1. Brief reactie moties bedrijvenstrategie.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 23 maart 2021 EZ Victor Everhardt Directie Economische Zaken, Frank van de Lustgraaf Reactie op moties 549.20 van raadslid N.T. Bakker inzake handhaven bij overlast, 572.20 van raadsleden Biemond, Nadif, N.T. Bakker en Kat inzake Amsterdamse ambachtswoningen en 575.20 van raadsleden Biemond, Nadif, N.T. Bakker en Kat inzake voortgangsrapportage banencreatie bedrijvenmonitor
Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van 20 mei 2020 zijn bij de vaststelling van de Amsterdamse Bedrijvenstrategie 2020-2030 een drietal moties aangenomen. Via deze brief wil ik u en de indieners informeren over de afhandeling van deze moties door het college. 1. Motie 549.20 “Handhaven bij overlast” Met deze motie verzoekt het lid T. Bakker het college om met de stadsdelen – in het bijzonder stadsdeel Oost – en andere instanties om tafel te gaan om te kijken op welke wijze een duidelijker kader voor handhaving gemaakt kan worden, deze verbeterpunten op te nemen in de bedrijvenstrategie en hierover te rapporteren aan de raad. Het college onderkent dat het combineren van wonen en bedrijvigheid vraagt om een goed kader voor handhaving, waarin belangen van bewoners en ondernemingen met elkaar in evenwicht zijn. Tijdens de bespreking van de motie gaf ik al aan dat ik inzicht in de geurproblematiek en regelgeving hieromtrent noodzakelijk vind, zodat hier ook goed op kan worden gehandhaafd. Uit verkennende gesprekken met stadsdeel Oost en de Omgevingsdienst blijkt dat geuroverlast het meest pregnante probleem is. Voor andere vormen van hinder (o.a. geluid, stof, externe veiligheid) bestaan er volgens de instanties wel in voldoende mate meetmechanismen, normen en handhavingsrichtlijnen. Voor geuroverlast is dit kader er niet.
Om hierin de te voorzien is in de ontwerp-Omgevingsvisie op voorspraak van onder andere Stadsdeel Oost en de Omgevingsdienst het opstellen van een geurbeleid opgenomen, waarmee een passend toetsings- en handhavingskader zal ontstaan. 2. Motie 572.20 “Amsterdamse Ambachtswoningen” Met deze motie vragen de leden Biemond, Nadif, N.T. Bakker en Kat het college om te verkennen of er in Amsterdam behoefte is aan 'ambachtswoningen', bijvoorbeeld naar model van de
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 maart 2021 Pagina 2 van 3
atelierwoningen, of hier in woon-werkwijken mogelijkheden zijn om deze te ontwikkelen, en hierover in contact te treden met vakscholen en relevante brancheorganisaties. In de gesprekken die in het kader van deze motie zijn gevoerd, kwam de vraag wat specifiek onder ambachtswoningen wordt verstaan. In de beantwoording van deze motie is de volgende definitie aangehouden: specifieke woningen voor ondernemers die een ambachtelijk beroep vervullen in de productie, installatie of reparatie van fysieke goederen. De woningen hebben naast een woongedeelte een kleine bedrijfsruimte in de vorm van een werkplaats (met een nader te bepalen minimum en maximumgrootte). In de transformatieprojecten kunnen ambachtswoningen mogelijk kansen bieden in het combineren van wonen en bedrijvigheid, bijvoorbeeld omdat ze hinder bij andere bewoners kunnen beperken. Uit de gesprekken met collectieven van kleine ambachtslieden en vakscholen blijkt slechts een beperkte behoefte aaneen combinatie van een woning en bedrijfsruimte . Het Hout- en Meubileringscollege zoekt bijvoorbeeld naar pure werkplekken voor alumni en niet naar combinaties met wonen. Collectieven van ambachtslieden geven aan dat startende vakmensen al snel te veel verdienen voor een sociale woning, maar te weinig voor een koopwoning, en dat hier –in het reguliere woningaanbod - een uitdaging ligt voor Amsterdam.
De interesse concentreert zich echter vooral op (collectieve) werkruimten, waar eventueel rond gewoond kan worden. Individuele ambachtslieden die aan vooraf gestelde voorwaarden voldoen kunnen overigens al gebruik maken van de regeling voor atelierwoningen van Bureau Broedplaatsen. Kortom, de specifieke behoefte aan een concept voor een combinatie van woning en bedrijfsruimte lijkt uit deze gesprekken niet groot. De complexiteit van het realiseren van ambachtswoningen verschilt per woonsegment, sociale huur, vrije huur of koop. Het realiseren in de sociale huur lijkt het minst kansrijk gezien de beperkte vrije toewijzingsplekken die corporaties hebben, de beperkte budgetten en richtlijnen waar corporaties zich aan moeten houden. Daarnaast verschillen de ruimtelijke kansen voor ambachtswoningen sterk per gebied. Dit heeft onder andere te maken met gewenste dichtheid van de nieuwe wijken en de ‘concurrentie’ die optreedt tussen ambachtsruimten en andere functies die op de begane grond gesitueerd worden. Dit lijkt een cruciaal aspect dat het concept in transformatiegebieden minder haalbaar maakt. Gegeven de resultaten van de verkenning – een beperkte behoefte en haalbaarheid - vinden wij het momenteel niet opportuun om verder te zoeken. We gaan vanzelfsprekend wel met initiatiefnemers in gesprek als zij ambachtswoningen of iets soortgelijks willen realiseren.
3. Motie 575.20 “voortgangsrapportage banencreatie bedrijvenmonitor” Met de motie verzoeken de leden Biemond, Nadif, N.T. Bakker en Kat het college om bij de uitvoering van de bedrijvenstrategie de creatie van werkgelegenheid te monitoren, hierbij specifiek aandacht te hebben voor werkgelegenheid voor praktisch en middenopgeleiden, en uitkomsten hiervan jaarlijks aan de raad te verstrekken. Het verzoek is hierbij ook een koppeling te maken met de lokale arbeidsmarkt zoals gevraagd door de stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 maart 2021 Pagina 3 van 3
Het college onderkent dat er vanuit de ambitie voor een ongedeelde stad nadrukkelijk aandacht moet zijn voor werkgelegenheidsontwikkeling voor praktisch en middelbaar opgeleiden. Dit vraagstuk heeft een ruimtelijke component: veel technisch en praktisch geschoold personeel is werkzaam op bedrijventerreinen en onder andere in de ambacht, maakindustrie en logistiek die hier veelal aanwezig is. Het college ondersteunt de oproep om werkgelegenheidseffecten mee te nemen in de monitoring van de bedrijvenstrategie dan ook van harte. We nemen dit mee in de monitor bedrijvenstrategie. De publicatie van de eerste monitor is eind 2021 voorzien. Dit is de ‘nulmeting’ voor de werkgelegenheidsontwikkeling. Vanaf 2022 kan kwalitatief en steekproefsgewijs inzicht worden geboden in hoe de banengroei zich verhoudt tot het arbeidsaanbod in Nieuw West en Zuidoost. Ik hoop u voldoende te hebben geïnformeerd en beschouw de moties hiermee als afgedaan.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Victor Everhardt Wethouder Economische Zaken
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl