CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. collegevoordracht vaststelling mobiliteitsplannen.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 27 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststelling mobiliteitsplan Nieuw-West (ZD2021-003132)8.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer VN

College van burgemeester en wethouders

Directie

Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Portefeuille

Mobiliteit, Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Bouwen

Agendapunt

<automatisch>

Tekst van openbare besluiten

Onderwerp

wordt gepubliceerd

Vaststellen Mobiliteitsplannen Noord, Zuidoostflank, Nieuw-West en Haven-Stad Zuid en Sloterdijk II Het college van burgemeester en wethouders besluit

1. Kennis te nemen van de noodzaak voor mobiliteitsplannen die inzichtelijk maken welke maatregelen nodig zijn om de bestaande stad bereikbaar- en de geplande gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. 2. Kennis te nemen van de manier waarop de gemeentelijke ambities zijn vertaald in de verschillende mobiliteitsplannen. 3. Kennis te nemen van de adviezen van verschillende belangenorganisaties en op welke manier deze zijn overgenomen in de verschillende mobiliteitsplannen, met als belangrijke onderwerpen: - Verbeteren aansluiting met de rest van de stad en de regio - Meer aandacht voor de logistieke opgave - Opnemen van de voetganger als volwaardige modaliteit 4. In te stemmen met de brieven aan de stadsdelen waarin een reactie wordt gegeven op de adviezen, en de wethouder verkeer te machtigen deze namens het college te ondertekenen. 5. In te stemmen met het Mobiliteitsplan Noord, met als belangrijkste punten: - De hoofdkeuze om in te zetten op meer lopen, fiets en OV en op relatief minder auto. -

De hoofdkeuze om in het Mobiliteitsplan in te zetten op het realiseren en verbeteren van infrastructuur als gevolg van de gebiedsontwikkeling en ook op het verbeteren van de mobiliteit in bestaand Noord.

-

Een totaal maatregelpakket, dat geprioriteerd is in minimaal noodzakelijk, gewenst en lange termijn en gefaseerd is in 3 perioden (2020-2025, 2025-2030 en na 2030). Hiermee ontstaat een minimaal noodzakelijk maatregelpakket voor gebiedsontwikkeling en bestaand Noord. De belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van de consultatie van stadsdeel Noord

-

6. In te stemmen met het Mobiliteitsplan Zuidoostflank, met als belangrijkste punten: - Ambitie voor maximaal 15% groei autoverkeer op korte termijn ondanks een toevoeging van 51.000 woningen en 33.000 arbeidsplaatsen.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

-

7.

Inzetten op fiets en OV en in transformatiegebieden een streng parkeerregime en parkeren op afstand. Op de (middel)lange termijn indien mogelijk bij te sturen op nulgroei van het autoverkeer. De belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van de consultatie van stadsdelen Oost en Zuidoost.

In te stemmen met het Mobiliteitsplan Nieuw-West, met als belangrijkste punten: - Het verbeteren van de leefbaarheid en verkeersveiligheid in Nieuw-West door het doorgaand autoverkeer uit de woonbuurten te weren en doorstroming op de hoofdnetten te verbeteren. - Meer ruimte maken voor de fietsers door fietsen te stimuleren en ontbrekende schakels in de fietsinfrastructuur aan te leggen. - Gebruik van OV te stimuleren door in te zetten op verbetering van fijnmazigheid OV en OV- knooppunten met goede fiets- en scooterfaciliteiten en het aanbieden van deelconcepten. - De belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van de consultatie van stadsdeel Nieuw-West.

8. In te stemmen met het Mobiliteitsplan Haven-Stad Zuidflank en Sloterdijk II, met als belangrijkste punten: - De ambitie van een aandeel van de auto vergelijkbaar met de binnenstad, zoals vastgesteld in de Ontwikkelstrategie uit 2017. - Vooral investeringen in OV en fiets. - De belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van de consultatie van stadsdelen West en Nieuw-West. 9. Kennis te nemen van de programmatisch aanpak van de mobiliteitsplannen, met als belangrijkste punten: - De maatregelen uit de mobiliteitsplannen worden als afzonderlijke projecten opgepakt. Zij volgen de reguliere planprocedures (PBI/Plaberum). Inspraak en (financiële) besluitvorming over de maatregelen vindt daarmee plaats op projectniveau. - Door een programmatische aanpak is bijsturing van de plannen mogelijk als gevolg van veranderingen in mobiliteit, tempo van gebiedsontwikkeling, financiële situatie etc. - Door deze aanpak wordt de samenhang tussen de maatregelen uit het plan en andere projecten en beleidswijzingen bewaakt. 10. Kennis te nemen van het financiële aspect rondom de dekking van de maatregelen en de programmatische aanpak, met als belangrijkste punten: - De programmakosten voor de verdere uitvoering van de mobiliteitsplannen zijn opgenomen in het SMF-verdelingsvoorstel in de Voorjaarsnota 2021. - Voor de dekking van de verschillende maatregelen tot en met 2025 is in totaal ca.

€ 250 mln. benodigd. Dit zal moeten worden gedekt door het Stedelijk Mobiliteitsfonds, de algemene middelen (investeringsplafond), het Vereveningsfonds / grondexploitaties, de Brede Doeluitkering van de Vervoerregio en het Rijk.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

-

Met de vaststelling van de mobiliteitsplannen wordt op maatregelniveau geen financiële verplichting aangegaan. Financiële besluiten vinden plaats binnen de projecten.

Reden spoed

n.v.t. Kernboodschap

Het College van B&W heeft de Mobiliteitsplannen Noord, Zuidoostflank, Nieuw-West en Haven-Stad Zuid en Sloterdijk II vastgesteld. In de mobiliteitsplannen is beschreven welke maatregelen nodig en gewenst zijn om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken en de bestaande stad bereikbaar en leefbaar te houden in het licht van de sterke verstedelijkingsopgave. Hierbij wordt invulling gegeven aan verschillende ambities van de gemeente met betrekking tot de benodigde groei van de stad, duurzame mobiliteit en verbetering van de openbare ruimte. Bestuurlijke achtergrond

In het kader van de Verstedelijkingsstrategie MRA hebben Rijk en Regio afgesproken om tot 2040 minimaal 250.000 woningen te bouwen. Groot deel van deze woningbouw en groei van de werkgelegenheid moet worden opgevangen in Amsterdam. De mobiliteitsplannen zijn nodig om bij deze grootschalige gebiedsontwikkeling in beeld te krijgen welke maatregelen op het gebied van mobiliteit noodzakelijk en wenselijk zijn. Dit is zowel nodig om invulling te geven aan de ambities van de gemeente ten aanzien van mobiliteit en de openbare ruimte, als voor het doorlopen van planologisch-juridische procedures. In 2018 is het eerste mobiliteitsplan vastgesteld voor Zeeburgereiland en IJburg. Na de vier plannen die nu voorliggen, volgt later dit jaar het Mobiliteitsplan Zuidflank voor de Zuidas en aanpalende gebieden. Bijgaande mobiliteitsplannen Noord, Zuidoostflank, Nieuw-West en Haven-Stad Zuid en Sloterdijk II zijn eerder aangekondigd in de Agenda Amsterdam Autoluw. Verschillende bestuurlijke overleggen met wethouders, stadsdeelbesturen en buurgemeenten hebben als onderdeel van de processen van de verschillende mobiliteitsplannen plaatsgevonden. Bestuurlijke prioriteit

Amsterdam is de afgelopen jaren hard gegroeid. Vanwege het grote tekort aan woningen en de verwachte groei van de economie is het de verwachting en ambitie dat de groei van de stad, ondanks Corona, zal doorzetten. Tegelijk met deze groei moet de ontwikkeling van de stedelijke, regionale en nationale infrastructuur danwel mobiliteitsaanbod gelijk oplopen. In de mobiliteitsplannen is onderzocht welke maatregelen minimaal noodzakelijk of gewenst zijn om de ontwikkelingsgebieden en de bestaande stad, ook op langere termijn, bereikbaar te houden. Wettelijke grondslag

Artikel 160, eerste lid onder a van de Gemeentewet Het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Onderbouwing besluit

Ad 1) Kennis te nemen van de noodzaak voor mobiliteitsplannen die inzichtelijk maken welke maatregelen nodig zijn om de geplande gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. In lijn met het in 2018 vastgestelde mobiliteitsplan Zeeburgereiland/IJburg zijn gebiedsgerichte mobiliteitsplannen voor de overige ontwikkelgebieden van de stad opgesteld waarin de ontwikkelrichting t.a.v. mobiliteit, de opgave en de benodigde maatregelen in de tijd (nu, straks, later) zijn beschreven. Met de mobiliteitsplannen wordt proactief gezorgd dat de gebiedsontwikkeling en de mobiliteitsmaatregelen tegelijk worden opgepakt. Hiermee wordt gezorgd dat de gebieden worden ontwikkeld en de randvoorwaarden die bij deze ontwikkeling horen in beeld zijn. Juist door deze samenhang is het mogelijk om niet alleen woningen en kantoren te bouwen, maar ook om een bereikbare, duurzame en leefbare stad te bouwen. Door de grote voorziene groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen zijn maatregelen nodig op het gebied van mobiliteit. Een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk mobiliteitsbeleid en de verschillende mobiliteitsplannen is het terugdringen van de rol van de auto en het stimuleren van andere vervoerswijzen. Door binnenstedelijke verdichting moet immers slim worden omgegaan met de schaarse openbare ruimte zodat er ook voldoende ruimte overblijft voor spelen, verblijven en groen.

Er worden maatregelen voorgesteld om goede alternatieven beschikbaar te stellen. De maatregelpakketten zijn integrale, samenhangende pakketten, waarbij gewaakt moet worden dat wel het ene, maar niet de andere maatregel wordt uitgevoerd, want juist door de samenhang wordt het beoogde effect behaald. Ten voorbeeld: om toekomstige bewoners en werknemers andere vervoerskeuzes te laten maken moeten de alternatieven al vroeg voorhanden zijn. Het reisgedrag later laten veranderen, is vele malen lastiger. De mobiliteitsplannen bestaan in hoofdlijnen uit een analyse van de huidige en toekomstige situatie, het bepalen en/of beschrijven van de opgave en ambitie, de maatregelpakketten met daarin de benodigde maatregelen om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken én mobiliteitsambities te verwezenlijken, een planning van de maatregelen gekoppeld aan de planning van de gebiedsontwikkeling en een kostenoverzicht van het maatregelpakket op basis van de globale inzichten over de projecten. In het proces van het opstellen van de mobiliteitsplannen is afgestemd met de buurgemeenten. De gemeente Ouder-Amstel is mede-opdrachtgever van het Mobiliteitsplan Zuidoostflank. Daarnaast is afgestemd met verschillende belangenorganisaties. Naast de mobiliteitsplannen loopt ook een traject waarbinnen de benodigde investeringen in maatschappelijke voorzieningen in beeld worden gebracht.

Ad 2) Kennis te nemen van de manier waarop de gemeentelijke ambities zijn vertaald in de verschillende mobiliteitsplannen. De mobiliteitsplannen sluiten aan bij de 5 hoofddoelen die het college voor deze bestuursperiode heeft geformuleerd voor het ruimtelijke domein. Dat zijn:  Meer ruimte voor leven, spelen en groen op straat  Kimaatadaptatie en verbetering van de luchtkwaliteit  Duurzame bereikbaarheid van Amsterdam  Verbetering van de verkeersveiligheid  Specifieke lokale doelen uit de gebiedscyclus In de mobiliteitsplannen zijn deze doelen gebiedsgericht vertaald naar de volgende lange termijn ambities:

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

    

Mobiliteitstransitie: grotere rol voor de fiets, voetganger en het openbaar vervoer in de verplaatsingen en in de openbare ruimte. Investeringen in openbaar vervoer en fietsinfrastructuur zijn noodzakelijk om groei op te vangen en mobiliteitstransitie mogelijk te maken Investeringen in auto-infra desondanks noodzakelijk, want er is sprake van een grote groei van woningen en arbeidsplaatsen Mobiliteitshubs, deelmobiliteit en Mobility as a Service (MaaS) nodig voor het verkleinen van de rol van de auto in de openbare ruimte en het mogelijk maken van de mobiliteitstransitie (In de toekomst) inzetten op aanscherping parkeernormen en fiscaal parkeren

Op hoofdlijnen is de ambitie van de verschillende mobiliteitsplannen hetzelfde. Wel is er een verschil in de manier waarop met deze ambities wordt omgegaan. In drie gebieden (Noord, Zuidoost, Nieuw-West) speelt het vraagstuk hoe om te gaan met de bestaande stad in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen. Daarbij staat de vraag centraal òf en in welke mate de ambitie met betrekking tot de mobiliteitstransitie ook geldt voor de huidige bewoners en werknemers in het gebied en hoe voorkomen kan worden dat de mobiliteitsambities in de ontwikkelgebieden tot leefbaarheid- en bereikbaarheidsproblemen in de bestaande wijken leiden. In Haven-Stad en Zeeburgereiland en IJburg speelt dit in mindere mate omdat deze gebieden nieuw zijn (Zeeburgereiland en IJburg) of vrijwel volledig worden getransformeerd (Haven-Stad). Waar de ambitie van de verschillende plannen vergelijkbaar is, verschillen de mobiliteitsplannen wel degelijk van elkaar. De verschillen tussen de gebieden zijn immers groot, en daarmee verschillen ook de benodigde maatregelen en investeringen om de ambitie te verwezenlijken en de mobiliteit op orde te krijgen. Ad 3) In te stemmen met de brieven aan de stadsdelen waarin een reactie wordt gegeven op de adviezen, en de wethouder verkeer te machtigen deze namens het college te ondertekenen.

Op 21 april 2021 heeft u de conceptversies van de mobiliteitsplannen Noord, Zuidoostflank, Nieuw-West en Haven-Stad Zuid en Sloterdijk II vrijgegeven voor consultatie van de stadsdelen. De stadsdelen Noord, Zuidoost, Oost, Nieuw-West en West hebben een reactie gegeven op de plannen. De stadsdelen worden per brief geïnformeerd over de wijze waarop de reacties zijn overgenomen in de mobiliteitsplannen. In deze brieven wordt uitgebreid ingegaan op de adviezen, en wordt aangeven of en op welke wijze deze zijn verwerkt in de mobiliteitsplannen. Deze brieven zijn bijgevoegd. De wethouder Verkeer wordt gemachtigd om deze brieven namens het college te ondertekenen. De belangrijkste reacties en eventuele wijzigingen per plan staan bij de beslispunten over de vaststelling van de afzonderlijke mobiliteitsplannen. Ad 4) Kennis te nemen van de adviezen van verschillende belangenorganisaties en op welke manier deze zijn overgenomen in de verschillende mobiliteitsplannen Naast de consultatie van de stadsdelen is ook het gesprek aangegaan met verschillende belangenorganisaties (ORAM, Fietsersbond, Voetgangersvereniging Nederland, MKB Amsterdam, ANWB, Cliëntenbelang, Reizigersadviesraad VRA, Rover). Een aantal van deze partijen heeft daarnaast nog een schriftelijke reactie gestuurd.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Belangrijke gebiedsoverstijgende adviezen gingen over betere aansluiting met de rest van de stad en de regio, het belang van het goed regelen van logistiek verkeer in de ontwikkelgebieden en het belang van de voetganger. Daarnaast zijn adviezen gegeven over specifieke gebieden. De belangenorganisaties krijgen nog een terugkoppeling of en op welke manier deze adviezen zijn opgenomen in de mobiliteitsplannen. Ad 5) In te stemmen met het Mobiliteitsplan Noord Gebied De komende decennia wordt de al gaande gebiedsontwikkeling in Noord doorgezet; op lange termijn (na 2040) verdubbelt het aantal inwoners van Noord bijna: naar 180.000 inwoners. De gebiedsontwikkelingen worden gerealiseerd met hoge dichtheden en een gemengd programma. Daarmee verschuift ook het zwaartepunt in Noord naar de IJ-oevers. Het Mobiliteitsplan Noord beantwoordt de vraag hoe we Noord ook in de toekomst bereikbaar houden. Noord is sterk auto-georiënteerd in vergelijking met de rest van de stad. Veel verplaatsingen worden met de auto gemaakt, ook binnen Noord. Op veel reisrelaties is het OV veel langzamer dan de auto. De Noord/Zuidlijn biedt wel goed OV, maar is voor veel inwoners relatief ver weg. Het fietsnetwerk is op sommige delen goed, maar wordt gekenmerkt door ontbrekende schakels en ontbreken van duidelijke corridors waar écht gekozen wordt voor de fiets.

