1. Overeenkomst stichting IJbaan 210923.pdf
Tekst van het document
Intentieovereenkomst tussen de Gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en Stichting IJbaan inzake de ontwikkeling van de IJbaan, een stedelijke kabelbaanverbinding in HavenStad – Amsterdam
1
Intentieovereenkomst A.
De Gemeente Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en wethouders, namens deze de heer E.J. de Vries, wethouder van de gemeente Amsterdam, hierna te noemen 'de Gemeente';
B.
Stichting IJbaan Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, vertegenwoordigd door de heer B.J.M. Dekker, voorzitter, en de heer D. Witvoet, bestuurslid, hierna te noemen 'Stichting IJbaan';
C.
Het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, vertegenwoordigd door de heer G. (Gerard) C.W.M.P. Slegers, portefeuillehouder van het Dagelijks Bestuur,
hierna gezamenlijk te noemen: "Partijen" of ieder afzonderlijk “Partij”.
Overwegingen - De IJbaan, de uitwerking, planvorming en ontwikkeling van een stedelijke kabelbaanverbinding over het IJ, is voortgekomen uit het burgerinitiatief "Ei aan het IJ". Dit initiatief is in het voorjaar van 2014 van start gegaan. Na deelname aan de gemeentelijke studie "Sprong over het IJ" in het voorjaar van 2015, is op 21 december 2015 Stichting IJbaan Amsterdam opgericht. - Op 12 december 2016 is een eerste “quickscan” haalbaarheidsonderzoek gepresenteerd door Stichting IJbaan, dat door Arcadis is uitgevoerd in opdracht van en in samenwerking met Stichting IJbaan. De financiering van dit onderzoek is bijeengebracht door circa 200 particuliere crowdfunders en de stadsdelen Noord, West en Oost. De conclusie van Stichting IJbaan en Arcadis, mede op basis van de uitkomsten van de VMA analyse die in het najaar van 2016 door de Gemeente Amsterdam is uitgevoerd, was dat de vervoerswaarde voldoende was om een verbinding op westflank (en de oostflank) te realiseren. - In een brief van 20 juni 2017 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Amsterdam aan Stichting IJbaan medegedeeld dat de optie voor een kabelbaan in het programma voor Haven-Stad (op de westflank) nader zal worden onderzocht. Vervolgens hebben de Gemeente, het Havenbedrijf en de Vervoerregio meegewerkt en meebetaald aan dit onderzoek in opdracht van de Stichting IJbaan.
- Op 14 juni 2018 heeft Stichting IJbaan een tweede haalbaarheidsonderzoek en schetsontwerp gepresenteerd. De financiële en inhoudelijke ondersteuning voor deze onderzoeksfase is destijds georganiseerd door Stichting IJbaan bij een aantal publieke en private partijen: de Gemeente Amsterdam, de Vervoerregio Amsterdam, de Haven van Amsterdam, Rabobank Amsterdam, Heren2, Biesterbos/Volker Wessels, Zadelhoff Beheer en Ace Concepts & Events. De uitkomsten van dit uitgebreide onderzoek, uitgevoerd door Arcadis en UNStudio, ondersteunen de eerdere conclusie van Stichting IJbaan dat een stedelijke kabelbaanverbinding op de westflank, in het hart van Haven-Stad (van de Amsterdam Marina via de Minervahaven naar de Hemknoop), een relevante vervoersverbinding is. - Op 28 november 2018 is een expertsessie gehouden, georganiseerd door de Gemeente Amsterdam, waaraan een brede vertegenwoordiging van de gemeente, de initiatiefnemers en adviseurs Arcadis en UNStudio hebben deelgenomen. - Op 10 juli 2019 heeft de Gemeenteraad van Amsterdam aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam bij motie verzocht om zich in te spannen om te komen tot afspraken met de initiatiefnemers van de IJbaan, over haalbaarheid, over taak- en kostenverdeling en over planning. Voorwaarde die wordt gesteld is dat de IJbaan privaat zal worden gefinancierd en geëxploiteerd.
