CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Hergebruik effluent rioolwaterzuiveringsinstallatie Amsterdam West.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 17 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over efficiënt gebruik drink- en industriewater en een update van de drinkwaterprognose en uitbreidingen (VN2025-004870)15.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hieronder valt het gebruik van effluent als bron van industriewater. Voor effluent is een einde-afvalstatus nodig om het te kunnen hergebruiken als bron voor industriewater omdat de Wet Milieubeheer in principe verbiedt om afvalstoffen (oa) nuttig toe te passen of te verhandelen). Op nationaal en Europees niveau is een einde-afvalstatus gerealiseerd voor de toepassing van gezuiverd effluent als irrigatiewater in de landbouw. Voor de toepassing van gezuiverd effluent als proceswater voor de industrie bestaat deze status niet. Het is wel mogelijk om door middel van een uitspraak van de omgevingsdienst (in dit geval de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) een einde-afvalstatus voor gezuiverd effluent als proceswater te realiseren. Ook kan door middel van een eigen

30/52

Classificatie: Openbaar

beoordeling een einde-afvalstatus worden toegekend, maar deze biedt geen rechtszekerheid, wanneer een inspecteur een andere mening is toegedaan. De meeste omgevingsdiensten hebben een positieve grondhouding ten aanzien van het hergebruik van effluent als bron voor industriewater. De Puurwaterfabriek in Emmen en DOW in Terneuzen laten zien dat omgevingsdiensten bereid zijn de einde-afvalstatus in bepaalde gevallen toe te passen. Ook de ODNZKG heeft aan Waternet te kennen gegeven positief te staan tegenover het hergebruik van effluent als bron voor industriewater. Governance Waternet De industriewatertaak voert Waternet namens de gemeente Amsterdam uit. Deze taak ligt in het verlengde van de drinkwatertaak van de gemeente Amsterdam welke ook bij Waternet is ondergebracht. In het governancetraject mbt Waternet wordt onderzocht hoe de bestuurlijke opdrachtgevers van Waternet beter kunnen sturen op de uitvoering van hun eigen taken. De uitkomst van het governancetraject staat niet vast, onduidelijk is daarom op dit moment hoe de drink- en industriewatertaak in de toekomst worden georganiseerd, binnen Amsterdam of bijvoorbeeld in een aparte NV en welke rol Waternet daarin zal hebben.

Dit hoeft voor dit project vooralsnog geen showstopper te zijn, maar wel dient bij op te stellen scenario’s mbt de toekomstige organisatie van de industriewaterlevering (zie paragraaf 5.1.4 van de haalbaarheidsstudie Hergebruik Effluent RWZI -West) steeds voor ogen te worden gehouden bij wie het primaat ligt. Op dit moment is dat de gemeente Amsterdam, Waternet handelt uitsluitend namens de gemeente. AGV zal altijd als leverancier van het effluent optreden, aangezien het effluent afkomstig is van de rwzi van AGV. Waternet handelt hierin namens AGV, maar gezien het governancetraject is onduidelijk wat de rol van Waternet in toekomst zal zijn. De definitieve invulling van de organisatievorm mbt de industriewaterlevering is pas mogelijk nadat de uitkomsten van het governancetraject bekend zijn. Btw koepelvrijstelling Inmiddels is duidelijk dat de btw koepelvrijstelling waar Waternet gebruikt van maakt niet te handhaven is zolang de btw plichtige drink- en industriewatertaken bij Waternet zijn ondergebracht. Mocht als resultaat van het governancetraject de samenwerking tussen gemeente Amsterdam en AGV in een gezamenlijke organisatie in stand blijven met behoud van de btw koepelvrijstelling, dan zullen de drink- en industriewatertaken dus niet meer binnen Waternet kunnen worden georganiseerd.

De levering van effluent door AGV aan de gemeente Amsterdam (of een eventuele andere entiteit) kwalificeert echter als btw plichtige prestatie. Dit zou dan behoud van de btw koepelvrijstelling mogelijk in de weg kunnen staan omdat deze activiteit dan binnen Waternet wordt uitgevoerd (als onderdeel van de AGV taken). Gevolgen Didam-arrest Uit het Didam-arrest van de Hoge Raad volgt dat overheden bij de verdeling van schaarse goederen het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen, ook bij privaatrechtelijk handelen. Alle potentiële gegadigden moeten gelijke kansen hebben bij de verdeling van schaarse goederen door overheden. Alhoewel het bij het Didamarrest handelde om gronduitgifte, is de door de Hoge Raad geformuleerde regel waarschijnlijk ook van toepassing op de verdeling van andere goederen zoals effluent en industriewater. Relevant daarbij is dat de levering van industriewater een marktactiviteit is waarvoor, anders dan drinkwater, geen monopolie bestaat. Dit

31/52

Classificatie: Openbaar

betekent dat voordat de levering van effluent door AGV aan de gemeente Amsterdam kan plaatsvinden eerst middels een openbare publicatie de interesse bij andere potentiële gegadigden (voor levering van industriewater) moet worden gepeild. Mocht er al interesse zijn van andere partijen, dan is het de vraag of deze in staat zijn om industriewater te leveren. Ook aan de afname kant kan het Didam-arrest relevant zijn, als de vraag naar industriewater groter is dan het aanbod. Amsterdam als industriewaterleverancier zal dan aan de gegadigden gelijke kansen moeten bieden om voor het industriewater i aanmerking te komen. Drinkwaterwet Alhoewel niet voorzien lijkt dat industriewater buiten het leveringsgebied van Amsterdam zal worden geleverd, is relevant dat de Drinkwaterwet bepaalt dat het de eigenaar van een drinkwaterbedrijf verboden is om water, niet zijnde drinkwater, te leveren buiten het voor dat drinkwaterbedrijf vastgestelde distributiegebied.

