1. Kader Hondenlosloopgebieden.pdf
Tekst van het document
Juni 2021
Kader Hondenlosloopgebieden
Inleiding In Amsterdam leven ongeveer 30.000 honden1. Deze honden maken onderdeel uit van het leven in de stad en zorgen voor plezier, gezelschap en levendigheid. Het hebben van een hond heeft vele voordelen. Voor veel eigenaren is de hond dé reden om frequent naar buiten te gaan en in beweging te blijven. Ook maken veel eigenaren van honden tijdens het uitlaten van het dier een praatje met elkaar. Het hebben van een hond draagt dus bij aan het vergroten van het aantal sociale contacten en het bestrijden van eenzaamheid. En het wandelen met de hond zorgt voor meer sociale controle in de buurt.2 1
Neijenhuis, F., Kluivers M., Hopster H., 2017. Minder hondenbeten. Puzzelen naar veiligheid voor mens en dier. Wageningen Livestock Research, Rapport 1024, p. 13 hetccv.nl/onderwerpen/veiligheidsbeleving/praktijkvoorbeelden/ alle-praktijkvoorbeelden/waaks-surveillerende-hondenbezitters/
2
Voor honden is het belangrijk dat ze regelmatig worden uitgelaten. Het is hierbij van belang dat zij kunnen rennen en spelen en hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Honden die te weinig beweging krijgen, kunnen gestrest raken en daardoor ongewenst gedrag vertonen.
Tegelijkertijd is de druk op het gebruik van de openbare ruimte hoog en kunnen ook honden daarin voor hinder zorgen. Denk aan overlast door hondenpoep of loslopende honden die gevaarlijke situaties in het verkeer veroorzaken. In Amsterdam moeten honden overal in de openbare ruimte worden aangelijnd (APV, artikel 5.13 Aanlijngebod). Ook moeten hondeneigenaren uitwerpselen onmiddellijk verwijderen en daartoe een doeltreffend hulpmiddel bij zich hebben (APV, artikel 5.12 Verontreiniging door honden). Een uitzondering op het aanlijngebod geldt voor door het College aangewezen losloopgebieden voor honden, waar de honden onaangelijnd kunnen bewegen. Waar honden los mogen lopen, is het nog steeds verplicht de hond onder toezicht te houden en uitwerpselen op te ruimen. Op een kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats is het verboden honden uit te laten (APV, artikel 5.14 Verboden plaatsen voor honden). De meeste mensen lopen voor een dagelijkse wandeling met hun hond niet ver en maken vaak maar een aantal keer per week een langere wandeling. Hierom is het van belang dat iedereen relatief dicht bij huis een hondenlosloopgebied tot zijn of haar beschikking heeft. We streven er naar dat iedereen binnen 1 kilometer lopen een losloopgebied kan vinden.
Doel kader Om ervoor te zorgen dat hondenlosloop gebieden voldoen aan dierenwelzijnseisen, binnen de openbare ruimte passen en overeen stemming vinden met het overige gebruik van de stad, is dit kader hondenlosloopgebieden met eisen en richtlijnen opgesteld. Dit kader geldt voor bestaande en nieuwe hondenlosloop gebieden. Bij het aanwijzen en/of inrichten van een hondenlosloopgebied moet altijd gekeken worden naar de specifieke omstandigheden en kenmerken van het gebied en zijn omgeving en naar de verschillende gebruikers. Vaak gaat het om al jaren bestaande en goed functionerende hondenlosloopgebieden. Bij veel hondenlosloop gebieden zal maatwerk nodig zijn, waarbij onder bouwd afgeweken kan worden van dit kader. Dit kader is dan richting gevend bij de locatiekeuze en inrichting. Wanneer een gebied eigen beleid heeft (bijvoorbeeld het Amsterdamse Bos en het Groengebied Amstelland), kunnen andere richtlijnen gehanteerd worden.
