CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Document zoeklocatie woonwagens OPENBAAR

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 4 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de halfjaarvoortgangsbrief woonwagens januari 2026 (VN2026-000972)5.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woonwagenlocaties Zoekrichtingen voor nieuwe locaties voor de woonwagenopgave

1

Colofon

Versie Concept Datum 28 augustus 2025 Opdrachtgever Directie wonen Opdrachtnemer Locatieloket R&D

2

Inhoud: 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding blz. 4 Woningnood onder de woonwagendoelgroep blz. 4 Opgave blz. 4 Context zoekopgave nieuwe locaties blz. 5 Leeswijzer blz. 5

2.

Huidige situatie blz. 6

3.

Analyse en zoekrichtingen

3.1 3.2

4.

blz. 8

Schaarste van ruimte in de stad blz. 8 Zoekrichtingen blz. 8

Conclusie en aanbevelingen

3

blz. 22

1.

Inleiding en het meegroeien met de behoefte tot 2035. Echter zal ook na 2035 de woonbehoefte van de woonwagengemeenschap moeten worden gefaciliteerd. Dit betekent dat – zoals ook blijkt uit de (inter)nationale aanwijzingen en rechtspraak – de woonvorm woonwagenstandplaatsen structureel moet worden meegenomen in de woonprogrammering. Woonwagens is een bijzondere woonvorm als een specifiek en volwaardig onderdeel van regulier wonen. Dit moet dan nadrukkelijker in beleidskaders zoals de Omgevingsvisie en woonvisies worden opgenomen om over 10 jaar niet opnieuw voor een urgente opgave te staan.

1.1. Woningnood onder de woonwagendoelgroep – zeer urgente opgave Met het Beleidskader Woonwagens en Standplaatsen 2023 heeft de gemeenteraad het college bestuurlijk de opdracht gegeven om meer standplaatsen te realiseren. Dit gemeentelijk beleidskader komt voort uit het landelijke beleidskader door BZK uit 2018. Deze is tot stand gekomen uit nationale (Nationale Ombudsman, College voor de Rechten van de Mens) en internationale aanwijzingen (Europees Hof voor de Rechten van de Mens). Nederlandse gemeenten moeten de culturele identiteit en woonbehoefte van de woonwagengemeenschap erkennen en faciliteren. Het beleidsmatig reduceren van het aantal standplaatsen tot nul, het uitsterfbeleid, dat veel gemeenten de afgelopen decennia beoefenden is in strijd met het grondwettelijk recht op gelijke behandeling. Dit heeft de Rechtbank Den Haag in mei 2024 geoordeeld bij een rechtszaak tegen gemeente Den Haag. Hierbij oordeelde de rechter dat de gemeente Den Haag binnen vijf jaar het tekort aan standplaatsen zodanig dient terug te dringen, dat de wachttijd gelijk wordt aan die van een grondgebonden sociale huurwoning. Deze uitspraak benadrukt ook voor andere gemeenten de noodzaak van voortvarendheid bij het realiseren van extra standplaatsen.

Huidige stand van zaken In de eerste plaats is er onderzocht op welke bestaande woonwagenplekken geïntensiveerd of uitgebreid kan worden. Op dit moment zijn er concrete plannen om vier woonwagenlocaties uit te breiden, aan de Papenlaan, Meerkerkdreef, Ringvaartdijk en het Ma Braunpad 2. Dit zijn samen 17 standplaatsen. Daarnaast zijn er startnotities vastgesteld voor woonwagenlocaties aan de Geleyn Bouwensz-straat, Brentanostraat en het Ma Braunpad 1. Dit zijn samen nog eens 17 standplaatsen. Als alle startnotities kunnen worden uitgevoerd, betekent dit dat er nog 52 plekken gevonden moeten worden in extra uitbreidingen of geheel nieuwe locaties. Echter is voor de Geleyn Bouwensz-straat het overgaan tot een projectbesluit on hold gezet omdat er vanwege de ligging in een park en de Hoofdgroenstructuur eerst een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd dient te worden.

Gemeenten, waaronder Amsterdam, zullen zich de komende jaren dus moeten inspannen om de grote behoefte aan standplaatsen tegemoet te komen. Bij de vaststelling van het beleidskader, spraken Gemeenteraad en wethouder Volkshuisvesting over een ereschuld. Zo is er gedurende decennia geen aandacht voor deze doelgroep geweest en is het aantal standplaatsen niet meegegroeid met de gemeenschap. Voor de vele (jonge) woonwagenbewoners die op de wachtlijst staan ontbreekt elk perspectief. Het acute tekort aan standplaatsen in Amsterdam dient te worden opgelost. Tot 2035 zullen er 86 nieuwe standplaatsen bij moeten komen. 1.2

Daarnaast is er de wens om vanwege de geplande gebiedsontwikkeling de standplaatsen op Zeeburgereiland te verplaatsen of op te heffen. Deze standplaatsen dienen te worden gecompenseerd anders is er sprake van uitsterfbeleid. Deze acht standplaatsen zijn onderdeel van de 86 te realiseren standplaatsen. De gevraagde oppervlakte per standplaats is 200 a 250 m². De gewenste grootte van een locatie is tussen de 10 en 15 plekken. Dit is geen harde eis. Ook kleinere of grotere locaties kunnen in aanmerking komen. Het is gewenst om geen grote locaties zoals in het verleden te realiseren. Voor dit onderzoek hebben we 2000 m² (is circa 45 meter bij 45 meter) als uitgangspunt genomen. In het bijlagenboek is een uitgebreider PvE te vinden. Bijlage 1.

