1.f Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland.pdf
Tekst van het document
We nemen contact op met Waternet en Rijkswaterstaat om te onderzoeken welke maatregelen passen bij de verdere uitwerking van de plannen. De inspraakreacties met betrekking tot waterkwaliteit leiden niet tot een wijziging van het standpunt in de keuzes van de alternatieven dan wel een aanvulling in het MER. Bij een verdere uitwerking in de volgende fase wordt dit meegenomen.
3
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/duurzaamheid/schone-lucht
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
23
5.1.8.4 Nautische aspecten De inspraakreacties van Rijkwaterstaat gaan over de nautische aspecten van het AmsterdamRijnkanaal. Ten eerste merken zij op dat het kanaal een drukke vaarroute is naar het IJ en geschikt is voor schepen tot CEMT-klasse VIb. In het Milieueffectrapport (MER) zijn de effecten op nautische veiligheid en bereikbaarheid behandeld, maar volgens de inspraakreactie te beknopt. Er is geen volledige aandacht besteed aan aspecten zoals de impact op Vessel Traffic Servicemiddelen en recreatievaart en het minimaliseren van hinder tijdens de realisatiefase. Verder geeft Rijkswaterstaat aan dat de gemeente moet aantonen dat de vaarwegfunctie tijdens de bouwfase niet wordt beperkt. Om de fietsbrug toekomstbestendig te maken, moeten we rekening houden met met de ontwikkelingen in recreatievaart op het kanaal en in nabijgelegen gebieden. De geografische positie van de brug moet overeenkomen met die van de vaarweg en toekomstige infrastructuur. Verder zou er volgens Rijkswaterstaat in het beleidskader een aparte paragraaf moeten komen over recreatievaartbeleid en toekomstige ontwikkelingen in de regio Amsterdam, met name rondom Zeeburgereiland. Het MER gaat voor deze fase van het project, en met oog op onderscheidende effecten tussen alternatieven onderling, voldoende in op de effecten op scheepvaart en veiligheid.
De effect beschrijving is relatief beknopt en dat komt doordat er in geen van de alternatieven minder doorvaart mogelijk is dan in de huidige situatie. Voor de keuze van een voorkeursalternatief is dit momenteel voldoende. Verdere uitwerking van effecten op de Vessel Traffic Service (VTS) volgt later. We verwachten niet dat dit het voorkeursalternatief zal veranderen. Hinder tijdens de bouwfase is nog onbekend en wordt pas in een volgende fase beoordeeld. Het ontwerp houdt rekening met toekomstscenario’s voor het kanaal en de sifon, terwijl afspraken en afstemming met Rijkswaterstaat worden gemaakt. Recreatievaart en nautische veiligheid zijn beide beoor deeld in het MER, maar voor de keuze van het voorkeursalternatief vinden we een verdere analyse momenteel niet noodzakelijk. De inspraakreacties met betrekking tot nautische aspecten leiden niet tot een wijziging van het standpunt in de keuzes van de alternatieven dan wel een aanvulling in het MER. Bij een verdere uitwerking in de volgende fase wordt dit meegenomen. 5.1.8.5 Bereikbaarheid tijdens werkzaamheden Bewoners benadrukken dat het cruciaal is om tijdens de uitvoering van de herinrichting van de Amsterdamsebrug een goede bereikbaarheid te garanderen. Ze vinden het van groot belang dat er steeds een goede fietsverbinding met Amsterdam Oost en het Amstelstation blijft bestaan.
Bewoners verwijzen naar eerdere ervaringen, zoals bij werkzaamheden aan de Zuider IJdijk, waarbij Camping Zeeburg en andere bedrijven aan de Diemerzeedijk gedurende weken slecht of niet bereikbaar waren voor nood- en hulpdienstenen voor groot verkeer, hoewel dit wel was toegezegd. Bewoners en ondernemers dringen er sterk op aan dat deze kwestie serieus wordt genomen en wordt opgenomen in het uitvoeringsplan. De bereikbaarheid van het gebied tijdens de bouw is een belangrijk aspect dat we meenemen in de gesprekken met de aannemer die de werkzaamheden gaat uitvoeren. Eerst moeten we het voorkeursalternatief verder uitwerken tot een ontwerp dat we kunnen aanbesteden. Daarbij kijken we ook of ontwerpkeuzes nog positief kunnen bijdragen aan de bereikbaarheid tijdens de bouw. Wanneer we hier meer duidelijkheid over hebben, zullen we dat afstemmen met de omgeving engoede afspraken maken met alle partijen, waaronder de bewoners, ondernemers en aannemer. De inspraakreacties met betrekking tot bereikbaarheid tijdens de werkzaamheden leiden niet tot een wijziging van het standpunt in de keuzes van de alternatieven dan wel een aanvulling in het MER. Bij een verdere uitwerking in de volgende fase wordt dit meegenomen.
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
24
5.1.8.6 Brommers op het fietspad In de zienswijze wordt aandacht gevraagd voor de brommers op de Amsterdamsebrug. Omdat brommers momenteel worden ingehaald door auto’s wat gevaarlijke situaties kan opleveren. De vraag is of brommers er in het nieuwe plan voor zullen kiezen om op het fietspad te rijden, omdat ze zich daar mogelijk veiliger voelen. Brommers moeten in Amsterdam zoveel mogelijk op de rijbaan, dat is en blijft ook het geval op de Zuiderzeeweg. De maximumsnelheid van de Zuiderzeeweg is en blijft ook 50 km/uur, al wordt er nu regelmatig harder gereden. Het voornemen maakt op dit punt geen verschil met de huidige situatie. De inspraakreacties met betrekking tot brommers op het fietspad leiden niet tot een wijziging van het standpunt in de keuzes van de alternatieven dan wel een aanvulling in het MER.
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
25
6
Commissie mer en adviezen stadsdelen
6.1
Advies Commissie mer
De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) adviseert, als onafhankelijke organisatie, over de inhoud van milieueffectrapporten en heeft advies gegeven op het MER. Het advies van de Commissie mer vindt u in bijlage 2. In het MER zijn de resultaten opgeschreven van de onderzoeken naar de verschillende alternatieven op milieueffecten. Het MER onderzocht verschillende alternatieven, waaronder het toevoegen van nieuwe bruggen over het AmsterdamRijnkanaal, om de bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets te verbeteren. De Commissie mer oordeelt dat het MER gedegen is opgezet en goed leesbaar en navolgbaar is. Er is een duidelijk beoordelingskader opgenomen, waardoor de onderzochte alternatieven goed kunnen worden vergeleken. In de vorige fase heeft de Commissie mer adviezen uitebracht op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Met deze adviezen is goed rekening gehouden. De Commissie mer concludeert dat alle voorgestelde alternatieven over het algemeen positieve effecten hebben op de kwaliteit van het openbaar vervoer en de fietsverbindingen. Samenhang De Commissie mer heeft aangegeven dat er essentiële informatie in het MER ontbreekt over de samenhang en cumulatie (het bij elkaar optellen) van milieueffecten met andere lopende projecten en eerder genomen besluiten in het gebied.
Dit hiaat in het rapport bemoeilijkt volgens de commissie het vermogen van de gemeente Amsterdam om het milieubelang volledig mee te wegen in de besluitvorming over de Verbinding Zeeburgereiland. Om deze tekortkoming aan te pakken, beveelt de Commissie mer een aanvulling op het MER aan. Deze aanvulling moet niet alleen de samenhang met andere projecten beschrijven, maar ook het resultaat van een gevoeligheidsanalyse tonen. Deze analyse zou de mogelijke gevolgen moeten tonen voor de bereikbaarheid, leefbaarheid en andere milieuaspecten als een van de andere plannen (zoals de Cruciale mijl of Tramstalling) niet doorgaat. Daarnaast moet de aanvulling de milieuoverwegingen belichten die hebben geleid tot het afzien van alternatieven, zoals een fietsbrug naar Sporenburg. Het voornemen Verbinding Zeeburgereiland is één van de voornemens die in 2018 gezamenlijk op milieueffecten zijn onderzocht in het milieueffectrapport en de aanvulling milieueffectrapport bij de bestemmingsplannen Zeeburgereiland. De Commissie mer heeft op basis daarvan postief geadviseerd op het MER Zeeburgereiland (2018). Het bevatte voldoende informatie om een goed onderbouwd besluit te nemen over de bestemmingsplannen (Sluisbuurt, BaaibuurtWest, RI-Oost Zeeburgereiland). Daarmee hebben we een ruim kader voor de verschillende plannen en besluiten.
Alle relevante delen van dat voornemen zijn momenteel in samenhang in ontwikkeling. In de Aanvulling MER Verbinding Zeeburgereiland is uiteengezet wat de effecten van de Verbinding Zeeburgereiland zijn als de projecten Cruciale Mijl en Definitieve Tramstalling niet worden uitgevoerd.
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
26
Opgemerkt wordt dat reeds in het MER in 2018 de fietsbrug naar Sporenburg geen onderdeel was van het onderzochte voornemen, maar een raakvlakproject. Het uitgangspunt in het MER Verbinding Zeeburgereiland is hiermee gelijk aan die in het MER in 2018. In die zin is geen sprake van milieueffecten van het niet realiseren van deze verbinding ten opzichte van het eerdere MER. De Commissie mer heeft aanbevolen om gedurende de komende jaren een project- en milieu boekhouding bij te houden, zowel bij de besluitvorming als tijdens de uitvoering van de verschillende projecten. Dit monitoringssysteem zal helpen om de samenhang tussen de plannen nauwlettend te volgen en die plannen tijdig bij te stellen, als dat nodig is, met speciale aandacht voor milieuaspecten. Deze aanbeveling is in lijn met de aanbevelingen uit het MER. In de aanvulling op het MER wordt beschouwd of met de huidige kennis deze aanbevelingen aangescherpt kunnen worden. Naast het advies om de samenhang inzichtelijk te maken heeft de Commissie mer specifieke aanbevelingen gedaan over andere aspecten die in het MER zijn behandeld: Modal split (verhouding tussen gebruik verschillende vervoerswijzen) De Commissie mer wijst erop dat het verkeersmodel niet goed bruikbaar is om de overgang van auto naar fiets te beoordelen.
Zij adviseert daarom om een kwalitatieve beoordeling toe te voegen waarmee de invloed op het fietsverkeer van de diverse alternatieven duidelijker wordt. Er moet ook aandacht zijn voor de omrijafstanden voor fietsers richting het centrum, en voor de effecten van een eventuele knip op de Amsterdamsebrug voor het autoverkeer. De modelmatige analyse heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het eerdere advies van de Commissie mer op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Mede hierom is niet alleen voor de kwalitatieve beoordeling gekozen. De kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling in het MER samen geven de informatie die nodig is voor het te nemen besluit. I/C verhouding De Commissie mer vindt de I/C verhouding (de verhouding tussen de intensiteit van het verkeer en de capaciteit van het openbaarvervoeraanbod) geen geschikt criterium om het openbaar vervoer te beoordelen, en beveelt aan om de effecten van een groter vervoeraanbod te onderzoeken door meer lijnen en haltes toe te voegen. De I/C verhouding geeft zicht op de bezetting van het openbaar vervoer en is daarmee een maat voor de effectiviteit van de drukte in het openbaar vervoer. Het kader op pagina 81 in het MER is primair gebaseerd op I/C-verhoudingen voor het autoverkeer en geeft daardoor mogelijk een verkeerde indruk. Dit is in de Aanvulling MER toegelicht.
Onderdeel van het MER is een intensivering van het OV met bus en tramverbindingen. Een verdere intensivering is niet aan de orde. De daadwerkelijke lijnvoering en haltering is onderdeel van latere uitwerking en consessies. Hellingshoeken brug De Commissie mer adviseert om de kwantitatieve beoordeling van de verschillende hellings hoeken van de Amsterdamsebrug mee te wegen in de besluitvorming, aangezien dit van invloed kan zijn op het gebruik ervan door fietsers. Het MER gaat in op de hellingshoeken voor het verkeer. Aandachtspunt hierbij is dat sprake is van gebruik van of combinatie met een bestaande brug. De mogelijkheden om de hellinghoek te aan te passen zijn hiermee beperkt. Ook voor de nieuwe fietslussen is een afweging gemaakt
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
27
tussen de benodigde lengte en hellingshoek. Hierbij is aangesloten bij de geldende richtlijnen. Juist vanwege de lengte en hellingshoek is in het alternatief met een hoge brug geen fietslus opgenomen. We werken de fietslus bij een lage brug uit in de volgende fase. Lengte en helling kunnen hierbij nog licht variëren. Bij een besluit over het voorkeursalternatief wordt kennisgenomen van de hellingshoeken van de Amsterdamsebrug. Nautische aspecten De Commissie mer heeft enkele feitelijke onjuistheden geconstateerd over de vaarwegcategorie en -breedte en beveelt aan om deze aan te passen bij de besluitvorming, hoewel deze aanpas singen naar verwachting geen invloed zullen hebben op de beoordeling van de milieueffecten. De Commissie geeft aan dat in het MER op pagina 147 een foutieve vaarwegklasse (IV) wordt genoemd. Het Amsterdam-Rijnkanaal heeft vaarwegklasse VIb met een standaard Barro-vrijwaringszone van 25 meter. Maar ter hoogte van havenuitvaarten en splitsingen is de vrijwaringszone 50 meter breed. Dit geldt voor bijna de helft van het plangebied en dit wordt niet zichtbaar gemaakt. Er is wel afwegingsruimte om binnen de vrijwaringszone gemotiveerd bebouwing toe te staan. De Commissie mer beveelt aan om deze onderbouwing in het definitieve besluit op te nemen. Deze constatering geldt voor de gehele omgeving van de ontwikkeling Zeeburgereiland.
Ter hoogte van de Verbinding Zeeburgereiland is geen sprake van havenuitvaarten en/of splitsingen. Op basis van voorgaande is voor dit aspect geen aanvulling op het MER noodzakelijk.De consta teringen hebben geen invloed op effectbeoordeling en keuze van een voorkeursalternatief. Maatvoering en profiel brug De Commissie mer wijst op discrepanties tussen de gegeven maatvoeringen en profielen van de brug en de daadwerkelijke situatie, en beveelt aan om dit in het definitieve besluit te corrigeren. Het MER stelt dat bij de Amsterdamsebrug het Amsterdam-Rijnkanaal een versmald profiel heeft van 80 meter. De exacte maat is 75 meter. Het MER stelt dat de vaarwegbreedte 130 meter zou moeten zijn. De Commissie mer merkt op dat op basis van tabel 18 in de RVW 2020 de minimale theoretische breedte 136,2 meter zou moeten zijn. Vanwege andere milieueffecten zoals zoutindringing heeft Rijkswaterstaat gezegd dit kanaalgedeelte in de toekomst te willen verbreden tot slechts 100 meter. Bij de scheepvaarteffecten is de gewenste verbreding niet mee beoordeeld. Het MER maakt niet duidelijk of deze verbreding voor de komende decennia van de baan is. Het MER geeft niet aan wanneer de damwanden en de sifon rondom de Amsterdamsebrug moeten worden vervangen.
