CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bestedingsvoorstel Subsidie Zonwering

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beschikbaar stellen van middelen uit het Klimaatfonds ten behoeve van de subsidieregeling voor zonwering voor huurders van de Amsterdamse woningcorporaties (VN2025-014539)2.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestedingsvoorstel Klimaatfonds: subsidieregeling voor zonwering (31 juli 2025) Omschrijving Vanuit het programma Klimaatadaptatie en het stedelijk strategieteam waren er al plannen om hittestress beter onder de aandacht te brengen en passieve maatregelen tegen hitte in woningen te stimuleren. Maar de directe aanleiding voor het onderhavige bestedingsvoorstel is de motie Norbruis c.s. (5 maart 2025), waarin het college wordt gevraagd inzichtelijk te maken wat de kosten zijn van een stimuleringsregeling voor minder draagkrachtige bewoners gericht op passieve maatregelen tegen hittestress. In de raadsinformatiebrief Uitwerking nieuwe koers warmtetransitie (3 juli 2025) staat dat het college op korte termijn een subsidieregeling wil invoeren voor de toepassing van zonwering in sociale huurwoningen en dat hiervoor een bedrag van € 2,5 mln is begroot in het Klimaatfonds. Hiervan is het onderhavige bestedingsvoorstel de verdere uitwerking. In gesprekken met de Amsterdamse woningcorporaties kwam duidelijk naar voren dat een subsidie voor zonwering hen in staat stelt om een meer proactief beleid te voeren op klimaatadaptatie en hitteproblematiek in sociale huurwoningen. De gemeentelijke subsidie is bedoeld om gedurende 3 jaar het financiële risico voor corporaties te verkleinen en uit te vinden wat de beste aanpak is.

Uitgaande van de toepassing van zonwering in 1.oo0 corporatiewoningen, en een subsidiebedrag van € 2.500 per woning, is daarmee een subsidieplafond gemoeid van €2.500.000,=. Het subsidiebedrag dekt circa 50% van zowel de investerings- als de onderhoudskosten. De berekende CO2-reductie door zonwering toe te passen in deze 1.000 woningen is gebaseerd op het vermeden energiegebruik door airconditioning en is geschat 555 ton. Voor toelichting en onderbouwing, zie: Resultaten en Investeringsbedrag. Context Klimaatverandering leidt vooral in steden tot een toename van hittestress, met steeds vaker (en langduriger) hoge temperaturen in woningen. Hittestress vraagt om aanpassingen in de openbare ruimte en de woonomgeving, maar vooral ook om effectieve gebouwmaatregelen zoals zonwering, zonwerend glas in combinatie met spuiventilatie en dakisolatie. Onderzoek wijst uit dat huurders van corporatiewoningen in Amsterdam het meeste last hebben van hittestress. Deze huurders wonen veelal in buurten met een hoge bebouwingsdichtheid en weinig groen en hebben zelf weinig handelingsperspectief om het wooncomfort te verbeteren (zie: hittekaart, bijlagen Warmtekoers, p.28). Enerzijds omdat ze daar de middelen niet voor hebben, anderzijds omdat ze afhankelijk zijn van de corporatie.

Het is een kwetsbare groep, veelal te vinden in de voorrangsbuurten van het isolatieoffensief, met veel oudere bewoners (60+) die extra gevoelig zijn voor de schadelijke gezondheidseffecten van hittestress. Recent onderzoek laat zien dat door klimaatverandering de ‘oversterfte’ tijdens hittegolven nu al drie keer zo groot is als voorheen. Niet voor niets heeft Amsterdam een hitteplan voor dit soort periodes met tropische dagen. In enkele gevallen is oververhitting van huurwoningen door de rechter al als gebrek aangemerkt. Daarom werkt de rijksoverheid aan landelijke regelgeving voor de maximale gemiddelde temperatuuroverschrijding (GTO) in bestaande woningbouw, zoals die ook al geldt voor nieuwbouw. Recentelijk heeft de landelijke koepel van woningcorporaties, Aedes, een handreiking ‘hittestress’ opgesteld, met een lijst van effectieve vormen van zonwering. Enkele grote gemeenten met veel corporatiebezit, zoals Rotterdam hebben al langer een subsidieregeling voor zonwering. Aangezet door raadsvragen en de motie Norbruis c.s. is de gemeente met de Amsterdamse federatie AFWC het gesprek aangegaan over de mogelijkheden van een stimuleringsregeling.