Opgave

In het beleidskader Woonwagens en Standplaatsen 2023 is de ambitie afgesproken om het huidige aantal standplaatsen van 227 plekken uit te breiden met 86 nieuwe plekken. Waarvan: - 29 standplaatsen voor 2026 - 22 standplaatsen voor 2030 - 35 standplaatsen voor 2035

1.3 Context zoekopgave nieuwe locaties Afgelopen jaren is er al meerdere keren gezocht naar zowel mogelijkheden om bestaande woonwagenlocaties uit te breiden als nieuwe locaties voor

Dit is uitgangspunt voor deze opgave. Dit aantal bestaat uit een inhaalvraag van de huidige tekorten

4

woonwagenstandplaatsen. Door R&D is er in 2021 een locatie-onderzoek uitgevoerd. Dit heeft geen nieuwe plekken opgeleverd. Ook een update van deze scan in 2023 leverde geen positieve resultaten op. Hoofdredenen hiervoor waren dat veel potentiële locaties conflicteerden met het beleid voor de Hoofdgroenstructuur, deze locaties aangewezen waren voor gebiedsontwikkeling of dat juridisch planologisch er beperkingen waren (provinciaal of landelijk beleid). Als laatste is er een zoekopdracht uitgevoerd vanuit de wens om de kermisexploitanten vanaf Zeeburgereiland te verplaatsen. Ook dit onderzoek in 2024 heeft geen locaties opgeleverd die op korte termijn beschikbaar waren. Omdat de

opgave voor woonwagens tot op heden nog niet is opgenomen in het reguliere woonprogramma is de opgave vanaf 2024 onderdeel geworden van de integrale aanpak, huisvesting kwetsbare doelgroepen. Binnen deze aanpak wordt de invulling van beschikbare locaties integraal afgewogen. Dat betekent dat wanneer er vanuit een locatieonderzoek een potentiële locatie gevonden wordt, deze ook voor andere opgaven binnen de integrale aanpak passend kan zijn. Wanneer er meerdere doelgroepen aanspraak willen maken op één locatie, wordt de haalbaarheid per doelgroep onderzocht en wordt de keuze tussen de doelgroepen uiteindelijk bestuurlijk voorgelegd.

Kader: Wie komt er in aanmerking voor een woonwagenstandplaats. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) beschouwt als wezenskenmerken van de identiteit van woonwagenbewoners: het wonen in een woonwagen waarbij familieverbanden in onderlinge verbondenheid een belangrijke rol spelen. Trekvrijheid kan ook worden aangemerkt als een cultureel kenmerk dat nadere invulling geeft aan de ‘wezenskenmerken’ woonvorm en familiebanden. De overheid heeft een positieve verplichting om deze cultuur te beschermen en het woonwagenleven te faciliteren. Bij schaarste aan standplaatsen dient voorrang te worden gegeven aan woonwagenbewoners, die vanwege hun culturele eigenheid een andere woonbehoefte hebben dan andere woningzoekenden. Hierbij kan het “afstammingsbeginsel” worden gehanteerd: woningzoekende woonwagenbewoners die nu reeds in een woonwagen wonen, dan wel door omstandigheden in een stenen woning wonen maar de behoefte hebben in een woonwagen te wonen (spijtoptanten). Het EHRM stelt dat bepalend is dat de bewoner ‘een voldoende en voortdurende band heeft met een specifieke woonwagen(standplaats)’. Om op een eenvoudige en pragmatische wijze de afstamming aan te tonen kan gebruik worden gemaakt van het criterium “woonadres” van de aanvrager, van de ouders of grootouders.

In die gevallen waarin, om welke reden dan ook, dit criterium niet kan worden toegepast, kan de woningzoekende in de gelegenheid worden gesteld om op andere wijze de afstamming van woonwagenbewoners aan te tonen. Bij de daadwerkelijke toewijzing van een standplaats is het gewenst om rekening te houden met de mogelijkheid voor woonwagenbewoners om in familieverband te kunnen samenleven. Daarom is het te overwegen om voorrang te verlenen aan (in volgorde): volwassen kinderen (op volgorde van leeftijd) van dezelfde locatie die nog bij hun ouders wonen en eerstegraads familieleden van bewoners van de locatie. Bij de toewijzing kan worden overwogen een ingestelde bewonerscommissie te laten adviseren. De doelgroep die in aanmerking komt voor een woonwagenstandplaats is net zo divers als de rest van de samenleving. De cultuur van de woonwagengemeenschap is het wonen in familieverband. Dit betekent dat de banden op de woonwagenlocaties hecht zijn en men sterk naar elkaar omkijkt.

1.4 Leeswijzer Voorgaande locatie-onderzoeken hebben laten zien dat het vinden van een locatie niet makkelijk is. In dit onderzoek is daarom ook gestart met een schets van de complexiteit, waarvandaan zoekrichtingen zijn ontwikkeld.

5

2.

Huidige Situatie te blijven, zijn deze ook in Nieuw-West gevestigd. Sommige hadden een tijdelijke status, maar zijn door de jaren heen een permanente locatie geworden. In totaal zijn er nu 227 standplaatsen in de gemeente. Omdat de mogelijkheden voor deze opgave zodanig beperkt zijn, zijn in dit onderzoek alle zoekrichtingen meegenomen en is spreiding niet als bepalend onderdeel opgenomen.

Onderstaande kaart brengt de huidige locaties van woonwagenstandplaatsen in beeld. Wat opvalt is de hoge concentratie van locaties in Nieuw West (62 %). Dit komt omdat in het verleden de meeste en grootste woonwagenkampen in Nieuw-West waren gevestigd. In het kader van diverse ruimtelijke ontwikkelingen zijn deze locaties opgeheven en zijn de woonwagenbewoners verplaatst naar kleinere locaties. Mede vanwege de wens om in de buurt

6

De tabel laat zien hoeveel standplaatsen er per locatie zijn en hoe de verdeling tussen de stadsdelen is. KƉƉĞƌǀůĂŬŝŶŵϮ EĂĂŵͺůŽĐĂƚŝĞ ϭϬ͘Ϭϴϱ ĚĞ,ĞŝŶŝŶŐ Ϯ͘ϮϬϬ ZƵLJƐĐŚĚĞďĞĞƌĞŶďƌŽƵĐŬƐƚƌĂĂƚ ϮϮ͘ϭϱϳ KƐĚŽƌƉĞƌǁĞŐ ϰ͘ϵϴϭ EŽŽƌĚĞƌĂŬĞƌǁĞŐ ϭ͘ϱϱϬ EĞůůŝĞŽĚĞŶŚĞŝŵƐƚƌĂĂƚ ϰ͘ϰϵϴ >ĂŬĞŶŚĂůƐƚƌĂĂƚ ϯ͘ϰϳϭ :ŽŚĂŶƌŽĞĚĞůĞƐƚƌĂĂƚ Ϯ͘ϬϮϮ :͘ĂůƐƐƚƌĂĂƚ ϯ͘ϭϭϱ ŝůďĞĞŬƉĂĚ ϰ͘ϱϰϭ 'ĞůĞLJŶŽƵǁĞŶƐnjͲƐƚƌĂĂƚ Ϯ͘Ϭϵϲ ZŝŶŐǀĂĂƌƚĚŝũŬ ϴ͘Ϯϳϭ DĂƌĂƵŶƉĂĚϮ ϲ͘ϵϳϯ DĂƌĂƵŶƉĂĚϭ ϳϱ͘ϵϲϬ Ϯ͘ϱϬϴ ZŽůůĞŵĂŶƐƚƌĂĂƚ ϯ͘ϴϰϳ DĂƌŬĞŶŐŽƵǁ ϲ͘ϰϮϰ ǁĞƌŐƉůĂŶĞƚĞŶďĂĂŶ ϯ͘ϰϵϯ KŽƐƚnjĂŶĞƌĚŝũŬ ϭϲ͘ϮϳϮ Ϯ͘Ϭϯϳ ƵŝĚĞƌnjĞĞǁĞƌŐΎΎ Ϯ͘ϯϲϱ KŽƐƚĞƌZŝŶŐĚŝũŬ ϰ͘ϰϬϮ Ϯ͘ϬϴϬ WĂƉĞůĂĂŶ Ϯ͘ϬϴϬ ϭ͘ϴϮϲ tŝůůĞŵĚĞǁŝũŐĞƌůĂĂŶ ϭ͘ϴϮϲ Ϯ͘ϭϲϱ DĞĞƌŬĞƌŬĚƌĞĞĨ ϰ͘ϯϱϮ ƌĞŶƚĂŶŽƐƚƌĂĂƚ ϲ͘ϱϭϳ

tŽŽŶǁĂŐĞŶͺ<d <d tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ

hŝƚďƌĞŝĚŝŶŐ EĞĞ EĞĞ EĞĞ EĞĞ EĞĞ EĞĞ EĞĞ EĞĞ EĞĞ WŽƚĞŶƚŝĞΎ WŽƚĞŶƚŝĞ WŽƚĞŶƚŝĞ WŽƚĞŶƚŝĞ

tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ <d

EĞĞ EĞĞ EĞĞ EĞĞ

<d <d

EĞĞ EĞĞ

tŽŽŶǁĂŐĞŶ

/ŶƵŝƚǀŽĞƌŝŶŐ

tŽŽŶǁĂŐĞŶ

EĞĞ

tŽŽŶǁĂŐĞŶ tŽŽŶǁĂŐĞŶ

WŽƚĞŶƚŝĞ WŽƚĞŶƚŝĞ

ĂŶƚĂůͺƵŝƚďƌĞŝĚŝŶŐ ĂŶƚĂůͺƐƚĂŶĚƉůĂĂƚƐĞŶ

Ϭ ϰ ϯ ϳ

ϴ ϲ ϭϳ ϭϬ ϳ ϭϰ ϭϬ ϲ ϵ ϭϬ ϭϬ ϭϴ ϭϱ ϭϰϬ ϭϰ ϭϱ ϮϬ ϭϮ ϲϭ ϴ ϭϯ Ϯϭ ϱ ϱ ϱ ϱ ϭ ϯ ϰ

WĞƌĐĞŶƚĂŐĞ ^ƚĂĚƐĚĞĞů ϯй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϯй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϳй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϰй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϯй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϲй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϰй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϯй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϰй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϰй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϰй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϴй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϲй EŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϱϵй dŽƚĂĂůEŝĞƵǁͲtĞƐƚ ϲй EŽŽƌĚ ϲй EŽŽƌĚ ϴй EŽŽƌĚ ϱй EŽŽƌĚ Ϯϲй dŽƚĂĂůEŽŽƌĚ ϯй KŽƐƚ ϲй KŽƐƚ ϵй dŽƚĂĂůKŽƐƚ Ϯй tĞĞƐƉ Ϯй dŽƚĂĂůtĞĞƐƉ Ϯй tĞƐƚ Ϯй dŽƚĂĂůtĞƐƚ Ϭй ƵŝĚŽŽƐƚ ϭй ƵŝĚŽŽƐƚ Ϯй dŽƚĂĂůƵŝĚŽŽƐƚ

ϯϰ

Ϯϯϲ

ϭϬϬй dŽƚĂĂůŵƐƚĞƌĚĂŵ

ϲ ϰ ϯ ϭϯ

Ϭ

ϭϬϯ͘ϱϲϰ ΎŽŵƉůĞdžĞŶŽŶnjĞŬĞƌƉƌŽĐĞƐǁĞŐĞŶƐ,ŽŽĨĚ'ƌŽĞŶ^ƚƌƵĐƚƵƵƌ ΎΎƵŝĚĞƌnjĞĞǁĞŐǁŽƌĚƚŐĞŐĞŬĞŶŶĂĂƌǀĞƌƉůĂĂƚƐŝŶŐ

7

Ϭ ϯ ϯ

3.

acht nemen (circa 2000 m²) wordt zichtbaar dat er op basis van deze analyse alleen nog plekken zichtbaar worden in de openbare ruimte zoals pleinen, openbare ruimte in nog te ontwikkelen gebieden in de gebiedsontwikkeling (Strandeiland en Weespersluis) of groengebieden naast hoge flats. De openbare ruimte speelt echter een belangrijke rol in het sociaal en economische succes van de stad, waardoor we deze plekken ook niet als beschikbaar kunnen aanwijzen.