Met betrekking tot de maatvoering stelt de Comissie dat de Amsterdamsebrug volgens de Richtlijn Vaarwegen-2020 (RVW) met een hoogte van 9,10 meter net geschikt is voor vier lagen normale containers. Het kanaal is ook geschikt voor 3 lagen High-cube containers met een bijbehorende strijkhoogte van 8,50 meter. Het MER schrijft dat schepen met vier lagen lege high-cube containers moeten omvaren of lading moet overslaan. Dit is volgens de Commissie mer niet mogelijk. Er zijn geen geschikte alternatieven om om te varen of over te slaan. De Geldersche IJssel en de Staande mastroute door Amsterdam hebben een veel lagere classificatie en zijn niet geschikt. Ook het overslaan van lading tussen Rotterdam en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal is volgens de Commissie geen optie, vanwege de handlingskosten en omdat hiervoor geen voorzieningen zijn. Op dit moment zijn er noch bij de gemeente noch bij het Rijk concrete plannen om het kanaal hier te verbreden. Dit betekent dat eventueel onderhoud aan damwanden en sifon worden meegenomen in regulier (groot) onderhoud. De maatregelen van het MER hebben geen effect op de damwanden en de sifon en worden daarom buiten beschouwing gelaten. De werkzaamheden aan de vaarweg maken geen onderdeel uit van het planvoornemen.
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
28
Integrale benadering Het stadsdeel dringt aan op een integrale benadering en goede haalbaarheidsonderzoeken, waarbij de ruimte onder de Amsterdamsebrug als één geheel wordt gezien. Het stadsdeel vraagt het college om hier een visie op te ontwikkelen en middelen vrij te maken voor aanpassing van de openbare ruimte. Ze vraagt het college om in samenspraak met het stadsdeel de kortetermijnmaatregelen snel uit te voeren, met oog voor de overlast voor de huidige bewoners. Verder wil het stadsdeel als aandachtspunt meegeven dat zij het belangrijk vindt dat bij het intensiveren van de stad en het toevoegen van woningen ook geïnvesteerd wordt in de kwaliteit van het groen. Zij verwacht dat het Flevopark beduidend drukker zal worden. Het stadsdeel wijst op het Ambitiedocument Flevopark, waarin maatregelen voor korte, middellange en lange termijn zijn opgenomen, maar waarvoor nog geen financiële middelen zijn toegekend. Het stadsdeel verzoekt het college om dit alsnog te doen. Verder stipt het stadsdeel nogmaals de noodzaak aan om de bereikbaarheid van Zeeburgereiland te garanderen en dat ze graag ziet dat er op korte termijn invulling gegeven wordt aan een veilige fietsbrug, een goede pontverbinding met het Oostelijk Havengebied, betrouwbaar OV en op de lange termijn een visie op uitgebreider OV, onder meer door een vaste metrolijn en vaste oeververbindingen.
Reactie Integrale Benadering Op dit moment wordt er in samenspraak met het stadsdeel en het projectteam Flevobad een inrichtingsplan gemaakt voor een optimale inrichting van de beperkt beschikbare openbare ruimte en wat daarvoor nodig is. Dit gaat in ieder geval over de inrichting van de entree bij het Flevobad en de aansluiting van het tweerichtingenfietspad op de Zeeburgerdijk. De vraag om te investeren in de maatregelen voor het Flevopark ligt buiten de scope van project Verbinding Zeeburgereiland, maar zal onder de aandacht worden gebracht bij de besluitvorming. Dat geldt ook voor de pontverbinding, de betrouwbaarheid van het OV en de langetermijnvisie. Conclusie Gezien het advies van het stadsdeel en andere inspraakreacties wordt het voorkeursalternatief aangepast. Er wordt op de bestaande hellingbanen ruimte gemaakt voor voetgangers, personen met een handicap, oudere mensen en mensen met bijvoorbeeld kinderwagens. Samen met het projectteam Flevobad, Stadsdeel Oost en belanghebbenden maken we een plan voor een zo goed mogelijke inrichting van de openbare ruimte, zodanig dat het zwembad gebouwd kan worden en een ruimtereservering voor de toekomstige trambrug vastgelegd kan worden, met aandacht voor de functies die in dit gebied een plek moeten krijgen, maar ook voor de veiligheid en leefbaarheid.
Ook komt er in de volgende fase een verder uitgewerkt ontwerp van de wegindeling en de aanlanding van de hellingbanen op de bestaande infrastructuur.
6.2
Advies stadsdeel Oost
Tijdens de inspraakperiode hebben we Stadsdeel Oost gevraagd om advies te geven over de plannen. Het volledige advies vindt u in bijlage 1. Stadsdeel Oost (SDO) vindt het nuttig en noodzakelijk om aan de bereikbaarheid van Zeeburgereiland te werken en is blij dat er op korte en lange termijn plannen zijn om die bereikbaarheid te verbeteren door de Amsterdamsebrug aan te passen. Ruimtelijke Kwaliteit SDO constateert dat het voorgestelde voorkeursalternatief onvoldoende wordt bekeken in samenhang met de ontwikkelingen in de Indische Buurt, te weten ontwikkelingen Flevoparkbad
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
29
en dijkverbetering Flevopark.4 SDO is het eens met de keuze voor de fietsbrug aan de noord- en de trambrug aan de zuidkant. Maar zij maakt zich ernstige zorgen over de ruimtelijke kwaliteit van de Indische Buurt. De trambrug die er moet komen, komt heel dicht tegen de gevel van het geplande gebouw voor het nieuwe Flevobad (binnenbad). Ook maken zij zich zorgen over hoe de openbare ruimte kan worden ingericht zodat bezoekers door bussen kunnen worden afgezet, hun fiets kunnen parkeren of andere logistieke functies die bij de entree van het zwembad horen. Het stadsdeel haalt uit het Ambitiedocument Flevopark (2018) aan: Een tramverbinding vanaf het huidige eindpunt over het Amsterdam-Rijnkanaal naar Sluisbuurt is in onderzoek. Voor een dergelijke verbinding moet de Amsterdamse brug worden verdubbeld. De eerste stappen op weg naar een ontwerp voor een dergelijke brug zijn gezet. Insteek vanuit Flevopark is daarbij inzet op verbeteren van de ruimtelijke structuur van de noordrand en verbeteren van de (fietsen wandel-)verbinding van het Flevopark met Sluisbuurt en Cruquius. Het Stadsdeel ziet geen verbeteringen ten aanzien van de ruimtelijke structuur aan de noordrand van het Flevopark en maakt zich zorgen over de ruimtelijke kwaliteit.
Verder ziet het Stadsdeel dat de variant met de hoge trambrug de Joodse Begraafplaats raakt en zij benadrukt dat de Joodse Begraafplaats in zijn geheel behouden moet blijven. Reactie ruimtelijke kwaliteit Het projectteam heeft sinds het begin van het project contact gehad met de bewoners van de Indische Buurt over de zorgen over de kwaliteit van de openbare ruimte. Vanaf het moment waarop de plannen voor het binnenbad verder uitgewerkt werden, hebben we ook gekeken naar de raakvlakken met het Flevobad. We hebben geconstateerd dat het ingewikkeld is om niet alleen de noodzakelijke, maar ook alle gewenste voorzieningen in de hier beschikbare openbare ruimte in te passen. Op dit moment zijn zowel de plannen voor de brug als voor het zwembad op het niveau van een schetsontwerp. Voor de trambrug is voorgesteld een ruimtereservering op te nemen om in de toekomst een trambrug te kunnen bouwen. In de komende fase bekijken de projectteams, samen met het stadsdeel en de omgeving, hoe we dit inpassingsvraagstuk precies gaan uitwerken. Daarvoor moeten nog diverse zaken uitgezocht worden, zoals aantallen bezoekers en wat er nodig is bij de entree om deze bezoekers te faciliteren. Uitgangspunt bij de uitwerking is al het mogelijke te doen om de Joodse begraafplaats intact te houden.