De doelstelling De subsidieregeling heeft als doel oververhitting van sociale huurwoningen in kwetsbare woningcomplexen tegen te gaan door het toepassen van zonwering. Dit is een effectieve en energiezuinige maatregel die in veel gevallen actieve koeling of airconditioning kan voorkomen. De regeling is erop gericht woningcorporaties aan te moedigen zonwering als standaardmaatregel toe te passen in woningverbetering, renovaties en periodiek onderhoud. De verwachting is dat de corporaties door de urgentie van hittestress zonwering structureler zullen aanpakken. De Amsterdamse corporaties brengen dit najaar de hotspots van woningen met hittestress in kaart en weten dus in welke complexen de temperatuuroverschrijdingen het grootst zijn. Dit maakt het mogelijk om de subsidie doelgericht in te zetten voor de meest kwetsbare huurders volgens het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. In eerste instantie richt de regeling zich op de corporaties en niet op particuliere verhuurders van sociale huurwoningen. Een subsidie voor de laatste doelgroep is wat betreft uitvoering en toetsing ingewikkelder omdat de gemeente op adresniveau geen goed beeld heeft van de verdeling van sociale huurwoningen over grote en kleine verhuurders, en hoeveel huurders last hebben van hittestress en verminderd wooncomfort.

Bij succes van de subsidieregeling kan altijd worden overwogen deze op termijn te uit te breiden naar deze doelgroep. De resultaten Met de meerjarige regeling wordt beoogd om gedurende 3 jaar (2026-2028) subsidieaanvragen te verstrekken voor het aanbrengen van zonwering bij ca. 1.000 woningen. De doorlooptijd van de uit te voeren maatregelen is maximaal 2 jaar, gerekend vanaf de toekenning van de aanvraag. In combinatie met goede isolatie en ventilatie leidt zonwering tot een drastische vermindering van de gemiddelde temperatuuroverschrijdingen (GTO) in woningen. De verwachting is dat woningcorporaties de financiële ondersteuning zullen aangrijpen om ervaring op te doen met de opschaling van zonwerende maatregelen op complexniveau en dit tot onderdeel van hun beleid zullen maken. Ook in de notitie Hitte en Koelbehoefte (bijlage in de genoemde raadsbrief) zet de gemeente bij het tegengaan van hittestress allereerst in op passieve maatregelen zoals zonwering, waarmee de aanschaf van airconditioning en actieve koeling in veel gevallen kan worden vermeden. Airconditioning zorgt voor een hoger energieverbruik en daarmee voor extra kosten en uitstoot van CO2. Verder betekenen airco’s een grotere druk op het elektriciteitsnetwerk, dragen ze bij aan de opwarming van de omgeving en kunnen ze in gestapelde bouw geluidsoverlast veroorzaken.

Een airco koelt meestal maar één ruimte en er is in (kleine) appartementen niet altijd een geschikte ruimte voor de buitenunits. Bovendien hebben huurders van corporatiewoningen doorgaans onvoldoende middelen en mogelijkheden voor de aanschaf en plaatsing van deze apparaten. Uit onderzoek van TNO (2024) blijkt dat bijna de helft van de bewoners (43,5%) aangeeft een airconditioner te willen aanschaffen. Dit betekent dat door de toepassing van zonwerende maatregelen bij 1.000 woningen, waarin bewoners veel last hebben van hittestress, de installatie van circa 435 airco’s kan worden vermeden. Een airco verbruikt volgens TNO per jaar gemiddeld 290 kWh stroom, waardoor het vermeden energieverbruik neerkomt op circa 126.150 kWh per jaar. Dit levert een jaarlijkse besparing op van ca.27,8 ton CO₂ - uitgaande van een emissiefactor van 0,22 kg CO₂ per kWh elektriciteit (bron: Klimaatmonitor). Zonwering gaat gemiddeld 20 jaar mee, dus dan gaat het totaal om 555 ton vermeden CO2. Het betreft hier alleen de directe CO2uitstoot door het operationele energiegebruik (scope-1-emissies). Daarin is de embodied energy

dus niet meegerekend - dit is de energie (en materiaalgebruik) die het kost om een airconditioningsapparaat te maken en te installeren (scope-3-emissies). Uit bovenstaande inschatting dat de kosten voor CO2-reductie met een subsidieplafond van €2.500.000 uitkomen op circa €4.500,= per ton. Dit impliceert volgens de rekenmethodiek van het klimaatfonds een lage ‘kostenefficiency’. Maar bij zonwerende maatregelen zijn er vele positieve effecten die niet gemakkelijk zijn te kwantificeren. Door het verwachte vliegwieleffect van de stimuleringsregeling - wat de corporaties zal aanzetten tot opschaling van de passieve maatregelen (ook in nieuwbouw) - is de energiebesparing en CO2-reductie vermoedelijk vele malen groter dan in bovenstaande impactanalyse is aangegeven. Ook de eerder genoemde negatieve effecten van (dure) airconditioning zijn moeilijk in cijfers uit te drukken. Maar belangrijker is dat het tegengaan van hittestress aantoonbaar leidt tot een sterke afname van gezondheidsrisico’s en oversterfte, met name in de kwetsbare groep van 60+ en sociale huurders. Deze maatschappelijke ‘winst’ is niet gemakkelijk in een cijfer voor emissiereductie uit te drukken. De locatie De subsidie is gericht op corporatiewoningen in Amsterdam waarvan bekend is dat huurders veel last hebben van hittestress.

In het najaar hebben corporaties deze woningen en hotspots met de grootste woningbouwcomplexen in kaart gebracht. Stakeholders Subsidieaanvragers zijn de Amsterdamse woningcorporaties. Er is in het vooronderzoek intensief contact met de federatie AFWC en koplopers binnen de corporaties. Andere stakeholders zijn netwerkorganisaties, belangenverenigingen en kennis-platforms, zoals Stichting !WOON, buurten huurdersorganisaties, Weerproof (CoP), Groene Huisvesters en brancheorganisaties. Deze zijn vooral betrokken bij de advisering en kennisdeling. Via hen halen we informatie en meldingen op van bewoners en garanderen we het draagvlak en de urgentie voor de oplossing van het toenemende probleem. Bij het ‘live’ gaan van de subsidie spelen de stakeholders een belangrijke rol in de informatiecampagne. Binnen de gemeente werkt de directie Wonen op het onderwerp van klimaatverandering en hittestress nauw samen met de directie Ruimte en Duurzaamheid, het programma Klimaatadaptatie en de GGD. De directie Wonen heeft hittestress ook als thema opgenomen in de communicatie over het isolatieoffensief. Wonen maakt een inschatting van de benodigde capaciteit voor het opstellen van de subsidieregeling: projectleider, beleidsadviseur, de jurist, subsidiebureau en beoordelaars (zie uitvoering).

Leerkansen en adaptatie De subsidieregeling biedt een veelheid aan leerkansen: • Hoe corporaties en gemeente en andere stakeholders kunnen samenwerken, in het kader van de agenda klimaatadaptatie uit de prestatieafspraken; • Het leren van haalbaarheidsonderzoeken en ontwerpen voor zonwering e.a. passieve maatregelen, in de vorm van nieuwe businesscases: complexgerichte aanpak, collectieve inkoop en energieadviezen in vve’s met gemengd bezit; • Innovatie: integrale aanpak van winter- en zomerisolatie in het isolatieoffensief, door middel van passieve en energiezuinige maatregelen, zoals zonwering in combinatie met maatregelen voor nachtelijke spuiventilatie en betere (biobased) dakisolatie; • Oplossingen voor het juiste gebruik van zonwering in combinatie met (spui)ventilatie en aanvullende maatregelen in de openbare ruimte (schaduw, vergroening).

• •

• •

Inzicht in het terugbrengen van onderhoudskosten van zonweringsproducten voor corporaties, hetgeen vaak als belemmering voor de investering wordt gezien; Pilots en handreikingen voor vergunningverlening en aangepaste welstandseisen voor zonwering in beschermde stadsgezichten, ism Monumenten en Archeologie en de Commissie Omgevingskwaliteit; Ervaring opdoen met type maatregelen: kosten, installatie, gebruik, onderhoud; Goede informatie naar bewoners.

Adaptatie geleerde lessen: • Evaluatie, een jaar na ingang van de regeling. Met de deelnemende corporaties en de AFWC evalueren of de subsidie de gewenste katalysator is van maatregelen tegen hittestress en leidt tot het verankeren in beleid. Op grond van de bevindingen - kansen en belemmeringen - worden zo nodig de criteria van de regeling aangepast; • Evaluatie van de doelen: energiebesparing, klimaatadaptatie, gezondheidsrisico’s; • Evaluatie van de aangepaste welstandseisen (m.n. beschermd stadsgezicht). Het Rijk De gemeentelijke subsidieregeling sluit aan bij het kader van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) en de beoogde versnelling van het Nationaal uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. Tevens van belang zijn de landelijke prestatieafspraken met de corporaties en de aanbevelingen in de Handreiking Hittestress van Aedes. Investeringsbedrag Het subsidiebedrag per woning is onder meer gebaseerd op een marktonderzoek van de Groene Huisvesters, dat als bijlage is opgenomen in de Handreiking Hittestress van Aedes. Uit gesprekken met de Amsterdamse corporaties en het onderzoek van de universiteit van Maastricht blijkt dat de subsidie pas effectief zal zijn als de hoge onderhoudskosten in gestapelde bouw erin worden opgenomen. Gerekend over 15-20 jaar zijn de kosten van onderhoud (Opex) doorgaans net zo hoog als de aanvankelijke investeringskosten (Apex).