Analyse en zoekrichtingen

3.1 Schaarste van ruimte in de stad In de Omgevingsvisie Amsterdam ‘Een Menselijke Metropool’ (2021) is vastgesteld dat Amsterdam groeit binnen haar grenzen. Dit betekent dat geen plek onbenut wordt en lege kavels en panden in beeld zijn voor allerlei type ruimtevragers. In een brede analyse voor de integrale aanpak Huisvesting kwetsbare groepen is de druk op de ruimte onderzocht en in beeld gebracht met welk relevante regelgeving en beleid rekening moet worden gehouden. De analyse laat zien dat alle plekken in de stad opgenomen zijn in beleid danwel planvorming en er geen lege plekken zijn waar deze opgave kan landen. Er is daarmee altijd een bestuurlijke afweging nodig tussen beleidsambities om plek te vinden voor het huisvesten van woonwagens. Dat betekent dat wanneer we de opgave voor woonwagens willen realiseren dit altijd ten koste zal gaan van een andere beleidsambitie.

Deze analyse laat zien dat alle plekken zijn opgenomen in beleid dan wel planvorming en er geen “lege” plekken in de stad zijn waar deze opgave kan landen. Er is daarmee altijd een bestuurlijke afweging nodig tussen beleidsambities om plek te vinden voor het huisvesten van woonwagens. Dat betekent dat wanneer we de opgave voor woonwagens willen realiseren dit altijd ten koste zal gaan van een andere beleidsambitie. 3.2 Zoekrichtingen De opgave voor woonwagens vraagt om strategische keuzes ten koste van welke andere opgave of beleidsdoel het realiseren van deze woonwagenplekken mag gaan. Hierin ligt ook een fundamentele vraag waar deze extensieve woonvorm het beste past. Is dit onderdeel van de woningbouwprogrammering voor een stad en moet dit een plek krijgen in het stedelijk gebied (binnenstedelijk) of past deze extensieve woonvorm meer aan de randen van de stad (in het buitengebied) zodat we sterker kunnen verdichten binnen de stedelijke contouren? Vanwege de grote opgave en de bovengenoemde urgentie is waarschijnlijk een combinatie van beide nodig. In de zoektocht naar kansrijke locaties helpt het echter hier een uitspraak over te doen, zodat er gerichter gezocht kan worden naar oplossingen op de korte-, middellange- en lange termijn.

Uitgangspunt voor dit onderzoek is woonwagenstandplaatsen te realiseren op een kavel. Water en hoofdinfrastructuur hebben we hierin meegenomen als plekken waar geen woonwagenstandplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Onderzocht is welke ruimtelijke beperkingen en beleid er zijn die het realiseren van nieuwe woonwagenstandplaatsen niet toelaat. • Op landelijk niveau zijn dit met name de wettelijke geluidnormen en regels m.b.t. externe veiligheid, beide geldend rondom wegen, spoorwegen en industrieterreinen, het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol dat beperkingen oplegt wat betreft wonen en bebouwing rond Schiphol en de beschermde natuurgebieden in het buitengebied (NNN en Natura 2000). • Op provinciaal niveau volgen de juridisch verankerde beperkingen uit de provinciale omgevingsverordening die het landelijk gebied rondom Amsterdam aanmerkt als Bijzonder Provinciaal landschap en is het havengebied in ruime zin aangemerkt als industrieterrein van provinciaal belang. Maar ook provinciaal natuurbeleid (voormalige NNN). • Relevant gemeentelijk beleid is het beleidskader Hoofdgroenstructuur (2011) en de Ecologische Structuur (2012), beleidsmatige beperkingen vanuit Amsterdams geluidbeleid en de al lopende ontwikkelingen.

De volgende zoekrichtingen worden hieronder toegelicht: Binnenstedelijk * Binnen de gebiedsontwikkeling * Binnen bouwblokken * Herbestemmen parkeerplekken * In groenranden Buitengebied * Buitengebied, locaties met een woonbestemming en/of bebouwing * Buitengebied, locaties zonder woonbestemming * Buitengebied en LIB (Tuinen van West)

In het bijlagenboek (bijlage 2 a t/m d) is bovenstaande in verschillende kaartlagen opgenomen. Wanneer we al de verschillende kaartlagen over elkaar heen leggen en de grootte van een woonwagenlocatie in

8

Binnenstedelijk

1. Binnen de gebiedsontwikkeling Termijn

Middellange, lange termijn

Conflicteert mogelijk met:

*

Al bestaande woningbouwplannen Afhankelijk van de fase waarin het proces zich bevindt, heeft de keuze om een woonwagenlocatie toe te voegen effect op het stedenbouwkundig plan en de grondexploitatie. Er is gekozen om de gebieden waar weinig flexibiliteit zit nu niet mee te nemen. Dit zijn gebieden met investeringsbesluiten en stedenbouwkundige plannen. Het ingrijpen heeft ook effect op de grondexploitatie en daarmee het vereveningsfonds. Dit betekent dat deze plekken voor woonwagens pas op middellange en lange termijn gerealiseerd kunnen worden. Uit de analyse blijkt dat voor de gebieden waar nog een luwe stadsbuurt gerealiseerd gaat worden (Strandeiland en Weespersluis) al een investeringsbesluit is genomen. Er zijn geen nieuwe plekken voorzien waar nog een luwe stadsbuurt wordt gerealiseerd, het is minimaal een gemengde stadsbuurt. Dat betekent dat de opgave in de gebiedsontwikkeling alleen nog in een gemengde stadsbuurt opgenomen kan worden, waarmee er gemiddeld 24 woningen per hectare minder gerealiseerd kunnen worden.

Omdat de Gemeenteraad en het College woonwagens als een reguliere woonvorm zien in de stad, ligt het voor de hand om ook in de gebiedsontwikkeling ruimte in te plannen voor woonwagens. Het is dan logisch om aan te sluiten op woonbuurten met lage dichtheden zoals de luwe stadsbuurten omschreven in de omgevingsvisie. Zelfs in luwe stadsbuurten gaat het realiseren van woonwagens ten koste van een flink aantal andere geplande reguliere woningen, maar in het andere type buurten zal het realiseren van woonwagens ten koste gaan van nog meer woningen. Gemiddeld genomen staan op een woonwagenlocatie 16 woningen per hectare. In een luwe stadsbuurt is dit minimaal 25 woningen per hectare. In een gemengde stadsbuurt gaat dit om 40 woningen per hectare. In deze zoekrichting is onderzocht welke ruimte voor woningbouw in de Ontwikkelstrategie en Omgevingsvisie in luwe en gemengde stadsbuurten liggen en waar gekozen kan worden om in plaats van woningen in relatief lage dichtheid, woonwagenplekken in te passen. In een gemengde stadsbuurt kan onderzocht worden in hoeverre op plekken meer dichtheid toegevoegd kan worden om de gewenste stedelijkheid te halen. Bijlage 3a is een kaart met strategische ruimte en type wijken.

Omdat de opgave voor woonwagens opgenomen zou moeten worden in de reguliere woningbouwopgave is het advies om deze zoekrichting verder te onderzoeken.

Voordelen

Nadelen

Ligging in stedelijk gebied zorgt voor nabijheid van voorzieningen ​

Realisatie van minder woningen vanwege lagere dichtheid en/of minder ruimte voor voorzieningen dan genoemd in de referentienorm. En het groeiende aantal ruimteclaims die niet in de referentienorm vallen maar wel van toegevoegde waarde zijn voor het gebied.

Het sluit aan op het ruimtelijk beleid uit de Omgevingsvisie waar deze plekken in beeld zijn gebracht voor woningbouw, waardoor het groen en de openbare ruimte worden ontzien.

Deze plekken komen pas op de middellange en lange termijn beschikbaar.

9

2. Binnen bouwblokken Termijn

Korte termijn

Conflicteert mogelijk met:

*

*

Het grijpt in op de stedenbouwkundige structuur van de Naoorlogse wijken waar bebouwing, groen en infrastructuur op een bepaalde manier tot elkaar zijn gesitueerd. Het gaat ten koste van groen, spelen of parkeerruimte, het zijn de tuinen van de bewoners uit de flats. Masterplannen Nieuw West, Zuidoost, Aanpak Noord. Het toevoegen van woonwagenstandplaatsen draagt niet direct bij aan de doelen van de Masterplannen.

Uit de analyse van het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid komen de groene ruimtes tussen bouwblokken naar voren als plekken die niet op voorhand in strijd zijn met beleid en die kenmerkend zijn voor delen van Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Dat er geen direct vastgesteld beleid is voor dergelijke groene ruimtes, betekent echter niet dat ze niet van grote waarde zijn. Er is een sterke samenhang in deze stedenbouwkundige structuur tussen openbare ruimte, groen en bebouwing. De openbare ruimte tussen de flats wordt veel gebruikt voor parkeren, spelen en kent een groene invulling. Voordelen

Nadelen

Ligging in stedelijk gebied zorgt voor nabijheid van voorzieningen

Sluit niet aan op de stedenbouwkundige structuur in de wijk en ontneemt openbare ruimte

Binnenstedelijke verdichting en kan sociale veiligheid van grote groenstroken verbeteren

De balkons van de flats zijn gericht op het groene woonhof waardoor inkijk is vanuit omliggende flats Parkeren kan niet bij de woning, maar moet ergens anders opgelost worden.

Vanwege de hoge impact op de openbare ruimte, de stedenbouwkundige structuur en de woonkwaliteit is deze zoekrichting minder kansrijk.

10

3. Herbestemmen van parkeerplekken Termijn

Korte, middellange termijn

Conflicteert mogelijk met:

* * *

Visie Openbare ruimte en Amsterdam maakt ruimte, waarin staat dat de ruimte die vrijkomt ingezet moet worden voor meer ruimte voor wandelen, fietsen en groen. Hoofdgroenstructuur wanneer de parkeerplekken hierin liggen. Parkeerbeleid, wanneer we op plekken waar de parkeerdruk hoog is toch parkeerplekken opheffen.

In het koersdocument Amsterdam maakt Ruimte wordt aangegeven dat we ruimte willen maken in de openbare ruimte voor de opgaven van nu en van de toekomst en ruimte voor iedereen die in Amsterdam wil zijn. Ook de voorgaande Agenda Autoluw gaf aan dat er een einde moet worden gemaakt aan de dominantie van de auto waardoor er meer ruimte ontstaat voor ontmoeting, verplaatsing, gezondheid etc. Een zoekrichting is om de ruimte die hierdoor ontstaat ook in te zetten voor woonwagenstandplaatsen.

gevingsvisie zijn stadstraten en stadslanen benoemd als de belangrijke aders door de stad. Inbreken of aanpassen van de openbare ruimte heeft effect op deze aders en de stedenbouwkundige structuur zoals die is opgenomen in de Omgevingsvisie.

Tegelijkertijd moeten we terughoudend zijn in het inbreken op de openbare ruimte van de stad. De openbare ruimte speelt een belangrijke rol in het sociaal en economische succes van de stad. In de Om-

In de analyse zijn parkeerplekken in beeld gebracht van 2000 m² en groter (Bijlage 3c). De kaart laat een groot aantal plekken oplichten, maar veel van deze parkeerplekken zijn of niet in eigendom bij de gemeente (bijvoorbeeld Artis) of liggen aan belangrijke stadstraten en lanen. Een aantal plekken kan in verband met een lagere bezettingsgraad verder onderzocht worden. Een eerste analyse laat echter zien dat de ruimte beperkt is voor het toevoegen van woonwagenstandplaatsen op parkeerplaatsen.

Voordelen

Nadelen

Ligging in stedelijk gebied zorgt voor nabijheid van voorzieningen

Door het opheffen van parkeerplekken neemt de parkeerdruk toe in een gebied, met name op de piekmomenten.