5.3 Risicoanalyse Hergebruik van gezuiverd effluent is een innovatieve manier om bedrijven van industriewater te voorzien. Deze nieuwe waterbron is een grote kans, maar brengt ook risico’s met zich mee. Het risicomanagementproces van Waternet is ingericht volgens NEN-ISO 31000. Daarbij is de vastgestelde risicomatrix van de gemeente Amsterdam en Waternet toegepast. Dat proces kent acht activiteiten, die hiernaast worden weergegeven. Het proces is gefaciliteerd door de risicomanager van Waternet. Met een brede groep vanuit Waternet zijn risicosessies georganiseerd. De focus lag op de stappen 3 t/m 6. Figuur 5-1: Risicomatrix Uit de risicosessies kwamen vijf hoofdrisico’s naar voren: 1. De nieuw op te richten organisatie voor industriewaterlevering kan niet (op tijd) in de behoeften van opdrachtgever(s) en klanten voorzien. 2. Leveringszekerheid: we leveren industriewater van onvoldoende waterkwaliteit. 3. Leveringszekerheid: we leveren tijdelijk geen of onvoldoende industriewater. 4. De investeringskosten kunnen niet worden afgedekt met de inkomsten vanuit de beschikbare klanten. 5. De oplevering van de infrastructuur voor het IW-net is vertraagd/gaat niet door. In figuur 5.1 is het risicoprofiel ‘Hergebruik effluent rwzi Amsterdam-West voor industriewater’ opgenomen.

Het uitgangspunt bij de beoordeling van de risico’s is dat een positief besluit wordt genomen over het hergebruik van het effluent van de rwzi Amsterdam-West voor industriewater. In bijlage 8 is de volledige analyse van de risico’s opgenomen.

32/52

Classificatie: Openbaar

Figuur 5-2: Risicoprofiel hergebruik effluent rwzi Amsterdam-West voor industriewater Een opvallende uitkomst van deze analyse is enerzijds dat door het leveren van industriewater uit nagezuiverd afvalwater risico’s ontstaan, maar ook dat er risico’s ontstaan als industriewater niet kan worden geleverd. Uit de analyse blijkt ook dat alle risico’s dermate hoog zijn dat mitigerende maatregelen nodig zijn. De mitigerende maatregelen zijn opgenomen in bijlage 8. Deze risico’s komen in de vervolgfase nader aan de orde. 5.4 Grondaankoop De grond in de haven is al zeer druk bezet. Daarom is het belangrijk om tijdig aanspraak te doen op de benodigde grond voor de aanleg van het industriewaternet en de extra zuivering. In bijlage 7 is het toekomstige tracé van het industriewaternet aangegeven. Behalve voor het tracé is ook extra grond nodig voor de extra zuivering. In de ‘Managementsamenvatting en Terreinschetsen’ van het rapport ‘Toekomstige ontwikkelingen rwzi Amsterdam-West’ 2023 zijn terreinschetsen gemaakt om te bepalen of alle voorzienbare uitbreidingen, de verbetering van de effluentkwaliteit en andere ambities nog wel passen op de nog beschikbare stukken terrein van de rwzi Amsterdam-West. Hieruit is gebleken dat een opwerkingsfabriek niet meer op het bestaande terrein gaat passen.

Voor de opwerkingsfabriek zal dus extra terrein moeten worden aangekocht, in de buurt van de effluentleidingen van de rwzi. Ten oosten van de rwzi is nog een terrein aanwezig dat hiervoor mogelijk kan worden vrijgemaakt (zie foto hieronder).

Figuur 5-3 Mogelijke toekomstige locatie opwerkingsfabriek Dit kan wel een moeilijke procedure en met lastige onderhandelingen worden, met als uitkomst dat het niet lukt en dan is er geen terrein beschikbaar voor de opwerkingsfabriek. Op dit moment lopen er gesprekken met het havenbedrijf en de gemeente Amsterdam om het terrein beschikbaar te krijgen.

33/52

Classificatie: Openbaar

5.5 Energievoorziening In de regio Amsterdam, en op het landelijke net van TenneT, is er sprake van netcongestie op het stroomnet. Nieuwe installaties kunnen dus niet aangesloten worden op het stroomnet. De verwachting is dat er pas in 2031 meer stroom beschikbaar is. Omdat de installatie in 2028 opgeleverd moet worden is dit een groot risico. In een grove berekening is ingeschat dat er voor de aansluiting ca 2.000-2.500 KVA nodig is. Momenteel zijn de oplossingsrichtingen gering: zolang de TenneT congestie nog niet is opgelost zal er geen extra stroom beschikbaar zijn voor nieuwe of bestaande projecten. Op dit moment is de enige oplossing, volgens de standaard route via de netbeheerder, om z.s.m. op de wachtrij gezet te worden doormiddel van een formele aanvraag voor de aansluiting. Het nadeel hiervan is dat de fysieke aansluiting eerst gerealiseerd moet worden voordat het project op de wachtrij van de netbeheerder komt. Hierbij wordt dus vooraf kosten gemaakt en periodiek betaald voor een aansluiting zonder garantie op stroom voor 2031. Deze kosten kunnen flink oplopen. Een creatievere aanpak lijkt kansrijker om voor 2031 de stroomvoorziening te realiseren. Twee mogelijkheden zijn bijvoorbeeld lokaal met partijen te kijken of er bedrijven zijn die stroom niet gebruiken (op bepaalde momenten), of niet aansluiten op het openbare net en stroom afnemen van het AEB.

Aangezien dit niet standaardprocedures zijn is de haalbaarheid van deze opties moeilijk in te schatten en zal hier verder onderzoek naar gedaan moeten worden.

