CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Conceptbesluit Algemene legesverordening Amsterdam 2026

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Algemene legesverordening Amsterdam 2026 (VN2025-010577)18.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:

Gemeenteblad zo snel mogelijk na 13 november 2025 13 november 2025 Ja De Legesverordening 2025 wordt ingetrokken per 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. N.v.t. N.v.t.

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels over de heffing en invordering van leges 2026 (Algemene legesverordening Amsterdam 2026) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025, gelet op de artikelen 216 en 229 eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet, besluit de volgende verordening vast te stellen: Algemene legesverordening Amsterdam 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. afschriften, uittreksels en kopieën: stukken welke geheel of gedeeltelijk met de hand zijn geschreven, getekend of gekleurd, dan wel door middel van een tekstverwerker, een dupliceerapparaat of een soortgelijk middel, anders dan een drukpers, zijn gemaakt of bewerkt; b. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; c. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; d. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; e.

maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; f. n: het nummer van een dag in een kalenderjaar; g. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de legestabel in de bijlage. Artikel 3 Belastingplicht De leges worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene ten behoeve van wie een in deze verordening omschreven dienst wordt verricht of handelingen zijn verricht of aan wie een in deze verordening genoemd stuk wordt afgegeven. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c.

verzoeken tot verstrekkingen uit de basisregistratie personen als bedoeld in onderdeel 2.4 van de legestabel in de bijlage en verzoeken om verklaringen als bedoeld in onderdeel 2.5 van de legestabel, voor zover gedaan door advocaten namens of ten behoeve van cliënten aan wie, ter zake van de rechtsbijstand door de betreffende advocaat, door de Raad voor de Rechtsbijstand een toevoeging is verleend, waarvoor de eigen bijdrage is vastgesteld met inachtneming van artikel 2, eerste lid, onder a, artikel 2, tweede lid, onder a, artikel 2, derde lid, onder a, artikel 2a, tweede lid onder a en artikel 2a, derde lid onder a, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand. Artikel 5 Tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de legestabel in de bijlage. 2. De leges worden verhoogd met de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag medegedeelde portokosten. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de legestabel genoemde eenheid voor een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffen De leges worden geheven door middel van een aanslag, een mondelinge kennisgeving, een kennisgeving langs elektronische weg of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota, een factuur of andere schriftuur.

Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

2

Artikel 7 Betaaltermijnen 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen één maand na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen één maand na dagtekening van kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende legestabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt uitsluitend verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die legestabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving en het de volgende onderdelen van de legestabel in de bijlage betreft: - 2.2 (reisdocumenten); - 2.3 (rijbewijzen); - 2.5.2 (verklaring omtrent het gedrag); - 6.2 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 12 Overgangsrecht 1.

De Legesverordening Amsterdam 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de Legesverordening Amsterdam 2025 gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten en wordt de Legesverordening Amsterdam 2025 gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken 3

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026. 3. Deze verordening wordt aangehaald als Algemene legesverordening Amsterdam 2026.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 en 13 november 2025. De voorzitter Femke Halsema De raadsgriffier Jolien Houtman Bijlage 1. Legestabel 2026

Nummer

Tekst

1.

HOOFDSTUK 1 - INFORMATIE

1.1

vervallen

1.2

vervallen

1.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor maatwerk bedraagt: per kwartier, met een minimumtarief van één kwartier. Onder maatwerk wordt verstaan: de niet in 1.1 en 1.2 genoemde opgenomen afdruk- of bestandsformaten, reproductie van details uit een analoog of digitaal bestand, overzetten van beeld en geluid en andere werkzaamheden

Tarief

€ 25,40 1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verrichten van onderzoek in het bij de gemeente Amsterdam berustend materiaal, ongeacht het resultaat, per kwartier, met een minimumtarief van één kwartier € 25,40

2.

HOOFDSTUK 2 - BURGERZAKEN

2.1

BURGERLIJKE STAND

2.1.1

HUWELIJKSVOLTREKKING / GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

2.1.1.1

Het tarief bedraagt voor een huwelijksvoltrekking, een registratie van een partnerschap of een omzetting van een partnerschap in een huwelijk op grond van artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand € 0,00

2.1.1.2

Het tarief bedraagt voor een huwelijksvoltrekking, een registratie van een partnerschap of een omzetting van een partnerschap in een huwelijk op een andere tijd of op een andere wijze dan waarop deze ingevolge 2.1.1.1 kosteloos plaatsheeft:

4

2.1.1.2.1

maandag t/m vrijdag op een Stadsloket met een uitgebreide ceremonie van maximaal 1 uur:

€ 940,50

maandag t/m vrijdag op een Stadsloket met een budgetceremonie van maximaal 10 minuten:

€ 200,40

in een andere daartoe aangewezen locatie (huis der gemeente) op maandag t/m vrijdag tussen 08:00 en 18:00 uur:

€ 893,40

in een andere daartoe aangewezen locatie (huis der gemeente) op maandag tot en met vrijdag tussen 18:00 en 08:00 uur en op zaterdag, zondag en officiële feestdagen

€ 1.157,80

2.1.1.2.5

in een bijzonder huis als bedoeld in artikel 1:64 Burgerlijk Wetboek

€ 200,40

2.1.1.2.6

bij het omzetten van een partnerschap in een huwelijk zonder ceremonie

€ 80,80

2.1.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk - zoals bedoeld in 2.1.1.2 - te annuleren of te wijzigen binnen een periode van 7 dagen of minder voorafgaand aan die gereserveerde datum:

2.1.1.3.1

maandag t/m vrijdag op een Stadsloket met een uitgebreide ceremonie van maximaal 1 uur

€ 940,50

maandag t/m vrijdag op een Stadsloket met een budgetceremonie van maximaal 10 minuten.