- In de periode van september 2020 tot en met mei 2021 werkt Stichting IJbaan samen met de Gemeente Amsterdam aan de actualisatie van eerdere onderzoeken. De Haven van Amsterdam 2
-
-
-
-
-
-
en een aantal private partijen verstrekken financiële middelen om de onderzoeken van UNStudio en Arcadis te financieren. In september 2020, voordat Stichting IJbaan haar aanvullende onderzoeken heeft afgerond, benoemt de Commissie d’Hooghe in haar advies Oeververbindingen een kabelbaanverbinding als - in de eerste plaats - een toeristische attractie. Mits privaat gefinancierd zou daarvoor plaats kunnen zijn in Haven-Stad in relatie met de naar de Coenhaven te verplaatsen cruise terminal. Op 16 november 2020 presenteert Stichting IJbaan de nieuwe onderzoeken aan het College van Burgemeester en Wethouders, alsmede aan de Gemeenteraad van Amsterdam. Volgens de Stichting bevestigen de onderzoeken dat de IJbaan, in het hart van Haven-Stad, een relevante en privaat te financieren vervoersverbinding is. Stichting IJbaan verzoekt het College en de Gemeenteraad toestemming en medewerking te verlenen aan de realisering van de privaat te financieren en te exploiteren IJbaan. Stichting IJbaan heeft zich vervolgens ingespannen om duidelijk te communiceren dat de IJbaan een relevante, aanvullende vervoersverbinding is in Havenstad, die het gebied op korte termijn “op de kaart kan zetten”, en geen competitie vormt voor andere plannen van de Gemeente voor verbindingen over het IJ.
Tevens is de Stichting IJbaan overtuigd dat de IJbaan een prachtige mogelijkheid is om het 750jarig bestaan van de stad Amsterdam te vieren met de opening van de IJbaan in 2025, als verbinding die tevens de bereikbaarheid van de delen van Haven-Stad ten zuiden en ten noorden van het IJ onderling, en met de rest van de stad, verbetert en daardoor de ontwikkeling van dit gebied stimuleert. Volgens de Stichting IJbaan wordt hiermee een nieuw soort hoogwaardig vervoer in de stad geïntroduceerd, waarmee Amsterdam zich in het 750-jarig jubileumjaar 2025 wereldwijd kan profileren en een cadeau van de burgers voor de jarige stad. In het voorjaar van 2021 komen Stichting IJbaan en de Gemeente Amsterdam overeen gezamenlijk en actief te zoeken naar een aantal alternatieve tracés voor de stedelijke kabelbaanverbinding die voldoende vervoerswaarde genereert, ruimtelijk goed inpasbaar is, bijdraagt aan de ontwikkeling van Haven-Stad, snel realiseerbaar is (2025) en de realisering van de zogeheten westbrug in de toekomst niet in de weg staat.
In vervolg daarop achten de Gemeente Amsterdam, de Vervoerregio en Stichting IJbaan het wenselijk een intentieovereenkomst aan te gaan met betrekking tot de vervolgstappen (waaronder de gezamenlijke analyse van de variant die het meest kansrijk lijkt) die worden gezet tot aan een eventuele realisatieovereenkomst en daarin enkele belangrijke kaders vast te leggen.
Komen overeen Artikel 1 - De ambitie en het doel 1. De ambitie die onder deze overeenkomst ligt, is de mogelijke realisatie van een stedelijke kabelbaanverbinding als hoogwaardige verbinding voor reizigers (met en zonder fiets) over het IJ tussen beide oevers. 2. Het doel van deze overeenkomst is te onderzoeken: a. Of en op welke wijze kan worden gekomen tot een haalbare ontwikkeling van de IJbaan; b. Of, en zo ja op welke wijze partijen tot samenwerking kunnen komen bij de planuitvoering; c. Welke aanvullende analyses en onderzoeken nodig zijn om tot afspraken over een eventuele realisatie van de IJbaan te komen; d. De resultaten van aanvullende analyses en onderzoeken vast te leggen in een beslisdocument, waarin voldoende basis voor partijen aanwezig is, om tot besluitvorming omtrent verdere samenwerking te komen.
3
Artikel 2 – Beslisdocument 1. De uitkomsten van de aanvullende analyses en onderzoeken, alsmede alle overige aspecten, die van belang zijn voor de besluitvorming over de haalbaarheid van de IJbaan, worden vastgelegd in een beslisdocument. 2. Indien uit een of meer van deze aanvullende analyses en onderzoeken blijkt dat geen sprake is van een haalbaar plan, is onderzoek op de overige punten niet meer nodig. Artikel 3 –Vervolgovereenkomst 1. Indien op basis van het beslisdocument voldoende basis voor partijen aanwezig is om tot besluitvorming omtrent verdere samenwerking te komen, kunnen Partijen een eventuele vervolgovereenkomst overeenkomen. 2. Deze vervolgovereenkomst kan uitsluitend worden overeengekomen in geval van positieve besluitvorming van het college en de Gemeenteraad van Amsterdam en het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio over het beslisdocument. Afhankelijk van de uitkomsten in het beslisdocument stellen de afzonderlijke partijen zelf te zijner tijd de exacte besluiten op. 3.
In de vervolgovereenkomst zal de medewerking worden vastgelegd van de gemeente Amsterdam aan het initiatief in de vorm van in ieder geval planologische medewerking en vergunningverlening, alsmede de medewerking van de Vervoerregio aan een verzoek van of namens Stichting IJbaan om een ontheffing binnen de kaders van artikel 29 van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) en eventuele overige (privaatrechtelijk) benodigde medewerking van de gemeente, voortvloeiend uit het in artikel 4 gemelde onderzoek. 4. Partijen zullen het Havenbedrijf betrekken bij het onderzoek en de eventuele vervolgovereenkomst. 5. Nadat het beslisdocument gereed is, zijn Partijen, ieder voor zich, vrij te besluiten betreffende het uitvoeren van de ontwikkeling en omtrent het aangaan van de vervolgovereenkomst. 6. De gemeente behoudt bij de nakoming van hetgeen in deze overeenkomst is bepaald volledig haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden. Er kan van de gemeente derhalve niet worden verwacht dat zij haar besluitvorming in het kader van deze overeenkomst laat prevaleren boven een zwaarder wegend algemeen gemeentelijk belang. 7. Deze overeenkomst laat de uitoefening van alle publiekrechtelijke bevoegdheden door het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio, gehoord hebbende de Regioraad, onverlet.
Uitoefening, door het Dagelijks Bestuur, van haar publiekrechtelijke taken en/of handelen door het Dagelijks Bestuur, overeenkomstig haar publiekrechtelijke bevoegdheden, zal jegens Partijen geen toerekenbare tekortkoming in de nakoming van deze Overeenkomst opleveren.
Artikel 4 – Het onderzoek en de planologie 1. Teneinde te kunnen vaststellen of en in hoeverre sprake is van een haalbaar plan dienen de navolgende punten door Partijen aanvullend te worden onderzocht. De onderzoeksresultaten zullen – indien nodig- worden opgenomen in het Beslisdocument. a. Bepalen wat de vervoerwaarde is, op welke wijze de (stedenbouwkundige en technische) inpassing mogelijk is en wat de consequenties zijn i.r.t. havenactiviteiten en zittende bedrijven van het volgende alternatieve tracé: Softwareweg – Moermanskkade – Isolatorweg (waarbij de exacte aanlanding op de noordoever, nabij de Softwareweg of iets westelijker hiervan, nog wordt onderzocht). b. De gemeente voert het vervoerwaarde onderzoek uit waarbij de vervoerwaarde van het alternatief ook wordt vergeleken met die van het oorspronkelijke tracé. De Stichting IJbaan werkt de stedenbouwkundige en technische inpassing uit en voert de overleggen met het Havenbedrijf en de zittende bedrijven. De uitkomsten van deze onderzoeken, uitwerkingen en overleggen worden met elkaar gedeeld en vormen belangrijke input voor de bepaling van de kansrijkheid van het alternatief.
