CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. O-meting broedvogels Burkmeer 2021 def.docx

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsbrief inzake de start van de pilot lisdoddeteelt in de Burkmeer (ZD2021-008931)844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

O –meting weidevogels Burkmeer 2021 18 mei 2021 Ed Buijs

Doel en context In juli 2021 wordt het waterpeil van de Burkmeer aangepast en zal er in een deel van de polder gedurende 5 tot 10 een groeiend areaal Lisdodde worden geteeld. Vergroting van de biodiversiteit is één van de doelen van deze ingreep. De telling van broedvogels in het voorjaar van 2021 is een 0-meting. De meting focus op de groep vanweidevogels omdat het gebied de status heeft van een weidevogelleefgebied Gebied De polder is ca 56 ha groot en bestaat uit een aflopende rand (ca de helft) en een vlak diep liggend deel met sloten op een afstand van 30 meter met in het centrum een greppel. De percelen hebben een holle ligging met een hoogte verschil van ca. 20 cm . Het is een droogmakerij met een hoogteligging van ca -4,40 NAP en een polderpeil van -4.76 . De bodem bestaat uit veraard veen, de totale veendiepte in he lage deel is ca 2 meter. Het is tot 2021 in gebruik als weidegrond voor paarden. De paarden graasden in flinke groepen van ca 30 dieren op één of enekel percelen totdat het gras grotendeels op was en werden dan naar een ander perceel gebracht. Er werd hierbij rekening gehouden met de aanwezige weidevogels. Er vind bemesting plaats met stalmest. En er zijn agrarische beheerpakketten afsloten met de agrarische natuurvereniging Water, Land en Dijken.

De grasmat in het lage midden bestaat voor een flink deel uit geknikte vossestaart, een aan natte omstandigeheden aangepast gras. De waterpeilen varieerden in 2021 tussen maaiveld en ca 10 cm onder slootpeil in het natte deel. In de aflopende rand zakte het water niet verder uit dan ca 30 cm onder het maaiveld door een sterke kwelstroom uit de omliggende sloten. Methode Er zijn drie tellingen verricht vanaf het pad langs het paardenhek langs de Volgermeerpolder. (ca de oostrand van de polder) Een telling nam ca 2 uur in beslag. Het zicht op de weilanden vanaf deze positie is goed. Vogels die zich in de dwarssloten ophielden zijn gemist. Dit is voor de meeste soorten geen probleem omdat er weinig vogels in de slootkanten of sloten zaten. Het focus lag op weidevogels (steltlopers, eenden en zangvogels). De interpretatie van de waarnemingen volgt SOVON. Door de relatief lage dichtheiden zijn dubbeltellingen uitgesloten. Teldata Er is geteld op: 4 april avond 21 april avond 10 mei middag Algemene indruk De polder is rijk aan leven, in de eerste tellingen waren er veel wintergasten en doortrekkers aanwezig, o.a. grauwe en brandgans, smienten (100 tallen); Wulpen (10 tallen), spreeuwen, houtduiven. Als bijzonderheid zaten er 6 Regenwulpen aan de rond op 21 april en vloog er 1 regenwulp baltsend (!) weg op 10 mei.

Op 4 april zijn ook eenden/ koeten geteld die niet tot de weidevogels worden gerekend, de aantallen zijn een onderschatting door het slechte zicht op de

sloten. Er is niet met zekerheid vastgesteld dat deze vogels ook broeden. Dat is gezien de geschiktheid van het terrein wel waarschijnlijk. 2o paar Wilde eend 9 paar Krakeend 4 paar Bergeend 11 paar Meerkoet Weidevogels samenvatting Volgens de sovon interpretatie is het aantal weidevogels als volgt: Slobeend 1 territorium 2 broedgevallen ( door slecht zicht op de hoofdtocht mogelijk onderschatting) Scholekster 5 broedparen Kievit 3 broedparen Grutto 3-4 broedparen Tureluur 1 broedpaar Hiermee heeft de burkmeer een redelijk en sterk van andere gebieden afwijkende weidevogelstand. Met name de relatief hoge dichtheid van de scholekster valt op. Weidevogels uitwerking Slobeend; Op 11 mei werd een mannetje met twee vrouwtjes baltsend waargenomen; later iets verderop weer 1 mannetje. Er is vanuit gegaan dat dit hetzelfde mannetje was. Scholekster, vast aantal aanwezig op alle teldagen. Verder geen territorium gedrag of jongen waargenomen. Een van de scholkesters broedde op het dak van een van de schuren. Kievit. 1 exemplaar aanwezig op 4 april. Op 21 april 5 mannetjes met baltsgedrag (en een nestwaarneming) en 4 rustige dieren; op 10 mei konden naar grondig speuren nog 3 alarmerende Kieviten worden opgespoord. De meeste kieviten die op 21 april aanwezig waren hadden op 10 mei de polder alweer verlaten. Grutto; wisselende aantallen over de teldata.

Op 4 april vertoonden 3 grutto’s territoriaal gedrag (en een nestwaarneming) en waren er 6 paar aanwezig; op 21 april 3 territoriale grutto’s; Op 10 mei twee paren met jongen. De jongen zelf zijn niet waargenomen in het hoge gras. De ouders reageerden vrij laconiek op overvliegende kraaien, vermoedelijk waren de jongen al vrij groot. daarnaast twee losse grutto’s zonder territoriaal gedrag. Tureluur; Op 4 april waren er 2 paartjes en 2 losse tureluurs aanwezig. Op de beide andere data was 1 alarmerend exemplaar aanwezig. Er zijn geen weidezangvogels waargenomen. De polder wordt gebruikt door diverse potentiele predatoren (veel zwarte kraai en ekster, één buizerd; grote zilverreiger). Deze dieren vlogen rond zonder veel reactie te ontlokken bij de aanwezige weidevogels. Bovendien is er in de poldereen vossenburgt aanwezig. Vrijwel alle weidevogels broeden in het zuidelijke puntje van de polder. In deze hoek heeft zich een aardige dichtheid ontwikkeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10878344/1