CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. NvB intrekken exploitatieplan Bloemendalerpolder.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 25 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Intrekken 1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder (VN2025-007507)10.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Inmiddels zijn alle benodigde vergunningen voor de genoemde woningbouwvolumes verleend, waardoor deze faseringsbepalingen hun werking hebben verloren. De feitelijke uitvoering van de werken en voorzieningen is privaatrechtelijk vastgelegd in de SUOK en de daarbij horende PvE’s, kaarten en bijlagen. Deze documenten bevatten bindende afspraken over het eindresultaat van de gebiedsontwikkeling, in tegenstelling tot het exploitatieplan dat zich beperkt tot het 'in ontwikkeling brengen' van werkzaamheden. De intrekking van het exploitatieplan heeft daarom geen gevolgen voor de locatie-eisen of de uitvoering van de geplande voorzieningen. Hoewel bewoners geen partij zijn bij de SUOK, geldt deze wel als toetsingskader bij de beoordeling van omgevingsvergunningen en gemeentelijk beleid. Daarnaast blijven de regels van het bestemmingsplan onverminderd van kracht. Deze bevatten publiekrechtelijk handhaafbare normen omtrent gebruik, bouw en inrichting en bieden daarmee voldoende juridische bescherming voor bewoners. Ook het argument dat bewoners na intrekking geen beroep meer zouden kunnen doen op handhaving, houdt juridisch geen stand. Een exploitatieplan bevat immers geen rechtstreeks handhaafbare normen; handhaving vindt plaats op basis van het bestemmingsplan en andere publiekrechtelijke regels.

Bewoners behouden hun recht om bezwaar te maken en beroep in te stellen tegen besluiten die hun belangen raken, zoals bij omgevingsvergunningen. Gegeven het voorgaande is er geen reden om het exploitatieplan in stand te houden. Voortzetting zou slechts leiden tot onnodige administratieve lasten, zonder meerwaarde voor de feitelijke of juridische borging van de gebiedsontwikkeling. Bovendien heeft het bestaan van het exploitatieplan in de afgelopen jaren geleid tot juridische procedures en vertragingen bij de vergunningverlening. De intrekking van het exploitatieplan is daarom zowel juridisch goed onderbouwd als bestuurlijk verantwoord. Zij vormt de logische afronding van een instrument dat zijn functie heeft vervuld. De

gemeentelijke regie op een zorgvuldige inrichting en fasering van het gebied blijft onverminderd bestaan, evenals de juridische kaders waarbinnen bewoners hun belangen kunnen beschermen.

2.10 Geen rechtsbescherming voor belanghebbenden Zienswijze Belanghebbenden verliezen hun mogelijkheid tot rechtsbescherming voor zover omgevingsvergunningen niet meer worden getoetst aan het exploitatieplan. Antwoord In de Nederlandse rechtspraktijk is het zelden dat bewoners een exploitatieplan gebruiken als juridisch middel om via bezwaar- of beroepsprocedures invloed uit te oefenen op de inrichting van de openbare ruimte, zoals groenvoorzieningen, speelplekken of infrastructuur. Het exploitatieplan heeft vooral een publiekrechtelijke functie: het waarborgt kostenverhaal en fasering bij gebiedsontwikkelingen, gericht op grondeigenaren die hun eigen gronden binnen het exploitatiegebied ontwikkelen. Het plan is dus niet bedoeld om de directe belangen van (toekomstige) bewoners te beschermen of hen een handhaafbaar recht op specifieke ruimtelijke voorzieningen te geven. Voor bewoners die willen toezien op de naleving van deze afspraken bestaan andere, effectievere mogelijkheden. Zij kunnen de gemeente en het bestuur aanspreken op hun toezichthoudende en coördinerende rol binnen de gebiedsontwikkeling. Daarbij zijn duidelijke communicatie, actieve participatie en transparante rapportage over de voortgang essentieel. Dit biedt bewoners meer invloed dan het behouden van een juridisch instrument dat niet is ontworpen voor individuele rechtsbescherming.

2.11 Advies advocaat-generaal bij de Hoge Raad en opvolgende jurisprudentie Zienswijze Een recent advies10 van de advocaat-generaal benadrukt expliciet het belang van het exploitatieplan als instrument voor bestuursrechtelijke handhaving. Door het plan in te trekken, verliezen bewoners de mogelijkheid om handhavingsverzoeken in te dienen wanneer vergunningen worden verleend in strijd met de planregels. In een rechtsstaat is het essentieel dat bewoners de overheid juridisch kunnen aanspreken indien nodig. Het exploitatieplan biedt juist deze mogelijkheid; het vervallen ervan leidt daarom tot een vermindering van de rechtsbescherming. Antwoord In reactie op de zienswijze waarin wordt verwezen naar een recent advies van de advocaatgeneraal over het belang van het exploitatieplan als handhavingsinstrument, volgt hierbij een nadere juridische toelichting. Allereerst is van belang dat de Hoge Raad inmiddels een uitspraak11 heeft gedaan in de zaak waarop het advies van de advocaat-generaal betrekking had. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad de betreffende passage van de advocaat-generaal niet overgenomen en een andere juridische

