1. Bekendmaking Wijziging Huisvestingsverordening 2022.docx
Tekst van het document
Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling:
Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:
Gemeenteblad 30 december 2021 n.v.t. Ja Deels: Artikel I van deze wijzigingsverordening consolideren in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020; Artikel II van deze wijzigingsverordening hoeft niet geconsolideerd te worden want dit zijn wijzigingen in een wijzigingsverordening die later inwerking treedt en ook later wordt geconsolideerd; Artikel III van deze wijzigingsverordening consolideren in de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam. n.v.t. Graag per 1 januari 2022 de consolidering van Artikel I in de Huisvestingsverordening van Amsterdam doen op overheid.nl. Er zijn enkele onderdelen in Artikel I die direct na bekendmaking in werking treden maar dit zijn bevoegdheidsbepalingen voor het college die voor burgers minder relevant zijn en bij directe consolidering als het ware zweven omdat de rest van het artikel pas per 1 januari 2022 in werking treedt. Het is daarom beter om alles per 1 januari 2022 te consolideren.
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende wijzigingen in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam wat betreft eenzame uitvaarten (Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2022) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 oktober 2021, gelet op artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 en artikel 149 van de Gemeentewet, besluit de volgende verordening vast te stellen:
Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2022 Artikel I De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 wordt als volgt gewijzigd: A. In artikel 1 wordt onder verlettering van onderdelen ll tot en met pp tot mm tot en met qq een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende: ll. Woning: een zelfstandige woonruimte, of een geheel aan onzelfstandige woonruimten die onderdeel maken van hetzelfde adres; B. In artikel 2.1.1, derde lid, worden onder verlettering van onderdelen c tot en met e tot e tot en met g twee onderdelen ingevoegd luidende: c. woonruimten in woongemeenschappen die zijn aangewezen in bijlage 1a; d. woonruimten in eigendom van woningcorporaties die middels intermediaire verhuur door een zorginstelling worden bemiddeld of worden verhuurd met een huurcontract dat 1
onlosmakelijk verbonden is met een zorgcontract van een zorginstelling; C. In artikel 2.3.4, eerste lid wordt de zinsnede “artikel 2.3.7” vervangen door “2.5.3”. D. Artikel 2.3.7 komt te vervallen. E. Artikel 2.4.4 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid, wordt in kolom 2, rij 6 “van de gemeente Amsterdam voor tegemoetkoming in de verhuiskosten op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning met een indicatie voor een rolstoelwoning” vervangen door “van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning”. 2. In het tweede lid worden in de tabel, na rij 6, twee rijen ingevoegd, luidende: Rolstoelwoning met drie huishoudens met één of twee minderjarige kinderen in het kamers bezit van een beschikking van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning Rolstoelwoning met vier of huishoudens met drie of meer minderjarige kinderen in het meer kamers bezit van een beschikking van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning F. Artikel 2.4.5 komt te vervallen. G. Artikel 2.4.7 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel a tot d, wordt “wier” vervangen door “wiens”. 2. In het tweede lid, onderdeel a en b, wordt “wier” vervangen door “wiens”. 3.
Onder vernummering van het zesde tot en met tiende lid tot het achtste tot en met twaalfde lid worden de volgende leden ingevoegd: 6. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met vier of meer kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit ten minste drie minderjarige kinderen; b. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit twee minderjarige kinderen; c. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een minderjarig kind. 7. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met drie kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een of twee minderjarige kinderen; b.
woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden bestaat uit een of twee volwassen personen zonder kinderen. 4. De aanhef van het achtste lid (nieuw) komt te luiden:
2
8. Onverminderd het bepaalde in het zesde en zevende lid komt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: 5. In het achtste lid (nieuw), onderdeel a wordt “met” vervangen door “voor een”. 6. In het achtste lid (nieuw), onderdeel b wordt “met” vervangen door “voor een”. 7. In het achtste lid (nieuw), onderdeel c wordt “met” vervangen door “voor een”. 8. Aan het achtste lid (nieuw) wordt onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel e, een onderdeel ingevoegd, luidende: d. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en een rolstoelwoning of rolstoelgeschikte woning achterlaat; 9. In het elfde lid (nieuw) wordt “zevende en achtste” vervangen door “negende en tiende” en “meest dringend noodzakelijk” vervangen door “meest acuut of dringend”. 10. Aan artikel 2.4.7 worden een dertiende en veertiende lid toegevoegd, luidende: 13. In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders bij woningruil een huisvestingsvergunning worden verleend mits de betrokken woonruimten passend zijn voor de betrokken huishoudens. 14.
In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verleend worden aan huishoudens die een voor verhuur bestemde zelfstandige huurwoning in eigendom van een corporatie leeg achterlaten, om te verhuizen naar een beter passende woonruimte met een verhuissubsidie op grond van de Subsidieregeling Stedelijke vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting 2019 of in het kader van de regeling Van Hoog naar Laag. H. Hoofdstuk 2, paragraaf 5 komt te luiden: Paragraaf 5 Voorrang op grond van lokale binding Artikel 2.5.1 Stadsdeelvoorrang op aangewezen complexen 1. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor woonruimten in de in bijlage 1A aangewezen complexen voor stadsdeelvoorrang geldt voor 25 procent voorrang voor woningzoekenden die binding hebben met het stadsdeel waar de woonruimte is gelegen. 2. Onder woningzoekenden met binding met een stadsdeel wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: woningzoekenden die de afgelopen zes jaar ingezetene zijn van het stadsdeel in de gemeente Amsterdam dan wel daar gedurende de afgelopen tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene van zijn geweest. 3. Onder stadsdeel wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: de stadsdelen volgens de stedelijke gebiedsindeling van de gemeente Amsterdam.
Artikel 2.5.2 Volgordebepaling in het geval van woonruimten waar stadsdeelvoorrang voor geldt 1. In afwijking van artikel 2.3.4 en 2.3.6 komt voor een huisvestingsvergunning voor een middeldure huurwoning, als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel c, waar artikel 2.5.1 op van toepassing is, achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking; a. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.3.5 en stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1; b. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.3.5; c. woningzoekende die stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1;
3
d. de woningzoekende die op grond van artikel 2.3.4 tot en met 2.3.6 als eerste in aanmerking komt; e. overige woningzoekenden. 2. In afwijking van artikel 2.4.7 komt voor een huisvestingsvergunning voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie, als bedoeld in artikel 2.4.1, waar artikel 2.5.1 op van toepassing is, achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking; a. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.4.4 en stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1; b. woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.4.4; c. woningzoekende die stadsdeelvoorrang heeft op basis van artikel 2.5.1; d. de woningzoekende die op grond van artikel 2.4.4 en 2.4.6 als eerste in aanmerking komt; e. overige woningzoekenden. 3. Binnen de categorie woningzoekenden die voldoen aan de voorwaarden voor stadsdeelvoorrang in artikel 2.5.1 komt in het geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur in aanmerking en in overige gevallen wordt er geloot. Artikel 2.5.3 Voorrangsregeling bepaalde maatschappelijke beroepsgroepen 1. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor het in gebruik nemen en geven van woonruimten in de in bijlage 1A aangewezen complexen voor werknemers in bepaalde maatschappelijke sectoren geldt voorrang op basis van lokale economische binding. 2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op sociale huurwoningen van woningcorporaties als bedoeld in artikel 2.4.1 voor een bandbreedte van vijftig tot honderd woonruimten per jaar. 3. Huisvestingsvergunningen op basis van lokale economische binding worden verleend op basis van wachttijd en passendheid en via directe bemiddeling wordt een woningaanbod gedaan. 4. Op woonruimten waar voorrang op basis van lokale economische binding geldt zijn de volgordebepalingen in artikelen 2.3.4 tot en met 2.3.6 en artikelen 2.8.1 tot en met 2.8.3 niet van toepassing. 5. De volgende beroepsgroepen komen in aanmerking voor voorrang op basis van lokale economische binding: a. een bevoegde leerkracht (PO) of docent (VO, eerste of tweedegraads) in het primair- of voortgezet onderwijs; b. een bevoegde medewerker die directe zorg of ondersteuning verleent aan patiënten en cliënten en: I. een persoon in dienst van een zorginstelling die toegelaten is op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen en zorg verleent die op grond van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet in aanmerking komt voor vergoeding; of, II. een persoon in dienst van een zorginstelling waarmee de gemeente een overeenkomst of subsidierelatie heeft voor zorg of ondersteuning in het kader van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning; en, c.
een persoon werkzaam in de operationele sterkte bij de politie-eenheid Amsterdam die een functie heeft welke volgens het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie tot de Uitvoering wordt gerekend. 6. In aanvulling op het vijfde lid dient een woningzoekende aan de volgende voorwaarden te voldoen om in aanmerking te komen voor voorrang op basis van lokale economische binding: a. een vaste aanstelling, of een aanstelling voor tenminste één jaar, voor tenminste 28 uur per week te hebben bij een onderwijs-, zorginstelling of bij de politie en bij deze instelling permanent werkzaam te zijn of worden op een locatie in de gemeente Amsterdam; 4
b. schriftelijk te zijn voorgedragen door de werkgever waarbij de werkgever verklaart dat de toewijzing in het geval van betreffende woningzoekende wenselijk is met het oog op het terugdringen van het tekort aan werknemers in de sectoren onderwijs, zorg of politie in de gemeente Amsterdam. 7. In aanvulling op het vijfde en zesde lid dient op woningzoekende ten minste één van de volgende situaties van toepassing te zijn: I. woningzoekende beschikt over een huurcontract met een totale duur van tenminste een jaar maar deze termijn loopt binnen een jaar af of in het geval van een campuscontract als bedoeld in artikel 274d, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, woningzoekende kan aantonen dat aannemelijk is dat de studie binnen zes maanden wordt afgerond; II. woningzoekende beschikt enkel over woonruimte gelegen buiten een straal van twintig kilometer van de locatie bedoeld in het zesde lid waar hij of zij werkzaam is of wordt, waarbij na verhuizing de reisafstand tussen woonruimte en die locatie tenminste vijf kilometer wordt ingekort; III. woningzoekende beschikt niet over zelfstandige woonruimte; of, IV. woningzoekende laat in de gemeente Amsterdam een jongerenwoning of een sociale huurwoning van een woningcorporatie leeg achter en wil doorstromen naar een middeldure huurwoning. 8.
Voor de situaties in het zevende lid, onderdelen II en III, geldt het aanvullende vereiste dat de woningzoekende zich reeds twaalf maanden in een van deze situaties bevindt. 9. Burgemeester en wethouders kunnen de functies die in aanmerking komen binnen een beroepsgroep nader bepalen en kunnen nadere regels stellen over de toepassing van dit artikel en artikel 2.5.4. Artikel 2.5.4 Inschrijflijst voor de voorrangsregeling beroepsgroepen en latere beoordeling voor bemiddelingslijst 1. Woningzoekenden dienen zich digitaal in te schrijven bij WoningNet en via het portaal Urgentiewijzer gemeente Amsterdam in te schrijven voor de voorrangsregeling beroepsgroepen. 2. Voor een inschrijving voor de voorrangsregeling beroepsgroepen dient woningzoekende te voldoen aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met zevende lid, en dienen de volgende bescheiden te worden overlegd: a. een verklaring van woningzoekende dat hij of zij voldoet aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met zevende lid; en, b. de verklaring van de werkgever als bedoeld in artikel 2.5.3, zesde lid, onderdeel b. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens en bescheiden verlangen voor een inschrijving bedoeld in het eerste lid en kunnen een te hanteren formulier vaststellen voor inschrijfverzoeken. 4.
Op basis van datum van inschrijving voor de voorrangsregeling beroepsgroepen worden kandidaten door burgemeester en wethouders beoordeeld voor uiteindelijke bemiddeling naar een passende woning, waarbij degene die zich eerder heeft ingeschreven eerder wordt beoordeeld. Op het moment van de beoordeling voor deze zogenoemde bemiddelingsstatus wordt getoetst of de woningzoekende op dat moment voldoet aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met zevende lid. Kandidaten die met inachtneming van het zesde lid aan de beurt zijn worden schriftelijk uitgenodigd de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling. 5. Op het moment van de beoordeling voor bemiddelingsstatus bedoeld in het vierde lid dient de woningzoekende opnieuw gegevens te verstrekken om aan te tonen dat aan de criteria in artikel 2.5.3, vijfde tot en met achtste lid, wordt voldaan. 6. Kandidaten met een bemiddelingsstatus komen op de bemiddelingslijst waarbinnen op grond
5
van wachttijd en passendheid woonruimten worden aangeboden en huisvestingsvergunningen worden verleend voor woonruimten als bedoeld in artikel 2.5.3, eerste en tweede lid. 7. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen hoeveel kandidaten nodig zijn om te beoordelen voor de bemiddelingslijst om doelmatig en passend woonruimten te kunnen bemiddelen. 2.5.5 Weigering- en intrekkingsgronden inschrijving en bemiddelingsstatus voorrangsregeling beroepsgroepen 1. Burgemeester en wethouders kunnen een inschrijving voor de voorrangsregeling beroepsgroepen weigeren en intrekken indien een aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.5.3 genoemde criteria. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een kandidaat weigeren voor de bemiddelingslijst indien niet wordt voldaan aan de in artikel 2.5.3 genoemde criteria en kunnen oordelen dat een kandidaat op basis van de inschrijfduur nog niet aan de beurt is voor beoordeling voor de bemiddelingslijst en verzoeken op grond hiervan weigeren. 3. Burgemeester en wethouders trekken een bemiddelingsstatus in de volgende gevallen in: a. bij niet op komen dagen bij een bezichtiging na aanvaarding van een uitnodiging door een woningzoekende zonder afmelding vóór het tijdstip van de bezichtiging; b. bij de derde weigering van een aangeboden woning; en, c. als de woningzoekende niet langer voldoet aan de criteria genoemd in artikel 2.5.3. 4.
