1 Factsheet OIS - minima en ICT beschikking en gebruik_DEF.pdf
Tekst van het document
De positie van Amsterdamse minima in het gebruik van digitale middelen en media Factsheet | mei 2021 Door de coronacrisis werd directe ‘face to face’ communicatie met anderen in 2020 bemoeilijkt. Dit zorgt ervoor dat men in 2020 meer dan ooit afhankelijk was van digitale communicatiemiddelen en het internet om sociale contacten te onderhouden. Dit maakt de groep die over het algemeen minder digitaal vaardig is of minder financiële ruimte heeft voor (goede) digitale middelen extra kwetsbaar. Om achtergestelde groepen binnen de Amsterdamse samenleving te identificeren, werd door OIS in 2020 onderzoek1 gedaan naar het bezit en gebruik van digitale (communicatie)middelen en media door verschillende groepen volwassen Amsterdammers, met nadruk op hen met een lager inkomen.2 Met deze inzichten kunnen er mogelijkheden ontwikkeld worden om hen die digitaal belemmerd zijn een helpende hand te reiken.
Kernpunten
Driekwart van ondervraagde Amsterdamse minima heeft een smartphone. 86% van Amsterdammers met een lager inkomen heeft thuis een vaste pc, laptop of tablet. Bijna een op de tien Amsterdammers met een lager inkomen geeft aan dat er in hun huishouden geen toegang is tot WI-FI of internet. Een kwart van de minima geeft aan dat zij niet (goed) overweg kunnen met digitale apparaten, waar dit voor de gehele Amsterdamse bevolking geldt voor 13%. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat zij geen digitale apparatuur in hun bezit hebben en dat de apparatuur die zij bezitten verouderd is. De helft van Amsterdammers met een lager inkomen vraagt weleens om hulp bij het regelen van zaken online, zoals internetbankieren, online belastingaangifte doen of gebruik maken van online dienstverlening van de gemeente of overheid. Amsterdammers met een lager inkomen gebruiken sociale media en streamingdiensten minder dan zij met een hoger inkomen.
Respons De resultaten zijn afkomstig uit de enquête De Staat van de Stad Amsterdam 2020, uitgevoerd door Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS). Voor dit onderzoek zijn Amsterdammers van 18 jaar en ouder per brief uitgenodigd om mee te doen. In de brief stond een link naar de online vragenlijst. Wanneer men deze enquête niet had ingevuld is een herinneringsbrief gestuurd met daarbij een papieren versie van de vragenlijst en een retourenvelop. Ook is een aantal Amsterdammers telefonisch benaderd om mee te doen. Het is belangrijk om in gedachte te houden dat deze wervingsmethode niet ideaal is bij de beantwoording van vragen omtrent ICT-gebruik en – vaardigheden omdat in eerste instantie online meedoen is aangeboden. Hoewel ook deelname buiten een online omgeving mogelijk was, heeft de nadruk op internetdeelname Amsterdammers zonder digitale middelen mogelijk ontmoedigd om de enquête in te vullen. Daarnaast wordt de groep deelnemers aan het onderzoek gekenmerkt door relatief meer hogeropgeleiden, mensen zonder migratieachtergrond en met een oudere leeftijd dan gemiddeld in de stad. Aangezien
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Het gebruik van digitale middelen door Amsterdamse minima
inkomen veelal samenhangt met deze factoren, waren mensen met een lager inkomen ondervertegenwoordigd in de respons. Daarom is om een accuratere afspiegeling van de Amsterdamse populatie te vormen een weging toegepast op de data. Voorafgaand aan de weging lag het percentage deelnemers met een lager inkomen2 op 18% en na weging betrof dit 25%. De conclusies in deze factsheet dienen geïnterpreteerd te worden als een benadering van de werkelijke stand van zaken en dienen een ondersteunende en aanvullende rol naast de toegepaste kwalitatieve onderzoeksmethoden.
Digitale communicatiemiddelen Verschillen in smartphonebezit tussen inwonersgroepen steeds kleiner In 2020 heeft 90% van de volwassen Amsterdammers een smartphone waarmee zij digitaal in contact kunnen blijven met anderen (zie figuur 1). Dit aandeel lijkt over de jaren consequent te stijgen, maar ligt iets lager dan het landelijk gemiddelde van 95%.3 Bijna alle Amsterdamse inwoners met een hoog opleidingsniveau hebben een smartphone in hun bezit. Voor lager opgeleiden geldt dit voor driekwart. Hetzelfde patroon valt op voor verschillen naar inkomen en naar leeftijd. Acht van de tien volwassen Amsterdammers met een laag inkomen hebben een smartphone, tegenover bijna alle Amsterdammers met een hoog inkomen (97%). Van Amsterdamse inwoners van 18 tot 35 jaar heeft 97% een smartphone, waar dit onder 55-plussers gaat om 75%. Wel nemen de verschillen tussen de groepen langzaam af doordat eerst achterlopende groepen een inhaalslag maken. Zo had 67% van de Amsterdammers met een lager inkomen in 2016 een smartphone en is dat nu gestegen tot 80% in 2020.
