CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Jaarrapportage Taaloffensief 2020

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 2 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Jaarrapportage Taalo?ensief 2020 Nr. VN2021-0135185.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

22 april 2021

Rapportage Taaloffensief 2020 Volwasseneneducatie

Gemeente Amsterdam RVE Participatie Rapportage Taaloffensief 2020

22 april 2021

Toelichting foto voorkant: Dit zijn deelnemers aan de cursus Taal en Werk niveau A1- A2. De deelnemers hadden als verassing voor de docent allemaal een oranje shirt aan gedaan. Ze doen een spel waardoor een aantal de handen voor het gezicht hebben.

2

Gemeente Amsterdam RVE Participatie Rapportage Taaloffensief 2020

22 april 2021

Inhoud Voorwoord …………………………………………………………. …….....4 Samenvatting …………………………………………………….……. ….. 5 1. Resultaten deelnemers……………………………………….. …8 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Inleiding Aantal deelnemers Taal en Ouderbetrokkenheid Resultaten afgeronde cursussen Voortgangsmeting competenties Duaal traject

8 10 11 12 13

2. Kwalitatieve bevindingen ……………………………………..14 2.1 2.2 2.3

Inleiding Beoordeling contractpartners Deelnemerstevredenheid

14 14 14

3. Andere educatieve activiteiten…………………..….……… 16 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Inleiding Amsterdam Taalakkoord Digitale inclusie Aanpak Armoede Taal en Laaggeletterdheid (ATL) Leef en Leer! Sociale Basis Taalcoachproject en project geïsoleerde vrouwen

16 16 17 18 18 18 19

4. Digitale vaardigheden in tijden van Corona, een artikel 20

3

Gemeente Amsterdam RVE Participatie Rapportage Taaloffensief 2020

22 april 2021

Voorwoord

Onze stad is een verbonden stad. Er is vrijwel geen andere wereldstad waarin mensen met zoveel verschillende achtergronden met elkaar samenleven. Amsterdam wil een stad zijn waarin burgers elkaar kunnen vinden en waar zij verbinding met elkaar leggen. Daartoe moet men elkaar begrijpen. Dat is niet vanzelfsprekend. Niet iedereen spreekt, begrijpt, leest of schrijft de Nederlandse taal voldoende om verbinding te kunnen maken en in de samenleving mee te kunnen doen. In een rechtvaardige stad zou iedereen gelijke kansen moeten hebben. Het creëren van deze kansen begint bij de basis, met taal en reken- en digitale vaardigheden. De coronapandemie heeft ook invloed gehad op volwasseneneducatie. Het professioneel taalaanbod is zoveel als mogelijk online doorgegaan, maar dat heeft zijn beperkingen. Niet alle doelgroepen kunnen of willen online les volgen. Daarom is de mogelijkheid gecreëerd om voor fysieke- en online taallessen in kleinere groepen te werken bij Taal en Ouderbetrokkenheid en voor de doelgroepen analfabeten, laagopgeleiden en NT1-ers. Ook is er een cursus opgezet waarbij deelnemers in kleine groepjes voldoende digitaal vaardig worden gemaakt om online les te kunnen volgen. Deze maatregelen zijn erop gericht om de meest kwetsbare Amsterdammers te blijven bereiken. Voor u ligt de Jaarrapportage Taaloffensief 2020.

In deze rapportage wordt u geïnformeerd over de resultaten van professionele taaltrajecten, het aanbod Taal en Ouderbetrokkenheid, het Amsterdamse Taalakkoord en andere educatieve activiteiten. In december 2018 heeft de gemeenteraad het beleidskader ‘Taaloffensief 2019-2023’ vastgesteld. In september 2019 is het uitvoeringsplan Taaloffensief 20219-2022 vastgesteld en de aanbesteding Taaloffensief is in januari 2020 afgerond. Al enige tijd wordt vanuit diverse kanten opgeroepen om landelijk structureel meer geld beschikbaar te stellen voor de aanpak laaggeletterdheid en de bestedingsruimte te verbreden. In 2019 heeft de Sociaal Economische Raad hiervoor gepleit. De stichting Lezen en Schrijven deed dit 11 maart jl. met een pamflet dat mede is ondertekend door de SER, VNG, UWV, MBO Raad, NRTO, CNV, FNV en VCP. Tot slot verscheen in maart 2021 het adviesrapport ‘Noodzaak van volwasseneneducatie voor iedereen’ vanuit de Unescoleerstoel volwasseneneducatie. In het laatste rapport is tevens een testimonial opgenomen van wethouder Moorman. In de bijlagen vindt u een samenvatting van het SER-rapport (bijlage 1), het Pamflet van de stichting

4

Gemeente Amsterdam RVE Participatie Rapportage Taaloffensief 2020

22 april 2021

Lezen en Schrijven (bijlage 2) en het adviesrapport van de Unesco Leerstoel Volwasseneneducatie (bijlage 3).