Past in beleid om (overmaat aan) parkeerruimte om te zetten naar andere functies

Het ontnemen van openbare ruimte heeft negatieve effecten op de leefomgeving en stedenbouwkundige structuur

11

4. In groenranden Termijn

Korte, middellange termijn

Conflicteert mogelijk met:

*

Hoofdgroenstructuur en Ecologische Structuur

In Amsterdam werken we aan een complete stad met voldoende groen en voorzieningen. Om de belangrijkste groengebieden in en rond de stad te behouden en te beschermen hebben we in Amsterdam een Hoofdgroenstructuur. Het beleidskader Hoofdgroenstructuur geeft duidelijkheid waar in de stad het stedelijk groen belangrijker is dan andere functies zoals woningbouw, scholen of wegen en wat dat betekent voor inrichting en gebruik van het groen. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om onderbouwd af te wijken van de hoofdgroenstructuur. De Technische Advies Commissie (TAC) adviseert het college en de raad hierover. Met de groei van de stad neemt het belang van het bestaande groen in de stad toe.

Een zoekrichting kan zijn om toch op een aantal plekken een afwijking op de hoofdgroenstructuur voor te stellen om de woonwagenstandplaatsen te realiseren in: bijvoorbeeld in de omgeving van volkstuinparken waar al intensiever gebruikt wordt gemaakt van het groen of uitbreiding van huidige woonwagenstandplaatsen in parken of “losse” groengebieden zoals Schellingwouderdijk, die geen nadrukkelijke functie hebben in de ecologische structuur van de stad. Het is wenselijk om dan naar plekken te kijken waar al een luwe stadsbuurt is.

Voordelen

Nadelen

De omliggende wijken hebben ook een lage dichtheid en is aansluitend op al bestaande functies in het groen.

Locaties liggen vaak in de Hoofdgroenstructuur wat ervoor zorgt dat er minder ruimte is voor groen en ecologie

Aantrekkelijk woonklimaat

Sommige locaties kunnen in parken liggen waardoor belangrijke openbare ruimte privé gemaakt wordt.

12

Buitengebied

1. Buitengebied, locaties met een woonbestemming en/of bebouwing Termijn

Korte, middellange, lange termijn

Conflicteert mogelijk met:

* * *

Hoofdgroenstructuur Beschermd landschap en behoud kernkwaliteiten Landelijk gebied overwegen als dit soort locaties worden aangeboden. Dit zorgt ervoor dat de verrommeling van het landschap en de druk op deze gebieden beperkt blijft.

In het buitengebied staat landschapsbeleving en agrarisch gebruik centraal. Waterland, het landschap rond Weesp en de Tuinen van West zijn landschapsparken en een combinatie van parken en landschap. Ze bestaan uit landbouwgrond, ruigtegebieden, recreatiegebieden en sportvelden verbonden door recreatieve routes. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om de recreatieve toegankelijkheid en gebruiksmogelijkheden te vergroten. Een belangrijke wens in dit gebied is het tegengaan van verrommeling en het uitplaatsen van NIMBY-functies (Not In My BackYard).

Voor kansrijke oplossingen is het belangrijk dat de inpassing van een locatie in de Hoofdgroenstructuur vanuit groenperspectief verbeterd, bijvoorbeeld doordat er groen wordt toegevoegd en bebouwing beter wordt gesitueerd. Het toevoegen van de functie wonen past niet in het beleid voor de Hoofdgroenstructuur, vanwege het risico op privatisering van het groen. Dat betekent dat de meest kansrijke locaties voor woonwagens de plekken zijn die al een woonfunctie hebben of waar het wonen kan bijdragen aan een betere situatie dan de huidige.

Een zoekrichting is binnen deze landschapsparken de locaties die al een (zij het beperkte woonbestemming) hebben en/of er al behoorlijk wat bebouwing staat beschikbaar te stellen aan woonwagenplekken (als ze van gemeentelijk vastgoed zijn) of koop te Voordelen

Nadelen

Extensieve functie past in landelijk gebied, de druk op het buitengebied neemt door deze bijzondere woonvorm licht toe.

Minder ruimte voor groen en ecologie

Hier ruimte bieden aan deze functie verlicht de druk Geïsoleerde ligging zorgt voor weinig aansluiting op de ruimte in stedelijk gebied. met stedelijk gebied en daarbij horende voorzieningen. Voorzieningen op afstand zorgen voor meer autogebruik. Groene omgeving zorgt voor een fijne leefkwaliteit.

13

2. Buitengebied, locaties zonder woonbestemming Termijn

Korte, middellange termijn

Conflicteert mogelijk met:

* * * *

Hoofdgroenstructuur Beschermd landschap en behoud kernkwaliteiten Landelijk gebied De kern van het Amsterdamse milieubeleid en ruimtelijke ordening beleid

Dit is een variant op het vorige scenario waarin ook gekeken kan worden naar ‘lege’ plekken in het buitengebied om woonwagenstandplaatsen te realiseren. Dit heeft vanzelfsprekend een grotere impact dan het scenario waarin er al bebouwing staat. In de

basis kan deze opgave niet gerealiseerd worden in de Hoofdgroenstructuur. Wanneer we deze zoekrichting verder willen uitwerken moet vastgesteld worden onder welke voorwaarden we deze functie in het landelijk gebied wel willen toestaan.

Voordelen

Nadelen

Extensieve functie past in landelijk gebied, de druk op het buitengebied neemt door deze bijzondere woonvorm licht toe.

Grote impact op het buitengebied door het toevoegen van bebouwing; een verdere aantasting van het landschap.

Hier ruimte bieden aan deze functie verlicht de druk Minder ruimte voor groen en ecologie. op de ruimte in stedelijk gebied. Groene omgeving zorgt voor een fijne leefkwaliteit.

Geïsoleerde ligging zorgt voor weinig aansluiting met stedelijk gebied en daarbij horende voorzieningen.

14

3.