€ 200,40

in een andere daartoe aangewezen locatie (huis der gemeente) op maandag tot en met vrijdag tussen 08:00 en 18:00 uur

€ 893,40

in een andere daartoe aangewezen locatie (huis der gemeente) op maandag tot en met vrijdag tussen 18:00 en 08:00 uur en op zaterdag, zondag en officiële feestdagen

€ 1.157,80

2.1.1.3.5

in een bijzonder huis als bedoeld in artikel 1:64 Burgerlijk Wetboek

€ 200,40

2.1.1.3.6

bij het omzetten van een partnerschap in een huwelijk zonder ceremonie

€ 80,80

2.1.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk - zoals bedoeld in 2.1.1.2 - te annuleren of te wijzigen binnen een periode van 8 tot en met 14 dagen voorafgaand aan die gereserveerde datum:

2.1.1.4.1

maandag t/m vrijdag op een Stadsloket met een uitgebreide ceremonie van maximaal 1 uur

€ 470,25

maandag t/m vrijdag op een Stadsloket met een budgetceremonie van maximaal 10 minuten

€ 100,20

in een andere daartoe aangewezen locatie (huis der gemeente) op maandag tot en met vrijdag tussen 08:00 en 18:00 uur

€ 446,70

in een andere daartoe aangewezen locatie (huis der gemeente) op maandag tot en met vrijdag tussen 18:00 en 08:00 uur en op zaterdag, zondag en officiële feestdagen

€ 578,90

in een bijzonder huis als bedoeld in artikel 1:64 Burgerlijk Wetboek

€ 100,20

2.1.1.2.2 2.1.1.2.3 2.1.1.2.4

2.1.1.3.2 2.1.1.3.3 2.1.1.3.4

2.1.1.4.2 2.1.1.4.3 2.1.1.4.4

2.1.1.4.5

5

2.1.1.4.6

bij het omzetten van een partnerschap in een huwelijk zonder ceremonie

2.1.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen binnen een periode van 15 dagen of meer voorafgaand aan die gereserveerde datum:

€ 40,40

€ 0,00

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor: 2.1.1.6

het aanwijzen van een locatie als huis der gemeente

€ 535,90

2.1.1.7

een éénmalige benoeming tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor een bepaald huwelijk of partnerschap

€ 300,60

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: 2.1.1.8

een trouwboekje of partnerschapboekje in een standaarduitvoering

€ 32,60

2.1.1.9

een trouwboekje of partnerschapboekje in een luxe uitvoering

€ 41,10

2.1.1.10

een duplicaat van het originele trouwboekje of partnerschapboekje in een standaarduitvoering

€ 97,80

2.1.1.11

een duplicaat van het originele trouwboekje of partnerschapboekje in een luxe uitvoering € 129,20

2.2

REISDOCUMENTEN

2.2.1

PASPOORT Voor het verrichten van handelingen voor een aanvraag tot het verstrekken van:

2.2.1.1

2.2.1.2

2.2.1.3

2.2.1.4

een nationaal paspoort en faciliteitenpaspoort, alsmede een tweede paspoort, aan een persoon die op moment van verstrekken jonger is dan 18 jaar; en het verstrekken van een reisdocument voor vluchtelingen of voor vreemdelingen aan een persoon, ongeacht leeftijd (maximaal 5 jaar geldig) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden (afgerond volgt naar beneden op vijf cent) rijkstarief een nationaal paspoort en faciliteitenpaspoort, alsmede een tweede paspoort, aan een persoon die op moment van verstrekken 18 jaar of ouder is (maximaal 10 jaar geldig) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het volgt Besluit paspoortgelden (afgerond naar beneden op vijf cent) rijkstarief een zakenpaspoort, zijnde een (tweede) nationaal paspoort, bevattende een groter aantal bladzijden dan een nationaal paspoort als bedoeld in 2.2.1.1 en 2.2.1.2, aan een persoon die op moment van verstrekken 18 jaar of ouder is (maximaal 10 jaar geldig) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden (afgerond naar beneden op vijf cent)

volgt rijkstarief

een zakenpaspoort, zijnde een (tweede) nationaal paspoort, bevattende een groter aantal bladzijden dan een nationaal paspoort als bedoeld in 2.2.1.1 en 2.2.1.2, aan een persoon die op moment van verstrekken jonger dan 18 jaar is (maximaal 5 jaar geldig) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 6 van volgt het Besluit paspoortgelden (afgerond naar beneden op vijf cent) rijkstarief

6

2.2.1.5

2.2.1.6

2.2.2

Bij een spoedlevering worden de tarieven, genoemd in 2.2.1.1 tot en met 2.2.1.4, verhoogd met de toeslag zoals die is opgenomen in artikel 6, eerste lid, volgt sub e, van het Besluit paspoortgelden (afgerond naar beneden op vijf cent) rijkstarief Voor het thuisbezorgen van de in 2.2.1.1 tot en met 2.2.1.4 genoemde documenten is per bezorging de toeslag verschuldigd zoals die is opgenomen in artikel 6, tweede lid, sub f, van het Besluit paspoortgelden (afgerond naar volgt beneden op vijf cent) rijkstarief NEDERLANDSE IDENTITEITSKAART Voor het verrichten van handelingen voor een aanvraag tot het verstrekken van een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet:

2.2.2.1

2.2.2.2

2.2.2.3

voor een persoon die op het moment van verstrekken jonger is dan 18 jaar (5 jaar geldig) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit volgt paspoortgelden (afgerond naar beneden op vijf cent) rijkstarief voor een persoon die op het moment van verstrekken 18 jaar of ouder is (10 jaar geldig) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 6 van het Besluit volgt paspoortgelden (afgerond naar beneden op vijf cent) rijkstarief

2.2.2.4

Bij een spoedlevering worden de tarieven, genoemd in 2.2.2.1 en 2.2.2.2, verhoogd met de toeslag zoals die is opgenomen in artikel 6, eerste lid, sub e, volgt van het Besluit paspoortgelden (afgerond naar beneden op vijf cent) rijkstarief Voor het thuisbezorgen van de in 2.2.2.1 en 2.2.2.2 genoemde documenten is per bezorging de toeslag verschuldigd zoals die is opgenomen in artikel 6, tweede lid, sub f, van het Besluit paspoortgelden (afgerond naar beneden op volgt vijf cent) rijkstarief

2.3

RIJBEWIJZEN Voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

2.3.1

2.3.2

voor het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs geldt het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 104b van het Reglement rijbewijzen vermeerderd met de rijkskostencomponent (afdracht gemeente aan Dienst volgt Wegverkeer), afgerond naar beneden op vijf cent rijkstarief voor een spoedlevering van het onder 2.3.1 genoemde document wordt het voor 2.3.1 geldende tarief verhoogd met het tarief voor een spoedlevering conform bijlage VI van de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer, afgerond naar volgt beneden op vijf cent rijkstarief

2.3.3

voor de afgifte van een gezondheidsverklaring geldt het door het CBR vastgestelde tarief welke staat vermeld op de gezondheidsverklaring

2.3.4

Bij het omwisselen van een buitenlands rijbewijs wordt het tarief van 2.3.1 verhoogd met de portokosten voor aangetekend verzenden van het buitenlands rijbewijs naar de RDW

7

volgt rijkstarief volgt POSTNLtarieven

2.4

VERSTREKKINGEN UIT DE BASISREGISTRATIE PERSONEN EN REGISTRATIE NIET-INGEZETENEN Voor de toepassing van het gestelde onder 2.4.1 tot en met 2.4.4 wordt verstaan onder één verstrekking: één of meer gegeven(s) voor één persoon voor wie de Basisregistratie personen of de Registratie niet-ingezetenen moet worden geraadpleegd. Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een uittreksel per verstrekking per persoon:

2.4.1

€ 25,40

2.4.2

uit de Basisregistratie met datum gelegen op of na 1 januari 1994 uit de Basisregistratie met datum gelegen voor 1 januari 1994

2.4.3

uit de Registratie Niet-Ingezetenen:

€ 25,40

2.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats

€ 17,80

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een familie-uittreksel uit de BRP:

€ 50,80

2.4.5

€ 35,00

Voor de toepassing van artikel 2.4.5 wordt onder familie-uittreksel verstaan: een uittreksel voor meer dan één persoon ingeschreven op hetzelfde adres en behorend tot hetzelfde gezin. 2.4.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het op verzoek van een persoon of organisatie doornemen van de Basisregistratie Personen, per afgifte van staat van inlichtingen € 82,10

2.4.7

Het op verzoek doornemen van de Basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

2.4.7.1

Het op grond van het voorgaande onderdeel (2.4.7) verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.5

VERKLARINGEN

€ 25,40

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor afgifte van: 2.5.1

een bewijs van in leven zijn

2.5.2

een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

€ 25,40 volgt rijkstarief

2.5.3

een "laissez-passer" (lijkenpas)

€ 25,40

2.5.4

een verlof voor het stellen van een andere termijn voor uitvaart overeenkomstig artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging

€ 25,40

2.5.5

een legalisatie van een handtekening

€ 25,40

2.5.6

het waarmerken van afschriften (certificaat van oorsprong)

€ 25,40

2.5.7

een verklaring betreffende woonplaats of hoofdverblijf als bedoeld in artikel 8, lid 1, sub c van de Rijkswet op het Nederlanderschap € 25,40 8

2.5.8

een bewijs van Nederlanderschap voor één persoon

2.5.9

een bewijs van Nederlanderschap dat is bestemd voor meer dan één persoon: het in 2.5.8 genoemde tarief, vermeerderd met voor elke extra persoon € 2,30

3

HOOFDSTUK 3 - DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

3.1

DEFINITIES HOOFDSTUK 3 TARIEVENTABEL Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

3.1.1

3.1.2

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in 3.1.1 bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

3.1.3

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

3.1.3.1

binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan.

3.1.3.2

binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.

3.1.3.3

bouwkosten: in aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip bouwkosten betreffen de in die omschrijving: -onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; -onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk; -onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.

3.1.3.4

Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft.

9

€ 25,40

3.1.3.5

Onder conceptverzoek wordt mede verstaan vooroverleg en omgevingsoverleg.

