CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 DEF_Eindadvies Vertel het hele verhaal.pdf

RAAD 27 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland (VN2024-007214)31.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

13 alinea's met “presentatie”: 309 475 476 496 500 504 506 514 524 542 604 795 883

Plan voor de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum

t e h l e t r Ve l a a h r e v hele

Plan voor de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum

t e h l e t r Ve l a a h r e v hele Februari 2024 6

Vertel het hele verhaal

Inhoud

Inleiding8 Leeswijzer12

1.

Waarom

De leer van gemeenschap is de start van veranderen

1.1 Op de schouders van velen

15 16

Stevige schouders als krachtig fundament

17

Onze opdracht

21

Onze invulling van de opdracht

22

1.2 Keuzes uitgelegd

24

Verhouding tot verkenningsrapport

25

Words do matter

25

Verbreding van het verhaal

26

Samenwerking met Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten, Curaçao, Bonaire, Aruba en Suriname

30

2.

Wat

Laat het maar ongemakkelijk zijn

33

2.1 Met ons en door ons

34

Waarom participatie?

35

Over het participatietraject

38

Uitkomsten van het participatietraject

39

2.2 Wat wil het museum bereiken?

44

Missie45 Visie45 2.3 Museumconcept

46

Doelen47 Museologie48 Museale structuur

50

Doelgroepen52 2.4 Locatie, gebouw en park In gesprek over locatie, gebouw en park

54 56

Java-eiland57

2

Vertel het hele verhaal

Een krachtig gebaar door een hoogwaardige uitstraling

59

Een park als verrijking

61

Verder met het gesprek

62

3

3.

Hoe

 e doen dit samen; en dat laatste kan ik niet vaak W genoeg herhalen

3.1 Uitwerking museumconcept

4. 65 66

Wat is er nodig

 ij nazaten zijn de stoutste dromen van W onze voorvaderen

4.1 Organisatie

117 118

Tijdvakken68

Organisatiestructuur120

Een gebouw voor het hele verhaal

86

Codes en normen

124

Tijdelijke tentoonstellingen

89

4.2 Investering en exploitatie

126

Collectie Nationaal Slavernijmuseum

90

Beschikbare dekking

127

Educatie96

Fondsenwerving128

Kindermuseum97

Mogelijkheden voor het gebouw

129

Netwerkmuseum98

Een krachtig gebaar door een hoogwaardige uitstraling

130

Digitaal museum

Exploitatie vanaf opening

130

99

Aanloopprogrammering101 3.2 Kenniscentrum

4.3 Architectenselectie

134

104

De keus van architect en adviseurs

135

Kenniscentrum en samenwerkingen

105

Goed opdrachtgeverschap

138

Publiekscentrum voor familieonderzoek

106

Ontwerpend en uitvoerend architect

138

Digitale toegangspoort

108

Stappenplan139

3.3 Het museum maken we samen

110

Nawoord141

Permanente dialoog

111

Bijlage 1: bronvermelding

Netwerk van ambassadeurs

111

145

Fondsenwerving112

4

Vertel het hele verhaal

5

Het Nationaal Slavernijmuseum is niet alleen betekenisvol omdat het er is, het is een museum dat doet, dat bezoekers activeert, met groepen reflecteert, geschiedenis kleur geeft, gemeenschappen samenbrengt, gelijkwaardigheid stimuleert en mensen activeert die gelijkwaardigheid uit te dragen.

Participatiebijeenkomst in Arnhem. Foto: Jur Ruberti

6

Vertel het hele verhaal

7

Inleiding

Toen wij in september 2022 startten, waren wij ons bewust van de uitzonderlijke en bijzondere opdracht die voor ons lag. Hoe bijzonder deze precies was, leerden wij gaandeweg, met en dankzij de vele gesprekspartners die wij tijdens deze indrukwekkende, letterlijke en spreekwoordelijke reis ontmoetten. Honderden gesprekken voerden we in het hele Koninkrijk en daarbuiten. Van Groningen tot Maastricht en van Overijssel tot Zuid-Holland, op de eilanden Sint-Eustatius, Saba, Sint-Maarten, Curaçao, Aruba, Bonaire en in Suriname. Gesprekken met duizenden mensen over de betekenis, de inhoud, de locatie en het gebouw van het toekomstig Nationaal Slavernijmuseum. Maar meer nog waren het gesprekken over de onderliggende emoties bij dit levensgrote en bepalende thema. Intens verdriet, woede, maar ook trots en hoop kwamen voorbij tijdens de vele publieks- en participatiebijeenkomsten, werkbezoeken, individuele en groepsgesprekken in binnen- en buitenland. Bij onze gesprekspartners én bij onszelf. Met elkaar (her)ontdekten we de kracht van luisteren, de helende werking van de dialoog en het gewicht van woorden. Drie niet te onderschatten, zeer belangrijke elementen die in het fundament van het Nationaal Slavernijmuseum vervlochten moeten zijn en blijven.

Voor u ligt het plan voor de oprichting en realisatie van het Nationaal Slavernij­museum in Amsterdam. Het plan gaat in op alle onderdelen van het museum: voor, tijdens en na de bouw en de opening ervan. Het is een veelomvattend plan voor een museum met een groot maatschappelijk belang, een zwaarwegende opdracht die wij als kwartiermakers museaal, maatschappelijk en fysiek heel serieus hebben genomen. 8

Vertel het hele verhaal

Werkelijk ieder gesprek raakte ons. Elk verhaal droeg bij aan een completer beeld van en een vollediger verhaal over de geschiedenis van het Nederlandse slavernijverleden en de effecten daarvan in het hier en nu op mens en maatschappij. Steeds weer werd de wens maar vooral de noodzaak benadrukt om het hele verhaal te vertellen. Een verhaal over onderdrukking, groot verdriet en idem leed, over woede en intergenerationeel trauma. En ook een verhaal over weerbaarheid, strijdvaardigheid en verzet, over helden, vrijheidsstrijders, die zich dapper naar een menswaardig bestaan vochten. Maar bovenal een verhaal waarin geloof, kracht, hoop en verbinding de rode draad vormen. Altijd en ondanks alles. Het Nederlandse slavernijverleden is een op zichzelf staand verhaal dat, ondanks vele raakvlakken, niet te vergelijken is met bijvoorbeeld de geschiedenis van de Afro-Amerikanen in de Verenigde Staten, of van de Afrikaanse diaspora in Haïti of Guadeloupe. Tegelijkertijd zijn al deze verhalen onderdeel van de wereldgeschiedenis die ons allemaal met elkaar heeft versmolten en verbindt. Het Nederlandse slavernijverleden is persoonlijk. Deze voor velen zeer gevoelige periode in de geschiedenis verbindt ons allemaal, tegen wil en dank. Dat maakt dat het Nationaal Slavernijmuseum, meer nog dan een museum, een veilig huis symboliseert voor al haar bezoekers, ongeacht kleur of afkomst.

Het is de reden dat het museum, dat weliswaar fysiek in Amsterdam komt, wereld­wijd duizenden mede-eigenaren heeft. In Europees-Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname, het Indisch-Oceanisch gebied, de Indonesische Archipel, Zuid-Afrika en op vele andere plekken in de wereld waar de sporen van het Nederlands slavernijverleden zichtbaar en voelbaar zijn.

9

In het Nationaal Slavernijmuseum krijgen orale tradities en immaterieel erfgoed een belangrijke plek, worden eeuwenoude eenzijdige verhalen onder de loep genomen en verrijkt met ‘de andere kant van het verhaal’. Hierdoor heeft het museum een wezenlijke impact op mens en maatschappij. Want alleen het volledige, hele verhaal heelt. Het creëert vertrouwen in jezelf, de ander en de toekomst, en daarmee vruchtbare grond voor een gelijkwaardige maatschappij. Het toekomstig museum vertelt dat helende verhaal, volledig en authentiek, gezamenlijk en in al haar facetten, op verschillende manieren en uit verschillende perspectieven, in een toegankelijk, iconisch gebouw, op een centrale, waardige en prominente plek. Er is in het Nederlands Koninkrijk een groep mensen die de urgentie van een museum over het Nederlands slavernijverleden nog niet ziet. Zij voelen geen persoonlijke verbinding met het onderwerp. Ook voor deze belangrijke groep kan het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam verschil maken. Door onderbouwde nieuwe kennis te bieden, te luisteren naar wat er leeft en respectvolle dialogen daarover aan te gaan, bouwen we een brug van het gedeelde verleden, via het hoopvolle heden naar een schitterende, gezamenlijke toekomst. Een brug gebaseerd op historische feiten, wederzijds begrip, respect en gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Want de Nederlandse slavernijgeschiedenis is van ons allemaal! Peggy Brandon John Leerdam David Brandwagt

Kwartiermakers John Leerdam, Peggy Brandon en David Brandwagt. Foto: Isaac Owusu

10

Vertel het hele verhaal

11

Leeswijzer

Ons plan bestaat uit vier delen. Elk deel maakt het museum een stap concreter. In het eerste deel “Waarom | De leer van de gemeenschap is de start van het veranderen” beschrijven wij de kaders en de achtergrond waarbinnen wij dit plan hebben geschreven. Ook lichten we in dit deel belangrijke inhoudelijke keuzes toe, zoals de woordkeuze, de inhoudelijke scope van het museum en de museologie. In het tweede deel “Wat | Laat het maar ongemakkelijk zijn”, delen we de uitkomsten van het participatietraject, werken we de missie en visie van het museum uit, presenteren we het museumconcept en doen we een voorstel voor locatie, gebouw en park. In het derde deel, “Hoe | We doen dit samen; en dat laatste kan ik niet vaak genoeg herhalen”, werken we het museumconcept verder uit, presenteren we een voorstel voor het kenniscentrum en doen we een voorstel voor het voortzetten van de participatie en een aanloopprogramma. In het vierde, laatste deel, “Wat is er nodig | Wij nazaten zijn de stoutste dromen van onze voorvaderen”, geven wij adviezen over hoe de organisatie eruit kan zien, welke financiële middelen er nodig zijn om het museum te realiseren en over de aanpak van de architectenselectie. De titels van de vier verschillende delen zijn afkomstig uit de spoken word die woordkunstenaar Sergio Edwards voordroeg tijdens de publieksbijeenkomst in Utrecht.

Participatiebijeenkomst in Amsterdam Centrum. Foto: Isaac Owusu

12

Vertel het hele verhaal

13

m o r a a W

1. De leer van gemeenschap is de start van veranderen

14

Vertel het hele verhaal

15

1.1 Op de schouders

van velen

Stevige schouders als krachtig fundament Het initiatiefvoorstel Een stap naar erkenning van het Amsterdamse slavernijverleden van de leden Blom, Duijndam en Mbarki uit 2017 in de Amsterdamse gemeenteraad was de officiële start voor het oprichtingsproces van het Nationaal Slavernijmuseum. De stappen die sinds 2017 zijn gezet, maken het mogelijk dat wij als kwartiermakers nu kunnen adviseren over concrete vervolgstappen. Onofficieel wordt er al veel langer gewerkt aan de oprichting van dit museum. Generaties activisten, kunstenaars, politici en maatschappelijke organisaties strijden al decennialang om het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden onderdeel te maken van ons collectieve bewustzijn.

Denk dan bijvoorbeeld aan de publicatie Wij slaven van Suriname van Anton de Kom in 1934, de publicatie van Alledaags Racisme van Philomena Essed in 1984, de tentoonstelling Wit over Zwart van Felix de Rooy in het Amsterdamse Tropenmuseum eind jaren ’80, de oprichting van het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark in 2002 aangevoerd door het Landelijk Platform Slavernijverleden (LPS) onder leiding van Barryl Biekman, de daaruit volgende oprichting van het NiNsee met onder andere de tentoonstelling Doorbreek de stilte en het herijken van de Canon van Nederland in 2020 met het aanvullen van een meerstemmig perspectief en Anton de Kom als een van de vijftig vensters op de Nederlandse geschiedenis.

Aan de totstandkoming van het Nationaal Slavernij­museum ging een decennialange strijd van ouders en voorouders vooraf. De wens voor een museum over het Nederlandse slavernijverleden is veelvuldig door hen uitgesproken. Wij staan op hun schouders. En op de schouders van de raadsleden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA) die het initiatief­voorstel voor het museum in 2017 indienden in de Amsterdamse gemeenteraad. Ook voelen wij ons gedragen door de schouders van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (verder: NiNsee), Museum zonder Muren en IZI Solutions, die gezamenlijk het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders schreven. 16

Vertel het hele verhaal

Het afgelopen jaar kwam deze ontwikkeling in een stroomversnelling: op 19 december 2022 bood demissionair minister-president Mark Rutte namens de Nederlandse staat excuses aan voor het slavernijverleden. Er volgden vele betekenisvolle momenten, zoals het eerherstel van Anton de Kom op 19 juni 2023, de excuses en het verzoek om vergiffenis door koning Willem-Alexander op 1 juli 2023 en de rehabilitatie van Tula op 3 oktober 2023. Het herdenkingsjaar slavernijverleden - om de 150/160-jarige afschaffing van de slavernij te herdenken - startte op 1 juli 2023 en duurt tot en met 1 juli 2024. De oprichting van het Nationaal Slavernijmuseum is onlosmakelijk verbonden met de hierboven beschreven gebeurtenissen. De strijd, het verzet, de kracht, de moed en de hoop van alle betrokkenen maken dat wij nu mogen werken aan de oprichting van dit belangrijke museum. Het is onmogelijk al hun namen te noemen, maar we zijn ze allemaal even dankbaar.

17

Nationale Herdenking Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam. Na de 150/160-jarige afschaffing van de slavernij biedt koning Willem-Alexander zijn excuses aan voor het slavernijverleden van de Nederlandse staat. Foto: ANP/Sandra Uittenbogaart

18

Vertel het hele verhaal

19

Voortraject Het initiatiefvoorstel dat de raadsleden Blom, Duijndam en Mbarki op 30 juni 2017 indienden, kreeg de unanieme steun van de Amsterdamse gemeenteraad. Aansluitend hierop kon in het najaar van 2018 iedereen een voorstel indienen voor het uitvoeren van een verkenning. De beoordelingscommissie onder leiding van Kathleen Ferrier ontving veertien voorstellen. In het rapport Historisch besef, vruchtbare toekomst werd hiervan verslag gedaan. De beoordelingscommissie adviseerde het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een voorverkenningsfase te laten uitvoeren door drie partijen die samen de Regiegroep Nationaal trans-Atlantisch Slavernijmuseum (NTASM) zouden vormen: (1) IZI Solutions, (2) Stichting Museum zonder Muren en (3) Stichting Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee). Vanaf 2019 was ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (verder: ministerie van OCW) betrokken bij de totstandkoming van het Nationaal Slavernijmuseum. De werkzaamheden van de Regiegroep leverden in mei 2021 het rijke verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders op.

Deze verkenning biedt een eerste inzicht in het verhaal dat in het museum verteld zal worden, geeft inzicht in de doorwerking in het heden, beschrijft globaal een museaal concept en ging in op de rol van kennis en onderzoek, de collectie, de beoogde doelgroepen en de programmering. Het ministerie van OCW en de gemeente Amsterdam vroegen daarop gezamenlijk om advies over het verkenningsrapport aan de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad. De raden kwamen in november 2021 met een positief advies. Ze zagen een duidelijke noodzaak voor een slavernijmuseum als belangrijke aanvulling op het Nederlandse museale landschap en legden in hun advies o.a. de nadruk op verbreding van de scope van het museum (zie voor de paragraaf over “verbreding van het verhaal” in hoofdstuk 1.2), en een nieuw, groot en iconisch museumgebouw.