Veiligheid en Leefbaarheid Het stadsdeel geeft aan dat de veiligheid en de leefbaarheid van de ruimte onder de huidige Amsterdamsebrug van bedenkelijk niveau is. Zij vraagt aandacht voor het effect van de verbreding van de brug. Als de brug en de gevel van het gebouw van het Flevobad dicht bij elkaar liggen, wordt het nog donkerder onder de brug. Daarnaast constateert SDO dat de maximale snelheid van 50 km/u op de Zuiderzeeweg vaak wordt overschreden. Dat is één van de redenen dat de snorfiets op het fietspad moet, wat weer zorgt voor onveilige situaties. Daarom vraagt het Stadsdeel de indeling van de weg zo aan te passen dat men langzamer gaat rijden en de verkeersveiligheid verbetert. Reactie veiligheid en leefbaarheid Over de veiligheid en leefbaarheid onder de brug: dit aspect doet zich al vele jaren voor. We nemen het mee in de inpassing van de functies rondom reservering trambrug en (entree) Flevobad.
4
https://www.agv.nl/werk-in-uitvoering/dijkverbetering-flevopark/
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
30
De fietsbrug hoeft alleen over het kanaal tot de aansluiting op de bestaande aanbruggen te worden verbreed. Omdat de trambrug waarschijnlijk pas over circa 20 jaar nodig is, zal de veiligheid en leefbaarheid onder de aanbruggen niet slechter worden. Voor de toekomstige trambrug wordt op dit moment uitsluitend een ruimtereservering vastgelegd. Over de snelheid op de Zuiderzeeweg. De route blijft 50 km/u. Wanneer de auto’s op de hellingbanen naar de ene kant en het twee richtingen fietspad aan de andere kant gaan, zullen de auto’s een kleine bocht moeten maken om op de bestaande boogbrug onder de stalen constructie te komen. Wellicht dat dit kan helpen om de snelheid eruit te halen. Op het tweerichtingenfietspad komt meer ruimte, zodat fietsers met verschillende snelheden elkaar veilig kunnen inhalen. Bereikbaarheid Het doel van de voorgestelde maatregelen is het verbeteren van de bereikbaarheid. Het stadsdeel constateert dat dit niet voor iedereen geldt; namelijk personen met een handicap, ouderen en mensen met kinderwagens. Voor deze mensen is het geen optie om op straatniveau naar de brug te lopen en deze via de luie trappen op te komen. Dit is voor het stadsdeel een onacceptabele oplossing en moet worden aangepast zodat de brug voor iedereen toegankelijk is. Het stadsdeel maakt zich ook zorgen over de bereikbaarheid aan de kant van de Indische Buurt.
Rondom de entree van het zwembad en onder de brug is de ruimte krap en complex. De gemeente zal een visie moeten ontwikkelen voor de verkeersafwikkeling onder en naast de brug. Dat gaat om verkeer van bezoekers van het zwembad, maar ook toegang voor nood- en hulpdiensten. Ook zal het langzaam verkeer veel drukker worden: fietsers, waaronder ouderen en (ouders met) jonge kinderen. De combinatie van de bezoekers van het zwembad en de fietsersstroom van en naar Zeeburger eiland vraagt ook om een visie op de aansluiting op de bestaande infrastructuur, met name de Zeeburgerkade en Insulindeweg. Het stadsdeel vraagt zich af of er in de prognoses rekening is gehouden met het effect van de maatregelen om brommers (geel kenteken) van de Nesciobrug te weren. Deze zullen waar schijnlijk voor de route Amsterdamsebrug kiezen. Reactie bereikbaarheid Zoals we bij Ruimtelijke Kwaliteit en Veiligheid en Leefbaarheid hebben aangegeven, gaan we in de volgende fase de inpassing verder uitwerken. Dat geldt voor de gewijzigde wegindeling op het kruispunt met de Insulindeweg/Zeeburgerdijk, maar ook voor hoe de stroom fietsers veilig aansluit op de bestaande infrastructuur. De brommers die via de Amsterdamsebrug hun weg zoeken, moeten ook in de toekomst meerijden met het autoverkeer.
We passen het voorkeursalternatief aan om de toegankelijkheid voor voetgangers, personen met een handicap, oudere mensen en mensen met bijvoorbeeld kinderwagens te verbeteren. Zij krijgen ook een plek op de hellingbanen. Mobiliteitsplan Noord SDN is blij dat de onderzoeken in samenhang met het mobiliteitsplan Noord hebben plaats gevonden en verzoekt dit in de toekomst te blijven doen. De stadsdeelcommissie maakt zich zorgen over het uitblijven van hoogwaardige OV-verbindingen aan de oostkant van de stad, nu het college neigt naar een Oostbrug zonder HOV verbinding. In het mobiliteitsplan Noord is een verkenning van aanvullende noord-zuid-verbindingen gepland en SDN vraagt aandacht om te zorgen voor samenhang tussen de plannen. SDN concludeert wel dat het voorkeursalternatief
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
31
en het mobiliteitsplan Noord elkaar niet in de weg zitten. Het stadsdeel vraagt om bij de uitwerkingen van de maatregelen altijd te kijken naar de impact die de maatregelen hebben op de bereikbaarheid van Amsterdam Noord. Zij verwacht dat het intensiveren van lijn 37 een positieve invloed heeft, maar dat een mogelijke busverbinding vanaf Zeeburgereiland dit effect tenietdoet, of zelfs verslechtert. Parkeerdruk Noord SDN verwacht dat het intensiveren van het OV (lijn 37 en 26) en het verbeteren van de fietsroute naar het Centrum tot extra parkeerdruk leidt aan de voet van de Schellingwouderbrug omdat van daaruit verder gereisd wordt per fiets of OV. Hoewel in het MER is geconcludeerd dat de parkeerdruk wordt veroorzaakt door de verschillende parkeerregimes op Zeeburgereiland en Noord en niet door het verbeteren van de OV en fietsbereikbaarheid, vraagt SDN nogmaals bij de verdere uitwerking inzichtelijk te maken of er effect is op de parkeerdruk en stelt het op prijs als er ook mogelijk verzachtende maatregelen worden beschreven. SDN wil waken voor verdere waterbed-effecten en extra dagjes-parkeerders voorkomen. Meerkernige Stad SDN vindt dat de verkenning zich te veel richt op verbindingen met Oost en Centrum en te weinig op verbindingen met Amsterdam Noord. Dit past niet goed bij het voornemen om een meerkernige stad te bouwen.
Zij adviseren in het vervolg meer oog te hebben voor de verbinding tussen Noord en Zeeburgereiland, niet alleen voor de inwoners van Noord, maar ook voor de bewoners van Zeeburgereiland en de aanliggende eilanden. Zij realiseert zich dat de relatie tussen de ontwikkelingen op Zeeburgereiland en het te herijken mobiliteitsplan Noord daar essentieel voor is. Reactie advies stadsdeel Noord De aandachtspunten van het stadsdeel bij het gekozen voorkeursalternatief hebben gemeen dat afstemming tussen de mobiliteitsplannen Noord en Zeeburgereiland en IJburg essentieel is. Tijdens de planuitwerking zijn we gaan samenwerken en dat zal bij de verdere uitwerking van de plannen zo blijven. Voor de Verbinding Zeeburgereiland zal na het vaststellen van het voorkeursalternatief de intensivering van buslijn 37 en tram 26 via het mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg en de vervoersplannen van het GVB lopen. Het project zal zich verder richten op de uitwerking van de fietsbrug en de ruimtereservering. De aandachtspunten en verzoeken van het stadsdeel zullen ondergebracht worden bij het mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg, die dat verder zal afstemmen met mobiliteitsplan Noord.