5

Samenvatting Inleiding Amsterdam staat voor een grote opgave: 16% van de inwoners is laaggeletterd. Onderzoek wijst uit dat investeren in taalonderwijs niet alleen een noodzaak is, maar ook rendeert: elke geïnvesteerde euro levert gemiddeld 1,5 op (marge van 0,9-2,1) door baten van extra arbeidsproductiviteit, sociale participatie en gezondheid terwijl er minder beroep wordt gedaan op bijstandsuitkeringen en zorg1. Laaggeletterde burgers zijn kwetsbare burgers. Er is een sterke relatie met de aanpak van werkloosheid en armoede, beleid kansengelijkheid, met gezondheidsbeleid en het onderwijsachterstandenbeleid gericht op kinderen. Het eerste jaar Taaloffensief viel vrijwel gelijk aan het eerste jaar van de coronapandemie. De cursussen Taaloffensief startten in februari fysiek maar moesten half maart 2020 zoveel mogelijk online doorgaan. Maar dat heeft zijn beperkingen. Niet alle doelgroepen kunnen of willen online les volgen. Het bereik is daardoor in 2020 iets lager. Van de 4750 beoogde deelnemers in 2020, zijn er 4373 deelnemers gestart aan een cursus Taaloffensief, waarvan 493 deelnemers aan de cursus Taal en Ouderbetrokkenheid. In deze rapportage analyseren we de resultaten van 1312 deelnemers die hun cursus in 2020 hebben afgerond.

Resultaten deelnemers Van 1312 deelnemers die hun cursus in 2020 hebben afgerond, heeft 48% het basaal taalniveau A2 behaald en 26% het niveau geletterd (B1/2F). 24% van de deelnemers is vooralsnog minder succesvol. Zij hebben het basale taalniveau nog niet behaald. Het is niet realistisch dat deelnemers die bij de start nauwelijks Nederlands spreken of schrijven het basale taalniveau in een cursus van zes maanden halen. Zij krijgen een vervolgcursus aangeboden. Kwalitatieve bevindingen We zijn erg tevreden over de wijze waarop de taalaanbieders de omslag hebben gemaakt naar online onderwijs. In deze omslag hebben aanbieders en gemeente nauw samengewerkt. De coronapandemie heeft naast het aantal deelnemers ook invloed op de inhoud van de taaltrajecten van het Taaloffensief, met name op de competentiemeting, het competentiegericht leren, het portfolio en de praktijkopdrachten. Om die reden is besloten de meting sociale inclusie uit te stellen naar 2021. Deelnemers zijn over het algemeen tevreden over de cursus, de docent en de online lessen. Amsterdams Taalakkoord en andere educatieve activiteiten Het netwerk van het Amsterdams Taalakkoord is in drie jaar tijd gegroeid naar ruim 60 organisaties. Er is in 2020 gestart met de volgende accenten voor deze 1

Bron: analyse MBKA taaltrajecten, LPBL, 2017

6

tweede fase van het Amsterdams Taalakkoord: samenwerking met schulden- en armoederegelingen, gerichte uitbreiding van het netwerk, stimuleren van onderlinge samenwerking en verkenning regionale samenwerking. In het kader van digitale inclusie zijn er verschillende activiteiten georganiseerd, zoals de module digitale vaardigheden om mensen in staat te stellen online lessen te volgen, Digimaatje en digitale vaardigheden op de TOBscholen en de Digi Challenge. Daarnaast hebben we actief deelgenomen aan de laptopactie Iedereen Verbonden. Ook waren 642 Taalcoaches actief en zijn vanuit het programma Leef en Leer! informele aanbieders en vrijwilligers gefaciliteerd met trainingen, oefenmateriaal, informatie over corona in verschillende talen, uitleg en ondersteuning bij digitaal lesgeven voor vrijwilligers. Over de doelen en uitvoering van de middelen voor laaggeletterdheid in de Sociale Basis 2020 is contact met de stadsdelen. De ervaringen in 2020 laten zien dat het van belang is dat de taalnetwerken goed ingebed zijn in de Sociale basis. Per 2021 zijn de middelen; versterken taalnetwerken, Taalcoaches en project geïsoleerde vrouwen, structureel overgeheveld naar de Sociale Basis.

7

8

1.

Resultaten deelnemers

1.1 Inleiding In dit hoofdstuk laten we het cursusaanbod en de resultaten zien van de deelnemers die hun cursus hebben afgerond. Het eerste jaar Taaloffensief viel vrijwel gelijk aan het eerste jaar van de coronapandemie. De cursussen Taaloffensief startten in februari fysiek maar moesten half maart 2020 zoveel mogelijk online doorgaan. Maar dat heeft zijn beperkingen. Niet alle doelgroepen kunnen of willen online les volgen. Het bereik is daardoor in 2020 iets lager. Toch hebben we voor volwasseneneducatie geen onderbesteding. Het college heeft de mogelijkheid gecreëerd om voor fysieke- en online lessen Taal in kleinere groepen te werken bij Taal en Ouderbetrokkenheid en voor de doelgroepen analfabeten, laagopgeleiden en NT1-ers. Bij deze trajecten ligt de prijs per deelnemer hoger. Ook is er een cursus opgezet waarbij deelnemers in kleine groepjes voldoende digitaal vaardig worden gemaakt om online les te kunnen volgen. Deze maatregelen zijn erop gericht om de meest kwetsbare Amsterdammers te blijven bereiken. 1.2 Aantal deelnemers Van de 4750 beoogde deelnemers in 2020, zijn er 4373 deelnemers gestart aan een cursus Taaloffensief, waarvan 493 deelnemers aan de cursus TOB. Het cursusaanbod Taaloffensief is gestart per februari 2020.