Ambitie Om in Noord met veel meer mensen duurzaam en aantrekkelijk te wonen, verblijven en verplaatsen, is het nodig te kiezen voor een duurzaam stedelijk mobiliteitssysteem. Dat betekent ruim baan voor verblijven, lopen, fietsen, slimme mobiliteit en openbaar vervoer en relatief minder auto. De gebiedsontwikkelingen worden daar vanaf de start op ingericht en die keuze is ook nodig om de ambitie voor gemengde stedelijke wijken met hoge dichtheden en veel kwaliteit waar te kunnen maken. Voor bestaande wijken, met historisch een belangrijke rol voor de auto, vraagt die ambitie een stapsgewijze aanpak. Deze “keuze op hoofdlijn” is uitgewerkt in een samenhangend pakket van maatregelen. Maatregelen Op hoofdlijnen gaat het mobiliteitsplan uit van de volgende aanpak:  Eerst het fietsnetwerk op orde (dragende corridors waar écht gekozen wordt voor de fiets), te experimenteren met slimme mobiliteitsoplossingen (hubs, deelmobiliteit) en een significante verbetering voor het openbaar vervoer.  Vervolgens kan de groei van het autogebruik beperkt worden. Er komt een stap-voorstap aanpak voor het betaald parkeren en vergunningen in bestaand Noord vanaf circa 2030.  Voor de lange termijn is een nieuw OV-netwerk nodig om de groei van Noord mogelijk te maken en een waardig alternatief te zijn voor de auto.

De ZaanIJ-corridor en mogelijke OV-verbindingen over de nieuwe vaste oeververbindingen spelen hierin een belangrijke rol.  Het autogebruik neemt in absolute termen nog tot 2030 toe, ondanks alle voorgaande maatregelen. Die groei wordt opgevangen op het bestaande autonetwerk: kritieke en overbelaste kruispunten worden verbeterd.  Een integrale aanpak van de Johan van Hasseltzone is een sleutelproject van dit plan. In de ‘Van Hasseltzone’ komen veel opgaven bij elkaar: reconstructie van de overbelaste autoaansluiting, de toekomstige invulling van het HOV op de ZaanIJ-

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

corridor, realiseren van een oost-west fietsverbinding zoals geadviseerd door commissie D’Hooghe, verbeteren van de OV-knoop metrostation Noorderpark, fietsparkeren en het vergroten van de gebiedskwaliteit. Voor de lange termijn is een nieuw OV-netwerk nodig om de groei van Noord mogelijk te maken en een waardig alternatief te zijn voor de auto. Hoewel ze buiten de scope van het Mobiliteitsplan Noord vallen, spelen de volgende projecten hierin een belangrijke rol: ZaanIJcorridor (VRA) en mogelijkheid voor OV-verbindingen over de nieuwe vaste oeververbindingen (Sprong over het IJ). Een belangrijke factor in het tempo van de maatregelen zijn de IJ-oeververbindingen. Indien deze (gedeeltelijk) voor 2030 worden gerealiseerd, zullen bepaalde maatregelen naar voren gehaald moeten worden. De maatregelen zijn gefaseerd in drie pakketten: het minimaal noodzakelijke pakket voor gebiedsontwikkeling en bestaand Noord (pakket 1), de sterk gewenste maatregelen voor gebiedsontwikkeling tot 2030 (pakket 2) en het langetermijnpakket voor (zachtere) ingrepen na 2030 (pakket 3). Het minimaal noodzakelijke pakket bestaat uit projecten die nodig zijn om de gebiedsontwikkelingen in de komende 10 jaar mogelijk te maken. Het minimaal noodzakelijke pakket bestaat uit:  Fiets.

Het verbeteren van twee belangrijke verbindende routes:  Verbeteringen en ontbrekende schakels op de oost-west verbinding die de gebiedsontwikkelingen aan de IJ-oever centraal ontsluit en onderling verbindt.  De oost-west verbinding in bestaand Noord die het voorzieningen- en winkelgebied bij het Buikslotermeerplein (inclusief metro Noord) verbindt met de woonwijken.  Slimme mobiliteitsmaatregelen. Een verbeterde busverbinding tussen metrostation Noord en Sloterdijk, een Mobiliteitshub Melkweg (overstappunt en P+R), experimenten met buurthubs in bestaand Noord en versnellen mobiliteitshub Hamerkwartier. Argumentatie voor deze maatregelen in het minimale pakket is dat parkeren in hubs (inclusief deelmobiliteit) en beter openbaar vervoer essentieel zijn om een beperktere rol van de auto waar te kunnen maken.  Onderzoek lange termijn. Onderzoeken om tijdig richting te bepalen voor grote ingrepen zodat deze rond 2030 gerealiseerd kunnen worden. Het betreft 1) NvU voor de Johan van Hasseltzone, 2) OV-perspectief Noord i.c.m. IJ-oeververbindingen en 3) verkennen No Regretpakket voor toe- en afritten A10 met RWS en VRA.

Reactie stadsdeel Noord Op basis van het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord zijn onder meer de volgende onderdelen toegevoegd en/of gewijzigd in het plan:  Voetganger: Lopen is explicieter opgenomen in het plan en aangegeven is dat herinrichtingen ook kunnen leiden tot verbeteringen voor de voetganger en verbeteringen voor de voetganger gaan uit beheer- en onderhoudsbudget;  Parkeerstrategie: het stadsdeel vraagt om een parkeerstrategie waarmee enkele jaren vooruitgekeken kan worden. De huidige parkeerstrategie van monitoren en tijdig ingrijpen zal pro-actiever worden.  Participatie: op het niveau van het programma denkt een platform met belangenorganisaties mee over de voortgang van het programma in het kader van de periodieke monitoring en evaluatie. Daarnaast geeft het dagelijks bestuur het advies dat een fijnmazig OV-netwerk belangrijk is en dat laagdrempelige vervoersinitiatieven mogelijk moeten blijven. Hierover is geantwoord dat een verbeterd netwerk onderdeel vormt voor de maatregel Langetermijnperspectief OV. Daarin

