1. Nota van Beantwoording Agenda Dieren24-26 def.pdf
Tekst van het document
2.5.2 Reacties op hoofdstuk 1.3.2 Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en (hobby)houders
1
Zie Uitvoeringsagenda Voedselstrategie 2023 – 2026: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/duurzaamheid/voedselstrategieamsterdam
62
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
Wij zijn als veehouders zelf capabel om onze dieren tegen extreem weer te beschermen en hebben hier diverse mogelijkheden toe (binnen in de stal en bijv wagens/prasollen buiten) en zijn nog meer overheidsbemoeienis in onze bedrijfsvoering liever kwijt dan rijk. Wij hebben genoeg kennis over de verzorging van onze dieren, dat wordt al jaren door gegeven binnen de families. Dat hoeft vanuit de gemeente Amsterdam, van achter een buro bedacht ons niet worden opgelegd. Bovendien leiden natuurlijke schuilgelegenheden tot het aantrekken van predatoren en zal de al zo kwetsbare weidevogelstand als gevolg hiervan afnemen en voor een deel opgevreten worden. Ook leidt dit tot verrommeling van het landschap.
36 37 38 39 40 41 42 43 46 47 52 53 54 55 59
De ambitie over het juridisch faciliteren van niet in de grond genagelde (natuurlijke) schuilgelegenheden gaat niet om een verplichting richting boeren en hobbyhouders, maar om juridisch te zorgen dat - indien zij willen kiezen voor natuurlijke schuilgelegenheid - dit ook juridisch mogelijk is. Het klopt dat natuurlijke schuilgelegenheden predatoren kunnen aantrekken en weidevogels weren, maar dat hangt van de vegetatie en inrichting af. Toepassing van natuurlijke schuilgelegenheid betreft dus maatwerk. In Q2 2024 wordt daarom een landelijke pilot gestart op initiatief van de WUR, Diervizier en Dierencoalitie. Hierbij wordt in samenwerking met gemeenten, de nvwa en landelijke agrarische sectoren gekeken wat per type grond past en wat er voor nodig is om dit juridisch te faciliteren. Gemeente Amsterdam volgt de ontwikkelingen van deze pilot om op termijn afwegingen te kunnen maken voor het Amsterdams Omgevingsplan. In de lokale Omgevingsvisie is in ieder geval de intentie benoemd om schuilgelegenheden juridisch te faciliteren.
Ja. Pagina 19
Voor het plaatsen van schuilmogelijkheden voor vee is het de gemeente blijkbaar ook ontgaan dat de provincie die al lang in de Omgevingsverordening heeft opgenomen (artikel 6.16). Een gesprek hierover met LNV, de provincie en de Dierencoalitie (waarom niet met de sector zelf zou je denken) is derhalve niet
38 40 53
In artikel 6:16 van de de Provinciale Omgevingsverordening staat benoemd dat schuilstallen (in de grond genageld) via een omgevingsplan kunnen worden geregeld. Dit artikel gaat om de strakke definitie van stallen (in grond genageld) en niet om flexibel inzetbare schuilgelegenheden (niet in grond genageld) cq natuurlijke schuilplekken. Flexibel en zo natuurlijk mogelijk is de wens van gemeente Amsterdam, dus gaat om een andere juridische definitie.
1.De tekst onder titel ‘1.3.2 Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en hobbyhouders’ wordt: Bescherming tegen extreem weer is een wettelijke verplichting voor dierhouders (artikel 1.6 Wet dieren). In diervriendelijk Amsterdam is het wenselijk dat dieren zelf kunnen kiezen of ze binnen of buiten willen verblijven, waarbij (bij voorkeur natuurlijke) beschutting te vinden is. 2. De tekst onder titel ‘juridisch vastleggen’ wordt: In de Agenda Dieren (2015) en Omgevingsvisie (2021) staat de wens om ontheffingen te geven voor het plaatsen van schuilgelegenheden. Vooralsnog is dit juridisch niet mogelijk. Met de provincie is daarom in 2022 afgesproken om te gaan verkennen hoe (natuurlijke) flexibele schuilgelegenheden juridisch en praktisch kunnen worden geborgd bij met name kleinschaligere houders zoals hobbyhouders. Naast juridische knelpunten worden immers ook knelpunten rondom afstoten van weidevogels en aantrekken van predatoren voorzien. De WUR, Diervizier en Dierencoalitie trekken deze verkenning, de pilot start in Q2 2024. Hierbij wordt in samenwerking met gemeenten, de nvwa en landelijke agrarische sectoren gekeken wat per type grond past en wat er voor nodig is om dit juridisch te faciliteren. Gemeente Amsterdam volgt de ontwikkelingen van deze pilot om op termijn afwegingen te kunnen maken voor het Amsterdams Omgevingsplan.
3.De acties onder ‘Toewerken naar een juridische mogelijkheid voor schuilgelegenheid’ worden: * We spreken met de WUR, Diervizier en Dierencoalitie om hun pilot wind in de rug te geven. * We verzoeken LNV en Provincie Noord Holland om de conclusies uit de bovengenoemde pilot juridisch te borgen zodat gemeenten de ontheffing kunnen borgen in het Omgevingsplan. Nee
63
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 meer nodig. De in de Omgevingsverordening geboden oplossing heeft draagvlak bij de sector. Schuilplekken leiden tot een verrommeling van het landschap en het trekt dan ook andere insecten aan die weer voor verspreiding zorgen van ziektes, zoals afgelopen najaar de blauwtong.
39
Klimaat/extreem weer. Ik vind dat we als mens ( in het algemeen dus...) niet goed behandelen. een voorbeeld wat ik heel veel zie is bijvoorbeeld schapen in de wei zonder enige beschutting van wat dan ook. Niet in de zomer op hete dagen en niet in het natte seizoen. Vooral in de volle zon merk ik dat ze echt last hebben van hitte stress. Echt niet ok.
24
Het creëren van natuurlijke schuilplekken bevordert de gezondheid van dieren, door bescherming te bieden bij extreme weersomstandigheden. Door de bescherming zijn ze minder vatbaar voor ziektes. Een gezond dier heeft immers een betere weerstand tegen ziektes. Bovendien zal het aanleggen van deze schuilplekken geen stimulans zijn voor ziekte overdragende insecten, zoals knutten die bijvoorbeeld blauwtong verspreiden. Dit betekent dat het creëren van natuurlijke schuilplekken niet zal leiden tot een toename van het aantal ziekte overdragende insecten. Bescherming tegen extreem weer is een wettelijke verplichting voor dierhouders (artikel 1.6 Wet dieren). Indien de indiener zorgen heeft over de beschutting op specifieke locaties, kan de indiener een melding doen bij de nvwa. Deze organisatie handhaaft de naleving van Wet Dieren
Nee
Nee
2.6 Biodiversiteit 2.6.1 Reacties op diverse thema's binnen hoofdstuk 2 Biodiversiteit
Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
De Agenda Dieren is globaal en ik vraag mij af wat de gemeente Amsterdam precies onder een ecologische inrichting en beheer verstaat? In het verlengde van die vraag kun misschien nog iets met de volgende punten richting de gemeente:
55
Onder ecologische inrichting verstaan wij het inrichten van de openbare ruimte, bijvoorbeeld een park of een straat, op zo’n manier dat er een natuurlijke vegetatie kan ontwikkelen. Een voorbeeld is het aanleggen van bermen met schralere grond, zodat daar vervolgens makkelijker inheemse bloemen kunnen bloeien. Of het metselen van kademuren met een kalkrijke mortel, zodat hier muurplanten in kunnen gaan groeien. Ecologisch beheer is het beheren van die vegetatie op zo’n manier dat planten en dieren optimaal kunnen floreren. Er wordt dan minder gemaaid, er worden altijd plekken niet gemaaid zodat dieren daar ook in de winter
Nee
• •
•
Inzetten op natuurlijke bestrijders bij het in toom houden van plagen. Zie: Roep gemeenten op biodiversiteit in te zetten in bestrijding eikenprocessierups | Vogelbescherming Kies in de basis inheemse planten die goed zijn voor de biodiversiteit die niet (potentieel) invasief zijn. Zie: Aan-de-slag-met-biodiversiteit.pdf (steenbreek.nl) en Tabel-gekweekte-planten-voor-stadsbiodiversiteit005.pdf (steenbreek.nl) Het toepassen van groene daken/half bestrating/ verticaal groen etc. Zie: Checklist groen bouwen | Maatregelen
64
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 • •
kunnen schuilen, of dode bomen mogen blijven liggen of staan.
Hoe struiken en gelaagdheid een plek krijgen. Zie: Stadsvogelbalans-2022.pdf (sovon.nl) De richtlijn vogelvriendelijke stedelijk groen uit het boek Stadsvogels. Bouwen, beleven, beschermen. (2009) Geschreven door Jip Louwe Kooijmans.
Het doorgestreepte verwijderen. Groenbeheer richt zich nadrukkelijk op meer biodiversiteit. In het uitvoeringsplan Biodiversiteit leggen we de ecologische doelen en doelsoorten per gebied vast. Zodra de ecologische structuur als laag (‘stadsnatuur’) binnen de herziene hoofdgroenstructuur wordt vastgesteld, toetsen we ruimtelijke ingrepen hierop in de ecologische structuur aan deze doelen. Ook stemmen we het beheer daarop af op de ecologische structuur.
56
Bijvoorbeeld de randen van grotere gGazons vervangen vormen we om totdoor vlinderrijke bosrandzomen en bloemrijke graslanden. Ook bij aanleg of vervanging van overig stedelijk groen vormt bevordering biodiversiteit het uitgangspunt zij soortekeuzes (het ‘altijd, tenzij’ principe). De gemeente legt samen met vrijwilligers diverse faunavoorzieningen aan. Denk aan broeihopen voor de ringslang, ijsvogelwanden en het onderhouden van nestkasten, vleermuisverblijfplaatsen en ooievaarspalen. Deze voorgestelde tekst zijn voorbeelden en kunnen wellicht beter in de hoofdtekst ervoor staan.” Uit het conceptadvies van stadsdeelcommissie Noord wordt vermeld dat er steeds meer Engels Raaigras voorkomt in Landelijk Noord. Wij vragen ons af waar dat op is gebaseerd want het is namelijk niet het geval. Het gemiddelde perceel grasland in Landelijk Noord bestaat al eeuwen uit een mengsel van verschillende grassoorten waar Engels Raaigras het grootste aandeel heeft. Daarnaast is vaak veldbeemd, ruwbeemd, timothee, straatgras, witbol, enz te vinden in het grasland. Engels Raai is al een heel oude grassoort met goede eigenschappen op het gebied van hardheid (overlevingskans), voedingswaarde en draagkracht in het grasland. Overigens wordt er hier en daar al kruidenrijk ingezaaid ten behoeve van de biodiversiteit.
56
Helaas zie ik de stadsreining in de herfst gevallen blad en eikels naar de weg spuiten voor het veegwagentje daarna. Het de andere kant heen vegen/spuiten, n.l.terug park in e.d. geeft voedsel, de eikels enz., maar ook de insecten voor vogels/egels in de winter. De vlinderstand gaat erg achteruit, zij leggen vaak eitjes die overwinteren kunnen, planten waarop die eitjes zitten worden gemaaid helaas. Hopelijk denken we ook aan de kleine dieren die zeer belangrijk zijn. Dank voor de mogelijkheid om te reageren Graag meer aandacht voor behoud van het bestaande groen, inclusief de Boterbloem, want dat hebben de dieren ook nodig en komt hen ten goede. Een voorstel alleen op papier helpt niet dan wordt het een soort greenwashing.
22
De genoemde punten zijn reeds onderdeel van ons beleid. Zie hiervoor bijvoorbeeld de Groenvisie en Omgevingsvisie van de gemeente Amsterdam. Akkoord
Ja, pagina 30 De voorgestelde doorgestreepte woorden worden verwijderd
52
17
Het altijd-tenzij principe nemen we niet over want dat sluit niet aan bij de doelen uit de Groenvisie en Omgevingsvisie. Ook is biodiversiteit bij aanleg of vervanging niet altijd het uitgangspunt, maar wel één van de doelen. De verplaatsing van de voorbeelden naar de hoofdtekst maakt de inleiding te gedetailleerd. Aangezien de voorbeelden passen bij de concrete actie wordt de tekst zo gelaten. Het onderwerp ‘raaigras’ komt niet voor in de Agenda Dieren 2024-2026. Bovenal wordt vanuit de Agenda Dieren gekoerst op het versterken van biodiversiteit. Een kruidenrijk grasland is gunstiger voor de biodiversiteit dan monotoom grasland met Engels raaigras. Vanwege de grotere diversiteit aan flora die een kruidenrijk grasland biedt, biedt het ook ruimte aan een breder scala van insecten en dieren. NB : Ganzen hebben een voorkeur voor hoogkwalitatieve landbouwgrassen zoals Engels raaigras of ruw beemdgras door het hoge eiwitgehalte van deze soorten. Een kruidenrijker grasland heeft een lagere aantrekkingskracht op ganzen door de lagere voedingswaarde. Door de lagere aantrekkingskracht van kruidenrijk grasland voor ganzen zal er ook minder schadebestrijding noodzakelijk zijn dan ten opzichte van een voedselrijker grasland. Wij blazen de bladeren zo veel als mogelijk van het gras af in de plantsoenen, dit voor de dieren en insecten.
Van het gras moet het af, anders krijg je schade aan het gras. Van de wegen en paden moet het worden afgeblazen voor de veiligheid. Er is aandacht voor het behoud en de verbetering van bestaand groen. In de Groenvisie 2020-2050 zetten we in op de versterking van de biodiversiteit, in het plan van aanpak
65
Nee
Nee
Nee
Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
Vergeet de tuincentra niet: verkoop van tuinplanten/bomen die insekten afstoten.
15
Wat ik mis is onderzoek naar wat er in de grond en wateren zit, zoals chemisch afvalwater, pfas etc. Dit heeft een enorme impact op de biodiversiteit. Daarnaast zie ik ook niets staan over gebruik van biologische planten en bomen om de biodiversiteit te helpen. Graag zou ik meer informatie willen over de planning met daarin concrete stappen.
14
Dat het groen ook natuurinclusief is: 'veel struiken(schuil- en nestelplek voor vogels), inheemse planten (goed voor inheemse insecten en dus voor vogels etc). En er zijn vast meer dingen te bedenken die inheemse fauna een veilige plek bieden in de stad.
3
biodiversiteit zullen we aandacht besteden aan de bodem- en waterkwaliteit, natuurinclusief bouwen en ecologisch beheer. Op deze manier maken we de stad tot een aantrekkelijk leefgebied voor plant, mens en dier. De gemeente Amsterdam gaat niet over de producten die in winkels verkocht worden. Dat wordt geregeld op basis van de Warenwet. Natuurlijk kunnen gesprekken gevoerd worden met bijvoorbeeld tuincentra in de omgeving van Amsterdam, maar dat weerhoud mensen er niet van om die planten in een tuincentrum buiten de stad te kopen. Bewustzijn over de wenselijkheid van biodiversiteit is momenteel nog erg laag, waardoor informatiecampagnes die mensen aanzetten tot het aanschaffen van planten die insecten aantrekken het tegenovergestelde effect zou kunnen hebben. Mensen raken ervan op de hoogte dat ze insect afstotende planten kunnen kopen. Deze suggestie wordt wel betrokken bij het Plan Biodiversiteit. Onderzoek naar bodem- en waterkwaliteit zijn geen kwesties die in het kader van Dierenwelzijn worden opgepakt. Hierover kunt u lezen in de Groenvisie 2020-2050. Daar zetten we in op de versterking van de biodiversiteit. In het plan van aanpak biodiversiteit zullen we aandacht besteden aan de bodem- en waterkwaliteit, natuurinclusief bouwen en ecologisch beheer. Deze suggesties zullen aan de orde komen in het kader van het plan biodiversiteit waar nu aan wordt gewerkt.
Nee
Nee
Nee
2.7 Samenwerking De punten hieronder gaan over allerlei vormen van verzochte samenwerkingen en is dus breder dan alleen de focus op hoofdstuk 3 Samenwerking Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
Pag. 32 Gezien het voorgaande zien wij onszelf in dezen als ‘partner’ van de gemeente Amsterdam. Voor ons is een belangrijk knelpunt dat overheden ruimtelijke plannen maken waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met het natuurlijke gedrag van wilde dieren. Dat kan ertoe leiden dat schade en/of overlast toeneemt. Zo heeft vernatting
60
Ter kennisgeving aangenomen
Ja, pagina 43 Faunabeheereenheid Noord Holland wordt toegevoegd aan de
66
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 (bijvoorbeeld waterpartijen) in of nabij nieuwe woonwijken of in het buitengebied tot gevolg dat het aantal wilde ganzen toeneemt en schade toebrengt aan natuur en gewassen.
kolom ‘partners in het wild levende dieren’
Goed om hier even te noemen: de gemeente Amsterdam is grondgebruiker en jachthouder. Uw gemeente gebruikt de opdracht ‘Nijlgans’ van de FBE om deze exoot te bestrijden. Ten behoeve van het bevorderen van de biodiversiteit en het halen van de Natura2000 doelstellingen in de Waterleidingduinen is de FBE Noord-Holland een partner van de gemeente Amsterdam. Wij zorgen in uw opdracht voor de planvorming zodat deze doelen binnen de kaders van de wet behaald kunnen worden. Over de aanpak van het damhertenprobleem verscheen onlangs een interessant artikel in het Haarlems Dagblad , met positief nieuws over de toename van de biodiversiteit. Mogelijke vervolgstappen Na het lezen van de paragraaf over de FBE Noord-Holland op pagina 42 vragen wij ons af of wij onze organisatie wel goed op de kaart hebben gezet bij uw gemeente. Mogelijk hebben wij daar onvoldoende aandacht aan besteed. Wij komen dan ook graag met u in contact om een toelichting geven op onze werkzaamheden. In de tussentijd kunt u natuurlijk onze website bezoeken en zich daar aanmelden voor onze nieuwsbrief. https://fbenoordholland.nl/media/mediaattachment/99.pdf https://fbenoordholland.nl/media/media-attachment/101.pdf 4 https://ap.lc/jCopq 5 www.fbenoordholland.nl
60
Ter kennisgeving aangenomen. Wij hebben reeds contact gehad met uw liason (in relatie tot start uitvoering ‘Meer kennis opdoen over werkbare alternatieven en maatwerk’ onder hoofdstuk 1.4.2). Wij staan uiteraard open voor een breder gesprek met uw organisatie
Ja, pagina 43
De ambitie en reikwijdte kent wel een risico: mogelijk is de capaciteit voor deze plannen niet toereikend bij alle betrokkenen. Mijn handreiking is vooral de ketenpartners actief te betrekken en in te zetten. En als het moet, prioriteren.
58
De uitvoering van de ambities word over de jaren heen verspreid. Er wordt toegewerkt naar een meerjarenplanning in Q2 2024 die met de partners wordt gedeeld, zodat zij weten wanneer welk thema gaat spelen. Zo kunnen alle partners zich hier qua capaciteit op voorbereiden.
Nee
Grote zorgen over een grote uitbraak van Vogelgriep en de wijze waarop wij dit het hoofd kunnen bieden. Momenteel lopen er gesprekken tussen de Veiligheidsregio, Gemeente en Dierenambulance. Dit proces zal parallel in de Agenda Dieren aandacht en prioriteit moeten krijgen.
58
Het samenwerkingsproces met de Veiligheidsregio staat benoemd in 1.4.1 Zo min mogelijk risico op zoönose (zoeken van nieuwe partners)
Nee
Vitaliteit van de subsidieketen. De Dierenwelzijnsketen is in hoge mate geprofessionaliseerd, maar er zijn kwetsbaarheden. Continuïteit in de opvanglokaties is essentieel en aangezien deze opvanglokaties een breder werkterrein hebben dan de Gemeente Amsterdam zie ik een grotere rol voor provincie en omliggende gemeenten.
58
Eens, een vitale keten is essentieel voor de nodige hulp aan dieren. In Q1 2024 vindt de aftrap plaats voor het toewerken naar een sterkere keten. De ambities voor een sterkere keten staan benoemd in hoofdstuk 3.2.2 Sterkere afspraken met lopende subsidierelaties. het idee van een samenwerkingsplan zou juist moeten leiden naar een betere in/uitstroom van dieren, benutten van elkaars expertise en organiseren van back-up plannen bij nood zoals zoonose/onderbezetting. Bovenal heeft de subsidieketen een gezamenlijk budget om gezamenlijke kwesties aan te pakken. Het versterken van de vrijwilligerspoel zou daar voor kunnen worden aangewend. De keten dient zelf met een plan te komen, zodat dit budget doeltreffend wordt benut.
Nee
Faunabeheereenheid Noord Holland wordt toegevoegd aan de kolom ‘partners in het wild levende dieren’
67
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Het afstemmen van de communicatiekalender tussen de Gemeente en de partners uit de dierwelzijnsketen kan veel opleveren. We zien aanvullend mogelijkheden om een evenementenkalender op te stellen: elke opvanglocatie, kinderboerderij en wij kennen open dagen.
58
Dank voor de suggesties. Wij kijken uit naar initiatieven vanuit de vervoer- en opvangketen en zullen ook actief onze communicatiekalender delen, zodat we elkaar kunnen versterken. De gemeente staat ervoor open om de evenementkalender vanuit de vervoer- en opvangketen op te nemen in de communicatiekalender
Nee
Samenwerking sociaal domein. Wij pleiten ervoor dat Amsterdam hierin een voorlopers-rol ambieert en zorglocaties, zoals maatschappelijke opvanglocaties, locaties voor beschermd wonen en klinieken de komende jaren op grote schaal diertoegankelijk worden gemaakt. Streven zou kunnen zijn dat minimaal 25% van de verblijfsplaatsen per gemeentelijk gefinancierde verblijfslocatie per 2030 diertoegankelijk zijn. Tevens halen we in dit kader graag de ‘Afdoening motie 057.22’ aan. In deze brief, waarin wordt ingegaan op de motie die oproept tot het bekijken hoe dieren en dierenwelzijn zich verhoudt tot andere portefeuilles, staan een aantal belangrijke zaken. Die gaan onder andere over de link tussen mens en dier, hoe belangrijk dieren voor mensen zijn, en hoe dat werkt op het moment dat iemand zo kwetsbaar is dat de persoon dakloos is en opvang of specialistische hulp nodig heeft.
44
Voor de uitvoering van motie 598.23, over het opvangen van huisdieren van mensen tijdens zorgopnames en/of mensen die dak- of thuisloos zijn, is uitvraag gedaan bij maatschappelijke opvanglocaties. Uit de uitvraag blijkt dat de maatschappelijke opvangen zeer weinig noodzaak ervaren om huisdieren van cliënten op te (laten) vangen. Want er lijken geen inwoners tussen wal en schip te vallen wegens het hebben van een huisdier. Vervolgens is het moeilijk om te oordelen wat het nut én gevolgen zijn van een 25% streven af te spreken. Echter, aangezien de Regenbooggroep reeds een samenwerking met HVO Querido is gestart, ziet het college er meerwaarde in als de resultaten van die samenwerking tot richtlijnen of een handboek leiden, die met de overige locaties kan worden gedeeld.
Nee
Samenwerking sociaal domein. In deze ‘Afdoening motie 057.22’ wordt op pagina 4 het bestaande aanbod aangehaald dat ervoor zorgt dat in onze stad huisdier en eigenaar zo lang mogelijk samen kunnen leven. Onderdeel van dit waardevolle aanbod is ons project Dier & Vriend. Hiervoor is echter geen structurele financiering beschikbaar, waardoor het voortbestaan van dit project in gevaar is. Wij verzoeken om de inhoud van ad 3 van dit document (p4-8) onderdeel te laten vormen van de Agenda Dieren en te voorzien in structurele financiering voor ook het hierin opgenomen project Dier & Vriend. Dier&Vriend is er voor huisdiereigenaren die dakloos zijn, psychische- en/of verslavingsproblemen hebben. Wij zorgen dat het huisdier tijdelijk terecht kan bij een vrijwilliger. Het gevolg is anders dat deze kwetsbare mensen noodzakelijk hulp niet accepteren en dat is voor de baasjes, de dieren zelf, hun netwerk maar ook voor onze maatschappij een ongewenste situatie.
44
De gemeente heeft reeds een subsidierelatie met Loes voor Dieren en Dierenvangnet voor dergelijke crisissituaties. Deze twee organisaties voorzien in de opvang van crisisdieren. Vervoer van deze dieren gebeurt in de regel via de Dierenambulance, ook een gesubsidieerde partner. Crisisdieren zijn dieren die tijdelijk dakloos zijn omdat hun eigenaar tijdelijk elders woont, bijvoorbeeld in het ziekenhuis, bij een GGZ-instelling of detentie. In de afhandeling van motie 057.22 wordt benoemd dat eventueel verkend kan worden of Dier & Vriend een aanvulling kan zijn op de reeds gesubsidieerde organisaties. Vooralsnog is deze kans niet als definitieve actie opgenomen, wegens gebrek aan zicht of er mensen tussen wal en schip vallen. In eerste instantie (zie reactie hierboven) lijkt dat vooralsnog niet het geval. Dierenwelzijn Amsterdam gaat wel graag het gesprek
Nee
68
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 aan met Dier&Vriend over welke meerwaarde zij ziet van hun product op het aanbod Loes voor Dieren en Dierenvangnet.
Het is jammer dat wij als veehouder niet gekend zijn in het opstellen van deze agenda, ik lees alle organisaties die in de eindnoten en bijlagen staan en zie geen agrarische organisaties, agrarische natuur collectieven, of andere boeren die ons mogelijk gevraagd of ongevraagd zouden kunnen representeren, wel zie ik een aantal anti veehouderij organisaties die de balans in de gesprekspartners wat een kant op zouden kunnen trekken. Wij vinden het daarom als veehouder en burger in deze gemeente, treurig niet gekend te zijn, op het gebied waar wij dagelijks werken en leven
36 37 38 39 40 41 43 45 46 47 53 54
Het klopt dat de lokale agrariërs in Weesp niet zijn betrokken bij het opstellen van de inspraakversie. Dat komt omdat: -
-
-
-
Het stadsdeel Weesp ambtelijk betrokken is geweest bij de formulering van de inspraakversie. Op die manier zijn er kansen geboden om het geluid vanuit Weesp een plek te geven De agenda dieren een centraal document is, daarom zijn alleen landelijke stakeholders betrokken. Uitvoering op stadsdeel/gebiedsniveau wordt altijd afgestemd met lokale betrokkenen. de ambities rondom schuilstallen niet verplicht worden, maar juist juridisch worden gefaciliteerd indien agrariërs hier behoefte aan hebben. De gestelde ambitie is dus niet nadelig voor agrariërs De ambities rondom afschot (nee-tenzij): o Onveranderd zijn gebleven ten opzichte van Agenda Dieren 2015-2022 o indertijd (2015-2018) zijn geformuleerd tijdens twee sessies in 2019 waarbij wildbeheereenheden en vertegenwoordiger agrarische sector voor zijn uitgenodid o Met betrekking tot gebiedsgericht werken (stimuleren nee-tenzij) zal gekeken worden waar grootste risico’s op populatie-afbreuk van beschermde soorten kunnen ontstaan, waarbij voor die gebieden preventiemaatregelen zoals landschapsherinrichting en alternatieven op afschot actief worden gestimuleerd. Dit zal in overleg zijn met de agrarische ondernemers waarbij tegenstrijdige belangen zullen worden gewogen.
69
Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Wij beogen de thema’s, die alle raken aan biodiversiteit en agrarisch natuur- en landschapsbeheer, om te zetten in kansen voor de boeren door samenwerking op polderniveau te bevorderen om hun polder toekomstbestendig te maken. Dit gebeurt in nauwe afstemming met provincie, waterschap, gemeenten en andere gebiedspartijen. Zo zijn ook onze leden rondom Weesp al sinds 2022 aan de slag in een dergelijk polderproces met actieve steun van provincie en waterschap. Graag zouden wij met u in gesprek treden over bovengenoemde raakvlakken en hoe we een mogelijke samenwerking op het gebied van dierenwelzijn en biodiversiteit voor het buitengebied van uw gemeente kunnen invullen. Wij zouden het op prijs stellen als u hiervoor via onderstaande gegevens contact met ons wilt opnemen. Bij de lijst met samenwerkingspartners wordt nog niet naar Waternet en Waterschap Gooi en Amstel gerefereerd
48
Voor alle thema’s uit de agenda dieren geldt, dat lokale relavente stakeholders (stadsdeelniveau) waar nodig worden betrokken. Uiteraard staan wij open voor een verkennend gesprek.
Nee
AB
Eens
Ja, pagina 43 ‘Waterschap Gooi en Amstel / Waternet’ wordt toegevoegd in de kolom ‘in het wild levende dieren’
2.8 Overig Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
Ik heb geen duidelijke opmerking, ik wil vooral mijn steun uitspreken voor dit sterk, inzichtelijk en uitgebreid plan. Ik hoop van harte dat de gemeente ver komt met het implementeren van de punten op deze agenda. Niet alleen de dieren maar de hele stad en omliggende gebieden zullen er baat bij hebben!
33
Bedankt. Ter kennisgeving aangenomen
Nee
Duidelijke en goede plannen! Ik ben erg blij dat hier aandacht aan besteed wordt maar het budget mag wel iets hoger naar mijn mening.
23
Nee
Wat een geweldig initiatief. We hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor zowel wilde dieren als huisdieren. Het is geweldig om te zien dat de stad hier meer stappen in zet. Hartelijk dank aan alle betrokkenen! vuurwerk afsteken op 31/12 bij Sloterplas, al is het maar 10 minuten, is verre van diervriendelijk.
18
Bedankt. Ter kennisgeving aangenomen. In 2023 heeft de raad ingestemd met de gereserveerde budgetten (juni, bespreking voorjaarsnota 2024). Op voorhand wordt ingeschat dat deze voldoende zijn om met impact te kunnen handelen. Bedankt. Ter kennisgeving aangenomen Het onderwerp ‘aanwijzen vuurwerkvrije zones’ is wel de revue gepasseerd tijdens het opstellen van de agenda dieren, maar uiteindelijk niet geprioriteerd want dit thema dient niet de meerderheid van de dieren binnen één populatie. Bovenal geldt in Amsterdam een algemeen vuurwerkverbod dat is ook goed voor de dieren. In de plaats daarvan organiseert de Gemeente Amsterdam op verschillende locaties, zoals de Sloterplas vuurwerkshows. Vuurwerk is vrijwel nooit diervriendelijk, maar met relatief korte professionele shows wordt de schade en overlast voor mens en dier aanzienlijk beperkt.
Nee
17
70
Nee