3.2

DIENSTVERLENING EN BESLUITEN WAAROVER LEGES WORDEN GEHEVEN Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

3.2.1

conceptverzoek

3.2.2

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit

3.2.3

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet

3.2.4

een wijziging van maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften

3.2.5

één of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet

3.2.6

wijziging van een besluit als bedoeld in 3.2.2, 3.2.3 en 3.2.5

3.2.7

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in 3.2.1 tot en met 3.2.6

3.3

BEPALEN TARIEF HOOFDSTUK 3 TARIEVENTABEL

3.3.1

De in dit hoofdstuk genoemde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende onderdelen van dit hoofdstuk.

3.3.2

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

3.4

OMGEVINGSVERGUNNING

3.4.1

CONCEPTVERZOEK

3.4.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een conceptverzoek over een of meer activiteiten, maatwerkvoorschriften of gelijkwaardige maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving:

3.4.1.2

De op grond van 3.4.1.1 verschuldigde leges worden verrekend met de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunningaanvraag voor die activiteit of activiteiten, maatwerkvoorschriften of gelijkwaardige maatregelen voor hetzelfde project worden vastgesteld, mits deze opvolgende aanvraag wordt ingediend binnen 26 weken na de verzending van de beoordeling uit het conceptverzoek waarbij een minimumtarief van € 100 verschuldigd blijft.

3.4.2

BOUWACTIVITEIT (BOUWTECHNISCHE DEEL)

10

€ 339,40

3.4.2.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten: schijf 1 - bij bouwkosten van € 0 tot en met € 75.000: 2,64% van de bouwkosten, met een minimumtarief van € 250 schijf 2 - bij bouwkosten van € 75.000 tot en met € 500.000 wordt het tarief van schijf 1 over de bij die schijf genoemde bouwkosten geheven, vermeerderd met 3,4% van het gedeelte van de bouwkosten dat valt in schijf 2 schijf 3 - bij bouwkosten van € 500.000 tot en met € 5.000.000 wordt het tarief van de schijven 1 en 2 over de bij die schijven genoemde bouwkosten geheven, vermeerderd met 2,9% van het gedeelte van de bouwkosten dat valt in schijf 3 schijf 4 - bij bouwkosten van € 5.000.000 tot en met € 35.000.000 wordt het tarief van de schijven 1, 2 en 3 over de bij die schijven genoemde bouwkosten geheven, vermeerderd met 2,35% van het gedeelte van de bouwkosten dat valt in schijf 4 schijf 5 - bij bouwkosten van € 35.000.000 tot en met € 50.000.000 wordt het tarief van de schijven 1, 2, 3 en 4 over de bij die schijven genoemde bouwkosten geheven, vermeerderd met 1,6 % van het gedeelte van de bouwkosten dat valt in schijf 5 schijf 6 - bij bouwkosten vanaf €

50.000.000 wordt het tarief van de schijven 1, 2, 3, 4 en 5 over de bij die schijven genoemde bouwkosten geheven, vermeerderd met 0,6 % van het gedeelte van de bouwkosten dat valt in schijf 6.

3.4.2.2

In afwijking van het bepaalde in 3.4.2.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om het verlengen van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit, zonder andere wijzigingen van de vergunning en voor zover de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan, 20% van het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor een vergunningaanvraag op grond van de tarieven in 3.4.2.1 geldend in het jaar van aanvraag van de verlenging. Bij de vaststelling van het verschuldigde bedrag wordt een minimum van € 100 en een maximum van € 25.000 gehanteerd.

11

3.4.2.3

Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning een activiteit betreft als genoemd in 3.4.2.1 welke betrekking heeft op een civieltechnisch werk conform de hierna opgenomen omschrijving en opsomming, bedraagt het tarief 0,6975 % van de bouwkosten, met een minimumtarief van € 100. Onder civieltechnische werken wordt voor de toepassing van dit onderdeel verstaan: a) een bouwwerk dat geen gebouw is als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet, een openbare en/of maatschappelijke functie vervult en tevens is opgenomen in de volgende limitatieve opsomming: 1. spoor- en weginfrastructuur inclusief de bijbehorende kunstwerken zijnde wegen, tunnels, bruggen, viaducten, geluidsschermen; 2. waterinfrastructuur zijnde havens, kanalen, rivieren, sluizen, aquaducten, duikers, stuwen, gemalen, steigers, kademuren en keermuren; b) de terreinvoorbereiding behorend bij de bouwwerken zoals genoemd in onderdeel a); c) de openbare terreininrichting behorend bij de bouwwerken zoals genoemd in onderdeel a); d) installaties benodigd voor een goede werking van de infrastructuur, genoemd in onderdeel a), waaronder tevens wordt begrepen een bedieningsgebouw voor zover de functie van het gebouw ziet op de bediening van de benodigde installaties.

3.4.2.4

Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning een activiteit betreft als genoemd in 3.4.2.1 welke gedeeltelijk betrekking heeft op een civieltechnisch werk kan de aanvrager de bouwkosten gemotiveerd uitsplitsen tussen het deel dat betrekking heeft op een civieltechnisch werk en het deel dat geen betrekking heeft op een civieltechnisch werk. De uitsplitsing kan als bijlage aan het vergunningdossier worden toegevoegd. In dat geval worden de tarieven, genoemd in 3.4.2.1 berekend over het totaal van de bouwkosten verminderd met het deel van de bouwkosten dat betrekking heeft op het civieltechnisch werk. Het tarief, genoemd in 3.4.2.3 wordt berekend over de bouwkosten die betrekking hebben op het civieltechnisch werk. Indien een van de genoemde werken een andere vergunning behoeft dan de vergunning als bedoeld in artikel 5.1, lid 2, onder a van de Omgevingswet, zijn de leges verschuldigd conform het tarief dat geldt voor die andere vergunning.

