Top400 voor hun eigen slagkracht als organisatie. Ze zien duidelijke meerwaarde in het werken vanuit een gedeelde visie, met gezamenlijke doelen en met commitment op zowel uitvoerend, management als bestuurlijk niveau. Door de gezamenlijke resultaten doorlopend te monitoren ontstaan er inzichten die er anders niet waren en wordt de effectiviteit van de samenwerking vergroot, ook buiten de aanpakken. Zo is bijvoorbeeld het inzicht na de start van de aanpak dat een groot aantal Top600-personen op het niveau van een licht verstandelijke beperking functioneerde aanleiding 18 Van Zonneveld (2019). Early Intervention in children at high risk of future criminal behaviour, indications form

neurocognitive and neuroaffective mechanisms, p.90-107

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 12 van 14

geweest om het forensisch zorgaanbod aan te passen. Screeningsinstrumenten en interventies zijn aangepast, de zorg is ‘outreachender’ geworden, professionals zijn getraind in het werken met deze (vaak zorg mijdende) doelgroep. Ander belangrijk voordeel: de netwerksamenwerking rond de Top600 en Top400 maakt het mogelijk om juridisch gelegitimeerd informatie over personen uit te wisselen die anders ongedeeld bleef. De betere informatiepositie maakt dat partners een écht integraal plan van aanpak rond een persoon maken en uitvoeren. Ten slotte ervaren partners dat zij dankzij de samenwerking snel strategie kunnen bepalen ten aanzien van trends en ontwikkelingen binnen de doelgroep of het werkveld en opgedane inzichten snel in de praktijk kunnen brengen. In interviews door het AcVZ met twintig regisseurs van de Top600 en Top400 over wat zij zelf zien als hun impact, geven zij aan dat zij met hun kennis over de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein en hun belangeloze positie ‘boven’ de casus kunnen hangen. Door de structuur (netwerk, interventies, juridische basis) waarin de regisseurs zijn ingebed lukt het om innovatief te werken, systeemfouten of structurele knelpunten aan te pakken. Personen in de aanpak hebben volgens de regisseurs door de uitwisseling van informatie en de continue aandacht sterker het gevoel dat zij in de gaten worden gehouden.

De inschatting van de regisseurs is dat zij daardoor minder ruimte voelen om (zware) delicten te plegen. Het werken met deze complexe doelgroep kan ook taai zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om de 41 personen die al sinds de start van de aanpak op de Top600-lijst staan (de ‘hardnekkigen’), bij wie met name zeer complexe psychiatrische en/of verslavingsproblematiek speelt en voor wie in veel gevallen stabilisatie van de situatie het hoogst haalbare (en al winst) is. Een deel van deze personen zal altijd begeleiding nodig hebben. Het kan ook vragen oproepen over de effectiviteit van de aanpak wanneer er ernstige geweldsincidenten voorkomen waar personen uit de Top600 en Top400 bij betrokken zijn. Daarin speelt de complexe problematiek van de plegers, bijvoorbeeld bij jongeren met een verstandelijke beperking, een grote rol. Doordat de laatste jaren meer personen in de aanpak zijn ingestroomd op basis van drugs- wapenen geweldsdelicten, zien we meer verhard gedrag en personen die moeilijk te motiveren zijn tot gedragsverandering. Hoewel we ook op de drugsdelicten een flinke recidivevermindering zien, vraagt dit erom dat vanuit de aanpak vaker of steviger wordt ingezet op lik op stuk. De inzet van politie en OM is hierin onontbeerlijk, maar ook andere partners kunnen (in gezamenlijkheid) repressieve maatregelen nemen.