Burgemeester en wethouder stellen nadere regels over welke woonruimten passend worden beschouwd voor de verschillende typen woningzoekenden binnen de voorrangsregeling beroepsgroepen. 2.5.6 Geldigheidsduur bemiddelingsstatus voorrangsregeling beroepsgroepen 1. Een bemiddelingsstatus bedoeld in artikel 2.5.4, vierde lid, heeft een geldigheidsduur van één jaar. 2. Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek besluiten tot verlenging van een bemiddelingsstatus met een jaar indien de aanvrager nog steeds aan de criteria in artikel 2.5.3 voldoet. 3. De houder van een bemiddelingsstatus kan vanaf twee maanden voor afloop van de status een verzoek doen om verlenging als bedoeld in het tweede lid en dient hiervoor aan te tonen dat nog steeds wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 2.5.3. 2.5.7 Inachtneming limieten regionale en lokale binding op grond van de Huisvestingswet De verlening van huisvestingsvergunningen met toepassing van voorrang op grond van regionale en lokale binding wordt toegepast binnen de limieten als bepaald in artikel 14, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 6s van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. I. Artikel 2.6.3 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na “een zoekprofiel” ingevoegd “en zoekgebied”. 2. Het derde lid komt te luiden: 3.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het aantal personen waar bij bepaling van het type woonruimte in het zoekprofiel rekening mee wordt gehouden, over aanpassing van het type woonruimte in het zoekprofiel naar aanleiding van medische problematiek en over het zoekgebied. 3. Onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid, komt het vierde lid te vervallen. J. 1.
Artikel 2.6.4 wordt als volgt gewijzigd Het eerste lid komt te luiden: 6
2. 3. 4.
1. Het zoekgebied omvat de gemeente Amsterdam of een deel daarvan indien burgemeester en wethouders een kleiner zoekgebied hebben vastgesteld. Onder vernummering van het derde tot en met het vijfde lid tot het tweede tot en met het vierde lid komt het tweede lid te vervallen. In het derde lid (nieuw) wordt “derde lid” vervangen door “tweede lid”. In het vierde lid (nieuw) wordt “derde lid” vervangen door “tweede lid”.
K. Artikel 2.6.8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door “;” een onderdeel toegevoegd, luidende: g. personen die op basis van onderdeel d of e zijn gehuisvest in een woonruimte die door gezinshereniging met gezinsleden uit het land van herkomst niet meer passend is. 2. In het derde lid wordt “onderdelen d en f” vervangen door “onderdelen d, f en g”. L. Artikel 2.6.9 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt te luiden: 3. De urgentieverklaring vervalt van rechtswege na het verstrijken van de geldigheidstermijn. 2. In het vierde lid komt na “en het tweede” te vervallen “en derde”. M. Artikel 2.7.3 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid komen onderdelen f en g te vervallen. 2. Het vijfde lid, onderdeel e, komt te luiden: e. de standplaatszoekende een woonruimte betrekt; 3. Het vijfde lid, onderdeel f, komt te luiden: f. de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij het betrekken van een woonruimte; 4. Er worden twee leden toegevoegd, luidende: 6. Ten aanzien van een persoon die een woonruimte heeft betrokken als bedoeld in het vorige lid, onderdeel e en f, blijft het verwijderen van de inschrijving achterwege indien het verlaten van de woonwagenlocatie plaatsvindt wegens studie of het ontvangen van medische zorg, zolang deze studie en medische zorg voortduurt. 7.
Ten aanzien van een persoon die een woonruimte heeft betrokken als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel e en f, blijft het verwijderen van de inschrijving achterwege indien de persoon een standplaats met een huurwagen betrekt op andere woonwagenlocatie in Amsterdam dan waar deze persoon eerder met ouders of verzorgers heeft gewoond. N. Artikel 2.7.6 komt te luiden: Artikel 2.7.6 Volgordebepaling standplaatsen 1. Voor de toewijzing van een standplaats door burgemeester en wethouders komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. de woningzoekende die op de peildatum naar het oordeel van burgemeester en wethouders moet worden bemiddeld naar een andere woonruimte vanwege opheffing, verkleining, onderhoud of herstel van de huidige standplaats of woonwagenlocatie; b. de woningzoekende die behoort tot de traditionele doelgroep en wiens omstandigheden van zodanige aard zijn, dat verhuizing van de huidige standplaats/woning in Amsterdam naar een (andere) standplaats dringend noodzakelijk is en hiervoor een urgentieverklaring is afgegeven; c. de woningzoekende die een standplaats huurt op een locatie in Amsterdam en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, mits de eigen standplaats vrijkomt en de nieuwe standplaats passend is voor het huishouden;
7
d. een kind, dat inwonend is geweest bij familie in de eerste graad op de woonwagenlocatie in Amsterdam waar een standplaats vrijkomt; e. de woningzoekende die in Amsterdam een standplaats huurt en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op een andere locatie, mits de woningzoekende de eigen standplaats leeg achterlaat en de nieuwe standplaats passend is voor het huishouden; f. een kind, dat inwonend is geweest bij familie in de eerste graad op een andere woonwagenlocatie in Amsterdam; g. een spijtoptant, waarvoor geldt dat deze spijtoptant: I. op dit moment ingeschreven en woonachtig is in Amsterdam; II. op een Amsterdamse woonwagenlocatie als hoofdbewoner een standplaats heeft achtergelaten of als kind (in de eerstegraad) van de hoofdbewoner is verhuisd; en, III. niet te maken heeft gehad met een onvrijwillig vertrek met uitzondering van vertrek als gevolg van gemeentelijke herontwikkeling van de locatie; h. overige woningzoekenden. 2.
De rangorde in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op woonwerklocaties, met dien verstande dat de in onderdeel a tot en met g genoemde woningzoekende aantoonbaar een bedrijf of beroep dient uit te oefenen dat verband houdt met de exploitatie van het circus- of kermisbedrijf en minimaal 70 % van diens gemiddeld jaarinkomen over de afgelopen drie kalenderjaren binnen het voornoemde bedrijf of beroep dient te hebben vergaard. 3. Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onderdelen c en e, geldt dat de woningzoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie, en dat bij gelijke inschrijfduur de oudste in leeftijd voorgaat. 4. Binnen de categorie genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, geldt dat de woningzoekende met de oudste urgentiedatum voorgaat op andere woningzoekenden uit deze categorie, en dat bij gelijke urgentiedatum degene met de langste woonduur voorgaat. 5. Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onderdelen d, f, g en h, geldt dat de woningzoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie. O. In Hoofdstuk 2, Afdeling II, paragraaf 7, wordt een artikel toegevoegd, luidende: Artikel 2.7.7 Afwijking volgordebepaling 1.