6.3
Advies stadsdeel Noord
Tijdens de inspraakperiode is het Stadsdeel Noord gevraagd advies uit te brengen over de plannen. Het volledige advies vindt u in bijlage 1. Stadsdeel Noord (SDN) herkent de noodzaak voor de aanvullende maatregelen om Zeeburgereiland bereikbaar te houden gezien de groei van het aantal inwoners en kan zich vinden in het voorkeursalternatief. Zij verwacht dat de uitbreiding van fiets- en OV-capaciteit een positieve invloed zal hebben op de mobiliteit in Noord. Ook geeft zij nadrukkelijk aan dat alternatief 4 (knip voor auto’s op de Amsterdamsebrug) absoluut NIET de voorkeur heeft. Voor wat betreft maatvoering onderschrijven wij de constatering van de Commissie. Deze constatering onderschrijft de bevindingen in het MER (H10). Deze passage in het MER gaat
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
32
over de huidige situatie. In de huidige situatie wordt de doorvaart van scheepvaart op het Amsterdam-Rijnkanaal beperkt door de hoogte van de laagste brug, dat is de Nieuwegeinsebrug van 8,92 meter hoog. Schepen met 4 lagen lege high-cube containers kunnen hier niet door en moeten omvaren of hun vracht overslaan. Voor deze schepen is een minimale doorvaarthoogte van 11,35 meter vereist langs de volledige route. Geen van de bruggen over het AmsterdamRijnkanaal heeft op dit moment deze doorvaarthoogte, en de nieuwste drie bruggen zijn theoretisch pas te vervangen in 2117 of 2118. Omvaren of overslaan is hier dus niet aan de orde en verandert deze situatie niet in het voorgenomen voorkeursalternatief ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van voorgaande is voor dit aspect geen aanvulling op het MER noodzakelijk. De consta teringen hebben geen invloed op effectbeoordeling en keuze van een voorkeursalternatief. Stikstof en natuur De Commissie mer benadrukt dat mogelijke negatieve effecten van stikstof op gevoelige Natura 2000 gebieden bij voorbaat niet zijn uitgesloten, en beveelt aan om een voortoets uit te voeren op basis van de meest recente versie van AERIUS Calculator. AERIUS is het wettelijk rekenmodel voor stikstofberekeningen en wordt regelmatig geupdatet.
Tussen het afronden van het MER en de definitieve keuze van het voorkeursalternatief is een nieuwe Aerius versie beschikbaar gekomen (versie oktober 2023). Met deze nieuwe versie van Aerius zullen we, voordat het voorkeursalternatief wordt vastgesteld, de haalbaarheid van het voorkeursalternatief met betrekking tot stikstof opnieuw getoetst. De resultaten zijn opgenomen in de aanvulling op het MER. Geluid en lucht De Commissie mer adviseert om de achterliggende gegevens, gebruikt voor het bepalen van de milieueffecten, beschikbaar te stellen bij de ter inzagelegging, aangezien deze momenteel niet inzichtelijk en gedetailleerd zijn. Naast de milieubijlagen bij het milieueffectrapport is hiervoor het gebruikte verkeersmodel beschikbaar gesteld aan de Commissie mer. Het is helaas niet mogelijk om dit model als bijlage bij een aanvulling op het MER beschikbaar te stellen aan eenieder. Wel is een ruimere uitsnede van de verkeerseffecten van alternatief 4 als plot aangeleverd en deze wordt opgenomen in de MER aanvuling. Algemeen Al met al adviseert de Commissie mer om een aanvulling op het MER op te stellen zodat een weloverwogen besluit over de Verbinding Zeeburgereiland genomen kan worden. Het milieubelang moet dan volledig worden meegewogen, en eventuele onduidelijkheden en onjuistheden in het rapport rechtgezet.
De gemeente Amsterdam gaat, in een aanvulling op het MER, ten behoeve van het definitieve voorkeursbesluit, in op de voorgenoemde aspecten.
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
33
7
Hoe nu verder?
7.1
Besluitvorming
De Notitie Voorkeursalternatief is aangepast van concept naar definitieve versie. Voor de aanvullingen op het MER is de Aanvulling MER verbinding Zeeburgereiland opgesteld. De definitieve Notitie Voorkeursalternatief wordt samen met de Aanvulling MER verbinding Zeeburgereiland inclusief deze Nota van Beantwoording vastgesteld door de raad. Met de vastgestelde documenten kunnen de plannen verder worden uitgewerkt.
7.2
Participatie
Zoals we in hoofdstuk 4.6 ‘participatie en informatie’ hebben aangegeven, organiseert de gemeente de participatie op verschillende manieren. In de volgende fase doorlopen de 4 projecten, die in deze fase nog gezamenlijk voorlagen ter inspraak, ieder weer een eigen participatieproces.We werken het voorkeursalternatief de komende tijd verder uit tot een ontwerp. Bij de verdere uitwerking zullen we omwonenden en belanghebbenden blijven informeren en waar dat kan ook op andere manieren betrekken. We gebruiken hiervoor onder andere de Meetup Zeeburgereiland, de website en/of aparte bijeenkomsten voor een specifiek onderwerp.
7.3
Juridisch-planologische vervolgstappen
Het voorkeursalternatief zoals beschreven in de Notitie voorkeursalternatief wordt in de navol gende planfase verder uitgewerkt en conform Omgevingswet vastgelegd in het Omgevingsplan. Op het Omgevingsplan is bezwaar en beroep mogelijk. Het Omgevingsplan dient vervolgens als kader voor de omgevingsvergunning. Nadat de vergunning is afgegeven kan de aannemer starten met realisatie van de verbinding Zeeburgereiland. Op de internetsite van de gemeente kunt u de stand van zaken volgen.
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
34
Bijlage 1 Advies stadsdelen
Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Inspraak Voorkeursbesluit Verbinding Zeeburgereiland
Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit en Water Verkeer & Openbare Ruimte Datum behandeling staf WH 10 juli 2023 Datum adviesaanvraag: 18 september 2023 Deadline ontvangst advies: 17 november 2023 Advies mailen naar: t.heringa@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Notitie Voorkeursalternatief, Samenvatting PlanMER en PlanMER Verbinding Zeeburgereiland Heeft er consultatie vooraf Ja, via Jeroen van Dalen in de Begeleidingsgroep Portefeuille: Directie:
plaatsgevonden?
Invullen door stadsdeel: Oost Jasper John 02-10-2023 Datum stadsdeelcommissie: 17-10-2023 (voorbereidend)/07-11-2023 (besluitvormend) Datum dagelijks bestuur: 10-10-2023 (concept advies)/14-11-2023 (definitief advies) Registratienr. (optioneel): Z-23-52800 Stadsdeel:
Procesbegeleider: Datum weekstart/staf:
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en -
bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of (art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.
DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
Het Voorkeursalternatief voor het project Verbinding Zeeburgereiland gaat formeel ter visie. Graag zouden wij gelijktijdig aan dit traject formeel advies krijgen van het stadsdeel Oost over het voorgestelde voorkeursalternatief en afwegingen en effectbeoordeling op de omgeving die eraan ten grondslag liggen. 1. Wat vindt stadsdeel Oost van het voorgestelde voorkeursalternatief? 2. Wat vindt stadsdeel Oost van de effectbeoordelingen van de onderzochte alternatieven op de omgeving 3. Welke aandachtspunten wil stadsdeel Oost meegeven bij de uitwerking en realisatie het voorgestelde voorkeursalternatief? Parallel aan de inspraak worden het stadsdeel Noord en de Commissie Milieueffectrapportage ook om advies gevraagd. Dit project is één van de maatregelen van het mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg op tijd op orde en kent grote samenhang met het Ruimtelijk Kader en twee grote infrastructurele projecten Cruciale Mijl en Definitieve Pagina 1 van 6
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
35
Tramstalling. Gelijktijdig met deze adviesvraag aan het Dagelijks Bestuur lopen de adviesaanvragen voor het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en voor de Nota van Uitganspunten van de projecten Cruciale Mijl en Definitieve Tramstalling. Deze adviesaanvragen lopen parallel aan de inspraakperiode waarin bewoners en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de plannen. De reacties van de stadsdelen en de Commissie Milieueffectrapportage en de inspraakreacties worden gebundeld in een Nota van beantwoording en waar mogelijk verwerkt in de definitieve Notitie Voorkeursalternatief en/of PlanMER. De Nota van Beantwoording wordt samen met de definitieve Notitie Voorkeursalternatief, Samenvatting PlanMER en het PlanMER, gezamenlijk ter vaststelling voorgelegd aan college en gemeenteraad begin 2024.
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Voor het stadsdeel is het overduidelijk dat de bereikbaarheid van het Zeeburgereiland onder druk staat en op de lange termijn deze druk nog verder zal toenemen. De capaciteit van de Amsterdamse brug is voor fietsers nu al onvoldoende en met de verdere ontwikkeling van het Zeeburgereiland en IJburg zal de druk sterk toenemen. Hetzelfde geldt in de toekomst voor de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Daarom zijn wij blij dat er nu zowel voor de korte als lange termijn wordt gewerkt aan plannen om de bereikbaarheid te verbeteren door aanpassingen aan de brug. Wij constateren echter dat het voorgestelde voorkeursalternatief voor wijzigingen aan de brug in onvoldoende mate worden bekeken in samenhang tussen verschillende ontwikkelingen rondom de Amsterdamsebrug. Dit zijn de herontwikkeling van het Flevopark bad en, de dijkverzwaring in het Flevopark. Het stadsdeel maakt zich ernstige zorgen over: a) de ruimtelijke kwaliteit b) de veiligheid en leefbaarheid c) de bereikbaarheid d) de uitvoerbaarheid Ad a). Voor de verbreding van de brug zijn voor de aparte trambrug twee varianten uitgewerkt: een lage waarvan de doorvaarthoogte hetzelfde is als van de huidige Amsterdamsebrug en een hoge die 2,25 meter hoger ligt. Voor beide moet de huidige aanwezige infrastructuur bij en onder de oprit aan de kant van de Indische buurt worden omgelegd.
Met de keuze voor een extra trambrug aan de zuidzijde van de brug wordt rekening gehouden met de bewoners aan de noordzijde. Dit is in onze optiek een juiste keuze. Echter komt de oprit van de brug bij de hooggelegen variant zo dicht op het Flevoparkbad dat de laaggelegen tramsporen slechts enkele meters van de gevel verwijderd zijn. Dit levert een ruimtelijk onaanvaardbare situatie op. Daarbij is het onmogelijk om de bezoekers te faciliteren die het zwembad willen bezoeken, hun fietsen parkeren, de bussen die groepen bij het bad afzetten te laten halteren. In de laaggelegen variant is er meer ruimte maar ook deze houdt onvoldoende rekening met de logistiek van het zwembad en de entree van het Flevopark. In het in 2018 vastgestelde Ambitiedocument Flevopark staat: Een tramverbinding vanaf het huidige eindpunt over het Amsterdam Rijnkanaal naar Sluisbuurt is in onderzoek. Voor een dergelijke verbinding moet de Amsterdamse brug worden verdubbeld. De eerste stappen op weg naar een ontwerp voor een dergelijke brug zijn gezet. Insteek vanuit Flevopark is daarbij inzet op verbeteren van de ruimtelijke structuur van de noordrand en verbeteren van de (fiets- en wandel-)verbinding van het Flevopark met Sluisbuurt en Cruquius.
De voorgestelde voorkeursvariant levert geen verbetering op ten aanzien van de ruimtelijke structuur aan de noordrand van het Flevopark en wij maken ons grote zorgen om de ruimtelijke kwaliteit. Tot slot loopt de hoge variant over de Joodse begraafplaats. Iets wat tot veel weerstand zal stuiten, weerstand van Joodse organisaties en organisaties voor behoud van monumenten. Dit is wat het stadsdeel betreft een onbegaanbare weg.
Registratienummer Pagina 2 van 6
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
36
Ad b) Onder de huidige brug is de leefbaarheid en veiligheid al van een bedenkelijk niveau. Het stadsdeel vraagt aandacht voor het effect van de verbreding van de brug hierop. Zeker als brug en zwembad zo dicht bij elkaar komen dat daglichttoetreding onder de brug zorgwekkend achteruit gaat. De omwonenden maken zich hier grote zorgen over. Als dit niet afdoende wordt geadresseerd, verwacht het stadsdeel een slepend proces. Daarbij vragen wij in het kader van de veiligheid ook om een verbetering van de weg inrichting. De maximale snelheid is nu 50 km per uur, in de werkelijkheidzien we op de weg vaak hogere snelheden. Dit heeft onder andere tot gevolg dat het te onveilig is om snorfietsen op de rijweg te laten rijden, dit zorgt voor conflicten en onveilige situaties op het fietsapd. Daarom vragen wij het college de weg inrichting dusdanig aan te passen zodat de verkeersveiligheid verbeterd en de snelheden verlagen. Ad c) Het doel van de wijzigingen aan de brug is het vergroten van de bereikbaarheid. Bereikbaarheid voor iedereen. In het voorgestelde voorkeursmodel is er geen rekening gehouden met minder validen, ouderen en kinderwagens. De voetganger wordt van de opritten naar de brug afgehaald, het bestaande wegvlak wordt verdeeld in een tweezijdig fietspad en een autoweg.
De voetganger dient parallel aan de oprit te lopen tot aan de dijk en daar met een trap omhoog te gaan naar de brug. Hierdoor is de brug niet bruikbaar voor mensen met rolstoel, kinderwagen etc. Dit is een voor het stadsdeel onacceptabele oplossing en we vragen het college met klem ervoor te zorgen dat de brug voor iedereen bereikbaar is. Ook maken we ons zorgen om de bereikbaarheid van het zwembad zoals ook al onder a aangegeven. Het nieuwe binnenbad is bedoeld voor doelgroep zwemmen. Schoolkinderen gaan met bussen worden aangevoerd en minder-validen met busjes en ambulances. Tevens zullen nood- en hulpdiensten het zwembad moeten kunnen bereiken. De uitbreiding van het bad trekt ook meer verkeer aan. Alle ruimteclaims in de openbare ruimte rond de oprit van de trambrug zorgt voor een grote complexiteit. Samen met het projectteam van het zwembad zal een visie ontwikkeld moeten worden over de verkeersafwikkeling onder en naast de bruggen. De Nesciobrug is onlangs voorzien van camera’s om te handhaven ten aanzien van gele kentekens. Dit in de hoop dat brommers de Nesciobrug ook echt niet meer gebruiken. Al dit verkeer zal via de Amsterdamsebrug worden afgewikkeld. Het stadsdeel vraagt of hier in de prognoses voldoende rekening mee is gehouden? Het stadsdeel spreekt ook haar zorg uit over langzaam verkeer dat steeds sneller wordt.