Onze opdracht In september 2022 kregen wij van de gemeente Amsterdam en de Rijksoverheid de opdracht invulling te geven aan de definitiefase voor het Nationaal Slavernijmuseum. Deze definitiefase volgde na een uitgebreid voortraject, zoals hiernaast omschreven in de kadertekst over het voortraject. Wij kregen de opdracht om een museaal ondernemingsplan te ontwikkelen met concrete details over hoe het museum eruit gaat zien, zowel inhoudelijk als orga­ni­sa­torisch. Het streven is door te groeien naar een zelfstandige organisatie, gedragen door de samenleving, met het Nationaal Slavernijmuseum als waardevolle toevoeging aan het culturele aanbod. De opdracht omvatte een aantal onderdelen: • het opstellen van een museaal ondernemingsplan; • een verdere uitwerking van het inhoudelijk programma; • de keuze voor een locatie en een omschrijving voor het gebouw; • een doorrekening van de kosten van het museum; • het voortzetten van het participatietraject om draagvlak te behouden en vergroten. Met het voorliggende plan, het participatieverslag en diverse onderliggende stukken ronden wij deze fase af. In dit stuk nemen wij u mee in deze onderdelen. Daarnaast doen we een voorstel voor hoe de museumorganisatie de komende jaren stapsgewijs opgebouwd kan worden en hoe het kenniscentrum - onderdeel van het Nationaal Slavernijmuseum - eruitziet.

In nauwe samenwerking met het ministerie van OCW besloot de gemeente Amsterdam in januari 2022 een volgende stap te zetten in de realisatie van het Nationaal Slavernijmuseum. In september 2022 begonnen Peggy Brandon (kwartiermaker museaal), John Leerdam (kwartiermaker maatschappelijk) en David Brandwagt (kwartiermaker fysiek) aan hun opdracht.

20

Vertel het hele verhaal

21

Onze invulling van de opdracht Bij de start van de opdracht werd al gauw duidelijk dat een uitgebreid bottom-up participatietraject de enige manier is om tot een breed gedragen museum te komen, zowel lokaal, nationaal als internationaal. Tijdens dit participatietraject spraken we met gesprekspartners zoals culturele instellingen en grassroots organisaties, maar ook met duizenden personen die zich betrokken voelen bij dit onderwerp. Er vonden vele participatiebijeenkomsten plaats in het hele Koninkrijk en Suriname. De uitkomsten van dit participatietraject zijn leidend voor het museumconcept, de locatie en het gebouw.

Herdenkingsjaar Slavernijverleden Tussen 1 juli 2023 en 1 juli 2024 vindt het Herdenkingsjaar Slavernij­ verleden plaats in het kader van de 150/160-jarige afschaffing van de slavernij in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Tijdens het herdenkingsjaar vinden er in het hele Koninkrijk activiteiten plaats die aandacht geven aan het slavernijverleden en bewustwording hierover. We hebben waar mogelijk aangesloten bij de activiteiten die werden georganiseerd.

Ook werd ons duidelijk dat het voor het Nationaal Slavernijmuseum cruciaal is dat het hele Koninkrijk - bestaande uit Europees-Nederland, Curaçao, Bonaire, Aruba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Saba - en Suriname verbonden zijn met dit museum. De slavernij speelde zich namelijk niet in Europees-Nederland af, maar juist in het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname, de Indonesiche Archipel en andere voormalige koloniën van Nederland. Om deze reden vonden onze eerste participatiebijeenkomsten plaats in het Caribisch deel van het Koninkrijk en in Suriname.

Bigi Spikri optocht, 1 juli 2023. The Black Archives. Foto: Burobraak, Silver Bosch

Kort na de start van onze opdracht bood demissionair minister-president Mark Rutte namens de Nederlandse staat excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden. Hoewel de excuses losstaan van het slavernijmuseum, waren deze wel degelijk van invloed op de ontwikkeling van het museum. Ze zorgden voor extra momentum voor het museum. Tegelijkertijd straalden de gemengde ontvangst en het lastige totstandkomingsproces van de excuses af op het slavernijmuseum. Dit kwam vooral tot uiting toen wij als kwartiermakers begin januari 2023 de eerste delegatie waren die na de excuses een bezoek bracht aan Suriname, Curaçao, Sint-Eustatius, Saba, Sint-Maarten, Bonaire en Aruba. De keuze voor een bottom-up participatietraject, voor nauwe samenwerking met het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname én de excuses, maakten gezamenlijk dat onze opdracht om tot een waardig, toegankelijk, breed gedragen Nationaal Slavernijmuseum met internationaal netwerk te komen veelomvattender bleek dan verwacht. Het oprichten van dit belangrijke museum en het daarbij behorende netwerk vraagt om een open, empathische, liefdevolle houding en daar is tijd voor nodig.

Niet een punt, maar een komma. 22

Vertel het hele verhaal

Proces na de komma Op 19 december bood demissionair minister-president Mark Rutte namens de Nederlandse staat excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden en werd de kabinetsreactie op het rapport van bevindingen van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden Ketenen van het verleden verstuurd. In deze kabinetsreactie werden verschillende toezeggingen gedaan. Zo werd er een fonds van 200 miljoen in het leven geroepen voor de omgang met het trans-Atlantische slavernijverleden, werd er een regiegroep ingesteld die werkt aan een onderzoeksagenda over het slavernijverleden en komt er een Herdenkingscomité. Ook kunnen nazaten van tot slaaf gemaakte mensen achternamen die voortkomen uit of terugwijzen naar het slavernijverleden, kosteloos wijzigen. In deze kabinetsreactie werd ook expliciet benoemd dat het kabinet de ontwikkeling van het Nationaal Slavernijmuseum van groot belang acht. Rutte sloot zijn speech niet af met een punt, maar met een komma.

23

1.2 Keuzes uitgelegd

Verhouding tot verkenningsrapport In mei 2021 publiceerde de regiegroep NTASM het rapport Met de kracht van voorouders. Een weloverwogen rapport dat steunt op drie rijke deelrapporten van het NiNsee, het Museum zonder Muren en IZI Solutions. In hun rapport doet de regiegroep al concrete voorstellen voor de positionering, het museale concept en het vervolgproces. In ons plan bouwen wij zo veel mogelijk voort op de waardevolle adviezen uit het verkenningsrapport. Wij zien dit plan daarom als een verdieping en concretisering van het verkenningsrapport. We hebben dit gedaan door het uitgebreide bottom-up participatietraject dat wij ruim een jaar lang hebben uitgevoerd en waarvan de uitkomsten de basis vormen voor dit plan. Naast al het voorwerk van de regiegroep, zijn de uitkomsten van het participatietraject leidend voor het museumconcept, het gebouw en de locatie. Daar waar we in dit plan afwijken van het rapport Met de kracht van voorouders leggen we dit uit.

Words do matter Over het gewicht van de woorden die wij in dit plan gebruiken, hebben wij zorgvuldig nagedacht. Om recht te doen aan de gevoelens rondom het complexe slavernijverleden dat vandaag nog steeds doorwerkt in mens en maatschappij, is het belangrijk om de juiste woorden te kiezen. Woorden kunnen immers verbinden, maar ook pijn doen. Dit werd vaak onderstreept tijdens de participatieen publieksbijeenkomsten. Het Nationaal Museum van Wereldculturen (nu Wereldmuseum) publiceerde in 2018 al Woorden doen ertoe - Een Incomplete Gids voor woordkeuze binnen de culturele sector, een ‘work in progress’ publicatie, die niet beoogt allesomvattend te zijn maar als basis wil dienen om bij te dragen aan inclusief en bewust taalgebruik. Hier konden wij op aansluiten bij het maken van woord- en taalkeuzes.