Op basis van dit kader bekijken we de komende jaren of nieuwe losloopgebieden wenselijk zijn om honden meer ruimte te geven in de stad. Als we een nieuw hondenlosloopgebied aanleggen richten we het gebied in volgens de richtlijnen die in dit beleidskader staan. Ook voor bestaande losloopgebieden bekijken we of aanpassingen wenselijk zijn op basis van dit beleid. Bijvoorbeeld het plaatsen van nieuwe borden, omheiningen of afvalbakken. Of het aanpassen van de grootte van een losloop gebied. Daarmee willen we de situatie voor de honden in de stad verbeteren. In een enkel geval kan dit er ook toe leiden dat een losloopgebied wordt opgeheven, bijvoorbeeld als de situatie erg gevaarlijk is voor honden en verkeers deelnemers. Vanwege de druk op de openbare ruimte moeten we de verschillende belangen in een gebied zorgvuldig afwegen. Uitgangspunt bij het aanwijzen en inrichten van hondenlos loopgebieden is het gezamenlijk gebruik, dus door mensen met en zonder honden, van de openbare ruimte. Het aanwijzen van nieuwe hondenlosloopgebieden en het doen van grote aanpassingen aan de inrichting doen we in over leg met omwonenden en gebruikers van het gebied. Omdat we waarschijnlijk niet alle gewenste aanpassingen in een keer kunnen doen, geven we prioriteit aan de locaties waar met kleine maatregelen veel verbeterd kan worden voor de honden en hun baasjes.
Wat gaat er met dit beleid gebeuren?
1
Eisen en richtlijnen
Bereikbaarheid hondenlosloop gebied A Zoveel mogelijk Amsterdammers kunnen binnen 1 kilometer van hun woonadres een losloopgebied vinden. B Van A kan afgeweken worden indien aan wijzen van een gebied conform richtlijnen (zie 2) niet mogelijk is, of als er sprake is van strijdigheid met het overige gebruik van de openbare ruimte. C Streven naar gelijkmatige dekking, bij intensief gebruik (tegelijk gebruik door relatief veel honden) kan gekeken worden naar uitbreiding of toevoegen van extra losloopgebieden. D Bij het uitbreiden of toevoegen van extra losloopgebieden kijken naar het maken van grotere aaneengesloten gebieden of routes met verschillende gebieden, waardoor het wandelen met de hond nog aantrekkelijker wordt.
2
Richtlijnen locatie en inrichting hondenlos loopgebied
A Omvang bij voorkeur minimaal 500 m2. Een substantiële maat is nodig zodat (meerdere) honden los kunnen rennen en spelen. B Afhankelijk van het gebruik van het gebied, kan een geheel gebied of slechts een deel als hondenlosloopgebied worden aangewezen. C We streven naar een goede spreiding van hondenspeelplekken over de stad, die gelegen zijn binnen een grotere losloopzone. Een hondenspeelplek bevat speeltoestellen voor honden, zoals speciale tunnels, bruggen en slalommen en/of een zwemgelegenheid. D Losloopgebieden zijn (gedeeltelijk) groen. De inrichting is bij voorkeur een afwisseling van verharding, gras en struiken. Verharde paden zijn gewenst in verband met toegankelijkheid voor mensen met een beperking.
Gebied
E Een stadsecoloog dient betrokken te worden bij het aanwijzen van een losloopgebied, om te beoordelen of er geen sprake is van een ecologisch kwetsbaar gebied. Indien een losloop gebied en een ecologisch kwetsbaar gebied (zie bijlage I) bij elkaar liggen of overlappen, moet hiervoor advies van een stadsecoloog ingewonnen worden (zie ook H). Het advies van de stadsecoloog is hierbij leidend. F Losloopgebieden zijn bij voorkeur permanent te gebruiken door loslopende honden, zodat permanent voldaan wordt aan de gewenste dekking/doelstelling (onder 1). Bij uitzondering zijn ook restricties mogelijk. Deze restricties kunnen betrekking hebben op bepaalde tijden (aanlijngebod tussen 8.00 en 20.00 uur) of bepaalde maanden (aanlijngebod van april tot oktober). De reden(en) voor het instellen van een restrictiegebied in plaats van een losloopgebied dient te worden toegelicht.
2
Richtlijnen locatie en inrichting hondenlos loopgebied
G Bij grote losloopgebieden (>500 m2) is over het algemeen geen fysieke afscheiding/omheining van het gebied nodig, omdat er voldoende ruimte is om afstand te houden tot andere functies. H Kleine losloopgebieden (<500 m2) worden fysiek afgescheiden/omheind, tenzij: • de afstand tot een rijbaan met gemotoriseerd verkeer minimaal 25 m is, en • de afstand tot een solitair (brom)fietspad minimaal 10m is, en • er op advies van een stadsecoloog geen scheiding nodig is tussen hondenlosloopgebied en ecologisch kwetsbaar gebied.
Afscheiding/ligging
I Bij een situatie zonder fysieke afscheiding/ omheining moet de grens van het losloopgebied duidelijk zichtbaar zijn door middel van bebording (zie N). J Bij toepassing van een fysieke afscheiding/ omheining rond het hele losloopgebied dienen er ook maatregelen genomen te worden bij de in-/uitgang (zie M). K Een kinderspeelplaats, zandbak, speel weide of ander aangewezen verbods gebied (APV, artikel 5.14) ligt minimaal 50 meter van een hondenlosloopgebied of is fysiek gescheiden van het losloopgebied.
2
Richtlijnen locatie en inrichting hondenlos loopgebied
L Een fysieke scheiding moet voldoende hoog en dicht zijn om loslopende honden tegen te houden. Een fysieke afscheiding is bijvoorbeeld een hek, muur, haag, bosschages, aarden wal, takkenril of water. Bij het toepassen van een hek als scheiding, rekening houden met het risico op het parkeren van fietsen tegen het hek. M Richtlijnen voor scheiding bij in/uitgangen (indien gebied fysiek afgescheiden moet worden): toepassen (klap)hekjes en/of roosters. Hierbij rekening houden met toegankelijkheid (gebruik met rolstoel/ scootmobiel) en indien van toepassing fietsers. N Bebording langs paden op de grens van het losloopgebied conform Amsterdamse standaard (zie bijlage III), tenzij combinatie met andere bebording (bijvoorbeeld op spelregelbord bij ingang park) mogelijk is. Per locatie moet gezocht worden naar voldoende duidelijkheid met gebruik van een beperkt aantal borden.
Inrichting
O Voor losloopgebieden is kort gras het meest geschikt. Dit beperkt sommige risico’s voor de honden, zoals grasaren en teken. P In elk losloopgebied is minimaal één afvalbak te vinden. Model en plaatsing dienen te voldoen aan de ‘Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’. Logische locaties: bij bankjes en randen van het losloopgebied (logische plekken waar de losloopgebieden worden betreden/ verlaten). In principe stelt de gemeente in de openbare ruimte geen poepzakjes ter beschiking. Conform de APV dient de hondenbezitter deze zelf bij zich te dragen. Q Bij een losloopgebied is altijd minimaal één bankje voor de eigenaar/houder van de hond. R Verlichting conform beleidskader Verlichting (2017). S Het losloopgebied dient voldoende toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking, conform de Checklist Toegankelijkheid die de gemeente hierbij hanteert.
2
Richtlijnen locatie en inrichting hondenlos loopgebied
T Juiste afwatering/drainage ter voor koming van modder/blubber. U Eventueel door honden gegraven kuilen regelmatig dichtgooien (voorkomen struikelen). V De maaifrequentie is afhankelijk van het type gras. Bij kort gras (voorkeur) hoort een hoge maai frequentie (22 x per jaar). Losloopgebieden worden bij voorkeur gesitueerd op kort gras, zodat specifieke beheermaatregelen ten aanzien van het maaien niet nodig zijn. W Als de regels met betrekking tot de opruimplicht en het niet gebruiken van losloopgebieden stedelijk op grote schaal onvoldoende worden nageleefd kan dit onderwerp worden geprioriteerd in het “Actieplan handhaving openbare ruimte”. Aan een stedelijk onderwerp wordt prioriteit gegeven als deze hoog scoort op basis van een risicoanalyse.
Beheer en handhaving
3
Richtlijnen bebording hondenverbodsgebied In de APV, artikel 5.14 ‘Verboden plaatsen voor honden’ staat: Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze uit te laten op een voor publiek toegankelijke kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats. X Bij kinderspeelplaatsen, zandbakken of speelweides worden in principe geen borden ‘verbodsgebied’ geplaatst. Bij onduidelijkheid (bijvoorbeeld bij speelweides in parken) kunnen eventueel verbodsborden worden geplaatst (zie bijlage III). In het geval van verbods gebied(en) in een park kan ook gekeken worden naar een combinatie met andere bebording (bijvoorbeeld op spelregelbord bij ingang park). Per locatie moet gezocht worden naar voldoende duidelijkheid met gebruik van een beperkt aantal borden. Y Bij andere door het college aangewezen plaatsen waar honden verboden zijn worden borden geplaatst (zie bijlage III).
I
Hondenlosloopgebieden en ecologische kwetsbare gebieden
Bijlage
1 Natuurnetwerk Nederland. Het Natuur netwerk Nederland (NNN), de Ecologische structuur van Nederland, is ecologisch kwetsbaar gebied. Er kan verstorend effect van loslopende honden op vogels en zoogdieren zijn. 2 Aanwezigheid zoogdieren en grondbroedende vogels. Gebieden waar kleine zoogdieren (marters, eekhoorns) en grondbroedende vogels (rietvogels) voorkomen, zijn ecologisch kwetsbaar in relatie tot loslopende honden. 3 Smalle ecologische verbinding. Hier bestaat de reële kans dat door de aanwezigheid van loslopende honden de verbinding niet meer of niet naar behoren kan functioneren. Bij de beoordeling of een verbinding smal is kunnen de verstoringsafstanden per soort worden gehanteerd. In ieder geval vallen alle verbindingen die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland onder deze beperking.
4 (Natuurvriendelijke) oevers. In natuurlijke of natuurvriendelijke oevers zijn vaak grondgebonden soorten aanwezig (rietvogels), amfibieën of kleine zoogdieren. Zie punt 2. 5 Begrazing, interacties tussen loslopende honden en grazers zijn ongewenst omdat dit tot onrust van de grazers kan leiden. 6 Overig. Er kunnen andere dan hierboven genoemde argumenten zijn die naar het oordeel van de stadsecoloog kunnen onderbouwen dat hondenlosloopgebieden niet inpasbaar zijn in een ecologisch kwetsbaar gebied.
Toelichting beoordeling stadsecoloog Om te beoordelen of een losloopgebied inpasbaar is in een ecologisch kwetsbaar gebied kijkt een stadsecoloog (directie R&D) naar een aantal zaken. Belangrijk daarbij is de mate van verstoring die de honden kunnen geven aan doelsoorten van het gebied. Deze mate van verstoring is afhankelijk van de grootte van het ecologische gebied maar ook van de eigen schappen van de doelsoorten. Soorten die op de grond broeden zijn bijvoorbeeld veel gevoeliger voor verstoring dan soorten die in bomen of gebouwen broeden. Belangrijk is ook dat het ecologisch gevoerde beheer doorgezet kan worden nadat een hondenlosloopgebied ingepast is. Wanneer het ecologisch beheer bijvoorbeeld uitgaat van weinig maaien om bloemrijk grasland te bevorderen is dit leidend, ook als voor de honden gazonbeheer de voorkeur zou hebben.
II
Kaarten
Bijlage
Kaart 1:
Huidige losloop-, restrictie- en verbodsgebieden
Deze kaart geeft de vastgestelde losloop-, restrictie- en verbodsgebieden weer (peildatum nov. 2020). De kaart wordt nog geactualiseerd en is te vinden op maps.amsterdam.nl/honden
II
Kaarten
Bijlage
Kaart 2:
Globale analyse dekking hondenlosloopgebieden
Weergegeven door cirkel van 1 km rondom elk losloopgebied uit kaart 1
III
Standaard bebording hondenlosloopgebieden
Bijlage
Voor bebording zijn twee opties beschikbaar: • Bordje op lage houten paal (voorkeur). • Bordje op flespaal of hek (indien combinatie met bestaande paal of hek mogelijk is. Varianten zijn: 1A Losloopgebied 1B Losloopgebied <periodiek> 2 Einde losloopgebied 3 Verbodsgebied Kenmerken lage houten paal: • Ronde paal, dikte ca. 20 cm, hoogte ca. 60 cm boven de grond • 1- of 2-zijdig afgeschuinde kop voor bevestiging bordje(s)
Kenmerken bordje: Vorm - Ovaal (200x140 mm) voor bevestiging op houten paal, - Rond (300 mm) voor bevestiging op paal/hek Kleur Wit bordje met zwarte letters + rood Tekst “(Einde) Hondenlosloopgebied” of “Hondenverbodsgebied” + evt. periode Afbeelding Hond (wel/niet aangelijnd) of verboden voor honden Tekst “Ook hier opruimplicht” Afbeelding Logo Amsterdam Link naar www.amsterdam.nl/honden
Verbodsgebied
van maart tot augustus
Einde losloopgebied
Ook hier opruimplicht
Ook hier opruimplicht
Ook hier opruimplicht
Kijk voor meer informatie op: www.amsterdam.nl/honden
Kijk voor meer informatie op: www.amsterdam.nl/honden
Kijk voor meer informatie op: www.amsterdam.nl/honden
Kijk voor meer informatie op: www.amsterdam.nl/honden
1A Losloopgebied
1B Losloopgebied
2 Einde losloopgebied
Losloopgebied
Losloopgebied
(met periode/tijd)
3 Verbodsgebied
Colofon Uitgave: Gemeente Amsterdam, Verkeer & Openbare Ruimte, juni 2021 Tekst en redactie: Gemeente Amsterdam, Verkeer & Openbare Ruimte en Ruimte & Duurzaamheid Fotografie: Fotobank Amsterdam Meer informatie: Gemeente Amsterdam, Verkeer & Openbare Ruimte, Postbus 95089, 1090 HB Amsterdam, telefoon 14020 Copyright Verkeer & Openbare Ruimte (V&OR) Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. V&OR aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden/onvolledigheden.