4
c. Het uitwerken van een business case door de Stichting IJbaan op basis van het alternatief en de informatievoorziening hierover aan de gemeente (ten aanzien van de bekostiging van zowel de stichtings- en verwijderingskosten als ook de bekostiging van de exploitatie over ten minste de eerste 15 jaar); d. Of en in hoeverre er zakelijke rechten (erfpachtrechten of opstalrechten) dienen te worden uitgegeven (actie gemeente); e. Het onderzoeken van (actie gemeente): i. De aansluiting van het lokale en regionale OV-netwerk (o.a. een tramverbinding voor 2030 naar Minervahaven); ii. De aansluiting op het fietsnetwerk; iii. Een indicatie van het aantal gebruikers van de kabelbaan (met VMA en informatie met betrekking tot andere vervoersstromen); iv. Land posities en leases; v. Impact op de openbare ruimte rondom stations (actie stichting); vi. Nog nader te bepalen onderzoeken. f. Aanbestedingsrecht, staatssteun en schaarse rechten (actie gemeente); g. De planologische procedures en vergunningen, waaronder versnellings- en ontheffingsmogelijkheden (zoals de planologisch vereiste ruimtelijke onderbouwing en overige onderzoeken) (actie gemeente); h. Verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden terzake van de ontwikkeling, realisatie en exploitatie, waarbij het uitgangspunt is dat er sprake is van een private onderneming (actie gemeente); i.
Een gedetailleerde planning, uitgaande van start exploitatie van de 1e fase van de kabelbaan in 2025 (Aanleg van een eerste fase of een direct volledige aanleg is afhankelijk van tracékeuze, vervoerswaarde, ruimtelijke inpassing en kans op snelle realisering) (actie stichting); j. Of sprake is van openbaar vervoer in de zin van de Wp2000 en zo ja, of een ontheffing mogelijk is op grond van artikel 29 Wp2000 (actie Stichting); k. Benodigde ambtelijke capaciteit en dekking van deze kosten gedurende gehele project (actie gemeente); l. In hoeverre de IJbaan een conflict of beperking oplevert voor de Westbrug (actie gemeente); m. Eventueel aanvullende vervoerwaarde-onderzoeken (actie gemeente); n. Stakeholderonderzoek: in hoeverre het Havenbedrijf en zittende bedrijven akkoord zijn met het realiseren van de IJbaan (actie Stichting); o. Onderzoeken in hoeverre aan de IJbaan de status “groot stedelijk project” of “special project” kan worden toegekend (actie gemeente). Artikel 5 - Planning 1. Partijen doorlopen de volgende fasen: a. Fase 1: de onderzoeksfase eindigt na afronding van het beslisdocument; b. Fase 2: i. De samenwerkingsfase, waarin alle afspraken voorafgaand aan een eventuele realisatie worden uitgewerkt, wordt geregeld in een nader overeen te komen vervolgovereenkomst ii. Planologie; iii. Overige vergunningen; c. Fase 3: realisatiefase. d. Fase 4: ingebruikname. 2.
De Gemeente Amsterdam en Stichting IJbaan streven in alle opzichten naar een, waar mogelijk, versnelde besluitvormings- en vergunningsprocedure. 5
3. Stichting IJbaan maakt een detailplanning van de in dit artikel genoemde fasen waarbij de gemeente input levert voor de aan gemeentezijde te doorlopen procedures en het besluitvormings- en vergunningentraject. De Vervoerregio levert input ten aanzien van relevante regelgeving en procedures in relatie tot binnen de Vervoerregio geldende beleidskaders en procedures. Eventuele geldende regels, procedures en beperkingen in relatie tot de havenactiviteiten en die van invloed zijn op ofwel verwerkt moeten worden in deze planning worden de Stichting IJbaan zelf bij het Havenbedrijf opgehaald. Artikel 6 - Rolverdeling 1. Stichting IJbaan ontwikkelt de IJbaan voor eigen rekening en risico, eventuele financiële ondersteuning door de Gemeente wordt separaat van deze overeenkomst beoordeeld. 2. In beginsel zijn de taken van de gemeente Amsterdam beperkt tot het faciliteren van (het onderzoek) en het (tussentijds) toetsen en beoordelen van de bevindingen van aanvullende analyses en onderzoeken. Het informeren van Stichting IJbaan met betrekking tot de thema’s als aanbesteding en tenderbeleid, behoort hier in ieder geval toe. 3. De Vervoerregio maakt regionaal verkeer- en vervoerbeleid, en is partner in en soms trekker van mobiliteitsopgaven binnen haar grondgebied. Tevens is zij opdrachtgever van de vier concessies binnen de vervoerregio, waaronder de concessie Amsterdam.
In die hoedanigheid is het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) bevoegd tot het verlenen van concessies voor openbaar vervoer binnen het gebied van de Vervoerregio. Het is verboden openbaar vervoer zonder concessie te verrichten (artikel 19 lid 1 Wp2000). Het Dagelijks Bestuur kan op grond van artikel 29 Wp2000 ontheffing verlenen van dit verbod aan een partij die zonder concessie openbaar vervoer wil aanbieden. 4. Deze intentieovereenkomst is slechts geldig voor Stichting IJbaan en is niet overdraagbaar, anders dan naar een door Stichting IJbaan opgerichte project B.V. gericht op de ontwikkeling, financiering en/of exploitatie van de IJbaan. Gemeente Amsterdam dient voor een dergelijke overdracht uitdrukkelijke toestemming te verlenen. 5. Gelet op de fysieke impact van een kabelbaan op de stad en haar bewoners en gebruikers, waarbij het maatschappelijke en politieke draagvlak voor de kabelbaan zich nog niet heeft uitgekristalliseerd, behoudt de gemeente Amsterdam het recht om, in redelijkheid en steeds in overleg met de stichting IJbaan, aanvullende voorwaarden te stellen aan het gemelde onderzoek op basis van de intentie van deze overeenkomst, waarbij de Gemeente zich verbindt aan het zoveel mogelijk ondersteunen van de onderzoeken als bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst.
Artikel 7 - Financiering 1. Stichting IJbaan verklaart dat zij zich zal inspannen om voldoende financiële dekking te organiseren voor het onderzoek en - proces die toezien op de uitwerking van de technische en financiële haalbaarheid van de IJbaan (uit te voeren door externe adviespartijen), alsmede de benodigde investeringen voor de realisatie. 2. Er is op 8 juli 2020 een leningsovereenkomst gesloten van EUR 250.000 tussen het Havenbedrijf en Stichting IJbaan, waarbij op 25 augustus 2020 het eerste deel van deze lening (ad EUR 125.000) is verstrekt. 3. De Gemeente Amsterdam zal, daar waar gewenst, Stichting IJbaan assisteren bij financieringsof subsidieaanvragen ten behoeve van het onderzoek. Artikel 8 - Participatieplan-communicatie 1. Stichting IJbaan stelt een participatie-communicatieplan op waarin de procesparticipatie wordt beschreven. Dit plan wordt ter goedkeuring aan de Gemeente Amsterdam voorgelegd. In het plan wordt vastgelegd:
6
a. Op welke wijze belanghebbenden worden geïnformeerd over de ontwikkeling, voortgang en keuzes van het initiatief; b. Op welke wijze belanghebbenden betrokken (kunnen) worden bij de ontwikkeling en inbreng kunnen leveren op te maken keuzes of te zetten stappen. 2. Stichting IJbaan legt het participatieplan voor de onderdelen a. en b. uiterlijk eind 2021 ter goedkeuring voor aan het College van B&W van de gemeente Amsterdam. 3. Stichting IJbaan rapporteert over de uitvoering van het plan en het voorstel aan de Gemeente Amsterdam, uiterlijk op het moment dat Stichting IJbaan een aanvraag doet voor een besluit om de IJbaan planologisch mogelijk te maken. Artikel 9 - Overleg en communicatie 1. De Gemeente Amsterdam en Stichting IJbaan voeren regulier overleg inzake de voortgang van de voorbereidingen van de ontwikkeling van de IJbaan. 2. De Gemeente Amsterdam en Stichting IJbaan zetten zich beide in voor de betrokkenheid en informatievoorziening naar de omgeving met en over het initiatief en stemmen dit met elkaar af. Artikel 10 – Gronduitgifte 1. In een eventuele vervolgovereenkomst zullen de voorwaarden en bepalingen ten aanzien van de terbeschikkingstelling van de grond aan Stichting IJbaan (in de vorm van erfpachtrechten of een opstalrecht) worden vastgelegd, indien delen van de IJbaan op gemeentelijke grond binnen het gebied wordt of worden gesitueerd. 2.