3.4.2.5

In afwijking van het bepaalde in 3.4.2.3 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om het verlengen van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit, zonder andere wijzigingen van de vergunning en voor zover de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan, 20% van het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor een vergunning op grond van de tarieven in 3.4.2.3 geldend in het jaar van aanvraag van de verlenging. Bij de vaststelling van het verschuldigde bedrag wordt een minimum tarief van € 100 en een maximum tarief van € 25.000 gehanteerd.

12

3.4.3

OMGEVINGSPLANACTIVITEIT: BOUWACTIVITEIT, IN STAND HOUDEN OF GEBRUIKEN BOUWWERK (RUIMTELIJK DEEL) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

3.4.3.1

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

3.4.3.2

als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet wordt het tarief in 3.4.3.1 verhoogd met: € 169,60

3.4.3.3

als de activiteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, wordt het tarief in 3.4.3.1 verhoogd met: € 339,40 als sprake is van een voorbereidingsbesluit voor het omgevingsplan, waaraan moet worden getoetst, wordt het tarief in 3.4.3.1 verhoogd met: € 169,60 als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is met de regels over hemelwaterafvoer opgenomen in het Omgevingsplan, wordt het tarief in 3.4.3.1 verhoogd met: € 339,40

3.4.3.4 3.4.3.5

3.4.4

€ 565,50

ACTIVITEIT: AFWIJKEN OMGEVINGSPLAN Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, waarbij sprake is van een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan:

3.4.4.1

als de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet, die in strijd is met de regels van het omgevingsplan en waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat kan worden afgeweken van die regels: € 339,40

3.4.4.2

als de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet, die in strijd is met de regels van het omgevingsplan, waaraan medewerking kan worden verleend door toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht:

3.4.4.3

als de aanvraag betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet, die in strijd is met de regels van het omgevingsplan en waarvoor in het omgevingsplan geen regels zijn opgenomen om af te wijken van die regels (buitenplanse omgevingsplanactiviteit):

13

€ 452,40

€ 565,50

3.4.4.4

In afwijking van 3.4.4.3 bedraagt het tarief als de aanvraag als de in 3.4.4.3 bedoelde omgevingsplanactiviteit uitsluitend betrekking heeft op het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem:

€ 387,40

3.4.5

OMGEVINGSPLANACTIVITEIT: OVERIGE AANLEGACTIVITEITEN

3.4.5.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 311,50

3.4.6

ACTIVITEIT: SLOPEN

3.4.6.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot cultureel erfgoed als bedoeld in 3.4.8, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 280,10

3.4.7

ACTIVITEIT: VELLEN HOUTOPSTAND

3.4.7.2

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in de vigerende artikelen van de Bomenverordening 2014 (vellen of laten vellen van een houtopstand) in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 1 t/m 5 bomen € 152,00 6 t/m 10 bomen € 247,50

3.4.7.3

11 t/m 25 bomen

€ 311,50

3.4.7.4

26 t/m 50 bomen

€ 373,10

3.4.7.5

meer dan 50 bomen

€ 560,20

3.4.7.6

jaarvergunning

€ 560,20

3.4.8

ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT CULTUREEL ERFGOED

3.4.8.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten, voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op:

3.4.7.1

14

€ 262,00

a.

een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument, voorbeschermd rijksmonument of een beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van de Erfgoedverordening Amsterdam;

b.

een activiteit waarvoor in de omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden als die activiteit betrekking heeft op een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument;

c.

een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet.

3.4.8.2

Voor de toepassing van 3.4.8.1 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening Amsterdam is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:

a.

als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en

b.

als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

3.4.8.3

In afwijking van 3.4.8.1 worden voor de omgevingsplanactiviteit activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed geen leges geheven wanneer de aanvraag om een omgevingsvergunning tevens betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, lid 2, onder a, van de Omgevingswet alsmede een omgevingsplanactiviteit bouw, als bedoeld in artikel 5.1, lid 1, onder a, van de Omgevingswet.

3.4.9

MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN

3.4.9.1

OMGEVINGSPLANACTIVITEIT; MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een milieubelastende activiteit bedraagt het tarief, onverminderd het elders in deze tarieventabel bepaalde als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

3.4.9.2

ACTIVITEITEN DIE BEDRIJFSTAKKEN OVERSTIJGEN (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)

15

€ 1.991,80

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a

voor één milieubelastende activiteit:

b

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.987,60 € 2.489,70

c

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80

3.4.9.3

NUTSSECTOR EN INDUSTRIE (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde actviteiten:

a

voor één milieubelastende activiteit:

b

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.987,60 € 2.489,70

c

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80

3.4.9.4

AFVALBEHEER (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)

a

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor één milieubelastende activiteit: € 2.987,60

b

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.489,70

c

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80

3.4.9.5

AGRARISCHE SECTOR (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)

16

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten a

voor één milieubelastende activiteit:

b

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.987,60 € 2.489,70

c

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80

3.4.9.6

DIENSTVERLENING, ONDERWIJS EN ZORG (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit uit de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

3.4.9.7

€ 2.987,60

TRANSPORT, LOGISTIEK EN ONDERSTEUNING DAARVAN (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten uit de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

a

voor één milieubelastende activiteit:

b

voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 2.987,60 € 2.489,70

c

voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80

3.4.9.8

SPORT EN RECREATIE (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)

17

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 2.987,60 3.4.9.9

SAMENLOOP VAN MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN

3.4.9.9.1

Als bij de toepassing van de artikelen 3.4.9.2 tot en met 3.4.9.8 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.

3.4.9.9.2

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.

3.4.9.10

MAATWERKVOORSCHRIFTEN OF VERGUNNINGVOORSCHRIFTEN BIJ MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN

3.4.9.10.1 Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift krachtens artikel 4.5 van de Omgevingswet bedraagt het tarief bij: a

één maatwerkvoorschrift of één vergunningvoorschrift:

€ 1.991,80

b

twee of meer maatwerkvoorschriften of twee of meer vergunningvoorschriften; het tarief onder a, per extra maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift vermeerderd met: € 995,80 3.4.9.10.2 In afwijking van 3.4.9.10.1 bedraagt het tarief voor een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift voor uitsluitend het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: € 387,40 3.4.9.10.2 Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om een vergunningvoorschrift is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift of het vergunningvoorschrift betrekking heeft onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

3.4.9.11

WIJZIGING MAATWERKVOORSCHRIFTEN OF VERGUNNINGVOORSCHRIFTEN BIJ MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN

3.4.9.11.1 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften voor één milieuaspect bedraagt het tarief:

18

€ 1.991,80

3.4.9.11.2 In afwijking van 3.4.9.11.1 bedraagt het tarief voor een aanvraag om een wijziging van een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift voor uitsluitend het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: 3.4.9.12

€ 387,40

BEOORDELING ONDERZOEKSRAPPORTEN MILIEUEFFECTRAPPORTAGE Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld, voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

3.4.9.13

ADVIES MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

3.4.9.13.1 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor een advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: het bedrag dat deze commissie in rekening brengt op grond van de door de minister van Infrastructuur en Waterstaat goedgekeurde tariefstelling. 3.4.9.13.2 Het bedrag bedoeld in 3.9.13.1 wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag na de kennisgeving, schriftelijk is ingetrokken. 3.4.10

GELIJKWAARDIGE MAATREGEL Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet per maatregel

3.4.10.1

indien deze betrekking heeft op een milieubelastende activiteit:

3.4.10.2

indien deze betrekking heeft op uitsluitend het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem:

3.4.10.3

in alle andere gevallen dan genoemd in artikel 3.4.10.1 en 3.4.10.2:

3.4.10.4

Het tarief behorend bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop de gelijkwaardige maatregel betrekking heeft onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

3.4.11

LEGESKORTING BIJ DUURZAAM VERBOUWEN

€ 1.936,80

€ 387,40

19

€ 803,40

3.4.11.1

Voor zover een aanvraag betrekking heeft op duurzaam verbouwen bestaat er onder de in 3.4.11.2 genoemde voorwaarden recht op een korting op de hiervoor in dit hoofdstuk vermelde tarieven. De korting bestaat uit het toepassen van een nihiltarief op en in afwijking van de tarieven zoals genoemd in de onderdelen 3.4.1 t/m 3.4.8 en 3.4.10.3. De totale korting op alle hiervoor genoemde tarieven tezamen bedraagt maximaal € 25.000. De korting wordt als eerste toegepast op het tarief van 3.4.2.1 en vervolgens op de daarna opgenomen tarieven totdat het maximum van € 25.000 is bereikt.

3.4.11.2

De voorwaarden voor toepassing van de in 3.4.11.1 genoemde korting zijn: 1. De korting geldt uitsluitend voor aanvragen duurzaam verbouwen van bestaande gebouwen voor zover het gaat om de in lid 3.4.11.3 genoemde verduurzamingsmaatregelen. 2. De aanvrager toont (desgevraagd) aan welke bouwkosten betrekking hebben op de in 3.4.11.3 genoemde verduurzamingsmaatregelen. De aanvrager volgt hierbij de door de gemeente gegeven instructies op. 3. Voor de belastbare feiten zoals genoemd in de onderdelen 3.4.1 en 3.4.3 t/m 3.4.8 en 3.4.10.3 geldt dat de korting wordt toegepast als het betreffende belastbare feit uitsluitend betrekking heeft op de activiteit duurzaam verbouwen.

3.4.11.3

De volgende verduurzamingsmaatregelen geven recht op de in 3.4.11.1 genoemde korting:

a

het plaatsen van een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking, inclusief de benodigde bouwkundige voorzieningen hiervoor

b

het plaatsen van nieuw glas, al dan niet in combinatie met kozijnvervanging, bij een woning of utiliteitsbouw, indien de warmtedoorgangswaarde (na vervanging) een U-waarde (U glas) van het HR++ of HR+++ (triple) glas van maximaal 1,1 W/m²K heeft. Indien monumentenglas vereist is geldt een Uwaarde (U glas) van maximaal 2,0 W/m²K het plaatsen van isolerende kozijnen, al dan niet in combinatie met plaatsen van nieuw glas, bij een woning of utiliteitsbouw, indien de warmtedoorgangswaarde (na vervanging) een U-waarde (U raam) van maximaal 1,5 W/m²K heeft

c

d

het isoleren van de buitengevel van een woning waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 3,5 m²K/W

e

het isoleren van de buitengevel van een utiliteitsgebouw waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 5 m²K/W

f

het isoleren van de binnengevel van een woning waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 3 m²K/W

g

het isoleren van de binnengevel van een utiliteitsgebouw waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 5 m²K/W

20

h

het isoleren van het dak van een woning, al dan niet in combinatie met het verhogen van de dakrand, dakgoot of nok waarbij de isolatiewaarde van het dak ná isolatie minimaal Rc ≥ 5,0 m²K/W bedraagt

i

het isoleren van het dak van een utiliteitsgebouw, al dan niet in combinatie met verhogen van de dakrand, dakgoot of nok waarbij de isolatiewaarde van het dak ná isolatie minimaal Rc ≥ 6,0 m²K/W bedraagt

j

het plaatsen van een lucht-water- of lucht-luchtwarmtepomp, inclusief laagtemperatuur afgiftesysteem en constructieaanpassingen ten behoeve van plaatsing warmtepomp

k

het plaatsen van een water-water-, bodem-water- of bodemluchtwarmtepomp in combinatie met bodembronnen, inclusief laagtemperatuur afgiftesysteem en constructieaanpassingen t.b.v. plaatsing warmtepomp of bronnen

l

het plaatsen van een balansventilatie systeem met warmteterugwinning met bypass in een woning, met een capaciteit van minimaal 150 m³/uur en een rendement van minimaal 90%

m

het plaatsen van een balansventilatie systeem met warmteterugwinning met bypass in een utiliteitsgebouw, met een capaciteit van minimaal 150 m³/uur en een rendement van minimaal 80%

n

het plaatsen van een groen dak, inclusief de bouwkundige voorzieningen hiervoor, met een waterbergende capaciteit van minimaal 20 liter per m² en een oppervlakte van minimaal 30 m²

o

het afkoppelen van hemelwater in combinatie met waterberging, inclusief buizen en bouwkundige voorzieningen hiervoor, met een bergende capaciteit van minimaal 60 mm / 24 uur of een wateropslag capaciteit van minimaal 1 m³.

3.4.12

OVERIGE TARIEVEN EN UITZONDERINGEN OMGEVINGSWET

3.4.12.1

De hierna genoemde tarieven gelden in de daarin beschreven omstandigheden in afwijking van de hiervoor in dit hoofdstuk genoemde tarieven en onverminderd hetgeen elders in deze tarieventabel is bepaald. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: € 7.765,70

3.4.12.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 311,50

3.4.12.3

Het tarief voor een aanvraag die, na toepassing van het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, niet in behandeling wordt genomen, bedraagt:

a

als de leges, die verschuldigd zouden zijn, indien de aanvraag wel in € 100,00 behandeling was genomen niet hoger zijn dan € 350: 50% van deze leges met een maximum van

21

b

als de leges, die verschuldigd zouden zijn, indien de aanvraag wel in behandeling was genomen tussen de € 351 en € 1.000 bedragen

€ 250,00

c

als de leges, die verschuldigd zouden zijn, indien de aanvraag wel in behandeling was genomen meer bedragen dan € 1.000.

€ 500,00

3.4.12.4

In afwijking van 3.4.12.3 bedraagt het tarief voor een aanvraag omgevingsvergunning die uitsluitend ziet op het vellen van houtopstand (3.4.7), die, na toepassing van het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, niet verder in behandeling wordt genomen: € 60,50

3.4.12.5

Vervallen

3.4.12.6

Vervallen

3.4.12.7

In afwijking van de voorgaande bepalingen, is, voor een lopende aanvraag die binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen, wordt ingetrokken verschuldigd:

a

indien de lopende aanvraag in de periode tot en met 2 weken na ontvangst van de aanvraag wordt ingetrokken: 12,5% van de hiervoor vermelde tarieven met een maximum van € 50

b

indien de lopende aanvraag meer dan 2 weken tot en met 4 weken na ontvangst van de aanvraag wordt ingetrokken: 25% van de hiervoor vermelde tarieven

c

indien de lopende aanvraag meer dan 4 weken tot en met 6 weken na ontvangst van de aanvraag wordt ingetrokken: 50% van de hiervoor vermelde tarieven

d

indien de lopende aanvraag meer dan 6 weken maar binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag wordt ingetrokken: 75% van de hiervoor vermelde tarieven Onder lopende aanvraag wordt verstaan: een aanvraag waarop nog geen besluit is genomen door de gemeente.

3.4.12.8

Indien de aanvraag om het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan waarvoor reeds een vergunning is verleend en het gaat om een wijziging van een of enkele onderdelen van het bouwplan die op zichzelf beoordeeld kunnen worden, worden de leges geheven overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4.2, waarbij dan als bouwkosten gelden de bouwkosten van de gewijzigde onderdelen van het bouwplan, met dien verstande dat het te betalen legesbedrag nooit minder is dan € 250.

3.4.12.9

In afwijking van 3.4.12.8 gelden voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning bij een milieubelastende activiteit de tarieven, genoemd in dit hoofdstuk van deze legestabel voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.

3.4.13

MODALITEITEN Achteraf ingediende aanvraag 22

3.4.13.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van die activiteit, worden de op grond van 3.4.2 tot en met 3.4.8 en 3.4.9.2 tot en met 3.4.9.8 verschuldigde leges verhoogd met 10%. Uitgebreide voorbereidingsprocedure

3.4.13.2

3.4.13.3

Bij een aanvraag waarbij afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op de voorbereiding van het besluit van toepassing is, wordt het tarief van een milieubelastende activiteit als bedoeld in 3.4.9.2 tot en met 3.4.9.8 vermeerderd met een toeslag van:

€ 2.421,10

Bij een aanvraag waarbij afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op de voorbereiding van het besluit van toepassing is, wordt het tarief van een de overige activiteiten als bedoeld in 3.4.2 tot en met 3.4.8 vermeerderd met een toeslag van: € 1.415,40 Instemming

3.4.13.4.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 3.4.13.4.2 Het bedrag bedoeld in 3.4.13.4.1 wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag na de kennisgeving van de kosten schriftelijk is ingetrokken.

3.4.14

TERUGGAAF EN VERMINDERING

3.4.14.1

Indien een aangevraagde omgevingsvergunning voor een activiteit wordt geweigerd, bestaat aanspraak op vermindering dan wel teruggaaf van een deel van de leges. Deze vermindering dan wel teruggaaf bedraagt 25% van de leges die verschuldigd zijn voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd.

23

3.4.14.2

Voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een activiteit die, naar het oordeel van het College van burgemeester en wethouders, kan worden beschouwd als een aanvraag voor eenzelfde activiteit als waarvoor ten hoogste zes maanden voor de datum van ontvangst van deze aanvraag de vergunning is geweigerd en waarin de grondslag voor die weigering is opgeheven, wordt vermindering dan wel teruggaaf van 25% van de voor die aanvraag geheven leges verleend (vermindering leges 2e aanvraag voor eenzelfde activiteit), met dien verstande dat het te betalen legesbedrag nooit minder is dan € 250. Deze bepaling is niet van toepassing op aanvragen als bedoeld in 3.4.7 (vellen houtopstand).

4.

HOOFDSTUK 4 - MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN VERVALLEN

5.

HOOFDSTUK 5 - FYSIEKE LEEFOMGEVING OVERIGE ACTIVITEITEN

5.1

VERGUNNINGEN TOERISTISCHE VERHUUR Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

5.1.1 een Bed & Breakfast vergunning zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam (per aanvraag): Er zijn geen leges verschuldigd indien een aanvraag moet worden afgewezen omdat het quotum voor Bed & Breakfast vergunningen reeds is overschreden. € 572,80 5.1.2

een wijziging in de vergunning als bedoeld in 5.1.1 bestaande uit het toevoegen dan wel verwijderen van één of meer personen. € 112,50

5.1.3

een vergunning voor vakantieverhuur zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam (per aanvraag)

5.2

€ 76,00

SPLITSINGSVERGUNNING Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet (splitsingsvergunning):

5.2.1 5.2.2

per (eerste) pand zoals gedefinieerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam per aanpalend pand onder de voorwaarden dat de panden dezelfde eigenaar hebben en de vergunningen voor de panden gelijktijdig zijn aangevraagd

24

€ 5.287,50 € 3.382,80

5.2.3

5.3

In afwijking van 5.2.1 en 5.2.2 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een door een bij de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties aangesloten woningcorporatie ingediende aanvraag voor een splitsingsvergunning, onder de voorwaarde dat het een splitsing betreft conform de voorwaarden van artikel 6.2 van de 'Uitvoeringsovereenkomst Verkoop Sociale Huurwoningen 2024 t/m 2028', per te formeren recht:

€ 553,30

VERGUNNING VOOR HET ONTTREKKEN, SAMENVOEGEN, OMZETTEN, VORMEN VAN WOONRUIMTEN Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:

5.3.1

5.3.2

een onttrekkingsvergunning voor sloop van een (gedeelte van een) woonruimte zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam, per woonruimte of gedeelte van een woonruimte (per aanvraag):

€ 1.465,70

een voorraadvergunning als bedoeld in de Huisvestingsverordening Amsterdam, anders dan de vergunningen als bedoeld in de 5.1.1 en 5.1.3: De tarieven gelden per aanvraag tenzij in een aanvraag meerdere panden zijn betrokken; dan geldt het genoemde tarief per pand

5.3.2.1 5.3.2.2 5.3.2.3

een onttrekkingsvergunning ander gebruik zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam:

€ 664,10

een vergunning voor samenvoegen zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam:

€ 664,10

een omzettingsvergunning voor drie onzelfstandige woonruimten zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam: Er zijn geen leges verschuldigd indien een aanvraag moet worden afgewezen omdat het quotum voor omzettingsvergunningen reeds is overschreden. € 66,40

5.3.2.4

5.3.2.5

5.4

voor alle overige - niet in 5.3.2.3 genoemde - omzettingsvergunningen zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam: Er zijn geen leges verschuldigd indien een aanvraag moet worden afgewezen omdat het quotum voor omzettingsvergunningen reeds is overschreden. een vergunning woningvorming zoals geformuleerd in de Huisvestingsverordening Amsterdam:

€ 664,10 € 664,10

GESCHIKTHEIDSVERKLARING VOOR PROSTITUTIEBEDRIJVEN Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een geschiktheidsverklaring voor een prostitutiebedrijf in de zin van bijlage 6 van de Bouwverordening Amsterdam 2013:

5.4.1

voor één werkruimte

€ 690,60

5.4.2

vanaf twee tot en met vijf werkruimten binnen een pand

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220758/1