1. Gemeenteraad Voordracht.pdf
Tekst van het document
VN2026-002868 rve economie
RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 07 mei 2026
Agendapunt
Economische Zaken (24) 5
Datum besluit
College van B&W 17 maart 2026
Portefeuille
Onderwerp
Wijzigen van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband met regels over slaapplaatsen in hotels De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Gelet op de informatie in de geheime bijlage 4; vast te stellen het wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam in verband met regels over slaapplaatsen in hotels, zoals opgenomen in bijlage 1, inhoudende dat;
1. het Omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt gewijzigd conform de wijzigingen zoals opgenomen in bijlage A van bijlage 1;
2. dit wijzigingsbesluit in werking treedt vier weken na bekendmaking ervan; 3. dit wijzigingsbesluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Slaapplaatsen hotels.
Wettelijke grondslag
Omgevingswet: Artikel 2.4 Artikel 15.6 Artikel 16.30, eerste lid Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsplan. Gemeentewet artikel 87 WOO artikel 5.1, tweede lid, onder b en i Bestuurlijke achtergrond
Verordening op toerisme in balans Amsterdam De aanleiding om op de toename van het aantal slaapplaatsen in hotels te sturen volgt uit de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Deze verordening heeft de gemeenteraad op 8 juli 2021 vastgesteld, naar aanleiding van het volksinitiatief 'Amsterdam heeft een keuze' van 2020. De gedachte is dat vanaf een bepaald aantal bezoekers de stad uit balans raakt en de nadelen van toerisme groter worden dan de voordelen. De verordening schrijft daarom een bandbreedte voor het aantal toeristenovernachtingen voor. Ook stuurt de verordening op de toeristische draagkracht in Amsterdamse wijken. Gezien het verwachte aantal toeristenovernachtingen de komende jaren en de lage toeristische draagkracht in bepaalde wijken, is ingrijpen nodig.
VN2026-002868 rve economie
RAAD Hotelbeleid 2024 Het sturen op het aantal slaapplaatsen in hotels bouwt voort op het restrictieve overnachtingsbeleid van Amsterdam. Het uitgangspunt van het Hotelbeleid 2024 is dat de gemeente geen medewerking meer verleent aan hotelinitiatieven die niet passen in het geldende omgevingsplan. Echter, om hotelontwikkelingen niet geheel onmogelijk te maken wordt de nieuw-voor-oud regeling uit het overnachtingsbeleid van 2021 behouden. Dit betekent dat een nieuw hotel alleen nog kan worden gerealiseerd als een oud hotel sluit, mits er sprake is van een kwalitatieve verbetering en de overnachtingscapaciteit gelijk blijft. Om te borgen dat de overnachtingscapaciteit gelijk blijft, schrijft het hotelbeleid voor dat in de omgevingsvergunning het maximale aantal slaapplaatsen wordt vastgesteld. Deze beperking kan echter alleen worden opgelegd voor zover een hotel niet past in het omgevingsplan. Nieuwe hotelinitiatieven die binnen het omgevingsplan passen kunnen niet op grond van het hotelbeleid aan een maximum worden onderworpen. Mede hierdoor zijn regels in het omgevingsplan over het aantal slaapplaatsen nodig. Visie bezoekerseconomie 2035, maatregelenpakket en uitvoeringsprogramma Bezoekerseconomie Op 22 december 2022 heeft de gemeenteraad de 'Visie bezoekerseconomie 2035' vastgesteld.
In de visie wordt een toekomstbeeld geschetst waarin de groei van het toerisme is begrensd en de bezoekerseconomie is getransformeerd naar een sector die een bijdrage levert aan de (maatschappelijke opgaven van) de hele stad. Bij de vaststelling van de visie heeft de gemeenteraad tevens ingestemd met een pakket aan maatregelen om te voldoen aan de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. De maatregelen zijn gericht op het tegengaan van overlast, overtoerisme en overnachtingen. Alle maatregelen zijn onderdeel geworden van het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma Bezoekerseconomie. Met dit uitvoeringsprogramma geeft het college uitvoering aan het maatregelenpakket. De voorgenomen regeling over slaapplaatsen in hotels is in het uitvoeringsprogramma van 2025 opgenomen. Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 en Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 Voor het gebruik van woonruimtes voor bed & breakfast en vakantieverhuur gelden er al strenge regels. Deze zijn te vinden in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, vastgesteld door de gemeenteraad op 29 november 2023. Een belangrijke wijziging ten opzichte van voorgaande jaren is de lager vastgestelde quota voor bed & breakfast. Deze quota voor bed & breakfast is opgenomen in de Nadere regels Huisvestingsverordening 2024, die het college op 17 oktober 2023 heeft vastgesteld.