De samenwerking met het RIEC Amsterdam-Amstelland biedt hierin kansen. Voor het relatief kleine deel van de doelgroep dat ondanks alle inzet ongemotiveerd blijft om gedrag te veranderen en dat lijkt te kiezen voor een leven in de criminaliteit, zit toch meerwaarde in de gezamenlijke focus op lik op stuk, het voorkomen van grotere risico’s (waaronder voor de openbare orde) én het beperken van negatieve invloed in de wijk. Een ander lastig vraagstuk is dat de bekende regionale knelpunten rond wachttijden voor (begeleid) wonen en behandeltrajecten, maar ook de beperkte capaciteit voor de opsporing, invloed hebben op de uitvoering van de Top600 en Top400. De eerstgenoemde knelpunten maken dat in veel gevallen gewacht moet worden op de beschikbare hulp en/of huisvesting, wat zeer belemmerend werkt bij deze doelgroep met veel wantrouwen naar instanties en weinig motivatie

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 13 van 14

tot verandering. Laat staan dat de best passende zorg geboden kan worden. Dit heeft gevolgen voor de effectiviteit van de aanpak met name bij de personen met complexe zorgproblematiek, die in veel gevallen ook langer dan gemiddeld op de lijst staan (zoals de hardnekkigen). De beperkte opsporingscapaciteit bij politie zorgt ervoor dat het moeilijker kan zijn om een volledig beeld te krijgen van de criminele activiteiten van de personen op de lijst. Vooral bij het zichtbaar maken van drugscriminaliteit is dit van groot belang. Focus voor de komende jaren In de afgelopen tien jaar zijn aard en omvang van de criminaliteit in Amsterdam en regio veranderd. Niet alleen zien we dat een deel van de doelgroep en de gepleegde criminaliteit verhardt, ook zijn nieuwe thema’s urgent geworden. Denk aan drugsgeweld, wapenproblematiek en drillrapgerelateerd geweld, en ook de veiligheid van de professionals werkzaam in dit veld. Om in te kunnen spelen op deze veranderingen en effectief te kunnen blijven, is continue ontwikkeling van de Top600 en Top400 vereist. Uiteraard inclusief de verbinding met verwante programma’s en thema’s zoals Weerbaar Amsterdam, de aanpak van wapens, Positief Perspectief en het Schoolveiligheidsbeleid. Daarnaast krijgt de inzet op preventie steeds meer aandacht.

In 2020 is gestart met de herijking van de Top400, waarbij 25 procent van de regiecapaciteit van de Top400 meer wijkgericht en preventief wordt ingezet. Zo wordt de expertise van de Top400 op dit moment ook ingezet op scholen, binnen wijkteams en stadsdelen en daar bouwen we op voort. Dit is onderdeel van het programma Positief Perspectief. Daarnaast investeren we in de samenwerking met ouders, zowel preventief als in het betrekken van ouders als hun kind in de aanpak wordt opgenomen. Het Preventief Interventieteam (PIT) is inmiddels actief op tachtig basisscholen in de stad. Afrondend Samenwerking is logisch, maar niet vanzelfsprekend. Voor de complexe doelgroep blijft een gezamenlijk plan van aanpak nodig, los van ieders afzonderlijke wettelijke taak. Het besef dat een intensieve samenwerking tussen partijen uit de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein essentieel is om een antwoord te bieden aan de meest complexe casuïstiek, wordt inmiddels gelukkig breed gedragen. Door integraal regie te voeren in situaties die zo taai zijn dat eenvoudiger vormen van regie of casemanagement niet voldoen, zijn de Top600 en Top400 essentieel onderdeel van de aanpak van actuele veiligheidsvraagstukken, ook de komende jaren. Uit de meerjarige resultaten blijkt een aanzienlijke recidivevermindering, ook bij de personen die langer op de lijst staan.

Dat resultaat is bovendien blijvend na uitstroom uit de aanpak. En bij een groot deel van de personen in de aanpak zien we een perspectiefverbetering.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 18 november 2021 Pagina 14 van 14

Tot slot, op dit moment werken we aan een plan om de Top600 en Top400 op basis van de opgedane inzichten van de afgelopen jaren klaar te maken voor de nieuwe collegeperiode. Hierover zullen we de raad in de loop van 2022 informeren. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Femke Halsema Burgemeester

Simone Kukenheim Wethouder

Bijlagen: 1. Monitor Top600 in beeld 2020 2. Monitor Top400 in beeld 2020 3. Publicatie ’Met Zorg Aangepakt - Tien jaar Top600’

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10846238/1