1 DEF_Eindadvies Vertel het hele verhaal.pdf
Tekst van het document
In dit tijdvak werpen we een licht op de historische samenlevingen op de continenten vóór de koloniale periode en voor de invloed van Europese landen. In de kraamkamers van de beschaving zie je de wetenschap, de materiële cultuur en de architectuur van Afrikaanse beschavingen. Ook zie je in dit tijdvak de complexe samenlevingen en rijke beschavingen die ver voor de Westerse jaartelling ook op het Aziatische, Noord-Amerikaanse en ZuidAmerikaanse continent bestonden en op de verschillende eilandengroepen. De tijdvakken zijn thematisch. Ondanks dat de tijdvakken chronologisch opgebouwd zijn, kan een bezoeker de keuze maken om één bepaald tijdvak te bezoeken of om door te lopen naar de tijdelijke tentoonstelling. De reis van de bezoeker door het museum wordt gekenmerkt door:
50
Vertel het hele verhaal
Prehistorie - 1450
1450 - 1863
TIJDVAK 2
TIJDVAK 3
Kraamkamers van beschaving
De mens als product, slavenhandel & slavernij
TIJDVAK 1
TIJDVAK 1
Het hier en nu & de agora
Het hier en nu Identiteit & cultuur TIJDELIJKE TENTOONSTELLINGEN
TIJDVAK 4
TIJDVAK 5
Emancipatie & Dekolonisatie
De weg naar gelijkwaardigheid
1863 - 1950
1950 - nu
51
Doelgroepen Het slavernijverleden gaat over ons allemaal. Door het gebouw, de collectie, het museale verhaal en de programmering van het museum worden alle inwoners van het koninkrijk uitgenodigd om kennis te nemen van het complete verhaal over het slavernijverleden in de Nederlandse geschiedenis, van verleden tot heden en toekomst. De bezoekers die getrokken worden naar het museum zijn jong en oud, van alle etniciteiten en achtergronden. De bezoekers hebben een verbinding met het Nederlandse Koninkrijk en daarbinnen bezoekers die een emotionele of geografische verbinding hebben met voormalige koloniën. Het Nationaal Slavernijmuseum spreekt verschillende doelgroepen aan vanuit haar missie en visie. Zo zal het kindermuseum (verdere toelichting in hoofdstuk 3.1) kinderen en gezinnen aantrekken en het kenniscentrum (verdere toelichting in hoofdstuk 3.2) studenten, onderzoekers en nazaten van tot slaaf gemaakte mensen aantrekken.
Slavernijmuseum als rijksmuseum Er zijn in Nederland 29 zogenaamde rijksmusea. Dit zijn musea die structureel door het ministerie van OCW worden gesubsidieerd voor het beheren, onderhouden en toegankelijk maken van de rijkscollectie. Deze musea worden gesubsidieerd vanuit de Erfgoedwet en hebben hierdoor een wettelijk verankerde subsidie. Daarnaast is er de Basisinfrastructuur (ook wel de BIS), een beleidsinstrument waarmee het ministerie van OCW vele andere culturele instellingen subsidieert.
•
De collectie die het museum op zal bouwen (hierover meer in de paragraaf ‘Collectie Nationaal Slavernijmuseum’ in hoofdstuk 3.1) zal van nationaal en koninkrijksbreed belang zijn.
•
Het zijn van “rijksmuseum” zegt in eerste instantie iets over het eigendom van een collectie. Daarnaast heeft de term “rijksmuseum” ook een positieve lading die (inter)nationaal van grote waarde kan zijn voor de positie van dit museum. Ook wordt hiermee recht gedaan aan het belang van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de strijd die vele mensen decennialang hebben gevoerd voor dit museum.
•
De participatieve aard van het museum, de aandacht die het museum heeft voor immaterieel erfgoed en orale geschiedenis en de museologie van het museum sluiten aan bij de hernieuwde ICOMdefinitie uit 2022. Het financieren van het Nationaal Slavernijmuseum is een mooie eerste stap naar een meerstemmig Rijksmuseaal stelsel, waarin alle inwoners van het Koninkrijk zich herkennen.
•
Een rijksmuseum heeft een wettelijke taak op grond van de Erfgoedwet. Dit zorgt voor stabiliteit in de financiering van het museum op lange termijn. Het geeft het museum bestaanszekerheid. Ook is deze zekerheid voor andere mogelijke financiers (denk aan donateurs en bedrijven) van groot belang. Dit scenario heeft daarom onze voorkeur.
Wij adviseren de staatssecretaris van Cultuur en Media om te onderzoeken hoe het Rijk het Nationaal Slavernijmuseum structureel kan subsidiëren. Dit kan bijvoorbeeld via de Erfgoedwet of de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid. In het geval van subsidiëring via de Erfgoedwet kan het Rijk eigenaar worden van de kleine kerncollectie die het Nationaal Slavernijmuseum zal opbouwen. Hierdoor zal deze collectie onderdeel worden van de rijkscollectie, waardoor het Nationaal Slavernijmuseum toe kan treden tot het rijksmuseale stelsel. In het geval van verankering in de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid kan het museum onderdeel worden van de Basisinfrastructuur. Hiervoor zijn verschillende redenen te noemen: •
52
Het Nationaal Slavernijmuseum is een museum voor alle Nederlanders. Het is een museum met een nationaal en koninkrijksbreed belang. Het museum is daarom een waardevolle toevoeging aan het rijksmuseale stelsel of aan de BIS.
Vertel het hele verhaal
Tentoonstelling Slavernij in het Rijksmuseum Anoniem, Meervoudig voetblok voor het ketenen van mensen, ca. 1600 - ca. 1800, op de slavernijtentoonstelling in 2021. Schenking van de heer J.W. de Keijzer, Gouda
53
2.4 Locatie, gebouw
en park
Het gebouw van het Nationaal Slavernijmuseum is meer dan een gebouw: het uiterlijk moet recht doen aan de bijzondere inhoud ervan, in architectuur, uitstraling, materiaal, vorm en omgeving. Voor de erkenning van het slavernijverleden is daarom een waardig en iconisch gebouw nodig. Een gebouw dat het hele verhaal van het Nederlands slavernij verleden huist en op verschillende manieren vertelt. Een gebouw dat goed bereikbaar is en een prominente ligging heeft. 54
Vertel het hele verhaal
Luchtfoto van Java-eiland: Foto: Aerophoto-Schiphol luchtfotografie
55
In gesprek over locatie, gebouw en park
Java-eiland
Tijdens onze participatiebijeenkomsten spraken we uitgebreid over de locatie en het gebouw voor het museum. We gingen in gesprek over welke ideeën, suggesties, aanbevelingen en wensen de aanwezigen hadden over het gebouw, de omgeving en de locatie van het Nationaal Slavernijmuseum.
Op basis van de aanbevelingen uit het voortraject, het participatietraject en verschillende studies adviseren wij het Java-eiland als de locatie voor het Nationaal Slavernijmuseum. Het Java-eiland is de gewenste centrale, waardige en prominente plek aan doorgaand stromend water die wij zoeken.
Het startpunt voor deze gesprekken waren de mogelijke locaties uit het onderzoek van de gemeente en de voorstellen uit de verkenning. Tijdens deze gesprekken zijn als extra locaties het Museumplein, Paleis voor de Volksvlijt, Paleis op de Dam, Tropenmuseum, Ambtswoning, Oosterdok, Gaasperplas en Minervahaven/ Houthavens naar voren gebracht. Uit alle goede, verrassende en scherpzinnige antwoorden zijn de onderstaande voorwaarden gekomen:
Het Java-eiland is goed bereikbaar en heeft een sterke visuele relatie met het centrale deel van het IJ. Tegelijkertijd ligt het op voldoende afstand van het drukke centrum waardoor er ruimte is voor rust en reflectie om de indrukken van het slavernijmuseum op je in te laten werken. In de gesprekken tijdens de participatiebijeenkomsten werden de uitgangspunten voor de locatie en het gebouw van het slavernijmuseum bevestigd en verrijkt. Ook werd door aanwezigen het Java-eiland het meest genoemd als een geschikte plek voor het museum.