Dat geldt niet alleen op de fietsbrug: Als gevolg van het zwembad zal het in de eindsituatie in de openbare ruimte veel drukker worden met fietsende jonge kinderen, ouders met kinderen, ouderen etc. Het stadsdeel vraagt hier uitdrukkelijk aandacht voor. Tot slot vraagt het stadsdeel zich af of de toename van met name al dit langzaamverkeer goed kan worden afgewikkeld in de aanpalende hoofdassen Zeeburgerkade en de Insulindeweg. Het stadsdeel ziet hier graag een visie op. Ad d) Het stadsdeel vraagt aandacht voor het effect van de aanleg van de nieuwe brug op de constructie van het nieuwe zwembad. De gevolgen van het uitgegraven van het zwembad en de nieuwe brugpijlers in combinatie met de dijkverzwaring op de grondwaterstand in het gebied moeten in beeld worden gebracht. Een integrale benadering Het stadsdeel dringt aan op een integrale benadering en goede haalbaarheidsonderzoeken. Daarbij moet de gehele ruimte rondom de Amsterdamse brug als één geheel worden beschouwd. Voor eventuele aanpassing van de openbare ruimte moeten middelen worden vrijgemaakt. Wij vragen het college om hierop eerst een visie te ontwikkelen alvorens de planvorming wordt voortgezet. Ten aanzien van de korte termijn oplossingen vragen wij het college hier zo snel als mogelijk uitvoering aan te geven om hiermee te zorgen voor een beheersbare situatie.
Hierin gaat het stadsdeel ervan uit dat zij in deze uitvoering nauw wordt betrokken. Verder wijst het stadsdeel op het belang van de huidige bewoners en dat de overlast die zij ervaren zwaarwegend wordt meegenomen. Registratienummer Pagina 3 van 6
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
37
Tenslotte wil het stadsdeel als aandachtspunt meegeven dat het heel belangrijkrijk is om bij het intensiveren van de stad en het toevoegen van woningen ook te investeren in de kwaliteit van het groen. Het Flevopark is het dichtstbijzijnde volgroeide park voor de nieuwe bewoners van het Zeeburgereiland en de verwachting is dat dit een beduidende toename van de bezoekersaantallen tot gevolg zal hebben. Om het park daarop voor te bereiden zijn in 2018 met het Ambitiedocument Flevopark, dat in samenspraak met stakeholders tot stand is gekomen, stappen gezet om de ambities op korte, middellange en lange termijn te benoemen. Vooralsnog zijn er geen middelen vrijgemaakt om in het Flevopark te investeren. Wij adviseren om dit wel te doen op afzienbare termijn.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Voor het volledige advies van de stadsdeelcommissie wordt verwezen naar de adviesvraag ten aanzien van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland. In dit advies worden de volgende adviezen gegeven die in het specifiek betrekking hebben op het voorkeursbesluit Verbinding Zeeburgereiland. -
De Joodse Begraafplaats in de Indische Buurt te beschermen en volledig in stand te houden; De bereikbaarheid van het Zeeburgereiland te waarborgen op korte termijn met een veilige fietsbrug, een goede pontverbinding met het Oostelijk Havengebied, en betrouwbaar OV, en op lange termijn door een visie op uitgebreider OV, onder meer door een metrolijn en vaste oeververbindingen;
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Voor het stadsdeel is het overduidelijk dat de bereikbaarheid van het Zeeburgereiland onder druk staat en op de lange termijn deze druk nog verder zal toenemen. De capaciteit van de Amsterdamse brug is voor fietsers nu al onvoldoende en met de verdere ontwikkeling van het Zeeburgereiland en IJburg zal de druk sterk toenemen. Hetzelfde geldt in de toekomst voor de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Daarom zijn wij blij dat er nu zowel voor de korte als lange termijn wordt gewerkt aan plannen om de bereikbaarheid te verbeteren door aanpassingen aan de brug. Wij constateren echter dat het voorgestelde voorkeursalternatief voor wijzigingen aan de brug in onvoldoende mate worden bekeken in samenhang tussen verschillende ontwikkelingen rondom de Amsterdamsebrug. Dit zijn de herontwikkeling van het Flevopark bad en, de dijkverzwaring in het Flevopark. Het stadsdeel maakt zich ernstige zorgen over: e) de ruimtelijke kwaliteit f) de veiligheid en leefbaarheid g) de bereikbaarheid h) de uitvoerbaarheid Ad a). Voor de verbreding van de brug zijn voor de aparte trambrug twee varianten uitgewerkt: een lage waarvan de doorvaarthoogte hetzelfde is als van de huidige Amsterdamsebrug en een hoge die 2,25 meter hoger ligt. Voor beide moet de huidige aanwezige infrastructuur bij en onder de oprit aan de kant van de Indische buurt worden omgelegd.
Met de keuze voor een extra trambrug aan de zuidzijde van de brug wordt rekening gehouden met de bewoners aan de noordzijde. Dit is in onze optiek een juiste keuze. Echter komt de oprit van de brug bij de hooggelegen variant zo dicht op het Flevoparkbad dat de laaggelegen tramsporen slechts enkele meters van de gevel verwijderd zijn. Dit levert een ruimtelijk onaanvaardbare situatie op. Daarbij is het onmogelijk om de bezoekers te faciliteren die het zwembad willen bezoeken, hun fietsen parkeren, de bussen die groepen bij het bad afzetten te laten halteren. In de laaggelegen variant is er meer ruimte maar ook deze houdt onvoldoende Registratienummer Pagina 4 van 6
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
38
rekening met de logistiek van het zwembad en de entree van het Flevopark. In het in 2018 vastgestelde Ambitiedocument Flevopark staat: Een tramverbinding vanaf het huidige eindpunt over het Amsterdam Rijnkanaal naar Sluisbuurt is in onderzoek. Voor een dergelijke verbinding moet de Amsterdamse brug worden verdubbeld. De eerste stappen op weg naar een ontwerp voor een dergelijke brug zijn gezet. Insteek vanuit Flevopark is daarbij inzet op verbeteren van de ruimtelijke structuur van de noordrand en verbeteren van de (fiets- en wandel-)verbinding van het Flevopark met Sluisbuurt en Cruquius. De voorgestelde voorkeursvariant levert geen verbetering op ten aanzien van de ruimtelijke structuur aan de noordrand van het Flevopark en wij maken ons grote zorgen om de ruimtelijke kwaliteit. Tot slot loopt de hoge variant over de Joodse begraafplaats. Iets wat tot veel weerstand zal stuiten, weerstand van Joodse organisaties en organisaties voor behoud van monumenten. Dit is wat het stadsdeel betreft een onbegaanbare weg. Hierbij benadrukt de stadsdeelcommissie dat de Joodse begraafplaats in zijn geheel behouden moet blijven. Ad b) Onder de huidige brug is de leefbaarheid en veiligheid al van een bedenkelijk niveau. Het stadsdeel vraagt aandacht voor het effect van de verbreding van de brug hierop.
Zeker als brug en zwembad zo dicht bij elkaar komen dat daglichttoetreding onder de brug zorgwekkend achteruit gaat. De omwonenden maken zich hier grote zorgen over. Als dit niet afdoende wordt geadresseerd, verwacht het stadsdeel een slepend proces. Daarbij vragen wij in het kader van de veiligheid ook om een verbetering van de weg inrichting. De maximale snelheid is nu 50 km per uur, in de werkelijkheidzien we op de weg vaak hogere snelheden. Dit heeft onder andere tot gevolg dat het te onveilig is om snorfietsen op de rijweg te laten rijden, dit zorgt voor conflicten en onveilige situaties op het fietsapd. Daarom vragen wij het college de weg inrichting dusdanig aan te passen zodat de verkeersveiligheid verbeterd en de snelheden verlagen. Ad c) Het doel van de wijzigingen aan de brug is het vergroten van de bereikbaarheid. Bereikbaarheid voor iedereen. In het voorgestelde voorkeursmodel is er geen rekening gehouden met minder validen, ouderen en kinderwagens. De voetganger wordt van de opritten naar de brug afgehaald, het bestaande wegvlak wordt verdeeld in een tweezijdig fietspad en een autoweg. De voetganger dient parallel aan de oprit te lopen tot aan de dijk en daar met een trap omhoog te gaan naar de brug. Hierdoor is de brug niet bruikbaar voor mensen met rolstoel, kinderwagen etc.