Figuur 1. Smartphonebezit naar achtergrondkenmerken, 2016, 2018 en 2020 (procenten) Amsterdam
laag inkomen gemiddeld inkomen hoog inkomen 2016 laagopgeleid
2018
middelbaar opgeleid 2020
hoogopgeleid
18-34 jaar 35-54 jaar 55 jaar en ouder
% 0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
bron: OIS
2
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Het gebruik van digitale middelen door Amsterdamse minima
Daarnaast is in 94% van Amsterdamse huishoudens een laptop, tablet of een vaste pc te vinden. Voor huishoudens met een lager inkomen geldt dit voor een kleinere 86%. Het aandeel huishoudens met een laptop is met 84% voor de derde meting op rij stabiel. Er is een voorzichtige afname te zien in het aantal Amsterdamse huishoudens met een tablet (van 62% in 2016 naar 60% in 2020) en vaste pc (van 51% in 2014 naar 47% in 2020). De functie van deze apparaten lijkt steeds vaker 8% van minima te worden gezocht in een laptop of een smartphone. Toch geeft ook 8% van de heeft thuis Amsterdamse minima aan dat er in hun huishouden geen toegang tot WI-FI of internet geen internetis. Onder alle ondervraagde Amsterdammers is dat 3%. Dit patroon komt overeen met verbinding het landelijk gemiddelde.4
Figuur 2. Aandeel Amsterdamse minimahuishoudens dat een laptop, tablet of vaste pc in het huishouden heeft, 2020 (procenten) 69%
34% 86% 97%
47% 58%
laag inkomen
38% gemiddeld inkomen
59% hoog inkomen
76%
bron: OIS
3
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Het gebruik van digitale middelen door Amsterdamse minima
Amsterdammers in kwetsbare posities ondervinden meer digitale belemmeringen De ruime meerderheid van de Amsterdamse bevolking kan goed overweg met de digitale apparaten. Van ondervraagde Amsterdammers geeft 84% aan met hun digitale middelen goed de dingen te kunnen doen die zij daarmee willen doen, zoals tekstverwerking, chatten en films bekijken. Met name bij mensen onder de 35 jaar oud, met een hoog opleidingsniveau en met een hoog inkomen gaat dit goed. Voor 13% van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder lukt dit niet (goed). 24% van de Amsterdammers met een lager inkomen geeft aan dat dit vaak niet lukt, ten opzichte van 12% en 4% onder hen met een gemiddeld en hoger inkomen. Voor Amsterdammers in het algemeen blijkt gebrekkig internet of Wi-Fi van dit probleem de grootste oorzaak. De ondervraagde minima ervaren vooral hinder van te oude apparatuur. Ook draagt deze groep vaker alternatieve redenen aan voor dit probleem (weergegeven onder ‘overig’ in figuur 3.2), waarin zij met name benoemen geen digitale middelen te bezitten. Iets wat daarnaast wordt aangedragen door zowel de minima als de algehele groep Amsterdammers die digitale belemmeringen ervaart, is dat zij niet goed weten om te gaan met de apparatuur.
24% van minima heeft moeilijkheden in gebruik van digitale middelen
Figuur 3.1. “Kunt u met de digitale middelen die u ter beschikking heeft goed de dingen doen die u daarmee wilt doen, zoals tekstverwerking, chatten en films bekijken?” voor Amsterdammers (links) en minima (rechts), 2020 (procenten)
13%
3%
3% 24%
ja
ja
nee
nee
geen antwoord
geen antwoord
73%
84% bron: OIS Figuur 3.2. Redenen voor belemmering van digitale zaken van Amsterdammers en minima, 2020 (procenten onder hen met ervaren belemmeringen) slechte internetverbinding
middelen te oud minima gemiddeld
abonnement voldoet niet
overig % 0
10
20
30
40
bron: OIS
4
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Het gebruik van digitale middelen door Amsterdamse minima
Niet iedereen is even handig met digitale middelen; ongeveer een derde (35%) vraagt weleens om hulp bij het regelen van zaken online, zoals internetbankieren, online belastingaangifte doen of gebruik maken van online dienstverlening van de gemeente of overheid. Onder Amsterdammers met een laag inkomen geldt dat zelfs voor 52%. Ook 55-plussers, lager opgeleiden en Amsterdammers met een migratieachtergrond vragen relatief vaak om dergelijke hulp. Iedereen verbonden Door een gebrek aan digitale vaardigheden en (goed werkende) apparatuur worden mensen in kwetsbare omstandigheden ten tijde van de coronacrisis meer achtergesteld dan ooit. Met als doel de digitale kloof te dichten, startte het Amsterdamse college van B&W in april 2020 een initiatief voor een laptopregeling onder de naam ‘Iedereen verbonden’.5 Hiermee werden 3.500 Amsterdammers in de digitaal kwetsbare groepen, waaronder met name minimumhuishoudens, voorzien van een refurbished laptop en internetverbinding. Hiermee werd toegang verleend tot online zorg, onderwijs en werd het onderhouden van een sociaal netwerk toegankelijker gemaakt. Uit de evaluatie van het project kwam naar voren dat het hielp bij het bestrijden van eenzaamheid, het vergroten van zelfstandigheid, het bieden van toegang tot hulp en onderwijs en van kansen om digitaal vaardiger te worden.
Voor de komende jaren staat digitale inclusie op de Amsterdamse agenda.
5
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Het gebruik van digitale middelen door Amsterdamse minima
Digitale media Bijna alle Amsterdammers gebruiken sociale media Minima gebruiken sociale platformen minder
Met 95% maakt een groter deel van de volwassen Amsterdammers gebruik van sociale media dan in 2018 (92%) en in 2016 (87%). Ook onder Amsterdammers met een lager inkomen is dat gestegen, namelijk naar 87% (in 2018 82% en in 2016 76%). Op TikTok en Snapchat na, worden alle sociale platformen door Amsterdammers met een lager inkomen minder gebruikt dan door de gemiddelde Amsterdammer (zie figuur 4).
In 2o20 is WhatsApp met 86% wederom het meest populaire sociale medium. Instagram en YouTube zijn de media die het hardst in populariteit groeien onder de Amsterdammers. Gebruik van LinkedIn door Amsterdamse inwoners is ook sinds de vorige meting gegroeid en wordt in 2020 het meest gebruikt door inwoners met een hoger opleidingsniveau (69%) en inkomen (68%). In het gebruik van dit platform is het grootste verschil merkbaar tussen hogere en lagere inkomensgroepen. Het LinkedIn-gebruik van hen in de lagere inkomenscategorie ligt in 2020 op 22%. Snapchat is in gebruikersaantallen gedaald en wordt door Amsterdammers in 2020 minder gebruikt dan Pinterest en Twitter. Voor de minima loopt Snapchat hier nog kop. TikTok, een sociaal platform wat geïntroduceerd werd in 2017, wordt gebruikt door het kleinste aandeel Amsterdamse volwassenen (8%), mogelijk door de nieuwigheid en de jonge doelgroep van het medium. Figuur 4. Aandeel dat gebruik maakt van sociale media naar soort, voor Amsterdammers en minima, 2020 (procenten)
WhatsApp Youtube
Facebook Instagram LinkedIn Pinterest
minima
gemiddeld
Snapchat TikTok anders geen n.v.t.
% 0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100 bron: OIS
6
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Het gebruik van digitale middelen door Amsterdamse minima
Streamingdiensten populair onder Amsterdammers Streamingdiensten zijn populair onder Amsterdammers. Zes op de tien (61%) Amsterdammers maakt gebruik van een streamingdienst zoals Netflix, Amazon, HBO of Videoland om series en films te kijken. Vooral inwoners tot 35 jaar maken er veel gebruik van (83%). Muziekstreamingdiensten zoals Spotify worden in 2020 gebruikt door net iets meer dan de helft (52%) van de Amsterdammers. Ook de doelgroep van dit platform wordt gedomineerd door jongvolwassenen (78% tegenover 24% van ouderen). Van de Amsterdammers met een lager inkomen maakt een veel kleiner deel gebruik van deze betaalde diensten zoals een platform om series en films te zien (38%) en om muziek te luisteren (30%).
Noten 1 De Staat van de Stad is een tweejaarlijkse enquête die in 2020 onder bijna 6.000 inwoners van Amsterdam van 18 jaar en ouder is afgenomen. De data over 2020 zijn verzameld tussen 8 oktober en 21 december 2020. De gelijknamige publicatie zal in september 2021 uitkomen. 2 Voor de vergelijking tussen inkomensgroepen zijn de volgende grenzen gehanteerd: tot 1350 euro netto per maand is er sprake van een laag huishoudinkomen (zgn. minima), tussen 1351 en 3200 euro netto per maand van een gemiddeld huishoudinkomen en bij een inkomen van 3201 euro netto per maand of hoger spreken we van een hoog huishoudinkomen. 3 Bron: https://www.consultancy.nl/nieuws/33772/nederland-is-koning-smartphone-samsung-groter-dan-apple 4 Bron: CBS. Internettoegang en internetactiviteiten. Den Haag, 2020. 5 Bron: Amsterdam UMC. ‘Iedereen verbonden’ met een refurbished laptop. November 2020.
Colofon Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam Telefoon: 020 251 0333 Auteurs: Nina Vos & Ellen Lindeman e.lindeman@amsterdam.nl Bron foto’s: Beeldbank Gemeente Amsterdam data.amsterdam.nl
7