• Centrale, waardige, prominente ligging, maar niet midden in de drukte • Een iconisch, nieuw gebouw gebaseerd op authentieke elementen • Ligging aan doorgaand water • Een parkachtige omgeving met ruimte voor groen, rust, bezinning en ontmoeting • Goede bereikbaarheid • Een ‘open’ gebouw met een overduidelijk, herkenbaar verhaal • Toegankelijk en laagdrempelig • Ruimte voor healing • Passend horeca-aanbod • Mogelijkheden voor kunst en cultuur • Transparante en inclusieve architectenselectie In het participatieverslag is een uitgebreide toelichting per punt opgenomen.
Doordat deze locatie op enige afstand ligt van het centrum worden de gebieden in de stad met veel toeristen en bezoekers niet nog drukker. Zo sluit deze locatie aan op de visie van de gemeente op toerisme en bezoekers in de stad (Visie Bezoekerseconomie 2035) en kan het deze visie ook versterken. Een keuze voor het Java-eiland past binnen de Omgevingsvisie van de gemeente (de lange termijn visie voor de woon- en leefomgeving in de stad). En doordat het eiland aan de voorzijde onbebouwd is, is het mogelijk om het museum ruimtelijk in te passen en een bijbehorend park te realiseren. Dat laatste is een diep gekoesterde wens van veel gesprekspartners. Wij denken dat het achterste gedeelte van het Java-eiland het meest geschikt is voor het museumgebouw, de kop blijft dan een open plek waar het park kan komen. In het locatieadvies, dat als aparte bijlage bij dit plan is toegevoegd, lichten we bovenstaand advies toe.
56
Vertel het hele verhaal
57
Een krachtig gebaar door een hoogwaardige uitstraling
Wat vooraf ging Het startpunt voor ons voorstel over de locatie en het gebouw zijn de uitgangspunten in de verkenning Met de kracht van de voorouders (2021). Uitgangspunt in de verkenning is dat het museum op een prominente en zichtbare locatie komt en nabij stromend water moet staan (bij voorkeur het IJ). Ook heeft een gebouw in een groene omgeving en omringd door een park de voorkeur. Water en groen verwijzen naar de slavernijgeschiedenis van alle continenten, omdat ze centraal staan in de spirituele tradities en rituelen van de Afrikaanse diaspora. Denk aan water als reinigend en helend element. Voor het museumgebouw is het uitgangspunt dat dit een iconisch en/ of symbolisch gebouw is van 9.000 m2. Hiermee krijgt het museum een middelgrote omvang; ongeveer even groot als het Eye Filmmuseum of het Amsterdam Museum. Ook beschrijft de verkenning dat nieuwbouw de voorkeur heeft. Zo kan een prominent en iconisch gebouw gemaakt worden, waarbij het slavernijthema centraal staat in het ontwerp. Daarnaast roept nieuwbouw geen discussies op over het eventueel belaste verleden van een bestaand gebouw. Tot slot moet de locatie van het museum goed bereikbaar en het gebouw goed inpasbaar zijn in de omgeving. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten heeft de gemeente al in de verkenningsfase onderzocht welke locaties geschikt zijn voor het museum.
Dit heeft in een aantal stappen en in overleg met de regiegroep geleid tot een selectie van negen mogelijke locaties.
Het uitgangspunt uit de verkenning is een prominent en iconisch gebouw van 9.000 m2. Voor de erkenning en herkenning van het slavernijverleden is een zichtbaar en krachtig gebaar belangrijk. Het museum is daarom idealiter gevestigd in een waardig en herkenbaar gebouw met een symbolische betekenis. Ook is het belangrijk dat er een beleving in en rond het gebouw ontstaat – bijvoorbeeld door een bijzondere gebouwvorm – die bezoekers trekt en waarvoor mensen willen terugkomen. De uitstraling van het gebouw is dan bijvoorbeeld te vergelijken met het NMAAHC in Washington (foto links); het Slavernijmuseum Guadeloupe (foto midden) of het Eye Filmmuseum (foto rechts). Voor de totale investering in de oprichting van het museum is een budget van €80 miljoen beschikbaar. Het is mogelijk om het museum met dit budget te realiseren. Er moet dan wel gekozen worden voor een museum met minder uitstraling en/of een lager aantal vierkante meters. Dit gaat ten koste van een aantal belangrijke functies zoals reflectieruimtes, studie- en educatieruimte(s) en ruimte voor het kindermuseum. Wij adviseren de gemeente en het Rijk om de mogelijkheid te onderzoeken of er extra middelen kunnen worden toegekend om een gebouw met een hoge kwaliteit en voldoende vierkante meters te realiseren. De indicatieve totale kosten hiervoor zijn € 105 mln.
In het hoofdstuk over investering en exploitatie (hoofdstuk 4.2) staat een nadere toelichting en de nu beschikbare dekking voor de oprichting van het museum.
NMAAHC in Washington, D.C. Foto: David Brandwagt
Slavernijmuseum Guadeloupe. Foto: Wikipedia
Eye Filmmuseum Amsterdam. Foto: Edwin van Eis
Locatiefoto Kop-Java. Foto: ANP
59
De Franse overheid over slavernijmuseum in Benin De Franse diplomaat en huidige ambassadeur voor Frankrijk in Benin Mark Vizy was verantwoordelijk voor de totstandkoming van het slavernijherdenking museum ACTe in Guadeloupe. Hij zei het volgende tijdens een ontmoeting tijdens het werkbezoek aan Benin: Het is van groot belang om te laten zien hoe belangrijk de slavernijgeschiedenis voor ons land is. Daarom heeft de Franse overheid budget vrijgemaakt voor een iconisch museum, de architect en de locatie met zorg uitgezocht, en de bouw met grote aandacht uitgevoerd.
Voor de erkenning en herkenning van het slavernijverleden is een zichtbaar en krachtig gebaar noodzakelijk
Een park als verrijking In de verkenning is benoemd dat het museum bij voorkeur omringd wordt door groen en in een park staat. Ook in de gesprekken tijdens de participatiebijeenkomsten kwam naar voren dat een park een belangrijk onderdeel is van het museum. Een park maakt het Nationaal Slavernijmuseum compleet. Een aantrekkelijk park nodigt mensen uit tot bezinning, maar ook tot ontspanning en gesprek. Het is een plek waar mensen de indrukken van het museum individueel – in stilte en rust – maar ook samen met anderen kunnen verwerken. Het kan een plek zijn voor spirituele tradities en een gedenkplaats zijn voor de vele mensen die door de slavernij zijn geraakt. Ook kan een park ruimte bieden voor aanvullende programmering, ceremonies, beeldende (buiten)kunst en evenementen behorende bij het museum. Verder kan in een park het deel van de materiële en immateriële cultuur die te maken heeft met planten, bomen en kruiden getoond worden. Tot slot is de aanleg van een park op de kop van het Java-eiland een lang gekoesterde wens van omwonenden. Een combinatie van een park met museum leidt tot een vergroting van het draagvlak en mogelijkheden van divers gebruik voor alle direct omwonenden en inwoners van Amsterdam. We adviseren de gemeente daarom om bij het museum een park te realiseren.
Park aan het gebouw van het National Museum of African American History & Culture in Washington D.C. Foto: Alan Karchmer / NMAAHC
60
Vertel het hele verhaal
Verder met het gesprek Na de besluitvorming over het museum is het belangrijk om de participatie over de locatie, het gebouw en het park voort te zetten. Kop van Java is voor bewoners van het Java-eiland een belangrijke plek. In 2021 hebben bewoners voor de kop van Java op eigen initiatief een ontwerp gemaakt voor een park. In 2022 en 2023 hebben wij hierover gesproken met een aantal omwonenden en Hotel Jakarta. Een aantal bewoners heeft vervolgens een aangepast plan aan ons overhandigd. In deze plannen staat veel waardevolle informatie over het huidige gebruik en ideeën voor de toekomst. Dit vraagt om vervolggesprekken over hoe de plannen voor het museum en de plannen van de bewoners op elkaar kunnen aansluiten. Verder stellen wij voor om participatie over de ontwerpen van de architecten van het museumgebouw en het park te laten plaatsvinden om zo een architect te selecteren, waarin iedereen zich herkent.