Zeker in grote steden als Amsterdam met veel gestapelde bouw waarbij bijna altijd hoogwerkers nodig zijn voor installatie en onderhoud. Om de instapdrempel te verlagen en hen op effectieve wijze te ondersteunen in het tegengaan van hittestress met zonwerende maatregelen, is gekozen voor een bijdrage van 50% van de totale kosten, resulterend in een subsidie van €2.500,= per woning (uitgaande van een gemiddeld raamoppervlak van 10 m2 per woning). Installatiekosten

Onderhoudskosten Totaal € Gemiddelde marktprijs € 2.500 2.500 Subsidiepercentage 50% 50% € Subsidiebedrag € 1.250 1.250 Subsidieplafond: 1.000 woningen * €2.500 = €2.500.000

€ 5.000 50% € 2.500

Volgens een inschatting van de AFWC verwachten de zes grootste Amsterdamse woningcorporaties met de subsidie in totaal circa 1.000 woningen van zonwering te kunnen voorzien binnen de periode 2026-2028. Er is bewust gekozen voor een aanvraagperiode van drie jaar, gevolgd door een uitvoeringsperiode t/m 2030, om de corporaties de tijd te geven zonwering op te nemen in hun grotere onderhouds- en renovatieprojecten.

Uitgaande van de beoogde 1.000 woningen komt het subsidieplafond - en de in het Klimaatfonds aan te vragen middelen - op €2.500.000,= (zie tabel). Daarmee biedt de gemeente aan woningcorporaties de noodzakelijke ondersteuning om op korte termijn hittestress aan te pakken, met directe impact op het wooncomfort en de gezondheid van de meest kwetsbare bewoners. Bij het uitwerken van de regeling wordt door het subsidiebureau nog gekeken naar de uitvoerbaarheid, maar in principe zijn de typen zonwering die in aanmerking komen voor de onder andere de zogenoemde ritsscreens en markisolettes. Deze duurdere systemen worden door de corporaties als meest effectief gezien vanwege: lange levensduur, geschiktheid voor zowel gestapelde bouw (4 tot 5 lagen) als hoogbouw (v.a. 5 lagen), windbestendigheid, lagere onderhoudskosten (vergeleken met andere screens en uitvalschermen), vandalismebestendigheid en eenvoudige bediening. De gemeente onderzoekt nog of we ook zonwerend glas voor subsidie in aanmerking laten komen. Uitvoering: directie Wonen en/of R&D? • Aanstellen van een projectleider klimaatadaptatie (ca. 0,4 fte meerjarig); • Overige capaciteit (ca.

0,4 fte meerjarig): beleidsadviseur, jurist(en), subsidiebeoordelaars; • Onderzoeken van de scope van de regeling, de kansen en belemmeringen; • Opstellen en uitvoeren van de regeling door het subsidiebureau en juristen (DJZ); • Inhoudelijke advisering over de subsidieaanvragen, inclusief DMC; • Inhoudelijke beoordeling van de aanvragen en toekenning subsidiebedrag; • Beoordelen en controleren van uitvoering, vaststelling en eindverantwoording; • Communicatie over de regeling naar de AFWC, bewoners, stakeholders en corporaties. Investeringsvorm De gemeente onderzoekt of de subsidieregeling voor zonwering onder de noemer van de regeling voor Duurzame Amsterdamse gebouwen is in te voeren. De middelen voor het subsidieplafond komen ten laste van het Klimaatfonds. Voor de dekking en de verdeling van de uitvoeringskosten en capaciteit worden in het MT Warmte afspraken gemaakt tussen Wonen en Ruimte en Duurzaamheid (zie Uitvoering). Zakelijke afweging Bij de hoogte van de subsidie zijn we uitgegaan van circa 50% cofinanciering door de woningcorporaties. Corporaties zien de urgentie en onderkennen het belang van verbeterd wooncomfort en energiebesparing zonder gebruik te maken van airconditioning. Met de subsidie garanderen gemeente en corporaties dat deze maatregelen plaatsvinden zonder huurverhoging of toename van de servicekosten.