Andere maatregelen die gericht zijn op het sturen van aantal toeristenovernachtingen worden voortgezet, zoals de vergunning- en registratieplicht voor toeristische verhuur. Omgevingsplan gemeente Amsterdam Het gebruik van gronden voor een hotel is in het omgevingsplan dan wel bij omgevingsvergunning geregeld. Het omgevingsplan stelt op dit moment geen maximum aan het aantal slaapplaatsen. Hierdoor konden hoteliers tot voor kort zo veel mogelijk slaapplaatsen in hun hotels realiseren als zij wenselijk achten. Een regeling die het toevoegen van nieuwe slaapplaatsen verbiedt is nodig. Hiervoor zal het omgevingsplan moeten worden gewijzigd. Voorbereidingsbesluit slaapplaatsen hotels Met het voorbereidingsbesluit slaapplaatsen hotels van 26 november 2024 heeft het college vooruitgelopen op de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan. Het voorbereidingsbesluit bevat beperkingen ten aanzien nieuwe slaapplaatsen in hotels. Het voorbereidingsbesluit kon in het geheim worden voorbereid en trad onmiddellijk na bekendmaking daarvan in werking. Hiermee werd voorkomen dat hoteliers op de nieuwe regels konden anticiperen en tussentijds hun
2 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD overnachtingscapaciteit zo veel mogelijk konden vergroten. De geboden voorbereidingsbescherming is tijdelijk van aard. Deze vervalt na een jaar en zes maanden na inwerkingtreding. Om de voorbereidingsbescherming en de regeling voort te zetten, is het nodig dat de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan tijdig wordt bekendgemaakt. Onderbouwing besluit
Algemeen Met het voorbereidingsbesluit slaapplaatsen hotels van 26 november 2024 heeft het college beperkingen geïntroduceerd ten aanzien van nieuwe slaapplaatsen in hotels in Amsterdam. Hiermee is beoogd de groei van de overnachtingscapaciteit en het aantal toeristenovernachtingen in hotels af te remmen. Dit zorgt ervoor dat de druk op de leefbaarheid als gevolg van toeristenovernachtingen niet verder toeneemt. Op die manier draagt de regulering van het aantal slaapplaatsen in hotels bij aan de balans tussen leefbaarheid en toerisme in Amsterdam. De regulering van de overnachtingscapaciteit in hotels is met het voorbereidingsbesluit nog niet gereed. Het voorbereidingsbesluit vormt een tussenstap naar een definitieve regeling in het omgevingsplan. Daarmee was het mogelijk om meteen in te grijpen, maar een voorbereidingsbesluit heeft een tijdelijke werkingsduur. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in de definitieve voortzetting van de beddenstop. Alleen met toepassing van de nieuw-voor-oud-regeling is het nog mogelijk dat er slaapplaatsen bij kunnen komen. Noodzaak van de regeling Amsterdam voert vanwege drukte en disbalans tussen wonen, werken en recreëren al jarenlang intensief beleid via diverse sporen om die balans en de beleving van drukte te verbeteren. De Amsterdammer vraagt hier ook om.
Met name in de binnenstad en de ring rond het centrum wordt een nog steeds toenemende toeristische druk en overlast ervaren. Het is de wens van het stadsbestuur om tot op zekere hoogte bezoekers te verwelkomen, maar gelijktijdig de leefbaarheid voor de bewoners van Amsterdam te verbeteren. De leefbaarheid en daarmee ook het stedelijk milieu staat onder druk als gevolg van toeristenovernachtingen in hotels. De afgelopen jaren heeft het stadsbestuur een reeks maatregelen genomen om tot minder toeristenovernachtingen te komen. Dankzij het hotelbeleid is het vestigen van nieuwe hotels sterk aan banden gelegd. De uitvoeringsprogramma's Aanpak binnenstad en Bezoekerseconomie voorzien ook in verschillende maatregelen ter verbetering van de toeristische draagkracht. Daarnaast bevat de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 regels voor toeristisch verhuur van woonruimtes. Het overgrote deel van de verblijfsbezoekers overnacht echter in hotels. Het verbieden van nieuwe slaapplaatsen in hotels is daarom nodig en is een toevoeging aan de reeks maatregelen die al is genomen. Toerisme in balans De aanleiding om op de overnachtingscapaciteit van hotels te sturen volgt ook uit de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Deze verordening heeft de gemeenteraad op 8 juli 2021 vastgesteld, naar aanleiding van het volksinitiatief 'Amsterdam heeft een keuze' van 2020.
De gedachte is dat vanaf een bepaald aantal bezoekers Amsterdam uit balans raakt en de nadelen van toerisme groter worden dan de voordelen. De verordening schrijft daarom een bandbreedte voor het aantal toeristenovernachtingen voor. Het gaat om een onder- en bovengrens van het totaal aantal toeristenovernachtingen per jaar. Binnen deze bandbreedte wordt er balans geacht te zijn tussen de belangen van bewoners, ondernemers en bezoekers binnen Amsterdam.
3 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD De bandbreedte is vastgesteld op 10 en 20 miljoen toeristenovernachtingen per jaar, waarbij respectievelijk 12 en 18 miljoen toeristenovernachtingen per jaar als signaalwaarden gelden. Ingrijpen is nodig indien het verwachte aantal toeristenovernachtingen van het laatste geprognosticeerde kalenderjaar buiten de signaalwaarden valt. Volgens de Bezoekersprognose Amsterdam 2025-2027 van de afdeling Onderzoek en Statistiek (hierna: O&S) uit 2024 wordt tussen 23,9 en 27,9 miljoen toeristenovernachtingen verwacht in 2027. Hierdoor zullen de signaalwaarde maar ook de bovengrens uit de verordening worden overschreden. Het overgrote deel van de toeristische verblijfsbezoekers overnachten ook in hotels. Toeristische draagkracht Door de overnachtingscapaciteit van hotels te reguleren kan de toeristische draagkracht in Amsterdam beter worden gewaarborgd. De Verordening op toerisme in balans Amsterdam stuurt hier ook op. Met toeristische draagkracht wordt bedoeld de toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het ten koste gaat van de leefbaarheid. De overnachtingscapaciteit is een belangrijke indicator voor de toeristische druk. Met meer hotelbedden kunnen meer toeristen overnachten, ten nadele van het gebruik van voorzieningen en schaarse ruimte. Ook kan het toeristisch bezoek of verblijf gepaard gaan met drukte, overlast en een afname van de sociale cohesie.
Feit is dat bepaalde wijken van Amsterdam onvoldoende zijn toegerust op een grote hoeveelheid toeristische bezoekers. Uit het onderzoek Toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam 2023 van O&S blijkt dat de leefbaarheid voornamelijk onder druk staat in de binnenstad en in de ring rondom het centrum, waar de toeristische druk en overlast hoog is. Uit het onderzoek blijkt dat wijken, zoals Burgwallen-Oude Zijde, Burgwallen-Nieuwe Zijde, Grachtengordel-Zuid, Nieuwmarkt/Lastage en Oosterparkbuurt, een zeer hoge toeristische druk ervaren en laag scoren op bezoekers gerelateerde leefbaarheid. Daarbij is relevant dat in het onderzoeksjaar 2023 de bovengrens uit de verordening werd overschreden: het aantal toeristenovernachtingen bedroeg 22,2 miljoen, waarvan 20,4 miljoen in hotels. De toeristische draagkracht van deze wijken kan ook onder druk komen te staan door de overnachtingscapaciteit daarbuiten. De toeristische wijken zullen immers bezoekers blijven aantrekken die elders in Amsterdam overnachten. Daarnaast lopen wijken die op dit moment voldoende toeristische draagkracht hebben, ook het risico op een afname van de leefbaarheid. Het sturen op het aantal slaapplaatsen in hotels binnen de hele gemeente is daarom noodzakelijk.
Toename in overnachtingscapaciteit en aantal hotelovernachtingen De afgelopen jaren is gesignaleerd dat hoteliers gebruikmaken van mogelijkheden om meer of zoveel mogelijke slaapplaatsen te realiseren. Te denken valt aan het plaatsen van extra (stapel)bedden, kleinere kamers, het omzetten van nevenruimten naar kamers en het benutten van uitbouw-, opbouw- of onderkelderingsmogelijkheden. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de overnachtingscapaciteit en voor de kwaliteit van de accommodaties. Vast staat dat de totale overnachtingscapaciteit in de stad de afgelopen jaren sterk is toegenomen. In 2024, het jaar dat het voorbereidingsbesluit is genomen, telde Amsterdam significant meer bedden in hotels en hostels dan in het precorona-jaar 2019, namelijk 13 procent meer (van 81.255 naar 92.110 bedden). Het aantal hotels en hostels daarentegen is minder sterk toegenomen, met 4 procent (van 524 naar 544 hotels). Het aantal hotelbedden stijgt dus harder dan het aantal hotels: voor ieder nieuw hotel of hostel zijn er ongeveer 534 bedden bij gekomen. Het gemiddelde aantal bedden per hotel lag in 2019 echter op ongeveer 155 bedden per hotel. Er is dus vooral sprake geweest van schaalvergroting en intensivering van het ruimtegebruik in hotels.
4 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD Vergelijking aantal bedden in hotels en hostels en aantal hotels en hostels in 2019 en 2024 2019
2024
Mutatie t.o.v. 2019
Aantal bedden in hotels en hostels
81.255
92.110
13%
Aantal hotels en hostels
524
544
4%
Bron: O&S, gemeente Amsterdam De groei in de overnachtingscapaciteit is ook terug te zien in de toename van het aantal hotelovernachtingen in de stad. Uit de Bezoekersprognose 2025-2027 van O&S blijkt dat er in 21,0 miljoen hotelovernachtingen waren in 2024 (voorlopige cijfers), meer dan de 18,4 miljoen hotelovernachtingen in het pre-coronajaar 2019. De verwachting is dat het toerisme in Amsterdam komende jaren zal blijven groeien. Het toerismevolume hangt ook samen met de beschikbare capaciteit. Zonder in te grijpen blijft het mogelijk om deze extra toeristen te accommoderen. Verwachte effecten van de regeling Gebleken is dat de overnachtingscapaciteit van hotels in combinatie met veel toeristenovernachtingen gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving, met name de leefbaarheid in toeristische gebieden en daarbuiten. Het omgevingsplan is daarom het geëigende ruimtelijke instrument om het aantal slaapplaatsen in hotels te reguleren. Dit kan worden bereikt door met het omgevingsplan geen nieuwe slaapplaatsen meer toe te staan. Met de beddenstop wordt een onbeperkte groei van het aantal hotelovernachtingen voorkomen. De verwachting is namelijk dat deze stijging in overnachtingscapaciteit en hotelovernachtingen zich zal voortzetten als niet wordt ingegrepen. De regeling moet dus ervoor zorgen dat de druk op de leefbaarheid niet verder kan escaleren.
De beddenstop bewerkstelligt dat er alleen verschuivingen mogelijk zijn in de totale overnachtingscapaciteit. Er worden met name verschuivingen naar wijken met voldoende toeristische draagkracht gefaciliteerd en dus verwacht. De regeling sluit niet uit dat Amsterdam toeristische bezoekers blijft aantrekken die in buurgemeenten overnachten of een alternatieve overnachtingsmogelijkheid hebben. Blijkens het rapport Toerisme MRA 2024-2025 van O&S overnacht echter een groot deel van de toeristische bezoekers van Amsterdam in hotels binnen Amsterdam zelf. Daarnaast overnacht slechts een beperkt deel van de verblijfsbezoekers in woningen/kamers via platforms, of op kampeer- en huisjesterreinen. Een klein deel van de dagbezoekers zijn buitenlandse toeristen die buiten Amsterdam verblijven. Het is daarom noodzakelijk dat Amsterdam binnen de eigen grenzen en bevoegdheden toeristenovernachtingen niet verder faciliteert. Proportionaliteit van de regeling Het reguleren van het aantal slaapplaatsen in hotels gaat niet verder dan nodig is. Het moet mogelijk blijven om toeristen te verwelkomen, maar zonder dat de leefbaarheid verder onder druk komt te staan. Voor bestaande hotels blijft het mogelijk om de huidige bedrijfsvoering voort te zetten. Aangenomen kan worden dat de overnachtingscapaciteit en daarmee de exploitatie van een bestaand hotel tot op zekere hoogte al is geoptimaliseerd.
Bovendien zijn voor een optimale
5 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD exploitatie van een hotel ook andere factoren relevant, zoals het hotelsegment, de locatie van het hotel en de aanwezigheid van hotelfaciliteiten. Bovendien zijn er geen minder ingrijpende maatregelen die hetzelfde effect kunnen hebben op de overnachtingscapaciteit en daarmee de leefbaarheid. Hoe meer slaapplaatsen in hotels, hoe meer hotelovernachtingen en toeristisch bezoek gefaciliteerd kunnen worden. Gebleken is ook dat alleen het sturen op nieuwe hotels in plaats van nieuwe hotelbedden niet voldoende is. Verder van belang is dat deze regeling onderdeel is van een reeks maatregelen die als doel heeft de toeristische draagkracht in de stad te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn: het reguleren van toeristisch verhuur, het verhogen van de toeristenbelasting, het inperken van reisbewegingen zoals met zee- en riviercruise en touringcars, verschillende gedragscampagnes, en het spreiden van attracties en vrijetijdsvoorzieningen. Ondanks deze maatregelen staat de toeristische draagkracht nog steeds onder druk. Er is geen sprake van een kaal verbod op nieuwe slaapplaatsen, maar van een omgevingsvergunningplicht. Deze omgevingsvergunning wordt echter alleen verleend als de toeristische draagkracht van de wijk zich niet daartegen verzet en een oud hotel sluit.
Daarmee kan in specifieke gevallen toch nieuwe slaapplaatsen worden gerealiseerd, maar zonder dat de totale overnachtingscapaciteit toeneemt. Daarnaast voorziet de regeling in overgangsrecht voor lopende hotelontwikkelingen die concreet en bij de gemeente bekend zijn. Bij deze hotelontwikkelingen is er sprake van bestaande rechten, afspraken en/of onomkeerbare investeringen. Verder worden rechthebbenden niet ten opzichte van elkaar benadeeld. Voor iedere nieuwe slaapplaats worden dezelfde regels gehanteerd, of het nu gaat om een bestaand hotel of een nog te realiseren hotel. De regels gelden voorts voor alle hotels binnen het grondgebied van Amsterdam, ongeacht de nationaliteit of statutaire zetel van de hotelier. Ad. Verdere toelichting is opgenomen in de geheime bijlage 4. De geheimhouding is opgelegd op grond van artikel 87 van de Gemeentewet in verband met de belangen genoemd in artikel 5.1, tweede lid, onder b en i van de Wet open overheid. De geheimhouding wordt opgelegd voor onbepaalde tijd of tot het moment waarop de gemeenteraad besluit deze op te heffen. Ad 1) Het wijzigen van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam conform de wijzigingen zoals opgenomen in bijlage A van bijlage 1 Toepassingsbereik van de regels De voorliggende omgevingsplanregels over slaapplaatsen in hotels gelden voor het hele grondgebied van Amsterdam.
Daarmee kan de totale overnachtingscapaciteit in Amsterdam worden beheerst. Het uitzonderen van bepaalde gebieden, zoals buiten de binnenstad, zou ertoe leiden dat extra capaciteit voor hotelovernachtingen alsnog gefaciliteerd kunnen worden. Het toepassingsbereik van de regels is verder op twee punten afgebakend. Ten eerste hebben de regels alleen betrekking op locaties waar krachtens het omgevingsplan of een omgevingsvergunning een hotel is toegestaan. De regels zijn dus niet van toepassing op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor hotels. Aan deze hotelinitiatieven wordt op basis van het hotelbeleid in principe niet meegewerkt. Ten tweede zijn de regels niet van toepassing op het gebruik van woonruimte of de daarbij behorende opstallen voor bed & breakfast, short stay of vakantieverhuur. Deze vormen van overnachting zijn niet met hotels te vergelijken. Ze zijn in voldoende mate gereguleerd, door onder andere de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024. Beddenstop als omgevingsvergunningplicht
6 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD De kern van voorliggende omgevingsplanregeling is de beddenstop. Hiermee is het verboden om zonder omgevingsvergunning nieuwe slaapplaatsen in een hotel te realiseren. Deze omgevingsvergunningplicht geldt voor alle hotels die rechtmatig zijn toegestaan op basis van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Zolang geen omgevingsvergunning is verleend, is het maximum aantal slaapplaatsen op een locatie gelijk aan het aantal bestaande slaapplaatsen. Bij bestaande hotels zijn dit de slaapplaatsen die feitelijk en legaal aanwezig zijn, en bij nog niet gerealiseerde hotels zijn dit nul slaapplaatsen. In beide gevallen is een omgevingsvergunning nodig voor de nieuwe slaapplaatsen. De peildatum voor het bepalen van het aantal slaapplaatsen is de inwerkingtredingsdatum van de regeling. Er wordt tevens rekening gehouden met slaapplaatsen die na inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit rechtmatig zijn toegevoegd. Voor lopende, concrete hotelontwikkelingen is locatie specifiek overgangsrecht opgenomen. Per locatie is een maximum aantal slaapplaatsen opgenomen. Dit moet voorkomen dat deze hotels in de toekomst nog verder kunnen uitbreiden. Nieuw-voor-oud als beoordelingsregel Het uitgangspunt van de regeling is dat de totale overnachtingscapaciteit in Amsterdam niet mag toenemen. Dit is in de eerste plaats bedoeld om de leefbaarheid in de toeristische wijken te beschermen.
In lijn met het hotelbeleid wordt er daarom voorzien in een nieuw-voor-oud-regeling voor nieuwe slaapplaatsen in een hotel. Dit betekent dat nieuwe slaapplaatsen alleen zijn toegestaan ter vervanging van bestaande ('oude') slaapplaatsen op een andere locatie. Daarbij wordt als eis gesteld dat de exploitatie van het te vervangen hotel volledig en blijvend moet zijn beëindigd. Een beëindiging van de exploitatie van het te vervangen hotel komt de leefbaarheid ten goede. Het is ook nodig om per geval de nieuw-voor-oud-regeling juridisch te borgen. Het aantal nieuwe slaapplaatsen wordt daarom met een vergunningsvoorschrift gemaximeerd. Dit aantal is gelijk aan het aantal slaapplaatsen dat wordt vervangen. Tevens wordt de beëindiging van de exploitatie van het vervangen hotel met een vergunningsvoorschrift geborgd. Toeristische draagkracht als beoordelingsregel De nieuw-voor-oud-regeling maakt verschuivingen in de totale overnachtingscapaciteit mogelijk. Dit mag niet onbedoeld ertoe leiden dat de verschuiving in slaapplaatsen plaatsvindt naar wijken waar de toeristische draagkracht al onder druk staat. Voor de beoordeling hiervan is aansluiting gezocht bij de Verordening op toerisme in balans Amsterdam. Toeristische draagkracht wordt in de verordening gedefinieerd als de toeristische druk die een wijk kan dragen zonder dat het (significant) ten koste gaat van de leefbaarheid.
In voorliggende regeling wordt daarom voor iedere nieuwe slaapplaats beoordeeld of de toeristische druk tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat leidt. Met toeristische druk wordt hier bedoeld het effect op de openbare ruimte veroorzaakt door dagbezoeken en/of toeristenovernachtingen op basis van objectieve waarnemingen van het aanbod en gebruik van voorzieningen gericht op toeristen. Als bijlage is het rapport Toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam 2023 uit 2024 opgenomen (zie bijlage 2). Iedere wijk heeft een score gekregen voor de toeristische druk (van 'hoog' naar 'laag') en de toerisme gerelateerde leefbaarheid (van 'ongunstig' naar 'gunstig'). Het realiseren van nieuwe slaapplaatsen in wijken met een hoge toeristische druk en een ongunstige leefbaarheid voldoet in ieder geval niet aan de beoordelingsregel. In deze wijken staat de toeristische draagkracht reeds onder druk. Dit sluit niet uit dat er wijken zijn waarvan de toeristische draagkracht dreigt onder druk te komen te staan. Ook in deze wijken kan het onwenselijk zijn om nieuwe slaapplaatsen toe te staan. Dit vergt een beoordeling van geval tot geval.
7 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD Wat de toeristische druk betreft zijn in ieder geval de volgende indicatoren relevant: de concentratie van toeristisch verhuur, de concentratie van coffeeshops, de doorloopruimte op stoepen, het aantal attracties, de hotelcapaciteit en de grootte van het overige toeristische aanbod. De ervaren leefbaarheid wordt onderzocht aan de hand van in ieder geval de volgende indicatoren: de onveiligheidsbelevingsindex, de overlast door vervuiling, de overlast door toeristische verhuur van woningen in directe woonomgeving, de overlast door mensen onder invloed van alcohol en/of andere verdovende middelen op straat, het aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen en de sociale cohesie. In bijlage 3 van het rapport worden de indicatoren verder ingevuld. Op basis van de verordening wordt dit rapport tweejaarlijks uitgebracht. Bij de beoordeling van de toeristische druk en het woon- en leefklimaat voor het toestaan van nieuwe slaapplaatsen wordt de meest actuele versie geraadpleegd. Wijzigingen ten opzichte van het voorbereidingsbesluit Voorliggende omgevingsplanregeling wijkt op bepaalde punten inhoudelijk af van het voorbereidingsbesluit. Het voorbereidingsbesluit was nodig om op relatief korte termijn te kunnen ingrijpen. Op basis van nieuwe inzichten, mede naar aanleiding van gedane ervaringen met het voorbereidingsbesluit, is de regeling bijgesteld.
Ten eerste geldt de beddenstop nu voor bestaande en nieuwe hotels, mits deze rechtmatig zijn toegestaan op basis van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. In het voorbereidingsbesluit was een aparte regeling opgenomen voor nieuwe hotels in verband met bestaande en nog niet benutte rechten. Er wordt nu één lijn getrokken voor beide situaties. Dit komt ook de eenvoud en de bruikbaarheid van de regeling ten goede. Als gevolg hiervan is de terminologie ook deels aangepast. Ten tweede zijn de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor nieuwe slaapplaatsen aangevuld en geconcretiseerd. In lijn met het hotelbeleid is de nieuw-voor-oud-regeling toegevoegd als beoordelingsregel. Daarnaast is het leefbaarheidscriterium uitgebreid naar een beoordeling op basis van de toeristische druk op het woon- en leefklimaat, ofwel de toeristische draagkracht. De noodzaak om te sturen op toeristische draagkracht volgt uit de Verordening op toerisme in balans. Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp Het wijzigingsbesluit bevat enkele wijzigingen ten opzichte van het ontwerp. De wijzigingen zijn voor het merendeel juridisch-technisch of redactioneel van aard. Daarnaast zijn correcties doorgevoerd in de lijst van hotelontwikkelingen die onder het overgangsrecht vallen. Voor een overzicht van deze wijzigingen wordt kortheidshalve verwezen naar de nota van wijzigingen (bijlage 3). Ad 2.
Dit wijzigingsbesluit in werking treedt vier weken na bekendmaking ervan Een besluit tot wijziging van een omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, tenzij bij het besluit een later tijdstip is bepaald. Er is geen aanleiding gebruik te maken van de mogelijkheid af te wijken van de hoofdregel. Ad 3. Dit wijzigingsbesluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Slaapplaatsen hotels Elk afzonderlijk wijzigingsbesluit van het omgevingsplan heeft een eigen aanhaaltitel. Hier wordt in voorzien.
8 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD Participatie
Met het voorbereidingsbesluit heeft het college om zwaarwegende redenen afgezien van een participatieplan voor dit beleidsvoornemen (artikel 3, derde lid van de Participatieverordening Amsterdam). De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan geeft uitvoering aan dit beleidsvoornemen. Voor de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan is voor participatie de wettelijke zienswijzeprocedure gevolgd. Het college heeft op 2 december 2025 besloten om het ontwerpbesluit vrij te geven voor terinzagelegging. Het ontwerpbesluit is op 5 december 2025 bekendgemaakt in het Gemeenteblad en lag met ingang van 10 december 2025 zes weken ter inzage. Gedurende de terinzagelegging hebben burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen op het ontwerpbesluit kunnen reageren door middel van een zienswijze. Er is één zienswijze naar voren gebracht, gedateerd op 16 januari 2026 en op 19 januari 2026 ontvangen. Hierna volgt een zakelijke weergave van de zienswijze en een reactie van het college op de zienswijze. Zienswijze De zienswijze is ingediend door OPEN Development B.V., de ontwikkelaar van een perceel in Amsterdam, en Distelweg B.V., vanaf maart 2026 de toekomstige eigenaar van dat perceel (hierna ook: adressanten).
Het perceel heeft op grond van het bestemmingsplan een gemengde bestemming, waarmee volgens de zienswijze de realisatie van hotelkamers (slaapplaatsen) rechtstreeks is toegestaan. Adressanten stellen dat zij erop mocht vertrouwen dat de ontwikkeling van slaapplaatsen op het betreffende perceel niet onmogelijk zou worden gemaakt, althans niet aan een vergunningplicht zou worden onderworpen. De ontwikkelaar zou met de gemeente in gesprek zijn geweest over de realisatie van 160-190 slaapplaatsen op dit perceel, waarbij medewerkers van de gemeente positief zouden staan tegenover dit initiatief. Verder wordt gesteld dat de vestigingsbeperkingen voor hotels op de betreffende locatie in strijd is met artikel 15 van de Dienstenrichtlijn. Betoogd wordt dat er geen onderzoek is gedaan naar nut en noodzaak van de vestigingsbeperkingen. Ook zou een specifieke analyse van de veronderstelling dat de vestigingsbeperking kan leiden tot het beoogde doel, zoals bedoeld in de uitspraak van de ABRvS in de zaak van Visser Vastgoed van 20 juni 2018 (201309296/5/R3), ontbreken. Daarnaast wordt gesteld dat de beoordelingsregel in strijd is met artikel 14, lid 5 van de Dienstenrichtlijn, omdat deze een economisch karakter heeft.
De beoordelingsregel zou ook gebaseerd zijn op het onduidelijke begrip 'toeristische druk' en het begrip 'onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat' is niet gedefinieerd. Verwezen wordt naar vaste rechtspraak van het HvJ EU (zie HvJ EU, 20 februari 2001, C-205/99, nr. 38), waarin wordt vereist dat vergunningseisen moeten zijn gebaseerd op objectieve criteria die van tevoren kenbaar zijn. Adressanten stellen dat het perceel moet worden opgenomen in de overgangsbepaling voor hotelontwikkelingen. Dit zou betekenen dat het perceel niet wordt getroffen door de vergunningplicht en dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Hiermee zou worden tegemoetgekomen aan alle bezwaren van adressanten. Reactie van het college Het college begrijpt dat adressanten bij de verkoop van het betreffende perceel uit zijn gegaan van het juridisch-planologische kader dat destijds gold. Na inwerkingtreding van de voorgenomen
VN2026-002868 rve economie
RAAD wijziging van het omgevingsplan zullen in principe alle toekomstige hotelontwikkelingen, maar ook bestaande hotels, worden onderworpen aan een vergunningplicht voor nieuwe slaapplaatsen. Dit draagt bij aan de balans tussen leefbaarheid en toerisme in Amsterdam. Het college kan het beroep van adressanten op gewekt vertrouwen en het verzoek om onder de overgangsregel te worden geplaatst echter niet honoreren. De regeling voorziet alleen in overgangsrecht voor lopende hotelontwikkelingen die concreet en bij de gemeente bekend zijn. Bij de van de vergunningplicht uitgezonderde hotelontwikkelingen is er sprake van bestaande rechten, afspraken en/of onomkeerbare investeringen. Het zou immers niet proportioneel zijn om deze hotelontwikkelingen aan de vergunningplicht te onderwerpen. Uit een interne uitvraag is gebleken dat bij de gemeente niet bekend is dat een hotelontwikkeling op het betreffende perceel wordt voorzien. Adressanten hebben geen bewijs aangeleverd waaruit blijkt dat een ontwikkeling op het perceel concreet is en bij de gemeente bekend is. Verder worden adressanten niet gevolgd in hun standpunt dat de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan in strijd is met de Dienstenrichtlijn.
Anders dan adressanten stellen, blijkt uit de motivering en onder andere het daaraan ten grondslag gelegde onderzoek Toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam 2023 en de bezoekersprognose van de gemeente Amsterdam waarom het reguleren van de overnachtingscapaciteit noodzakelijk en effectief is ('nut en noodzaak'). Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Een toename van de overnachtingscapaciteit kan de toeristische draagkracht van de betreffende wijk waar adressanten een hotel voorzien aantasten, maar ook van andere wijken waar de toeristische druk en overlast al hoog zijn. De toeristische wijken zullen immers bezoekers blijven aantrekken die elders in Amsterdam overnachten. Een vergunningplicht voor nieuwe slaapplaatsen binnen de hele gemeente is daarom noodzakelijk. Het college deelt ook niet de mening dat de beoordelingsregels voor de vergunningplicht een economisch karakter hebben. De beoordelingsregels hebben betrekking op 'nieuw-voor-oud' en de toeristische draagkracht. Beide aspecten zien toe op het beschermen van het stedelijk milieu. Ten slotte zijn de begrippen die in de beoordelingsregels voorkomen, wel objectief en vooraf kenbaar gemaakt.
Het begrip 'de toeristische druk' wordt in bijlage I van het omgevingsplan omschreven als het effect op de openbare ruimte veroorzaakt door dagbezoeken en/of toeristenovernachtingen op basis van objectieve waarnemingen van het aanbod en gebruik van voorzieningen gericht op toeristen. Dit begrip wordt nader toegelicht in de bijbehorende motivering met een verwijzing naar het bijgevoegde rapport Toeristische draagkracht van wijken in Amsterdam 2023. Deze nadere toelichting vormt een integraal onderdeel van het besluit. Verder is het begrip 'woon- en leefklimaat' een veelgebruikte term in de rechtspraktijk en de rechtspraak. Een nadere definiëring is daarom niet aan de orde. De conclusie is dat de zienswijze niet leidt tot een aanpassing van de regels. Financiële onderbouwing
Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting
De voorliggende wijziging van het omgevingsplan bevat een aanscherping van de regeling ten opzichte van het voorbereidingsbesluit. Er wordt echter niet verwacht dat dit structureel meer druk zal leggen op de uitvoeringstaken ten opzichte van het voorbereidingsbesluit. De uitvoering bestaat hoofdzakelijk uit het beoordelen van aanvragen om nieuwe slaapplaatsen enerzijds, en het uitoefenen van toezicht en handhaving op de naleving van de regels anderzijds. Voor bestaande hotels blijft de regeling en daarmee de uitvoeringstaken hetzelfde. Voor nieuwe hotels maken de vergunnings- en maatwerkvoorschriftenbevoegdheden plaats voor de vergunningplicht. Zowel bij
10 Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-002868 rve economie
RAAD het voorbereidingsbesluit als bij voorliggende regeling worden dus aanvragen (of meldingen) beoordeeld. Hooguit kan een tijdelijke piek in het aantal aanvragen worden verwacht als gevolg van de aankondiging van de strengere regeling. Bij de Voorjaarsnota 2023 zijn voor de jaren 2024 tot en met 2026 € 2,7 miljoen aan incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het programma Bezoekerseconomie. Voor deze periode is € 1,0 miljoen van de incidentele middelen vrijgemaakt voor het uitvoeren van het voorbereidingsbesluit en de daaropvolgende wijziging van het omgevingsplan. Het is nog onbekend of voor de uitvoering na 2026 extra middelen nodig zijn, of dat de uitvoering in de huidige structuur kan worden georganiseerd. Dit zal moeten blijken uit de eerste ervaringen met de uitvoering van de regeling. Zo nodig zal in de Begroting 2027 gekeken worden wat nodig is. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
Op grond van artikel 87 van de Gemeentewet is geheimhouding opgelegd op bijlage 4 in verband met de belangen genoemd in artikel 5.1, tweede lid, onder b en i van de Wet open overheid. De geheimhouding wordt opgelegd voor onbepaalde tijd of tot het moment waarop de gemeenteraad besluit deze op te heffen Welke stukken treft u aan
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2026-012986
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2026-018709
bijlage 2. Toeristische draagkracht van wijken 2023.pdf (pdf)
AD2026-018710
bijlage 3. Nota van Wijzigingen.pdf (pdf)
AD2026-018711
Bijlage 1. BEKENDMAKING Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam Slaapplaatsen hotels.pdf (pdf)
AD2026-021017
GEHEIM - Bijlage 4. Wijzing omgevingsplan Slaapplaatsen hotels.docx (msw12)
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Directie R&D, Anya Kenter, 06 1074 3215, a.kenter@amsterdam.nl en Darney Kock, 06 3816 3725, d.kock@amsterdam.nl
11 Gegenereerd: vCURRENT