34/52

Classificatie: Openbaar

6. Conclusie en aanbevelingen Meer vraag leidt tot industriewatertekort In de Amsterdamse haven is een groeiende vraag naar industriewater. In 2030 verwachten we een verdubbeling van de vraag. De capaciteit in het WRK-systeem is beperkt en het aanbod van het WRK-systeem kan niet meegroeien met de deze extra watervraag. De leveringszekerheid tijdens droge perioden en door mogelijke storingen staat onder druk. Net als op het energienet dreigt er congestie te ontstaan op het industriewaternet. Het tekort aan industriewater staat de ambities om de Amsterdamse haven te laten groeien en te verduurzamen in de weg. Ook de wens om de energietransitie te faciliteren (de provincie Noord-Holland ziet het Noordzeekanaalgebied als de nieuwe Hydrogen Valley) komt daarmee in gevaar. Met een onzekere industriewaterlevering verslechtert het vestigingsklimaat in de Amsterdamse haven vergeleken met het vestigingsklimaat in andere havensteden. Alternatieve bronnen in beeld Om in de toekomst voldoende industriewater te kunnen leveren is een alternatieve bron nodig. Hiervoor zijn drie opties onderzocht: oppervlaktewater, grondwater en effluent uit RWZI Amsterdam-West. Zowel het grondwater als het oppervlaktewater in de Amsterdamse haven is brak. Dit water ontzouten naar industriewaterkwaliteit is kostbaar. Bovendien is het vergunningtechnisch zeer lastig en is het een minder duurzame oplossing.

Dat zorgt ervoor dat deze opties onder de huidige omstandigheden naar alle waarschijnlijkheid niet haalbaar zijn. Industriewater uit effluent is mogelijk De technische haalbaarheid van rwzi-effluent als bron voor zowel industrie- als demiwaterkwaliteit water is onderzocht. Effluent is ruimschoots beschikbaar en door het mogelijke gebruik van deze laagwaardige zoetwaterbron kan in het WRK-systeem capaciteit worden vrijgespeeld voor de bereiding van drinkwater. Deze nieuwe bron valt niet onder de verdringingsreeks bij droogte en heeft dus een hoge leveringszekerheid. Het is kortom een kansrijke en haalbare nieuwe bron voor industriewater. Welke waterkwaliteit is nodig? In de huidige leveringsovereenkomst zijn geen afspraken vastgelegd over de waterkwaliteit. Toch zijn klanten gewend aan de huidige WRK-waterkwaliteit. Het is nodig om in goed overleg te blijven met bestaande en toekomstige afnemers om eventuele (waterkwaliteits-)knelpunten te ontdekken in de overgang van WRK-water naar basiskwaliteit industriewater dat is geproduceerd uit effluent. Nazuivering nodig Om te voldoen aan de waterkwaliteitswensen van klanten is een aanvullende zuiveringsstap nodig. Voor de nazuivering zijn vier scenario’s ontwikkeld. Voor de productie van de basiskwaliteit industriewater (BIW) is een filtratiestap nodig.

Er bestaat een voorkeur voor de techniek ultrafiltratie (UF) boven het alternatief dual media filtratie. Dat komt omdat er vanuit deze kwaliteit eenvoudiger demiwater kan worden geproduceerd en de microbiologische kwaliteit beter is. Aanbevolen wordt om de UF-variant verder uit te werken in een voorontwerp. Transportchloring is nodig om problemen met nagroei tijdens transport, opslag en eventuele verdere nabehandeling te voorkomen. Een deel van het industriewater wordt opgewerkt tot

35/52

Classificatie: Openbaar

demiwater. In een vervolgstap zal moeten worden uitgezocht of centrale of decentrale productie van demiwater gewenst is. Leveringszekerheid Tijdelijk is een extra levering van 5 Mm3/jaar WRK-water nodig als overbrugging en back-up. Dit is een randvoorwaarde voor het kunnen leveren van industriewater uit gezuiverd effluent. Hiervoor is een toezegging nodig vanuit de WRK. In de uitwerking moet ook worden nagedacht over buffercapaciteit bij bedrijven en het redundant maken van leidingwerk. Leveringszekerheid en redundantie moeten worden afgestemd met de klanten. Immers hoe groter de leveringszekerheid, hoe groter de investeringen Strategie en organisatie De levering van industriewater is een marktactiviteit. Het is dus niet vanzelfsprekend dat Waternet deze rol heeft. De Industriewater Strategie geeft inzicht in verschillende ambities en belangen van stakeholders en heeft vervolgstappen gedefinieerd. Dit heeft geleid tot het inzicht dat een proactieve rol bij de levering van industriewater cruciaal is voor het vestigingsklimaat in de Amsterdamse haven. Ook zal een keuze moeten worden gemaakt over de manier waarop de industriewatertaak het best kan worden georganiseerd.

Vanwege de complexiteit en het veelomvattende belang van de industriewaterlevering hebben de gemeente Amsterdam (Economische Zaken, Ruimte & Duurzaamheid en Verkeer & Openbare Ruimte), Port of Amsterdam, Waterschap AGV en Waternet afgesproken dat ze vervolgstappen (en beslissingen) in gezamenlijkheid gaan nemen. Om het gezamenlijke besluitvormingsproces te versnellen is voorgesteld om een Werkgroep Industriewater op te zetten. Financiering Voor de verwerving van nieuwe grond, de bouw van een extra zuiveringsinstallatie en de uitbreiding van het industriewaternetwerk zijn forse investeringen nodig. Voor het doen van de initiële investeringen is het interessant om te kijken of samenwerking mogelijk is met zogenaamde ‘launching customers’. Om een beter beeld te krijgen van de kosten en de opbrengsten zal een businesscase moeten worden opgesteld. Hoe verder? Deze studie vormt een belangrijke bouwsteen voor het maken van keuzes in de industriewaterlevering. Om in 2028 industriewater uit nagezuiverd effluent te kunnen produceren, zijn op korte termijn acties en besluiten nodig. In de onderstaande figuur is het stappenplan voor de implementatie van het gebruik van effluent als bron voor industriewater geschetst.

36/52

Classificatie: Openbaar

Figuur 6-1: Stappenplan voor implementatie

7. Literatuur [1] Industriewater uit effluent van rwzi Amsterdam-West, Technische haalbaarheid, RHDHV, 2023 [3] Toekomstvisie Drinkwater, Waternet, december 2021 [4] Masterplan zuiveren, Waterschap AGV, oktober 2022 [5] Toekomstige ontwikkelingen rwzi Amsterdam-West, ‘Managementsamenvatting en Terreinschetsen’ Waternet, Witteveen+Bos, 3 oktober 2023 [6] Waternet Industriewater Strategie, Rapport, Accenture, 14 november 2023 [7] WRK-beleidsplan 2024 [8] Coalitieakkoord 2023-2027 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht [9] Programmaplan AGV Circulair 2050, juni 2021 [10] Hydraulische analyse industriewaternet Waternet, december 2023

37/52

Classificatie: Openbaar

Colofon Auteurs: Koen Maathuis, Alice Fermont Opdrachtgever: Renze van Houten Gedelegeerd opdrachtgever/ kwaliteitsborging: Ben de Ru en Karin Dijkstra Projectteam: Koen Maathuis (projectleider), Alice Fermont, René van der Aa, Fenna Philipse, Sannah Peters, Peter Piekema, Michael Hessing, Joost Louter Tekstredactie: Peter Beemsterboer

38/52

Classificatie: Openbaar

Bijlage 1 − Waterkwaliteitsmetingen effluent rwzi Amsterdam-West en water Noordzeekanaal Waterkwaliteitsmetingen van effluent rwzi Amsterdam-West 2022

Parameter

Gemiddeld

Maximum

Minimum

Mediaan

59,0

26,0

40,0

Percentage 95% 47,5

CZV

mg/l

40,6

BZV5

mg/l

3,7

8,0

1,0

3,0

7,0

NKj

mg/l

3,8

10,0

1,8

3,0

9,0

NH4

mg/l

1,7

8,4

0,2

1,0

5,6

NO2

mg/l

0,3

1,1

0,0

0,2

0,9

NO3

mg/l

3,5

6,6

1,5

3,4

5,4

NOx

mg/l

3,8

7,0

1,5

3,6

6,3

Ntot

mg/l

7,6

16,0

3,3

7,3

12,5

PO4

mg/l

0,4

4,5

0,0

0,2

1,0

Ptot

mg/l

0,7

4,8

0,3

0,5

1,3

OB

mg/l

6,9

30,0

2,0

6,0

11,0

Cl

mg/l

183,6

240,0

120,0

190,0

235,0

SO4

mg/l

49,8

55,0

39,0

54,0

55,0

TZV

mg/l

57,8

90,7

37,0

54,7

84,2

Cd

ug/l

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Cr

ug/l

0,7

1,1

0,4

0,8

1,0

Cu

ug/l

5,5

8,1

3,6

5,2

7,6

Pb

ug/l

0,4

0,6

0,3

0,4

0,6

Ni

ug/l

1,8

2,5

0,9

1,7

2,5

Zn

ug/l

26,0

38,0

18,0

24,0

35,0

Hg

ug/l

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

As

ug/l

1,7

2,4

1,0

1,7

2,3

pH

-

7,7

8,0

7,5

7,7

8,0

39/52

Classificatie: Openbaar

Water Noordzeekanaal: Maandelijkse gegevens uit meting van 2012-2023 Parameter

Gemiddeld

Maximum

Minimum

Mediaan

Percentage 95% 10,9

O2

mg/l

8,5

16,7

3,3

8,5

pH

-

7,8

8,6

7,1

7,8

8,1

TSS

mg/l

7,6

45,0

5,0

5,4

15,0

SO4

mg/l

615,8

972,0

230,0

613,0

860,8

Na

mg/l

2370,2

4100,0

487,0

2340,0

3406,0

Ca

mg/l

148,8

210,0

95,3

150,0

180,0

CZV

mg/l

25,2

74,0

10,0

23,3

36,2

HCO3

mg/l

199,4

400,0

130,0

200,0

230,0

SiO2

mg/L

2,8

5,8

0,7

2,7

4,7

N

mg/l

2,0

4,0

0,7

1,8

3,0

NH4

mg/l

0,2

0,6

0,0

0,2

0,4

NO3

mg/l

1,2

2,3

0,2

1,1

2,1

NO2

mg/l

0,1

0,4

0,0

0,0

0,2

PO4

mg/l

0,1

0,2

0,0

0,1

0,2

Pt

mg/l

0,2

0,3

0,0

0,2

0,2

Cl

mg/l

4240,1

6950,0

1400,0

4200,0

6012,0

K

mg/L

90,1

138,0

34,0

89,9

130,0

Mg

mg/l

287,2

449,0

100,0

288,0

410,0

totale hardheid

mg/l

1552,6

2300,0

669,0

1540,0

2110,0

TOC

mg/l

8,2

18,0

2,6

7,9

13,0

Fe

mg/l

0,1

0,5

0,0

0,1

0,3

Al

ug/l

34,9

240,0

1,0

17,9

120,9

1,2

5,6

0,5

1,0

2,0

mS/m

1062,4

2153,4

345,2

1017,2

1630,0

BZV EC

40/52

Classificatie: Openbaar

Bijlage 2 − Toelichting op stofgroepen die van belang zijn voor onze klanten Zwevende stof Sommige bedrijven werken het industriewater verder op, bijvoorbeeld tot demiwater voor de productie van stoom. Om (overmatige) verstopping/vervuiling van de nabehandelingsstappen te voorkomen is het van belang om zwevende stoffen te verwijderen. De huidige eisen in het WRK-contract zijn jaargemiddeld < 1 mg/l gesuspendeerde stoffen en een jaargemiddelde troebelheid van < 0,5 FTE. Effluent bevat meer zwevend materiaal (gemiddeld 7 mg/l). Via coagulatie en filtratie kan een gehalte van < 1 mg/l worden bereikt, waarmee ook tegelijk kleur en fosfor gedeeltelijk worden verwijderd. Microplastics Een deel van de zwevende stoffen bestaat uit microplastics. Bij rwzi-effluent en oppervlaktewater gelden hiervoor geen specifieke eisen. Voor zover bekend zijn − anders dan overige zwevende stoffen − microplastics niet van belang voor de toepassing van industriewater. Chloride De chlorideconcentratie in het effluent van de rwzi Amsterdam-West varieert van 120 tot 240 mg Cl/l, met een gemiddelde van 184 mg Cl/l. Dat is een hogere concentratie dan die in het WRK-water, met 53 tot 113 mg Cl/l, met een gemiddelde van 77mg Cl/l. Chloride verwijderen is mogelijk, bijvoorbeeld met omgekeerde osmose, maar is energie-intensief en duur.

Een aantal bedrijven gebruikt het industriewater voor de productie van beton. Daarvoor is een lage chlorideconcentratie gewenst. Hoe lager de concentratie chloride, des te sneller het beton uithardt. Volgens de norm NEN-EN 1008 is < 500 mg Cl/l goed genoeg voor de productie van beton. Wanneer het water met omgekeerde osmose wordt opgewerkt tot demiwater zorgt chloride voor extra elektriciteitsverbruik. Te veel chloride kan ook leiden tot overmatige corrosie van materialen die in contact komen met het industriewater. Denk bijvoorbeeld aan leidingen, opslagtanks en warmtewisselaars. Bij de bestaande (en toekomstige) afnemers moet worden nagegaan of de chlorideconcentratie uit effluent acceptabel is of niet. Ammonium Het effluent bevat altijd nog wat ammonium, meestal rond de 1 mg NH4/l. Tijdens regenweeraanvoer (RWA) slaat ammonium echter door en kunnen de concentraties oplopen tot circa 10 mg NH4/l. Hoewel in het WRK-contract geen eisen worden gesteld ten aanzien van ammonium, kan ammonium wel tot problemen leiden. Tijdens transport (en opslag) kunnen nitrificerende (en andere) bacteriën gaan groeien, wat zorgt voor extra weerstand in de leidingen en tot verstoppingen kan leiden. Bij de omzetting van ammonium naar nitriet en nitraat gebruiken de nitrificerende bacteriën zuurstof, waardoor het water zuurstofloos kan worden en kan gaan stinken.

41/52

Classificatie: Openbaar

Zuurstof Effluent afkomstig van de nabezinktanks bevat 5 tot 10 mg/l zuurstof. Dat is voldoende om het water aeroob te houden en niet te laten stinken, zolang er geen biologische groei gaat plaatsvinden. Omdat het effluent meer dan voldoende nutriënten en koolstof bevat, zal groei altijd optreden, tenzij desinfecterende middelen worden gebruikt (zie verderop onder het kopje ‘voorkomen nagroei’). Hardheid (calcium), sulfaat en overige zouten in relatie tot scaling Een deel van het industriewater wordt door de klanten verder gezuiverd tot demiwater, met behulp van omgekeerde osmose membraaninstallaties. Bij vergaande indikking van het water worden oplosbaarheidsproducten van bepaalde zouten overschreden, waardoor scaling ontstaat en de membranen kunnen verstoppen. Met name de totale hardheid, de calciumconcentratie en de sulfaatconcentratie in het water zijn hierbij van belang. De totale hardheid in het effluent bedraagt gemiddeld 2 mmol/l, het calciumgehalte gemiddeld 60 mg/l en sulfaat gemiddeld 50 mg/l. Wanneer scaling precies ontstaat, hangt af van het ontwerp en de bedrijfsvoering van de installatie in combinatie met de exacte samenstelling van het water. Dat is in deze haalbaarheidsstudie niet verder onderzocht. Scaling kan ook ontstaan bij verhitting van het water. Denk hierbij aan ketelvoedingswater, koeling, warmtewisselaars.

Metalen, inclusief arseen Metalen zoals koper, zink, nikkel, cadmium, arseen en kwik vormen geen direct risico bij het gebruik van industriewater. Wel komen deze metalen deels terecht in de reststromen (spoelwater, concentraat) die onderhevig zijn aan milieuvergunningen. Biologisch afbreekbare koolstofverbindingen Voor biologisch afbreekbare koolstofverbindingen geldt ongeveer hetzelfde als voor ammonium. Tijdens de ‘first flush’ van een regenbui nemen de concentraties in influent en effluent sterk toe. Biologisch afbreekbare koolstofverbindingen worden gedeeltelijk afgebroken in de rwzi door aerobe bacteriën. In het WRK- contract staan geen eisen ten aanzien van biologisch afbreekbare koolstofverbindingen. Tijdens transport, opslag en nabehandeling kan nagroei leiden tot verstopping/vervuiling en zuurstofloosheid. Voorkomen nagroei Het vergaand verwijderen van ammonium en biologisch afbreekbare koolstofverbindingen is mogelijk, bijvoorbeeld met biologische filtratie of ionenwisseling. Alle opties zijn duur. In plaats daarvan zijn in deze studie de volgende opties beschouwd: • Tijdens de regenweeraanvoer geen water innemen. Dit water is erg vies en bevat veel zwevende stoffen, ammonium en andere vervuiling. Met een buffer van zes uur kan de ‘first flush’ worden overbrugd.

• Transportchlorering toepassen om te voorkomen dat bacteriën in de leidingen en buffers kunnen gaan nagroeien en het water zuurstofloos kan worden. Sommige afnemers van industriewater behandelen het water zelf na met (kunststof) membranen die niet bestand zijn tegen chloor. Zij dienen het chloor te neutraliseren, bijvoorbeeld met bisulfiet of actieve koolfiltratie. Daarnaast moet bij de bestaande (en toekomstige) afnemers worden nagegaan of de ammoniumconcentratie uit effluent acceptabel is of niet.

42/52

Classificatie: Openbaar

Hygiënische parameters Het rwzi-effluent bevat allerlei bacteriën, virussen en andere ziekteverwekkers. Het is niet hygiënisch betrouwbaar. Overigens is het huidige industriewater ook niet hygiënisch betrouwbaar, maar wel van aanzienlijk betere hygiënische kwaliteit dan het effluent. Bij de bestaande (en toekomstige) afnemers moet worden nagegaan wat de hygiënische risico's zijn. Denk hierbij aan: • Blootstelling van mensen aan ziekteverwekkers uit industriewater. Denk hierbij ook aan versproeiing, bijvoorbeeld ter voorkoming van stof • Toepassingen ten behoeve van de voedingsmiddelenindustrie, denk bijvoorbeeld aan verpakkingsmiddelen • Kans op legionella (bij temperaturen tussen 25 en 55°C). Gedeeltelijke/volledige desinfectie kan verkregen worden met bijvoorbeeld membraanfiltratie, chloor of UV. Antibioticaresistentie Antibioticaresistentie in relatie tot afvalwater en oppervlaktewater is onderwerp van onderzoek. Voor zover bekend is antibioticaresistentie niet relevant voor de toepassing van industriewater. Organische microverontreinigingen Het rwzi-effluent bevat diverse organische microverontreinigingen. Denk bijvoorbeeld aan bestrijdingsmiddelen, schoonmaakproducten, cosmetica en (resten van) geneesmiddelen. De concentraties zijn vaak aanzienlijk hoger dan die in WRK-water.

Ingeschat wordt dat blootstelling via de huid aan industriewater uit effluent niet leidt tot toxische effecten. Dit geldt voor de chemische kwaliteit van het effluent in zowel de huidige situatie, als na de implementatie van een aanvullende zuiveringsstap. Orale inname (drinkwater) kan mogelijk wel tot toxische effecten leiden. Hierbij moet worden opgemerkt dat de blootstelling aan effluent uit hygiënisch oogpunt ongewenst is (zie hiervoor). De Europese Unie werkt momenteel aan een nieuwe richtlijn voor stedelijk afvalwater. In het concept staat dat rwzi's in de toekomst 80% van de geneesmiddelen moeten verwijderen. AGV streeft ernaar om omstreeks 2035 een aanvullende zuiveringsstap op rwzi West te realiseren, zodat wordt voldaan aan de nieuwe richtlijn. De aanvullende zuiveringsstap voor geneesmiddelen zal ook veel andere microverontreinigingen (gedeeltelijk) verwijderen. Aangenomen wordt dat een deel van het industriewater na de toepassing wordt geloosd op het oppervlaktewater. Het is niet bekend of dat water strikt genomen moet voldoen aan de nieuwe richtlijn voor stedelijk afvalwater. De wet is uiteraard bedoeld om te voorkomen dat het oppervlaktewater wordt belast met geneesmiddelen en andere microverontreinigingen.

Daarom ligt het voor de hand om bij de implementatie van een aanvullende zuiveringsstap op de rwzi West dat ook te doen voor het gedeelte waaruit industriewater wordt geproduceerd. Voor de productie van demiwater gaat het water door een omgekeerde osmose-membraaninstallatie, die ook een goede barrière vormt tegen microverontreinigingen. Mogelijk kan voor die deelstroom de aanvullende zuiveringsstap op de rwzi achterwege blijven. In dit haalbaarheidsonderzoek wordt daarmee geen rekening gehouden.

43/52

Classificatie: Openbaar

Bijlage 3 − Samenvatting zuiveringsscenario’s en verwijdering van stoffen Scenario 1: BIW-kwaliteit met dual media filtratie (DMF) a) coagulatie inline met ijzerzout voor uitvlokken zwevend materiaal en gedeeltelijke kleurverwijdering b) dual media filter (zand en antraciet) voor verwijdering van zwevende stoffen en gedeeltelijke omzetting van ammonium naar nitraat; spoelwater terug naar rwzi c) chlorering voor (gedeeltelijke) verwijdering pathogenen en het voorkomen van nagroei in buffers en distributienet. Scenario 2: BIW-kwaliteit met ultrafiltratie (UF) a) coagulatie inline met ijzerzout voor uitvlokken zwevend materiaal en gedeeltelijke kleurverwijdering b) ultrafiltratie voor verwijdering van zwevende stoffen en verwijdering van pathogenen; spoelwater terug naar rwzi c) chlorering voor het voorkomen van nagroei in buffers en distributienet. Voor de gecombineerde productie van demiwater en basiskwaliteit industriewater is de volgende opwerking geselecteerd: Scenario 3: BIW-kwaliteit met ultrafiltratie (UF) en demiwater met omgekeerde osmose (RO)

Ons

44/52

Classificatie: Openbaar

a) coagulatie inline met ijzerzout voor uitvlokken zwevend materiaal en gedeeltelijke kleurverwijdering b) ultrafiltratie voor verwijdering van zwevende stoffen en verwijdering van pathogenen, spoelwater terug naar rwzi c) alleen voor industriewater: chlorering voor het voorkomen van nagroei in buffers en distributienet d) voor demiwater: na b) volgt RO (omgekeerde osmose) voor ontzouting, concentraat gemengd met effluent naar lozingspunt van rwzi e) mengbed ionenwisseling, regeneratiewater gemengd met effluent naar lozingspunt van rwzi. Voor de opwerking van water uit het Noordzeekanaal geldt dat altijd ontzouting nodig is. Dan volgt automatisch al een zodanige kwaliteit met bijbehorende kosten dat de levering van industriewater niet logisch is, maar dat beter alleen demiwater geleverd zou kunnen worden. Scenario 4: Water uit de Noordzee, demikwaliteit met omgekeerde osmose (RO)

a) coagulatie inline met ijzerzout voor uitvlokken zwevend materiaal en gedeeltelijke kleurverwijdering b) ultrafiltratie voor verwijdering van zwevende stoffen en verwijdering van pathogenen, afvoer van spoelwater is onbekend (waarschijnlijk is nabehandeling nodig) c) RO (omgekeerde osmose) voor ontzouting, concentraat naar Noordzeekanaal d) mengbed ionenwisseling, regeneratiewater naar Noordzeekanaal.

45/52

Classificatie: Openbaar

Bijlage 4 − Zuiveringsprestaties per scenario Scenario:

Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Demi uit Korte beschrijving: DMF UF Demi uit NZK effluent Zwevende stof + ++ ++ ++ Zouten 0 0 ++ ++ Pathogenen + ++ ++ ++ Kleur + + ++ ++ Stofgroepen: Ammonium + 0 + ++ Fosfor + ++ ++ ++ Metalen + ++ ++ ++ Organische micro0 0 ++ ++ verontreinigingen

46/52

Classificatie: Openbaar

Bijlage 5 − Multicriteria-analyse Om te kunnen blijven voldoen aan de stijgende vraag naar industriewater zijn allereerst de mogelijke bronnen voor industriewater op een rijtje gezet: 1. effluent rwzi Amsterdam-West met dual media filtratie (DMF) 2. effluent rwzi Amsterdam-West met ultrafiltratie (UF) 3. effluent rwzi Amsterdam-West met ultrafiltratie (UF) en omgekeerde osmose (RO) 4. voorbehandeld Lekwater van de WRK 5. relatief zoet oppervlaktewater (Zijkanaal F, direct achter boezemgemaal Halfweg van Rijnland; bovenstrooms van de effluentlozing van de rwzi Amsterdam-West) 6. brak oppervlaktewater Noordzeekanaal (NZK) 7. brak grondwater (alleen brak tot zout grondwater aanwezig) 8. zeewater 9. regenwater 10. drinkwater.

Bedrijfsvoering

Milieu/Omgeving

Haalbaarheid

Maatschappelijke haalbaarheid

Criterium bedrijfswaardenmatrix

Technische haalbaarheid

Ruimtegebruik

Realisatietermijn

Kosten (€ per m3)

Schaalbaarheid/flexibiliteit

3

3

3

3

3

3

2

2

1

3

2

2

4 4 4

1 2 4

4 4 4

4 4 4

4 4 4

4 3 2

4 4 4

3 4 3

3 3 3

3 3 3

4 3 2

3 4 4

1 1 4 3 4 1 1

3 3 4 4 4 3 4

2 1 4 4 4 1 2

1 3 3 3 4 4 1

1 3 1 1 1 3 1

3 2 1 1 0 2 2

4 2 3 3 1 1 4

2 2 2 2 1 1 1

4 2 2 2 1 1 2

2 2 3 1 3 2 1

3 2 1 1 0 0 1

0 3 4 2 2 1 0

Klimaatvoetafdruk

Circulaire economie

Brondiversificatie

4 5 6 7 8 9 10

Omschrijving opties Industriewater uit effluent DMF UF UF RO Industriewater uit andere bronnen WRK-water zoet oppervlaktewater Noordzeekanaalwater Brak grondwater Zeewater Regenwater Drinkwater

Leveringszekerheid

Nr. A 1 2 3 B

Waterkwaliteit

Weging

Waterkwantiteit/ beschikbaarheid

Subcriterium

In de onderstaande tekst wordt per bron een toelichting gegeven. Ad 1, 2, 3: De voorliggende studie onderzoekt met name de inzet van effluent. Ad 4: Het gebruik van de Lek als bron via het bestaande WRK-systeem (voorbehandeling van rivierwater) is een voortzetting van de huidige situatie en vooralsnog een oplossing voor de korte termijn. Er wordt een boosterstation

47/52

Classificatie: Openbaar

gebouwd om de druk te vergroten en daarmee de capaciteit van het huidige systeem te verhogen tot circa 750 m3/h (tot maximaal circa 5 miljoen m3/jaar). Een verdere verhoging en ook voortzetting op langere termijn van deze hoeveelheid wordt niet haalbaar geacht, omdat het WRK-water bij voorkeur moet worden ingezet als bron voor het stijgende drinkwatergebruik. Ad 5: In principe is het mogelijk om bovenstrooms van de effluentlozing relatief zoet water te halen uit Zijkanaal F. Dit water wordt gevoed door het boezemgemaal Halfweg (water afkomstig uit de boezem van de Haarlemmermeerpolder). Omdat dit water zou kunnen worden ingezet door Waternet of door bedrijven zelf als alternatief voor effluent, is globaal de beschikbaarheid onderzocht via de maalgegevens van gemaal Halfweg. Hieruit is gebleken dat het in langdurige droge perioden kan voorkomen dat één tot twee weken via het gemaal geen enkele afvoer plaatsvindt. Een dergelijk afvoerpatroon maakt een continu gebruik van dit water technisch lastig, omdat dan enorme buffers nodig zouden zijn om deze perioden te overbruggen. Op basis hiervan is besloten om dit scenario niet verder te onderzoeken. Ad 6: Oppervlaktewater uit het Noordzeekanaal (NZK) is in overvloed aanwezig maar het is wel brak. Sommige bedrijven, bijvoorbeeld AEB, gebruiken in de huidige situatie grote debieten voor een ‘once-through’-koeling.

De productie van (zoet) industriewater met het NZK als bron is in principe mogelijk. In deze studie wordt het meegenomen als referentie, om te bekijken in hoeverre bedrijven zelf industriewater uit NZK-water zouden kunnen gaan maken. Ad 7: Zoet grondwater is in te kleine hoeveelheden aanwezig. Voor een stabiele bron zou het grondwater dieper moeten worden opgepompt en daar is alleen brak tot zout grondwater aanwezig. Doordat dit water zouter is dan het NZKwater zou de opwerking tot industriewater duurder zijn. Ook zou een sterk zoute stroom (concentraat) overblijven. De lozing daarvan zou een zeer lastig vergunningstraject tot gevolg hebben, dat nog een stuk moeizamer zou zijn dan de lozing van concentraat uit een ontzouting van NZK-water. Daarom is besloten dit scenario niet verder te onderzoeken. Ad 8: Zeewater is in overvloed aanwezig, maar het is verder weg en bovendien zouter dan NZK water. Daarom is besloten om dit scenario niet verder te onderzoeken. Ad 8: Regenwater is in principe een zoete en schone bron voor industriewater. Doordat het echter mogelijk is dat het wekenlang niet regent, zouden de benodigde buffers enorm moeten zijn, nog veel groter dan bij het gebruik van water uit Zijkanaal F. Daarom is besloten om dit scenario niet verder te onderzoeken.

Ad 9: Het gebruik van drinkwater als bron heeft niet de voorkeur, omdat dan een te hoge kwaliteit wordt geleverd (minder duurzaam) en omdat deze bron moet worden ingezet voor het stijgende drinkwatergebruik.

48/52

Classificatie: Openbaar

Bijlage 6 − Geografische ligging van huidige en toekomstige industriewaterklanten Apart aanleveren

Classificatie: Vertrouwelijk 49/52

Classificatie: Openbaar

Bijlage 7 − Ontwerp toekomstig industriewaternet Er zijn diverse aanpassingen nodig voor de levering van industriewater aan nieuwe klanten in de Amsterdamse Haven. In het westen van de haven nabij de Westpoortweg zijn grotere aanpassingen nodig om de potentiële klanten te kunnen faciliteren. De watervraag in dit gebied is nog niet duidelijk en staat niet vast, maar volgens de verwachte ontwikkelingen en concrete leads wordt in de toekomst in dit gedeelte veel industriewater gevraagd (zie bijlage 6). In dit gebied ligt nog geen distributienet voor industriewater. Daarom moet hiervoor een nieuw leidingtracé worden bepaald. In figuur 4.3 staat een voorlopig ontwerp van het industriewaternet bij de Westpoortweg. De methanolfabriek AMA ligt relatief dicht bij de huidige infrastructuur en moet bijvoorbeeld een aansluiting krijgen. Hydraulische analyse Verder is een hydraulische analyse uitgevoerd om de benodigde diameter van het nieuwe leidingtracé te bepalen. Hiervoor zijn twee scenario’s doorgerekend: 1. enkele leiding 2. dubbele leiding (ringleiding). Om de leveringszekerheid te verhogen en voldoende restcapaciteit aan te houden wordt geadviseerd een dubbele leiding aan te leggen met een diameter van 400 mm. Voor het transporteren van demiwater zijn grotere aanpassingen nodig.

Demiwaternet De materialen in het huidige distributiesysteem zijn niet geschikt voor het transport van demiwater. Dit water is corrosiever dan industriewater en kan een effect hebben op verschillende materiaalsoorten, waardoor uitloging kan plaatsvinden. Dit kan de kwaliteit van het behandelde water nadelig beïnvloeden ook is dit nadelig voor de conditie van de leiding.

Classificatie: Vertrouwelijk

Classificatie: Vertrouwelijk Classificatie: Openbaar

Figuur 1: Huidig industriewaternet en gebruikte materialen In figuur 1 zijn de materialen van het huidige stelsel weergegeven. Een groot deel van het net bestaat uit PVC en dit materiaal is bijvoorbeeld niet geschikt voor het transport van demiwater. Het wordt niet aangeraden dit stelsel geschikt te maken voor demiwater, omdat dan grote aanpassingen nodig zijn. Het kan wél interessant zijn om demiwater te transporteren in het nieuwe aan te leggen tracé richting Westpoortweg of het dichtbij gelegen AEB. De materiaalkeuze is hiervoor dus wel zeer belangrijk. De materiaalsoorten die tegen demiwater bestand zijn, zijn PVC-C, PE-Xa, PP-H, PVDF of PFF. Verder moet ook rekening worden gehouden met de materiaalkeuze voor appendages (bijvoorbeeld afsluiters).

Classificatie: Vertrouwelijk

Classificatie: Vertrouwelijk Classificatie: Openbaar

Bijlage 8 − Risicoanalyse Apart aanleveren

Classificatie: Vertrouwelijk

Classificatie: Vertrouwelijk Classificatie: Openbaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15371593/1