De maatregel komt niet alleen het wooncomfort van de huurder ten goede, maar heeft ook een positief klimaateffect in de vorm van energiebesparing, vermijden van geluidsoverlast en verdere opwarming van de omgeving. Er is een sterke samenhang met het isolatieoffensief en de woningverbetering in de voorrangsbuurten met veel energiearmoede en sociaal-maatschappelijke opgaven. In de motie Norbuis (o5-03-2025) vraagt de raad aan het college passieve maatregelen tegen hittestress beter te integreren in het isolatieoffensief, en isolatie niet alleen te richten op de wintermaanden. Dit betekent dat de gemeente hittestress ook standaard zal opnemen in de energieadviezen voor eigenaar-bewoners en in haalbaarheidsonderzoeken voor vve’s. Kasritme

In principe bestrijkt de aanvraagtermijn 3 jaar (2026-2028), met tussentijdse evaluatie. De uitvoeringstermijn is maximaal 2 jaar gerekend vanaf de subsidietoekenning, om corporaties de gelegenheid te geven dit op te nemen in hun projectplanningen. Zij gaan op complexniveau te werk en zullen bij het aanbrengen van zonwering subsidie aanvragen voor meerdere woningen tegelijk. De aantallen en het ritme van de aanvragen zijn moeilijk in te schatten. Mogelijk is bij de tussentijdse evaluatie nodig de beoogde aantallen, de looptijd (aanvraag en uitvoering) en/of het subsidiebedrag per woning bij te stellen. Kostenefficiency Op dit moment is de ‘kostenefficiency’ van de subsidie, uitgedrukt in prijs per ton CO2 -reductie volgens de rekenmethodiek van het Klimaatfonds, relatief beperkt. Toch draagt zonwering volgens vele onderzoeken op kostenefficiënte wijze bij aan het klimaatbestendig maken van bestaande woningen die daardoor in comfort en (gebruiks)waarde zullen stijgen. Enerzijds omdat temperatuuroverschrijding (zomercomfort) in het energielabel wordt meegenomen, anderzijds omdat hittestress door klimaatverandering snel zal toenemen en steeds vaker als gebrek worden aangemerkt. Risicoanalyse De risico’s van de investering in zonwering zitten volgens woningcorporaties vooral in ‘goed’ gebruik en onderhoud. Een belangrijk risico is stormschade.

Sommige vormen van zonwering, zoals ritsscreens zijn daar beter tegen bestand, zijn makkelijk en automatisch te bedienen en vragen minder onderhoud, maar zijn vaak duurder in aanschaf. Het risico van voortijdig herstel en vervanging voor corporaties kan hierdoor worden teruggebracht. Ook dragen goede afspraken en bewonersvoorlichting hieraan bij. Overleg met de bewonerscommissie en gebouwbeheerder is er op gericht dat zij een deel van de verantwoordelijkheid voor gebruik en onderhoud op zich nemen. Bovengenoemd risico is zoveel mogelijk ondervangen door een subsidiebedrag uit te keren dat gericht is op de aanschaf van de weersbestendige ritsscreens en daarin ook onderhoud mee te nemen. Een ander vaak genoemd risico zijn de gemeentelijke welstandseisen in de vergunningverlening. Ook dit wordt vanuit een gemeentelijk samenwerkingsverband, gericht op verduurzaming en omgevingskwaliteit, zoveel mogelijk ondervangen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het binnen bepaalde voorwaarden vergunningvrij maken van zonwering in beschermde stadsgezichten. Handreikingen voor particuliere woningeigenaren, vve’s en corporaties zorgen per buurt of welstandsgebied voor een duidelijke uitleg van de criteria. Waar zonwering, bijvoorbeeld bij monumenten, toch een bezwaar kan zijn in de vergunningverlening, overweegt de gemeente of zonwerende beglazing als alternatieve maatregel kan worden gesubsidieerd.

Hiermee zijn de risico’s van te weinig aanvragen of te korte doorlooptijden voor uitvoering goeddeels ondervangen. Het risico van voortijdige uitputting van het subsidieplafond is ook te beschouwen als een succes, waarbij de corporaties normaal gesproken voldoende op weg zijn geholpen. Anders kan worden gekeken of het collega extra middelen wil vrij maken om de regeling voort te kunnen zetten. Bijvoorbeeld bij snelle toename van hittestress als gevolg van klimaatverandering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220845/1