Participatiebijeenkomst in Amsterdam Centrum. Foto: Isaac Owusu
62
Vertel het hele verhaal
63
Hoe
3. We doen dit samen; en dat laatste kan ik niet vaak genoeg herhalen
64
Vertel het hele verhaal
65
3.1 Uitwerking
museumconcept
Wat nu, wat later In mei 2021 publiceerde de regiegroep NTASM het rapport Met de kracht van de voorouders. Een weloverwogen rapport dat steunt op drie rijke deelrapporten van het NiNsee, het Museum zonder Muren en IZI Solutions. In hun rapport benoemt de regiegroep uitgangspunten en wordt een groot aantal concrete en waardevolle voorstellen voor het museale concept en de uitwerking hiervan gedaan. In ons plan bouwen wij hier zoveel mogelijk op voort. We hebben het afgelopen jaar de voorstellen uit het verkenningsrapport getoetst, verrijkt en aangevuld tijdens het participatietraject en door een groot aantal gesprekken met musea en kennisinstellingen. Onze belangrijkste vraag hierbij was: waarvoor kom je naar het museum? Op basis hiervan hebben we onderdelen uit de verkenning een op een overgenomen en maken we richtinggevende keuzes; waar we hierbij afwijken van de verkenning lichten we dit toe. Ook zijn er aspecten waarvan wij vinden dat die beter door het toekomstige museum uitgewerkt kunnen worden. Bijvoorbeeld omdat ze in samenhang met andere onderdelen van dit plan of met de toekomstige doelgroepen uitgewerkt moeten worden of omdat het dusdanig grote onderdelen zijn dat er meer aandacht en zorgvuldigheid voor nodig is dan dat wij binnen onze opdracht hadden.
Dit museumconcept en de uitwerking hiervan in dit hoofdstuk is dus geen complete blauwdruk voor het museum; maar bevat het raamwerk – getoetst en verrijkt in honderden gesprekken – waarbinnen de toekomstige organisatie het museum verder zal moeten vormgeven.
In het Nationaal Slavernijmuseum staan verhalen centraal. De vijf uitgewerkte tijdvakken uit het museumconcept krijgen een concrete vertaling in het gebouw. Elk tijdvak wordt op een eigen manier overgebracht aan het publiek. Naast deze tijdvakken zijn er tijdelijke tentoonstellingen waar makers op interdisciplinaire wijze reflecteren op verleden, heden en toekomst. De collectie van het museum is ondersteunend aan de tijdvakken en beperkt zich niet alleen tot museale objecten. Het kindermuseum biedt educatieve programma’s aan voor verschillende leeftijdscategorieën. Hierdoor kunnen kinderen het verhaal van de slavernijgeschiedenis passend bij hun leeftijd horen, zien en beleven. Het digitale museum maakt het hele verhaal toegankelijk voor iedereen. 66
Vertel het hele verhaal
Dit museumconcept is een uitwerking van het verkenningsrapport, het participatie traject en alle gevoerde gesprekken met belanghebbenden. Het museumconcept is vanaf het begin getoetst en besproken met diverse externe experts en adviseurs. Bij de uitwerking van het museumconcept is er tijdens ontwerpsessies samen gewerkt met studenten van de Reinwardt Academie, kunstgeschiedenis studenten van de Universiteit van Amsterdam samen met dr. Rachel Esner, en met een team van het Amsterdam Museum. Andere ontwerpsessies zijn gevoerd met museumen marketingprofessionals zoals Frans van der Avert, Jan Willem Sieburgh, Siebe Weide en met Erik van Ginkel, de zakelijk directeur van het Rijksmuseum. Er zijn inhoudelijke gesprekken met Annabel Birnie en Paul Mostert van het H’ART Museum gevoerd en met Vera Carasso van de Museumvereniging. Max Meijer van TiMe Amsterdam heeft vanaf januari 2023 meegewerkt aan en geadviseerd over het museale concept. Hij heeft een lange staat van dienst als conceptontwikkelaar en beleidsmaker voor musea en erfgoedinstellingen in zowel Europa als Indonesië, en geeft les op de universiteit van Denpasar. In expertsessies hebben historici, museakenners en stakeholders het museale concept tijdens de ontwikkeling steeds tegengelezen.
Het bezoek van Lonnie Bunch en de persoonlijke gesprekken met hem in oktober 2023 hebben tot nieuwe inzichten geleid, die het museumconcept hebben geïnspireerd. 67
Tijdvakken De vijf tijdvakken (zoals benoemd in hoofdstuk 2.3 ‘Museumconcept’) en de verhalen die in deze tijdvakken verteld worden zorgen ervoor dat het verhaal van de Nederlandse slavernijgeschiedenis zo volledig mogelijk verteld wordt. Dit museum vertelt, in balans, de verschillende narratieven over de trans-Atlantische slavenhandel en over het Indisch Oceanisch gebied. Dit verhaal focust zich op de skills, kracht, identiteit, verzet en waardigheid van de tot slaaf gemaakte mensen. Het museum toont daarmee een ongebroken lijn van beschaving en cultuur van verleden naar het heden ondanks de periode van slavernij en kolonisatie.
Dekolonisatie
Participatie bijeenkomsten
In het participatietraject zijn honderden verhalen aangereikt. Al deze verhalen zijn verzameld en als het ware getrechterd in grotere thema’s. Deze thema’s zijn op hun eigen manier verwerkt in de vijf tijdvakken.
Muziek
Activisme in het nu
Workshops
Hiernaast twee voorbeelden van hoe de verschillende verhalen zijn verzameld rond een thema: activisme in het nu en persoonlijke narratieven. Bij ‘persoonlijke narratieven’ staat bijvoorbeeld ‘queerness’, een thema dat vaak teruggekomen is tijdens de participatiebijeenkomsten. Dit thema kan vervolgens bekeken worden in alle tijdvakken: hoe was het om queer te zijn in Afrika voor 1450 of tijdens het leven in slavernij? Op deze manier gaan de verhalen en thema’s invulling geven aan de tijdvakken. Op deze manier zijn er tientallen thema’s ontwikkeld die invulling hebben gegeven aan de tijdvakken.
Verwevenheid
Eten/ koken
Belangrijke aandachtspunten bij de tijdvakken zijn: • De vijf tijdvakken vormen samen de vaste opstelling van het museum. Elk tijdvak huist een grote hoeveelheid verhalen, die op hun eigen manier gepresenteerd zullen worden. De tijdvakken zijn chronologisch, maar ook thematisch te bezoeken. • De verhalen binnen de tijdvakken zullen zich clusteren rondom thema’s. De thema’s worden in elk tijdvak uitgelegd. Voorbeelden van deze thema’s zijn de pre-koloniale maatschappijen, de post-koloniale maatschappijen, de rol van vrouwen, de rol van de kerk en van religie, spiritualiteit, verzet, doorwerking, culturele uitingsvormen, vieringen, traumaverwerking, heling en meer. Centraal staan de complexe maatschappijen die in alle tijdvakken een manier van samenleven bepalen. • De vijf tijdvakken zijn tot stand gekomen door de honderden gesprekken die we gevoerd hebben, formeel en informeel. In het participatietraject zijn veel thema’s naar boven gekomen die samen de tijdvakken hebben gevormd. De participatie is een schatkist aan inspiratie. Daarnaast is de thematiek onderbouwd door gesprekken met en publicaties van onderzoekers, wetenschappers en historici die hun expertise met ons gedeeld hebben en door de aanzet uit de verkenning. • De inhoud van de tijdvakken kan altijd aangevuld worden, tot aan de opening van het museum en daarna.
Kennis over het Nederlandse slavernijverleden zal altijd in ontwikkeling blijven. Met het onderzoek dat zal plaatsvinden in het kenniscentrum heeft het Nationaal Slavernijmuseum de unieke kans om altijd nieuwe en accurate informatie in de ‘vaste’ opstelling te verwerken.
68
Vertel het hele verhaal
Marronage Intergene rationeel
Vroege slavernij
Inheems
Persoonlijke narratieven
Queerness
Contract arbeiders
Opstanden
Complexe samenlevingen
Spiritualiteit en de kerk
69
TIJDVAK 1
Het hier en nu Periode: Afrika, Suriname, Curaçao, Bonaire, Aruba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten, Saba, Indonesië en Europees-Nederland in het nu (2030) Thema’s: cultureel zelfbewustzijn, identiteit, culturele uitingen, activisme en hoop & heling
Dit tijdvak is de start van het museum en bevindt zich in de entreehal. Het tijdvak is daarmee een transitiezone tussen de buitenwereld (de plek waar de bezoeker vandaan komt) en de binnenwereld van het slavernijmuseum, het belaste verleden. Dit tijdvak ontvouwt zich voor de kaartcontrole en is daardoor gratis te bezoeken voor iedereen. Ook is de entreehal een agora, een plek voor het delen van kennis en wijsheid, waar ontmoeting en inspiratie centraal staan. In de entreehal kan de bezoeker de keuze maken om verder te gaan richting de overige vier tijdvakken, de tijdelijke tentoonstellingen, het café, het kenniscentrum of de boekenwinkel. In dit tijdvak zie je door middel van fotografie en bewegend beeld de complexe maatschappijen in Afrika, Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk, het IndischOceanisch gebied, de Indonesische Archipel en Europees-Nederland in het hier en nu. De focus ligt op de verscheidenheid aan identiteiten en het cultureel zelfbewustzijn. De publiekservaring in dit tijdvak zal multisensorisch en visueel prikkelend zijn. Bezoekers gaan op in het geheel, worden onderdeel van de presentatie en krijgen het gevoel van een warm welkom. Deze deelpresentatie moet eraan bijdragen dat de bezoeker bij binnenkomst wordt ‘opgewarmd’ en voor vertrek de vele indrukken kan verwerken. Voor dit laatste is ook het naastgelegen park bestemd.
De presentatie zal bestaan uit een permanente presentatie (in ‘loops’) van fotografie, bewegend beeld, licht, geluid en spiegels. De geluidsfragmenten of woorden zijn in talen die bij de beelden passen. Alles is canvas voor bewegend beeld: het plafond, de wanden en de vloer. Webcams vanuit verschillende geografische zones zorgen voor extra dimensie. Er zal minimaal gebruikgemaakt worden van ondersteunende tekst. Tekst wordt dan ook een integraal onderdeel van het beeld (opschriften, gebouwen, straatnamen, T-shirts etc.)
Amazonemonument in Benin, gebouwd om een sterk identiteitssymbool te creëren dat als leidraad dient voor huidige en toekomstige generaties. Foto: Peggy Brandon
70
Vertel het hele verhaal
Voorbeeld: Huidige samenleving in Curaçao. Foto: Peggy Brandon
Voorbeeld: de entreehal van het International African American Museum in Charleston. Hier worden beelden getoond van culturele uitingen in het nu. Foto: Peggy Brandon
71
TIJDVAK 2
Kraamkamers van beschaving Periode: prehistorie - 1450 Thema’s: onze voorouders, koninkrijken, kunst & cultuur, wetenschap & spiritualiteit en vroege slavernij
Vanuit het Hier en Nu betreedt de bezoeker tijdvak 2: Kraamkamers van beschaving. Hiermee maakt de bezoeker een enorme stap terug in de tijd. Het bewust worden van vroege beschavingen op verschillende locaties staat centraal in dit tijdvak. Dit is de bron van het museale verhaal. Het tijdvak geeft de bezoeker een beeld en veelal onbekende informatie over diverse continenten, over de voorouders, oorsprong, complexiteit, onderlinge relaties en beïnvloeding. Ook vroege vormen van slavernij binnen oorspronkelijke gemeenschappen komen aan bod. Dit tijdvak start in het Afrikaanse continent, de kraamkamer van de menselijke cultuur en beschaving. De universele rol van Afrika staat centraal. De Afrikaanse koninkrijken waren rijk aan architectuur, kunst, wetenschap, cultuur en identiteiten. Denk aan de architectuur van Djenné, de cultuur van het Edo en Yoruba volk en het Koninkrijk van Aksum. Dit is Afrika voor de kolonisatie door Europese landen. Dit sluit aan op een recent artikel uit het Parool van Ptah Ankh Re genaamd ‘Focus ook op Afrikaanse grootsheid, niet alleen op slavernijverleden’ (16 december 2023). Hij beargumenteert waarom het belangrijk is om de vroege Afrikaanse geschiedenis te tonen.
en gebeurtenissen duidelijk. Dat kan in beeld, door korte films, door objecten, archiefstukken of door digitale tijdlijnen. De postcards geven bezoekers de mogelijkheid tot persoonlijke keuzes en voorkeuren tijdens een bezoek en zo tot steeds wisselende persoonlijke ervaringen. In het jaar 850 zou je bijvoorbeeld de bovenstaande hoogtepunten in architectuur kunnen zien: Djenné in Mali, de Prambanan in Indonesië en het Parthenon in Griekenland. In het jaar 1619 ziet de bezoeker in Java de inname van de hoofdstad door de VOC, in het huidige Guyana de vestiging van Nova Zeelandia voor de WIC door een groep Zeeuwse mannen en in New York het eerste Nederlandse VOC schip dat aankomt met tot slaaf gemaakte Afrikaanse mensen (zie ook het project 1619 van onderzoeker Nikole Hannah-Jones). De postcards schetsen hiermee een zo volledig mogelijk beeld van thema’s, jaartallen en gebeurtenissen.
Djenné in Mali. Foto: UNESCO/Francesco Bandarin
Prambanan in Indonesië
Een soortgelijk verhaal over vroege beschavingen kan over het Indisch-Oceanisch gebied en de Indonesische archipel verteld worden. Ook daar ligt een kraamkamer van beschaving. Op Sumatra vind je het vroegere koninkrijk Srivijaya en op Java het Sunda rijk, en er zijn architectonische hoogtepunten zoals Prambanan. Hetzelfde verhaal kan worden verteld over vroege beschavingen in Noord- en Zuid Amerika. Vanaf de vroegste tijd zijn vormen van slavenhandel over de hele wereld te vinden; slavernij is immers van alle tijden en van alle mensen. Op het Afrikaanse continent werden mensen verhandeld en gedwongen tewerk gesteld. Maar slavernij was overal: in het Griekse en Romeinse Rijk, de Arabische trans-Sahara slavenhandel tussen 650 en 1900, de Mediterrane slavenhandel van de 16e tot de 19e eeuw en de slavernij in de Balkan vanaf de 9e eeuw, waaruit het woord slaaf is voorgekomen. Hoezeer de trans-Atlantische slavernij van andere vormen van slavernij verschilde zie je in een volgend tijdvak.
Parthenon in Griekenland. Foto: Wikipedia
Via een tijdlijn wordt gerefereerd aan ontwikkelingen en soms hoogtepunten in architectuur of wetenschap die zich tegelijkertijd elders op de wereld afspeelden. Door steeds een beeld te geven over verschillende plekken in dezelfde tijdvakken ontstaan er zogenaamde postcards. Deze postcards geven de bezoeker de gelegenheid om uitstapjes te maken naar andere regio’s vanuit de kern van het verhaal. Ze maken de meerlagige, multiregionale aspecten van thema’s, jaartallen
72
Vertel het hele verhaal
73
Digitale toepassingen Tate Modern als voorbeeld Het Britse Tate Museum is een toonaangevend voorbeeld van hoe digitale toepassingen het museum kunnen verrijken. Zij maken gebruik van verschillende digitale toepassingen die bijdragen aan een interactieve ervaring voor de bezoeker. Zo hebben zij een tijdlijn die de verschillende kunststromingen laten zien door de eeuwen heen, waarbij meer dan 3500 kunstwerken van 750 kunstenaars toegankelijk zijn gemaakt voor de bezoeker. Deze interactieve, digitale toepassing is multi visitor, wat betekent dat meerdere mensen tegelijkertijd de tijdlijn kunnen benutten. Deze tijdlijn is gefinancierd door Bloomberg die een grote speler is betreft interactieve toepassingen voor musea. Voor het Nationaal Slavernijmuseum is de tijdlijn van het Tate Modern een voorbeeld voor hoe de interactie in tentoonstellingen gewaarborgd kan worden en hoe een tijdlijn vormgegeven kan worden. Daarnaast kent de ontwikkeling van dergelijke toepassingen een grote versnelling, die bij de inrichting van het museum over enkele jaren nieuwe mogelijkheden biedt.
Er is in dit tijdvak aandacht voor vroege contacten tussen verschillende bevolkingsgroepen op het Afrikaanse continent, met name in de kustgebieden. Ook is er aandacht voor contact tussen bewoners van het Afrikaanse continent met andere continenten/geografische gebieden. Door de kraamkamers in meervoud te positioneren kan hier ook het verhaal van de Indonesische Archipel of Noord- en Zuid Amerika worden toegelicht als doorkijk binnen hetzelfde tijdvak. De presentatie in dit tijdvak zal gelaagd zijn. Feitelijke informatie, immateriële getuigenissen en objecten wisselen elkaar af. Bij feitelijke informatie valt te denken aan de verbeelding van een cultuur, met daarbij feitelijke informatie (wat, waar, wie, wanneer) in de vorm van infographics en verdiepende digitale informatie en nader te raadplegen bronnen. De immateriële getuigenissen van de vroege Afrikaanse culturen worden door interpretatieve en immersieve presentatiemiddelen ge(re)presenteerd. Denk aan voorbeelden van bouwkunst, wetenschap, geneeskunde en culturele uitingen. De objecten vormen de tastbare verbinding tussen daar en hier en toen en nu. Deze zullen veelal op basis van bruiklenen of replica’s zijn. Multisensorische middelen zijn sterk bepalend voor de sfeer: het gaat hier om korte films, geluid, muziek en geur.
MET Museum in New York City. Foto: Peggy Brandon
International African American Museum in Charleston. Foto: Peggy Brandon
Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Foto: Peggy Brandon
De erkenning van kennis, wetenschap en complexiteit van vroege beschavingen en de invloed op de wereldgeschiedenis neemt toe. Zie hiervoor ook de presentatie van ‘The African origin of civilization’ in het MET Museum in New York City (afbeelding 1), de afdeling West Afrika in het in 2023 geopende International African American Museum in Charleston (afbeelding 2) en een vitrine in Keramiekmuseum Princessehof Leeuwarden (afbeelding 3).
Een tentoonstelling in het Tate Modern museum in London. Foto: Lee Mawdsley
75
TIJDVAK 3
Mensen als product: slavernij en geopolitiek Periode: 1450-1863 Thema’s: complexe samenlevingen, de Europese blik, continentale slavernij & mensenhandel, VOC, WIC & mensenhandel, slavernij & verzet in de praktijk en militarisme & financiën Tijdvak 3: Mensen als product: slavernij en geopolitiek markeert een omwenteling in de wereldgeschiedenis. Door slavernij verandert de wereld en de positie van Nederland in de wereld drastisch. De museale verhaallijn biedt zicht op wat achteraf een dramatische wending heet. Dit tijdvak vormt de historische kern van het museum. In dit tijdvak ontvouwt zich het brede slavernij-narratief. Het perspectief van tot slaafgemaakte mensen en hun nazaten staat centraal. De presentatie beschrijft het ontstaan van slavernij als gevolg van bewust menselijk handelen en hoe dit bewust handelen leidde tot de oprichting van de WIC en VOC. Daarnaast leidde het leven in slavernij tot bewuste en permanente vormen van verzet. In de presentatie krijgt dit diepte door (historische) getuigenissen centraal te stellen. Het eerste contact tussen Afrikaanse en Europese mensen staat in het teken van bewondering. De eerste zeelui vanuit het Europese continent keken met bewondering naar de architectuur, de cultuur en de maatschappijen op het Afrikaanse continent. Deze bewondering voor de rijke cultuur leidde tot denken in
Voorbeeld: Digitale swipe technologie geeft bezoekers toegang tot extra verdiepende informatie over de behandeling van inheemse bewoners tijdens de Nederlandse bezetting van wat nu New York heet. Museum of the City of New York. Foto: Peggy Brandon
Voorbeeld: hoe bespreek je de presentatie van geweld in tentoonstellingen? The Shed, Bloomberg Building, The Yanomami Struggle tentoonstelling, New York. Foto: Peggy Brandon
financiële mogelijkheden. Deze handel sloeg om in onderwerping, uitbuiting en kolonisatie. Dat gold ook voor eilanden in het Indisch-Oceanisch gebied. Spanje, Portugal, Engeland, Denemarken, Nederland en later Duitsland, Italië, België, Frankrijk; iedereen wilde koloniale macht. Op het Afrikaanse continent werden er Afrikaanse mensen gekocht die al tot slaaf gemaakt waren, in eerste instantie door bijvoorbeeld conflicten tussen Afrikaanse stammen. Maar door de inname van gebieden in andere delen van de wereld door Europese landen nam de behoefte aan tot slaaf gemaakte mensen toe en kwam er een tweede manier: stelen, roven en ontvoeren. Vanuit India en Madagaskar werden mensen vervoerd naar Indonesië, maar ook tussen eilanden en naar het Afrikaanse continent werden inheemse mensen vervoerd. De Afrikaanse mensen werden geruild voor buskruit, drank en wapens. Schepen moesten soms maandenlang langs de Afrikaanse Westkust varen om het schip vol te krijgen met tot slaaf gemaakte Afrikaanse kinderen, vrouwen en mannen, maar ook met voorraad voor de oversteek die gemiddeld zo’n 80 dagen duurde. De tot slaaf gemaakte Afrikaanse mensen werden verscheept naar het Noord- en Zuid-Amerikaanse continent; op deze plekken werden de inheemse mensen actief onderdrukt, tot slaaf gemaakt en van hun land verdreven.
Voorbeeld: port of no return, Benin. Foto: Peggy Brandon
76
Vertel het hele verhaal
Nederland werd een grote koloniale macht op meer dan 30 verschillende plekken verspreid over vier continenten. In totaal zijn zo’n 12 miljoen tot slaaf gemaakte Afrikaanse mensen verscheept vanuit het Afrikaanse continent. Er zijn naar 77
Deelnemer aan participatiebijeenkomst bracht een flesje water uit Texel mee. Foto: Delana ’t Zand
schatting 600.000 mensen vervoerd door Nederlandse mensenhandelaren, maar dit is slechts een klein deel van de mensen die 400 jaar lang van generatie op generatie in slavernij hebben geleefd. Dit aantal houdt ook geen rekening met de mensen die zijn overleden door verzet, tijdens oorlogen en rooftochten. Tot slaaf gemaakte mensen zijn in staat geweest om hun identiteit te bewaren tijdens het leven in slavernij. Muziek, dans, kunst, en orale tradities waren een bron van kracht en hoop. Ondanks dat bepaalde dansen of liederen verboden werden door plantagehouders, werden deze als vorm van verzet in leven gehouden. Zo kon verzet ontzettend veel verschillende vormen aannemen; van opstanden op slavenboten, plantages en perken tot samen zachtjes een verboden lied zingen. Regelmatig wisten tot slaaf gemaakte mensen te ontsnappen aan de Nederlandse bezetter en bouwden een leven op in het Surinaamse oerwoud. Zo ontstonden de verschillende marron volken: de Saramaccaners, Ndyuka, Aluku, Kwinti, Paramaccaners en Matawai. Het in de Indonesische archipel uiteindelijk veroverde gebied omvatte honderden volkeren met eigen taal, cultuur en etniciteit. Ook daar was steeds verzet, zoals door Thomas Matulessy op de Molukken in 1816. De maatschappijen in slavernij in de Nederlandse koloniën waren gebouwd op ongelijkheid en onderdrukking.
In Nederland was een groep mensen die genoot van de welvaart die de Nederlandse koloniën met zich meebracht en deze welvaart verspreidde zich verder onder andere delen van de bevolking. Hoewel slavernij in Europees Nederland verboden was, zijn de denkpatronen rondom ras en kleur die in deze tijd ontstaan zijn, verspreid over de hele wereld. Het historisch kader krijgt diepte door historische getuigenissen van historische personen centraal te stellen en hedendaagse commentaren hierop. Het gaat om getuigenissen en interpretaties. De presentatie in dit tijdvak zal gelaagd zijn. Er wordt gebruik gemaakt van infographics, tekst, geluid, film, animatie, kunst en blow-ups. Net zoals in tijdvak 2 vormen voorwerpen op basis van bruiklenen en replica’s de tastbare verbinding tussen daar en hier en toen en nu. Multisensorische middelen zijn sterk bepalend voor de sfeer: korte films, geluid, muziek, geur. Door steeds een beeld te geven over verschillende plekken in dezelfde tijdvakken krijgen bezoekers een beeld hoe verschillende plekken op de wereld zich tot elkaar verhouden op hetzelfde moment. Er zijn voor dit tijdvak veel objecten, archiefstukken en teksten beschikbaar in diverse collecties. De presentatie gaat door getuigenissen en geweldsobjecten ook in op het dagelijks leven in slavernij en die onlosmakelijk verbonden is met onderdrukking en geweld.
En gebruikt objecten om de kennis en cultuur van Afrikaanse mensen te tonen.
Tot slaaf gemaakte mensen zijn in staat geweest om hun identiteit te bewaren tijdens het leven in slavernij. 78
Vertel het hele verhaal
IJzerhoudend water van Texel Tijdens de participatiebijeenkomsten deelden de bezoekers hun persoonlijke verhalen met het slavernijverleden. We luisterden naar grote en kleine verhalen, verhalen waar mensen al langer mee rondliepen, en die nu voor het eerst gedeeld werden. Zo was er een vrouw die een flesje water had meegebracht naar de participatiebijeenkomst in Utrecht. Het was geen gewoon water. De fles bevatte Texels water, water dat erom bekend staat dat het bijzonder ijzerhoudend is. De vrouw vroeg of het verhaal dat in haar familie verteld werd waar was, dat de slavenschepen water uit Texel aan boord haalden op het eiland aan het begin van de lange reis. De alledaagsheid van het drinken van een glas water had door de wetenschap van de verbinding met het slavernijverleden een andere lading gekregen. Het flesje Texels water dat de vrouw had meegenomen naar de bijeenkomst stond hier symbool voor. Dit konden we haar vertellen: de VOC schepen kwamen naar Texel voor een tussenstop, net als honderden andere schepen. De schepen wachtten op gunstige wind om uit te varen en sloegen proviand en water in voor de tocht. Het Texels water uit enkele waterputten was extra lang houdbaar door zijn hoge ijzergehalte. Door het hoge ijzergehalte (zichtbaar aan de bruine kleur) blijft het putwater lang houdbaar.
Het bleef zelfs goed drinkbaar tot de aankomst van een VOC-schip op Kaap de Goede Hoop (in Zuid-Afrika). Aan de Tafelbaai maakten de schepen hun eerste stop voor vers drinkwater en voedsel.
Bronnen: Canon van Nederland, ONH/Noord-Hollands Archief
79
TIJDVAK 4
Emancipatie en dekolonisatie Periode: 1863-1950 Thema’s: emancipatie & uitsluiting, post-slavernij maatschappijen, identiteitsvorming, verzet & activisme en koloniën & een Koninkrijk
over de Nederlandse koloniale verhoudingen, de spelers en de rolmodellen in internationale context is complex en gelaagd. De presentatie van dit tijdvak ademt de sfeer uit van verandering, weerstand en revolutie. Dit wordt ondersteund door objecten, documenten, foto’s, bewegend beeld en archiefstukken. Dit tijdvak ligt in de recente geschiedenis en er is veel beschikbaar binnen de bestaande collecties in Nederland en archieven in het Caribisch gebied en Suriname, landen in het Aziatische continent, landen in het Afrikaanse continent en de Indonesische archipel. De samenstelling vraagt grote zorgvuldigheid. De complexiteit van de bovenstaande thema’s en authentieke documenten en objecten pleiten voor een duidelijke structuur in de presentatie.
Tijdvak 4 sluit naadloos aan op het vorige tijdvak. De bezoeker ervaart hoe het proces rond en na de afschaffing van de slavernij vanuit de betrokken gemeenschappen werd beleefd. Mede door aanhoudend verzet, opstanden en protesten uit het vorige tijdvak werd gaandeweg duidelijk dat een systeem gebaseerd op ongelijkheid en dwang niet meer houdbaar was. Het proces naar de afschaffing van de slavernij werd ondermijnd en vertraagd door de plantage-eigenaren en de aandeelhouders in Nederlandse steden en dorpen, maar de ingezette verandering bleek onomkeerbaar. Onderdrukte en gekoloniseerde gemeenschappen eisten hun eigen plek op met ongekende kracht en zelfvertrouwen. Onafhankelijkheid werd de nieuwe stip op de horizon en een tijd van vrijheidsstrijden brak aan. In 1863 was de afschaffing van slavernij een feit, en tegelijkertijd betekende dit niet volledige vrijheid. De nu vrije mensen in Suriname waren verplicht nog 10 jaar op de plantages te blijven werken tegen een kleine vergoeding. Maar niet iedereen accepteerde deze situatie en de plantage-eigenaren moesten op zoek naar nieuwe arbeidskrachten. In deze periode werd er gebruikgemaakt van contractarbeiders uit Indonesië, China en India die naar Suriname werden gebracht.
Voorbeeld: de samenstelling van de bevolking veranderde sterk. zie ook het beeld Baba en Mai, Paramaribo, Suriname. Foto: Peggy Brandon
In Indonesië werd het cultuurstelsel geïntroduceerd: een belastingsysteem waarbij opbrengsten van de landbouw naar Nederland gingen, resulterend in een hongersnood in Indonesië. Dit systeem was in werking van 1890 tot 1930. De gewelddadige poging van Europees-Nederland tot herbezetting van Indonesië in de periode 1945-1949 leidde uiteindelijk tot de onafhankelijkheid van Indonesië. “Nieuwe” stemmen kwamen op zoals die van Kartini (Raden Adjeng Kartini) Door duisternis tot licht -Habis gelap terbitlah terang (Postuum 1912), Anton de Kom, Wij Slaven van Suriname (1934) en anderen. De Indonesische revolutie en de moeizaam verkregen onafhankelijkheid werden een inspirerend voorbeeld voor velen in Azië en Afrika. Er ontstonden nieuwe, gemengde samenlevingen met nieuwe verhoudingen. Ook de machtsverhoudingen veranderden in de stedelijke samenlevingen. In dit tijdvak gaat het vooral om culturele, sociale, maatschappelijke, juridische en geopolitieke processen, (aanzet tot) paradigmawisselingen, nieuwe verhoudingen en emancipatie van individuen en bevolkingsgroepen. Het verhaal
80
Vertel het hele verhaal
De gedenksteen van Anton de Kom op zijn uiteindelijke plek in de vloer van de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Foto: Wikipedia
TIJDVAK 5
De weg naar gelijkwaardigheid Periode: 1950 - nu Thema’s: onafhankelijkheidsbewegingen, complexe multiculturele samenlevingen, activisme & verzet, zoektocht naar identiteit en dit is wie we zijn
Congoman De slavernij rukte gemeenschappen uit elkaar, haalde mensen weg van hun geboortegrond, scheidde hen van familie en geliefden en verplaatste ze naar andere delen van de wereld. Daar aangekomen leefden de mensen onder afschuwelijke omstandigheden en werden ze gedwongen tewerkgesteld. Ondanks deze onderdrukking probeerden de mensen niet te vergeten waar ze vandaan kwamen. Ze vertelden elkaar verhalen over hun thuis, hun land van herkomst. Generatie op generatie werden deze verhalen aan elkaar doorverteld, een krachtige manier om de eigen identiteit en cultuur door te geven. Bij de afschaffing van de slavernij zochten de mensen met een gedeelde herkomst, ook al was deze van honderden jaren terug, elkaar weer op. En zo komt het dat toen wij in januari 2023 Sint-Eustatius bezochten, we door de in de volksmond genoemde Congo street liepen. Een van de straten waar na de afschaffing van de slavernij de mensen die oorspronkelijk uit de Congo weg waren gehaald zich weer in gezamelijkheid vestigden. Er zat een oude man in de schaduw voor zijn café. Hij werd Congoman genoemd, en vertelde ons dit indrukwekkende verhaal. De orale traditie van verhalen doorvertellen om de eigen identiteit en cultuur in leven te houden is een belangrijk onderdeel van de museale opzet. Begin dit jaar ontving Peggy Brandon het droevige bericht dat de heer Henriquez is komen te overlijden.
We zijn dankbaar dat ‘de Congoman’ zijn unieke verhaal met ons heeft gedeeld. Eric Henriquez, de Congoman, met Peggy Brandon.