De vergoeding en voorwaarden voor een dergelijke overeenkomst dienen minimaal marktconform te zijn. Artikel 11 - Looptijd en beëindiging 1. Deze intentieovereenkomst wordt gesloten voor de periode van het onderzoek doch eindigt van rechtswege indien niet binnen 3 jaar na ondertekening een vervolgovereenkomst is getekend. Deze termijn kan op basis van een gemotiveerd verzoek verlengd worden. 2. De intentieovereenkomst kan door iedere Partij afzonderlijk tussentijds worden opgezegd. 3. Iedere Partij draagt zijn eigen kosten, voortvloeiend uit of verband houdend met onderhavige intentieovereenkomst. Indien de intentieovereenkomst tussentijds wordt opgezegd, dan wel na 3 jaar van rechtswege eindigt, dan heeft geen van Partijen een aanspraak op schadevergoeding jegens de ander of een aanspraak op vergoeding van gemaakte kosten. Stichting IJbaan vrijwaart de Gemeente tegen claims van derden als gevolg van een (tussentijdse) beëindiging van onderhavige Overeenkomst zoals bedoeld in dit artikel. Artikel 12 - Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten (BIO) 1. Op deze overeenkomst is de Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten (BIO) van toepassing. Stichting IJbaan verklaart kennis te hebben kunnen nemen van de BIO en verklaren door ondertekening van deze overeenkomst er uitdrukkelijk mee in te stemmen dat de BIO alleen via genoemde locatie op internet ter beschikking wordt gesteld.
2. Stichting IJbaan verklaart dat op het moment van het sluiten van deze Overeenkomst geen Integriteitsrisico op haar van toepassing is. Onder Integriteitsrisico wordt verstaan: a) het verrichten van gedragingen c.q. het plegen van of deelnemen aan misdrijven of overtredingen als vermeld in artikel 4 en 5 van de BIO. Onder deelnemen aan een misdrijf of overtreding wordt verstaan: het doen plegen, medeplegen, uitlokken en medeplichtigheid als bedoeld in artikel 47 en 48 Wetboek van Strafrecht; b) het feit dat tegen Stichting IJbaan strafvervolging is ingesteld; c) het door Stichting IJbaan niet tijdig voldoen aan haar verplichtingen ten aanzien van sociale zekerheidsbijdragen en/of belastingen.
7
3. Stichting IJbaan verklaart geen kennis te hebben van Integriteitsrisico’s die op aan de stichting gelieerde partijen van toepassing zijn. Personen of partijen worden in ieder geval, maar niet uitsluitend, geacht gelieerd te zijn aan Stichting IJbaan indien zij: • direct of indirect leiding aan Stichting IJbaan geven; • bij de uitvoering van de Overeenkomst een belangrijke rol vervullen of hebben vervuld; • over Stichting IJbaan zeggenschap hebben; • aan Stichting IJbaan vermogen verschaffen; • onderdeel zijn van dezelfde groep als bedoeld in artikel 2:24b BW; • of anderszins in een samenwerkingsverband tot Stichting IJbaan staan; 4. Stichting IJbaan verplicht zich om zich gedurende de looptijd van de overeenkomst te onthouden van niet-integere gedragingen, waaronder in ieder geval worden verstaan de gedragingen als bedoeld in het tweede lid onder a en c van dit artikel. 5. De Gemeente kan het Landelijk Bureau Bibob op grond van artikel 5a Wet Bibob over Stichting IJbaan om advies vragen alvorens opschorting of ontbinding van de overeenkomst, dan wel beëindiging van de rechtshandeling, indien een van de situaties zich voordoet zoals bedoeld in artikel 9, derde lid, Wet Bibob. 6.
Stichting IJbaan zal de Gemeente onverwijld op de hoogte stellen indien en zodra de stichting kennis heeft genomen van het feit dat zij onderwerp is van strafrechtelijk onderzoek of dat tegen de stichting of een aan de stichting gelieerde partij strafvervolging is ingesteld. 7. Stichting IJbaan meldt aan de Gemeente elke overname van de onderneming van Stichting IJbaan en elke wijziging in de zeggenschapsverhouding binnen de onderneming die leidt tot een significante wijziging in de zeggenschap (waarbij geldt dat elke wijziging in de zeggenschap groter dan 10% significant is). 8. De Gemeente heeft het recht om Stichting IJbaan gedurende de looptijd van de Overeenkomst te screenen op het bestaan van een Integriteitsrisico. Indien de gemeente hiertoe de medewerking van Stichting IJbaan nodig heeft, zal Stichting IJbaan deze op eerste verzoek verlenen. 9. De Gemeente heeft het recht om door Stichting IJbaan bij de uitvoering van deze overeenkomst te betrekken derden te screenen op het bestaan van een Integriteitsrisico. De stichting staat er voor in dat bij de uitvoering van deze overeenkomst te betrekken derden hun medewerking aan deze screening daartoe op eerste verzoek van de Gemeente verlenen.
Op grond van een Integriteitsrisico kan de Gemeente de inschakeling van een derde partij weigeren of verlangen dat de inschakeling van deze derde partij wordt beëindigd, tenzij voornoemde beëindiging in redelijkheid niet van Stichting IJbaan kan worden verlangd. 10. De kosten van de screening komen voor rekening van de Gemeente, tenzij de Overeenkomst naar aanleiding van de screening kan worden ontbonden of beëindigd op basis van lid 11 van dit artikel. 11. De Gemeente kan de uitvoering van de Overeenkomst en elke andere overeenkomst tussen Stichting IJbaan en de Gemeente onmiddellijk en naar eigen keuze opschorten, of beëindigen door middel van ontbinding of opzegging, zonder gehouden te zijn tot vergoeding van eventuele schade en zonder daarbij een termijn in acht te hoeven nemen, indien: • Stichting IJbaan niet conform de waarheid heeft verklaard ten aanzien van het bepaalde in het tweede bullit van dit lid; • Stichting IJbaan onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen of deelnemen aan delicten als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de BIO. • Stichting IJbaan onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen of deelnemen aan delicten als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de BIO. • Stichting IJbaan een ernstige fout in de uitoefening van zijn beroep heeft begaan als bedoeld in artikel 5 lid 4 en 5 van de BIO.
• Al dan niet blijkend uit een Bibob-advies, gevaar bestaat dat een Overeenkomst door Stichting IJbaan mede zal worden gebruikt om (i) uit gepleegde strafbare feiten verkregen
8
of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, (ii) strafbare feiten te plegen of (iii) dat teneinde een Overeenkomst te sluiten een strafbaar feit is gepleegd. • Door de bevoegde autoriteiten strafvervolging tegen Stichting IJbaan is ingesteld. • Stichting IJbaan niet tijdig heeft voldaan aan haar verplichtingen ten aanzien van sociale zekerheidsbijdragen en/of belastingen. • De Stichting IJbaan of de derde partij als vermeld in lid 9 van dit artikel onvoldoende zijn/haar medewerking heeft verleend in het kader van een screening door de Gemeente of een in opdracht van de Gemeente uitgevoerde screening, bijvoorbeeld maar niet uitsluitend als sprake is van een omstandigheid als beschreven in artikel 4 Wet Bibob. • Ten aanzien van de Stichting IJbaan of een aan de stichting gelieerde partij sprake is van andere integriteitsrisico’s dan vermeld in dit lid, waardoor onverkorte instandhouding van de Overeenkomst in redelijkheid niet van de Gemeente kan worden gevergd. 12. Alvorens de Gemeente overgaat tot het opschorten, of beëindigen door middel van ontbinding of wel opzegging conform lid 11, zal de Gemeente beoordelen of de te nemen maatregel proportioneel is in het licht van de ernst van de geconstateerde integriteitsrisico en de al genomen maatregelen door de stichting. 13.
Stichting IJbaan vrijwaart de Gemeente voor claims van derden als gevolg van een opschorting, ontbinding of beëindiging van de Overeenkomst. Artikel 13 - Toepasselijk recht en geschillen 1. Deze intentieovereenkomst is onderworpen aan Nederlands recht. 2. Alle geschillen die ontstaan in verband met deze Overeenkomst, zullen aanhangig worden gemaakt bij de Rechtbank Amsterdam. Artikel 14 - Totstandkomingsvoorbehoud 1. Deze intentieovereenkomst treedt eerst in werking, nadat deze rechtsgeldig door Partijen is ondertekend.
9
Aldus overeengekomen door: Gemeente Amsterdam Vertegenwoordigd door: College van burgemeester en wethouders Namens: de heer E.J. de Vries, Datum:
………………………………………
Stichting IJbaan de heer B.J.M. Datum:
………………………………………
Stichting IJbaan de heer D. Witvoet, bestuurslid Datum:
………………………………………
Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam Namens: de heer G. (Gerard) C.W.M.P. Slegers, portefeuillehouder Datum:
………………………………………
10