Er is op verschillende manieren ingezet toch zoveel mogelijk mensen te bereiken: online lesgeven, werken met kleinere groepen, aangepaste eisen wat betreft de praktijkcomponent, verspreiding van laptops en intensivering van aanbod digitale vaardigheden en extra inzet op werving in samenwerking met de stadsdelen. Online leren heeft zijn beperkingen, niet alle doelgroepen kunnen of willen onlinelessen volgen. Het aantal deelnemers aan Taal in de buurt bestemd voor laagopgeleide en analfabeten is om die reden achtergebleven bij de prognose. Ook voor ouders die deelnamen aan TOB was de overgang naar online voor velen een te grote stap. Bovendien is online les volgen lastig als alle kinderen thuis zijn en/of als er één of geen device aanwezig is in het gezin. De laaggeletterde NT1-ers waren eveneens moeilijk te bereiken, nog moeilijker dan voorgaande jaren omdat de taalconsulenten niet fysiek aanwezig waren in de wijken. In 2020 hebben we 109 NT1-ers weten te bereiken, slechts 3 %. Overigens is voor NT1-ers tot de lockdown in december 2020 zoveel mogelijk fysiek les gegeven in kleine groepen, met in achtneming van de coronamaatregelen. De doelgroep NT1-ers met Nederlands als thuistaal is om allerlei redenen moeilijk te bereiken. Dit is landelijk en in Amsterdam een probleem. Mede op basis van een motie van de raadsleden de Fockert en El Ksaihi wordt in Noord

9

door OIS onderzoek gedaan naar het bereik van de NT1-ers, waarna we inzetten op een plan van aanpak speciaal voor deze doelgroep. In het uitvoeringsplan Taaloffensief is uitgewerkt hoe het aanbod om taal-, reken- en digitale vaardigheden te vergroten inspeelt op het vergroten van mogelijkheden voor alle Amsterdammers. Op de volgende pagina is dit schematisch in beeld gebracht.

10

11

1.3 Taal en Ouderbetrokkenheid Het aanbod Taal en Ouderbetrokkenheid (TOB) is voor ouders die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen van groot belang om hun kinderen beter te kunnen ondersteunen in hun schoolloopbaan en meer betrokken te zijn bij de school. De inhoud van het aanbod TOB wordt in overleg met de schooldirectie vastgesteld en is aanvullend op andere activiteiten van de school. De onderwerpen sluiten aan bij de thema’s van de school en bij de leervraag van de ouders. De coronacrisis heeft grote gevolgen voor het (primaire) onderwijs en daarmee ook voor TOB. Vijftien van de 51 cursusgroepen TOB zijn door de coronamaatregelen niet gestart. Ouders wilden of konden de cursus niet online volgen. De overige 36 groepen zijn online doorgezet. Helaas heeft niet iedereen het kunnen volhouden en zijn er veel kleine groepjes van 4 tot 6 ouders overgebleven. Voor groepjes van vier ouders was het mogelijk via WhatsApp onlinelessen te verzorgen. Ook het starten van nieuwe groepen was niet eenvoudig doordat volwassenen niet langer welkom waren op de scholen. Ouders die niet in staat waren door te stromen naar ander online taalaanbod van het Taaloffensief, konden TOB blijven volgen zolang de coronamaatregelen van kracht waren en zijn. In de zomerperiode is naarstig gezocht naar lesruimte in de buurt van de school om de lessen fysiek te kunnen voortzetten.

Helaas moesten de taalaanbieders de lessen per december 2020 weer staken door de lockdown. Dankzij de creatieve en flexibele inzet van de taalaanbieders hebben er dit jaar desalniettemin 493 ouders deelgenomen aan TOB-lessen die in het algemeen online werden verzorgd. Bij Taal en Ouderbetrokkenheid is het startniveau van de deelnemers zeer divers. Om het aanbod drempelloos en toegankelijk te houden wordt er bij de start van de cursus TOB geen begintoets afgenomen. Wel geven deelnemers aan het begin en einde van de cursus aan in hoeverre ze elk van de 20 competenties beheersen. Op deze manier wordt de individuele voorgang gemeten. Zie hieronder een aantal competenties als voorbeeld. Competenties TOB onder A2 Kan ik niet Ik kan een gesprek voeren met mijn kind over school Ik kan vragen stellen aan de leraar, bijvoorbeeld in een 10 minutengesprek

Kan ik een beetje

Kan ik goed

☐

Kan ik een klein beetje ☐

☐

☐

Kan ik heel goed ☐

☐

☐

☐

☐

☐

12

Ik kan een eenvoudig (digitaal) formulier invullen Ik kan mezelf of mijn kind aanmelden voor een activiteit of cursus in de buurt Ik kan een uitnodiging van een ouderavond begrijpen Ik kan vertellen hoeveel zakgeld ik mijn kind kan geven en waarom Ik kan de schoolapp downloaden en kan de informatie van mijn kind vinden

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Bij afronding van de cursus TOB wordt naast de eindmeting competenties ook een toets afgenomen. Deze is van belang voor het vervolgaanbod of activiteit die de ouder na TOB gaat volgen. 1.4 Resultaten afgeronde cursussen: behaald taalniveau In deze paragraaf analyseren we de resultaten van 1312 van de 2704 deelnemers die hun cursus in 2020 hebben afgerond. De eindniveaus van de overige 1392 deelnemers zijn wel geregistreerd in een eindrapportage maar zijn helaas niet in het volgsysteem terecht gekomen2 De cursussen starten vanaf verschillende taalniveaus. Afhankelijk van de leersnelheid en het startniveau wordt tijdens de intake het persoonlijk leerdoel vastgesteld. Onderstaande tabel brengt in beeld welk taalniveau deelnemers behaalden. Dit zijn niveaus uit het Europees Raamwerk Vreemde Talen. Niveau A2 staat voor een basaal taalniveau dat nodig is om zelfredzaam te zijn. Onder niveau A2 (A1 en daaronder) kun je nog niet spreken van zelfstandig taalgebruik. Niveau B1 staat voor een taalniveau waarmee men niet meer in de categorie laaggeletterdheid valt en toegang heeft tot beroepsopleiding en werk. Tabel 1. Behaald taalniveau gesprekken voeren

Behaald niveau ‘gesprekken voeren’ Onder A1

2019 Aantal deelnemers 132

2020 Percent Aantal age deelnemers 9% 43

Percent age 3%

A1 A2

322 626

23% 44%

270 621

21% 48%

B1 B2

296 39

21% 3%

302 67

23% 5%

2

Voor 2021 worden alle begin- en eindniveaus door de taalaanbieders zowel in de eindrapportage ingevuld als in de webapplicatie ingevoerd zodat we over 2021 de resultaten van alle deelnemers kunnen presenteren.

13

1303 Te zien is dat 48% van de deelnemers die hun cursus in 2020 hebben afgerond, voor de vaardigheid ‘gesprekken voeren’ het basale taalniveau A2 beheerst. Dit percentage is iets hoger dan het percentage in 2019. 24% van de deelnemers zit nog onder het basale taalniveau A2. Zij hebben nog een vervolgcursus nodig.

14

Tabel 2. Behaald taalniveau schrijven

2019

Behaald niveau ‘schrijven’ Onder A1

Aantal deelnemers 248

2020 Percent Aantal age deelnemers 17% 56

Percent age 4%

A1 A2

295 702

20% 47%

283 634

22% 48%

B1 B2

201 31

14% 2%

245 94

19% 7%

1312 Van de deelnemers die in 2020 de cursus hebben afgerond beheerst 26% de vaardigheid ‘schrijven’ op het niveau B1 (niveau geletterd). Dit percentage is iets hoger dan het percentage in 2019. 48% beheerst deze vaardigheid op het basale taalniveau A2. Analfabeten en langzaam lerende gealfabetiseerde deelnemers hebben veel langer dan zes maanden nodig om te kunnen lezen op niveau A2. Van 662 deelnemers zijn zowel het begin- als eindniveau terug te vinden in het nieuwe volgsysteem. De startniveaus van de overige 650 zijn verloren gegaan bij de omzetting naar een nieuw volgsysteem. Hun cursussen zijn voor 21 oktober 2019 gestart (de release van Raak) waardoor het beginniveau niet in het volgsysteem is meegenomen.

Begin A0 A1 A2 B1 Eindtotaal

A0

A1

A2

20 6

48 61 8

26

117

Eindtotaa verhoging percentag B1 B2 l 2020 e 81 29 3 181 161 89% 111 42 2 222 155 70% 115 78 10 211 88 42% 9 22 17 48 17 35% 316 171 32 662 421 64%

421 van de 662 deelnemers hebben minstens één taalniveau verhoging op de vaardigheid gesprekken voeren, een stijging van 64%. In 2019 was de stijging hoger, 73%. Een mogelijke verklaring voor dit lagere percentage is dat het door de coronamaatregelen moeilijker is om portfolio opdrachten uit te voeren en om de Nederlandse taal buiten de lessen te oefenen. 1.5 Voorgangsmeting competenties In het Taaloffensief wordt competentiegericht onderwijs aangeboden. Afhankelijk van het doelperspectief werken deelnemers aan concrete vaardigheden die zij in het dagelijks leven kunnen toepassen. Aan het begin en einde van de cursussen geven de deelnemers aan in hoeverre ze elk van de 20 competenties beheersen. Op deze manier kunnen we de individuele voortgang

15

meten. Het lukt immers niet alle deelnemers in een cursus van 6 maanden een heel taalniveau verhoging te bereiken. Dit is onder andere afhankelijk van de studievaardigheid/leersnelheid van de deelnemer. Een voorbeeld van een aantal competenties uit de cursus Taal en Werk. Beginmeting Taal en Werk Kan ik niet

Ik kan een gesprek voeren met collega’s over persoonlijke alledaagse dingen Ik kan vertellen waar ik goed in ben Ik kan vacatures vinden die voor mij belangrijk zijn Ik kan vragen opschrijven die ik tijdens een sollicitatiegesprek wil stellen Ik kan een (digitaal) sollicitatieformulier invullen Ik kan een wachtwoord (opnieuw) aanvragen, bijvoorbeeld voor een DigiD of website Ik weet hoe ik Nederlands kan leren buiten de les

Kan ik een beetj e

Kan ik goed

Kan ik heel goed

☐

Kan ik een klein beetj e ☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

1.6 Duaal traject Uit onderzoek blijkt dat vooral duale taalcursussen effectief zijn: taalcursussen met een koppeling naar een activiteit in een Nederlandstalige omgeving. Het geleerde wordt toegepast in de praktijk en taalproblemen die in de praktijk worden ervaren, neemt de deelnemer mee naar de klas. De cursussen Taaloffensief kennen een opbouw waarin deelnemers starten met twee dagdelen les per week en oriëntatie op passende activiteiten. Na drie maanden is de deelnemer klaar om te starten met de duale activiteit. Door de coronamaatregelen is het duale karakter van het aanbod Taaloffensief niet goed tot zijn recht gekomen. Het is gedurende de coronapandemie lastig om portfolio opdrachten buiten de les uit te voeren. Ook het oefenen van de Nederlandse taal buiten de les is lastig geweest, veel oudere taalvrijwilligers

16

zijn huiverig om face to face de Nederlandse taal te oefenen met de taalcursisten.

17

2.

Kwalitatieve bevindingen

2.1 Inleiding De taalcursussen worden uitgevoerd door gecontracteerde taalaanbieders. Aan de hand van lesbezoeken, controles en evaluatiegesprekken wordt gecontroleerd op specifieke punten in de uitvoering, zoals de administratie, begeleiding van deelnemers, uitvoering van portfolio en duale activiteit, deelnemerstevredenheid, certificering docenten, kwaliteit van leslocaties en leermaterialen. 2.2 Beoordeling contractpartners We zijn erg tevreden over de wijze waarop de taalaanbieders de omslag hebben gemaakt naar online onderwijs. In deze omslag hebben aanbieders en gemeente nauw samengewerkt. De coronapandemie heeft naast het aantal deelnemers ook invloed op de inhoud van de taaltrajecten van het Taaloffensief, met name op de competentiemeting, het competentiegericht leren, het portfolio en de praktijkopdrachten. Fysiek/Online of hybride (voor de lockdown december 2020) De taalaanbieder bepaalt zelf voor welke lesvorm er per groep gekozen wordt. Het is toegestaan om volledig online les te geven, volledig fysiek les te geven of te kiezen voor een hybride vorm. De keuze voor een lesvorm wordt mede bepaald door de wensen van de deelnemers. De Taalaanbieder verantwoordt zijn keuze aan de gemeente. Bij ruimtegebrek die ontstaat door de anderhalve-meter-eis heeft de Taal in de Buurt doelgroep prioriteit om als fysiek te starten.

Competentiemeting Een competentiemeting is niet verplicht voor deelnemers die online lessen volgen omdat het te lastig is deze meting online af te nemen. Voor groepen die nu fysiek starten is het wel de bedoeling bij de voortgangsrapportage de competenties mee te sturen. Portfolio Het is lastig om online of op afstand een portfolio te maken, uit te leggen en te begeleiden. We stellen daarom minder stringente eisen aan het portfolio, zowel niet van trajecten die begonnen zijn tijdens de coronacrisis als nieuwe trajecten voor zolang de huidige situatie voortduurt. Stage/ Duale component Na drie maanden moet de cursist een dagdeel stagelopen. De verwachting is dat dit gezien de geldende afstandsmaatregel niet voor alle cursisten is te organiseren. Wanneer deelnemers geen dagdeel stage gaan lopen, wordt dit vervangen door praktijkgerichte opdrachten. Dit kunnen ook online opdrachten zijn.

18

De taalcontroleurs hebben regelmatig onlinelessen bijgewoond. De taalaanbieders leveren de kwaliteit die van hen wordt verwacht. En soms meer dan dat: “ik was verrast over de interactieve vorm die mogelijk was met online onderwijs”. 2.3 Deelnemerstevredenheid Na de online lesbezoeken vinden individuele gesprekken plaats over de deelnemerstevredenheid. Deelnemers zijn over het algemeen tevreden over de cursus, de docent en de online lessen. Sommige cursisten geven de voorkeur aan fysieke lessen maar veel van de werkende cursisten geven de voorkeur aan de online lessen. Het kost hen minder tijd en energie om de lessen te volgen. De presentie is hoger dan bij de fysieke lessen.

“Ik ga nu alleen naar de tandarts. Voor de cursus durfde ik dat niet”

“Ik heb dit jaar geleerd om les te volgen via mijn telefoon. Ik begrijp nu informatie van de school”

Cursist Taal in de buurt

Cursist Taal en Ouderbetrokkenheid

“Voor de cursus ik wist niet over salaris, verzekering, belasting, ik weet nu goed, ik heb overzicht van deze dingen. Toeslagen, kindertoeslag, ik vind dat nodig”

“Wij praten over onze kinderen als ze naar andere school gaan, als hun rapport niet goed is. Wat kan je doen als moeder is

“Ik wil verder leren. Daarna werken als Apotheek assistente. Hoe de medicijnen werken vind ik leuk” Cursist

“Ik had twee maanden geleden geen baan en de opdracht van het maken van een CV heb ik gebruikt. Dat was heel goed bij het solliciteren. Het heeft mij

Cursist Taal en financiële zelfredzaamheid

19

3.

Andere educatieve activiteiten

3.1 Inleiding De resultaten van het professioneel cursusaanbod zijn in voorgaande hoofdstukken besproken. Naast deze cursussen werden diverse educatieve activiteiten aangeboden. Taalbeheersing kan alleen blijven bestaan als er taalonderhoud is. Opgedane kennis die niet wordt gebruikt raakt immers op de achtergrond en wordt vergeten. Helaas is het door de pandemie lastig gebleken om taalonderhoud invulling te geven door bijvoorbeeld te oefenen met een taalvrijwilliger, deel te nemen aan een participatie-activiteit in de buurt of aan de slag te gaan met digitale leerprogramma’s. In dit hoofdstuk zetten we kort de belangrijkste resultaten van de overige educatieve activiteiten op een rij. 3.2 Amsterdams Taalakkoord Het Amsterdams Taalakkoord is in 2018 door de gemeente Amsterdam gestart om in samenwerking met werkgevers en maatschappelijke organisaties laaggeletterdheid aan te pakken. In drie jaar tijd is het netwerk gegroeid naar ruim 60 organisaties. Er breekt nu een volgende periode aan voor het Amsterdams Taalakkoord, accenten voor deze tweede fase van het Amsterdams Taalakkoord zijn: Gerichte uitbreiding van het netwerk Binnen het huidige netwerk zijn enkele sectoren ondervertegenwoordigd.

Zo zijn er bijna geen werkgevers uit de detailhandel, logistiek, bouw, horeca en techniek aangesloten terwijl dit wel sectoren zijn waar naar verwachting veel laaggeletterden werkzaam zijn. Daarom wordt gericht ingezet op het werven van werkgevers uit deze branches. Stimuleren van onderlinge samenwerking Voor de clusters zorg, schoonmaakbranche, woningcorporaties, (semi)overheidsorganisaties en maatschappelijke dienstverlening worden binnen het Taalakkoord werkgroepen ingericht. In deze werkgroepen gaan de partners kennis delen en werken aan onderwerpen waarop de partners (gezamenlijk) stappen willen zetten. Doel is om op termijn ook voor andere sectoren werkgroepen in te richten waar samen wordt gewerkt op het gebied van laaggeletterdheid. Bredere bekendheid onder werkgevers Via nieuwsbrief, sociale media (LinkedIn) en actieve benadering van het midden- en kleinbedrijf in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost willen we meer werkgevers op de hoogte brengen van het thema laaggeletterdheid en informeren over wat zij kunnen doen om hieraan een bijdrage te leveren. Zo wordt gebouwd aan een tweede schil van werkgevers die niet als

20

samenwerkend partner betrokken zijn bij het Amsterdams Taalakkoord maar wel periodiek geïnformeerd worden over laaggeletterdheid en relevante regelingen en mogelijkheden. Verkenning Regionale Samenwerking De regiogemeenten van de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam hebben aangegeven dat zij het Amsterdams Taalakkoord interessant vinden voor hun gemeenten. Daarom werken we een plan uit om het Amsterdams Taalakkoord ook in te zetten in de overige gemeenten van de arbeidsmarktregio GrootAmsterdam. Samenwerking met schulden- en armoederegelingen Onder de noemer Sociaal werkgeverschap wordt een integrale werkgeversaanpak ontwikkeld samen met de collega’s van armoede en schulden. Hiervoor worden gezamenlijke communicatiemiddelen ontwikkeld en een plan opgesteld om werkgevers te benaderen. Voor het thema schulden worden net als voor laaggeletterdheid jaarlijks met de partners afspraken gemaakt over welke stappen zij gaan zetten en hoe de gemeente hen hierin kan ondersteunen. Daarnaast zet het Taalakkoord zich in samenwerking met de collega’s van werk en re-integratie, het regionaal werkcentrum en House off skills in voor het versterken van basisvaardigheden bij de begeleiding van werk naar werk en de invulling van her- en bijscholing. 3.4 Digitale inclusie Door de coronacrisis is de noodzaak van digitale geletterdheid pijnlijk zichtbaar geworden.

Daarom zetten we vanuit Volwasseneneducatie versneld in op de digitale inclusie van alle Amsterdammers via een divers aanbod gericht op het verbeteren van digitale vaardigheden. Het doel is dat meer mensen de kans krijgen om zich te ontwikkelen tot digitaal redzame burgers. Daarnaast hebben we actief deelgenomen aan de laptopactie Iedereen Verbonden. De laptopactie is door de UMC geëvalueerd3. Ook zijn de volgende acties zijn ondernomen: - Module digitale vaardigheden: via het Taaloffensief kunnen cursisten aanvullend op hun taalcursus een module digitale vaardigheden volgen. Deze module wordt verzorgd door een professionele docent. Wegens het toegenomen belang aan digitale verbondenheid kan de module nu ook los van een taalcursus of als voorbereiding daarop worden gevolgd (Zie ook

3

‘Iedereen verbonden’ met een refurbished laptop, een praktijkevaluatie. N. Goedhart en C.

Dedding, UMC december 2020.

21

-

-

-

-

Hoofdstuk 4). In samenwerking met de stadsdelen zetten we nu actief in op de werving van deelnemers. Digimaatje: vanaf juni 2020 tot de lockdown in december werden trajecten voor ouderen om hun digitale vaardigheden te verbeteren uitgevoerd. Deelnemers krijgen in een traject individuele ondersteuning van een maatje. Ondanks de coronamaatregelen zijn er in 2020 43 deelnemers gestart. Digitale vaardigheden op de TOB-scholen: in maart 2020 is een pilot afgerond waarin ouders aanvullend op hun cursus TOB een module digitale vaardigheden volgden. De pilot is succesvol verlopen en was het aanbod opgeschaald naar 10 scholen. Door de coronamaatregelen is dit aanbod maar heel beperkt uitgevoerd. Cursusaanbod in de wijk: in alle stadsdelen verzorgen lokale organisaties informeel aanbod gericht op het verbeteren van digitale vaardigheden. Ze ontvangen daarvoor middelen vanuit de subsidieregeling Sociale Basis. Digi Challenge: tijdens dit event brachten we organisaties die inzetten op het verkleinen van de digitale kloof bijeen. Het doel van de bijeenkomst was om betrokkenen onderling te verbinden, ze te informeren en ze te inspireren. Op 10 december 2020 vond de vierde editie plaats van de Digi Challenge. Dit keer geheel digitaal vanuit een studio-setting in de OBA.

3.5 Aanpak Armoede, Taal en Laaggeletterdheid (ATL) Sinds 2015 is de aanpak ATL van kracht. Vanuit deze aanpak zetten we in samenwerking met Armoedebestrijding in op een uitgebreid en geïntegreerd aanbod op het snijvlak van armoede en taal. Als onderdeel van het Taaloffensief bieden we onder andere de cursus Taal en Financiële zelfredzaamheid aan. De coronacrisis heeft het aantal starts beperkt, waardoor in totaal 218 Amsterdammers met een traject zijn gestart. 3.6 Leef en Leer! Het programma Leef en Leer!, uitgevoerd door de Openbare Bibliotheek Amsterdam, faciliteert informele aanbieders van basisvaardigheden. Leer en Leer! geeft inhoudelijk advies aan vrijwilligers en verwijzers, verzorgt trainingen voor vrijwilligers, verstrekt oefenmateriaal en biedt ondersteuning aan taalnetwerken in de stad. In 2020 zijn 600 vrijwilligers getraind. Leef en Leer heeft in 2020 vooral ingezet op het vergroten van de digitale vaardigenheden van vrijwilligers. Ook onderhoudt het programma een online-overzicht van het informele aanbod basisvaardigheden in Amsterdam. Tijdens de coronapandemie is het online platform uitgebreid met een nieuwe site: leefenleer.nl/corona.

Deze site biedt een gebundeld overzicht van alle informatie die interessant is voor onze doelgroep; informatie over corona in verschillende talen, uitleg en ondersteuning bij digitaal lesgeven voor vrijwilligers en richtlijnen vanuit onder andere de GGD voor organisaties. Ook zijn er in 2020 drie stedelijke netwerkbijeenkomsten georganiseerd.

22

Daarnaast biedt Leef en leer! de training Omgaan met laaggeletterdheid. Professionals (en vrijwilligers) die werkzaam zijn op vindplaatsen van laaggeletterden worden getraind op het herkennen, bespreekbaar maken en doorverwijzen. De zogenaamde Leef en leerpunten en de vestigingen met speciale aandacht voor basisvaardigheden in de stadsdelen Noord, Zuidoost, Nieuw West, Centrum en West, bieden een breed aanbod aan activiteiten voor Amsterdammers. Op alle vestigingen zijn er faciliteiten zodat Amsterdammers, al dan niet onder begeleiding van een vrijwilliger, zelfstandig kunnen oefenen. De Leef en leerpunten zijn in 2020 door de omstandigheden beperkt open geweest. Daarom is een online Leef en leerpunt ingericht: oba.nl/leren. Voor Amsterdammers die online willen oefenen met taal en inburgeren, computer, werk, rekenen en geld. 3.7 Sociale Basis Over de doelen en uitvoering van de middelen voor laaggeletterdheid in de Sociale Basis 2020 is contact met de stadsdelen. Taal en geletterdheid staan immers niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van sociale inclusie, werkgelegenheid, armoedebeleid, aandacht voor gezondheid, jeugd en jongeren etc. Ook voor 2020 hebben de stadsdelen plannen ingediend voor het versterken van de Taalnetwerken als onderdeel van het Taaloffensief. In de meeste gevallen was dit plan een vervolg op de plannen uit 2019.

Door de pandemie is de uitvoering onder de druk gekomen. Hierdoor is het te vroeg om harde conclusies te trekken over de effecten van de inzet op de taalnetwerken. In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat kennis en ervaring met betrekking tot taal en geletterdheid in het stadsdeel een goede uitvoering versterken. In overleg met de stadsdelen is gekeken welke aanpassingen noodzakelijk zijn voor het versterken van de Taalnetwerken in 2020. We zien hierbij ook meer aandacht voor digitale vaardigheden. De ervaringen in 2020 laten zien dat het van belang is dat de taalnetwerken goed ingebed zijn in de Sociale Basis. 3.8 Taalcoachproject en project geïsoleerde vrouwen naar de sociale basis In 2020 waren 642 taalkoppels actief. Een deelnemer en een vrijwillige taalcoach komen gedurende een half jaar minimaal eens per week samen om te oefenen, er samen op uit te gaan, te helpen met huiswerk et. cetera. Door corona was men aangewezen op online samenkomen wat niet voor alle deelnemers én vrijwilligers een eenvoudig overstap was en is. Zowel deelnemers als vrijwilligers konden gebruik maken van het aanbod van leef en leer! (Zie 3.6 hierboven) om hun digitale vaardigheden bij te spijkeren.

23

Het project geïsoleerde vrouwen, uitgevoerd door Stichting Amsterdams Buurvrouwen Contact (ABC) helpt deze doelgroep door bij de vrouwen thuis te komen. Getrainde vrijwilligers geven taallessen en stimuleren de vrouwen om stappen richting participatie te maken. Door ABC zijn in 2020 240 taalcursussen aan huis gegeven. Een flink deel van de aangemelde deelnemers (194) staat nog op de wachtlijst. Het stilleggen van de activiteiten i.v.m. de pandemie heeft voor een vertraging gezorgd. Over de doelen en uitvoering van de middelen voor laaggeletterdheid in de Sociale Basis 2020 is contact met de stadsdelen. De ervaringen in 2020 laten zien dat het van belang is dat de taalnetwerken goed ingebed zijn in de Sociale basis. Per 2021 zijn de middelen; versterken taalnetwerken, taalcoaches en project geïsoleerde vrouwen, structureel overgeheveld naar de Sociale Basis.

24

4.

Digitale vaardigheden in tijden van corona, een artikel

“Voor het eerst in mijn leven gebruik ik een muis!” We staan er zelden bij stil, maar er zijn nog steeds mensen die niet kunnen omgaan met een computer. Zij kunnen in deze tijd niet meedoen aan online activiteiten, zoals taalles via een digitaal platform. Speciaal voor hen wordt er door Team Volwasseneneducatie een computercursus aangeboden voor deze absolute beginners: de Co-Diva lessen. Het eerste groepje komt nu samen. Fysiek. Corona proof. Docente Simone Smak benadrukt nog maar eens dat de deelnemers helemaal geen enkele digitale vaardigheden hebben. In de cursus leren ze een computer aan en uit te zetten, gebruik te maken van het toetsenbord en de muis, een website te openen. En dat is allemaal al spannend genoeg, maar de motivatie, het doorzettingsvermogen en ook het plezier is groot. Een cursist gebruikt voor het eerst in haar leven een muis. Klikken is het nieuwe woord dat ze heeft geleerd. En als ze het dan, na veel proberen, ook zelf kan… wat een blijdschap! Een nieuwe wereld gaat voor haar open. Op de vraag waarom we oefenen met digitale lessen, antwoord een cursist: “Stapje voor stapje. De toekomst.”

25

En dat is precies wat het is. De Co-Diva lessen bieden de cursisten de mogelijkheid een stap te zetten in de toekomst waarbij digitaal meedoen belangrijk is, zoals bij het volgen van een taalcursus.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10155516/3