Dit is een voor het stadsdeel onacceptabele oplossing en we vragen het college met klem ervoor te zorgen dat de brug voor iedereen bereikbaar is. Ook maken we ons zorgen om de bereikbaarheid van het zwembad zoals ook al onder a aangegeven. Het nieuwe binnenbad is bedoeld voor doelgroep zwemmen. Schoolkinderen gaan met bussen worden aangevoerd en minder-validen met busjes en ambulances. Tevens zullen nood- en hulpdiensten het zwembad moeten kunnen bereiken. De uitbreiding van het bad trekt ook meer verkeer aan. Alle ruimteclaims in de openbare ruimte rond de oprit van de trambrug zorgt voor een grote complexiteit. Samen met het projectteam van het zwembad zal een visie ontwikkeld moeten worden over de verkeersafwikkeling onder en naast de bruggen. De Nesciobrug is onlangs voorzien van camera’s om te handhaven ten aanzien van gele kentekens. Dit in de hoop dat brommers de Nesciobrug ook echt niet meer gebruiken. Al dit verkeer zal via de Amsterdamsebrug worden afgewikkeld. Het stadsdeel vraagt of hier in de prognoses voldoende rekening mee is gehouden? Het stadsdeel spreekt ook haar zorg uit over langzaam verkeer dat steeds sneller wordt. Dat geldt niet alleen op de fietsbrug: Als gevolg van het zwembad zal het in de eindsituatie in de openbare ruimte veel drukker worden met fietsende jonge kinderen, ouders met kinderen, ouderen etc.
Het stadsdeel vraagt hier uitdrukkelijk aandacht voor. Tot slot vraagt het stadsdeel zich af of de toename van met name al dit langzaamverkeer goed kan worden Registratienummer Pagina 5 van 6
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
39
afgewikkeld in de aanpalende hoofdassen Zeeburgerkade en de Insulindeweg. Het stadsdeel ziet hier graag een visie op. Ad d) Het stadsdeel vraagt aandacht voor het effect van de aanleg van de nieuwe brug op de constructie van het nieuwe zwembad. De gevolgen van het uitgegraven van het zwembad en de nieuwe brugpijlers in combinatie met de dijkverzwaring op de grondwaterstand in het gebied moeten in beeld worden gebracht. Een integrale benadering Het stadsdeel dringt aan op een integrale benadering en goede haalbaarheidsonderzoeken. Daarbij moet de gehele ruimte rondom de Amsterdamse brug als één geheel worden beschouwd. Voor eventuele aanpassing van de openbare ruimte moeten middelen worden vrijgemaakt. Wij vragen het college om hierop eerst een visie te ontwikkelen alvorens de planvorming wordt voortgezet. Ten aanzien van de korte termijn oplossingen vragen wij het college hier zo snel als mogelijk uitvoering aan te geven om hiermee te zorgen voor een beheersbare situatie. Hierin gaat het stadsdeel ervan uit dat zij in deze uitvoering nauw wordt betrokken. Verder wijst het stadsdeel op het belang van de huidige bewoners en dat de overlast die zij ervaren zwaarwegend wordt meegenomen.
Tenslotte wil het stadsdeel als aandachtspunt meegeven dat het heel belangrijkrijk is om bij het intensiveren van de stad en het toevoegen van woningen ook te investeren in de kwaliteit van het groen. Het Flevopark is het dichtstbijzijnde volgroeide park voor de nieuwe bewoners van het Zeeburgereiland en de verwachting is dat dit een beduidende toename van de bezoekersaantallen tot gevolg zal hebben. Om het park daarop voor te bereiden zijn in 2018 met het Ambitiedocument Flevopark, dat in samenspraak met stakeholders tot stand is gekomen, stappen gezet om de ambities op korte, middellange en lange termijn te benoemen. Vooralsnog zijn er geen middelen vrijgemaakt om in het Flevopark te investeren. Wij adviseren om dit wel te doen op afzienbare termijn. In aanvulling op bovenstaand wil de stadsdeelcommissie graag benadrukken dat zij graag zien dat de bereikbaarheid van het Zeeburgereiland wordt gewaarborgd. Dat hierbij op korte termijn wordt ingezet op een veilige fietsbrug, een goede pontverbinding met het Oostelijk Havengebied, en betrouwbaar OV, en op lange termijn door een visie op uitgebreider OV, onder meer door een metrolijn en vaste oeververbindingen.
Registratienummer Pagina 6 van 6
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
40
Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp Inspraak Voorkeursbesluit Verbinding Zeeburgereiland adviesaanvraag: Portefeuille: Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit en Water Directie: Verkeer & Openbare Ruimte Datum behandeling staf WH Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst 6 weken na datum advies: Advies mailen naar: t.heringa@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Notitie Voorkeursalternatief, Samenvatting PlanMER en PlanMER Verbinding Zeeburgereiland Heeft er consultatie Ja, via Nathalie Lagrand in de Begeleidingsgroep en gebiedsadviseurs van vooraf plaatsgevonden? mobiliteitsplannen Zeeburgereiland en IJburg en Noord Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Noord Procesbegeleider: Darren Rijsdijk Datum weekstart/staf: 30-10-2023 Datum … stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur: … Registratienr. … (optioneel): Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: - (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of - (art.
12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5) Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel Het Voorkeursalternatief voor het project Verbinding Zeeburgereiland gaat formeel ter visie. In lijn met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van november 20212, zouden we graag gelijktijdig aan de inspraakperiode formeel advies krijgen van het stadsdeel Noord over het voorgestelde voorkeursalternatief en afwegingen en effectbeoordeling op de omgeving die eraan ten grondslag liggen. 1.
Wat vindt stadsdeel Noord van het voorgestelde voorkeursalternatief? 2. Wat vindt stadsdeel Noord van de effectbeoordelingen van de onderzochte alternatieven op de omgeving 3. Welke aandachtspunten wil stadsdeel Noord meegeven bij de uitwerking en realisatie het voorgestelde voorkeursalternatief? Pagina 1 van 5
Nota van Beantwoording Verbinding Zeeburgereiland
41
Parallel aan de inspraak worden het stadsdeel Oost en de Commissie Milieueffectrapportage ook om advies gevraagd. Dit project is één van de maatregelen van het mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg op tijd op orde en kent grote samenhang met het Ruimtelijk Kader en twee grote infrastructurele projecten Cruciale Mijl en Definitieve Tramstalling. Gelijktijdig met deze adviesvraag aan het Dagelijks Bestuur lopen de adviesaanvragen voor het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en voor de Nota van Uitgangspunten van de projecten Cruciale Mijl en Definitieve Tramstalling. Deze adviesaanvragen lopen parallel aan de inspraakperiode waarin bewoners en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de plannen. De reacties van de stadsdelen en de Commissie Milieueffectrapportage en de inspraakreacties worden gebundeld in een Nota van beantwoording en waar mogelijk verwerkt in de definitieve Notitie Voorkeursalternatief en/of PlanMER. De Nota van Beantwoording wordt samen met de definitieve Notitie Voorkeursalternatief, Samenvatting PlanMER en het PlanMER, ter vaststelling voorgelegd aan college en gemeenteraad eind 2023.