82
Vertel het hele verhaal
Van begrip van het verleden gaan we naar inzicht in het heden. Het dekolonisatieproces leidde wereldwijd tot een nieuwe geopolitieke orde. De dekolonisatie is een doorlopend proces dat vele gezichten en vormen kent. De strijd om maatschappelijke gelijkwaardigheid gaat tot op de dag van vandaag door. Centraal staan culturele en spirituele uitingen, iconen en vormen van doorwerking: van peers in cultuur, sport, politiek, entertainment en andere maatschappelijke domeinen tot en met slachtoffers van racisme en geweld; van de moorden op Kerwin Lucas/Duinmeijer en Mitch Henrique tot benadeelden in het toeslagenschandaal. Met aandacht voor de voorouders, plekken en gebeurtenissen. En de huidige omgang met materiële en immateriële getuigenissen. Van beladen plekken, zoals in kaart worden gebracht voor Mapping Slavery door Nancy Jouwe, Jennifer Tosh en Sjoerd Jaarsma, nieuwe narratieven zoals door The Black Archives en The New Urban Collective (geleid door Mitchell Esajas en Jessica Abreu), Sites of Memory van Jennifer Tosh en Katy Streen, tot hybride cultuuruitingen zoals Bitter Erfgoed in Groningen. En actuele vormen van verzet en empowerment zoals Black Lives Matter, Indozijn, Marronplatform, Stichting Kaikoesie, Nederland wordt Beter, Beyond Walls en vele anderen.
De onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 leidde tot de vaak gedwongen verhuizing van mensen uit de voormalige koloniën naar Europees Nederland. Suriname werd in 1975 onafhankelijk. Caribisch Nederland bleef onderdeel van het Koninkrijk. De Nederlandse Antillen werden in 2010 ‘ontbonden’. De Europees-Nederlandse samenleving begon te veranderen. In Nederland kwamen in de jaren 50 en 60 grotere groepen mensen uit voormalige koloniën naar Nederland. De KNIL-militairen, hun gezinnen en mensen van de Molukse eilanden en Papua belandden in een niemandsland. Weer anderen kwamen naar Nederland voor studie en werk. Maar niet alleen in Nederland veranderden de verhoudingen: het dekolonisatieproces leidde wereldwijd tot een nieuwe geopolitieke orde. De uitsluiting die in deze tijd een andere vorm kreeg, is terug te zien in zowel maatschappelijke als beleidsmatige elementen. Surinaamse mensen en Indonesische mensen waren uitgesloten van stemrecht toen deze landen wel nog onderdeel van het Nederlands Koninkrijk waren. Uitsluiting was ook terug te zien in het woningbeleid van de jaren ’70 waarbij Surinaamse mensen uit bepaalde Nederlandse wijken werden geweerd. Tegelijkertijd namen mensen uit de voormalige koloniën hun positie in; ze werden schrijvers, artsen, politici, tv-persoonlijkheden, kunstenaars, ondernemers, wetenschappers etc.
Vanaf dan zie je een nieuwe generatie opstaan, die op de schouders van hun (voor)ouders staan. Deze activistische mensen zetten zich in 83
voor een gelijkwaardig Nederland. Dit zet zich in deze eeuw door in organisaties als stichting Nederland Wordt Beter, instituten als het NiNsee en the Black Archives en net als al langer bestaande initiatieven als Stichting Tong Tong en de Vereniging Ons Suriname. In dit tijdvak is ook de verwijzing naar moderne slavernij, een veel gehoord thema in de participatiebijeenkomsten.
Surinaamse gemeenschap uit de kraakwoningen in Bijlmermeer protesteren tijdens de behandeling van de begroting van 1975 door de Gemeenteraad van Amsterdam. Foto: Rob Croes / Nationaal Archief
De presentatie van dit tijdvak kent een mix aan uitingen, teksten, beelden, voorwerpen, sferen die ‘wie wij zijn’ representeren. De kracht, het toe-eigenen, het gemeenschappelijke en het unieke staan centraal. Het toont gemeenschappen en ‘peers’, in alle landen waar nazaten leven, het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname, Indonesië en de diaspora. Ook is er aandacht voor materiële en immateriële getuigenissen van hedendaagse erkenning, doorwerking, allianties en verzet. Dit wordt mede geïllustreerd met kunst, kleding, documenten, films, foto’s, archiefstukken en muziek. In dit deel is ook een zaal met wisselende hedendaagse kunst.
Woningbeleid Surinaamse Nederlanders jaren ’70
Tentoonstelling over het ontwerp voor het beeld Mama Baranke Baranka, het monument voor de moord van Kerwin Lucas/Duinmeijer door Nelson Carrilho, Amsterdam Museum.
Tentoonstelling Menyala over Molukkers in Drenthe, Drents Museum, Assen. Foto: Mudware/Mike Bink.
In de jaren 70 waren Surinamers niet welkom in bepaalde wijken, buurten, straten en portieken in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, ondanks hun Nederlandse nationaliteit. In deze tijd kwam er met zicht op de Surinaamse onafhankelijkheid een massale volksverhuizing op gang vanuit Suriname naar Nederland en de Nederlandse landelijke overheid zocht naar manieren om deze instroom te beperken. Een van deze manieren was het spreidingsbeleid. Van 1974 tot 1979 was dit spreidingsbeleid actief in Amsterdam en mochten er per portiek niet meer dan één gezin van een ‘etnische minderheid’ wonen. In sommige wijken en straten werden Surinamers volledig geweerd. Deze Surinamers kwamen terecht in pensions en sliepen hier in kleine ruimtes met veel mensen bij elkaar. In Amsterdam trokken veel Surinamers naar de Bijlmer, waar veel flats leeg stonden omdat deze nieuwe wijk niet bleek aan te slaan bij Nederlands woningzoekenden. Al snel werd deze wijk voor het grootste deel bewoond door Surinaamse Nederlanders. In deze tijd werd er gekraakt, geprotesteerd en gedemonstreerd. Door verschillende acties van belangengroepen werd het discriminerende element van het spreidingsbeleid onder het licht gebracht wat resulteerde in de formele afschaffing van het spreidingsbeleid. Bron: Heilbron, M. (2017, 14 oktober). ‘Niet voor Surinamers.’ Amsterdam sloot complete wijken voor niet-witte Nederlanders.
De Correspondent. https://decorrespondent.nl/7450/niet-voor-surinamersamsterdam-sloot-complete-wijken-voor-niet-witte-nederlanders/53c251b3-f7eb-0d7e-21772a7057260d1d
84
Vertel het hele verhaal
85
Een gebouw voor het hele verhaal
permanente opstelling en dat de routes door het museum gemakkelijk te wijzigen moeten zijn.
Het museum wint aan belang als het gebouw en de inrichting hiervan het museumconcept en de tijdvakken ondersteunt en versterkt. In de verkenning zijn – zoals toegelicht in hoofdstuk 2.4 – belangrijke uitgangspunten voor het gebouw afgesproken. Deze uitgangspunten hebben wij getoetst en verrijkt in de gesprekken tijdens de participatiebijeenkomsten en in onze bezoeken aan andere musea in Europees-Nederland en tijdens onze werkbezoeken aan o.a. de Verenigde Staten. Dit leidt tot een aantal aanvullingen en niet tot afwijkingen op de uitgangspunten zoals die al in de verkenning benoemd zijn.
Verder zijn het de mensen die het museum moeten dragen; het museum vertelt hun verhalen, legt hun pijn en woede bloot en reikt ze een helende hand bij de verwerking ervan. Dit vraagt om een gebouw - zoals ook in de verkenning staat en ook duidelijk bleek tijdens de participatiebijeenkomsten - waarin iedereen zich welkom en veilig voelt. Ook vraagt dit om een gebouw met veel aandacht voor de menselijke maat en een gebouw en omgeving die maximaal toegankelijk zijn voor een zo breed en divers mogelijk publiek. Verder moeten het gebouw en de omgeving ook uitnodigend zijn voor een publiek met weinig museale ervaring.
Als we nu zouden moeten schetsen op basis van het museumconcept hoe het museum er straks ruimtelijk zal uitzien, denken we aan drie of meer zones (puur als beeldvorming, de architect kan met een ander ontwerp komen). De vijf tijdvakken krijgen ieder hun eigen plek in deze zones en daarmee een eigen ruimtelijke vertaling. Zones:
Het gebouw moet bezoekers daarnaast ook uitnodigen om actief deel te nemen aan de programmering en om elkaar te ontmoeten. Op kleine schaal betekent dit een inrichting die hiertoe uitnodigt, bijvoorbeeld met zitjes, overzichtelijke ruimtes en een fijn museumcafé. Daarnaast is het de expliciete wens om een multifunctionele ruimte te hebben waar debatten, lezingen en andere bijeenkomsten georganiseerd kunnen worden. Deze kan ook gebruikt worden voor het tonen van delen uit de Afrikaanse diasporacultuur en immateriële elementen die alleen als uitvoerende kunst of ceremonieel getoond en beleefd kunnen worden. Verder stellen we voor om een openbaar toegankelijke entreehal te realiseren waarin iedereen - bezoekers maar ook andere geïnteresseerden welkom is en kennis kan maken met het museum.
• Er is een zone waar de bezoeker binnenkomt. Dit is waar tijdvak 1 “het hier en nu” zich afspeelt en fungeert als agora. In deze zone staat de bezoeker centraal. Dit is de centrale ruimte van het museum, gratis te bezoeken voor iedereen. Hier is het ontvangstgebied met een café-restaurant, een garderobe, een museumwinkel, een gebedsruimte en ruimten voor educatie, verdieping, onderling contact, voorstellingen en lezingen. En hier is ook het kenniscentrum, toegerust met werkplekken. Bezoekers kunnen er hier voor kiezen om naar de zone over de geschiedenis of naar de zone over de toekomst te gaan. • Er is een zone of zones waar het verleden wordt getoond. Mogelijk - maar het is aan de architect om dit in te vullen - daalt de bezoeker letterlijk af om diep de geschiedenis in te gaan. In deze zone of zones zijn de tijdvakken 2 “kraamkamers van beschaving”, 3 “de mens als product” en 4 “emancipatie & dekolonisatie” los van elkaar te bezoeken. • Tot slot is er een zone in het gebouw - mogelijk op de bovenste verdieping - waar de huidige tijd centraal staat, met doorwerkingen en perspectieven. Deze zone heeft een sfeer van hoop. Het laat zien hoe we allemaal met elkaar zijn verbonden, dat Nederland een geheel is met daarbinnen vele identiteiten, dat we in gelijkwaardigheid kunnen leven als we elkaars geschiedenis kennen.
In deze zone kunnen - naast tijdvak 5 “de weg naar gelijkheid” - ook tijdelijke tentoonstellingen plaatsvinden die uitgaan van communities en belanghebbenden. In het Nationaal Slavernijmuseum staan verhalen centraal en niet objecten. Voor het gebouw betekent dit, zoals ook in de verkenning is aangegeven, dat flexibiliteit van de expositieruimtes zeer belangrijk is. De verhalen die verteld worden, zijn in ontwikkeling en zullen continu aangevuld, geijkt en verrijkt worden. De tentoonstellingsruimtes, maar ook de ruimtes voor educatie, moeten daarom makkelijk opnieuw ingericht en aangepast en vergroot of verkleind kunnen worden. Zo kan ingespeeld worden op een breed scala aan verschillende tentoonstellingen en activiteiten. Soms is er misschien een tentoonstelling waar een grote ruimte voor nodig is en een andere keer zullen er misschien verschillende tentoonstellingen tegelijkertijd zijn. De flexibiliteit zit er bijvoorbeeld ook in dat bezoekers makkelijk moeten kunnen wisselen tussen de tijdvakken in de
86
Vertel het hele verhaal
Ook heeft het gebouw, zoals ook in de verkenning benoemd is, reflectieruimtes nodig. De reflectieruimtes zijn zo gesitueerd dat mensen er gemakkelijk op ieder moment van hun bezoek even kunnen gaan zitten om alles op zich te laten inwerken en eventueel met elkaar of anderen bespreken. Daar is ook altijd een museummedewerker aanwezig die de bezoeker hierin kan ondersteunen. Tot slot zijn er een aantal specifieke functies en wensen voor het gebouw, zoals onder andere naar voren is gekomen tijdens de participatiegesprekken, die een plek moeten krijgen. Zoals ruimte voor het kenniscentrum en het kindermuseum; en educatieve en/of workshopruimtes waar schoolklassen ontvangen kunnen worden en van waaruit ze uit kunnen stromen naar de exposities en waar zij ook activiteiten kunnen doen. Ook stellen we voor om een gemeenschappelijke keuken te realiseren. Samen koken is een vorm van culturele uitwisseling, zorgt voor betrokkenheid van verschillende publieksgroepen en leidt tot verbinding tussen mensen. Het succes van de Free Heri Heri for all maaltijden van KipRepublic, in 2023 bereid in de keuken van het Paleis op de Dam, laat dat mooi zien. In de participatiegesprekken kwam dan ook veelvuldig de vraag of het museum het gezamenlijk koken kon faciliteren in een publiekskeuken.
Verschillende deelnemers deden het aanbod om kookcursussen te geven als onderdeel van de museale randprogrammering en vroegen om tijdens feestdagen en vieringen uit diverse gemeenschappen specifieke gerechten te mogen koken in het museum om bezoekers daarmee kennis te kunnen laten maken. Het museum is uit een burgerinitiatief ontstaan en ook in het participatietraject kwam de wens naar voren voor een ruimte waar burgers zelf actief maatschappelijke verbinding aan kunnen gaan.
87
Tijdelijke tentoonstellingen
“Free Heri Heri for all” maaltijd wordt bereid in de keuken van het paleis op de Dam, KipRepublic 2023. Foto: Paul Wijsen
Alle uitgangspunten, behoeftes en wensen die belangrijk zijn voor het museumgebouw, hebben we in de afgelopen maanden uitgeschreven in een Programma van Eisen; een document met de ruimtelijke, functionele en technische eisen die belangrijk zijn voor het museumgebouw. Hierbij is ook veel aandacht voor duurzaamheid. Als je dit vertaalt naar het aantal vierkante meters dat nodig is, leidt dit tot een gebouw met een bruto vloeroppervlak van ca. 9.000 m², waarvan ca. 6.000 m² aan publieksruimten (andere ruimtes zijn bijvoorbeeld nodig voor de museumorganisatie en technische en facilitaire voorzieningen). Uitgaande van drie à vier bouwlagen zou de grondoppervlak van het museum dan ca. 3.000 m2 beslaan. Aan de architect(en) is het om – in de volgende fase - de vertaalslag te maken naar een architectonisch ontwerp. Het PvE biedt naar ons idee nog voldoende flexibiliteit voor de architecten en de toekomstige museale organisatie om het gebouw naar hun hand te zetten.
GLOBAAL OVERZICHT PUBLIEKE RUIMTEN
M2 BVO*
1.500
Tentoonstellingsruimten (o.a. kindermuseum):
3.100
Vaste expositiezalen klein (fno**): 2 x 150m2
400
•
Vaste expositiezalen groot (fno**) : 2 x 400m2
1100
•
Tijdelijke exposities klein (fno**): 2 x 150m2
400
•
Tijdelijke exposities groot (fno**): 2 x 400m
2
Bij de tijdelijke tentoonstellingen hoort ook een galerie met steeds wisselende kunst van hedendaagse kunstenaars, in samenwerking met museale en maatschappelijke partners. De tijdelijke tentoonstellingen zijn daarom essentieel als het gaat om verbinding met (inter)nationale gemeenschappen.
TOTAAL M2 BVO*
Entree en ontvangst
•
Naast de permanente opstelling van de vijf tijdvakken zal het Nationaal Slavernijmuseum zich ook manifesteren met tijdelijke tentoonstellingen. De rode draad in de tijdelijke exposities zal steeds zijn: vanuit het nu reflecteren op historie, actualiteit en toekomst. Het kan hier gaan over specifieke thema’s en verhalen, over onderbelichte perspectieven, maar er is ook ruimte voor blockbusters uit bijvoorbeeld het NMAAHC. Van een expositie over Black Panther tot een tentoonstelling over activisme of vormen van moderne slavernij; alles draagt bij aan geven van een intergenerationeel en gelaagd beeld over het Nederlandse slavernijverleden en de doorwerkingen daarvan in de huidige maatschappij.
Muher ku Patilla, Carlos Blaaker, tentoonstelling Africasupernova, DeKade, Amersfoort. Foto: Peggy Brandon