Buitengebied en LIB (Tuinen van West)

Termijn

Korte, middellange termijn

Conflicteert mogelijk met:

* * * *

Hoofdgroenstructuur Beschermd landschap en behoud kernkwaliteiten Landelijk gebied Luchtindelingsbesluit

Dit is tevens een variant op het vorige scenario. De Tuinen van West herbergt al veel verschillende functies en de gemeente heeft relatief veel bezit hier. Het grotendeel van de Tuinen van West is gelegen binnen het LIB. Het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) wijst voor de luchthaven zones aan waar bouwbeperkingen gelden. Een deel van de bouwbeperkingen heeft als doel om de externe veiligheidsrisico’s en geluidshinder voor omwonenden te beperken. Soms mag bouwen alleen als de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) namens de minister vooraf een verklaring van geen bezwaar (VVGB) afgeeft. De Tuinen van West in Nieuw West vallen grotendeels onder het LIB 4 en 5 waardoor er zonder verklaring van geen bezwaar van het ILT in de praktijk niet heel veel ruimte is voor woningbouw.

luidgevoelige functie zijn in principe niet toegestaan. Met uitzondering van toevoeging binnen bestaand stedelijk gebied van niet meer dan 25 woningen per bouwplan of binnen lintbebouwing van niet meer dan drie woningen per bouwplan. Uitzondering op de regel is mogelijk via een door het ILT namens de minister te verlenen verklaring van geen bezwaar. In de praktijk blijkt het ILT vooralsnog slechts bereid om per concrete aanvraag voor een locatie te beoordelen of een VVGB kan worden verleend. Naast de LIB-gebieden er ook het zogeheten 48 Lden-gebied waar specifiek aan geluid moet worden gerekend bij de mogelijke vestiging van geluidgevoelige functies. Daarbij is sprake van een overgangssituatie die nog bij lange na niet is uitgekristalliseerd. De randvoorwaarden die hieruit volgen zijn de komende tijd dus aan verandering onderhevig.

LIB4 Nieuwe woningen en andere gebouwen met een geVoordelen

Nadelen

Extensieve functie past in landelijk gebied, de druk op het buitengebied neemt door deze bijzondere woonvorm licht toe.

Geluidsgevoelige functie in gebied met veel geluid van vliegtuigen.

Hier ruimte bieden aan deze functie verlicht de druk Minder ruimte voor groen en ecologie door het toeop de ruimte in stedelijk gebied. voegen van functies in het Beschermd Landschap, Landelijk gebied en de Hoofdgroenstructuur Vooralsnog onduidelijk of benodigde medewerking ILT kan worden verkregen.

15

4.

Conclusie en aanbevelingen

De inpassing van nieuwe woonwagenstandplaatsen binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam is een complexe opgave. Het is niet mogelijk om de in het beleidskader vastgestelde aantal woonwagenstandplaatsen te realiseren zonder dat er bestuurlijke keuzes worden gemaakt tussen beleidsambities. Dat betekent dat wanneer we de opgave voor woonwagens willen realiseren dit altijd ten koste zal gaan van een andere beleidsambitie. De opgave zoals vastgesteld in het beleidskader is een urgente vervangingsopgave, vastgesteld op basis van de huidige tekorten en het meegroeien met de behoefte tot 2035. Echter zal ook na 2035 de woonbehoefte van de woonwagengemeenschap moeten worden gefaciliteerd. Dit betekent dat de woonvorm woonwagenstandplaatsen structureel moet worden meegenomen in de woonprogrammering. Woonwagens zijn als bijzondere woonvorm een specifiek en volwaardig onderdeel van regulier wonen.

Het beleidskader geeft een fasering aan voor het realiseren van de standplaatsen. Daarbij is het noodzaak dat er zowel op korte als op middellange tot lange termijn woonwagenplekken gerealiseerd gaan worden. De zoekrichtingen op korte termijn hebben bijna altijd impact op de openbare ruimte of Hoofdgroenstructuur. Deze zijn echter wel nodig om op korte termijn woonwagenplekken te realiseren. Het is van belang om de woonwagenopgave onderdeel te maken van de woningbouwprogrammering voor de stad en woonwagens een plek te geven in het stedelijk gebied door ook in de gebiedsontwikkeling ruimte in te plannen voor woonwagens. Wat op de lange termijn woonwagenstandplaatsen zal opleveren. Onderstaand een verdeling van de verschillende zoekrichtingen op korte en middellange/ lange termijn. Op basis van een eerste verkenning per zoekrichting is onderstaand tevens een eerste conclusie en aanbeveling te vinden.

Korte termijn 1. Herbestemmen van parkeerplekken » Onderzoeken van parkeerplekken met een lage bezettingsgraad waarbij we het belang van de openbare ruimte en de stedenbouwkundige structuur in acht nemen. 2. In groenranden » Onderzoeken waar al intensiever gebruikt wordt gemaakt van het groen of uitbreiding van huidige woonwagenstandplaatsen die geen nadrukkelijke functie hebben in de ecologische structuur van de stad en bij voorkeur in een luwe stadsbuurt. 3. Buitengebied, locaties met een woonbestemming en/of bebouwing » Onderzoeken van vervangen van bestaande bebouwing of het invullen van een woonbestemming met woonwagenstandplaatsen op locaties in de Hoofdgroenstructuur en in het Beschermd landschap en Landelijk gebied. 4. Binnen bouwblokken » Onderzoeken van het gebruik van openbare ruimte binnen bouwblokken met behoud van het openbare karakter en voldoende woonkwaliteit vanuit de omliggende bewoners. 5. Buitengebied en LIB » Onderzoek van locaties binnen het LIB waarbij wij als gemeente afhankelijk zijn van beoordeling door het ILT.

Conclusie: Alle vijf de zoekrichtingen die op korte termijn ruimte kunnen bieden voor woonwagens betreffen locaties gelegen in de openbare ruimte, en in veel gevallen ook in de Hoofdgroenstructuur. In de basis kan deze opgave niet gerealiseerd worden in de Hoofdgroenstructuur. Dat zou echter betekenen dat er op korte termijn zeer weinig tot geen woonwagenstandplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Om op korte termijn woonwagenstandplaatsen te realiseren ontkom je er niet aan om ook naar de Hoofdgroenstructuur te kijken.

