1. concept-investeringsnota Dichtersbuurt.pdf
Tekst van het document
Woonomgeving Met de nieuwe bebouwing wordt voor meer samenhang tussen 6,1 woning en woonomgeving gezorgd door het plaatsen van woonfuncties aan de straat en het maken van margezones (strook 4,9 tussen privaaten openbaar gebied) op de stoep. Bij de opzet van de zes nieuwe stempels is de voorkant- achterkant situatie 3,6 ten behoeve van de sociale veiligheid en zo veel vereenvoudigd mogelijk ogen op3.0de straat. Alle voorkanten en entrees liggen aan de buitenzijde van de blokken. Private buitenruimtes zijn er 2,4 aan beide zijden; voortuinen en voorzones aan de straat en achtertuinen aan het groene binnenhof. Voor de nieuwe binnenho1,2 ven in het middengebied geldt dat zij openbaar zijn omdat hier ook de twee speelplekken ingericht worden. Maar ook vanuit de woningen is 0,0 er toegang tot de hoven voorzien.
Om te voorkomen dat er overlast ontstaat wordt bij de inrichting rekening gehouden met de eisen en aanbevelingen vanuit het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Zo is er vanuit minimaal twee woningen zicht op de entrees naar de binnenhoven, zal er gezorgd worden voor voldoende verlichting en is er de mogelijkheid om als er toch overlast optreedt de hoven af te sluiten. Hoogteontwikkeling De hoven bestaan steeds uit twee stroken van 6 lagen en twee stroken van 3 lagen. De hogere stroken (hierna ook de ribben genoemd) hebben een oost-west oriëntatie. De lagere stroken zijn steeds zo gepositioneerd dat de bezonning van de hoven optimaal is. De lage stroken refereren aan het dorpse karakter van de buurt. Dit is met name bepalend voor het karakter van de Henriëtte Roland Holststraat. Hier ontstaat een afwisselend beeld van hogere koppen aan het eind van de hogere ribben, en lagere strookbebouwing. Bij de ribben is de bovenste laag telkens met een setback uitgevoerd. Deze zijn essentieel voor de zontoetreding op maaiveld en de verhouding 2:3. Ook langs de Burgemeester Röellstraat komen hogere koppen in combinatie met lagere straat begeleidende bebouwing te staan.
P
P
P
P
P
Entree parkeergarage
Entree bedrijven en maatschappelijk programma
Entree parkeergarage Entree bedrijvenIndividuele en maatschappelijk programma Entree collectieve fietsenstalling woningentree Entree collectieve fietsenstalling
Individuele woningentree
Hoofdentree woongebouw
Hoofdentree woongebouw
Entrees
7
Om de effecten van de hogere gebouwen op de bezonning van de omgeving na te gaan is een zonnestudie uitgevoerd. Uit deze studie blijkt dat de hogere nieuwbouw (vanzelfsprekend) effect heeft op de van de omliggende woningen. Alle 22 november (tenbezonning minste 3 mogelijke bezonningsuren) woningen behouden echter voldoende bezonning.
3
7 1
6
1
66
3
3
6 63
7
7,3
1.5
1.5
6
66
6 2
3.0
3
66
6
6
6 2 2 6
6
6
3
3
3
4,9
3,6
3
3
6
3 3
6,1
6
6
3 3
7
6
3
3 3
8,5
66
3
3
hours
3
3
3 3
3
2 6 2
2
62
62 2 6
2 6
2,4
1,2
0,0
Bezonning in 22 November (bezonningsuren)
1 laag 1.5 lagen
1 laag
2 lagen
5 lagen
1.5 lagen 2 lagen
3 lagen 5 lagen
6 lagen 7 lagen
3 lagen
6 lagen
Hoogtekaart
7 lagen
Investeringsnota Dichtersbuurt 29
Vogelperspectief Investeringsnota Dichtersbuurt 30
Functies In de bestaande situatie zijn al langs de Slotermeerlaan incidenteel niet-woonfuncties gesitueerd (commerciële functies). In de toekomst zal de Slotermeerlaan als stadsstraat nog aan betekenis toenemen. De bestaande ventweg wordt opgeheven en in plaats hiervan wordt een brede stoep met hoge verblijfskwaliteit langs de stadsstraat gemaakt. Het toekomstig grotere aantal woningen vraagt om extra vierkante meters aan bedrijfsruimtes. In een verhoogde plint zal zich onder andere een levendige winkel- of bedrijfsaanbod kunnen vestigen met een stedelijke karakter. Rond het centrale ontmoetingsplein in de hart van de buurt komen maatschappelijke functies. Dit zijn buurt gerelateerde functies, zoals een buurtkamer of woningen voor ouderen. De Burgemeester Röellstraat, tot nu toe nog een straat zonder adressen ter hoogte van de Dichtersbuurt, krijgt straks woningen die hun voordeuren aan de straat hebben en zo voor een levendig straatbeeld zorgen. Woningtypologieën Met de in totaal circa 850 woningen en dus het bijbouwen van ca. 450 nieuwe woningen boven op de bestaande voorraad levert Eigen Haard een bijdrage aan de woningnood in Amsterdam. Daarnaast sluiten de woningen beter aan bij wat de bewoners nodig hebben, zoals ruimere appartementen, eengezinswoningen met een tuin, groepswoningen of ouderenwoningen die gelijkvloers zijn en toegankelijk met een lift.
Het toevoegen van verschillende typologieën biedt meer differentiatie in het woningaanbod. Het huidige aantal sociale huurwoningen blijft minimaal gelijk. Naast sociale huurwoningen komen er ook middeldure huurwoningen en koopwoningen. Deze worden per bouwblok gemixt. Dat versterkt de cohesie in de buurt. De verschillende maten van de bouwblokken zorgen ervoor dat er veel verschillende typen woningen gebouwd kunnen worden. Zo is de hogere bebouwing van 14 meter diep geschikt als galerijwoningen en de blokken van 18 meter als corridor. De lage blokken zijn op bepaalde plekken galerijwoningen en op andere plekken 3-laagse gezinswoningen.
Groenstructuur De groenstructuur is beeldbepalend voor de buurt. Er is een rijke variatie van verschillende typen groen, geheel volgens het gedachtengoed van het AUP. Het is opgebouwd uit groene hoven, een bomenlaan langs de Henriëtte Roland Holststraat en de groene singel. In het nieuwe plan wordt de opzet van de verschillende groene ruimtes verrijkt met groene woonstraten. Door het uitgebreide autowegensysteem in de buurt te verminderen, vooral in de noord-zuid verlopende buurtstraten en parkeerplekken aan de randen te concentreren, komt er in de nieuwe situatie meer ruimte voor groen. Er komt een onderscheid tussen groen in de buurtstraten en in de hoven. Met name het groen in de hoven wordt meer uitnodigend gemaakt voor bewoners met speelplekken en kleinschalige ontmoetingsplekken. De buurtstraten krijgen een groen karakter waar de auto’s te gast zijn en de verblijfskwaliteit vergroot wordt. Brede margestroken creëren hier toegevoegde privé-buitenruimte die in combinatie met het groen langs de straat een hoge kwaliteit opleveren. De bomen langs de straten blijven zoveel als mogelijk bestaan. Nieuwe bomen worden toegevoegd, waarbij het principe van de Bomentaal van NieuwWest gehandhaafd en versterkt wordt.
Maatschappelijk onroerend goed Bedrijfs onroerend goed Maatschappelijk onroerend goed Bedrijfs onroerend goed
Entrees
Daarbij is de plaatsing van de bomen en de soortkeuze een integraal onderdeel van de stedelijke ruimte dat afhankelijk van de plek in de stedenbouwkundige opzet reageert op de verkeerstructuur of op de aanliggende bebouwing.
Groene H als centrale groenelement Ontmoetingsplein Groene hoven (gearceerde hoven zijn verhoogd door ondergrondse parkeergarage)
Groenstructuur in toekomstige Dichtersbuurt Investeringsnota Dichtersbuurt 31
Henriëtte Roland Holststraat
Slauerhoffstraat
22
12
52
12
25
12
22 straatprofiel Noord-Zuid, doorsnede B Investeringsnota Dichtersbuurt 32
Henriëtte Roland Holststraat
Slauerhoffstraat
straatprofiel Noord-Zuid, doorsnede A
ontmoetingsplein met maatschappelijke functies
10
42
12
37
binnenhof
12
Burgemeester Röellstraat
plein aan rotonde
A
54
10
kamstructuur
31,5
B
Burgemeester Röellstraat
12
Willem Kloosstraat
52
12
Investeringsnota Dichtersbuurt 33
verhoogde binnenhof boven parkeergarage
Investeringsnota Dichtersbuurt 34
Boutensstraat
Slotermeerlaan straatprofiel West-Oost, doorsnede C
14
27
18
binnenhoven met speelplekken en veel groen
23
14
31
Joannes Reddingiusstraat
14
23
18
27
14
C
overgangszone privé - openbaar
buurtstraat
margestrook aan straatkant
Investeringsnota Dichtersbuurt 35
6 Beeldkwaliteitsplan
J.A. dèr Mouwstraat Investeringsnota Dichtersbuurt 36
6. Beeldkwaliteitsplan De Dichtersbuurt is een goed voorbeeld van een wijk ontworpen volgens de tuinstadgedachte van het AUP. De verkavelingsstructuur is daarom ook de stedenbouwkundige basis waarbinnen de gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Het beeldkwaliteitsplan is een wezenlijk onderdeel hiervan. Hierbij gaat het om de ruimtelijke uitstraling van de nieuwbouw en alle ruimte daartussenin (openbare ruimte, collectieve ruimte en de privé– buitenruimte). Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor de overgangen van openbaar en/of collectief naar privé. De kwaliteit van de Dichtersbuurt ligt in de ruimtelijke karakteristieken van het AUP met zijn stempelstructuur en de aandacht voor het netwerk van groen. Zo zijn de ruim opgezette hoven en de (zicht)relatie naar het groen en het water ontwerpprincipes die in de toekomstige bebouwing terug te vinden zijn. Echter de architectuur van de bestaande bebouwing met de sobere en simpele vormgeving levert maar beperkte kwaliteit op en vormt geen inspiratie voor de toekomstige buurt. Daarom is er niet alleen naar de buurt gekeken maar breder op zoek gegaan naar voorbeelden van naoorlogse architectuur in het algemeen. Het doel is de bestaande kwaliteiten te behouden en tegelijkertijd een moderne vertaalslag te maken ter verbetering van de buurt.
Eenheid en samenhang De nieuwe buurt vormt één familie zodat de hoven en de kamstructuur aan de Burgemeester Röellstraat als geheel herkenbaar zijn. Dat betekent dat de architectonische en morfologische samenhang binnen de buurt behouden en benadrukt moet worden. Als basis dient dezelfde architectuur en vormentaal maar de gebouwen reageren wel op de verschillende ruimtelijke structuren. Zo kunnen de gevels van de gebouwen aan de Slotermeerlaan en de Burgemeester Röellstraat verschillen in vergelijking met de gevels op blokniveau. Onder de voorwaarde dat de koppen van de ribben overal dezelfde vorm en uitstraling moeten hebben, kan het plangebied in 4 architectuureenheden ingedeeld worden: de twee blokken langs de Slotermeerlaan vormen een geheel, ook horen zij niet tot dezelfde bouwfase. Hier moet tijdens de realisatie op gelet worden.
De kamstructuur vormt de tweede architectuureenheid: Om een overtuigend straatbeeld langs de Burgemeester Röellstraat neer te zetten, moet deze stedenbouwkundige structuur als één geheel vorm gegeven zijn. Eenheid drie en vier zijn de blokken langs de Henriëtte Roland Holststraat. Door de blokken over de straat heen als eenheid aan elkaar te koppelen ontstaat een spanningsrijke, afwisselende straatbeeld langs de Henriëtte Roland Holststraat met drie verschillende sequensen. Tegelijkertijd is er een harmonieuze, qua vormgeving uniform straatprofiel langs de buurtstraten met gevels die uit één architectuurfamilie komen.
stadslaan
blokniveau Massa en vorm De nieuwbouw ontleent zijn stedenbouwkundige structuur aan de oorspronkelijke bebouwing met een hedendaagse aanpassing door het introduceren van een nieuw beeldbepalende element, de “ribben” van de wijk (zie volgende alinea). De nieuwe blokken zijn nog steeds haakvormige gebouwen die tegenover elkaar staan maar met een duidelijk hogere dichtheid. De doorwaadbare hoven en het wegensysteem blijven in de nieuwe situatie bestaan. Hetzelfde geldt voor de richtlijn voor de verhoudingen tussen de bebouwing en ruimte: dit blijft de cultuurhistorisch bepaalde maat van 2:3 - ook in een hogere dichtheid. Een setback op de laatste verdieping waarborgt betere bezonning op maaiveld en de kernwaarden van het AUP met licht, lucht en ruimte.
wijk-/buurtniveau (stads)straatniveau Eenheid en samenhang op blok-, buurt- en stadsniveau
1
3
4
1
3
4
2 Eenheid en samenhang op blok-, buurt- en stadsniveau Investeringsnota Dichtersbuurt 37
Stroken als “ribben” in de wijk De belangrijkste elementen om een samenhang in het plangebied te creëren, zijn de zogenoemde “ribben”. Dit zijn de hogere noord-zuid georiënteerde gebouwen die een sterke stedenbouwkundige samenhang vormen, de hoven samentrekken en de drager van de structuur zijn. Door deze stroken ontstaat een duidelijk hogere dichtheid in het gebied en door hun duidelijke aanwezigheid (markante koppen en lange lijnen) wordt horizontale orientatie in de architectuur geïntroduceerd. Dit is in tegenstelling tot de bestaande geleding een duidelijke wijziging in de buurt en creëert veel meer gelaagdheid in de stedenbouwkundige structuur. Door het uitlijnen van deze stroken met elkaar (liggen per rij allemaal in dezelfde as en hebben per rij dezelfde breedte) behoren die ribben en hun markante kopgevels tot één familie en één architectuur. Gevelopbouw De gevelopbouw van de nieuwbouw is geïnspireerd op het modernistische bouwen in Amsterdam Nieuw-West maar in een hedendaagse interpretatie. De geleding van de lange stroken in het gebied is horizontaal opgebouwd met helder doorlopende banden waarbij de gevels meer expressie en ruimtelijke diepte kunnen krijgen dan in de bestaande situatie. Hier kunnen ook grote raamopeningen geplaatst worden. Door de horizontale geleding worden de stroken en de beeldbepalende ribben beter benadrukt.
“ribben” structuur karakteristieke kopgevels “Ribben’’ met markante kopgevels Investeringsnota Dichtersbuurt 38
bestaande kopgevels bij hoofdgebouwen en bergingen
Kopgevels De kopgevels van de ribben vormen een verbijzondering in de architectuur en hebben een prominente positie omdat zij vanuit de straat als herhalend element duidelijk te zien zijn. Zij zijn als één geheel vormgegeven en symetrisch opgebouwd waarbij de horizontale geleding van de lange zijden reduceert terug komt. De openheid en plasticiteit is hier terughoudender. Zo zijn de raamopeningen kleiner en worden geen uitstekende balkon’s geplaatst worden maar inpandige buitenruimtes (loggia’s). De kopgevels zijn allemaal op dezelfde manier vormgegeven en bieden zo de gewenste houvast en herkenbaarheid. Kopgevels bij de Röellstraat hebben meer plasticiteit en openheid. Hier komen meer raamopeningen en transparantie om de relatie met de stedelijke straat te benadruken. Plinten en entrees In de buurt komt een mix aan functies. De nieuwbouw is goed verbonden met het maaiveld door voldoende actieve functies in de plint en herkenbare en logisch geplaatste entrees - zowel de individuele voordeuren van grondgebonden woningen als die van collectieve entrees (portieken dan wel galerijen). Zij zijn herkenbaar en vormgegeven met extra details en verbijzonderingen. De woningtoegangen liggen aan de straat (de voorkant). Ze dragen bij aan het meer open maken van de plinten en sociale controle op straat.
Om voor de bewoners een aantrekkelijke route naar de openbare binnenhoven te creëren, steken de hoofdentrees door naar deze binnenhoven. De ingangen van de niet-woonfuncties liggen aan het ontmoetingsplein en aan de Slotermeerlaan. De ingangen voor de collectieve fietsenstallingen zijn inpandig en zo dicht als mogelijk aan de verkeersring en aan de hoofdentrees gesitueerd. De kamstructuur aan de Burgemeester Röellstraat moet alzijdig ontworpen worden met de hoofdontsluiting vanaf de noordzijde vanuit de buurt. Daarnaast komen er ook enkele voordeuren aan de Burgemeester Röellstraat. De inritten voor de twee parkeergarages voor de buurt zijn gesitueerd aan de Henriëtte Roland Holststraat, zijn achter de
rooilijn gesitueerd en integraal mee ontworpen in het gevelontwerp. Hun gevelbeeld draagt bij aan een levendige straatbeeld. Voetgangersentrees voor de garages zijn zo gesitueerd dat zij eenvoudig te bereiken zijn en ontmoetingen stimuleren. Daken Zowel de noord-zuid georiënteerde gebouwen (de hogere ‘‘ribben’’ van de buurt) als ook de oost-west georiënteerde lagere gebouwen worden met een plat dak op de laatste verdieping beëindigd waarbij bij de ribben de laatste verdieping als setback uitgevoerd is. Voor schaduw- en reliëfwerking in de gevels en voor de benadrukking van de horizontale geleding steken de dakranden (goten) voldoende uit ten opzichte van de gevel en zijn bovendien zichtbaar op de kopse kanten van de kopgevels. Het is belangrijk dat alle daken dezelfde kapvorm krijgen en dezelfde maat setback (2 meter bij de smalle en 3 meter bij de brede stroken). Zonnepanelen en andere duurzaamheidsvoorzieningen zijn op passende wijze geïntegreerd in of op de daken. Zij zijn daar geplaatst waar ze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte.
Voorbeeld van naoorlogse architectuur: De Savornin Lohmanstraat 137 t/m 151 in Geuzenveld
woningen niet-woon functies kamstructuur met woningen ingang fietsenstalling dicht bij ontsluitingsring Functies in toekomstige Dichtersbuurt
Voorbeeld van naoorlogse architectuur: Jasper Warnerhof in Geuzenveld van W. van Tijen Investeringsnota Dichtersbuurt 39
Ritmiek van ribben met setback en lagere ost-west georienteerde gebouwen met platte daken
Balkons / loggia’s / galerijen Buitenruimtes zijn met aandacht en in nauwe samenhang met de bebouwing ontworpen, worden verfijnd afgewerkt en moeten bijdragen aan de horizontale geleding van de gevels. Balkons en loggia’s worden voornamelijk aan de lange zijdes van de bebouwing gepositioneerd en niet op de koppen. Aan de koppen mogen sowieso geen uitstekende balkons geplaatst worden (zie ook alinea kopgevels). De buitenruimtes zijn geïntegreerd in het gebouw of steken maximaal 1,6 meter uit. Uitkragende balkons zijn aan de straatzijde mogelijk vanaf de derde bouwlaag (tweede verdieping). Op de eerste verdieping moeten hier buitenruimtes of als Franse balkon of loggia’s uitgevoerd zijn. Dit geldt niet voor de binnenhoven: hier mogen al vanaf de eerste verdieping uitkragende buitenruimtes geplaatst worden. Bij de volumes van 3 lagen hoog zitten de balkons aan de hofzijde. Eventuele balkons aan de straatzijde zijn inpandig en steken niet uit. Uitzonderingen vormen de buitenruimtes langs de Slotermeerlaan en de Burgemeester Röellstraat. Hier zijn alleen maar buitenruimtes mogelijk die achter het gevelvlak geplaatst zijn. Galerijen vallen binnen de rooilijn van de gebouwen.
Voorbeelden voor materiaalgebruin en kleurkeuze: boven gebouw aan het Confuciusplein,beneden gebouwen aan de Jan van Duivenvoordestraat Investeringsnota Dichtersbuurt 40
Kleur, materiaal en detaillering De materialisering en het kleurgebruik herinneren aan de architectuur van het modernistisch naoorlogse bouwen, namelijk: hoofdzakelijk steenachtige materialen zoals baksteen en glas en spaarzame accenten in metselwerk en/of (geprefabriceerd) beton. Ook het kleurenpalet voegt zich hierin: rood- en bruintinten voeren de boventoon. De horizontaliteit van de architectuur wordt met een lichtere tint benadrukt. Verder kent de nieuwbouw een verfijnde maar eenvoudige detaillering. Gevelopeningen zoals ramen en deuren kunnen plastisch uitgewerkt worden. De plint kan qua materiaal en kleurgebruik aan de langsgevels anders uitgevoerd zijn tot de rest van het gebouw en zich van het volume afzetten. Dit onderstreept de horizontale geleding van de gevels. De setback wederom is onderdeel van het volume daaronder en vormt een eenheid qua materiaalgebruik
en kleur. Voor de kopgevels geldt dit niet: hier wordt de gevel in zijn geheel vormgegeven qua materiaal en kleur. Dit onderstreept de verticaliteit en de vlakte van de kopgevels en ondersteunt de sterke positie van de koppen in relatie tot de rest. De pergola tussen de lagere stroken van de kamstructuur is integraal ontworpen met de gebouwen en ondersteunt de horizontale geleding van de architectuur. Overige Elementen Hemelwaterafvoeren en dak installaties (zoals schoorstenen) worden zorgvuldig mee ontworpen en bovendien in een bewuste ritmiek in de gevels geplaatst. Duurzaamheidsvoorzieningen zijn op passende wijze in het architectonisch ontwerp geïntegreerd. Dakopbouwen naar de woonverdieping zijn niet toegestaan. Openbare ruimte In de Dichtersbuurt wordt ingezet op een groene inrichting, een levendige openbare ruimte en op langzaam verkeer en het terugdringen van autoverkeer in de openbare ruimte. De inrichting van de straten moet het groene karakter van de buurt weerspiegelen. Doel is om ontmoetingen in het voorbijgaan te stimuleren, met name op het centrale ontmoetingsplein, de hoven en de buurtstraten. De buurtstraten worden zo ingericht dat auto’s er doorheen kunnen rijden. Er wordt niet geparkeerd en de nadruk ligt op de verblijfskwaliteit. Stilstaan kan alleen kortstondig en niet zonder achteropkomend verkeer te hinderen.
De inrichting is zo dat passeren met een ander voertuig onmogelijk is. De buurtstraten krijgen een groene inrichting met lage beplanting en veel bomen. Oplossingen voor de wateropgave en maatregelen voor verhogen van de natuurinclusiviteit worden geïntegreerd in het groen. Het groen in deze buurtstraten draagt bij aan een gezonde leefomgeving. De inrichting van het openbaar gebied voldoet aan de Puccinimethode, de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld met zo smal mogelijke rijbaan en zo veel mogelijk ruimte voor langzaam verkeer en verblijven.
Overgang privé - openbaar De overgang tussen openbaar en privé en de relatie tussen de begane grond van de woningen en het openbaar gebied zijn belangrijke kenmerken voor een levendige buurt. Daarom moeten de overgangen zodanig vormgegeven worden dat openheid en homogeniteit wordt gegarandeerd. Hiervoor is er bijzondere aandacht voor de erfafscheidingen tussen openbaar en privé: ■ Om een afstand tussen woning en straat te creëren worden margezones toegepast. Zij zijn minimaal 1,4 m en maximaal 2,0 m diep zonder erfafscheiding en hoogteverschil tussen openbaar en privé. Zij wijken in materialisering af van de 30x30 grijze betontegel op de stoep en zijn daarmee duidelijk herkenbaar ■ Bij het toepassen van voortuinen dient de erfafscheiding meeontworpen te worden met de bebouwing, het betreft een blokhaag (max. hoogte 0,8m). Deze hagen worden gezamenlijk onderhouden door corporatie of VVE. Het is niet toegestaan om daar schuttingen te plaatsen.
A: margestrook/voortuin B: stoep C: groen / beplanting D: buurtstraat zonder parkeren E: privétuin F: erfafscheiding G: openbaar hof
openbaar hof privétuinen voortuinen A FB C
D
C
buurtstraat en hof- schematische doorsnede
B
A
EFC
G
C FE
margestrook Functies groen Investeringsnota Dichtersbuurt 41
Binnenhof met speelplek
Investeringsnota Dichtersbuurt 42
■ Het ontwerp van de zone tussen de begane grond en de openbare ruimte moet een zachte, harmonieuze overgang vormen. Dit is dan ook de ruimte waar bewoners zich de buitenruimte kunnen toe-eigenen, bijvoorbeeld door middel van een bank of een geveltuin. Hierbij moet een ‘gesloten plint’ (permanent dicht gemaakte ramen of hoog opgetrokken schuttingen) in deze overgangszone al in het ontwerp voorkomen worden.
Binnenhoven De hoven dienen een groene uitstraling te hebben en zijn door de grote openingen zichtbaar vanuit de straten. De hoven zijn onderdeel van het gebouwensemble en lopen van gevel tot gevel en vormen elk een groen geheel. Hierin zijn verschillende zones en functies mogelijk. De hoven worden voor openbaar gebruik ingericht. Hier zijn slechts suggesties voor de inrichting van de hoven opgenomen. Voor de uiteindelijke invulling is samenwerking met de aanwonenden wenselijk. Eventueel gebouwde elementen dienen het publieke belang en mogen doorzichten en zichtlijnen niet belemmeren.
werp. De erfafscheiding, die afstand creëert naar de privé buitenruimte, bestaat uit beplanting of in combinatie met een gebouwd element. De max. hoogte is hier 1,5m. Deze worden gezamenlijk onderhouden door corporatie of VVE. Het is toegestaan om aan de tuinzijde van de haag een schutting van max. 1.2m hoog te plaatsen. Om de privacy van bewoners te waarborgen ligt er bovendien tussen de tuin en het openbare hof een groenvak (bv heesterstrook als buffer) van tenminste 2 m breed. In de tuinen komen er geen aan- of bijgebouw. De tuinen grenzen aan de hof die fungeerts als openbare ruimte. Het ontwerp van de zone tussen de begane grond vanuit de tuin is het hof toegangelijk door één paadje per twee naast elkaar gelegen tuinen. Dit laatste, om de versnippering van het groen tot een minumum te beperken.
De aangrenzende gebouwen gesitueerd rond de hoven hebben elk ten minste één collectieve toegang naar de hoven. Vooral voor de bovenwoningen moeten de hoven via een entree aan de binnenkant makkelijk toegankelijk zijn. Deze dient in samenhang en integraal mee ontworpen te worden.
Voorbeeld Dichtersbuurt: beplanting (heester) als scheiding tussen privé en openbaar
max 1,5m
Privétuinen aan de hoven hebben een maximale diepte van 4m. Er dient een groene overgang tussen privétuin en openbaar hof ontworpen te worden als onderdeel van het gehele tuinont-
4m
2m
Functies groen Investeringsnota Dichtersbuurt 43
7 Openbare ruimte
Slauerhoffstraat Investeringsnota Dichtersbuurt 44
7. Openbare ruimte Als onderdeel van de vernieuwing van de Dichtersbuurt zal ook de openbare ruimte opnieuw worden ingericht. In deze investeringsnota is hiervoor een schetsontwerp opgenomen. Dit schetsontwerp zal in de volgende fase in overleg met bewoners worden uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp.
7.1 Hoofdstructuur
Voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van de openbare ruimte van Amsterdam, die ook op lange termijn te onderhouden is, is de Leidraad CVC en de Puccinimethode leidend. Daarbij is de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de woning en de diverse voorzieningen in de buurt van belang en draagt een heldere structuur bij aan het juiste, gewenste gebruik van de verschillende ruimtes.
7.2 Groenstructuur
Uitgangspunt bij de vernieuwing en verdichting van de buurt is het behoud en versterken van het groene karakter van de buurt. Daarbij is de doorkoppeling van de groene ruimtes van woning tot in het landschap van belang. Net als in het oorspronkelijke ontwerp kunnen bewoners vanaf hun woning de stedelijke groene gebieden bereiken. De opeenvolgende reeks van privaat groen naar openbaar groen blijft gehandhaafd en wordt waar mogelijk versterkt. Vanuit de tuin of margestrook loopt men via het hof en de buurtstraat naar de groenstrook langs het water. Via deze route zijn de parken in de buurt goed te voet of met de fiets te bereiken. Met name in de hoven is een forse kwaliteitsslag mogelijk door deze autovrij te maken. Ze krijgen daarmee weliswaar een meer besloten karakter, maar blijven openbaar en nodigen uit tot gebruik. De vier hoven zijn familie van elkaar en dat kenmerkt zich in het materiaalgebruik van de verharding en het toe te passen (zit)meubilair. In het schetsontwerp zijn slechts suggesties voor de inrichting van de hoven opgenomen. Voor de uiteindelijke invulling is samenwerking met de aanwonenden wenselijk. Daarbij kan gekozen worden voor (combinaties van) thema’s en sferen, te denken valt aan: fruithof, rusthof, ecohof, nutshof, waterhof, boshof, etcetera.
Verharding
Beplanting
Overig
Rijbaan 30 km/uur straat
Bestaande bomen, te behouden
Afvalcontainer & grof vuil locatie
Parkeervakken
Nieuwe bomen
Bank en afvalbak
Fietspad
Haag
Fietsparkeren
Trottoir
Plantvak
Bebouwing
Sport & speelplek (bepalen met bewoners)
Gras
Uitgegeven grond
Schetsontwerp openbare ruimte Investeringsnota Dichtersbuurt 45
Parkstrook Groenstrook Openbaar hof Privé Bestaande bomen Nieuwe bomen
Groenstructuur in toekomstige Dichtersbuurt Investeringsnota Dichtersbuurt 46
Belangrijk aandachtspunt bij de verdere uitwerking is de sociale veiligheid en het voorkomen van overlast. De eisen en aanbevelingen vanuit het Politiekeurmerk Veilig Wonen zijn hierbij richtinggevend, zoals voldoende zicht vanuit woningen op de entrees naar de hoven, voldoende verlichting en een inrichting die overlastgevend sport en spel zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het pocketparkje bij de rotonde is afgeleid van de groentjes aan de zuidzijde van de rotonde: gras met bomen en enkele bankjes. Omdat de openbare ruimte zeer goed gelegen is op de zon is hier ook een terrasfunctie denkbaar. Ook de parkstrook langs het water is een belangrijke kwaliteit voor de buurt. De verblijfskwaliteit wordt behouden en/of verbeterd, door middel van toevoegen van extra zitgelegenheid, de mogelijkheid voor kleinschalige buitensportfaciliteiten en/of door het versterken van de natuurwaarden door toepassing van bloemen en kruidenmengsels.
7.3 Boomstructuur
De Bomentaal van Nieuw-West, de kenmerkende plaatsing en keuze van de bomen in de stedelijke ruimte in het stadsdeel, wordt gehandhaafd. Daar waar kap van bomen onvermijdelijk is, zal worden gecompenseerd en worden bomen teruggeplaatst volgens het principe van de bomentaal. De bomen langs de straten blijven zoveel als mogelijk bestaan. Nieuwe bomen worden toegevoegd. In de Henriëtte Roland Holststraat staan de bomen aan beide zijden van de straat in de verharding en is er geen interactie tussen bomen en bebouwing, dit is een zogenaamde stadslaan. De soort is niet eenduidig, maar bij vervanging zal de valse Christusdoorn geplant worden, de soort die het meeste voorkomt. In de Slauerhoffstraat, de Willem Kloosstraat, de Boutensstraat en de Joannes Reddingiusstraat staan de bomen aan één zijde van de straat, zij reageren volgens het gevelritme op de haakvormige verkaveling. Bij vervangen en/of aanvulling van de rij wordt de meest voorkomende soort in de rij geplant. In de hoven staan de bomen los in ruime grasvlakken, het zijn met name kleinere soorten met een hogere sierwaarde. Daar waar ruimte is voor nieuwe bomen zal het principe van de losse bomen voortgezet worden.
Bestaande bomen, te behouden Nieuwe bomen [ 91 stuks ] Bomen te kappen [ 35 stuks ] NB
Waarde van de te kappen bomen is nog niet vastgesteld
Boomkaart toekomstige situatie Dichtersbuurt
1-2. Hofniveau Binnenhoven openbaar
3-4. Buurtniveau Tussenstraten en plantsoen
5-6. Wijkniveau De singel en Slotermeerlaan
7-8. Stadsniveau Recreatiegebieden
Tuinen van Genta, Breda
Kokerstraat, Rotterdam
Singel rondom Dichtersbuurt
Sloterplas Investeringsnota Dichtersbuurt 47
Boutensstraat
Slotermeerlaan Dwarsdoorsnede Slauerhoffstraat - Burgemeester Röellstraat Investeringsnota Dichtersbuurt 48
Henriëtte Roland Holststraat
Slauerhoffstraat
Dwarsdoorsnede Slotermeerlaan - Frans Bastiaansestraat
Willem Kloosstraat
plein voor kerkgebouw
Burgemeester Röellstraat
FransBastiaansestraat
Joannes Reddingiusstraat 23m brede profielen buurtstraat (verhouding 2:3 blijft behouden)
Investeringsnota Dichtersbuurt 49
B A
Dwarsdoorsnede Slauerhoffstraat - Burgemeester Röellstraat
Verkeersstructuur toekomstige situatie Dichtersbuurt Investeringsnota Dichtersbuurt 50
Impressie van buurtstraat
A
B
7.4 Verkeer
Alhoewel de nieuwe stedenbouwkundige verkaveling gebaseerd is op de bestaande structuur, is het voorstel om de verkeersstructuur fors te wijzigen. In de huidige situatie is de autoverkeerstructuur dominant in de buurt en wordt de Henriette Roland Holststraat door veel automobilisten gebruikt als sluiproute om de rotonde bij de Slotermeerlaan te omzeilen. Dit leidt tot grote drukte en onveilige situaties in de buurt. In de nieuwe situatie is de buurt voor autoverkeer enkel nog in te rijden via de Slotermeerlaan. De brug aan de oostelijke kant van de Henriëtte Roland Holststraat wordt in principe 1-richtingsverkeer (richting de buurt uit). Voor autoverkeer heeft dit als consequentie dat er via deze route geen autoverkeer de buurt in meer mogelijk is. Daarmee wordt het autoverkeer in de buurt teruggebracht naar enkel bestemmingsverkeer en wordt voorkomen dat de route Burgemeester Rendorpstraat – Couperusstraat – Henriette Roland Holststraat als sluiproute gebruikt wordt voor automobilisten die de rotonde Slotermeercircuit willen omzeilen. Alleen het eerste gedeelte van de H.R. Holststraat is tweerichtingsverkeer, daarmee kan men goed de parkeergarages bereiken en kan men ook snel de buurt weer verlaten. Onnodige verkeersbewegingen door de buurt worden zo verder gereduceerd. Het profiel van de Henriette Roland Holststraat is symmetrisch.
Vanaf de Boutensestraat wordt de straat eenrichtingsverkeer de buurt in. Hier ligt ook het centrale ontmoetingsplein, dat goed bereikbaar is en tegelijkertijd langs een verkeersluwere straat komt te liggen. De rest van de buurt is eveneens eenrichtingsverkeer met asymmetrische profielen. Langs de oost-west georiënteerde straten kan aan beide zijden van de straat geparkeerd worden. De Frans Bastiaansestraat krijgt aan één zijde parkeerplekken langs de rijbaan, de parkstrook behoud het groene karakter, vrij van geparkeerde auto’s. De middelste twee noord-zuidstraten – de Boutensstraat en Joannes Reddingiusstraat - zijn zeer autoluwe straten, met een rijbaan voor auto’s, vrij van geparkeerde auto’s en met een
maximale inzet op groen. De inrichting is dusdanig dat deze voorkomt dat auto’s lange tijd stil kunnen staan zonder andere auto’s te hinderen en uitnodigt om langzaam te rijden. Dit kan bijvoorbeeld door trottoirbanden, strategisch geplaatste elementen zoals bankjes en fietsnietjes en/of door (verhoogde) plantvakken. Verblijf en ontmoeting, vergroening, klimaat-bestendigheid en langzaam verkeer zijn hier belangrijke functies. Via de Slauerhoffstraat is er een tweede mogelijkheid om de buurt met de auto te verlaten. De ventweg langs de Slotermeer komt te vervallen. Elke route heeft zijn eigen karakter: ■ Slotermeerlaan - de stadsstraat: straatprofiel met verspringing in de rooilijn en commerciële functies in de plint; ■ Burgemeester Röellstraat - de stadslaan: straatprofiel met ruimte voor de stedelijke functies in de plint; ■ Henriëtte Roland Holststraat - de buurtontsluitingsweg: straatprofiel met parkeerplekken en een centrale ontmoetingsplek met maatschappelijke voorzieningen in de plint. Doorgaande fietsroute tussen de buurten; ■ Boutensstraat en Joannes Reddengiusstraat – buurtstraten: straatprofiel met een sterk autoluwe inrichting gericht op wonen en verblijven.
bewoners van de Couperusbuurt en voor de verkeersituatie op de Burgemeester Röellstraat. In het kader van de planvorming over de nieuwe inrichting van de Burgemeester Röellstraat vindt hierover nog overleg plaats met de bewoners van de aanliggende buurten. Deze overleggen kunnen nog tot nieuwe inzichten leiden. De voorstellen over de nieuwe verkeersstructuur in deze investeringsnota moeten daarom vooralsnog gezien worden als het wensbeeld. Definitieve besluiten over met name het wel/ niet invoeren van 1-richtingsverkeer tussen Couperus- en Dichtersbuurt zal plaats vinden bij het vaststellen van het definitief ontwerp openbare ruimte Dichtersbuurt in de volgende fase.
7.5 Parkeren
Zoals beschreven in hoofdstuk 4 worden, conform het gemeentelijk parkeerbeleid, nieuwe bewoners uitgesloten van een ontheffing of parkeervergunning op straat, met uitzondering van de huidige bewoners die nu al over een ontheffing beschik-
Voor langzaamverkeer zijn er - naast de gangbare straten - extra mogelijkheden om de buurt in en uit te gaan. Het fiets- en voetpad in de parkstrook aan de oostzijde blijft gehandhaafd. De brug van en naar de Couperusbuurt blijft voor langzaamverkeer intact en in de zuidwesthoek is een fietspad voorzien door de kamstructuur naar de Burgemeester Röellstraat. Voetgangers kunnen ook halverwege en aan de zuidoost zijde via trappartijen de buurt in en uit. De nieuwe trap aan de zuidoostzijde - naast de kerk - is familie van de nieuw te realiseren trappartij aan de andere zijde van het water in de Couperusbuurt. Met name het invoeren van 1-richtingsverkeer tussen Dichtersbuurt en Couperusbuurt heeft ook consequenties voor de
Autoparkeren voor bezoekers in de openbare ruimte Investeringsnota Dichtersbuurt 51
ken en terugkeren naar de nieuwbouw. Voor deze terugkeerders worden wel parkeerplaatsen gemaakt in de openbare ruimte. Ook voor bezoekers worden parkeerplaatsen gemaakt op straat. Alles bij elkaar zijn er 178 parkeerplaatsen op straat nodig (52 plekken voor de bestaande bewoners van de Slauerhoffstraat, ongeveer 85 bezoekersparkeerplaatsen en de rest voor terugkeerders), waarvan 15 stuks als ‘tijdelijk’ bestempeld zijn. Mocht blijken dat er op termijn minder parkeervergunningen nodig zijn voor de ‘terugkeerders’ dan zullen deze plekken als eerste komen te vervallen. Mocht in de laatste bouwfase blijken dat er in totaal té weinig parkeerplekken op straat zijn, bestaat de mogelijkheid nog circa 10 in de Willem Kloosstraat aan de rotonde te realiseren. De inrichting van de straat met overwegend langsparkeervakken is volgens Puccini 30 km/uur, Klassiek 3 maximaal
vergroend. Deze variant uit het Puccini Handboek Rood – Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, is het beste rainproof. Langs de Slotermeerlaan zijn twee laad- en losplekken voorzien, een derde is gesitueerd in het eerste deel van de R.H. Holststraat. Voor de nieuwe bewoners van de Dichtersbuurt maakt Eigen Haard parkeerplaatsen op eigen terrein. Hiervoor worden in de bouwblokken langs de Slotermeerlaan twee parkeergarages gerealiseerd met in totaal circa 210 parkeerplaatsen (70 in de noordleijke blok en 140 in de zuidelijke blok aan de Slotermeerlaan). De garages en de bovenliggende daktuinen zijn niet openbaar toegankelijk. De overige vier hoven zijn wel openbaar, ze zijn volledig autovrij en doorwaadbaar voor voetgangers. Nog meer dan in de buurtstraten <30 is de inrichting hier gericht op verblijf, vergroening en klimaatbestendigheid. Nabij hoofdentrees van de woonblokken zijn in het ontwerp ruimtes voor fietsparkeren voor bezoekers opgenomen. Deze worden opgenomen tussen de bomen en de groenvakken, zodat het trottoir vrij blijft van obstakels. Voor het aantal parkeerplaatsen voor auto’s, fietsen en scooters bij niet-woonfuncties gelden de normen uit de nota’s Parkeernormen Auto en Parkeernormen Fiets en Scooter (2018).
Uitgangspunt is hierbij dat deze parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, tenzij voldaan wordt aan tenminste één van de afwijkingscriteria in de nota. Aangezien de concrete invulling van de niet-woonfuncties nog niet duidelijk is, wordt het benodigde aantal parkeerplaatsen in de volgende fase bepaald.
7.6 Overgang openbaar - privé Speelplek Sporten Ontmoetingsplein Speelplekken in toekomstige Dichtersbuurt Investeringsnota Dichtersbuurt 52
Tussen de voordeur en de openbare ruimte ligt een overgangszone. Eventuele erfafscheidingen tussen de woningen en tussen privaat en openbaar gebied worden mee ontworpen met de architectuur van de blokken. Deze zone is door bewoners naar eigen inzicht in te richten.
Bij de hoge bouwblokken, de ‘ribben’, is deze zone maximaal 2 m diep en dient mee ontworpen te worden met de architectuur van de bebouwing. Aan de parkzijde en bij de eenzijdig gerichte woningen krijgt de erfafscheiding een groen karakter. Bij de oostwest gerichte lage blokken in de Slauerhoffstraat is deze zone aan de voorzijde van de woning maximaal 3 m en versterkt een groene inrichting van maximaal 1.2 m hoog het groene karakter. In de Willem Kloosstraat is er – met behoud van de bestaande bomen – niet voldoende ruimte voor een dergelijke haag. Daar geldt het inrichtingsprincipe van de ‘ribben’. De Henriëtte Roland Holststraat heeft als structuurdrager een andere identiteit. De overgangszone is hier minimaal. Een margestrook van maximaal 1.4 m maakt deel uit van de architectuur van de bebouwing. Aan de achterzijde van de woningen, aan het hof ligt een tuin van maximaal 4 m diep. Vanuit de tuin heeft men direct toegang tot het hof. Speciale aandacht wordt gevraagd voor een kwalitatief hoogwaardige overgang van de privétuin naar openbaar gebied. Een groene afscheiding van maximaal 1,5 m hoog zorgt voor enige privacy. Om de privacy van bewoners te waarborgen ligt er tussen de tuin en het openbare hof een groenvak van tenminste 2 m breed. Vanuit de tuin is het hof toegangelijk door één paadje per twee naast elkaar gelegen tuinen.
Dit laatste, om de versnippering van het groen tot een minumum te beperken.
7.7 Sport, spel en ontmoeting
In twee van de vier hoven worden extra speeltuinen toegevoegd. De locaties zijn zodanig gekozen dat er verdeeld over de buurt verschillende speelplekken zijn. Voor de speelplekken is enkel een ruimte reservering opgenomen, de exacte inrichting van de speelplekken is nader te bepalen in overleg met omwonenden. Voor kleinschalige buitensport is ruimte in de parkstrook, vlakbij de brug naar de Couperusbuurt. Een tweede locatie is bij het pocketparkje bij de rotonde. Afhankelijk van de wensen en behoeftes van de huidige en nieuwe bewoners van de buurt kan hier een verdere invulling aan gegeven worden. De sport- en speelplekken in de buurt zijn bij uitstek gelegenheden
om buurtbewoners te treffen. In het midden van de wijk ligt naar wens van de huidige bewoners een centraal ontmoetingsplein. Rond het plein is ruimte voor sociaal maatschappelijke functies in de plint. Op het plein is ruimte voor zitten en ontmoeten. De inrichting van het plein is een combinatie van groen en verharding en wordt in het voorontwerp samen met de bewoners en gebruikers verder uitgewerkt.
De verleggingskosten zullen worden verrekend volgens de huidig geldende WIOR-verleggingsregeling. ■ Indien de ventweg Slotermeerlaan wordt opgeheven moet de afstand van mogelijke nieuwe bebouwing tot de bestaande 400 ST 8 bar hogedruk gasleiding minimaal 3,5 meter zijn. Indien dit kleiner wordt zal de 8 bar hoge druk verlegd moeten worden.
bebouwing langs de Burgemeester Röellstraat heeft als gevolg dat in ieder geval de transport-stadswarmteleiding moet worden verlegd en mogelijk ook de gasleiding. ■ Binnen de buurt zullen de meeste leidingen vervangen worden evenals de huisaansluitingen. Uitgangspunt is dat het hoofdtransportriool in de Henriette Roland Holststraat en in de ventweg niet verplaatst hoeft te worden.
7.8 Afval
Waternet ■ Het stratengrid lijkt niet veel te veranderen in de nieuwe situatie t.o.v. de oude situatie. Wel zal er op sommige locaties riolen en drinkwaterleidingen moeten worden weggenomen. De traces lijken niet veel te veranderen. ■ De toename van het aantal woningen betekent dat het rioolsysteem en drinkwaternet in deze buurt opnieuw beschouwd moet worden om aan de vraag van drinkwater te voldoen en om een goede afvoer te realiseren via het riool. ■ Alle drinkwaterleidingen uit dit gebied stammen uit 19531954. De aanlegjaren van het (onderheide) riool fluctueren van 1950 tot het jaar 2000. ■ Een mogelijk knelpunt is het vrij nieuw aangelegde transportriool (2002) in de ventweg. Daarnaast ligt vlak naast de ventweg een hoofddistributieleiding van het drinkwater van Waternet.
7.10 Nutsvoorzieningen
Op zes plekken in de buurt zijn ondergrondse containers voor huishoudelijk afval opgenomen. Deze liggen in de H.R. Holststraat en langs de buitenste straten van de buurt. Bij de locaties is rekening gehouden met loopafstanden voor bewoners van en naar huis en de aanwezigheid van bestaande bomen. De buurtstraten blijven vrij van afvalcontainers.
7.9 Kabels en leidingen
Het concept stedenbouwkundig plan voor de nieuwe Dichtersbuurt is voorgelegd aan het Planvormingsoverleg met de nutspartijen. De belangrijkste conclusies op het gebied van kabels en leidingen zijn: Gas ■ In de Burgemeester Roelstraat moet de afstand van de nieuwe bebouwing tot de bestaande 250 PE 1 bar hogedruk gasleiding minimaal 2 meter zijn. Indien dit kleiner wordt zal de 1 bar hoge druk verlegd moeten worden. ■ De toekomstige nieuwbouw komt niet op gas terug. Hierdoor zal op voorhand van de sloop de bestaande gas aansluitingen van de woningen opgezegd moeten worden. Daarna kunnen deze gefaseerd verwijderd worden met de hoofdgasleiding in de openbare ruimte. ■ Het grootste gedeelte van het bestaande lage druknet is van rond 2016 en de 1 bar hogedruk gasleiding is uit 2008.
Stadswarmte ■ In de groenstrook langs de Burgemeester Röellstraat loopt een transportleiding stadswarmte, welke met boringen onder de waterloop doorgaat en met een boring onder de rotonde doorsteekt naar de Van Deysselbuurt en de Confuciusbuurt. ■ Bij de uitvoering van het voorgestelde plan, dient de warmteleiding verlegd te worden. ■ Met name de verschuiving van de rooilijn van de nieuwe
Kabels en leidingen voor nutsvoorzieningen bevinden zich in de ondergrond van de openbare ruimte. De functionele ruimten ten behoeve van de nutsvoorzieningen voor de woningen en voorzieningen in de buurt moeten in de nieuwbouw worden opgenomen.
Locatie afvalcontainers in toekomstige Dichtersbuurt Investeringsnota Dichtersbuurt 53
8 Duurzaamheid
Groenstrook langs Singel Investeringsnota Dichtersbuurt 54
8. Duurzaamheid Bij de herontwikkeling van de Dichtersbuurt zal invulling worden gegeven aan de volgende ambities voor een duurzame gebiedsontwikkeling.
8.1 Sociale duurzaamheid
Duurzaamheid wordt meestal geassocieerd met milieu. Sociale duurzaamheid gaat daarentegen over mensen. En daar wordt bij de herontwikkeling van de Dichtersbuurt in hoge mate op ingezet. Proces en plan zijn hier op ingericht. Sociale duurzaamheid staat voor ‘het bijhouden of verbeteren van het welzijn van mensen in huidige en in toekomstige generaties.’ Doel is voor de Dichtersbuurt in te zetten op sociale rechtvaardigheid en bestendigheid van sociale structuren door bewonersbetrokkenheid en participatie te stimuleren in de planvormingsfase, door de wensen en belangen van huidige bewoners(groepen) als vertrekpunt te nemen en te werken met een sociaal plan waarin onder meer een terugkeergarantie is geborgd. Door een gevarieerd woonaanbod te realiseren voor verschillende doelgroepen wordt nadruk gelegd op inclusie en diversiteit. Sociale cohesie wordt bevordert door zowel bij programmering als in ontwerp in te zetten op ontmoeting. Het ontwerp van de nieuwe buurt richt zich op veiligheid.
8.2 Klimaatadaptatie
De Dichtersbuurt wordt klimaatadaptief ontworpen en gebouwd om een zo groot mogelijke positieve bijdrage te leveren aan het woongenot van de bewoners in combinatie met het oplossen van problemen als wateroverlast, hittestress en matige luchtkwaliteit. Waar mogelijk wordt regenwater opgevangen en hergebruikt en niet op de riolering geloost. Het project zal voldoen aan de Amsterdamse hemelwaterverordening. Er wordt ingezet op gebruik van materiaalsoorten van de gevel en in de buitenruimte die hittestraling zo min mogelijk opnemen (en dus ook niet later afgeven) en er worden maatregelen getroffen ter voorkomen van hittestress. Tevens wordt geïnvesteerd in het vergroenen van de buitenruimte, daken en gevels, in het bijzonder op plekken waar overlast door hitte het meest voorkomt. Deze vergroening draagt ook weer bij aan betere waterretentie om zo water overlast bij zware regenbuien te voorkomen.
8.3 Natuurinclusief bouwen en biodiversiteit
Door natuurinclusief te bouwen, wordt een bijdrage gelevert aan biodiversiteit en natuurwaarden van de flora en fauna die de nieuwe Dichtersbuurt als onderdeel van de Röellbuurten in Amsterdam Nieuw-West écht tot leven brengen. Ecologie is leidend in de uitwerking van het landschappelijk ontwerp. Hierbij wordt rekening gehouden met de planten- en diersoorten die voorkomen in de buurt en omgeving. De inrichting van het gebied kan hier bijdragen aan het versterken van hun leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat de landschappelijke component van het ontwerp robuust moet zijn om langdurig in stand gehouden te kunnen worden en bestand dient te zijn tegen de dynamiek van een woonomgeving. We schakelen een ecoloog in om concreet invulling te kunnen geven aan deze ambitie.
8.4 Reductie CO2 uitstoot
Samen met de gemeente investeren we in de ambitie om de CO2 uitstoot in de gebiedsontwikkeling en gebruiksfase van de woningen en voorzieningen zo laag mogelijk te houden. Dit doen wij door een ■ ■ ■ ■
circulair gebouwde omgeving; uitstootvrije mobiliteit en schone lucht; duurzame energie. efficiënt ontwerp
Circulair gebouwde omgeving We zetten in op circulair slopen en steunen urban mining initiatieven. De nieuw te realiseren woningen zullen minimaal voldoen aan de duurzaamheidseisen (milieuprestatie gebouwen) op moment van realisatie. Ook voor het bestaande groen werken we zo en gebruiken we initiatieven zoals Struikrovers. Zij zorgen ervoor dat er voor bestaand groen na sloop nieuwe plekken gevonden worden zoals schoolpleinen. We hebben de ambitie om hergebruikte en biobased materialen toe te passen om de impact op het klimaat te beperken, bijvoorbeeld door in hout te bouwen volgens ons eigen “Convenant Houtbouw”. We onderzoeken in welke mate dit mogelijk is, ook binnen de kaders van betaalbaarheid en financiële haalbaarheid. Waar mogelijk bouwen we adaptief en demontabel. Dit kan
bijvoorbeeld door toepassing van een hoge plint. Tot slot gebruiken we geen uitlogende materialen zoals zink en koper. Uitstootvrije mobiliteit en schone lucht Voor de Dichtersbuurt hanteren we STOMP als ordeningsprincipe: in volgorde van prioriteit betekent dat: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer en Mobility as a Service ( MaaS) en particuliere auto. Wandel en fietsroutes krijgen voorrang op de auto. Daarom bevat het plan zo min mogelijk parkeerplaatsen in de openbare ruimte en zijn er autoluwe straten. Ten aanzien van de laadinfrastructuur voor de te realiseren parkeervoorzieningen gaan we daarom dan ook afspraken maken over het minimale percentage dat voorzien zal worden van een laadpaal en het minimale percentage dat elektrisch is voorbereid. Deelmobiliteit wordt gestimuleerd en wij gaan op zoek naar een aanbieder voor een passend en uitstootvrij deelmobiliteitsconcept. Uiteraard zullen wij voldoen aan de “nota parkeernormen fiets en scooter”. Bij het bepalen van de parkeereis wordt de uitkomst (norm x aantal woningen) naar boven afgerond op een heel getal. De parkeerplekken worden op eigen terrein gerealiseerd (met uitzondering van de terugkerende houders van een parkeervergunning). In de bouwfase zorgen wij voor een duurzame bouwlogistiek en stimuleren wij schone werktuigen.
Duurzame energie De nieuw te realiseren woningen zullen voldoen aan de duurzaamheidseisen op moment van realisatie en zullen uiteraard aardgasvrij worden ontwikkeld. Wij onderzoeken voor de gehele buurt de mogelijkheden om andere en meer duurzame energieconcepten toe te passen dan toepassing van stadsverwarming. Leidend daarin is de uitkomst van een nog te houden Totale Keten Kosten Analyse (TKK). Er wordt gestreefd naar CO² arme gebouwen, waarbij zowel de CO² productie tijdens bouw als gedurende de exploitatiefase in ogenschouw wordt genomen. Afsprakenkader en afwegingskader Over bovenstaande ambities zullen concrete afspraken gemaakt worden op het moment dat dat mogelijk is en het project daar om vraagt. Voor de invulling van de concrete afspraken zal vooral de afweging tussen betaalbaarheid en duurzaamheid samen met de gemeente worden gemaakt. Investeringsnota Dichtersbuurt 55
9 10
Programma
Ontwikkelstrategie Singel ten noorden van de Dichtersbuurt Investeringsnota Dichtersbuurt 56
9. Programma 9.1 Wonen
Zoals beschreven in hoofdstuk 4 is het woningprogramma gebaseerd op de afspraken die zijn vastgelegd in de ‘Samenwerkingsafspraken’ en aanvullend gemeentelijk beleid. Verdichting is hierin een belangrijke opgave, waarbij het aantal sociale huurwoningen minimaal gelijk moet blijven. In de nieuwbouw is er een plek voor bewoners die terug willen keren in de buurt. Er zal een mix aan sociale huurwoningen worden gebouwd met vooral aandacht voor ouderen en kleine huishoudens, een afspiegeling van het huidige huurdersbestand. Daarnaast woont er nu ook een aantal gezinnen te krap, waarvoor in de nieuwbouw grotere woningen wordt gerealiseerd. Binnen de sociale huur zijn twee (geclusterde) woonconcepten gepland, het gaat hier om een woonconcept voor ouderen en een woonconcept voor een kwetsbare doelgroep. Als uitwerking van het programma huisvesting kwetsbare groepen is ook afgesproken om 2 grote rolstoelwoningen te maken in de buurt. Naast de huidige huurders zal er ook een nieuwe instroom zijn: binnen sociale huur, het middensegment en de koop worden verschillende woningtypes gebouwd (zie tabel), zodat de buurt een grotere diversiteit aan huishoudens krijgt. In het plangebied staan momenteel 426 kleine sociale huurwoningen (duplexwoningen) van zo’n 40 m² BVO. Deze worden gesloopt en vervangen door ongeveer 850 nieuwe woningen, waarvan de helft weer sociale huurwoningen zijn.
Het deel dat wordt verdicht bestaat uit 50% middensegment huurwoningen en 50% koopwoningen, dit is conform het afsprakenkader Röellbuurten. De nieuwe Dichtersbuurt krijgt dus in toekomst een grote variatie in woninggroottes, zodat het ook echt een buurt kan worden voor een grote groep woningzoekenden. Ruim 10% van de sociale huurwoningen zijn grotere woningen van minimaal 70 m² gebruiksoppervlak. In het middensegment bestaat 26% uit grotere woningen van minimaal 75 m² en in de vrije sector wordt uitgegaan van zo’n 60% grotere woningen. In m² wordt het programma bijna verviervoudigd!
9.2 Programma niet-wonen Maatschappelijk en economisch programma Het programmaplan maatschappelijke voorzieningen Dichtersbuurt is opgesteld met behulp van de referentienorm maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Deze referentienorm is op 30 januari 2018 vastgesteld door het college van BenW. Het betreft normen voor ruimte voor onderwijs, jeugd-, zorg- en basisvoorzieningen, kunst en cultuur, groen, spelen en sport. De referentienormen zijn een ruimtelijke vertaling van bestaand beleid. Daar waar in het beleid geen exacte ruimtenormen zijn opgenomen, is het voor het bepalen van de normen een extrapolatie gemaakt van datgene wat in Amsterdam aanwezig is. Met behulp van de referentienorm wordt uitgerekend hoeveel extra vierkante meters van elke voorziening nodig is bij realisatie van 424 aantal nieuwe woningen, om zo een complete stad te bouwen. Naast maatschappelijke voorzieningen is er bij de uitbreiding van de woningvoorraad ook behoefte aan extra bedrijfsruimten. Voor het in balans houden van het aanbod hanteert de gemeente als richtlijn een toevoeging van 5m² bedrijvigheid per extra woning. Dit kan hoger of lager uitvallen, toegespitst op de specifieke kenmerken van een buurt. Op basis van deze richtlijn gaan we in de Dichtersbuurt uit van circa 2.500 m² aan voorzieningen.
Hiervan is circa 800 m² gereserveerd voor maatschappelijke voorzieningen en circa 1.700 m² voor bedrijfsmatige voorzieningen. De commerciële ruimten bevinden zich nu langs de Slotermeerlaan en de Henriëtte Roland Holststraat. Dat zal ook in de toekomst zo zijn. De precieze programmering wordt later verder uitgewerkt. Bij de uitwerking van de plannen wordt ook gekeken naar de verwachtingen over afzetbaarheid van de bedrijfsruimten, de betaalbaarheid voor toekomstige ondernemers en de corporatie, naar de specifieke behoeften van de buurt en de relatie met de omliggende Röellbuurten. De ambitie is dat de voorzieningen van meerwaarde zijn voor de
leefbaarheid, maatschappelijke activering en het gebruik van de fysieke omgeving. We stellen als doel dat voorzieningen een positieve invloed hebben op het imago en leefbaarheid van de buurt en dat bedrijvigheid bijdragen aan lokale (buurtgebonden) werkgelegenheid. Dit betekent dat er geen overlast-gevende functies komen, bijvoorbeeld door hinder van geluid, milieu en overmatige parkeerdruk, als ook dat er geen (nieuwe) functies komen die concurrerend zijn met werkgelegenheid en voorzieningen in de buurt en omgeving.
GBO
kamers
%
woningaantal circa
45 m2
2k
52%
220 *
60 m2
3k
37%
157
75 m2
4k
8%
35
90m2
5k
3%
13 **
50m2
2k
37%
60m2
3k
37%
75m2
3k of 4k
26%
50 – 60 m2
2k
15%
60 - 75 m2
3k
25%
75 – 90 m2
3k of 4k
10%
110 – 120 m2
4k of 5k
50%
SH
MSH
VS (koop)
* incl woonconcept voor ouderen en een woonconcept bijzondere doelgroep (philadelphia) ** incl 2 grote rolstoelwoningen
woningprogramma Dichtersbuurt Investeringsnota Dichtersbuurt 57
Locatie voorzieningen De voorzieningen worden geclusterd op twee plekken in de Dichtersbuurt. Rondom de ontmoetingsplek in het hart van de wijk komen voorzieningen met een buurtgerichte functie, zoals een ontmoetingsruimte voor bewoners (buurtkamer), een satellietlocatie van het buurtteam en een wijkkantoor. We hebben als ambitie dat deze voorzieningen aantrekkelijk zijn voor een brede doelgroep met als doel ontmoeting en inclusiviteit in de buurt te vergroten. Buurtoverstijgende voorzieningen worden aan de Slotermeerlaan gesitueerd, zoveel mogelijk in het noordelijke blok. Er wordt nog onderzocht of kleinschalige bedrijfsruimte bij de rotonde gesitueerd kan worden. Dit is afhankelijk van de markt¬ruimte, ook gezien toevoegingen in de andere Roëllbuurten. Het is van belang dat door deze toevoeging geen extra parkeervraag of nieuwe mobiliteitsuitdagingen ontstaan. Invulling maatschappelijke voorzieningen Onderwijs en kinderopvang Bij volledige realisatie van het beoogde woonprogramma in de drie Röellbuurten (Couperus-, Dichters- en Lodewijk van Deysselbuurt), bieden de bestaande scholen voldoende capaciteit. De geplande nieuwe school in de Lodewijk van Deysselbuurt is optioneel fysiek uit te breiden met extra leslokalen, wanneer er extra onderwijscapaciteit nodig is.
Door de groei van de 3 buurten is er op basis van de referentienorm behoefte aan één separate kinderopvanglocatie(circa 350 m² BVO en 150 m² buitenruimte). Deze opvang is geen onderdeel van een Integraal Kind Centrum(IKC). De separate kinderopvang wordt meegenomen in de herontwikkeling van de Couperusbuurt. Jeugd In de directe omgeving bevinden zich 2 locaties Ouder- en Kindteams; locatie De Honingraat en locatie Alberdakade. Vanuit Jeugd zijn er geen extra voorzieningen nodig.
Investeringsnota Dichtersbuurt 58
Zorg In het nieuwe community center in de Lodewijk van Deysselbuurt komt een locatie voor het buurtteam. Vanuit de opgave in het gebied worden de mogelijkheden onderzocht voor het realiseren van een satellietlocatie voor het buurtteam in de Dichtersbuurt gekoppeld aan een andere inlooplocatie. Aan de Slotermeerlaan komt ruimte voor eerstelijnszorgvoorzieningen (circa 450 m² BVO) en apotheek (circa 150 m² BVO). Basisvoorzieningen De bestaande buurtkamer De Dichter wordt gesloopt en krijgt een nieuwe plek in de nieuwbouw aan het plein (circa 120 m² BVO). Kunst & Cultuur Er worden geen nieuwe voorzieningen voor kunst & cultuur in de buurt gepland. Mogelijk liggen er kansen voor tijdelijke initiatieven in (tijdelijk) leegkomende bedrijfsruimten en openbare ruimten. Hiervoor zal, op basis van tijdelijke leegstand, contact worden gelegd met Bureau Broedplaatsen . Sport, Spelen en Bewegen In de Dichtersbuurt komen 3 nieuwe speelplekken. Voor kleinschalige buitensport in de openbare ruimte is er plek gereserveerd in het midden van de parkstrook, vlakbij de brug naar de Couperusbuurt. Een tweede ruimtereservering is gedaan bij het pocketparkje bij de rotonde. Er wordt onderzocht of hier ook een watertappunt kan komen. Om voldoende groen te houden is het de wens om 16 m² gebruiksgroen per woning te hebben.
In totaal heeft de Dichtersbuurt straks ongeveer 19.000 m² openbaar groen en 940 woningen. Dit is ongeveer 20 m²/woning. Daarnaast kunnen de bewoners gebruik maken van het nabij gelegen Gerbrandypark en het Sloterpark. Georganiseerde buitensport Op basis van de normen zou er als gevolg van de toename van het aantal woningen ruim 3800 m² voorzieningen voor georganiseerde buitensport aangelegd moeten worden. Gezien de ver-
dichtingsopgave is het niet mogelijk om dit binnen de Dichtersbuurt op te lossen. De sociaal-economische opgave maakt het erg belangrijk om te investeren in sporten, spelen en bewegen in de buurt en te zorgen dat die verbindingen (naar Gerbrandypark, Sloterplas en Ookmeer) er komen. Om aan de sportnorm te voldoen, wordt vanuit het project financieel bijgedragen aan de realisatie / uitbreiding van buitensport elders in Amsterdam Nieuw-West. Ook worden de mogelijkheden onderzocht voor een hardloop/wandelroute naar het Gerbrandypark en de Sloterplas. In het Gebrandypark zijn verschillende sportmogelijkheden, zoals een skatepark, fitnesscontainer, voetbalveld, tennisbaan en pierebad.
Invulling bedrijfsmatige voorzieningen De invulling en specifieke branchering van de bedrijfsmatige voorzieningen wordt nader ingevuld en onderzocht. Dit is onder meer afhankelijk van behoefte en vraag. De wens is om de nadruk te leggen op (schone) maakbedrijvigheid, bijvoorbeeld een mode-atelier of fietsenwinkel. We onderzoeken de potentie van flex-werkplekken. Er is nadrukkelijk geen wens voor bedrijven die een negatief effect kunnen hebben op de leefbaarheid, gezondheid, welzijn en geluk van de bewoners (zoals bijvoorbeeld belwinkel, gokhallen of ongezonde snelle horeca (fastfood)). Een deel van de bedrijfsruimtes kan worden gevuld met reeds aanwezige bedrijven in de buurt. Met de zittende huurders worden gesprekken gevoerd over de wensen en de mogelijkheden om terug te keren in de nieuwe buurt. De voorzieningen langs de Slotermeerlaan hebben een goede zichtlocatie. Deze locatie is daardoor geschikt voor buurt- overstijgende functies. Dit zijn functies met aanloop en levendigheid, functies waar mensen gericht op afkomen of voor omlopen, maar wel met een beperkte parkeerdruk.