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

wordt de volledige vervoersvraag voor het OV van het stadsdeel voor nu en in de toekomst beschouwd en bepaald welke lijnen en in welke vorm nodig zijn. Dit lijkt echter nog geen oplossing voor de korte / middellange termijn op te gaan leveren. Als laatste geeft het dagelijks bestuur aan zich zorgen te maken over de financiële dekking van de maatregelen uit het Mobiliteitsplan Noord en benadrukt niet te bezuinigen op het Mobiliteitsplan. Financiën Het totaal aan investeringen van het minimale pakket (pakket 1) bedraagt € 56,8 mln. + PM voor de periode tot 2030. Hiervan valt € 37,8 mln. + PM in de periode tot 2025 en indicatief € 19 mln. in de periode 2025-2030. De PM kosten hebben betrekking op een mogelijke gemeentelijke investering van een hub in het Hamerkwartier. Het gewenste maatregelpakket (pakket 2) heeft een investeringspakket van € 35 mln. tot 2025 en € 71 mln. + PM voor de periode 2025 - 2030. Na 2030 (pakket 3) is naar verwachting € 260 mln. + PM nodig. Dit betreft grotendeels de maatregelen rond de van Hasseltknoop. De PM hebben hier met name betrekking op de kosten voor structurele OV-verbindingen. Zo zijn de investeringskosten van de HOV ZaanIJ-oever niet in deze bedragen opgenomen. Investering in mln. Minimaal noodzakelijk pakket Gewenst pakket Lange termijn pakket

2020-2025 € 37,8 mln. + PM € 35 mln.

2025-2030 € 19 mln. (toe- en afritten) € 71 mln. + PM

Na 2030

€ 260 mln. + PM

Samenwerking en participatie Voor het mobiliteitsplan is actief geparticipeerd. Tijdens het bestuurlijk overleg tussen de wethouder en portefeuillehouder van 10 februari 2020 is gekozen voor consultatie. De volgende stappen zijn gezet:  November 2019: bewonersenquête schriftelijk uitgezet onder circa 20.000 willekeurige huishoudens in Noord. Met ruim 2.000 respondenten veel bruikbare informatie voor analyses.  November 2019: Webpagina http://www.amsterdam.nl/mobiliteitsplannoord online.  Juni 2020: webinar om bewoners mee te nemen in de plannen en reactie te vragen. Aan de webinar namen ca. 100 bewoners deel.  Augustus 2020: online creatieve sessie met een aantal bewoners. De communicatie van het mobiliteitsplan is in samenwerking gebeurd met stadsdeel Noord. Ad 6) In te stemmen met het Mobiliteitsplan Zuidoostflank Gebied Tot 2040 zijn er in de Zuidoostflank plannen voor circa 51.000 extra woningen. Hiermee verdubbelt het aantal inwoners (van 100.000 naar 200.000). Daarnaast is voorzien in zo’n 33.000 extra arbeidsplaatsen. Ook bevindt zich hier het grootste entertainmentcluster van Nederland, waar jaarlijks miljoenen bezoekers op afkomen. Bij ‘triples’, oftewel drie evenementen tegelijkertijd, zijn er al snel 75.000 – 100.000 bezoekers die in een korte tijd het gebied in en uit moeten.

De groei van het gebied leidt tot een forse toename (bijna 50%) van het aantal verplaatsingen. Daarnaast stelt de transformatie van werkgebieden zoals Amstel III en Amstel Business Park Zuid naar levendige stadswijken andere eisen aan de mobiliteit en leefbaarheid. De Zuidoostflank is op dit moment goed bereikbaar, met zowel de auto als met het openbaar vervoer en de fiets. De auto is met 56% het meest gebruikte vervoermiddel, gevolgd door het

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

openbaar vervoer (28%) en de fiets (16%). Zonder maatregelen blijft de auto dominant en ontstaan er meerdere knelpunten:  Capaciteits- en veiligheidsknelpunten in het autonetwerk.  De capaciteit en inrichting van het busstation Bijlmer ArenA voldoet niet.  De capaciteit van fietsenstallingen bij verschillende metro -en treinstations langs de Geinlijn is ontoereikend.  Het oversteken van autowegen door fietsers wordt bij verschillende kruisingen problematisch en onveilig.  Door meer autoverkeer verslechtert de leefbaarheid en neemt de druk op de openbare ruimte toe. De knelpunten ontstaan met name aan de westzijde van het spoor, waar ook de grootste bouwopgave ligt. In de bestaande woongebieden aan de oostzijde blijven de knelpunten beperkt, maar ontstaat wel meer overlast door o.a. hogere parkeerdruk en meer autoverkeer. Ambitie Met het mobiliteitsplan willen we de groei van het aantal verplaatsingen zoveel mogelijk opvangen met OV, fiets en slimme mobiliteit, om zo de groei van het autoverkeer te beperken. Zonder maatregelen groeit het autoverkeer met ruim 30% ten opzichte van nu. Met het mobiliteitsplan zetten we als uitgangspunt in op het scenario van maximaal 15% autogroei en sturen later (na 2030) indien mogelijk bij richting nulgroei auto.

Maatregelen Het scenario van 15% groei autoverkeer kunnen we bereiken met maatregelen die grotendeels op korte en middellange termijn uitvoerbaar zijn. Daarbij gaat het hoofdzakelijk om:  Kwaliteitsverbeteringen fiets en OV  Gedragsverandering, gericht op stimuleren alternatieven  Parkeervoorzieningen op afstand  Strenger parkeerregime in de transformatiegebieden Verder bijsturen op nulgroei vereist boven op deze maatregelen een aantal extra investeringen die mede afhankelijk zijn van ontwikkelingen en nog te maken keuzes op stedelijk en regionaal niveau. Het gaat dan o.a. om capaciteitsuitbreiding van het metronetwerk, extra sprinterbediening op het spoor en betaald parkeren in het gehele gebied. De komende jaren (2025) wordt nader onderzocht in hoeverre deze maatregelen haalbaar en realistisch zijn. Op de korte termijn (tot 2025) ligt de focus op het verbeteren van de kwaliteit van fiets en OV en het ontmoedigen van het autogebruik door stringenter parkeerbeleid. De belangrijkste maatregelen zijn:  Integrale aanpak station Bijlmer  Kwaliteit en sociale veiligheid hoofdroutes fiets  Kwaliteit en toegankelijkheid stations en stationsomgeving (incl.

voor- en natransport)  Integrale aanpak S111 (kwaliteit en doorstroming)  Strikter parkeerbeleid in de transformatiegebieden en parkeren op afstand Reactie stadsdelen Zuidoost en Oost Op basis van het advies van de dagelijks besturen van de stadsdelen Zuidoost en Oost zijn onder meer de volgende onderdelen toegevoegd en/of gewijzigd in het plan:  Ambitie nulgroei autoverkeer: In beide stadsdelen is de wens om (op termijn) in te zetten op nulgroei autoverkeer. In het mobiliteitsplan is explicieter uitgewerkt wat er nodig is om nulgroei autoverkeer op termijn mogelijk te maken.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Ontbrekende fietsschakels- en verbindingen. Beide stadsdelen vragen aandacht voor een aantal extra fietsschakels- en verbindingen. Hiervoor voorziet het mobiliteitsplan in een meerjarig verbeterprogramma fiets. Toegevoegd is dat we hier samen met de stadsdelen invulling aan geven. Voetganger: Lopen als modaliteit nemen we explicieter op in het plan. We blijven wel benadrukken dat veel specifieke maatregelen voor voetgangers buiten de scope van het mobiliteitsplan vallen

Beide stadsdelen geven een aantal aandachtspunten mee bij specifieke maatregelen: metrostation Overamstel (planning), Hub Holendrecht (locatie en afstemming bewoners) en Spaklerweg (afstemming bewoners). Deze aspecten krijgen een plek bij de uitvoering van deze maatregelen en leiden nu niet tot aanpassingen van het mobiliteitsplan. Stadsdeel Zuidoost vraagt om meer aandacht voor toegankelijkheid van het OV voor minder validen. Hier is stadsbreed aandacht voor, o.a. via het programma Toegankelijkheid. In het mobiliteitsplan zijn geen aanvullende maatregelen opgenomen. Tot slot is er ook bestuurlijk overleg geweest met de wethouder Verkeer en Vervoer van de gemeente Diemen. De gemeente Diemen kan zich goed vinden in de ambities en hoofdlijnen van het mobiliteitsplan. Zorgpunten zitten vooral bij de sprinterbediening op Diemen Zuid en de wens tot afwaardering/verlaging van de Gooiseweg. Dit zijn ontwikkelingen die o.a. binnen de Omgevingsvisie 2050 en het Toekomstbeeld OV spelen en daar ook zijn geagendeerd. Voor het mobiliteitsplan leidt dit nu niet tot aanpassingen. De gemeente Diemen vraagt om rondom de aanpak van station Verrijn Stuartweg ook nadrukkelijk rekening te houden met de bereikbaarheid vanuit de gemeente Diemen en de toekomstige ontwikkelingen. Dit punt is toegevoegd aan het mobiliteitsplan.

Tot slot is, op aangeven van de stadsdeelcommissie Zuidoost, ook gesproken over het belang van goede fietsverbindingen door Diemen voor de ontsluiting van Bijlmer Oost. Daarvoor zijn nu geen concrete maatregelen opgenomen in het mobiliteitsplan. In het kader van het eerder genoemde verbeterprogramma fiets, zal samen met het stadsdeel en de gemeente Diemen worden geinventeriseerd welke verbeteringen nodig zijn. Financiën Voor het mobiliteitsplan Zuidoostflank is inzichtelijk gemaakt wat de verwachte investeringskosten zijn tot 2040. Tot 2040 is voor het 15%-groei scenario een investering nodig van circa € 130 á € 175 miljoen. Om uiteindelijk de nulgroei voor de auto te bereiken in 2040 is een verwacht bedrag van € 145 à € 175 miljoen extra nodig binnen het plangebied. Daarnaast zijn er voor het nulgroei-scenario mogelijk nog grote investeringen nodig in het stedelijk en regionaal spoor- en metronet die ook bijdragen aan de gebiedsontwikkelingen elders in de stad en regio. No-regret maatregelen Korte termijn (2020-2025) Middellange termijn (2025-2030)

Investering in mln. € 85- € 115 € 40 - € 55

Totale pakket Totale pakket 15% groei auto Totale pakket 0% groei auto

Investering in mln. € 130 - € 175 € 275 - € 350

Samenwerking en participatie De Zuidoostflank valt binnen de gemeentes Amsterdam en Ouder-Amstel. De gemeente Ouder-Amstel is mede opdrachtgever van het mobiliteitsplan en het plan wordt ook ter

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

besluitvorming voorgelegd aan het college van B&W (parallel aan de besluitvorming binnen de gemeente Amsterdam). De gemeente Ouder-Amstel stelt ook een mobiliteitsplan op voor de eigen gemeente. Dit plan bevindt zich nog in studiefase. Voor de deelgebieden die onderdeel zijn van de Zuidoostflank (Nieuwe Kern en Amstel Business Park Zuid) geldt dat het mobiliteitsplan Zuidoostflank het uitgangspunt is waarop wordt aangesloten. In september 2021 wordt het mobiliteitsplan Zuidoostflank ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad van Ouder-Amstel. Vaststelling door de gemeenteraad is nodig, aangezien het mobiliteitsplan beleidskeuzes en maatregelen bevat die voor de gemeente Ouder-Amstel nieuw zijn en afwijken van het vigerend beleid. Bij de totstandkoming van het mobiliteitsplan is op verschillende momenten afstemming gezocht met bewoners en stakeholders in het gebied:  Bewonersenquête en groepsgesprekken gericht op fietsbeleving (mei-juni 2020)  Webinar stakeholders Zuidoost (juni 2020)  Diverse werksessies en overleggen evenementenorganisaties (2020)  Livecast voor bewoners en stakeholders (november 2020) Gedurende het proces is op regelmatige basis ambtelijk en bestuurlijk afgestemd met de stadsdelen Oost en Zuidoost. Ad 7) In te stemmen met het Mobiliteitsplan Nieuw-West Gebied In Nieuw-West worden tot 2040 25.000 woningen en 75.000 arbeidsplaatsen toegevoegd.

Deze groei zal voornamelijk (maar niet alleen) plaatsvinden langs de spoorzone en in het Schinkelgebied. Naast de inpassing van dit nieuwe programma richt het mobiliteitsplan zich ook op het verbeteren van de mobiliteit in de bestaande buurten van het stadsdeel. Uitdagingen voor de bestaande gebieden én voor de toevoeging van het programma zijn de verkeersveiligheid, het gebrek aan fijnmazig openbaar vervoer en de grote rol van de auto. Van alle verplaatsingen in, van en naar het stadsdeel is 40% met de auto. Daarnaast is 70% van de verplaatsingen tussen het stadsdeel en de regio met auto. Deze percentages liggen boven het gemiddelde van Amsterdam. Ambitie Voor Nieuw-West zijn 10 doelen geformuleerd gerelateerd aan de stedelijke mobiliteitsambities en de opgave voor in de Omgevingsvisie 2050:  De auto rijdt zoveel mogelijk op de plusnetten. Nieuw-West heeft minder doorgaand verkeer en meer autoluwere woonbuurten.  Osdorpplein en andere winkelgebieden, sport- en maatschappelijke instellingen zijn met openbaar vervoer en fiets goed bereikbaar (binnen 15 minuten).  Nieuw-West is een ‘bewegende stad’. Bewoners en bezoekers van Nieuw-West worden gestimuleerd om te kiezen voor schoner en gezonder reizen door meer te lopen/fietsen. Het aandeel fiets in de modal split is minimaal 45% in 2040.  De werkgebieden in en rond Nieuw-West (o.a.

Sloterdijk, Schiphol, Zuidas) zijn vanuit Nieuw-West beter bereikbaar met de fiets en het openbaar vervoer (maximaal 30 minuten).  Nieuw-West biedt in de bedrijfsgebieden aan de rand van het stadsdeel ruimte voor overslag, waardoor logistiek in het stadsdeel efficiënt kan worden afgehandeld.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

  

 

Nieuw-West voorziet in voldoende fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte voor bewoners die geen beschikking hebben over inpandige stallingsruimte. Overstappen tussen modaliteiten op stations en haltes (P&R voor auto of fiets) wordt makkelijker en aantrekkelijker. In de gebiedsontwikkeling (o.a. Schinkelkwartier en Ringspoorzone) komt meer ruimte voor groen en verblijfsfuncties door te kiezen voor lage parkeernormen en maximaal in te zetten op openbaar vervoer, fiets en smart mobility (w.o. gebruik van deelauto’s en slim fietsparkeren). In Nieuw-West wordt de footprint van de auto verkleind, daar waar ruimte ontstaat wordt dit aangewend voor fiets/voetganger en groen. Bezoekers van Nieuw-West maken gebruik van deelconcepten fiets en elektrisch rijden in aanvulling op het openbaar vervoer, dit wordt op OV-knooppunten/mobiliteitshubs aangeboden.

Maatregelen Belangrijkste maatregelen op korte termijn zijn:  Terugdringen doorgaand autoverkeer in de woonbuurten, in samenhang met het verbeteren van de doorstroming op het hoofdnet  Fietsen stimuleren en ontbrekende schakels in de fietsinfrastructuur aanleggen  Verbeteren faciliteiten voor ketenmobiliteit nabij OV-knooppunten, waaronder comfortabele overstap, fietsparkeren en aanbieden van deelconcepten. Reactie stadsdeel Nieuw-West Op basis van het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West zijn onder meer de volgende onderdelen toegevoegd en/of gewijzigd in het plan:  Voetganger: Lopen is explicieter opgenomen in het plan en aangegeven is dat herinrichtingen ook kunnen leiden tot verbeteringen voor de voetganger en verbeteringen voor de voetganger gaan uit beheer- en onderhoudsbudget.  Openbaar vervoer: In het kader van het optimaliseren van het onderliggend busnetwerk is meer expliciet de verbinding met De Eendracht en de Punt/Aker opgenomen. Het optimaliseren dient volgens het dagelijks bestuur zo snel mogelijk uitgevoerd te worden, maar vanwege Corona zal dat niet eerder dan rond 2025 gebeuren.

 Auto: Het weren van doorgaand autoverkeer door de woonwijken en het verplaatsen daarvan naar de hoofd- en plusnetten worden ondersteund, maar men wil graag de verbeteringsmaatregelen voor doorstroming op de hoofd- en plusnetten sneller dan tussen 2025 en 2030 uitgevoerd zien vanwege angst voor waterbedeffecten.  Auto: vooruitlopend op de voorstellen op de lange termijn voor een betere aansluiting van Nieuw-West op het rijkssnelwegennet (A4, A5, A9) zoals geschetst in de omgevingsvisie 2050, zal een verkeerskundig onderzoek op de korte termijn worden uitgevoerd op de effecten van een dergelijke aansluiting op het wegennet in NieuwWest. Financiën De geraamde kosten voor de korte termijn 2020-2025 bedragen € 20 mln. Voor de periode 2025-2030 bedragen die € 76 mln. en voor de lange termijn periode (na 2030) € 125 mln. Investering in mln. Maatregelpakket

2020-2025 € 20,0 mln.

2025-2030 € 76 mln.

Na 2030 € 125,0 mln.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Samenwerking en participatie Het mobiliteitsplan is tot stand gekomen in samenwerking met de gebiedsteams en projecten in het stadsdeel. Er vindt regelmatig ambtelijke afstemming met Haarlemmermeer plaats over het mobiliteitsplan in relatie tot de mobiliteitsopgave in Badhoevedorp. Dit betreft voorgestelde maatregelen aan de Sloterbrug, doorstroming op de T106, de maatregelen die betrekking hebben op het terugdringen van het doorgaand verkeer op de Sloterweg en doorstromingsmaatregelen op de Plesmanlaan, Huizingalaan en Oude Haagseweg. In juni 2020 heeft hierover in het kader van het mobiliteitsplan bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Ook bij de uitwerking van de maatregelen, zoals bijvoorbeeld de Sloterbrug, vindt bestuurlijke en ambtelijke afstemming plaats. Op 27 mei 2021 heeft een digitale bijeenkomst met bewoners plaatsgevonden. Het resultaat van dit overleg is verwerkt in het mobiliteitsplan. Ad 8) In te stemmen met het Mobiliteitsplan Haven-Stad Zuid en Sloterdijk II Gebied In Haven-Stad worden tot ca. 2055 40.000 – 70.000 woningen en 20.000 extra arbeidsplaatsen gerealiseerd. Dit gebeurt door de transformatie van de bedrijfs- en havengebieden aan de noord- en zuidzijde van het IJ binnen de Ring A10 én Sloterdijk Centrum. Vanwege de grootte van het gebied en de verschillen in fasering worden voor Haven-Stad verschillende mobiliteitsplannen opgesteld.

De maatregelen voor de noordoever worden meegenomen in het Mobiliteitsplan Noord. Aan de zuidkant van het IJ is Haven-Stad onderverdeeld in twee delen. Het noordelijk deel ten zuiden van het IJ zijn de gebieden die de komende 10 jaar nog niet in ontwikkeling gaan. Dit zijn onder andere de Coen- en Vlothaven, de Minervahaven, de Alfadriehoek en Sloterdijk 1-Noord. Hiervoor wordt in een later stadium een mobiliteitsplan opgesteld. Bijgaand mobiliteitsplan gaat over de eerste deelgebieden van Haven-Stad (de ‘Zuidflank’) en over Sloterdijk II. In dit gebied - dat buiten Haven-Stad ligt – komen 10.000 arbeidsplaatsen. Maatregelen voor de langere termijn staan in de Mobiliteitsstrategie. Hierin staat op een hoger abstractieniveau de maatregelen voor de periode tot 2055. Deze strategie is onderdeel van het Integraal raamwerk Haven-Stad dat op 6 april 2021 is vrijgegeven voor inspraak. Ambitie In december 2017 is de Ontwikkelstrategie Haven-Stad vastgesteld door de gemeenteraad. Gelijktijdig met de Ontwikkelstrategie is de Milieueffectrapportage (MER) Haven-Stad aangenomen door de gemeenteraad. In deze producten staan noodzakelijke maatregelen op het gebied van bereikbaarheid om de ontwikkeling van Haven-Stad mogelijk te maken. Hiervoor is het nodig om het aandeel van de auto zeer beperkt te houden. De ambitie is om een modal-split te realiseren die vergelijkbaar is met de binnenstad.

Om deze reden wordt het gebied ontwikkeld met een zeer lage parkeernorm (0,2) en wordt vol ingezet op openbaar vervoer en langzaam verkeer. Maatregelen Het Mobiliteitsplan Haven-Stad Zuidflank en Sloterdijk II bevat maatregelen voor de komende 10 jaar. Het bevat een concreet maatregelenpakket op het gebied van OV, fiets, voetganger, auto en Smart Mobility (mobiliteitshubs etc.). In het kader van het mobiliteitsplan is nader onderzoek gedaan naar wanneer de maatregelen uit de Ontwikkelstrategie nodig zijn en op welke manier hier invulling aan kan worden gegeven. De belangrijkste maatregelen uit het mobiliteitsplan:  Fietsnetwerk- en stallingen: Om het fietsgebruik te stimuleren en om de toekomstige grote aantallen fietsers te faciliteren moeten verbeteringen worden aangebracht aan

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

het netwerk. Daarnaast zijn bij Station Sloterdijk op termijn 3 grote fietsenstallingen nodig. De eerste hiervan is al in ontwikkeling. 

HOV-busverbinding CS - station Sloterdijk: Vooruitlopend op een toekomstige metroverbinding (sluiten Ringlijn) is een HOV-verbinding nodig tussen CS en station Sloterdijk om de transformatie van de eerste deelgebieden van Haven-Stad te kunnen ontsluiten. De planvorming van deze verbinding is reeds gestart, en het participatietraject met de omgeving wordt al ingezet.

Mobiliteitshubs: Door de lage parkeernorm van 0,2 heeft een groot deel van de toekomstige bewoners van Haven-Stad geen eigen auto. Daarom wordt voorgesteld om meerdere mobiliteitshubs te realiseren waarin verschillende vormen van deelmobiliteit worden aangeboden. Omdat in Haven-Stad nauwelijks tot geen parkeerplaatsen op straat worden gerealiseerd voor bezoek worden deze hubs ook de aangewezen plekken voor het parkeren voor bezoekers van het gebied.

Knelpunten Basisweg / Transformatorweg - A10: Er ontstaat een knelpunt rond de aansluiting van de Transformatorweg en Basisweg met de A10. De doorstroming is met relatief beperkte lokale maatregelen op te lossen, gecombineerd met het anders routeren van vrachtverkeer vanuit het gebied naar het hoofdwegennet.

Nieuwe Hemweg 2x2 en Transformatorweg 2x1: In de Ontwikkelstrategie is opgenomen dat de Nieuwe Hemweg moet worden verbreed naar 2x2 om zodoende de centrale ontsluiting van Haven-Stad te worden. De Transformatorweg kan dan worden teruggebracht naar 2x1 rijstroken om een meer stads karakter te krijgen. De Transformatorweg kan vooruitlopend op de verbreding van de Nieuwe Hemweg versmald worden. De Nieuwe Hemweg hoeft op korte termijn alleen ten westen van de nieuwe tunnel bij de Contactweg verbreed te worden naar 2x2 rijbanen.

Aansluiting Nieuwe Hemweg / A10: Eén van de maatregelen uit de Ontwikkelstrategie is het verbeteren van de aansluiting van de Nieuwe Hemweg en de A10. Deze ingrijpende maatregel is nog niet nodig voor 2030. Wel is samen met Rijkswaterstaat, het Havenbedrijf, Vattenfall en andere (energie)partijen gestart met de planvorming.

Onderzoek doortrekken tramlijn 5: Vanaf 2028 wordt de Minervahaven ontwikkeld, en vanaf 2040 de Coen- en Vlothaven. In totaal komen hier ca. 25.000 woningen en 18.000 arbeidsplaatsen. Om deze van goed openbaar vervoer te voorzien is het wenselijk om een tramlijn vanaf de Marnixstraat door te trekken richting Minervahaven en verder. Deze tramlijn zal niet voor 2030 nodig zijn, maar voor een goede inpassing in de bestaande buurten en om te zorgen dat de ontwikkeling van de Houthaven rekening kan houden met deze toekomstige tramlijn, moet op korte termijn worden gestart met een verkenning naar de inpassing.

Reactie stadsdelen West en Nieuw-West Stadsdelen West en Nieuw-West hebben onder andere de volgende adviezen gegeven: Stadsdeel West onderschrijft de principes van het mobiliteitsplan en komt met adviezen m.b.t. fiets en voetganger en de auto. Het grootste deel van deze adviezen worden overgenomen en tekstueel verwerkt. Het stadsdeel vraagt verder aandacht voor het feit dat in de Spaardammerstraat en de Van Diemenstraat meerdere opgaven samenkomen. Het stadsdeel adviseert om ook deze straten als integrale opgaven op te nemen. We herkennen de zorg van het stadsdeel en nemen dit advies over.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Stadsdeel Nieuw-West heeft verschillende adviezen uitgebracht die betrekking hebben op de ontsluiting van het stadsdeel zelf. Hiervoor is het mobiliteitsplan Nieuw-West een logischere plek. Een belangrijke wijziging n.a.v. de adviezen is een betere verwijzing naar de Mobiliteitsstrategie om zodoende het onderscheid tussen de twee producten duidelijker te maken. Daarnaast vraagt het stadsdeel aandacht voor het betrekken van de stakeholders (zittende ondernemers, nieuwe bewoners) bij de verdere uitwerking van de maatregelen. Overigens is besloten de naam van het mobiliteitsplan te wijzigen van Haven-Stad Zuidflank naar Haven-Stad Zuid, om zodoende verwarring met het aankomende Mobiliteitsplan Zuidflank (Zuidas en aanpalende gebieden) te voorkomen. Financiën De totale kosten van de maatregelen zijn geschat op € 183,6 mln., waarvan € 57 mln. voor de HOV CS-Sloterdijk en € 102,9 mln. voor drie fietsenstallingen (met in totaal ca. 14.000 fietsparkeerplekken). Van de € 183,6 mln. staat ca. € 90,9 mln. gepland voor de periode 2020 – 2025. Hierin zitten ook de kosten voor de HOV. Voor de periode 2025-2030 gaat het om € 92,7 mln. Daarin zitten de kosten voor twee van de drie fietsenstallingen. Deze zijn nu in totaal ruim ingeschat op € 86,3 mln. Voor de fietsenstallingen geldt dat in 2030 nog niet de volledige capaciteit van drie stallingen nodig is.

De ontwikkeling van deze stallingen zijn echter gekoppeld aan de gebiedsontwikkeling, waardoor het wenselijk is deze toch voor 2030 te ontwikkelen. Investering in mln. Maatregelpakket

2020-2025 € 90,9 mln.

2025-2030 € 92,7 mln.

Na 2030 Buiten scope mobiliteitsplan. Maatregelen in Mobiliteitsstrategie.

Samenwerking en participatie Voor het mobiliteitsplan heeft geen uitgebreid participatietraject plaatsgevonden zoals voor sommige andere mobiliteitsplannen. De aanleiding voor die keuze is meerledig: 

 

De ambities die ten grondslag liggen aan het mobiliteitsplan en een groot deel van de maatregelen in het plan zijn al vastgelegd in de Ontwikkelstrategie Haven-Stad. Voor deze ontwikkelstrategie heeft in 2017 inspraak plaatsgevonden. Een aanzienlijk deel van de voorgestelde maatregelen zit daarnaast al in de plannen van de deelgebieden waar het mobiliteitsplan over gaat Sloterdijk Centrum en Sloterdijk 1-Zuid). Tijdens de planvorming voor deze gebieden hebben consultatiebijeenkomsten en formele inspraak plaatsgevonden, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van gebiedsvisies en investeringsnota’s. Daarnaast is Haven-Stad een transformatiegebied. Er zijn op dit moment weinig bewoners in het gebied. Voor ondernemers geldt dat Haven-Stad regelmatig overleg heeft met de ondernemersverenigingen in het gebied. Voor de afzonderlijke projecten geldt bovendien dat deze het reguliere planproces doorlopen, en dat in het kader daarvan inspraak plaats zal vinden.

Ad 9) Kennis te nemen van de programmatisch aanpak van de mobiliteitsplannen De mobiliteitsplannen worden behalve door het college ook vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio en - in het geval van de Zuidoostflank - door de gemeente OuderAmstel.

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

De mobiliteitsplannen bieden de maatregelpakketten die aangeven op welke wijze kan worden gezorgd voor een goede bereikbaarheid en het behalen van de gestelde ambities. Dit betekent echter niet dat de maatregelen uit de maatregelpakketten op exact deze wijze worden uitgevoerd. Na vaststelling van de plannen volgt – vergelijkbaar met het programma voor Zeeburgereiland en IJburg - een programmatische aanpak. Door de programmatische aanpak kan worden omgegaan met de onzekerheden (o.a. financiën, tempo gebiedsontwikkeling, corona-effect, ontwikkeling van het verkeer, etc.) die deze lange-termijnplannen met zich meebrengen. Deze aanpak zorgt ervoor dat de maatregelen uitgevoerd en onderling afgestemd worden, maar ook dat de plannen aangepast kunnen worden naar aanleiding van monitoring en veranderde omstandigheden en inzichten. Gezien de lange doorlooptijd van de plannen, het feit dat de maatregelen ieder afzonderlijk via de reguliere planprocedures worden voorbereid en het feit dat uit monitoring nog wijzigingen aan de maatregelpakketten kunnen komen, kunnen maatregelen nog worden aangepast. Ook is het mogelijk dat later blijkt dat sommige maatregelen meer of minder noodzakelijk zijn. De plannen zullen – ook net als het mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg - periodiek worden herijkt op basis van de laatste inzichten. Deze herijking wordt aan het college voorgelegd.

Het moet nog bepaald worden hoe vaak een dergelijke herijking plaatsvindt. Met vaststelling van de mobiliteitsplannen staan richting en ambitie vast. Het integraal werken aan gebiedsontwikkeling en mobiliteit (bereikbaar én leefbaar) krijgt hiermee vorm. Daarbij nemen partijen (met name gemeente en Vervoerregio) het voornemen op zich om gedurende de looptijd van het programma de wenselijkheid en haalbaarheid van de maatregelen te onderzoeken en indien van toepassing, naar passende financiering te zoeken. De maatregelen volgen ieder afzonderlijk de reguliere planprocedures (incl. participatie en besluitvorming). Financiële besluiten worden hierdoor per maatregel genomen. Instemmen met Mobiliteitsplannen betekent niet dat de gemeente zich al committeert aan bepaalde investeringen. Ad 10) Kennis te nemen van het financiële aspect rondom de dekking van de maatregelen en de programmatische aanpak Investeringen en dekking In de mobiliteitsplannen zijn voor de periode tot 2025 voor ca. € 248,7 mln. aan maatregelen opgenomen. Deze kosten zijn geraamd op basis van de globale inzichten over de projecten. Bij de verdere uitwerking van de afzonderlijke maatregelen wordt de invulling van de maatregelen concreter en daarmee worden de ramingen nauwkeuriger. In de overzichten van de kosten zijn nog geen kosten voor exploitatie, handhaving, beheer en onderhoud opgenomen.

Voor het investeringspakket wordt voor stadsdeel Noord uitgegaan van het minimaal noodzakelijke pakket. De dekking van de investeringen in de mobiliteitsplannen dient gezocht te worden binnen onder andere het SMF, het Vereveningsfonds, de GREX-en van de betreffende deelgebieden c.q. projecten en in sommige gevallen de investeringsruimte in de Algemene Middelen. Daarnaast vindt afstemming plaats met de Vervoerregio en ProRail/I&W om mede invulling te geven aan deze financiële dekking. De precieze verdeling van de dekking van de kosten worden per project afgesproken. Over het algemeen geldt dat het SMF, het Vereveningsfonds en de Vervoerregio ieder ca. 1/3e bijdragen. De maatregelen uit de mobiliteitsplannen zorgen voor een aanzienlijk financieel beslag op de gemeentelijke financiën. Dit betreft zowel de investeringsaanvragen als de structurele meerkosten (exploitatie, handhaving, beheer en onderhoud). Ook wordt er een aanzienlijke

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

aanvraag gedaan bij de Vervoerregio, terwijl de beschikbare middelen ook daar - mede door Corona - onder druk staan. Dit kan een reden zijn waardoor de maatregelpakketten niet op dezelfde wijze en/of volgens de gestelde planning uitgevoerd worden. Met het vaststellen van de mobiliteitsplannen wordt geen financieel besluit genomen over de maatregelen. De afzonderlijke maatregelen volgen ieder het reguliere plan- en besluitvormingsproces (PBI/Plaberum). Besluitvorming over de investeringen volgt binnen dit planproces. Voorjaarsnota 2021 Uit de eerste initiële verdeling van de kosten komt naar voren dat voor de periode 2021-2025 ca. € 89,5 mln. nodig is vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) voor de maatregelen uit de mobiliteitsplannen. Gezien de druk op het SMF is prioritering in deze maatregelen noodzakelijk gebleken. Slechts een deel van de aanvragen is toegekend in het verdelingsvoorstel SMF, dat is opgenomen in de Voorjaarsnota 2021. Voor nieuwe projecten in de verschillende gebiedsontwikkelingslocaties zoals opgenomen in de mobiliteitsplannen van Noord, Zuidoost, Nieuw-West en Haven-Stad geldt dat voor de periode 2021-2025 ca. € 32,3 mln. is opgenomen in het voorstel in de voorjaarsnota. Voor andere kortetermijnmaatregelen uit deze mobiliteitsplannen is op dit moment geen dekking voorzien in het SMF. Ca. € 55,2 mln. is niet opgenomen.

De verwachting is dat dit op korte termijn geen consequenties heeft op de voortgang van de gebiedsontwikkeling. Per mobiliteitsplan zijn de volgende bedragen wel en niet opgenomen in de voorjaarsnota. Mobiliteitsplan

Opgenomen in voorstel VJN

Niet opgenomen

Noord

€ 5.306.000

€ 11.533.000

Nieuw-West

€ 5.770.000

€ 12.313.000

Zuidoostflank

€ 16.095.000

€ 25.298.000

Haven-Stad

€ 7.131.000

€ 6.075.850

TOTAAL

€ 34.302.000

€ 55.219.850

Het college is akkoord met het bestedingsvoorstel van het SMF. Op 7/8 juli 2021 wordt dit als onderdeel van de voorjaarsnota behandeld in de raad. Nieuw investeringsstelsel Het college denkt na over een nieuw investeringsstelsel. Daarover neemt het college rond de zomer een besluit. Dat besluit kan ertoe leiden dat er een nieuwe integrale afweging gemaakt moet worden m.b.t. investeringen die samenhangen met de voorliggende mobiliteitsplannen. Dekking proceskosten programma Per gebied is jaarlijks een budget nodig voor programmasturing en onderzoek. De kosten hiervoor worden door de gemeente (2/3e, V&OR, G&O) en de Vervoerregio (1/3e) gedeeld. Voor het gemeentelijk aandeel in de kosten tot 2025 geldt dat deze zijn opgenomen in het bestedingsvoorstel SMF, waarover het college heeft besloten op 12/13 april 2021 en dat bij Voorjaarsnota 2021 aan de raad wordt voorgelegd. Voor het Stedelijk Mobiliteitsfonds gaat het om de volgende bedragen: Programmakosten (incl. monitoring) Nieuw-West Zuidoostflank Noord

2021

2022

2023

2024

2025

€ 160.000 € 88.000

€ 50.000 € 160.000 € 117.000

€ 50.000 € 160.000 € 117.000

€ 50.000 € 160.000 € 117.000

€ 160.000 € 117.000

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Bovenstaande bedragen gelden ook voor het Vereveningsfonds en de Vervoerregio. Er loopt een verkenning om na te gaan of door het bundelen van verschillende onderdelen van de programma’s de kosten omlaag kunnen. Voor de programmakosten van het Mobiliteitsplan Haven-Stad Zuidflank en Sloterdijk II zal volgend jaar een aanvraag worden gedaan. Het programma start in september 2021. Voor de resterende maanden van 2021 zal voor dekking van de kosten worden gekeken binnen bestaande middelen voor de groeiende stad. Schaalsprong De schaalspronginvesteringen (metroprojecten, Zuidasdok, Sprong over ’t IJ, sporen station Zuid) maken geen onderdeel uit van de mobiliteitsplannen. Participatie

Zie teksten bij de afzonderlijke mobiliteitsplannen (beslispunten 5 t/m 8). Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: Zie beslispunt 10 Overige toelichting: Zie beslispunt 10 Conclusie: De genoemde beslispunten in de voordracht hebben financiële consequenties, en die zijn gedekt in de begroting. Communicatie Binnen de gemeente

Opnemen in de te publiceren lijst

Buiten de gemeente

De mobiliteitsplannen worden na vaststelling gepubliceerd op de website van de gemeente. Documenten Registratienr.

Naam

<automatisch>

Bijlage 1: Mobiliteitsplan Amsterdam Noord

<automatisch>

Bijlage 2: Mobiliteitsplan Zuidoostflank

<automatisch>

Bijlage 3: Mobiliteitsplan Amsterdam Nieuw-West

<automatisch>

Bijlage 4: Mobiliteitsplan Haven-Stad Zuid en Sloterdijk II

<automatisch>

Bijlage 5: Brieven met reactie college op adviezen stadsdelen

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

V&OR, Aart Breedt Bruijn, 06-20633935, a.breedtbruijn@amsterdam.nl

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Agendapunt

College van burgemeester en wethouders Voordracht voor de vergadering van 29 juni 2021

Besluit college van burgemeester en wethouders

<automatisch, na afloop vergadering>

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10663574/1