Wanneer ervoor gekozen wordt locaties in de Hoofdgroenstructuur te onderzoeken, is het van belang dat op deze locaties doorgaande recreatieve of ecologische verbindingen niet mogen worden onderbroken en vast te stellen hoe de aantasting van de Hoofgroenstructuur zoveel mogelijk te beperken is.

16

Advies: Niet op korte termijn ingrijpen in de al lopende gebiedsontwikkeling, niet realiseren binnen bestaande bouwblokken, en niet op plekken in het buitengebied zonder bebouwing of woonbestemming. Dat betekent dat er op korte termijn ingezet kan worden op het herbestemmen van parkeerplekken, langs de randen van volkstuinparken en parken, in het buitengebied bij locaties met al een woonbestemming en/of bebouwing en in het buitengebied binnen het LIB. In deze notitie is al een eerste selectie gemaakt tussen kansrijke en minder kansrijke locaties vanwege de impact die een mogelijke wijziging van het gebruik gaat hebben. Ook de kansrijke

locaties zullen een impact hebben op de Hoofdgroenstructuur en/of ecologie, maar moet bestuurlijk gewogen worden vanwege de urgentie om op korte termijn de woonwagenopgave te realiseren. De mogelijkheden om woonwagenstandplaatsen toe te voegen binnen het LIB kunnen in samenwerking met het ILT verder worden onderzocht. Onderstaand een overzicht van de potentiële locaties die verder onderzocht kunnen gaan worden. Daarbij in acht nemend dat deze locaties ook geschikt kunnen zijn voor een andere doelgroep binnen de integrale aanpak en dit meegenomen dient te worden in het vervolgonderzoek.

Op de middellange en lange termijn zijn er meer mogelijkheden Middellange, lange termijn 1. Gebiedsontwikkeling » Onderzoek naar gebieden met een lage dichtheid en in een eerder stadium van de planfase met inachtneming van de impact op de bestaande planvorming en van het grote aantal ruimteclaims in de gebieden. 2. Buitengebied, locaties met een woonbestemming en/of bebouwing » Onderzoeken van vervangen van bestaande bebouwing of het invullen van een woonbestemming met woonwagenstandplaatsen op locaties in de Hoofdgroenstructuur en in het Beschermd landschap en Landelijk gebied. 3. Buitengebied zonder woonbestemming » Onderzoek van locaties in de Hoofdgroenstructuur en in het Beschermd landschap en Landelijk gebied. 4. Buitengebied en LIB » Onderzoek van locaties binnen het LIB waarbij wij als gemeente afhankelijk zijn van beoordeling door het ILT. Advies: Niet inzetten op plekken in het buitengebied zonder bebouwing of woonbestemming, omdat hiermee de Hoofdgroenstructuur in grote mate aangetast wordt. Wel inzetten op de gebiedsontwikkeling, in woonbuurten met een lage dichtheid, en locaties met al een woonbestemming en/of bebouwing in het buitengebied.

Afhankelijk van op welke zoekrichtingen het bestuur verder wil inzetten of welke zoekrichtingen aan de voorkant worden uitgesloten, zal verdere uitwerking plaatsvinden van de desbetreffende zoekrichting(-en) met bijbehorende casus(sen). Onderstaand een overzicht van de potentiële locaties die in elk geval verder onderzocht kunnen gaan worden. Daarbij in acht nemend dat deze locaties ook geschikt kunnen zijn voor een andere doelgroep binnen de integrale aanpak en dit meegenomen dient te worden in het vervolgonderzoek.

17

Algemene aanbevelingen

Vervolg

Het locatieonderzoek met bijbehorende zoekrichtingen, conclusies en aanbevelingen is gebaseerd op de woonwagenopgave zoals deze op dit moment is vastgesteld in het beleidskader en programma van eisen. Met de toename van stedelijke ruimteclaims is het meervoudig en multifunctioneel gebruik van ruimte in de stad essentieel geworden. Van verschillende functies wordt verwacht dat zij zich naar een hogere dichtheid ontwikkelen, autogebruik verminderen, combinaties aangaan, innoveren etc. om vergaande consequenties voor andere ambities en noodzakelijkheden in de stad te voorkomen. Dit geldt tevens voor de woningbouwopgave. Voor alle woonvormen in Amsterdam geldt dat zij minder ruimte en hogere dichtheden moeten accepteren. Daarom is het van belang om naast de verschillende zoekrichtingen in een vervolgonderzoek, met behoud van het erfgoed en de ambitie zoals die is vastgesteld, ook de verschillende verdichtingsmogelijkheden van woonwagenstandplaatsen te onderzoeken.

Na besluitvorming van het BT volgt het opstellen van een plan van aanpak voor het vervolg. Deze zal onder andere omvatten: * Afstemming met verantwoordelijke directie en stadsdeel * Afstemming met andere zoekopgaven binnen de integrale aanpak waaronder de opgaven Flexwoningen en Skaeve Huse * Verdere uitwerking van de zoekrichting. Hoeveel woonwagenplekken levert het op en op welke termijn * Ruimtelijk planologisch onderzoek van de voorbeeldcasus * Eventuele inbreng van nieuwe casussen binnen de zoekrichting * Afstemming met niet gemeentelijke organen (waaronder ILT, provincie, rijk)

Daarbij kan gedacht worden aan: * Woonwagens met meerdere verdiepingen of in gestapelde vorm * Multifunctioneel gebruik van de locatie * In het ontwerp de buitenruimte van een woonwagenstandplaats deels onderdeel maken van de openbare ruimte * Parkeernormen gelijktrekken met de parkeernormen voor sociale huur * Kleinere locaties realiseren dan de nu genoemde 10-15 plekken Deze verdichtingsmogelijkheden kunnen toegepast worden op zowel nieuwe als bestaande locaties. Uitwerking hiervan dient plaats te vinden in een vervolgonderzoek.

18

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16518978/1