Het Nederlandse slavernijverleden beperkt zich niet tot de trans-Atlantische slavernijgeschiedenis. Om de complexiteit, betekenis en doorwerking van de transAtlantische slavernijgeschiedenis goed uit te leggen, moet ook aandacht besteed worden aan het gedeelde verleden met Zuid-Afrika, Indonesië en vele andere delen van de wereld. Om recht te doen aan de vele persoonlijke verhalen die ons zijn toevertrouwd en de gevoelens rondom het complexe slavernijverleden dat nog steeds doorwerkt in mens en maatschappij, is het belangrijk om de juiste woorden te kiezen. Woorden kunnen immers verbinden, maar ook pijn doen. 24

Vertel het hele verhaal

Onze uitgangspunten bij woord- en taalkeuze zijn de volgende: • Vertel het hele verhaal: het Nederlandse slavernijverleden duurde meer dan drie eeuwen en was geografisch verspreid over de hele wereld. Dit maakt het een complex verhaal om te vertellen. We kiezen ervoor om woorden te gebruiken die aansluiten bij het hele verhaal. Zo kiezen we ervoor om bijvoorbeeld in 2023 te spreken over de 150/160-jarige afschaffing van de slavernij. Hiermee gedenken we het officiële jaar dat de slavernij door Nederland werd afgeschaft in 1863, maar maken we ook inzichtelijk dat mensen in Suriname gedwongen werden om nog tien jaar door te werken. Een ander voorbeeld is dat we consequent spreken over Europees-Nederland. Hiermee maken we duidelijk dat er ook een CaribischNederland bestaat dat onderdeel is van dit land. Samen met de landen Curaçao, Aruba en Sint-Maarten vormen Europees-Nederland en Caribisch-Nederland het Koninkrijk.

25

• Gebruik geen woorden die pijn doen: het Nationaal Slavernijmuseum wil begrip, connectie en empathie vergroten binnen en tussen verschillende gemeenschappen. Dit kan alleen door verbindende woorden te kiezen. • Benadruk de menselijkheid: een tot slaaf gemaakte is een mens met wensen, dromen, kennis, liefde, pijn en angsten. Deze menselijkheid heeft een centrale plek in dit plan en in het museum. Een tot slaaf gemaakt mens was niet alleen een slachtoffer binnen een systeem, maar een persoon met skills, kracht, identiteit, verzet en waardigheid. We spreken dus niet van tot slaaf gemaakten, maar van tot slaaf gemaakte mensen. • Communiceer in verschillende talen: we communiceren in het Papiaments, het Engels en het Nederlands, allemaal officiële talen binnen het Koninkrijk. Een samenvatting van dit plan - evenals het integrale participatieverslag - zal gepubliceerd worden in het Papiaments, Nederlands en Engels.

Verbreding van het verhaal In september 2022 kregen wij de opdracht van de gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW om de trans-Atlantische slavernijgeschiedenis als vertrekpunt en kernverhaal van het museum te handhaven en tegelijkertijd te bezien hoe vanaf de start het brede verhaal van het Nederlandse slavernijverleden verteld kan worden. Deze verbreding is een expliciet besluit geweest van onze opdrachtgevers en was onderdeel van onze opdracht. De opdracht tot verbreding komt voort uit het advies van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad over de Nationale museale voorziening slavernijverleden. De raden gaven aan dat het waardevol en noodzakelijk is om “de interactie, overeenkomsten en verschillen tussen de Nederlandse koloniale slavernij in de Indonesische archipel, Indische Oceaan en Atlantische Oceaan te onderzoeken”. Volgens de raden “heeft juist een nationaal museum over het slavernijverleden de taak om structureel een compleet beeld te geven van de koloniale slavernij die onder Nederlands regime heeft plaatsgevonden”. Deze wens om het brede verhaal te vertellen in het Nationaal Slavernijmuseum hoorden wij onder andere tijdens de verschillende participatiebijeenkomsten in Europees-Nederland veelvuldig terug.

Daarnaast zijn wij er ons ook van bewust dat het initiatief voor het Nationaal Slavernijmuseum uit de Afro-Caribische en AfroSurinaamse gemeenschappen komt. Tijdens de participatiebijeenkomsten en gesprekken daarbuiten hebben we de gevoeligheden in de verschillende gemeenschappen gevoeld, gehoord en begrepen. Veel mensen voelen zich comfortabel bij de verbreding, maar niet iedereen. En dat snappen we goed. Zo leeft er het gevoel dat er door de verbreding van de scope geen recht gedaan wordt aan het Afrikaans-Atlantische perspectief. In het museale concept is daar een vorm voor gevonden.

26

Vertel het hele verhaal

Participatiebijeenkomst in Den Haag. Foto: Jassir Goedkroon

27

Feit is dat Nederland als kolonisator actief was in meer dan 30 landen en deze verhalen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook het verhaal van de transAtlantische slavernijgeschiedenis valt niet te vertellen zonder de connecties, gelijkenissen en verbindingen met de Nederlandse koloniale slavernij in de Indonesische archipel, Indische Oceaan en Atlantische Oceaan te benoemen. In verschillende tentoonstellingen, zoals de tentoonstelling Slavernij in het Rijksmuseum en de tentoonstelling Onze koloniale erfenis in het Wereldmuseum Amsterdam is deze verbreding al op een evenwichtige manier gepresenteerd. Wij zijn ons ervan bewust dat dit een maatschappelijk gesprek in ontwikkeling is. Dit gesprek is ook tijdens onze opdracht veranderd door groeiende aandacht voor het niet-aflatende werk van gemeenschappen, het Herdenkingsjaar Slavernijverleden en de excuses van demissionair minister-president Mark Rutte en van de koning. Steeds meer gemeenschappen voelen zich betrokken bij en onderdeel van het Nationaal Slavernijmuseum. Tot de opening van het museum in 2030 blijft dit in ontwikkeling doordat er steeds meer bewustzijn ontstaat. Mogelijk ziet het gesprek er in 2030 opnieuw anders uit dan vandaag. Essentieel is dat het museum ruimte biedt om deze ontwikkeling te volgen en een plek te geven.

Het museum is al begonnen met programmeren en participeert tot de opening in 2030 met de betrokken gemeenschappen. Dit gesprek is hier nadrukkelijk onderdeel van.

Winst uit cultuurstelsel gebruikt om eigenaren van tot slaaf gemaakte mensen uit te kopen Geen enkele historische gebeurtenis staat op zichzelf. De talloze plekken op de wereld die Nederland aandeed met haar schepen zijn met elkaar verbonden, tegen wil en dank - juist door die inmenging van buitenaf. Doordat er steeds meer onderzoek wordt gedaan naar de slavernijgeschiedenis, wordt de verbinding tussen al deze gebieden waar Nederland actief was steeds zichtbaarder. Zo onderzocht Matthias van Rossum het ‘cultuurstelsel’ in Nederlands-Indië. Het cultuurstelsel, dat de Nederlandse koloniale staat begin 19e eeuw had ingevoerd, hield in dat de bevolking “tegen schamele vergoedingen gedwongen werd op een vijfde deel van de grond koffie, thee en andere commerciële agrarische producten te produceren en af te dragen (cultuurstelsel). Daarnaast werden ze gedwongen om zogenoemde ‘herendiensten’ te verrichten, te werken aan de koloniale infrastructuur van wegen, spoor, water- en irrigatiewerken. Dit gebeurde onder slechte omstandigheden en leidde tot hoge sterfte. Het verzet was grootschalig….” Dit cultuurstelsel bracht de Nederlandse staatskas enorm veel op, een derde tot zelfs de helft van de inkomsten voor de schatkist.

Dit geld werd in Nederland niet alleen gebruikt om staatsspoorwegen aan te leggen, maar ook het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg werden in deze periode afgegraven, waardoor de Amsterdamse en Rotterdamse havens hun tot de dag van vandaag strategische positie verkregen. De opbrengsten uit het cultuurstelsel werden ook gebruikt om bij de afschaffing van de slavernij de eigenaren van tot slaaf gemaakte mensen uit te kopen. BRON: VK Ons koloniale verleden – aflevering 21 - Matthias van Rossum

Steeds meer gemeenschappen voelen zich betrokken bij en onderdeel van het Nationaal Slavernijmuseum. 28

Vertel het hele verhaal

29

Samenwerking met Saba, Sint-Eustatius, SintMaarten, Curaçao, Bonaire, Aruba en Suriname In het vorige hoofdstuk beschreven we al dat het voor het Nationaal Slavernijmuseum cruciaal is dat het hele Koninkrijk - bestaande uit Curaçao, Bonaire, Aruba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten, Saba en Europees-Nederland - in verbinding staat met dit museum. Daarnaast is ook de stem van Suriname en de Surinaamse gemeenschap in Europees-Nederland van groot belang, omdat de Afro-Surinaamse gemeenschap samen met de Caribische gemeenschap het initiatief voor dit museum heeft genomen. De betrokkenheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname zijn cruciaal voor het succes van het museum in Europees-Nederland. Hun geluid mag absoluut niet vergeten worden. Een groot deel van de trans-Atlantische slavernij speelde zich namelijk daar af en is daar vandaag de dag nog steeds zichtbaar en voelbaar. Gedurende onze opdracht zagen we hoe het Nationaal Slavernijmuseum recht zou doen aan de verhalen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname. In de wetenschap dat lokale bronnen belangrijk zijn, hebben we goed geluisterd naar de wensen en gevoelens van de mensen in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daar hebben wij veel van geleerd. Ook in het participatietraject gingen we zo veel mogelijk in gesprek met mensen in het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname.

Zo vonden de eerste participatiebijeenkomsten daar plaats in januari 2023, waren kwartiermakers John Leerdam en Peggy Brandon aanwezig bij de rehabilitatie van Tula in oktober 2023 en nodigden we een delegatie erfgoedprofessionals uit om aanwezig te zijn bij onze conferentie “To build a museum” in oktober 2023. Deze activiteiten werden georganiseerd in nauwe samenwerking met het ministerie van OCW, het ministerie van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, de Gemeente Amsterdam en de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Daarnaast sloten we zo veel mogelijk aan bij bezoekende delegaties uit het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname en hielden we nauw contact met de gevolmachtigd ministers en vertegenwoordigers van het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname. Ook was er via de Erfgoedacademie contact met erfgoedprofessionals aldaar. In de vervolgfase van het museum adviseren we dat er op eenzelfde manier samengewerkt en geparticipeerd gaat worden met verschillende landen in WestAfrika, het Indisch-Oceanisch gebied, de Indonesische archipel en Zuid-Afrika. Uit de verschillende gesprekken aldaar kwam een aantal belangrijke signalen naar voren: • Op de eilanden en in Suriname werken volgens velen principes uit het slavernijverleden nog steeds door. Bijvoorbeeld de ‘zwijgcultuur’, een cultuur waarin mensen niet over hun pijn en emoties praten.

Door in het museum hierop in te gaan (wat betekent het, waar is het ontstaan, wat was toentertijd het nut en hoe werkt het nu) neem je bezoekers mee naar het heden. Alhoewel de zwijgcultuur in het heden nog steeds in het systeem van velen zit, wil een nieuwe, jonge generatie juist praten over de pijn en emoties van hun (voor)ouders. Door dit af te pellen, ontstaat er inzicht en ruimte voor heling en verandering.

30

Vertel het hele verhaal

• De relatie tussen Europees-Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk is kwetsbaar. Tegelijkertijd is de behoefte aan verbinding met en inhoudelijke aansluiting op het Nationaal Slavernijmuseum in Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten en in Suriname groot. Erfgoedprofessionals, politici en maatschappelijke organisaties willen direct aangesloten zijn op wat er in het museum in Amsterdam gebeurt. Een nauwe samenwerking met het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam is hierin een eerste stap en een concrete vertaling van het museum als netwerkmuseum. • We zijn ervan doordrongen dat er consistente opvolging gegeven moet worden aan de belofte om consequente terugkoppeling te geven over de ontwikkelingen rondom het museum. Ook moeten we de landen en bijzondere gemeenten betrekken bij inhoudelijke beslissingen over de inhoud van het museum. Er moet sprake zijn van een permanente dialoog. Dit kan bijvoorbeeld middels digitale ontmoetingen, de nieuwsbrief en werkbezoeken. • Dat de gemeente Amsterdam en de Nederlandse Rijksoverheid investeren in een slavernijmuseum in Amsterdam wordt door velen positief ervaren, maar is voor een groep betrokkenen ook moeilijk. Men heeft het gevoel dat er niet gelijkwaardig wordt geïnvesteerd in het verleden, het heden en de toekomst als het gaat over het gedeelde slavernijverleden.

Het is daarom voor sommigen onbegrijpelijk dat het slavernijmuseum in Amsterdam komt te staan en niet op de plek(ken) waar de slavernij plaatsvond. • Tot slot hebben de eilanden de vurige wens om ook een eigen plek te krijgen waar men stil kan staan bij het slavernijverleden. Wij begrijpen deze wens goed en ondersteunen deze ook. Zo zou het Nationaal Slavernijmuseum een belangrijke partner kunnen zijn voor instellingen met een soortgelijke opdracht in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Wel benadrukken wij dat een bijdrage hieraan geen onderdeel is van de opdracht die wij als kwartiermakers hebben gekregen van de gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW. We leggen deze wens neer bij het ministerie van OCW en het ministerie van BZK die bezig zijn met het geven van inhoudelijke opvolging aan de excuses. Al met al is een goede band en directe verbinding met elkaar van groot belang. We hebben elkaar nodig en delen een missie. Dit kan alleen door de komende jaren permanent en open met elkaar in gesprek te blijven. Dit doen we bijvoorbeeld door digitale en fysieke ontmoetingen te blijven organiseren, elkaar goed op de hoogte te houden van ontwikkelingen in het Europese en het Caribische deel van het Koninkrijk, uitwisselingen te organiseren en samen te werken aan tentoonstellingen en programma’s. In de uitwerking van het museumconcept komt dit terug.

31

W at

2. Laat het maar ongemakkelijk zijn

32

Vertel het hele verhaal

33

2.1 Met ons

en door ons

Een uitgebreide beschrijving van het participatietraject en de hierbij horende uitkomsten zijn opgenomen in het participatieverslag, dat wij tegelijkertijd met dit plan presenteren. In dit hoofdstuk zijn de beschrijving van het participatietraject en de belangrijkste uitkomsten daarom als samenvatting opgeschreven.

Waarom participatie? Er zijn verschillende redenen waarom een participatietraject zo belangrijk is: • Het is voor dit museum belangrijk dat er zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak is. Het organiseren van participatiebijeenkomsten zorgt ervoor dat mensen zich mede-eigenaar voelen van het museum en er samen met ons voor willen zorgen dat het museum er komt.

Tussen januari en december 2023 organiseerden we een uitgebreid participatietraject, waarin persoonlijke verhalen centraal stonden. Om te begrijpen waarom Nederland eruitziet zoals het eruitziet, zijn deze persoonlijke verhalen cruciaal. Want pas als je weet waar je vandaan komt en op wiens schouders je staat, kun je bepalen waar je heengaat, als mens en maatschappij. Daarnaast is breed draagvlak voor dit museum - van Friesland tot Noord-Brabant, van Gelderland tot ZuidHolland en op de vele andere plekken waarmee Nederland een slavernijverleden heeft - cruciaal. Om deze persoonlijke verhalen op te halen en dit draagvlak te creëren organiseerden we het afgelopen jaar vele participatiebijeenkomsten in Europees-Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname. De uitkomsten van dit participatietraject zijn leidend voor de missie en visie van het museum, voor het museumconcept, de locatie en het gebouw. Het is van groot belang dat er zorgvuldig opvolging wordt gegeven aan dit participatietraject tot aan de opening van het museum en daarna. 34

Vertel het hele verhaal

• We willen zo goed mogelijk horen wat mensen verwachten van dit museum. Dat gaat verder dan alleen het ophalen van de verhalen. Welke faciliteiten moeten er bijvoorbeeld aanwezig zijn in het gebouw? En wat is de verwachting van het café of restaurant in het museumgebouw? • Alle gemeenschappen die zich onderdeel voelen van het Nationaal Slavernijmuseum moeten er vertrouwen in hebben dat dit museum hun verhaal op een waardige manier vertelt en dat hun perspectief centraal staat in dit museum. Dit vertrouwen is cruciaal voor dit emotioneel beladen onderwerp en moet stap voor stap opgebouwd worden. Een belangrijke manier om dit te doen is door te luisteren. Dit hebben wij tijdens de participatiebijeenkomsten zo zorgvuldig mogelijk geprobeerd te doen. • Om tot een doorontwikkeling van nieuwe museologie te komen, waarin het narratief centraal staat en orale tradities & immaterieel erfgoed een belangrijke rol vervullen, is het van groot belang dat er zo veel mogelijk verhalen worden verzameld. Deze verhalen vormen de kern van het museum. De verhalen vertellen samen de geschiedenis van het Nederlandse slavernijverleden en hoe dit verleden doorwerkt in onze samenleving vandaag de dag. • Tijdens de participatiebijeenkomsten is belangrijke input geleverd die uiteindelijk heeft geleid tot het museumconcept en de invulling van de vijf tijdvakken die centraal staan in dit plan.

Zo is er gesproken over welke voorwerpen het museum wel of niet moet tonen, maar ook over de manier waarop het geweld en de pijn die tijdens het leven in slavernij, 400 jaar lang, de dagelijkse realiteit was voor velen gepresenteerd worden in het museum. • Het is belangrijk dat er voor de locatiekeuze draagvlak is binnen de gemeente Amsterdam en daarbuiten. Hier is tijdens het participatietraject veel aandacht aan besteed. • Tot slot hebben de participatiebijeenkomsten ook tot doel gehad om betrokkenen en geïnteresseerden op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen rondom het Nationaal Slavernijmuseum.

35

VERENIGDE STATEN VERENIGDE STATEN

EUROPEES-NEDERLAND EUROPEES-NEDERLAND 60 60

Groningen Groningen 12 12

2

2

90

Leeuwarden Leeuwarden

CIRCA CIRCA 30 30

45 45

90

Assen Assen 9

9

1

1 50 50

2

Richmond Richmond

1

1 1

2

1

1

1 40 40 60 60

120 120

Zwolle Zwolle 67 67

4

4

3

3

112 112

111 111

Almere Almere A’dam Centrum A’dam Centrum A’dam West A’dam Oost A’dam West A’dam Oost A’dam Zuidoost A’dam Zuidoost

100 100

63 63

Haag DenDen Haag

CARIBISCH DEEL VAN CARIBISCH DEEL VAN HET KONINKRIJK SURINAME HET KONINKRIJK ENEN SURINAME

60 60

Tilburg Tilburg

204 204

60 60

1

1

3

2

40 40

in totaal 22 steden bezocht in totaal 22 steden bezocht

Eindhoven Eindhoven

2 1

3

ca. 66 ca. 66

3 47 47

Totaal aantal kennisTotaal aantal kennisen en onderwijsinstituten bezocht, onderwijsinstituten bezocht,

60 60 40 40 1 190 190

2 4

6

36

Vertel het hele verhaal

50 50

4

Overige gesprekken Overige gesprekken

(bestuurders, bedrijven, (bestuurders, bedrijven, organisaties dan 350 organisaties etc.):etc.): meermeer dan 350

Benin Benin

Maastricht Overige Maastricht Overige bezoekersaantallen bezoekersaantallen 50 50

6

2

waaronder universiteiten waaronder universiteiten en en archieven archieven

AFRIKA AFRIKA

2

181 181 2

ca. 93 ca. 93 Totaal aantal musea bezocht Totaal aantal musea bezocht

30 30 1

1

ca. 1.940 ca. 1.940 Totaal aantal bezoekers Totaal aantal bezoekers participatiebijeenkomsten, participatiebijeenkomsten,

1

1

74 74

35 35 3

Arnhem Arnhem

FACTS & FIGURES FACTS & FIGURES PARTICIPATIETRAJECT PARTICIPATIETRAJECT

2

2

11 11

8

8

6

6

tijdens optredens/presentaties: tijdens optredens/presentaties: dan 900 meermeer dan 900

Dit overzicht is zorgvuldig Dit overzicht is zorgvuldig samengesteld. Enkele samengesteld. Enkele cijferscijfers zijn zijn bij benadering, bij benadering, daar daar waar waar we we afhankelijk waren van de registratie afhankelijk waren van de registratie medeorganisatoren. door door medeorganisatoren.

37

Over het participatietraject

Uitkomsten van het participatietraject

Het participatietraject vond plaats tussen januari en december 2023. Een belangrijk onderdeel van dit traject waren de zeventien officiële publieksbijeenkomsten in Europees-Nederland en de participatiebijeenkomsten in het Caribisch deel van het Koninkrijk en in Suriname. In totaal spraken we meer dan 5.000 mensen.

Zowel in het buiten- als in het binnenland waren de bezoekers van de participatiebijeenkomst gepassioneerd en betrokken. Dezelfde thema’s kwamen veelvuldig terug en toch hoorden we ook altijd weer iets nieuws. De uitkomsten van de participatiebijeenkomsten hebben we gegroepeerd in vijf thema’s. Deze thema’s worden uitgebreid besproken in het participatieverslag. Hieronder lichten we ze kort toe.

De zeventien officiële publieksbijeenkomsten in Europees-Nederland vonden plaats in Groningen, Rotterdam, Amsterdam (Zuidoost, West, Oost, Centrum), Utrecht, Middelburg, Den Haag, Assen, Zwolle, Maastricht, Eindhoven, Arnhem, Leeuwarden, Almere en Tilburg. Voor de organisatie van de bijeenkomsten in Europees-Nederland werkten we samen met Speak up World en campagnebureau BKB. De bijeenkomsten in Amsterdam zijn geproduceerd door Chantal Tjin. Grassroots organisaties uit de betreffende steden waren zoveel mogelijk betrokken bij de organisatie aldaar. In het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname waren er local heroes betrokken bij de organisatie van de verschillende participatiebijeenkomsten. Naast de officiële publieksbijeenkomsten en de participatiebijeenkomsten in het Caribisch deel van het Koninkrijk en in Suriname vonden er honderden individuele en groepsgesprekken plaats met jongeren, musea, archieven, wetenschappers, studenten, maatschappelijke partners, grassroots organisaties, omwonenden, mogelijke financiers, ministeries, kunstenaars, activisten, politici enzovoorts. Tijdens deze gesprekken bespraken we het belang van het museum, de verhalen die het museum zullen vullen, inhoud en de programmering van het museum en de plek waar het in Amsterdam zal komen.

Hiernaast vonden er verschillende werkbezoeken plaats aan het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname, de Verenigde Staten en Benin. Deze werkbezoeken werden in nauwe samenwerking met het ministerie van OCW, het ministerie van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse zaken en de Gemeente Amsterdam georganiseerd. Tijdens deze werkreizen werd inspiratie opgedaan voor het museum in Amsterdam en werd gebouwd aan een internationaal netwerk van diverse culturele, universitaire en museale organisaties die in hun collectie of programma aandacht besteden aan het slavernijverleden. Een uitgebreidere beschrijving van de verschillende werkbezoeken is te vinden in het voortgangsverslag uit juni 2023 en het participatieverslag. De kers op de taart was het bezoek van Secretary Lonnie G. Bunch III aan Amsterdam in oktober 2023, georganiseerd in samenwerking met de Amerikaanse ambassade in Den Haag, en onze conferentie “To build a museum” op 14 oktober 2023 in het H’ART Museum. Secretary Bunch is founding director van het Smithsonian National Museum of African-American History and Culture (verder: NMAAHC) in Washington D.C., dat we ook bezochten tijdens ons werkbezoek aan de Verenigde Staten. Tijdens de conferentie sprak Secretary Bunch over de moeilijke start van het museum in D.C. en deelde hij zijn belangrijkste lessen.

38

Vertel het hele verhaal

TRAUMAVERWERKING EN HELING De doorwerking van de Nederlandse slavernijgeschiedenis op mens en maatschappij is in het heden aanwezig. Hoewel de gevolgen ervan niet altijd even zichtbaar zijn, is het verleden onmiskenbaar aanwezig in het alledaagse leven. Wat nog ontbreekt is het bewustzijn ervan. Door in het Nationaal Slavernijmuseum aandacht te geven aan alle kanten van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de verhalen zo realistisch mogelijk te laten zien, horen en voelen, groeit niet alleen de kennis van het slavernijverleden, maar ook het bewustzijn van de doorwerking ervan in de huidige maatschappij, waarmee begrip en empathie groeien voor de ander én jezelf. EDUCATIE Educatie, in de breedste zin van het woord, draagt niet alleen bij aan een vollediger begrip van het slavernijverleden, maar zorgt ook voor meer bewustwording over dit verleden dat alle Nederlanders aangaat. Het gaat hier niet alleen om kinderen: het is juist belangrijk om educatie over het slavernijverleden af te stemmen op alle verschillende doelgroepen van het museum. VERTEL HET HELE VERHAAL! Het slavernijverleden hoort bij de Nederlandse nationale identiteit. Het is van groot belang om het volledige verhaal te vertellen van het Nederlandse slavernijverleden, zodat toekomstige generaties opgroeien met een compleet en eerlijk beeld van de geschiedenis, belicht vanuit verschillende perspectieven.

Het Nationaal Slavernijmuseum vertelt de vergeten of verzwegen verhalen, omdat het gelooft dat alleen het hele verhaal helend kan zijn voor mens en maatschappij.

Het slavernijverleden hoort bij de Nederlandse nationale identiteit. 39

DE AFRIKAANSE DIASPORA Lang voordat Afrikaanse mensen tot slaaf gemaakt werden, waren er Afrikaanse beschavingen en culturen, gebouwd op spiritualiteit, rituelen, connectie met de natuur, kracht en kennis. Deze culturen, die tijdens de slavernij bleven bestaan en in het heden op een eigentijdse manier nog steeds onderdeel zijn in het leven van de vele nazaten van tot slaafgemaakte mensen. Die cultuur zie je in alle regio’s van het Nederlands slavernijverleden terug. Van Azië naar Noord- en Zuid Amerika tot het Indisch-Oceanisch gebied. Door in het Nationaal Slavernijmuseum vooral ook de eeuwen vóór de slavernij te belichten, eren we de Afrikaanse culturen en de voorouders van de vele nazaten van tot slaafgemaakte mensen en zetten we de kracht en trots die hierbij horen centraal. HET CARIBISCH DEEL VAN HET KONINKRIJK EN SURINAME Zoals omschreven in het hoofdstuk Keuzes uitgelegd, mogen bij het samenstellen van de inhoud van het Nationaal Slavernijmuseum de stemmen van Sint-Maarten, Sint-Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire en Curaçao en Suriname absoluut niet vergeten worden. De slavernij speelde zich daar fysiek af en dat is daar vandaag de dag nog steeds zichtbaar en voelbaar. De betrokkenheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname is cruciaal voor het succes van het museum in Europees-Nederland.

De steun, het vertrouwen, de hulp van en samenwerkingen met erfgoedprofessionals, politici en maatschappelijke organisaties zijn dan ook van groot belang en zeer waardevol in iedere ontwikkelingsfase, ook na de opening.

Participatiebijeenkomst in Eindhoven. Foto: Diewke van den Heuvel

40

Vertel het hele verhaal

41

Participatiebijeenkomst in Amsterdam Oost. Foto: Isaac Owusu

42

Vertel het hele verhaal

43

2.2 Wat wil het

museum bereiken?

Wat wil het museum bereiken? Wat wil het museum zijn? Wat voor rol wil het museum innemen in de samenleving? In dit hoofdstuk beschrijven wij de missie en visie van het Nationaal Slavernijmuseum. Dit is het fundament voor het museumconcept, de uitwerking hiervan en voor de andere voorstellen die we in dit plan doen. Voor het formuleren en toetsen van deze missie en visie hebben we de inzichten uit de publieks- en participatiebijeenkomsten gebruikt en gesprekken met museumprofessionals. Het voorstel voor de missie en visie uit het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders was hierbij het vertrekpunt. Daarnaast hielp adviesbureau Herc ons bij het verdiepen en toetsen van de missie en visie; zij organiseerden hiervoor verschillende focusgroepen en hebben interviews en vragenlijsten afgenomen.

Missie Het museum zou volgens ons een diepgaand begrip moeten bieden van het Nederlandse slavernijverleden.

Het Nationaal Slavernijmuseum vertelt het hele verhaal. Een verhaal van hoop en kracht, maar ook van pijn en trauma. Participatie geeft de verhalen van individuele mensen een plek in dit museum en doorbreekt de stilte. Met deze persoonlijke verhalen brengt het museum zachtheid in verharde standpunten. De verhalen zorgen ervoor dat het hele verhaal verteld kan worden. Een verhaal dat vele perspectieven kent, continu in beweging is en bijna de hele wereld beslaat. Het is het verhaal over de Nederlandse geschiedenis en een verhaal dat ons over deze geschiedenis bevraagt. Wat weten we van de wereld voor de slavernijgeschiedenis en vóór de witte blik op deze wereld? Hoe is Nederland geworden zoals het nu is? Wat is de doorwerking van de geschiedenis op de huidige maatschappijen in ons Koninkrijk, en bijvoorbeeld in Suriname, Indonesië en Zuid Afrika? En hoe zijn al deze verhalen met elkaar verbonden? Door antwoord te geven op deze en andere vragen, kan een dieper begrip van onze gedeelde geschiedenis ontstaan. Zo draagt het museum bij aan een meer gelijkwaardige samenleving. 44

Vertel het hele verhaal

Door een gedeeld verhaal te vertellen, vanuit diverse perspectieven, kan het museum niet alleen de volledige slavernijgeschiedenis belichten, maar ook het leven daarvoor en erna, met speciale aandacht voor onderbelichte perspectieven in traditionele vertellingen. Door diverse perspectieven te integreren, zoals de kracht, identiteit en verzet van de mensen die het betrof, kan het museum de geschiedenis bovendien op een eerlijke en evenwichtige manier vertellen. Zo draagt het museum bij aan een geïnformeerde samenleving die de complexiteit van het slavernijverleden erkent.

Visie Door diverse perspectieven te belichten en het volledige verhaal te vertellen, kan het museum bezoekers informeren, inspireren en activeren. Het vertellen van het volledige verhaal betekent dat het museum een narratieve reis toont die niet alleen de schaal van de slavernijgeschiedenis en onze verbinding daarmee laat zien – van de Atlantische Oceaan tot het Indisch-Oceanisch gebied en de Indonesische Archipel - maar ook licht werpt op de manier waarop deze geschiedenis doorsijpelt naar het heden. In de mensen en in de samenleving van Europees-Nederland en de (voormalige) koloniën. Wij denken dat het museum zo kan bijdragen aan een meer gelijkwaardige samenleving; verrijkt met kennis, begrip, bewustzijn, verbondenheid en empathie binnen en tussen gemeenschappen.

45

2.3 Museumconcept

In dit hoofdstuk vertalen wij de missie en visie uit het vorige hoofdstuk naar een concreet museumconcept met doelen, een museologie, een museale structuur en doelgroepen. Dit hoofdstuk kan in samenhang met hoofdstuk 3.1 ‘Uitwerking museumconcept’ gelezen worden, waarin we uitgebreider ingaan op het museumconcept.

Doelen Vanuit haar missie en visie wil het Nationaal Slavernijmuseum een diepgaand begrip bieden van onze gedeelde geschiedenis en huidige maatschappelijke verhoudingen door vanuit diverse perspectieven het hele verhaal te vertellen. Van de geschiedenis van het Nederlandse slavernijverleden, maar ook van het leven ervoor en erna in de gebieden die bij deze geschiedenis horen. Hierdoor hoopt het museum bij te dragen aan een gelijkwaardige samenleving met meer kennis, begrip, empathie en verbinding binnen en tussen verschillende gemeenschappen. Voor het museumconcept vertaalt zich dit concreet in de volgende doelstellingen: • Het museum draagt bij aan empathie en begrip tussen mensen, gemeenschappen en de samenleving als geheel.

Het Nationaal Slavernijmuseum vertelt vanuit verschillende perspectieven een gedeeld verhaal. De tijdvakken in het Nationaal Slavernijmuseum vertellen het verhaal van het Nederlandse slavernijverleden in zijn volledigheid en complexiteit en sluiten nauw aan op de uitkomsten van het participatietraject. Het verhaal begint bij de wieg der beschaving op het Afrikaanse continent en sluit aan bij de rijke tradities in Azië en de Amerika’s. Het laat door middel van vijf tijdvakken door de eeuwen heen zien hoe complexe maatschappijen in de gekoloniseerde landen en in het Nederlandse Koninkrijk van nu zijn ontstaan, ontwikkeld en veranderd. En hoe verzet tegen uitsluiting van alle tijden is. Het participatietraject en honderden gevoerde gesprekken met betrokkenen vormen de basis voor deze tijdvakken. De thematiek wordt verteld vanuit een gelaagde, multiperspectieve en multiregionale invalshoek. Dit gedeelde verhaal moet de toekomstige bezoekers informeren, inspireren en activeren om zo het wederzijds begrip in de maatschappij te vergroten. 46

Vertel het hele verhaal

• Iedereen in de samenleving verdient een sense of belonging. Iedereen moet zich thuis voelen in het Nederlands Koninkrijk en door ieders verhaal te vertellen in het museum, dragen we bij aan de erkenning en bevestiging van alle gemeenschappen. • Het museum streeft naar bewustwording over de Nederlandse slavernij­ geschiedenis in zijn totaliteit. Door deze bewustwording draagt het museum bij aan een gelijkwaardige samenleving. • Het museum geeft de bezoekers kennis over de Nederlandse geschiedenis, waar de slavernij een onderdeel van is. Het geeft hierbij historische context van de geschiedenis, en laat daarbij de periode voor slavernij zien en de doorwerking van slavernij in het nu. Zo draagt het museum bij aan educatie over de slavernijgeschiedenis. • Het museum kan bijdragen aan de kennis over de eigen culturele identiteit en roots voor nazaten van tot slaaf gemaakte mensen en daarmee een rol spelen in de verwerking, erkenning en heling van deze geschiedenis. Door kennis te geven over vroege beschavingen, rijke culturen en complexe maatschappijen geven we hier uiting aan.

47

Museologie Een museologie is de concrete vertaling van de missie, visie en doelstellingen van het museum in een museumconcept. Het is de manier waarop een museum is ingericht, tentoonstellingen opbouwt en een positie inneemt in de samenleving. De museologie heeft daarom direct invloed op de ruimtelijke inrichting, de opbouw van de tentoonstellingen, de collectievorming etc. Door de aard van de slavernij is er weinig materiële overdracht geweest, zeker vanuit het perspectief van tot slaaf gemaakte mensen. Het Nationaal Slavernijmuseum heeft daarom een andere museologie dan klassieke musea. In het Nationaal Slavernijmuseum staan verhalen centraal en niet objecten. Niet het archief, maar de (orale) overlevering staat centraal in dit museum. Deze verhalen worden opgehaald bij mensen en worden vervolgens onderdeel van het brede verhaal dat dit museum vertelt. Zo ontstaat er een intergenerationeel en gelaagd beeld van het slavernijverleden, dat toegankelijk is voor iedereen. Immaterieel erfgoed en orale tradities krijgen hierdoor een centrale plek in het museum. Het maakt het Nationaal Slavernijmuseum tot een toegankelijke, meerstemmige plek. Dit vereist een andere manier van werken, waar de komende jaren - onder andere door de aanloopprogrammering van het museum - handen en voeten aan gegeven zal worden. Deze unieke manier van werken maakt het Nationaal Slavernijmuseum bijzonder.

Musea worden namelijk (bijna) altijd ingericht met een collectie als vertrekpunt. Deze op verhalen gerichte en participatieve manier van werken sluit goed aan op de nieuwe museumdefinitie van het International Council of Museums (verder: ICOM), zoals omschreven in het kader hiernaast.

Immaterieel erfgoed en orale tradities krijgen een centrale plek in het museum. 48

Vertel het hele verhaal

Over het International Council of Museums en de museumdefinitie Het ICOM is de grootste internationale brancheorganisatie op het gebied van musea en museumwerk. Als brancheorganisatie houdt het ICOM zich bezig met het verder professionaliseren van het museumwerk en het bevorderen van samenwerking. Het ICOM stelt via een zorgvuldige inspraakprocedure van nationale comités de museumdefinitie vast. De vorige museumdefinitie kwam uit 2007. De museumdefinitie bakent af wat musea wel en niet zijn. In Nederland is de museumdefinitie de basis voor het museumregister. DE MUSEUMDEFINITIE UIT 2022 LUIDT ALS VOLGT: “Een museum is een permanente instelling zonder winstoogmerk, in dienst van de samenleving, gericht op het onderzoeken, verzamelen, bewaren, interpreteren en tentoonstellen van materieel en immaterieel erfgoed. Musea zijn openbaar, toegankelijk en inclusief en bevorderen diversiteit en duurzaamheid. Ze werken en communiceren ethisch, professioneel en met participatie van gemeenschappen. Musea bieden een verscheidenheid aan ervaringen met het oog op educatie, genoegen, reflectie en kennisuitwisseling.”

Internationale lijst van schepen, NMAAHC. Foto: Burobraak, Arjan Braaksma

49

Museale structuur

•

Flexibiliteit: het is mogelijk om tussen tijdvakken te switchen.

• Gelaagdheid: zowel de historie als de persoonlijke verhalen komen aan bod. Het museum heeft een grote taak voor ogen: vertel het hele verhaal. Dit gaat niet alleen over het verhaal van de slavernij, maar ook over de tijd ervoor en de doorwerking ervan. Om dit verhaal te vertellen zijn er vijf tijdvakken ontwikkeld op basis van de thematieken uit de participatie en de gesprekken met onderzoekers, wetenschappers en musea professionals. De tijdvakken sluiten aan bij de eerdere verkenning en zijn als volgt ingedeeld: TIJDVAK 1: Het hier & nu TIJDVAK 2: Kraamkamers van beschaving (prehistorie-1450) TIJDVAK 3: De mens als product (1450-1863) TIJDVAK 4: Dekolonisatie en emancipatie (1863-1950) TIJDVAK 5: De weg naar gelijkwaardigheid (1950-nu)

• Multiperspectiviteit: de verhalen worden zowel in chronologisch perspectief als in (uiteenlopende) thematische perspectieven geplaatst. • Evenwichtige aandacht voor de verhalen over en uit zowel het trans-Atlantisch als het Indisch-Oceanisch gebied. • Het gebruik van multidisciplinaire en multisensorische middelen: objecten, tekst, geluid, film, animatie, kunst, blow-ups en interactieve digitale toepassingen. De dragende gedachte is dat het museum een ervaring in ruimte en tijd biedt, die veilig en inclusief voelt. Het moet bezoekers raken en betrekken. De tentoonstellingen zijn interactief en multisensorisch en gericht op het brengen van nieuwe perspectieven en inzichten. De voortdurende samenwerking met een breed publiek en specifieke gemeenschappen is essentieel.

Deze vijf tijdvakken laten genoeg ruimte voor invulling in een verder stadium van dit project. Er is altijd ruimte voor ontwikkeling binnen de verhaallijnen in de tijdvakken om bij de actualiteit aan te sluiten. Onderzoek door het kenniscentrum biedt de mogelijkheid om de tijdvakken accuraat te houden. Zo blijven we niet alleen op de hoogte van maatschappelijke, wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, maar zijn we ook onderdeel van deze ontwikkelingen. De tijdvakken die het museum behandelt, zorgen voor een multiperspectieve, multi-gelaagde en multi-regionale manier om het hele verhaal te vertellen. De tijdvakken zijn zo ontwikkeld dat er de mogelijkheid is om bij elk tijdvak in te zoomen op specifieke verhalen van verschillende locaties en regio’s. Zo kan de evenwichtigheid tussen de verschillende continenten gewaarborgd worden, en wordt hiermee invulling gegeven aan de opdracht tot verbreding van het verhaal (zie hoofdstuk 1.2). In het verkenningsrapport werd de wens voor het opnemen van het verhaal over Afrika voor de Europese slavenhandel aangestipt. Tijdens de participatiebijeenkomsten hoorden we deze wens ook vaak terug. In dit plan hebben wij dit vertaald naar een eigen tijdvak. Mensen willen weten waar ze vandaan komen, wie ze waren voor de Europese slavenhandel en willen het verhaal van hun voorouders leren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14334462/1