10 Advies AG aan Hoge Raad: uitspraak hof dat Stichting bij procederen bij bestuursrechter tegen

woningbouwbesluiten geen misbruik van bevoegdheid maakte, kan niet in stand blijven - Hoge Raad 11 HR 11 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:560. gemeente Amsterdam

23

beoordeling gegeven. Daardoor heeft het advies in deze context geen zelfstandige betekenis, mist het gezag van gewijsde en kan het het oordeel van de Hoge Raad niet doorkruisen. Daarnaast blijkt uit het advies zelf dat de advocaat-generaal zijn standpunt over de vermeende strijd met artikel 4.3 van het exploitatieplan baseert op een hypothetisch scenario waarin de stelling als juist wordt aangenomen. In rechtsoverweging 3.49 wordt expliciet vermeld dat zelfs als die stelling zou kloppen, er nog geen sprake is van een zelfstandige, publiekrechtelijk handhaafbare norm. Sterker nog, de advocaat-generaal concludeert in dezelfde overweging dat de stelling dat niet is voldaan aan artikel 4.3 “onmiskenbaar onjuist” is. Daarmee ontbreekt de grondslag voor handhaving op basis van dit artikel, los van bezwaar of beroep tegen een verleende vergunning. Deze lezing wordt bevestigd door een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 april 202512. In deze zaak oordeelde de bestuursrechter in een beroepsprocedure tegen een omgevingsvergunning dat is voldaan aan de eisen van het exploitatieplan, waaronder artikel 4.3 over parallelle ontwikkeling. De rechtbank stelde vast dat er geen strijd is met de in het plan opgenomen verplichtingen, waardoor ook een eventuele grondslag voor handhaving ontbreekt.

Hieruit volgt dat, in tegenstelling tot de zienswijze, het exploitatieplan in dit geval geen juridische basis biedt voor het indienen van een handhavingsverzoek wegens vermeende strijdigheid met artikel 4.3. Zowel civiel- als bestuursrechtelijk is geoordeeld dat aan de planvoorwaarden is voldaan. De suggestie dat het intrekken van het exploitatieplan leidt tot een aantasting van rechtsbescherming miskent dat rechtsbescherming primair wordt gewaarborgd via bezwaar- en beroepsprocedures tegen vergunningverlening. Het exploitatieplan is geen zelfstandig bestuursrechtelijk handhavingsinstrument, maar ontleent zijn rechtskracht aan het vergunningenstelsel waar het deel van uitmaakt. Nu zowel de Hoge Raad als de bestuursrechter uitdrukkelijk hebben geoordeeld dat aan de vereisten van artikel 4.3 is voldaan, en het advies van de advocaat-generaal slechts hypothetisch is, ontbreekt een juridische grondslag voor handhavend optreden. Het standpunt dat het vervallen van het exploitatieplan zou leiden tot een uitholling van rechtsbescherming is daarom feitelijk en juridisch onjuist.

2.12 Zorgen om impact van het intrekkingsbesluit Zienswijze De gemeente stelt dat het intrekken van het exploitatieplan uitsluitend positieve effecten zal hebben. Deze kijk is echter eenzijdig en vooral gedreven door de wens om de woningbouw sneller te realiseren. Een verzameling woningen vormt namelijk nog geen volwaardige wijk; zonder tijdige en passende voorzieningen ontstaat een buurt met structurele tekorten. Met het vervallen van het exploitatieplan neemt de zekerheid af dat essentiële voorzieningen zoals speelplekken, groen en maatschappelijke functies tijdig en op de juiste locaties worden aangelegd. Op de lange termijn kan dit ertoe leiden dat deze voorzieningen alsnog op minder geschikte plekken moeten worden gerealiseerd, wat mogelijk leidt tot bezwaren van

12

Rb. Noord-Holland 18 april 2025, zaaknummer HAA 24/7225, ECLI:NL:RBNHO:2025:4575.

omwonenden. Bovendien zullen de kosten hiervan waarschijnlijk bij de gemeente terechtkomen. Zonder een goede planmatige borging bestaat het risico dat voorzieningen in nabijgelegen gebieden, zoals Weesp en Muiden, overbelast raken. De gevolgen van deze beslissing zijn op termijn dus eerder negatief dan positief. Antwoord De suggestie dat het intrekken van het exploitatieplan zal leiden tot het ontbreken van essentiële voorzieningen en daardoor tot een structureel verlies aan leefbaarheid, mist juridische onderbouwing. Het exploitatieplan is immers primair een instrument voor kostenverhaal en niet bedoeld als garantie voor de daadwerkelijke realisatie van voorzieningen op specifieke locaties. Daarnaast heeft de intrekking van het exploitatieplan geen inhoudelijke impact op de verdere ontwikkeling van het gebied of de woonomgeving van bewoners. De SUOK bevat namelijk veel gedetailleerdere en afdwingbare afspraken over inrichting, fasering, oplevering en kwaliteit van het gebied dan het exploitatieplan ooit heeft gedaan. Ook waarborgt de SUOK het volledige kostenverhaal voor de ontwikkeling. Het exploitatieplan legt deze verplichtingen minder concreet vast en richt zich bovendien op een bredere groep mogelijke initiatiefnemers binnen het exploitatiegebied. De intrekking van het exploitatieplan verandert dan ook niets aan de verplichtingen van GEM Bloemendalerpolder.

GEM blijft volledig verantwoordelijk voor de tijdige en zorgvuldige uitvoering van alle afgesproken voorzieningen. Dit betekent dat er geen vertraging, kwaliteitsverlies of verminderde controle zal optreden. De kosten zijn afgedekt en het proces blijft transparant en toetsbaar via de SUOK. Daarmee wordt de stelling dat de leefbaarheid of het voorzieningenniveau onder druk komt te staan, door de feiten en afspraken ontkracht.

gemeente Amsterdam

25

3. Conclusie Het voornemen om het exploitatieplan Bloemendalerpolder in te trekken heeft begrijpelijkerwijs geleid tot veel betrokkenheid vanuit de wijk Weespersluis. De gemeente heeft maar liefst 1.058 zienswijzen ontvangen, waarin veel bewoners hun zorgen uitten over de voortgang en borging van openbare voorzieningen zoals groen, speelplekken en infrastructuur. Deze zorgen neemt de gemeente serieus. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat het exploitatieplan juridisch gezien grotendeels zijn functie heeft vervuld. De meeste planregels zijn uitgevoerd en de belangrijkste faseringsmomenten zijn inmiddels gepasseerd. Voor de nog resterende werkzaamheden is de borging op andere wijze geregeld — onder meer via het bestemmingsplan, verleende omgevingsvergunningen en vooral via de SUOK met GEM. In de SUOK zijn afspraken over fasering, inrichting, kwaliteit en kostenverhaal bovendien uitgebreider, concreter en juridisch bindender vastgelegd dan in het exploitatieplan. Er is bezorgdheid geuit dat de intrekking van het exploitatieplan zou leiden tot verlies van rechtsbescherming of invloed van bewoners. Die zorgen zijn begrijpelijk, maar berusten op een misverstand. Het exploitatieplan is namelijk geen instrument voor individuele rechtsbescherming of participatie, maar een publiekrechtelijk kostenverhaalinstrument dat zich richt op grondeigenaren.

Voor bewoners blijven de SUOK en het gemeentelijk toezicht de belangrijkste waarborgen voor naleving van afspraken. Bovendien blijft participatie mogelijk bij de verdere uitwerking van bijvoorbeeld deelplan 6 en de inrichting van het Weespersluispark. De juridische bezwaren die in de zienswijzen zijn aangevoerd — bijvoorbeeld over artikel 4.3 van het exploitatieplan — zijn beoordeeld in het licht van recente jurisprudentie. Zowel de rechtbank Noord-Holland als de Hoge Raad hebben geoordeeld dat aan de betreffende bepalingen is voldaan en dat sommige artikelen, waaronder artikel 4.3, geen zelfstandig handhaafbare norm bevatten. Daarmee ontbreekt een juridische noodzaak om het exploitatieplan als borgingsinstrument in stand te houden. De gemeente erkent dat de wijk nog volop in ontwikkeling is en dat bewoners behoefte hebben aan duidelijkheid, inspraak en zichtbare voortgang. Daarom blijft de gemeente actief communiceren, betrekt zij het bewonersplatform en houdt zij de regie stevig vast via het toezicht op de SUOK. Op basis van bovenstaande overwegingen acht de gemeente de intrekking van het exploitatieplan verantwoord, juridisch verdedigbaar en passend bij de huidige fase van de gebiedsontwikkeling. Zoals ook in het voorwoord is verwoord, erkent de gemeente het belang van betrokkenheid, inspraak en vertrouwen. De intrekking van het exploitatieplan doet daar niets aan af.

Via de SUOK, het bestemmingsplan en actieve communicatie met bewoners, blijft de gemeente haar verantwoordelijkheid nemen voor een goed ingerichte en leefbare wijk. Daarmee bouwen we samen verder aan een duurzaam en prettig Weespersluis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15669733/1