In afwijking van de reguliere volgorde als bedoeld in artikel 2.7.6 kan bij het creëren van een nieuwe locatie voor standplaatsen één standplaats op deze nieuwe locatie worden toegewezen aan een spijtoptant als bedoeld in artikel 2.7.6, eerste lid, onderdeel g, waarbij geldt dat de spijtoptant met de oudste inschrijfdatum voorrang heeft op spijtoptanten met minder inschrijfduur. 2. In afwijking van de reguliere volgorde als bedoeld in artikel 2.7.6 kan door burgemeester en wethouders bij standplaatsruil een huisvestingsvergunning worden verleend mits de betrokken standplaatsen passend zijn voor de betrokken huishoudens en staan ingeschreven als doorstromer voor de volgordebepaling als bedoeld in artikel 2.7.6. P. Artikel 3.1.2 komt te luiden: Artikel 3.1.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor onttrekking 1. Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning, is geen onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a, noodzakelijk mits en zolang: a. de woonruimte, indien gehuurd, een huurprijs heeft boven de liberalisatiegrens; b. de eigenaar of huurder zijn hoofdverblijf buiten Amsterdam houdt; en, 8
c. het om ten hoogste één woonruimte per eigenaar of huurder gaat. 2. Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een woonruimte die om niet in gebruik wordt gegeven als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek is geen onttrekkingsvergunning nodig als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a. 3. Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van kortdurend verblijf, zijnde korter dan zes maanden, door studenten is geen onttrekkingsvergunning nodig als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel a, mits en zolang het een woonruimte betreft die door een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1. onderdeel g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is gereserveerd als landingsplek voor internationale studenten. Q. In Hoofdstuk 3, Afdeling I, worden aan paragraaf 1 vier artikelen toegevoegd, luidende: Artikel 3.1.3 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor samenvoegen Voor het zelfstandig in gebruik nemen van een woning die eerder was omgezet in onzelfstandige woonruimten en waarvan de omzettingsvergunning is ingetrokken is geen samenvoegingsvergunning benodigd als bedoeld in artikel 3.3.10. Artikel 3.1.4 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor omzetting 1.
Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel c, noodzakelijk mits en zolang de woonruimte door ten hoogste twee volwassenen wordt bewoond. 2. Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel c, noodzakelijk mits en zolang er sprake is van inwoning. Hiervan is sprake als: a. een bestaand huishouden inwoning verleent aan maximaal één ander huishouden; en, b. op voorhand niet de wens bestaat om het adres met het inwonende huishouden te delen, blijkende uit het feit dat het eerste huishouden in dezelfde samenstelling de woonruimte minimaal twee jaar zonder inwonend huishouden heeft bewoond. 3. Het vorige lid, onderdeel b, is niet van toepassing in het geval van mantelzorg of inwoning van eerste- of tweedegraads familieleden. Artikel 3.1.5 Uitzonderingen op de vergunningplicht voor woningvorming Onverlet de verplichting van een omzettingsvergunning die nodig is voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten, is voor het vormen van een onzelfstandige woonruimte geen vergunning voor woningvormen nodig als bedoeld in artikel 3.1.1., derde lid, onderdeel d. Artikel 3.1.6 Uitzondering op de voorraadvergunningplichten algemeen 1.
Burgemeester en wethouders kunnen in het geval van bijzondere omstandigheden in individuele gevallen bepalen dat er een uitzondering op een voorraadvergunningplicht geldt en kunnen hier voorwaarden of voorschriften aan verbinden. 2. De uitzonderingen op de vergunningplichten, zoals genoemd in deze paragraaf, zijn niet van toepassing op de situatie waarbij door de eigenaar of een derde is gehandeld met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan de werking van de regels die bij of krachtens de Huisvestingswet zijn gesteld. R. Artikel 3.2.5 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt “onherroepelijk is geworden’’ vervangen door “is afgegeven’’. 9
2. Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende: 3. Burgemeesters en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijn van één jaar als genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en uitstel verlenen. S. Artikel 3.2.6, tweede lid, komt te luiden: 2. De nieuwe vergunninghouder, als bedoeld in het eerste lid, kan op verzoek een afschrift krijgen van de afgegeven vergunning. T. In artikel 3.3.1, eerste lid, onderdeel c, komt het zinsdeel “3.3.7, tweede lid, onderdeel e en ’’ te vervallen. U. Artikel 3.3.2 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt “onherroepelijk is geworden’’ vervangen door “is afgegeven’’. 2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt “en’’ vervangen door “of’’. V. Artikel 3.3.11 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het gehele artikel wordt “adressen’’ vervangen door “woningen’’. 2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt na de zinsnede "totaal aantal woningen" ingevoegd "per verdieping". W. Aan artikel 3.3.12 wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten. X. Artikel 3.3.13 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van derde lid tot het vierde lid wordt het tweede tweede lid vernummerd tot het derde lid. 2.
In het eerste lid vervallen, onder verlettering van onderdelen d en e tot onderdelen b en c, onderdelen b en c. 3. Aan het tweede lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door “;” twee onderdelen toegevoegd, luidende: f. voor het omzetten naar vier onzelfstandige woonruimten of meer moet er vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluidseisen; en, g. er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze. Y. Artikel 3.3.15 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervallen, onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel e, onderdelen e en f. 2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende: 2. Voor een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel d, gelden de volgende voorschriften: a. er moet vanaf ingebruikname worden voldaan aan de geluids- en kwaliteitseisen voor woningvormen; en, b. er wordt binnen zes maanden na vergunningverlening een melding gedaan van feitelijke ingebruikname op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze. 10
3. In het vierde lid (nieuw) wordt “de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e’’ vervangen door “de geluids- en kwaliteitseisen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.’’ Z. In artikel 3.5.5, tweede lid, wordt “onherroepelijk is geworden’’ vervangen door “is afgegeven’’. AA. In artikel 3.6.5, onderdeel a, wordt “onherroepelijk is geworden’’ vervangen door “is afgegeven’’. BB. Artikel 3.8.8 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel d, wordt “onherroepelijk is geworden’’ vervangen door “is afgegeven’’. 2. Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende: 3. Burgemeesters en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijn van één jaar als genoemd in het eerste lid, onderdeel d, en uitstel verlenen. CC. In artikel 3.9.3, derde lid, wordt “onherroepelijk is geworden’’ vervangen door “is afgegeven’’. DD. Aan Hoofdstuk 3, Afdeling III, wordt een paragraaf toegevoegd, luidende: Paragraaf 10 Verplichtingen voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur Artikel 3.10.1 Publicatieverbod aanbiedingen 1.
Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden om een aanbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur te publiceren zonder dat daarbij een registratienummer is vermeld. 2. Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden aanbiedingen van een woonruimte gedurende de rest van het jaar te tonen, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat die specifieke woonruimte reeds voor het maximum aantal nachten als bedoeld in artikel 3.7.3 in dat jaar in gebruik is gegeven voor toeristische verhuur. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing geven aan degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur om de aanbieding voor toeristische verhuur van de aanbieder, aan wie een verbod tot het in gebruik geven van een woning voor toeristische verhuur als bedoeld artikel 4.2.2 is opgelegd, te blokkeren.
Artikel 3.10.2 Informatieplicht Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimten, informeert degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur over de registratieplicht als bedoeld in artikel 3.7.2 en het nachtencriterium en de meldplicht als bedoeld in artikel 3.7.3. EE. Aan Hoofdstuk 4, paragraaf 2, wordt een artikel toegevoegd, luidende: Artikel 4.2.2 Verhuurverbod bij recidive toeristische verhuur Burgemeester en wethouders kunnen een verbod opleggen tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder aan wie in de
11
afgelopen vijf jaar ten minste twee maal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de regels voor toeristische verhuur zoals gesteld in deze verordening. FF. Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid wordt “met uitzondering van artikel 3.1.1.’’ vervangen door "met uitzondering van artikel 3.1.1, eerste lid.’’ 2. In het zesde lid wordt “1 januari 2026’’ vervangen door “1 juli 2026’’. 3. Er worden twee leden toegevoegd, luidende: 14. Beoordelingen van woningzoekenden voor voorrang op grond van lokale economische binding van voor 1 januari 2022 worden omgezet in een bemiddelingsstatus in de zin van artikel 2.5.4, zesde lid. 15. Aanvragen voor voorrang op grond van lokale economische binding die voor 1 januari 2022 zijn ingediend worden beoordeeld voor een bemiddelingsstatus op grond van artikel 2.5.4, zesde lid. GG. Bijlage 1a ‘Aangewezen categorieën woonruimten voor bepaalde voorrangsregelingen’ wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van onderdelen 1 en 2 tot onderdelen 3 en 4 worden twee onderdelen ingevoegd, luidende: 1. Woonruimten in woongemeenschappen voor de toepassing artikel 2.1.1 a. Krom Boomssloot - Krom Boomssloot 55 b. 7 keurvorsten - Tuinstraat 199, 201A t/m 201C, 203, 207, 211, 215, 219 t/m 225 c. Copekcabana - Anemoonstraat 1 t/m 11, Oleanderstraat 2 t/m 20 d. De Branderij - Krom Boomssloot 16 e. De Halve Wereld - A.S.
Onderwijzerhof 1 t/m 42, Jonas Daniel Meijerplein 10 t/m 50, Nieuwe Amstelstraat 16 t/m 51, Waterlooplein 243 t/m 309 f. De Konijnenberg - Verversstraat 26 g. De Son - Zwanenburgwal 122 t/m 150 h. Fort van Sjakoo - Jodenbreestraat 24 i. Grote Keijser - Keizersgracht 242 t/m 248 j. Grote Leeuwenberg - Verversstraat 27 k. Hendrikje & Cornelia - Jodenbreestraat 22 l. Herengracht - Herengracht 267 m. Huize de Vreede - Prins Hendrikkade 165 t/m 167 n. Kloof 21 - Kloveniersburgwal 21 o. La Louvre - 1e Passeerdersdwarsstraat 32 t/m 58 12
p. Nieuwe Leeuwenbergh - Groenburgwal 7 t/m 9 q. NRC - Keizerrijk 4 t/m 8, 24 t/m 36, Nieuwezijds Voorburgwal 228 t/m 234, Paleisstraat 109 t/m 123, 139 t/m 41, Spuistraat 181 t/m 183 r. Pampus - Verversstraat 13 t/m 17 s. Prinsengracht - Prinsengracht 471 t/m 473 t. SAN Westerkaap - Coffijboomstraat 2 t/m 20, 52 t/m 72 u. Tapioca - Uilenburgerwerf 1 t/m 37 v. Dissonant - Vrolikstraat 110 w. Joubertstraat - Joubertstraat 4 t/m 14 x. Onzelievevrouwebedstro - Woltera van Reesstraat 61 t/m 75 y. Oostvaarder - Woltera van Reesstraat 39 t/m 53 z. Open Hof - Waldenlaan 137 t/m 177 aa. Tugelaweg - Tugelaweg 113 t/m 114 bb. Zijwaarts - Domselaerstraat 74 t/m 80 cc. 4711 - Frans Halsstraat 7 t/m 11 dd. 1e Keucheniusstraat - 1e keucheniusstraat 32 ee. Juliana van Stolbergen - Juliana van Stolbergstraat 20 t/m 22 ff. Pieter vd Does - Pieter van der Doesstraat 15 t/m 17 gg. De Baron - Van Boetzelaerstraat 60 t/m 64, Groen van Prinstererstraat 72 t/m 74 hh. De Laatste Hendrik - Frederik Hendrikstraat 164 t/m 166 ii. IMOA - Teldershof 88 t/m 115 jj. Nassaustaete - Nassaukade 61 kk. Lindenstraat - Lindenstraat 12C t/m 12G ll. Woongroep de Evolutie - Sumatrastraat 164A t/m 164H, 164K mm. Woongroep Meer Wonen - Clara Meyer-Wichmannstraat 56 t/m 76 nn. Woongroep Ithaca - Troelstralaan 305 t/m 369 oo. Woongroep Vita Nova - Laan van Vlaanderen 244 t/m 288 pp. Woongroep de Doorzetters 13
- Afroditekade 14 A, 14 B, 15A, 15B, 16A, 16B, 17A, 17B, 18 A, 18B, 19 A, 19B qq. Wiltzanghlaan/Akbarstraat - Wiltzanghlaan 83A t/m 83H, 83K t/m 83N, 83P, 83R t/m 83U, 87A t/m 87C, 87L, 87M, Akbarstraat 183, 185 rr. Woongroep Tweede Helmerstraat - Tweede Helmersstraat 112A t/m 112D ss. Tweede Constantijn Huygen - Tweede Constantijn Huygenstraat 30A t/m 30D, 32A t/m 32C, 34A t/m 34D, 36A t/m 36D, 38A t/m 38E, 40A t/m 40C, 42A t/m 42D tt. Kandeel - Eerste Helmersstraat 86A t/m 86D, 88A, 88B uu. Anand Joti - Mijehof 5A t/m 5H, 5K t/m 5N, 7B t/m 7E, 9A t/m 9H vv. Dovengroep De IJ-ers - Daguerrestraat 55 t/m 67 (oneven), 71 t/m 11 (oneven) ww. De Tweede Lente - Elckerlijcstraat 75, 81 t/m 85 (oneven), 89 t/m 95 (oneven), 101,103 xx. De Zes Seizoenen - Derde Oosterparkstraat 301 t/m 313 (oneven) yy. Woongroep A en B - Eikenweg 9A t/m 9H, 9K t/m 9M zz. Wi Makandra - Hudsonhof 4 t/m 28(even) aaa. De Amstel - Sajetplein 3 t/m 25(oneven), 29 t/m 37(oneven) bbb. WOOS - Oudeschans 36A t/m 36H, 36K, 36M, 36N, 36P, 36R ccc. Pentagon 68-80 - Pentagon 68 t/m 80 ddd. Wilhelmina - Tweede Helmerstraat 118 t/m 146 (even) eee. Woongroep 44 - Schonerwoerdstraat 4 t/m 58 fff. KNSM 10 - KNSM-Laan 768 t/m 804, Levantkade 265 ggg. Stadskruid - Tweede Constantijn Huygensstraat 14A t/m 14G, 18A t/m 18G hhh. Wi Kon Tren - Randwijkhof 20 t/m 50 iii.
Woonvereniging Possiendum - Singel 300B t/m 300H, 300K t/m 300P, 300R, 300T, Treeftsteeg 4 t/m 12 (even) jjj. Woonvereniging de Brug - Jacob van Lennepkade 105A t/m 105E, 107A t/m 107G, 109A t/m 109G, 111A t/m 109G kkk. Ramses Shaffyhuis - Klapmutsenveem 44 t/m 114 lll. Vereniging Iraanse Woongroep Andische - Th. Weeversweg 11, 25 ,37, 39, 51, 53, 59, 63, 65, 77, 79, 81, 91, 93, 95, Noorderhaakspad 12, 30, 62, 68, 70, 76 mmm. Kinkerstraat 63 - Kinkerstraat 63-1 t/m 63-3 nnn. Woongroep Bos en Lommer 14
- Waterspiegelplein 58, 62 t/m 108 Woongroep Carpe Diem - Krijn Breurstraat 49 t/m 60 (even/oneven) ppp. Woongroep De Groene Gemeenschap - Barkasstraat 7A t/m 7G qqq. Woongroep De Roef - Lucien Gaudinstraat 274 t/m 322 rrr. Woongroep De Voorde - Schinkelhavenkade 42 t/m 49 sss. Woongroep De Vrije Wester - De Wittenkade 247 t/m 265 ttt. Foe Ooi Leeuw - Nieuw Kempering - 3e Kekerstraat 2 t/m 112 uuu. Woongroep Hof van Welna - Welnastraat 787 t/m 807 vvv. Kas Dushi - Klaverbladstraat 2 t/m 52 www. Woongroep Nieuwendam - Lucien Gaudinstraat 234 t/m 282 xxx. Woongroepvereniging Nos Perla - Edith Magnusstraat 2 t/m 46 yyy. Woongroep Parelhoenders - Krijn Breurstraat 61 t/m 81 (even/oneven) zzz. Woongroep Reitzstraat - Reitzstraat 46 t/m 56 aaaa. Woongroep Spuit 11 - Waterbaan 328 t/m 332 bbbb. Woongroep Waterleliegracht - Waterleliegracht 136 t/m 148 cccc. Woonvereniging Abraham-Silodam - Silodam 327 t/m 328, 371 t/m 378,424 t/m 425 dddd. Andalus - Postjesweg 142 t/m 146 eeee. Van Breestraat 166 - Van Breestraat 166 HV, 166 3A ffff. Woongroep 50+ Westerpark - Westzaanstraat 89A t/m 99A gggg. Spitsbergenstraat - Spitsbergenstraat 2 t/m 34 hhhh. Azartplein - Azartplein 3 t/m 43 iiii. Woongroep Waaigat - Waaigat 20 t/m 28 jjjj. Woongroep Non Solus - Marius Bauerstraat 35 t/m 63, Jan Eisenloeffelstraat 19, 25 kkkk. C. van Eesterenlaan - C.
van Eesterenlaan 272, 274, 278, 280, 296 t/m 300 llll. Woongroep Ouderen Buitenveldert - Van Heenvlietlaan 349 t/m 391 mmmm. Stichting L.A. Ries - Vinkenstraat 175 t/m 181 nnnn. Andersensingel - Andersensingel 102 t/m 110 oooo. Alfred Doblinstraat ooo.
15
pppp. MOAVOE
- Alfred Doblinstraat 99 t/m 107
- Jan Willem Brouwersstraat 68 t/m 86 qqqq. t Kasteeltje BG - Weesperzijde 33K t/m 33N rrrr. Bredeweg 21 - Bredeweg 21A t/m 21E, 21G, 21K t/m 21N ssss. Woonvereniging Levantkade 6 - Levantkade 7 t/m 43, KNSM-laan 202 tttt. Woonvereniging ’t Seepaert - Prinseneiland 323 t/m 421 uuuu. Woonvereniging Soroti - Kazernestraat 1 t/m 27, 29A t/m 35C vvvv. Wilhelmina Blombergplein - Wilhemina Blombergplein 11 t/m 15 wwww. C. van Eesterenlaan - C. van Eesterenlaan 512 t/m 522 xxxx. Woongroep Helling - Touwslagerstraat 31 t/m 41 yyyy. Woonvereniging Levanteijn - Levantkade 151 t/m 165B zzzz. St. de Roef - Pedro de Medinalaan 164 1 t/m 164-6, 166 aaaaa. Vinkenstraat 41 - Vinkenstraat 41A t/m 41L bbbbb. De Brandweerkazerne - Prinsengracht 237A t/m 237W ccccc. Vereniging woongroep de Akersingel - Geertruida van Lierstraat 57 t/m 87 ddddd. Woongroep De Rozentuin - Akersingel 205 t/m 225, Jungfrau 3 eeeee. Woongroep Nieuw Sloten - Berlaarstraat 217 t/m 283, 33 fffff. Woongroep Binnenkadijk - Binnenkadijk 180 t/m 184 ggggg. Akropolis - John Blankensteinstraat 1 t/m 29 hhhhh. Woongroep Home Alone - Tweede Jacob van Campenstraat 4b, 6a, 6b, 8b, 10, 12 iiiii. SffinX - Zeeburgerdijk 587 t/m 611 jjjjj. Vereniging Kanaalstraat - Kanaalstraat 87 kkkkk. Woongroep De Noordhollander - Noordhollandstraat 33A t/m 37E lllll.
Woongroep Sint Antoniesbree - Sint Antoniesbreestraat 35G, 35H, 35K, 35L, 35M, 35N, 35P, 35R, 37E, 37F, 37G, 37H, 37K, 37L mmmmm. Woongemeenschap MIX Amsterdam - Louis Chrispijnstraat 64, 76 t/m 132 nnnnn. Life - Revaleiland 100 t/m 168 2. Wooncomplexen waar stadsdeelvoorrang geldt (artikel 2.5.1) 16
a. Paasheuvel 17 - Pietersbergweg 301 t/m 773, oneven en Paasheuvelweg 17 t/m 21, oneven. 2. In onderdeel 3 (nieuw) wordt de zinsnede “maatschappelijke sectoren (artikel 2.3.7)” gewijzigd in “maatschappelijke sectoren (artikel 2.5.3)”. HH. In bijlage 3, tabellen 4 tot en met 6, tweede kolom, komt te vervallen “21, ”. II. In bijlage 3 wordt na tabel 7 een tabel toegevoegd, luidende: Tabel 8 Bestuurlijke boete Wettelijke bepaling toeristische verhuur voor Huisvestingswet 2014 publicatiediensten Publicatie advertentie 23a derde lid zonder registratienummer Publicatie advertentie 23d zonder te informeren over de geldende wet- en regelgeving Publicatie advertentie van 23e een woonruimte die reeds het nachtenmaximum heeft bereikt (na bericht van burgemeester en wethouders)
Boete
€ 8.700,€ 8.700,-
€ 8.700,-
Artikel II De Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening 2020 naar aanleiding van het Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling, tevens wijziging betreffende differentiatie boetes wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 2.8.1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid, wordt in kolom 2, rij 6 “van de gemeente Amsterdam voor tegemoetkoming in de verhuiskosten op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning met een indicatie voor een rolstoelwoning” vervangen door “van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning”. 2. In het tweede lid, na rij 6, wordt aan de tabel twee rijen ingevoegd, luidende: Rolstoelwoning met drie huishoudens met één of twee minderjarige kinderen in het kamers bezit van een beschikking van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning Rolstoelwoning met vier of huishoudens met drie of meer minderjarige kinderen in het meer kamers bezit van een beschikking van een gemeente voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning B. Artikel 2.8.2 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel a tot d, wordt “wier” vervangen door “wiens”. 17
2. In het tweede lid, onderdeel a en b, wordt “wier” vervangen door “wiens”. 3. Onder vernummering van het zesde tot en met tiende lid tot het achtste tot en met twaalfde lid worden de volgende leden ingevoegd: 6. Bij het verlenen een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met vier of meer kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit ten minste drie minderjarige kinderen; b. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit twee minderjarige kinderen; c. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een minderjarig kind. 7. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning met drie kamers komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a.
woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden mede bestaat uit een of twee minderjarige kinderen; b. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en wiens huishouden bestaat uit een of twee volwassen personen zonder kinderen. 4. De aanhef van het achtste lid (nieuw) komt te luiden: 8. Onverminderd het bepaalde in het zesde en zevende lid komt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: 5. In het achtste lid (nieuw), onderdeel a wordt “met” vervangen door “voor een”. 6. In het achtste lid (nieuw), onderdeel b wordt “met” vervangen door “voor een”. 7. In het achtste lid (nieuw), onderdeel c wordt “met” vervangen door “voor een”. 8. Aan het achtste lid (nieuw) wordt onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel e, een onderdeel ingevoegd, luidende: d. woningzoekende die in bezit is van een door een gemeente afgegeven beschikking voor een indicatie rolstoelwoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en een rolstoelwoning of rolstoelgeschikte woning achterlaat; 9.
In het elfde lid (nieuw) wordt “zevende en achtste” vervangen door “negende en tiende” en “meest dringend noodzakelijk” vervangen door “meest acuut of dringend”. 10. Aan artikel 2.8.7 worden een dertiende en veertiende lid toegevoegd, luidende: 13. In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders bij woningruil een huisvestingsvergunning worden verleend mits de betrokken woonruimten passend zijn voor de betrokken huishoudens. 14. In afwijking van de algemene en bijzondere volgordebepalingen kan door burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verleend worden aan huishoudens die een voor verhuur bestemde zelfstandige huurwoning in eigendom van een corporatie leeg achterlaten, om te verhuizen naar een beter passende woonruimte met een verhuissubsidie op grond van de Subsidieregeling Stedelijke vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting 2019 of in het kader van de regeling Van Hoog naar Laag. C. Wijzigingsopdracht K komt te luiden: K. Artikel 2.9.2 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 18
1. In het eerste lid wordt “artikel 2.5.1” vervangen door “artikel 2.9.1”. 2. In het tweede lid wordt “artikel 2.4.7” vervangen door “artikel 2.8.2”, wordt “artikel 2.5.1” vervangen door “artikel 2.9.1”, wordt “artikel 2.4.4” vervangen door “artikel 2.8.1” en wordt “artikel 2.4.6” vervangen door “artikel 2.8.2”. 3. In het derde lid wordt “artikel 2.5.1” vervangen door “artikel 2.9.1”. D. Onder verlettering van de wijzigingsopdrachten L tot en met AA tot O tot en met DD worden de volgende wijzigingsopdrachten ingevoegd: L. In het negende lid van artikel 2.5.3 wordt “artikel 2.5.4” vervangen door “artikel 2.9.4”. M. In artikelen 2.9.4 (nieuw) en 2.9.5 (nieuw) wordt overal “artikel 2.5.3” vervangen door “artikel 2.9.3”. N. Artikel 2.9.6 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt “artikel 2.5.4” vervangen door “ artikel 2.9.4”. 2. In het tweede lid wordt “artikel 2.5.3” vervangen door “ artikel 2.9.3”. 3. In het derde lid wordt “artikel 2.5.3” vervangen door “ artikel 2.9.3”. E. Onder verlettering van de wijzigingsopdrachten Y tot en met DD tot AA tot en met FF worden twee wijzigingsopdrachten ingevoegd, luidende: Y. In artikel 2.11.7 (nieuw) wordt overal “artikel 2.7.6” vervangen door “artikel 2.11.6”. Z. Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het veertiende lid wordt “artikel 2.5.4” vervangen door “artikel 2.9.4”. 2.
In het vijftiende lid wordt “artikel 2.5.4” vervangen door “artikel 2.9.4”. F. Wijzigingsopdracht AA (nieuw) komt te luiden: AA. Bijlage 1a ‘Aangewezen categorieën woonruimten voor bepaalde voorrangsregelingen’ wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel 2 wordt “artikel 2.5.1” vervangen door “ artikel 2.9.1”. 2. In onderdeel 3 wordt “ artikel 2.5.3” vervangen door “artikel 2.9.3”. 3. In onderdeel 4 wordt “artikel 2.4.4” vervangen door “artikel 2.8.1”. Artikel III In bijlage 3 van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam wordt aan onderdeel 20 Wet op de lijkbezorging een rij toegevoegd, luidende: U.9
Uitvoering van artikel 22 van de Wet op de lijkbezorging (eenzame uitvaarten)
Artikel 22 Wet op de lijkbezorging
college
mandaat
DB Oost
Begraafplaatsen en crematoria vallen onder de Nieuwe Ooster
Artikel IV Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2. In afwijking van het eerste lid treden artikel 2.5.3, negende lid, artikel 2.5.4, zevende lid, en artikel 2.5.5, vierde lid, ingevolge artikel I, onderdeel G en artikel III in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 19
3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel D, subonderdeel 2 en onderdeel F, subonderdelen 3 tot en met 9 in werking met ingang van 1 juli 2022. 4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel II in werking op een door burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip. Artikel V Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2022. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 november 2021. De voorzitter Femke Halsema De raadsgriffier Jolien Houtman
Toelichting Artikel I I.
Algemeen
1. Coöptatieruimte voor woongemeenschappen Bewoners kunnen zich verenigen en in overleg met woningcorporaties een woongemeenschap oprichten. Een woongemeenschap is een type wooncoöperatie gevormd met sociale huurwoningen van woningcorporaties en wordt ook wel een beheercoöperatie genoemd. De woningcorporatie blijft hierbij de verhuurder en eigenaar van het vastgoed. De gemeente wil het oprichten van woongemeenschappen stimuleren omdat het leidt tot een grotere betrokkenheid tot elkaar, de buurt en de stad. Belangrijk onderdeel van een dergelijke woongemeenschap is dat nieuwe bewoners kunnen worden gekozen middels coöptatie. Coöptatie is een systeem waarbij leden van een bestaande groep, zoals een woongemeenschap, samen nieuwe leden, in dit geval nieuwe bewoners, kiezen. Voor ingebruikname van sociale huurwoningen bevat de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (hierna: Huisvestingsverordening) uitgebreide toewijzingsregels. Om toewijzing van vrijgekomen woningen in een woongemeenschap door middel van coöptatie mogelijk te maken moet in de Huisvestingsverordening ruimte worden gecreëerd. Dit wordt middels deze wijzigingsverordening bereikt door woningen in een woongemeenschap uit te zonderen van de huisvestingsvergunningplicht.
Na overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt dit de enige manier om in overeenstemming met de Huisvestingswet 2014 (hierna: Huisvestingswet) coöptatie mogelijk te maken voor woongemeenschappen. Bij de keuze van nieuwe bewoners zijn de woongemeenschappen hierdoor niet gehouden aan de toewijzingsregels in de Huisvestingsverordening en ontstaat ruimte voor coöptatie. Op deze manier kan de woongemeenschap coöptatie zelf inrichten, zoals het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de Huisvestingsverordening opgenomen en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Deze bijlage is openbaar en zal te lezen zijn op 20
de website van de gemeente bij de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Deze manier van uitzonderen geeft inzicht in de woongemeenschappen in de stad, transparantie die ook door de Huisvestingswet wordt voorgeschreven. De aanmelding van woongemeenschappen wordt een structureel jaarlijks proces. Ieder jaar kunnen woongemeenschappen worden toegevoegd of verwijderd. De Huisvestingsverordening wordt in principe eenmaal per jaar gewijzigd en met behandeling door de gemeenteraad in november of december. Nieuwe als ook wijzigingen in bestaande geregistreerde woongemeenschappen zullen om hierin meegenomen te kunnen worden in augustus van ieder jaar door woningcorporaties moeten worden aangemeld bij de gemeente. Nieuwe initiatieven kunnen in aanloop naar de definitieve realisatie worden aangemeld en kunnen in de bijlage worden opgenomen ook al zullen zij nog niet direct met inwerkingtreding van de wijziging (gewoonlijk 1 januari van ieder jaar) definitief zijn. Door zo te anticiperen kan worden voorkomen dat zij een bepaald tijdbestek niet gedekt zijn. Het is aan woningcorporaties om te beoordelen of dit nodig is. Dit is afhankelijk van het verwachte moment waarop woningen in nieuwe woongemeenschappen voor het eerst worden verhuurd.
Het voorstel in deze wijzigingsverordening heeft alleen betrekking op woongemeenschappen waarin sociale huurwoningen als zelfstandige woningen toegewezen worden. Onzelfstandige woningen zijn in de Huisvestingsverordening reeds uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de verordening (artikel 2.1.1, derde lid, onderdeel a, van de Huisvestingsverordening). Voor woongemeenschappen bestaande uit onzelfstandige woningen (dit type woongemeenschap met kamergewijze bewoning wordt vaak een ‘woongroep’ genoemd) bestaat dus reeds ruimte voor coöptatie in de Huisvestingsverordening. Wel geldt een omzettingsvergunningplicht voor onzelfstandige bewoning, tenzij het een woongroep betreft die voor 2017 is gemeld en aan de voorwaarden voldoet voor overgangsrecht in artikel 5.1, negende lid, van de Huisvestingsverordening. Voor particuliere wooncoöperaties (bijvoorbeeld bij nieuwbouw gerealiseerde wooncoöperaties waarvan initiatiefnemers gezamenlijk eigenaar worden) is bij wijziging van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 reeds ruimte gecreëerd voor toewijzing van de woningen door middel van coöptatie. 2. Lokale voorrang 2.1 Algemeen De Huisvestingswet maakt het onder voorwaarden mogelijk voorrang op woningen te geven aan personen met lokale economische of maatschappelijke binding.
Dat zijn personen die voor hun voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid in een gebied (economische binding) of personen die al langere tijd in een gebied wonen (maatschappelijke binding). Voor maatschappelijke binding gaat de Huisvestingswet uit van een woonverleden in een gebied van ten minste zes jaar in de afgelopen tien jaar. Deze zogenoemde lokale bindingsvoorrang kan worden getoetst op het gebiedsniveau van een hele gemeente of op een tot de gemeente behorende ‘kern’. In de gemeente Amsterdam beschouwen we stadsdelen als een tot de gemeente behorende kern waar lokale voorrang op van toepassing kan zijn in de zin van de Huisvestingswet. In de Huisvestingswet is ook bepaald dat lokale bindingsvoorrang ten hoogste mag worden toegepast op 25% van de voorraad in de gemeente van het type woningen waar de regeling op van toepassing is. De Huisvestingswet beschermt op deze manier het Europese beginsel van vrije vestiging. De gemeente Amsterdam monitort dat hier aan wordt voldaan. Amsterdam kent verschillende voorrangsregelingen op grond van lokale binding. Met de Huisvestingsverordening 2020 is een voorrangregeling voor werknemers in het onderwijs en in de 21
zorg ingevoerd (lokale economische bindingsvoorrang) en is bepaald dat jongeren die al zes jaar in Amsterdam wonen of in de afgelopen tien jaar hebben gewoond voorrang hebben op de jongerenwoningen in Amsterdam (lokale maatschappelijke bindingsvoorrang). Met ingang van 2022 wordt hier een nieuwe lokale bindingsvoorrangsregeling aan toegevoegd: voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen (stadsdeelvoorrang). Daarnaast wordt de voorrangsregeling voor maatschappelijke beroepen gewijzigd en uitgebreid met de beroepsgroep politie. Ten behoeve van overzichtelijkheid worden alle voorrangsregelingen op grond van lokale binding met ingang van 2022 in een aparte paragraaf in de Huisvestingsverordening behandeld (paragraaf 5 van Hoofdstuk 2). 2.2 Stadsdeelvoorrang In gebieden waar er veel nieuw wordt gebouwd is het nog te vaak zo dat er weinig uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwbouwwoningen en de bewoners van de omliggende bestaande buurten (zittende bewoners). Dit versterkt het gevoel bij zittende bewoners dat niet voor hen wordt gebouwd en creëert segregatie in een buurt. Om de band tussen zittende bewoners en de nieuwe gebieden te versterken kan voortaan voorrang worden gegeven aan zittende bewoners op een deel van de gerealiseerde woningen in het stadsdeel.
Bewoners kunnen door deze voorrangsregeling meer betrokken raken met nieuwe gebieden in hun stadsdeel, wat bevorderend is voor de sociale cohesie in het stadsdeel. En door rekening te houden met de wensen van de stadsdeelbewoners, kunnen eigenaren van de complexen echt voor het stadsdeel bouwen. Het is voor zowel de bewoners, die kunnen blijven op een plek waar ze een band mee hebben, als voor de eigenaren die huurders hebben die hart hebben voor hun directe omgeving, bevorderlijk om van de stadsdeelvoorrang gebruik te maken. Kwetsbare bewoners die liever niet te ver weg verhuizen, krijgen een kans om dichter bij huis te blijven. Tot slot versterkt het de verbinding tussen nieuwbouw en oudbouw en zorgt het ervoor dat zittende bewoners het gevoel hebben dat er ook voor hen wordt gebouwd. De stadsdeelvoorrang geldt voor aangewezen nieuwbouw- of transformatiecomplexen. Complexen waarvoor de voorrang geldt, bevinden zich veelal in gebieden waar segregatie dreigt op te treden tussen de bestaande buurt en de buurt waarin de nieuw op te leveren complexen ontwikkeld worden. Na afstemming met de eigenaar worden nieuwbouwcomplexen in bijlage 1a van de Huisvestingsverordening aangewezen als complex waarvoor bij oplevering geldt dat voor 25 procent van de woningen zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring.